Door: Jefferson
Datum: 12-06-2026 | Cijfer: 0 | Gelezen: 211
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 57 minuten | Lezers Online: 3
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 57 minuten | Lezers Online: 3
Vervolg op: Ameland 2.0 - 8: Het Gesprek Van De Ochtend
Midlife

Ze houdt haar telefoon omhoog terwijl de ondergaande zon de vier vrouwen in een warme, gouden gloed zet, en achter hen liggen het strand en de zee, bijna oranje geworden door het laatste licht van de dag. Het waait nauwelijks, alleen genoeg om wat losse haren te laten bewegen en af en toe een pluk voor een gezicht langs te laten dansen voordat die vanzelf weer op zijn plek valt. Het is zo'n avond waarop alles even zachter lijkt, alsof zelfs het eiland begrijpt dat sommige momenten niet verstoord moeten worden.
Eke straalt.
Niet gemaakt. Niet voor de foto. Gewoon echt. Alsof ze voor een paar seconden alles heeft wat ze ooit wilde hebben, zonder dat daar vragen, twijfels of ingewikkelde keuzes tegenover staan. Haar glimlach komt niet voort uit het besef dat ze gefotografeerd wordt, maar uit het simpele feit dat ze hier staat, tussen mensen die inmiddels zo lang onderdeel van haar leven zijn dat het bijna onmogelijk is geworden om zich een tijd zonder hen voor te stellen.
Naast haar staat Kamila. Ze lacht mee. Speelt het spel mee. Net als altijd. Maar ik ken haar inmiddels goed genoeg om te weten dat er achter die glimlach meer schuilgaat dan de foto ooit zal laten zien. Voor een buitenstaander is het gewoon een lachende vrouw op een zomerse avond, maar ik zie ook alles wat daarachter zit, alle gesprekken, alle afwegingen en alle dingen die nooit hardop worden uitgesproken maar daarom niet minder aanwezig zijn.
Elise leunt ertussen alsof ze er altijd heeft gestaan. Alsof de jaren, de ruzies, de fouten en alle ingewikkelde omwegen uiteindelijk gewoon hebben geleid naar precies deze plek. Alsof het nooit anders is geweest. Alsof er geen momenten zijn geweest waarop het onmogelijk leek dat we ooit nog samen ergens zouden staan, laat staan op een manier die zo vanzelfsprekend oogt als nu.
En Willemijn staat er ook nog steeds.
Dat blijft misschien nog wel het meest bijzonder.
Niet omdat ze opvalt, maar juist omdat ze er na al die jaren nog altijd bij hoort. Alsof de kring die ooit op Ameland ontstond nooit helemaal uit elkaar is gevallen, hoe vaak het leven daar ook aanleiding toe gaf. Er waren genoeg momenten waarop het logisch zou zijn geweest als iemand een andere richting was opgegaan, als contacten verwaterd waren of als de jaren hun werk hadden gedaan, maar toch staat ze daar nog steeds, alsof sommige verbindingen hardnekkiger zijn dan tijd.
Eke kijkt even naar het schermpje, lacht tevreden en laat de telefoon weer zakken. De anderen willen meteen zien hoe de foto geworden is. Binnen enkele seconden staan ze weer met hun hoofden dicht bij elkaar, schouder tegen schouder, lachend om iets wat waarschijnlijk helemaal niet zo bijzonder is, maar wat op dit moment voldoende is om hen alle vier tegelijk aan het lachen te krijgen. Dertigers ondertussen. Net tieners.
Ik blijf staan waar ik sta.
Kijk naar hen.
En besef dat als iemand mij zeven jaar geleden had verteld dat we hier zouden staan, ik hem recht in zijn gezicht had uitgelachen. Niet omdat het onmogelijk klonk, maar omdat het zo ver verwijderd was van alles wat ik toen dacht dat er zou gebeuren, dat ik het simpelweg niet serieus had kunnen nemen.
Dat Eke en ik nog steeds onderdeel van elkaars leven zouden zijn.
Dat Kamila dat zou weten.
Dat Elise nog altijd naast ons zou staan.
Dat Willemijn nog steeds zou aanschuiven alsof er nauwelijks iets veranderd was.
Nee.
Dat had ik nooit geloofd.
Maar toch was het gebeurd.
Alleen niet op de manier waarop ik het toen zou hebben bedacht. Niet volgens een plan, niet volgens een logische route en al helemaal niet op een manier die ik destijds had kunnen voorspellen. Het leven had zich niets aangetrokken van verwachtingen en was gewoon zijn eigen kant opgegaan.
Want wat die foto niet laat zien, is wat er in de jaren daarna allemaal gebeurde. Wat er verborgen bleef. Wat er veranderde. En vooral wat er nooit veranderde. Wat je niet ziet wanneer je vier lachende vrouwen voor een ondergaande zon fotografeert, zijn de verhalen die zich buiten beeld afspelen, de keuzes die niemand kent en de gevoelens die soms jarenlang blijven bestaan zonder ooit echt te verdwijnen. Juist daarom blijft mijn blik nog even op dat groepje rusten, omdat ik als enige weet hoeveel er achter die ene foto schuilgaat.
Het begon dus, ongeveer 7,5 jaar geleden. De voortzetting althans. Ik en Eke. Die avond. Die nacht. Die ochtend. We zouden het er nog vaak over hebben, en nooit met spijt. Wat daar begonnen was, of misschien beter gezegd opnieuw begonnen was, bleek geen eenmalige ontsporing, geen vergissing van een paar uur of een herinnering die vanzelf weer zou vervagen zodra ik het eiland achter me liet. Integendeel. Het bleek het begin van een periode die veel langer zou duren dan ik ooit had verwacht, en die zich langzaam maar onvermijdelijk een vaste plek in ons leven wist te geven.
We bleven het doen. Als ik naar Ameland kwam, en dat gebeurde om een of andere spannende reden steeds vaker, spraken ik en Eke af. En dan bleef het niet meer bij bijkletsen. We wisten immers wat we van elkaar wilden. En we lieten de rest van Ameland in de waan dat we niet meer dan vrienden waren. En niemand die daar aan twijfelde. Waarom zouden ze? Ze kennen me. Ze kennen mijn liefdevolle relatie met Kamila. En Eke was dat brave refo meisje wat ook iedereen door en door kende. Fout dus! We onderhielden een heuze affaire. Bert was er nog steeds niet. En zo wel, dan deden we het gewoon bij mij. Was Kamila in de buurt? Dan deden we het niet. Eke dacht er niet aan. Kamila liet me wel vrij, maar drong er zeker niet op aan. En ik dacht wijs te zijn door beide vuren uit de buurt te houden. Dat leek jarenlang een werkbare oplossing. Niet perfect, niet verstandig en waarschijnlijk ook niet houdbaar als iemand er echt kritisch naar had gekeken, maar het werkte. Iedereen bleef geloven wat hij wilde geloven, en wij maakten daar gebruik van zonder dat ooit hardop uit te spreken.
Er was altijd één groot verschil tussen Eke en de andere meiden. De andere meiden vonden Kamila ook spannend. Eke niet. Daar was niks wat ook maar een beetje nieuwsgierig was naar het vrouwelijke geslacht, dus voor Kamila was Eke ook niet interessant. Ik dacht altijd dat dat de voornaamste reden was voor de afstand tussen Kamila en Eke, die dus niet terug te zien was op die foto. Dat was het niet. Wel de makkelijkste reden, dus hield ik me soms daar maar aan vast om de waarheid niet onder ogen te hoeven zien. Want sommige verklaringen zijn aantrekkelijk juist omdat ze eenvoudig zijn. Ze vragen niets van je. Ze dwingen je niet om verder te kijken. Ze geven je een excuus om ingewikkelde gevoelens en ongemakkelijke waarheden netjes weg te stoppen.
Zo hielden we het al een aantal jaren vol. Ik had het ook steeds minder over Eke tegen Kamila. Vond ze eerst fijn, later leek het juist argwaan op te wekken. De situatie was niet ideaal. Maar aangezien Kamila ondertussen ook meer dan alleen mijn pik kreeg, was het okay. Je geeft en je neemt. En wij stonden er altijd in dat we de ander vooral moesten geven. Of ander gezegd, de ander moest maar vooral nemen. Dat was altijd de basis geweest van hoe wij naar onze relatie keken. Niet vasthouden, maar ruimte geven. Niet opeisen, maar gunnen. In theorie werkte dat prachtig. In de praktijk werd het soms ingewikkelder dan we ooit hadden voorzien.
Terwijl het tussen mij en Eke dus alleen seks was, vaak vluggertjes. Ja, met een historie. En ja, als ik Eke dan weer eens zag, kriebelde het soms erger in m'n buik dan in m'n zak. Maar het was alleen seks. Want meer kon nu eenmaal niet. Eke ging niet scheiden. Dat was een grens die al die jaren overeind bleef staan, hoe vaak we die ook van dichtbij bekeken. We hoefden daar nauwelijks over te praten. We wisten het gewoon. Er was een leven dat zij niet zou verlaten en een leven dat ik niet zou opgeven, en daartussen vonden wij een plek die eigenlijk niet hoorde te bestaan maar er toch was.
Vandaar ook deze avond. Ze vierden, heel groots in de strandtent waar ze hun trouwfeest hadden gehouden, hun 12,5 jarig jubileum. En wat waren Eke en Bert blij met elkaar. Zolang iedereen dat maar dacht, konden wij onze gang blijven gaan. Zo deden we dat. De schijn was niet alleen handig geworden, maar bijna een onderdeel van het systeem. Hoe geloofwaardiger hun huwelijk eruitzag, hoe minder vragen er gesteld werden. En hoe minder vragen er gesteld werden, hoe makkelijker het werd om alles te laten zoals het was.
En de vriendschappelijke blikken op die foto, tussen Eke en Kamila. Dat waren de grootste leugens. Kamila had het wel geaccepteerd. Maar ze is altijd alert gebleven. Niet omdat Eke niet op meisje viel en Kamila daar dus niks mee kon. Nee, omdat Eke mij wilde bieden, wat Kamila me had ontnomen. Zo zag ik het niet. Zo had Kamila het wel een keer genoemd, toen we zowaar een keertje ruzie hadden gekregen over onze levenstyle. Dat ging dus over Eke. Dat ik kinderen wilde en trouwen, en Kamila niet. Korte ruzie. Zonder consequenties, zo het leek. Maar sommige gesprekken verdwijnen nooit helemaal, zelfs niet als ze worden afgesloten met een knuffel of een verontschuldiging; of een potje stevige, orale seks in de tuin. Ze blijven ergens hangen. Niet als wond, maar als herinnering.
En nu lachten ze naar elkaar. En ik voelde aan alles: die willen elkaar bloed drinken. Bizar. Want toch werkte het. Misschien omdat ze allebei slim genoeg waren om te begrijpen wat er op het spel stond. Misschien omdat ze allebei op hun eigen manier van mij hielden. Of misschien omdat geen van hen bereid was de eerste steen te gooien en daarmee alles omver te trekken wat we in al die jaren hadden opgebouwd.
Ik heb Kamila ondertussen wel een duizend keer gegarandeerd dat zij de belangrijkste in mijn leven was. Toen en nu nog steeds. Dat ik geen spijt heb van welke keuze ik ook gemaakt heb. Zij vindt dat soms moeilijk te geloven. Maar het was echt zo. Maar hoe vaker ik zei dat zij de ware voor mij is, hoe minder kracht die woorden kregen. Want ondertussen hadden we zoveel partners ernaast, dat zo'n uitspraak altijd als een slechte grap zou klinken. Alsof je een heilige belofte probeert te herhalen in een situatie die allang te ingewikkeld is geworden voor simpele waarheden. En toch bleef ik het zeggen. Niet omdat het goed klonk. Niet omdat ik mezelf iets wilde wijsmaken. Maar omdat het waar was. Alleen was het inmiddels een waarheid geworden die steeds moeilijker uit te leggen viel.
Dus waren we op deze avond belandt. Ik en Kamila. En we hadden Elise en Willemijn meegenomen. Net als toen. Net als altijd. Kamila was heel de week al gespannen voor dit weekend geweest, terwijl ik juist probeerde er niet te veel aandacht aan te geven en vast te houden aan wat we hadden, en met wie we dat hadden. Dat lukte meestal wel. Soms door er bewust niet te veel over na te denken, soms door mezelf eraan te herinneren dat er in de basis eigenlijk niets veranderd was. We waren nog steeds wij.
Willemijn en Elise sliepen bij ons in bed. En zoals dat, godzijdank, gaat, slapen we dan vooral niet. Klaarkomen op Kamila's gezicht terwijl Elise haar klaarbeft, blijft voor ons altijd nog geruststellend in welke situatie dan ook. Willemijn hadden we alledrie al een befbeurt gegeven. Die lag aan de rand van het bed uitgeteld toe te kijken. Dan leken er geen problemen te zijn. Dan bestond er alleen dat moment, die vertrouwde dynamiek die we in de loop der jaren hadden opgebouwd en die steeds vanzelfsprekender was geworden. Willemijn geloofde dat ook. Zij wist niet van mij en Eke. Elise wist alles. Zij doorzag ons, en ging daar op haar eigen volwassen manier mee om. De spelletjes van weleer speelde ze niet meer, en ze was een volwaardig lid van onze relatie. Die drie-eenheid die we toen al wilden, was er ook echt gekomen. Maar dat was een ander verhaal.
Nu sta ik, rond een uur of negen aan de rand van het terras en kijk ik over de inmiddels donkere zee met de nog lichte lucht erboven. De zon is uit het zicht, maar verlicht nog wel. Het is koeler. Iets meer wind. Maar aangenaam. Het soort avond waarop je zonder moeite blijft staan kijken naar de horizon, terwijl achter je het geroezemoes van het feest doorgaat en voor je alleen de zee ligt. Voor even voelt dat prettiger dan tussen alle mensen staan.
''Hey, daar ben je. Dacht dat je al weg was,'' hoor ik opgetogen, waarna ik omkijk in de grote ogen van Eke, die toch vooral op ondeugend staan.
''De wijn is naar ieders smaak,'' zegt ze zacht, nog ondeugender.
Want ze had me meegevraagd in aanloop naar het feest. Twee maanden terug al. Ik moest maar helpen de juiste wijnen te kiezen. Leuke middag. Lekker geborreld. En ik was zowaar nuttig. Pijpen deed Eke overigens nog steeds niet. Principe dingetje. Maar ze had me hier op het toilet wel snel afgetrokken naderhand. Dan waren de principes weer ver te zoeken. We kregen de aangebroken flessen mee, dronken die de volgende avond en de avond daarna bij elkaar op bezoek leeg, en hadden uiteraard nog eens een keert of twee per avond goed seks. Het was zo'n periode geweest waarin alles weer gevaarlijk eenvoudig voelde, alsof we nooit iets hadden hoeven onderdrukken en alsof de jaren tussen toen en nu nauwelijks bestonden.
Dat spuwt haar blik als ze me opzoekt. Hier aan de rand van het terras, een beetje uit ieders zicht. Deze plek had ik niet opgezocht voor haar. In tegendeel. Ik wilde inderdaad heel even verdwijnen. Want zo makkelijk als het twee maanden geleden nog ging, zo makkelijk vond ik het nu helemaal niet gaan. Misschien omdat het ineens weer tastbaar was geworden. Misschien omdat we niet alleen meer met onszelf rekening hoefden te houden. Misschien omdat de foto van daarnet me eraan had herinnerd hoeveel mensen inmiddels onderdeel waren geworden van dit verhaal.
Eke kijkt even snel om, en als ze zeker weet dat niemand kijkt, legt ze haar hand op de mijne, haar vingers verstrengelen zich kort.
''Hey, kijk uit,'' zeg ik zacht, en trek m'n hand snel terug.
Te snel.
Afwijzend.
Terwijl ik haar, en ons dus, probeerde te beschermen.
Ze schrikt er een beetje van. Niet overdreven. Niet zichtbaar voor een buitenstaander. Maar ik zie het wel. Ik zie hoe haar blik heel even verandert, hoe ze zich afvraagt waarom ik zo reageer terwijl er niemand lijkt te kijken.
''Lucas!'' word ik dan geroepen.
Dan schrikt ze pas echt, en verstijfd helemaal.
''Foto!'' wordt me nageroepen.
Ik kijk om en lach. Alsof er niks aan de hand is. Ik zie Eke kijken hoe ik dat doe, en zie haar denken. Ik ben rustig. Zij niet. Is ze soms vergeten wat ze hier viert?
Het is Lars die me roept. Als ik hier ben, ga ik nog steeds naar de kerk op zondag. En vaak spreek ik daarna ook nog wel een keertje met hem en Adil af. Zij zijn er ook nog steeds. Mannen ondertussen. Al blijven het kwajongens. Met hen, en een paar andere van de kerk waar we als jeugdgroep deel aan hadden genomen, moesten ook maar op de foto deze avond. Blijkbaar hoorde dat erbij wanneer je een jubileum vierde op een eiland waar iedereen elkaar al bijna een leven lang kende.
Dus laat ik Eke zomaar achter. Haar feestje. Niet het mijne. Dat is wat iedereen moet denken. Ik was dat niet vergeten. Zij wel?
Ik voeg mij na de foto alweer snel bij wie ik hoor te zijn. Ik pak haar hand. Zij knijpt erin, drinkt wat nerveus uit een rietje van haar spa rood en haar blik valt maar heel vluchtig op mij, voordat ze wegkijkt. Ze had me vast gezien met Eke. En gezien hoe ik reageerde. Hoe zij reageerde. Het zou Kamila niet ontgaan zijn. Dat weet ik. Ik voel het nu ook terwijl ze m'n hand niet zomaar loslaat, alsof ze zich ervan wil verzekeren dat ik er echt ben en niet alweer met mijn aandacht ergens anders zit. Ik wil nog zeggen dat ik van haar houd. Maar doe het niet. Bang dat ze me niet gelooft. Niet omdat het niet waar is, maar juist omdat die woorden inmiddels in een werkelijkheid terecht zijn gekomen waarin alles ingewikkelder is geworden dan een simpele liefdesverklaring ooit zou moeten zijn.
''Zullen we even wandelen?'' stel ik dan maar voor. Het klinkt als een uitweg om haar te dumpen. Zoals in een spelshow waarin dames strijden om één man, en dus ook afvallen. Even praten. Dat kon nooit goed zijn. Maar ook nu voelt het misschien zo, maar is dat verre van mijn intentie. En zo hoog heb ik het ook weer niet in m'n bol dat ik denk dat ze om mij strijden. Ze strijden vooral met zichzelf. Over zichzelf. Dat is altijd het moeilijkste geweest aan alles wat wij deden. Niet de jaloezie. Niet de seks. Niet eens de geheimen. Maar de manier waarop iedereen voortdurend moest uitzoeken wie ze zelf wilden zijn binnen een situatie die nooit echt normaal was geweest.
Hand in hand lopen we langs het water. Het geluid van het feest weg. Die stilte, alleen het water, het is goddelijk. En dat met haar. Ik kan niet gelukkiger zijn dan nu. En toch kan ik dat amper tonen of uiten. Het is een pijnlijke constatering. Ik weet niet hoe ik dit moet breken. We zijn nu pas sinds lange tijd echt even samen. En het is maar een moment. Wellicht lag daar het probleem, en was het zo simpel. Ik hoopte het maar. Misschien waren we zo gewend geraakt aan het delen van ons leven met anderen dat we vergeten waren hoe het voelde om gewoon samen te zijn. Zonder publiek. Zonder verwachtingen. Zonder dat er iemand anders tussen ons in stond, al was het maar in gedachten.
''Ze neemt te veel risico,'' zegt ze.
We hadden niks gezegd nog. Dit was het eerste wat Kamila zei.
Om mij te beschermen.
Dat wist ik.
Een waarschuwing.
En het zou niet de eerste zijn die ze me zou geven.
Ik hum. Ik was het ook eens met haar. Stoppen leek geen optie. Ook vanavond niet. Ik was voorzichtig. Dat wel.
''Ze blijft maar naar je kijken. Of naar je zoeken als je er niet bent. En als ze je ziet, straalt ze. Het valt te veel op.''
Hier blijkt maar weer hoe erg Kamila zich bezighoudt met dit hele gedoe. Geobsedeerd, zou je denken. Toch klinkt ze niet verwijtend. Al wil ze dat misschien wel. Ze klinkt moe. Ze is het zat. Ergens. Iets. Dit. Mij? Ik weet het niet. Misschien weet zij het zelf niet eens precies meer. Misschien is vermoeidheid soms gewoon het eindpunt van jarenlang begrijpen, accepteren, slikken en opnieuw proberen te begrijpen.
''Dit kan niet goed blijven gaan,'' zegt ze even later, alsof ze het hoopt.
Ik grinnik.
Ik lach het weg.
Maar ze lacht niet terug.
We staan voor het water. Ze kijkt de duisternis in die boven het kabbelende water is getrokken. Handen nog steeds vast. Ze knijpt in de mijne, als ze vermoedt dat ik wil loslaten. Maar ik wil haar niet loslaten. Dat is juist het probleem. Misschien wel het grootste probleem van allemaal. Niet dat ik mensen kwijt wil. Maar dat ik ze juist allemaal vast wil houden.
Ze zucht een keer diep. Echt vermoeid. Ik voel het. Ik zie het nu ook. Niet eens wat er speelt tussen mij en Eke. Maar al die jaren. Jaren vol liefde en passie. Maar er was dus ook altijd een zekere onvoorspelbaarheid in onze relatie. Daar dreven we op. Maar het had z'n sporen nagelaten. Dingen hoeven niet kapot te zijn om zwaar te worden. Soms is jarenlang dragen al voldoende. En ineens zie ik dat gewicht in haar terug. Niet in haar woorden, maar in de manier waarop ze stilvalt tussen die woorden door.
Dan kijkt ze me even aan. Een glimlach. Maar vaal.
''Misschien moet ik jullie nog wat meer ruimte geven,'' zegt ze onverwachts.
Het klinkt bijna als een oplossing.
Maar voor wat?
En voor wie?
Dit voelt eerder als een waarschuwing.
Elise is iemand geworden waar ik alles bij kwijt kan. Iemand die me begrijpt. Iemand die alles vanaf dag één heeft meegemaakt, hier op Ameland en daarbuiten. Er zijn maar weinig mensen die mijn leven zo volledig hebben zien ontvouwen als zij. Niet alleen de mooie stukken, niet alleen de momenten waarop alles vanzelf leek te gaan, maar ook de fouten, de omwegen en alle keuzes waarvan we pas jaren later konden beoordelen of ze verstandig waren geweest.
''Gek om hier weer te zijn,'' zegt ze terwijl ze rondkijkt. ''Ook weer niet zo veel veranderd,'' herinnert ze zich de tijden dat ze hier werkte. Een bijbaantje. Naast haar leven niks doen op Ameland. Waar ze werkte met Eke. Waar ik kwam kijken als ik niet bezig was met de winkel. Niet vaak genoeg. In een tijd dat ik dacht dat ze van me hield en ik van haar. De herinneringen hangen hier nog steeds een beetje in de lucht. Niet zichtbaar, maar wel voelbaar. Alsof iedere hoek van deze strandtent nog weet wie we toen waren.
En nu zitten we even in een hoekje wat te drinken. Kamila buiten met wat dames van de kerk in gesprek. We zien elkaar. Maar niet echt meer.
Ik en Elise wel. Hier begonnen. Maar nu hielden we pas van elkaar. Ja, leg dat maar uit. Als iemand mij had gevraagd hoe dat mogelijk was, had ik daar waarschijnlijk geen goed antwoord op gehad. Sommige gevoelens hebben jaren nodig om hun definitieve vorm te vinden. Misschien was dit daar één van.
Ze zucht. Kijkt dan naar me totdat ik terug kijk. M'n hand ligt op tafel en zij klopt er even met de hare op.
''Het valt niet mee, hè,'' zegt ze alleen.
Het klinkt als een grap. Dus ik lach. Gevoel voor humor had ze wel. Altijd al gehad, al was het vaak wrang en duister. Juist daarom weet ik niet direct hoe serieus ik haar moet nemen. Met Elise zat er vaak een waarheid verstopt achter een grap en een grap verstopt achter een waarheid.
''Denk vaak dat het mijn schuld is,'' zegt ze dan.
Haar hand alweer terug. Haar stem trilt een beetje. Dat had ik niet verwacht. Niks aan dit gesprek, overigens. De avond wel. De locatie misschien ook. Maar niet dit gesprek. Niet van haar. Elise was meestal degene die dingen juist kleiner maakte dan ze waren.
''Jouw schuld? Ik weet niet wat precies. Maar lijkt me niet. Jij doet altijd alles goed,'' zeg ik, met mijn duistere humor.
En zij lacht.
Ik schuif iets naar haar toe. Niet te close om vreemd te zijn.
''Je bent er nog,'' zeg ik. ''Dus je doet iets goed.''
Ik zeg het en kijk naar haar zodat ze wel moet voelen wat dat daadwerkelijk voor mij betekent. Ze glimlacht terug. Pakt dan toch even mijn hand, die ik bewust onder tafel leg.
''Ik hou van je,'' zegt ze zonder geluid, vlug zodat niemand het ziet.
Ik geef alleen een erkennende dubbele knipoog terug.
''Deed ik altijd al. En als ik daarnaar gehandeld had, was het anders gelopen. Dat weet ik zeker. Daar heb ik spijt van.''
Het is een constatering. Er zit emotie achter, maar dat wil ze echt niet laten zien. Ze brengt het alsof ze een feit benoemt, maar ik hoor meer dan dat. Ik hoor jaren aan gedachten die blijkbaar nooit helemaal verdwenen zijn.
''Kom je nú mee,'' lach ik weer.
Altijd maar lachen. Dan hoef je niet te huilen.
Vaak genoeg meegemaakt dat ik dacht: ik kan wel janken. Zeker met Elise.
Ze haalt haar schouders op na mijn woorden.
''Ik zie gewoon steeds meer wat voor effect mijn keuzen van toen hebben. Wie er allemaal betrokken zijn. En dat de enige persoon waar ik van hou, het daardoor steeds moeilijker krijgt.''
Ze is duidelijk voorbereid gekomen. Dit speelt al langer. En nu uit ze het. Op deze viering van een huwelijk wat op papier wel bestaat, maar feitelijk niet. Misschien juist daarom. Omdat iedereen vanavond bezig is met terugkijken. Met keuzes. Met wat er geworden is van plannen die ooit vanzelfsprekend leken.
Ze kijkt weg. Denkt na. Aan toen? Zij en ik samen hier op Ameland. Jong. Onwetend. Man, wat was ik onwetend. Maar alles vergeven. Niks vergeten. Geen wrok. Ik hou oprecht van Elise en ze is me nog altijd ontzettend dierbaar. Dat besef is in de loop der jaren alleen maar sterker geworden. Niet ondanks alles wat er gebeurd is, maar misschien juist daardoor.
En na het gesprek van Kamila zojuist zet mij dit extra aan het denken. Had Elise toen alleen voor mij gekozen, zonder het hele vreemdgaan met die zwarte jongens per se, had Kamila waarschijnlijk nooit op m'n pad gekomen. Niet op deze manier. Dan had ik nooit de vrijheden ontdekt die toen met haar kwamen. Die het vreemdgaan van Elise moesten compenseren. En dat ook ruimschoots hadden gedaan. Laten we eerlijk wezen.
Dus ik snap Elise.
Maar het kon niet voorkomen worden.
Het speelde al voordat wij verkering kregen.
Toen had ze het moeten stoppen.
Toen wist ze niet dat ik meer voor haar ging betekenen.
Zo gaan die dingen.
Ja, wat als?
Daar heb ik er ondertussen duizend van.
Met Elise, met Kamila, met Eke...
En de rest natuurlijk ook.
Want uiteindelijk bestaat mijn leven voor een groot deel uit kruispunten waar ik ook een andere afslag had kunnen nemen. Soms vraag ik me af hoe dat eruit had gezien. Meestal ben ik verstandig genoeg om daar niet te lang bij stil te staan.
En Willemijn?
Die komt bij ons zitten, terwijl ik en Elise in stilte beseffen wat er zojuist gezegd is, onze vingers verstrengeld onder tafel. Wat een vreemde avond.
Ze kwam wat melden.
''Ik wilde jullie eigenlijk zeggen dat ik na het weekend iets anders ga doen,'' gooit ze meteen op tafel.
We kijken haar verbaasd aan.
''Had een tijdje terug gekeken naar studeren in het buitenland. En vanaf het volgende semester zit ik in Londen.''
Ze zegt het alsof we het er al honderd keer over gehad hadden. Uiteraard hadden we het wel eens over de toekomst gehad. Maar nooit zo concreet. Ze lijkt opgelucht. Al kost het haar moeite. Alsof ze dit nieuws al een tijd met zich meedraagt en nu eindelijk hardop uitspreekt. Niet omdat ze twijfelt aan haar keuze, maar omdat ze weet dat het uitspreken ervan het moment is waarop het echt wordt.
''Okay,'' zeg ik verbaasd.
Elise schudt even haar hoofd, maar knuffelt haar dan snel.
''Wat goed van je,'' meent ze.
Wellicht wist Elise al wel meer. Dat maakte niet uit. Het paste ook wel bij haar. Elise zag tegenwoordig juis vaak dingen aankomen die de rest van ons volledig verrasten. Misschien omdat ze beter luisterde. Misschien omdat mensen zich sneller aan haar toevertrouwden.
''Kamila wil ik het zo nog vertellen. Dus zeg maar even niks.''
Ik knik.
Ik ben verbazingwekkend rustig.
Ze gaat gewoon weg.
Ik gun het haar.
Maar ik mis haar nu al.
''Champagne?'' vraagt Elise, en staat al op.
''Roep ik Kamila gelijk,'' stelt ze voor.
Willemijn knikt onzeker. Alsof ze niet blij mag zijn voor zichzelf. Alsof ze zich bijna schuldig voelt omdat ze iets voor zichzelf kiest. Dat was ook altijd een beetje Willemijn geweest. Eerst denken aan iedereen om haar heen en pas daarna aan zichzelf.
En dan zitten we even alleen.
''Is wat,'' zeg ik alleen.
''Tja,'' zegt zij alleen.
Even kijken we allebei naar buiten, naar de mensen op het terras die geen idee hebben dat er aan deze tafel zojuist iets is veranderd. Voor hen is het gewoon een jubileumfeest. Voor ons voelt het ineens alsof er een nieuw hoofdstuk begint.
''Ben blij voor je. Echt,'' moet ik even zeggen.
Dat lucht pas echt op.
''Je hebt zoveel voor me gedaan. Meer dan je weet,'' zegt ze snel.
''Jullie allemaal,'' lacht ze.
Ik lach.
''Deed het graag,'' merk ik een beetje dubbelzinnig op.
Het later echt vieren in bed, zou mooi zijn. Maar iets aan deze avond zorgt ervoor dat dat niet klopt. Alsof de sfeer van vanavond zich daartegen verzet. Alsof sommige gesprekken belangrijker zijn dan de vanzelfsprekendheden waar we normaal gesproken op terugvallen.
Ze kijkt naar Kamila die met Elise meegelopen is naar de bar. Dan ziet ze Eke naast Bert staan.
''Grappig,'' zegt ze.
''Zo heb ik ons wel eens zien staan.''
Eke en Bert lachen om iets. Willemijn weet niet beter. Tuurlijk zag ze Eke wel eens ongelukkig. Maar ze weet niet van de affaire die ik met Eke onderhoud, al jaren. Extra wrang dus. Want ze ziet een gelukkig stel wat hun trouwen viert. Een stel dat precies lijkt te zijn waar een jubileumfeest voor bedoeld is. Ze ziet de buitenkant. Net als bijna iedereen hier.
''Jij en ik? Zo?'' lach ik Willemijn tegemoet die op de plek van Elise is gaan zitten.
Ze lacht verlegen, bloost zelfs.
''Stom hè. Maar je was m'n eerste. Dus moest dat ook wel volgens de regels,'' grapt ze, maar meent ze ergens ook.
De avond wordt gekker en gekker. Vier vrouwen. En de enige die echt de mijne zou moeten zijn, voelt dat nu het minst. Die gedachte schiet door me heen voordat ik hem kan tegenhouden. Misschien omdat ik vanavond voortdurend geconfronteerd word met alles wat had kunnen zijn, alles wat geworden is en alles wat nog steeds voortduurt.
''Maar goed. Tijd om verder te gaan,'' zegt ze er dan alweer over, en er echt mee zitten doet ze verder niet.
Geen illusies.
Willemijn is gewoon Willemijn.
Zorgeloos.
Zo maar laten.
Al zouden haar woorden nog lang door mijn hoofd blijven gonzen. Niet omdat ze zwaar waren uitgesproken, maar juist omdat ze dat niet waren. Soms blijven de lichtste opmerkingen het langst hangen.
Dan zitten we even later weer met vier. Kamila is ook blij. Verrast, maar blij. En als Eke ons ziet, komt ze ook verhaal halen. Eke wist op haar beurt ook niet alles wat wij met Willemijn deden. Dus ook zij is gewoon blij voor haar vriendin. Even lijkt iedereen oprecht gelukkig voor iemand anders, zonder verborgen agenda's, zonder ingewikkelde gevoelens en zonder de ballast die de rest van de avond met zich meedraagt.
Zo werd het toch nog een feestje.
Ik keek naar de vier.
En ook ik was op een vreemde manier blij.
Al voelde ik dat er nog meer te gebeuren stond.
Het feest was weer op gang gekomen nadat Willemijn haar nieuws had verteld, en terwijl er werd gelachen, champagne werd ingeschonken en mensen af en aan liepen tussen het terras en de strandtent, leek het bijna alsof er niets veranderd was, alsof er niet zojuist iemand had aangekondigd dat ze een nieuw leven ging beginnen en daarmee ongemerkt iets in beweging had gezet bij iedereen die het had gehoord.
Ik stond buiten toen Kamila naast me kwam staan. Niet dicht tegen me aan, maar ook niet ver weg. Gewoon naast me. Zoals alleen zij dat kon, op een manier die tegelijkertijd vanzelfsprekend en betekenisvol voelde.
We keken een tijdje zwijgend naar het water, terwijl de lucht boven zee nog steeds donkerder was dan het land en aan de horizon een laatste strook blauwgrijs licht hing die maar niet wilde verdwijnen, alsof ook die avond moeite had om los te laten wat geweest was.
''Willemijn doet het ten minste,'' zegt ze uiteindelijk.
Ik kijk haar even aan.
''Wat?'' Ze haalt haar schouders op.
''Gewoon.'' Ze kijkt naar de zee.
''Weggaan.'' Even stilte, terwijl de wind zacht langs ons heen trekt. ''Iets nieuws beginnen.''
Ik knik. Dat snapte ik wel.
''Ja.'' Kamila glimlacht. Maar er zit weinig vreugde in die glimlach, alsof de gedachte haar meer aan het denken zet dan dat ze haar blij maakt.
''Dapper eigenlijk.'' Ik zeg niets. Want dat is het. Willemijn was altijd degene geweest die bleef, degene die aanschoof, die meeging en die zich aanpaste aan de groep in plaats van andersom, waardoor niemand ooit had verwacht dat juist zij degene zou zijn die als eerste echt iets achter zich zou laten. En nu vertrok juist zij. Voor het eerst.
''We worden oud, hè,'' zegt Kamila dan.
Ik lach.
''Valt wel mee.'' Ze kijkt me aan.
''Lucas.'' Ik lach niet meer.
Want ik hoor het aan haar stem.
Ze bedoelt het. Niet oud als in versleten. Niet oud als in bejaard. Gewoon oud genoeg om te beseffen dat sommige dingen niet meer vanzelf komen, dat sommige keuzes niet eindeloos uitgesteld kunnen worden en dat sommige deuren niet eeuwig open blijven staan, hoe graag je dat soms ook zou willen geloven.
''Ik dacht altijd dat dertig heel volwassen zou voelen.'' Ik grinnik.
''En?'' Ze haalt haar schouders op.
''Voelt nog steeds alsof ik maar wat doe.'' Daar moet ik om lachen. Zij niet. Niet echt. Ze kijkt weer naar zee.
''Die twee van Eke worden straks dertien.'' Ik knik.
''Ja.'' Meer zeg ik niet. Omdat ik voel waar dit naartoe gaat, nog voordat ze het daadwerkelijk uitspreekt. Kamila kijkt nog steeds niet naar me.
''Dat blijft gek.'' Ik slik. Zij ook. Er valt een stilte die veel langer duurt dan prettig is, een stilte waarin alle gedachten die we liever vermijden toch langzaam naar boven komen.
''We kunnen nog steeds...'' begin ik. Maar ik maak mijn zin niet af. Omdat ik niet weet hoe die zin eindigt. Omdat ik niet eens zeker weet wat ik eigenlijk wilde zeggen.
Kamila kijkt eindelijk opzij. Niet boos. Niet eens verdrietig. Alleen moe.
''Nee.'' Dat ene woord is genoeg. Geen discussie. Geen uitleg. Gewoon nee. We weten allebei wat ze bedoelt.
Niet meer zoals vroeger. Niet meer zoals het had gekund. Niet meer zonder dat het voelt alsof we iets proberen in te halen wat al lang voorbij is en nooit meer helemaal terugkomt.
Ik voel hoe haar hand de mijne zoekt. En weer vasthoudt. Alsof ze me tegelijkertijd vast wil houden en los wil laten, alsof ze zelf ook niet weet welke van die twee dingen uiteindelijk het zwaarst weegt.
''Weet je wat het gekke is?'' vraagt ze. Ik schud mijn hoofd.
''Ik heb er nooit spijt van gehad.'' Dat verrast me.
''Waarvan?''
''Van mijn keuzes.'' Ze kijkt naar haar vingers die tussen de mijne liggen.
''Geen huwelijk.'' Stilte die zich tussen ons nestelt. ''Geen kinderen.'' Nog een stilte. ''Niet normaal doen.'' Ik glimlach flauwtjes.
''Normaal doen klinkt verschrikkelijk.'' Voor het eerst lacht ze even mee. Maar het verdwijnt snel weer, alsof het lachen haar slechts heel even wist af te leiden.
''Dat bedoel ik niet.'' Dan zucht ze diep.
''Ik heb er geen spijt van.'' Ze slikt.
''Maar ik vraag me steeds vaker af of jij dat niet zou moeten hebben.'' Dat komt binnen. Hard. Ik trek mijn wenkbrauwen op.
''Waar heb je het over?'' Kamila antwoordt niet direct. Ze kijkt naar het feest achter ons. Naar de strandtent. Naar de mensen. Naar het leven dat zich daar afspeelt, met alle keuzes, toevalligheden en gevolgen die daarbij horen.
''Als ik je nu vraag nooit meer naar Ameland te gaan...'' Ze draait haar hoofd naar me toe.
''Doe je dat dan?'' Ik hoef niet na te denken. Niet eens een beetje.
''Ja.'' Meteen. Volledig vanzelf. Alsof er geen ander antwoord mogelijk is. En precies dat antwoord doet iets met haar. Ik zie het. Ze sluit haar ogen. Heel even. Alsof ze iets bevestigd krijgt waar ze al jaren bang voor was en waarvan ze hoopte dat het niet waar zou zijn.
''Zie je nou?'' Ik begrijp haar niet.
''Wat?'' Ze kijkt me aan.
En voor het eerst vanavond zie ik tranen.
Niet veel. Maar genoeg.
''Dat bedoel ik.'' Ik zwijg.
''Je doet het weer.''
''Kamila...'' Ze schudt haar hoofd. Niet boos. Niet verwijtend. Gewoon vastbesloten om eindelijk uit te spreken wat al jaren ergens in haar zit en waar ze blijkbaar niet langer omheen kan.
''Je hebt het altijd gedaan.'' Ik wil antwoorden. Maar ik weet niet wat.
''Geen huwelijk.'' Ze kijkt naar me.
''Prima.''
''Geen kinderen.'' Ze knikt.
''Prima.''
''Open relaties.'' Weer een knik.
''Prima.''
''Andere mensen.'' Nog een knik.
''Prima.'' Ze glimlacht verdrietig.
''Alles wat ik wilde.'' Ik voel iets onaangenaams in mijn maag ontstaan. Omdat ik begin te begrijpen waar ze naartoe wil, en omdat ik niet zeker weet of ik haar ongelijk kan geven.
''Ik dacht altijd dat jij hetzelfde wilde als ik.'' Stilte. Alleen het water. Alleen de wind. Alleen de muziek van het feest in de verte die af en toe onze kant op waait.
''Maar volgens mij wilde jij gewoon mij.'' Ik kijk weg. Niet omdat ik het niet wil horen. Maar omdat ik niet weet of ik het kan ontkennen. Want natuurlijk wilde ik haar. Dat was altijd waar geweest. Vanaf het begin. Misschien wel meer waar dan alles wat daarna kwam, meer waar dan alle afspraken, overtuigingen en keuzes die we onderweg hadden gemaakt.
''Kamila...''
Meer krijg ik niet gezegd. Ze kijkt naar de strandtent. Naar Eke, die ergens tussen de gasten staat. Naar Bert. Naar hun gezin. Naar alles wat daar achter schuilgaat en naar alles wat dat vertegenwoordigt.
''Ik kijk naar Eke.'' Ze slikt.
''Ik kijk naar die kinderen.'' Ik zeg niets.
''Ik kijk naar wat jullie van elkaar wilden.'' Weer stilte. Langer nu. Pijnlijker.
''En ik denk steeds vaker...'' Haar stem breekt. Voor het eerst. Echt.
''Dat jij beter af was geweest zonder mij.'' Mijn hart slaat een slag over. Niet omdat ze over Eke begint. Niet omdat ze over kinderen begint. Niet omdat ze over Ameland begint. Maar omdat dit Kamila is. De vrouw die altijd zeker wist wat ze wilde. De vrouw die altijd sterker leek dan iedereen om haar heen. En die nu voor het eerst klinkt alsof ze zichzelf niet meer gelooft, alsof zelfs haar eigen zekerheden langzaam beginnen af te brokkelen.
''Nee,'' zeg ik onmiddellijk. Ze glimlacht verdrietig. Alsof ze dat antwoord al verwacht had.
''Zie je?'' fluistert ze.
''Zelfs nu doe je het weer.'' En ineens begrijp ik dat dit nooit over Eke is gegaan. Nooit over Ameland. Nooit over kinderen. Dit gaat over haar. Over de angst dat de man van wie ze houdt al die jaren iets voor haar heeft opgegeven wat hij eigenlijk had moeten houden, en dat hij dat misschien zo vanzelfsprekend heeft gedaan dat hij het zelf niet eens meer ziet.
En voor het eerst sinds ik haar ken weet ik niet hoe ik haar ervan moet overtuigen dat ze ongelijk heeft, omdat ik niet zeker weet of woorden alleen nog voldoende zijn om dat gevoel bij haar weg te nemen.
Die avond zal niemand van ons vergeten. Maar we moesten door. Hoe zwaar sommige gesprekken ook waren geweest, hoeveel zekerheden er die avond ook waren afgebrokkeld en hoeveel vragen er uiteindelijk onbeantwoord waren gebleven, het leven had zich daar niets van aangetrokken. Het ging verder. Altijd. Dat was misschien wel de belangrijkste les die we in al die jaren hadden geleerd. Mensen veranderen. Relaties veranderen. Liefdes veranderen. Maar de tijd wacht op niemand.
Ik weet nog dat ik vroeger dacht dat liefde een keuze was. Dan dacht ik weer dat het een gevoel was. Daarna dacht ik dat het vrijheid was. Of trouw. Of seks. Of opoffering. Of gewoon geluk hebben. In verschillende fases van mijn leven heb ik al die definities wel eens voor waar aangenomen. Soms een paar maanden. Soms een paar jaar. Vaak tot het leven weer iets nieuws op mijn pad bracht waardoor ik opnieuw moest nadenken over wat liefde eigenlijk betekende.
Ik heb er jarenlang naar gezocht. In Kamila. In Eke. In alles wat ik dacht nodig te hebben. In alles wat ik dacht te missen. En misschien had ik op een bepaalde manier ook gelijk. Want ik heb van ze gehouden. Van allemaal. Op mijn eigen manier. Met alles wat daarbij hoorde. Met alle fouten ook. Niet half. Niet voorzichtig. Niet onder voorbehoud. Ik heb liefgehad zoals ik leefde: rommelig, overtuigd, twijfelend, hartstochtelijk en soms veel te ingewikkeld.
Ik kijk om me heen. De woonkamer staat vol dozen. De helft is nog niet uitgepakt. Ergens boven hoor ik een kastdeur dichtslaan. Het huis ruikt nog nieuw. Naar verf. Naar karton. Naar een plek die nog moet uitgroeien tot een thuis. Overal staan stapels boeken, losse lampen, gereedschap en dingen waarvan we allebei zeker weten dat we ze nodig hebben, maar waarvan geen van ons nog weet waar ze uiteindelijk moeten komen.
''Lucas!'' klinkt het door het huis.
Ik glimlach. ''Ja?''
''Als ik nog één doos met drank tegenkom, ga ik alsnog in Londen wonen.'' hoor ik haar. ''Ik sjouw me kapot...'' daarna wat zachter.
Daar moet ik om lachen. Zes maanden geleden zei ze precies hetzelfde. Dan trok ze wel in bij Willemijn. Toen geloofde ik haar niet. Nu nog steeds niet. Sommige dreigementen verliezen hun kracht doordat ze te vaak worden herhaald. Of misschien juist doordat degene die ze uitspreekt ondertussen veel te dierbaar is geworden om ze serieus te nemen.
Ik loop naar de trap en blijf halverwege even staan. Elise verschijnt bovenaan. Verf op haar handen. Haar haar in een rommelige knot. Geïrriteerd omdat een kast niet doet wat een kast hoort te doen. Ze heeft een veeg witte verf op haar wang die ze zelf nog niet heeft opgemerkt en kijkt alsof die kast persoonlijk iets heeft misdaan.
En mooier dan ooit.
Niet omdat ze veranderd is. Maar omdat ik eindelijk zie wie er al die tijd voor me stond. Niet Kamila. Niet Eke. Niet Willemijn. Niet Ameland. Niet het verleden. Gewoon Elise.
De vrouw die bleef. De vrouw die alles zag. De vrouw die iedere versie van mij heeft gekend.
De goede. De slechte. En alles daartussen.
Ze was erbij toen ik dacht alles te begrijpen. Ze was erbij toen ik alles kwijt leek te raken. Ze was erbij tijdens de fouten die ik maakte en tijdens de keuzes waarvan ik jarenlang niet wist of ze juist waren geweest. En ergens onderweg, zonder dat ik het direct doorhad, werd haar aanwezigheid iets wat niet meer weg te denken was uit mijn leven.
Ze kijkt me vragend aan.
''Nou?'' Ik haal mijn schouders op.
''Ik hou van je.'' Ze rolt met haar ogen.
''Dat weet ik.'' En terwijl ze zich alweer omdraait richting die vervelende drankkast, besef ik dat dat misschien wel het mooiste antwoord is dat ik ooit gekregen heb. Niet omdat het groots is. Niet omdat het romantisch klinkt. Maar juist omdat er geen twijfel meer in zit. Geen onzekerheid. Geen behoefte aan bevestiging.
Omdat ze het niet meer hoeft te vragen.
Omdat ik het niet meer hoef te bewijzen.
Omdat we eindelijk gestopt zijn met zoeken.
En omdat sommige mensen niet de liefde van je leven worden op het moment dat je ze ontmoet. Sommige mensen worden dat pas nadat je samen een heel leven hebt doorgemaakt. Niet in één groot beslissend moment, maar langzaam, tussen alle fouten, omwegen, afscheidsscènes, tweede kansen en jaren die voorbijgaan. Soms blijkt de liefde van je leven niet degene voor wie je alles op het spel zette, maar degene die al die tijd bleef staan terwijl jij nog bezig was uit te zoeken wie je eigenlijk was.
Je vraagt je misschien af wat er gebeurd is met Kamila. Dat is iets wat ik mezelf soms ook nog afvraag. Ik had het niet zien aankomen. Ik was blind. Het ging niet zozeer om Eke, maar om het idee van Eke en wat zij mij had willen bieden. Kamila had me dat al veel eerder afgenomen. Zo zag zij het. En dat kon ze niet meer loslaten, tot een punt waarop het haar verscheurde en mij niet meer onder ogen kon komen. Was ik dan zomaar doorgegaan? Nee. Absoluut niet. Het duurde even voordat de breuk compleet was. Toen beslisten we dat het beter was om even niks meer tegen elkaar te zeggen, omdat het alleen maar erger werd hoe meer we zeiden. Op dit moment is er even helemaal geen contact. Niet makkelijk. Zeker niet. Elise heeft wel wat contact. Ze laat me soms chatjes zien en foto's. Kamila in Rockanje, of in Frankrijk. Dan ben ik gewoon blij dat ik iets van haar zie of lees.
Ik en Elise vonden elkaar weer. Dat ging bijna vanzelf. Ze was de enige die ook nu nog bleef. Het was opeens zo duidelijk. Kamila voelde zich niet eens verraden. Ze leek eerder opgelucht. Alsof ze een fout van vijftien jaar terug zo had goedgezet. Zo makkelijk was het natuurlijk niet. Daarvoor waren er te veel herinneringen, te veel jaren en te veel liefde geweest. Maar ergens zat er wel iets van rust in haar reactie. Alsof een puzzelstuk dat jarenlang verkeerd had gelegen eindelijk op de juiste plek terechtkwam.
Daarnaast was er nog Eke. Of beter gezegd; niet meer. Niet meer naast ons. Die is getrouwd met Bert. Weer een halfjaar langer. Bert weet nog steeds niks. Voor zover ik weet is Eke weer alleen. Het huisje op Ameland stond te koop. Dat van mij. Niet dat van haar. Het was zij die niet meer door wilde toen ik zei dat Kamila en ik uit elkaar waren. Ik was ook niet gekomen met de intentie door te gaan met de affaire. Ik was overal klaar mee op dat moment. Ik had een klap in m'n gezicht gekregen. Een realitycheck. Wat een debiel was ik om haar dit aan te doen. Dus toen zij meteen zei dat dit niet door kon gaan, waren we het snel eens. Ook dit ging niet makkelijk. Maar het moest. Zij ongelukkig. Dat was haar keuze geweest. Daar voelde ik mij niet meer schuldig om. Nooit meer. Hard, maar zo zat het nu eenmaal. Misschien was dat uiteindelijk ook de enige juiste afloop. Jarenlang hadden we vastgehouden aan iets waarvan we allebei wisten dat het nergens heen kon. Op het moment dat het wel ergens heen leek te kunnen, wilden we het allebei niet meer.
Direct na die avond van hun trouwfeest gebeurde er van alles. Geen heerlijke seksuele afsluiting om het afscheid van Willemijn compleet te maken. Veel, lange en zware gesprekken. Tussen vooral mij en Kamila. Zo nu en dan een ander die zich er even mee bemoeide. Uitgeblust. Moe. Eerst alleen Kamila. Daarna ik ook, toen ik merkte dat het inderdaad allemaal voor niks leek te zijn. Kamila kon het gevoel niet losschudden mij van alles ontnomen te hebben. Hoe vaak ik ook zei dat ze me alleen maar dingen had gegeven. Maar ook hier gold: hoe vaker ik het zei, hoe minder het begon te betekenen. Uiteindelijk werden woorden een soort ruis. Ze hoorde ze nog wel, maar ze geloofde ze niet meer. We gingen terug naar Rockanje. We namen afscheid van Willemijn. En daarna van elkaar. Voor nu. Dat leek ons het beste. Zo geschiedde dat.
En dus Elise. Logisch? Handig? Verstandig? Eerst niet. Niet meteen. Kamila ging naar Frankrijk, ik bleef in Rockanje met Elise. Het was vooral praten. Maar ook wel weer snel intimiteit, natuurlijk. En die intimiteit was heel anders. Opeens. Het was echt geen masterplan van Elise waardoor ze nu alsnog had gekregen wat ze wilde. Integendeel. Daarom voelde het goed. En dat voor iedereen. Ook voor Kamila, had ze op een gegeven moment gezegd. Er was toch al niks normaals aan ons. Dus dit klopte ergens wel. Of zo. Dit verhaal leek vooral over Eke te gaan, over Ameland en het effect op mijn relatie met Kamila. Dat was ook zo. Daarvoor speelde zich zoveel meer af. Na Rotterdam. Met Elise. Depressies, ruzies, vrijsessies. Met en zonder Kamila. En ze bleef. Ze kwam altijd snel terug. En de laatste jaren zonder gezeik. Eindelijk volwassen. Allebei. Snappend wat het verleden betekende. Elkaar totaal in waarde latend. Zelfs toen ik Eke liet vreemdgaan. Toch wilde ze mij nog steeds. Toch begonnen zij en ik opnieuw. In een stadje onder de rook van Rotterdam, waar we beiden zijn opgegroeid. Dicht bij haar familie. Dat wilde ze graag. In Dordrecht hadden ze een distilleerderij. Daar vond ik werk. Normaal werk. In wat al m'n hobby was.
Dan rest er nog één vraag. De belangrijkste die mijn toekomst bepaalt. Had Kamila gelijk? Ik wilde van niet. Maar het bleek wel zo te zijn. Want, geloof het of niet, ik was nu gelukkig. Met Elise. Met een normaal leven. Normaal werk. Omringd door normale mensen. Goed, geen kinderen. Dat kon niet meer. Maar ik zit er wel over te denken Elise ten huwelijk te vragen. Ik wacht er nog heel even mee. Niet omdat het moet of omdat ik dat per se wilde. Maar het idee vult me met vlinders alsof ik een verliefde tiener ben. Een kleine hint had ik al eens gegeven. Haar ogen lichtten meteen op. Maar we zijn net verhuisd. Oude zaken worden nog afgehandeld. En dan kunnen we echt verder. In een rijtjeshuis. In bevolkt gebied. En toch was ik gelukkig. Misschien juist daarom. Omdat ik er zo lang van overtuigd was geweest dat geluk ingewikkeld moest zijn.
Maar wellicht brandt er nog een vraag. Hoe zit het met de seks? Neem ik genoegen met één vrouw? Kan Lucas dat dan? Daar verbaasde ik mezelf misschien ook wel. Al zorgt Elise er wel voor dat ik niks tekortkom, geleerd van de beste; Kamila. Geen vrijheden dan meer? Nee. Het is niet nodig. Al betekent dat niet dat we dat niet willen of nog gaan doen. Maar beperkter. We willen nog een keer op bezoek bij Willemijn. Dan zien we wel. En Hyun woont ook hier in de buurt. Alleen. Echt uitgesproken hadden we het nog niet, maar het leek logisch dat we het eens over vroeger zouden hebben als ze bij ons was. En dan zou zomaar van het een het ander kunnen gebeuren. Maar het verschil met vroeger was misschien wel dat ik het niet meer nodig had. Het bepaalde mijn geluk niet meer.
Dus was dit gepland? Nee, verre van. Geloof me. Niks aan dit was gepland. Ben ik tevreden? Het kan eigenlijk niet beter. Hoe wrang en egoïstisch dat ook klinkt. Misschien had Kamila uiteindelijk toch gelijk. Misschien wilde ik al die jaren niet hetzelfde als zij. Misschien wilde ik gewoon haar. En misschien moest ik haar verliezen om eindelijk te begrijpen wat ze me al die tijd probeerde te vertellen.
Was dit het dan? Ja, ik denk het wel. Er zijn nog verhalen te vertellen die naar dit punt geleid hebben. Zoals het verhaal van Eke op Ameland dat ook was. En hoe we er over tien jaar bijzitten? Ja, dat weet niemand, toch. Maar ik heb een gevoel dat Elise hoe dan ook nog aan mijn zijde staat. Het begon met haar. Ik eindig bij haar...
*
*
Beste Lezers,
Zoals Lucas het al zei, niks aan dit was zo gepland. En toch voelt het alsof dit het juiste einde is. Klaar voor het vervolg? Ik nog niet. Ik zou graag willen schijven hoe Lucas en Elise samen gelukkig worden, maar na deze reeks voelt dat als te abrupt. Deze reeks is bewust met grote sprongen geschreven. Om een nieuw eindeloos verhaal te voorkomen. Dat er nog het een en ander openligt, lijkt me logisch. En mag ook helemaal door jullie zelf ingevuld worden.
Ik zou graag willen schrijven hoe het leven van Lucas eruitzag in diezelfde periode buiten Ameland. Hij en Kamila in Frankrijk. Het vervolg na Rotterdam in Rockanje met Elise, Hyun en Sophia. Allemaal concepten die ik deels voor me heb liggen.
Maar ik denk dat ik Lucas heel even zijn rust gun. En daarbij ook mijzelf.
Ik hoop dat jullie genoten hebben van dit verhaal, met wat minder seks en wat meer drama. Ik wel. En wie weet tot snel!
Groet,
Jefferson
Er zijn nog geen trefwoorden voor dit verhaal. Welke trefwoorden passen volgens jou bij dit verhaal?
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10


