Astrid en Peter vertrokken die ochtend later dan gepland uit Veghel. Het was al warm, een van die plakkerige junidagen waarop de lucht zwaar aanvoelt en alles langzamer lijkt te gaan. Astrid had een los, kort jurkje aangetrokken, iets luchtigs met dunne bandjes dat ze normaal alleen in de tuin droeg. Het viel net over haar billen, en als ze zich bewoog, verraadde de stof precies genoeg. Haar lange, donkere haar had ze los laten hangen; het plakte al licht in haar nek.
Peter droeg een simpele korte broek en een poloshirt, zijn kortgeknipte grijszwarte haar netjes in model, het ringbaardje verzorgd. Onder die kleren waren ze allebei kaalgeschoren, zoals altijd wanneer ze elkaar zagen. Een stilzwijgende afspraak, praktisch.
Ze hadden het afgesproken: deze keer geen seks. Eens iets anders. Een uitstapje naar dat verlaten sanatorium in Stoumont, in de Ardennen. Peter had het voorgesteld na een van hun gebruikelijke avonden, toen Astrid weer had gezegd dat ze “meer” wilde. Meer dan alleen dat lichaam, meer dan dat knipperlicht waarin hij altijd weer terugkwam als hij behoefte had. Ze had geknikt, bijna opgelucht. “Eindelijk iets normaals,” had ze gezegd.
Tijdens de eerste drie kwartier van de rit praatten ze over koetjes en kalfjes. De file bij Eindhoven, de nieuwe buren van Astrid in Berlicum, een documentaire over een of andere sekte die ze allebei toevallig hadden gezien. Peter hield één hand op het stuur, de andere regelmatig op haar blote knie.
Niet opdringerig, gewoon genoeg om te voelen hoe warm haar huid was. Astrid liet het toe, maar keek vooral naar buiten, naar de voorbijglijdende weilanden die langzaam heuvelachtiger werden na Maastricht.
“Het schijnt dat daar vroeger rijke tuberculosepatiënten naartoe gingen,” zei ze op een gegeven moment, terwijl ze op haar telefoon keek. “Mensen met geld, die hoopten op genezing in de frisse lucht. Ironisch, hè? Nu is het een ruïne.”
Peter knikte. “Klinkt als een goeie plek om even uit de dagelijkse sleur te stappen.” In zijn hoofd dacht hij iets anders. Hij dacht aan hoe ze er naakt uit zou zien tegen die vervallen muren. Aan hoe ze altijd net deed alsof ze weerstand bood, maar uiteindelijk toch meeging. Die tegenstrijdigheid wond hem op, al jaren. Vijftigers waren ze, allebei. Te oud om nog te doen alsof dit iets anders was dan wat het was, en toch deden ze het.
De spanning begon subtiel, ergens halverwege de rit. Astrid schoof iets onderuit in haar stoel, het jurkje kroop een paar centimeter hoger. Peter zag het vanuit zijn ooghoek. Hij liet zijn hand iets verder glijden, over de binnenkant van haar dij. Ze legde haar hand erop, niet om hem weg te duwen, maar om hem daar te houden. “We hadden toch afgesproken,” zei ze zacht, met die lichte, ironische toon die ze altijd gebruikte als ze zichzelf moest overtuigen.
“Dit is nog geen seks,” antwoordde hij. “Dit is gewoon rijden.” Zijn vingers streelden loom, niet te veel, net genoeg om haar adem iets te laten veranderen. Ze zwegen een tijdje. De hitte in de auto nam toe. Astrid’s wangen kleurden licht. Ze deed haar benen iets uit elkaar, bijna onbewust, en sloot ze toen weer.
Peter glimlachte in zichzelf. Dit was het spel dat hij kende: zij zocht “meer”, hij zocht ontlading, en ergens daartussen balanceerden ze altijd op het randje.
In Luik stopten ze kort voor koffie en een broodje. Buiten de auto was het nog warmer. Astrid leunde tegen de motorkap terwijl ze at, haar jurkje plakte licht aan haar rug. Peter keek naar haar slanke figuur, de lijn van haar schouders, de manier waarop haar lange haar over één schouder viel. Ze was nog steeds aantrekkelijk, op die scherpe, bijna kwetsbare manier. Hij voelde zichzelf hard worden onder zijn losse broek en draaide zich iets weg zodat ze het niet zag. Nog niet.
De laatste twintig minuten van de rit was de lucht geladen. Astrid praatte over haar werk, over hoe ze zich soms leeg voelde na al die jaren van relaties die nergens toe leidden. Peter humde instemmend, maar zijn gedachten waren elders. Bij haar kale kutje, dat hij al zo vaak had gevoeld. Bij hoe nat ze werd, hoe strak ze om hem sloot, ondanks al haar woorden over diepgang.
Het sanatorium doemde op als een spook uit een andere tijd. Een groot, grijs gebouw half overwoekerd door klimop, ramen ingegooid of dichtgetimmerd, de oprit vol onkruid. Ze parkeerden in de schaduw van een paar hoge bomen. Toen ze uitstapten, sloeg de hitte hen in het gezicht. Astrid trok haar jurkje iets recht, maar het hielp weinig. Ze liepen naar binnen door een kapot hek, glas en steentjes knerpten onder hun schoenen.
Binnen was het schemerig en iets koeler, maar de lucht was zwaar van stof en vocht. Lange gangen met afgebladderde tegels, kamers met roestige bedden, oude badkuipen vol bladeren. Astrid liep voorop. Ze wees dingen aan: een oude muurschildering van een landschap, een kapotte kroonluchter die nog half aan het plafond hing, een zaal met uitzicht op het verwilderde park. “Stel je voor dat hier mensen lagen te sterven, terwijl ze dachten dat ze beter zouden worden,” zei ze. Haar stem echode. Ze probeerde het interessant te maken, cultureel, alsof dit het “meer” was waar ze naar zocht.
Peter liep achter haar, zijn ogen op haar benen gericht. Hoe ze bewoog. Hoe het jurkje af en toe opwaaide als ze over een drempel stapte. In een kleinere kamer, vroeger misschien een behandelruimte, bleef ze staan bij een groot raam zonder glas. Ze leunde voorover op de vensterbank, keek naar buiten.
Haar billen duwden licht tegen de stof. Peter kwam dichterbij. Hij rook haar: zweet, een vleugje van haar parfum, en daaronder iets anders. Opwinding.
Hij legde zijn handen op haar heupen. “Mooi uitzicht,” mompelde hij.
“Peter...” Haar stem klonk waarschuwend, maar ze bewoog niet weg. Zijn vingers gleden onder de zoom van het jurkje. Ze droeg niets eronder. Natuurlijk niet. Hij voelde de warmte, de lichte vochtigheidsgraad die al aanwezig was. “We zouden toch...”
“Dit is toch iets anders,” zei hij zacht, zijn mond bij haar oor. “Een verlaten sanatorium. Geen hotelbed, geen slaapkamer. Dit telt niet echt.” Zijn vingers vonden haar gleuf. Ze was nat. Sletterig nat, zoals hij het in gedachten noemde. Ze zuchtte, een mengeling van ergernis en overgave. Haar lichaam kende hem te goed.
Hij duwde het jurkje langzaam omhoog tot over haar heupen. Haar slanke, bleke billen kwamen bloot. Peter liet zijn broek zakken. Zijn pik was hard, kloppend van de hele rit, van alle opgekropte spanning. Hij wreef hem langzaam langs haar natte lippen, plaagde haar, liet haar voelen hoe dichtbij hij was.
Astrid greep de vensterbank steviger vast. Haar lange haar viel naar voren. Ze zei niets meer, maar haar heupen duwden licht naar achteren.
De eerste stoot was langzaam, bijna tergend. Hij gleed naar binnen in haar strakke, warme gleuf, voelde hoe ze hem omsloot. Astrid kreunde zacht, een geluid dat verloren ging in de echo van de lege zaal. Peter pakte haar heupen vast en begon te bewegen, eerst rustig, genietend van elke centimeter. De hitte, de verlatenheid, het besef dat ze hier stonden als twee vijftigers die deden alsof ze boven hun driften stonden – het maakte het intenser.
Hij boog zich over haar heen, een hand gleed onder haar jurkje naar haar borst, de andere tussen haar benen. Hij streelde haar clit terwijl hij dieper stootte.
Astrid’s ademhaling werd onregelmatig. Ze probeerde nog één keer iets te zeggen, iets over “dit is niet wat ik wilde”, maar het kwam eruit als een kreun.
Haar lichaam verraadde haar. Ze werd natter, haar gleuf trok zich samen om hem heen.
De spanning bouwde zich op in golven. Peter vertraagde af en toe, trok zich bijna helemaal terug, om dan weer hard toe te stoten. Hij wilde dat het duurde.
Hij wilde haar horen breken. Buiten tsjirpten insecten, binnen echoden alleen hun lichamen. Uiteindelijk kon hij niet meer. Hij greep haar lange haar vast, trok haar hoofd iets naar achteren en stootte hard en diep. Een, twee, drie keer. Toen spoot hij zijn zak leeg, schokkend, met een lage grom, diep in haar sletterige, natte, strakke gleuf. Astrid kwam tegelijk, haar lichaam schokte, een zachte, bijna verontwaardigde kreet ontsnapte aan haar lippen.
Ze bleven even zo staan, hij nog in haar, zijn zaad dat langzaam uit haar begon te lopen langs haar dij. De hitte van de dag leek plotseling zwaarder.
Astrid draaide haar hoofd iets. Haar stem was hees. “Dit was... niet de bedoeling.”
Peter trok zich terug, trok zijn broek omhoog en veegde een zweetdruppel van zijn voorhoofd. Hij glimlachte vaag, bijna verontschuldigend, maar niet echt. “Toch wel,” zei hij. “Dit is precies wat we altijd doen.”
Ze liepen zwijgend terug naar de auto. De rit naar huis zou langer duren dan twee uur. En ergens onderweg zou Astrid weer beginnen over “meer”. Maar voorlopig was ze gevuld, en de dag had precies gebracht wat hij altijd bracht. Niets meer, niets minder.