Door: JohnvanB
Datum: 07-05-2026 | Cijfer: 9.6 | Gelezen: 633
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 7 minuten | Lezers Online: 26
Trefwoord(en): Collega,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 7 minuten | Lezers Online: 26
Trefwoord(en): Collega,
Ook in coronatijd kwamen er in onze organisatie nieuwe collega’s. Voor de nieuwe collega’s was het een uitdaging om de grote organisatie te leren kennen, de afdelingen, de mensen, de processen. Je kon niet even langslopen, want iedereen zat thuis achter een computer in plaats van op kantoor.
Op een dag ontving ik een uitnodiging voor een Teams meeting van Cindy. Ik had nog nooit van haar gehoord. Dat bleek logisch want, zo bleek later, ze werkte pas een paar weken bij ons.
Onze Teams meeting startte met een korte introductie over wie we zijn, wat we doen, wat onze rol is in de organisatie. Daarna ging het op de inhoud van haar vragen, of eigenlijk over de processen die ik beheer en hoe dat in de praktijk werkte. Ik vond het meteen een leuk gesprek, en ik vermoedde zij ook, want het gesprek duurde veel langer dan het volgens de agenda zou duren, en het onderwerp verplaatste zich al snel van processen naar onder andere muziek en reizen. Ik vond het niet alleen een leuk gesprek, maar ik vond Cindy ook gelijk leuk: leuke uitdrukking, leuk koppie en heel spontaan en geïnteresseerd. Soms ontmoet je mensen met wie je gelijk een klik hebt. Zij was zo’n iemand.
In de periode erna spraken we elkaar nog een aantal keren via Teams vanwege gezamenlijke activiteiten. Daarna hadden we een tijdlang geen zakelijk contact meer.
Corona verdween uit beeld gelukkig, en steeds meer collega’s kwam weer op kantoor voor 1 of 2 dagen per week. Daar waar de directeur voor corona nog zei: ‘Er wordt niet thuisgewerkt, iedereen komt naar kantoor’, was het na corona ‘Elke dag naar kantoor is niet meer van deze tijd.’ Het kan verkeren.
Een enkele keer kwam ik Cindy op kantoor tegen. En als ze langsliep en ze zag me zitten, kwam ze altijd even vragen hoe het ging. Zo leuk. Ik merkte al sinds onze eerste Teams overleg dat ik haar erg leuk vond. Eigenlijk een beetje te leuk. Ik getrouwd, zij een vriend. Verstand kan je nog sturen, je gevoel nauwelijks.
Op een ochtend kwam ik haar weer tegen op de gang. Allebei in gesprek met collega’s, ik zocht oogcontact met haar en we wisselden heel snel een paar woorden. Waarop ze zei: ‘we moeten weer eens een bakkie doen.’ Ik dacht ‘weer eens’? We hadden nog nooit eerder even de tijd genomen om koffie te drinken, maar het klonk me als muziek in de oren. Een uur later had ik een afspraak gemaakt voor een koffiedate een week later. Ik begon met een bescheiden half uur.
De koffiedate was superleuk, en zij ook. Het half uur werd uiteindelijk een uur. En dat was nog te kort. Er zou beslist een vervolg komen. En reken maar dat ik er voor zorgde dat dat plan niet verwaterde. Het liefst had ik haar gezegd dat ik haar ‘veel te leuk’ vond, maar dat deed ik niet. Ik vond haar niet alleen leuk, ik had inmiddels ook vastgesteld dat ze heel professioneel is in haar werk. Mooi meegenomen.
Een paar koffiedates verder (in ons pand zitten meerdere koffiebars, heerlijk) werden de gesprekken persoonlijker. Ze bleek niet samen te wonen met haar vriend in haar kleine woning in Amsterdam, ze woonde liever alleen. Kan zichzelf goed vermaken, gaat soms ook een week alleen op vakantie. Leuk om te horen, want ik ga ook wel eens een paar dagen alleen weg. We hadden best een goede klik. Misschien ook wel ‘te goed’ vanuit mijn kant gezien.
Tijdens de laatste koffiedate werd het gesprek nog persoonlijker, en stuurde het gesprek richting de vraag of zij ondanks haar relatie met haar vriend ook wel eens iemand tegen kwam die ze meer dan leuk vond. De vraag verraste haar zichtbaar, maar ze herstelde zich snel. Ze keek me aan alsof ze nog niet wist of ze de vraag eerlijk zou beantwoorden. Ze knikte uiteindelijk van ja. ‘En jij dan?’ Ik zei volmondig ja. We keken elkaar aan met een blik die zei dat het nu wel heel persoonlijk werd. Er viel een lange stilte. Ik roerde nog in mijn koffie, maar ik realiseerde het me niet eens. Ik keek haar weer aan, ze hield mij in haar blik gevangen. Nu was ik er van overtuigd dat de beide antwoorden ‘ja’ op elkaar van toepassing waren. Ik pakte haar hand vast, er trok een schok door haar heen, maar trok haar hand niet terug. Ik kneep in haar hand. ‘Lastig he?’ zei ik zachtjes. Het bleef stil.
We zaten minutenlang in stilte totdat ik voorstelde even naar buiten te lopen, even frisse lucht in te ademen. Ze stemde ermee in. Ik ruimde de koffiekopjes op en zei appte een collega dat een overleg wat later zou starten. We liepen naar buiten. Het was voorjaar, de zon scheen volop, maar het was nog fris. Ik voelde het niet. We liepen eerst stil naast elkaar. Even verderop, in een groen wordend park, pakte ik haar hand opnieuw vast, zorgde ervoor dat ze stopte, en trok haar langzaam naar me toe. Geen weerstand. Nog een stukje verder. Geen weerstand. We stonden nu heel dicht bij elkaar. Ik keek haar diep in haar mooie ogen en zoende haar op haar wang. Ze liet mijn hand los, en deed haar armen om mijn nek. Duidelijker kon het niet. Ik deed mijn armen om haar heen, en kuste haar weer. Niet meer op haar wang. Toen onze tongen elkaar raakten voelde het als een elektrische schok. Van dit moment had ik lang gedroomd, niet wetende dat het ooit werkelijkheid zou worden. We stonden daar minuten lang tegen elkaar, zoenend als een stel pubers in een stil parkje.
‘We moeten terug’ doorbrak ze het moment.
Ik wilde dat niet, maar ik wist dat het wel moest. Duty calls.
We liepen samen terug naar kantoor, alsof er niets gebeurd was.
Het was stil, ieder met eigen gedachten over hoe dit nu verder moest. Moest het verder? Of zou het hierbij blijven? Het was de vraag die ons op dat moment bezig hield.
Een kwartier later waren we terug op kantoor, ieder op de eigen plek. Ik had het gevoel dat iedereen aan me kon zien wat er gebeurd was, maar dat zal wel schijn geweest zijn.
In de middag stuur ik haar een chatbericht: ‘Spijt?’
Seconden later lees ik ’Nee!’, gevolgd door een hartje.
Deze koffiedate krijgt nog een vervolg…..
Op een dag ontving ik een uitnodiging voor een Teams meeting van Cindy. Ik had nog nooit van haar gehoord. Dat bleek logisch want, zo bleek later, ze werkte pas een paar weken bij ons.
Onze Teams meeting startte met een korte introductie over wie we zijn, wat we doen, wat onze rol is in de organisatie. Daarna ging het op de inhoud van haar vragen, of eigenlijk over de processen die ik beheer en hoe dat in de praktijk werkte. Ik vond het meteen een leuk gesprek, en ik vermoedde zij ook, want het gesprek duurde veel langer dan het volgens de agenda zou duren, en het onderwerp verplaatste zich al snel van processen naar onder andere muziek en reizen. Ik vond het niet alleen een leuk gesprek, maar ik vond Cindy ook gelijk leuk: leuke uitdrukking, leuk koppie en heel spontaan en geïnteresseerd. Soms ontmoet je mensen met wie je gelijk een klik hebt. Zij was zo’n iemand.
In de periode erna spraken we elkaar nog een aantal keren via Teams vanwege gezamenlijke activiteiten. Daarna hadden we een tijdlang geen zakelijk contact meer.
Corona verdween uit beeld gelukkig, en steeds meer collega’s kwam weer op kantoor voor 1 of 2 dagen per week. Daar waar de directeur voor corona nog zei: ‘Er wordt niet thuisgewerkt, iedereen komt naar kantoor’, was het na corona ‘Elke dag naar kantoor is niet meer van deze tijd.’ Het kan verkeren.
Een enkele keer kwam ik Cindy op kantoor tegen. En als ze langsliep en ze zag me zitten, kwam ze altijd even vragen hoe het ging. Zo leuk. Ik merkte al sinds onze eerste Teams overleg dat ik haar erg leuk vond. Eigenlijk een beetje te leuk. Ik getrouwd, zij een vriend. Verstand kan je nog sturen, je gevoel nauwelijks.
Op een ochtend kwam ik haar weer tegen op de gang. Allebei in gesprek met collega’s, ik zocht oogcontact met haar en we wisselden heel snel een paar woorden. Waarop ze zei: ‘we moeten weer eens een bakkie doen.’ Ik dacht ‘weer eens’? We hadden nog nooit eerder even de tijd genomen om koffie te drinken, maar het klonk me als muziek in de oren. Een uur later had ik een afspraak gemaakt voor een koffiedate een week later. Ik begon met een bescheiden half uur.
De koffiedate was superleuk, en zij ook. Het half uur werd uiteindelijk een uur. En dat was nog te kort. Er zou beslist een vervolg komen. En reken maar dat ik er voor zorgde dat dat plan niet verwaterde. Het liefst had ik haar gezegd dat ik haar ‘veel te leuk’ vond, maar dat deed ik niet. Ik vond haar niet alleen leuk, ik had inmiddels ook vastgesteld dat ze heel professioneel is in haar werk. Mooi meegenomen.
Een paar koffiedates verder (in ons pand zitten meerdere koffiebars, heerlijk) werden de gesprekken persoonlijker. Ze bleek niet samen te wonen met haar vriend in haar kleine woning in Amsterdam, ze woonde liever alleen. Kan zichzelf goed vermaken, gaat soms ook een week alleen op vakantie. Leuk om te horen, want ik ga ook wel eens een paar dagen alleen weg. We hadden best een goede klik. Misschien ook wel ‘te goed’ vanuit mijn kant gezien.
Tijdens de laatste koffiedate werd het gesprek nog persoonlijker, en stuurde het gesprek richting de vraag of zij ondanks haar relatie met haar vriend ook wel eens iemand tegen kwam die ze meer dan leuk vond. De vraag verraste haar zichtbaar, maar ze herstelde zich snel. Ze keek me aan alsof ze nog niet wist of ze de vraag eerlijk zou beantwoorden. Ze knikte uiteindelijk van ja. ‘En jij dan?’ Ik zei volmondig ja. We keken elkaar aan met een blik die zei dat het nu wel heel persoonlijk werd. Er viel een lange stilte. Ik roerde nog in mijn koffie, maar ik realiseerde het me niet eens. Ik keek haar weer aan, ze hield mij in haar blik gevangen. Nu was ik er van overtuigd dat de beide antwoorden ‘ja’ op elkaar van toepassing waren. Ik pakte haar hand vast, er trok een schok door haar heen, maar trok haar hand niet terug. Ik kneep in haar hand. ‘Lastig he?’ zei ik zachtjes. Het bleef stil.
We zaten minutenlang in stilte totdat ik voorstelde even naar buiten te lopen, even frisse lucht in te ademen. Ze stemde ermee in. Ik ruimde de koffiekopjes op en zei appte een collega dat een overleg wat later zou starten. We liepen naar buiten. Het was voorjaar, de zon scheen volop, maar het was nog fris. Ik voelde het niet. We liepen eerst stil naast elkaar. Even verderop, in een groen wordend park, pakte ik haar hand opnieuw vast, zorgde ervoor dat ze stopte, en trok haar langzaam naar me toe. Geen weerstand. Nog een stukje verder. Geen weerstand. We stonden nu heel dicht bij elkaar. Ik keek haar diep in haar mooie ogen en zoende haar op haar wang. Ze liet mijn hand los, en deed haar armen om mijn nek. Duidelijker kon het niet. Ik deed mijn armen om haar heen, en kuste haar weer. Niet meer op haar wang. Toen onze tongen elkaar raakten voelde het als een elektrische schok. Van dit moment had ik lang gedroomd, niet wetende dat het ooit werkelijkheid zou worden. We stonden daar minuten lang tegen elkaar, zoenend als een stel pubers in een stil parkje.
‘We moeten terug’ doorbrak ze het moment.
Ik wilde dat niet, maar ik wist dat het wel moest. Duty calls.
We liepen samen terug naar kantoor, alsof er niets gebeurd was.
Het was stil, ieder met eigen gedachten over hoe dit nu verder moest. Moest het verder? Of zou het hierbij blijven? Het was de vraag die ons op dat moment bezig hield.
Een kwartier later waren we terug op kantoor, ieder op de eigen plek. Ik had het gevoel dat iedereen aan me kon zien wat er gebeurd was, maar dat zal wel schijn geweest zijn.
In de middag stuur ik haar een chatbericht: ‘Spijt?’
Seconden later lees ik ’Nee!’, gevolgd door een hartje.
Deze koffiedate krijgt nog een vervolg…..
Trefwoord(en): Collega, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
