
De koude lucht van de kerk streek langs haar blote dijen als een verboden hand. Ze had het grote crucifix van het zijaltaar losgemaakt – het zilveren corpus van Christus, koud en glanzend, met de doornenkroon en de gespannen spieren van de lijdende Heer – en ze had het tussen haar benen gebracht.
Haar schaamhaar, donker en krullend als mos in een vochtig bos, was nat van haar eigen geil. De lippen van haar scheur, gezwollen en rood als rijpe bramen na een storm, weken uiteen onder haar trillende vingers.
Langzaam, met een zucht die klonk als een biecht die nooit zou worden uitgesproken, duwde ze het koude metaal van het kruis in haar natte, geile kut. Het voelde aan als een zwaard van ijs in een oven van vlees. De figuur van Christus verdween stukje bij beetje, het hoofd, de borst, de heupen, tot alleen de dwarsbalk nog zichtbaar was tussen haar harige schaamlippen. Ze bewoog het heen en weer, langzaam eerst, toen sneller, dieper, haar heupen die meedeinden als een boot op een woeste zee.
Haar sappen, dik en helder en geurig als de honing van verboden bloemen, liepen langs de steel naar beneden, dropen op de stenen vloer, maakten donkere vlekken als bloed van een martelaar. Haar clitoris, hard en gezwollen als een kleine, vurige bes, wreef tegen het metaal. Haar tepels, onder de stof van het habijt, stonden strak als twee kleine, pijnlijke stenen. ‘Vergeef me, Heer,’ fluisterde ze, maar haar stem beefde van lust, niet van berouw. ‘Neem mijn zonde… vul me… vul me helemaal…’
Haar ogen waren half gesloten, haar mond open, haar tong die langs haar lippen gleed. Ze dacht aan jaren van vasten, van nachtelijke gebeden, van dromen waarin engelen met harde lichamen kwamen en haar vulden met iets dat geen genade was maar vuur. Het crucifix bewoog sneller nu, in en uit, in en uit, het natte geluid van vlees en metaal echode zacht in de lege kerk, vermengd met haar hijgende adem. Haar dijen trilden. Haar kut klemde zich om het kruis als een hongerige mond. Haar reet, strak en onberoerd onder haar billen, trok samen in sympathie. Ze was dichtbij, zo dichtbij, de golf die opkwam uit haar onderbuik, uit haar ziel, uit de diepe put van alles wat ze had onderdrukt…
Toen klonk het geluid van de zware kerkdeur. Voetstappen op de stenen. Stemmen, laag en vermoeid na een lange avond van vergadering en gebed. Zes paters, terugkerend voor de laatste controle van de kerk voordat ze naar hun cellen gingen.
Pater Augustinus, de oudste, met zijn lange witte baard als sneeuw op een berg en ogen die al decennia de zonde hadden gezien maar er nooit aan hadden toegegeven. Pater Benedictus, breedgeschouderd, met een gezicht als een gebeeldhouwde apostel en handen die nog roken naar de aarde van de kloostertuin. Pater Clemens, jonger, mager, met een nerveuze trek om zijn mond en een lul die al jaren onder zijn pij brandde van onvervulde dromen.
Pater Dominicus, kaal als een ei, met een buik die rond was van het goede eten en een stem die preekte over kuisheid terwijl zijn ballen zwaar waren van zaad. Pater Elias, met een donkere baard en ogen als kolen, die ’s nachts in zijn cel lag te woelen met zijn hand om zijn dikke, geaderde pik. En pater Franciscus, de jongste, bijna nog een jongen, met een glad gezicht en een lul die bij de minste wind al halfstijf werd.
Ze kwamen binnen, hun zwarte gewaden ritselend als vleugels van raven, en ze zagen haar.
Het moment hing in de lucht als een zwaard. Moeder overste verstijfde, het crucifix nog half in haar natte scheur, haar vingers eromheen geklemd, haar sappen die nog droopten. De paters stonden als versteend. Hun ogen gingen wijd open. De geur van haar opwinding – zoet, scherp, dierlijk – sloeg hen in het gezicht, sterker dan de wierook. Augustinus’ mond viel open. ‘Moeder overste… in
Gods naam… wat… wat is dit voor heiligschennis?’
Maar zijn stem beefde. En onder zijn pij, in de diepte van zijn onderbroek, begon iets te groeien. Een dikke, zware lul die jarenlang had geslapen onder lagen van gebed en vasten, maar nu wakker werd bij de aanblik van die harige, geopende kut, het heilige kruis dat daaruit stak als een godslasterlijke fallus, het natte haar, de trillende dijen, de gezwollen lippen die het metaal omklemden.
Benedictus slikte. Zijn hand ging onwillekeurig naar zijn kruis. Clemens’ gezicht werd rood, toen wit, toen rood weer. Dominicus mompelde iets over de duivel, maar zijn ogen bleven vastgenageld aan de plek waar het crucifix in en uit bewoog in die natte scheur. Elias ademde zwaar door zijn neus. Franciscus, de jongste, had al een zichtbare bobbel in zijn pij, zijn mond droog, zijn hart bonzend als een hamer op een aambeeld.
Moeder overste keek hen aan. Er was geen schaamte meer in haar ogen, alleen een diepe, hongerige glans. Ze trok het crucifix er langzaam uit. Het metaal glansde nat van haar geil. Ze hield het even omhoog, liet het druppelen, en legde het toen naast zich op de bank. Haar scheur bleef openstaan, rood en nat en hongerig, het haar eromheen kleverig, haar clitoris nog kloppend. ‘Ik ben zwak,’ zei ze met een stem die laag en heet was. ‘De duivel heeft me in mijn dromen bezocht… en ik heb hem binnengelaten. Straf me… of red me… zoals jullie willen.’
Augustinus was de eerste die zijn pij openschoof. Zijn lul kwam tevoorschijn, dik en oud en geaderd, de eikel paars en glanzend van voorvocht, de ballen zwaar en vol. ‘Dit is geen straf,’ gromde hij. ‘Dit is genade… genade door het vlees.’ Hij stapte naar voren, tilde haar benen hoger, en duwde zonder aarzelen zijn dikke pik in haar natte, geopende kut. Ze kreunde luid, haar stem echode tegen de gewelven.
Het voelde als een vuist die haar vulde, warm en hard en levend na het koude metaal. Hij stootte diep, tot zijn ballen tegen haar harige bilnaad sloegen, en begon te neuken met de ritme van een man die jaren had gewacht. In en uit, in en uit, het natte geluid van vlees op vlees vulde de kerk, vermengd met haar hijgen en zijn lage gegrom.
De anderen kwamen in beweging als een kudde die eindelijk de dam doorbreekt. Benedictus trok zijn pij open, zijn lul was langer en dunner, maar stijf als een staaf, en hij duwde hem tegen haar mond. Ze opende haar lippen gretig en zoog hem naar binnen, haar tong die cirkelde om de eikel, proevend aan het zoute voorvocht. ‘God… zo zoet de zonde,’ mompelde hij, zijn handen in haar haar.
Clemens, bevend, tilde haar billen iets op en duwde zijn vingers eerst in haar reet, die strak was en warm. Hij spuugde erop, masseerde het speeksel in, en duwde toen zijn pik – korter maar dik – langzaam in haar anus. Ze kreunde om de dubbele vulling, haar lichaam dat zich spande en toen ontspande, de pijn die omsloeg in een diepe, donkere wellust. ‘Ja… ja… vul alle gaten… vul me helemaal…’
Dominicus klom op de bank, zijn buik trillend, en wreef zijn dikke lul tussen haar borsten, die hij had blootgetrokken. Hij kneedde het zachte vlees, zijn pik die heen en weer gleed in het dal tussen haar tieten, terwijl hij haar tepels kneep tot ze pijn deden en genot gaven.
Elias en Franciscus wachtten niet. Elias duwde zijn baardige gezicht tussen haar benen en likte aan haar clitoris terwijl Augustinus haar nog neukte, zijn tong die proefde aan het mengsel van haar sappen en het zweet van de oude pater. Franciscus, de jongste, nam haar hand en legde die om zijn pik, liet haar aftrekken terwijl hij haar gezicht kuste, zijn tong diep in haar mond die nog vol was van Benedictus’ lul.
En zo begon de nacht die geen einde leek te kennen.
Augustinus neukte haar kut met lange, diepe stoten, zijn oude lichaam dat beefde van inspanning, zijn baard die tegen haar buik streek. ‘Neem het… neem het zaad van de Heer… laat het je vullen…’ Hij kwam met een schreeuw, zijn pik die diep in haar schoot spoot, het warme zaad dat haar vulde, dat naar buiten droop rond zijn schacht terwijl hij nog stootte. Ze voelde het, heet en dik, en ze kwam tegelijk, haar kut die samentrok om hem, haar kreten gesmoord door de pik in haar mond.
Benedictus volgde snel, zijn lul die in haar keel schoot, het zaad dat direct in haar maag stroomde, ze slikte het door met gulzige slokken, tranen van inspanning in haar ogen, maar haar hand die naar meer zocht.
Clemens, nog in haar reet, stootte sneller, zijn handen die haar billen spreidden, en hij kwam met een rauwe kreet, het zaad dat diep in haar darm spoot, warm en plakkerig, dat later zou uitlekken als een zondige doop.
Dominicus spoot over haar borsten, het witte zaad dat in dikke stralen over haar tepels en buik spatte, dat hij met zijn pik uitsmeerde over haar huid.
Elias likte haar clitoris tot ze weer kwam, haar lichaam schokkend, terwijl Franciscus in haar hand klaarkwam, het zaad dat tussen haar vingers droop.
Maar het was nog maar het begin.
Ze tilden haar op, legden haar op het altaar als een offerande. Haar habijt was nu een hoop gescheurde stof om haar middel. Haar lichaam glom van zweet en zaad. Augustinus, nog halfstijf, duwde zijn pik weer in haar mond terwijl Benedictus haar kut nam, nu nog natter en wijder van het eerste zaad. Clemens en Dominicus wisselden om haar reet, die al losser was, die gaping stond na het eerste gebruik. Elias en Franciscus hielden haar benen wijd, keken toe hoe de anderen haar gebruikten, hun eigen lullen weer hard wordend bij de aanblik.
‘Kijk hoe ze het neemt,’ gromde Elias. ‘De moeder overste… de bruid van Christus… nu de bruid van ons allemaal.’
Ze neukten haar in golven. Eerst één voor één, dan twee tegelijk – Benedictus in haar kut, Clemens in haar reet, terwijl ze Augustinus’ lul zoog. Haar lichaam werd heen en weer geschud, haar borsten die op en neer gingen, haar buik die licht bol stond van de diepe penetraties. Het natte geluid van pikken die in natte gaten stootten vulde de kerk, vermengd met haar kreten die nu geen woorden meer waren maar pure, dierlijke geluiden van lust.
‘Harder… dieper… gebruik me… maak me helemaal vuil…’
Ze draaiden haar om, legden haar op handen en knieën op de bank. Franciscus kroop onder haar en liet haar op zijn pik zakken, haar kut die hem opslokte tot aan zijn ballen. Augustinus nam haar van achteren in de reet, zijn dikke lul die langzaam haar al gebruikte opening weer oprekte.
Ze was vol, dubbel gevuld, de twee pikken die alleen een dun vliesje van haar scheidden, die tegen elkaar aan stootten door haar vlees. Ze schreeuwde het uit, een lang, schor geluid dat opsteeg naar het gewelf als een misplaatst alleluia. Benedictus en Elias wachtten niet; ze duwden hun lullen tegen haar mond, wisselden elkaar af in haar keel, terwijl Dominicus en Clemens hun pikken in haar handen legden en zich lieten aftrekken.
Het zaad vloeide. Ze slikte wat door, maar veel droop uit haar mondhoeken, langs haar kin op haar borsten. Uit haar kut en reet droop een mengsel van zaad en haar eigen sappen, dikke witte en transparante draden die langs haar dijen liepen en op de vloer dropen. Ze kwamen keer op keer, de paters die elkaar aflosten als beesten aan een trog.
Hun lullen werden nooit echt slap; na een korte pauze, waarin ze haar likten of met vingers vulden of het zaad uitsmeerden over haar lichaam, werden ze weer hard en namen ze haar opnieuw.
Op een gegeven moment lag ze op haar rug op de altaartafel, haar hoofd over de rand hangend zodat Franciscus haar keel kon neuken, diep en ritmisch, zijn ballen die tegen haar neus sloegen. Augustinus neukte haar kut met lange halen. Benedictus en Clemens hielden haar benen wijd en wisselden om haar reet. Dominicus en Elias stonden aan weerszijden en wreven hun pikken over haar borsten en gezicht, spootten kleine stralen zaad over haar huid terwijl de anderen haar vulden.
Haar lichaam was een landschap van lust geworden. Haar kut, harig en rood en gapend, stond wijd open na al het gebruik, de lippen gezwollen, het binnenste roze en nat en vol zaad dat er uit droop als een rivier. Haar reet, ooit strak, was nu een losse, kloppende opening die alles opnam wat ze haar gaven, het zaad dat er later uit zou sijpelen als een zondige wijding.
Haar mond was rood en gezwollen van de pikken, haar keel rauw van het diepe neuken. Haar borsten waren bedekt met zaad en speeksel en zweet, de tepels hard en gevoelig. Haar buik en dijen glommen. Haar hele lichaam rook naar seks – naar zaad en kut en zweet en wierook die zich vermengden tot een nieuwe, verboden wierook.
En nog was het niet genoeg.
Ze rustten even, de paters die hijgend om haar heen zaten, hun lullen halfslap maar nog druipend, hun gezichten rood en bezweet, hun baarden en kale hoofden glanzend. Moeder overste lag daar, haar borst die op en neer ging, haar ogen glazig van uitputting en extase. Maar toen ze haar vingers naar haar eigen kut bracht en het zaad dat er uit droop uitsmeerde over haar clitoris, begonnen de lullen weer te stijgen.
‘Nog een keer,’ fluisterde ze. ‘Neem me nog een keer… maak me helemaal leeg…’
En ze deden het. Deze keer langzamer, dieper, meer genietend van elke stoot. Ze legden haar op de vloer tussen de banken, op een deken die ze hadden gepakt. Augustinus nam haar kut in de missionarispositie, zijn oude lichaam zwaar op haar, zijn baard die haar gezicht kietelde terwijl hij haar kuste met een mond die naar zaad smaakte.
Benedictus lag naast haar en liet haar zijn lul aftrekken. Clemens nam haar reet van opzij. De anderen wachtten hun beurt af, likten aan haar tepels, duwden vingers in haar mond, smeerden zaad over haar huid.
Ze kwam weer, en weer, haar orgasmes die door haar lichaam rolden als golven die nooit ophielden. Haar kut trok samen om de pikken, haar reet kneep, haar keel slikte. Het zaad stroomde weer in haar, over haar, in dikke lagen die haar lichaam bedekten als een tweede huid van zonde.
Tegen de ochtend, toen het eerste grauwe licht door de gekleurde ramen viel, lag ze daar uitgeput, haar lichaam een puinhoop van lust. Haar kut en reet stonden wijd open, rood en gezwollen en druipend van het zaad dat er nog uit sijpelde. Haar gezicht, haar borsten, haar buik, haar dijen – overal zat het zaad, droog geworden in witte korsten of nog nat en plakkerig.
Haar haar was verward, haar habijt onherkenbaar. Ze ademde langzaam, een glimlach om haar lippen die zowel zalig als goddeloos was.
De zes paters stonden om haar heen, hun pij weer dicht, maar hun gezichten getekend door wat ze hadden gedaan. Hun lullen waren eindelijk slap, hun ballen leeg.
Ze keken naar elkaar, naar haar, naar de kerk die getuige was geweest – de stenen die het natte geluid van hun neuken hadden weerkaatst, de heiligenbeelden die met blinde ogen hadden toegekeken, het altaar dat nu bevlekt was met zaad en zweet en sappen.
Augustinus boog zich voorover en raapte het crucifix op, dat nog nat was van haar eerste geil. Hij veegde het af aan haar dij en legde het terug op het altaar. ‘Dit blijft tussen ons,’ zei hij hees. ‘Wat hier is gebeurd… is tussen ons en God.’
Moeder overste opende haar ogen. ‘God heeft het gezien,’ fluisterde ze. ‘En Hij heeft het laten gebeuren.’ Ze stak een hand uit en raakte Augustinus’ pij aan, waar onder de stof nog een laatste, zwakke beweging was. ‘En het zal weer gebeuren. Vannacht… en de volgende… en de volgende.’
De paters keken elkaar aan. Er was geen ontkenning meer. Alleen de wetenschap dat de kerk nooit meer hetzelfde zou zijn. Dat de moeder overste nooit meer alleen zou bidden in de nacht. Dat de zes geile paters haar zouden blijven gebruiken – in alle gaten, op alle manieren, tot hun lullen niet meer konden en haar lichaam een tempel van zonde was geworden.
Buiten ging de zon op, de klokken zouden straks luiden voor de mis. Binnen, in de schemering van de kerk, lag de moeder overste nog even, haar vingers die loom door het zaad op haar buik streken, haar scheur die nog nasamentrok van de herinnering aan alle pikken die haar hadden gevuld.
En diep in haar hart, onder de lagen van uitputting en zaad, brandde alweer een nieuw vuur. Een vuur dat alleen gedoofd kon worden door meer – meer vlees, meer zaad, meer van deze nachtelijke rituelen die geen gebed waren maar een andere vorm van aanbidding.
De zes paters liepen langzaam naar de uitgang, hun stappen zwaar. Maar ze wisten het alle zes: deze nacht was niet het einde. Het was het begin van iets groters, iets donkerders, iets dat hen zou blijven roepen uit hun cellen, uit hun gebeden, terug naar deze kerk, naar deze vrouw, naar deze wellust die sterker was dan elk geloof.
En moeder overste, liggend op de koude stenen tussen de banken, glimlachte in haar eentje naar de gewelven.
‘Amen,’ fluisterde ze.
En de kerk zweeg, maar het zwegen was nu gevuld met de echo van stoten, van kreten, van zaad dat droop, en van een honger die nooit meer zou worden gestild.




