
Hendrik kijkt. Dat is wat hij doet, de laatste jaren. Kijken naar buiten, naar het leven dat voorbijtrekt zonder hem. Sinds Margaretha is overleden—kanker, zo snel, zo wreed—heeft het huis een holle resonantie gekregen. Haar parfumfles staat nog op de badkamerplank, haar handdoek hangt nog aan de haak. Hij kan het niet weggooien, want hij wil er de geur van ruiken, zijn neus die het herkent, net als zijn hersenen die het herinneren en vasthouden als een waardevol sieraad. Dus zit hij hier, op deze veranda, en kijkt naar de straat, wat er passeert.
Hij observeert de vrouwen die voorbijlopen. Buurvrouw Jansen, vijftig, met haar hond. Niets dat hem doet opveren, doet meesleuren in een waan om voor te leven. Mevrouw De Vries, de weduwe van nummer veertien, die hem vorig jaar heeft bezocht onder het mom van koffie en met haar hand over zijn kruis heeft gewreven als een vogel die tegen een raam tikt, hopend op een teken van leven, een binnenkomst. Niets. Zijn lul was toen zo slap gebleven als een oude worst in de koelkast. Ze had het geprobeerd, knijpend met haar vingers, haar lippen samengeperst van concentratie, maar er was geen reactie gekomen. Geen bloed, geen zucht, geen enkele stijfheid. Ze vertrok met een geforceerd lachje, en hij schaamde zich zonder precies te weten waarom.
Maar dan—dan komen de jonge meisjes. achttien, negentien jaar. Studentes, dochters van buren, meisjes in zomerjurkjes die over hun dijen wapperen als vlaggen van een land dat hij nooit zal bezoeken. En dan—dan gebeurt het. Dan voelt hij het, die oude, vertrouwde trek in zijn onderbuik, het zware pulseren van bloed dat ergens vandaan komt, uit reserves die hij niet wist te bezitten. Zijn pik wordt stijf, huizenhoog, een paal die tegen zijn broekspijp duwt en pijn doet en hem herinnert aan wie of wat hij ooit was.
Hendrik heeft zichzelf leren rukken in de stilte van zijn slaapkamer, zijn dikke lul in zijn vuist, denkend aan de benen van dat ene meisje dat gisteren op de fiets voorbijkwam, haar blote voeten op de pedalen, haar tenen gelakt in een kleur die hij niet kan benoemen. Hij kwam hard, altijd, het zaad spoot over zijn handen, over zijn buik, en daarna lag hij stil en voelde zich leeg en schuldig en levend. Maar hij had zoveel meer gewild, hij had willen genieten, het genot willen beleven van vroeger. Ja, vroeger, toen kon hij nog alles aan, als het moest deed hij het vier, vijf of misschien wel zes keer op een dag, maar nu niet meer.
Vandaag is het warm, warmer dan gewoonlijk voor juni. De lucht trilt boven het asfalt. Hendrik zit in zijn stoel en kijkt hoe de vrouwen voorbijlopen, hun zomerjurkjes kleven aan hun ruggen van transpiratie. Hij ziet een vrouw van zijn eigen leeftijd, haar hals gerimpeld onder de parelketting, en voelt niets. Dan een meisje—negentien misschien, donker haar, een jurkje dat haar knieën bloot laat—en hij voelt de stijfheid komen, ongewild, onstuitbaar, als een hond die hoort dat zijn baasje thuiskomt.
Hij zucht en verschuift in zijn stoel. De rotan kraakt onder zijn gewicht.
En dan—het geluid van een bal die tegen de heg stuitert, een zachte klap, gevolgd door voetstappen op het pad. Hendrik kijkt op. Hij ziet haar eerst niet, alleen de schaduw die over de tegels valt, dan het blonde haar dat als een vlag in de zon hangt.
"Hoi, Buurman!"
Haar stem is helder, ongecompliceerd, het accent van een meisje dat nog nooit iets heeft verloren dat ze niet kon vervangen. Hendrik staat op, zijn handen automatisch voor zijn kruis, waar het contour van zijn geslacht haar zou kunnen laten schrikken, en kijkt naar haar. Shirley, het buurmeisje, net achttien geworden, lang en slank met dat blonde haar dat tot halverwege haar rug valt in golven die eruitzien alsof ze er nooit iets aan doet. Ze draagt een witte short die haar benen tot aan haar heupen bloot laat, en een topje dat strak over haar borsten trekt—kleine, ronde borsten, de tepels zichtbaar tegen de stof, hard van de koelte in de schaduw of van iets anders. Geen bh, misschien is het er te warm voor of zijn de borstjes nog stevig genoeg van zichzelf.
"Mijn bal," zegt ze, en ze wijst naar de tuin, haar arm een lange lijn van schouder naar vingertop. "Ik heb 'm per ongeluk over de heg geschopt. Mag ik hem alstublieft terug?"
Hendrik voelt het meteen, dat verraderlijke, heerlijke, schandelijke stijven, bloed stromend naar zijn geslacht. Zijn pik reageert op haar stem, op de manier waarop haar tong haar tanden even raakt als ze de 'l' in 'alstublieft' uitspreekt. Hij wordt stijf, snel, volledig, zijn erectie duwt tegen de rits van zijn pantalon met een druk die grenst aan pijn.
"Kom binnen, meisje," zegt hij, en zijn stem klinkt schor, ongebruikt. "Dan gaan we hem zoeken in de tuin."
Hij draait zich om, te snel, zijn handen nu duidelijk voor zijn kruis, en leidt haar naar binnen. De deur valt achter hen dicht met een zachte klik die in zijn oren klinkt als een geweerschot. De hal is koel, donker na de felle zon, en hij ruikt haar meteen—zonnecrème, iets fruitigs, mango misschien, en daaronder de scherpere geur van jonge huid, van een jong meisje.
Shirley loopt voor hem uit, haar heupen wiegend in die witte short, haar blonde haar schommelt over haar rug. Hendrik kijkt naar de ronding van haar billen, de manier waarop de stof in haar bilnaad verdwijnt, en voelt zijn pik nog harder worden, een paal van vlees die nu duidelijk zichtbaar is onder de dunne stof van zijn pantalon. Hij houdt zijn handen ervoor, vingers gespreid, alsof ze iets kunnen verhullen, alsof ze het niet kan zien.
Ze stapt de tuin in, haar sandalen klakkend op de tegels, en kijkt om zich heen. De tuin is klein, netjes, te netjes—Margaretha's erfenis van ordelijkheid. Het gras is kort gemaaid, de borders zijn strak, en daar, bij de rozenstruik die Margaretha heeft geplant in het jaar van hun trouwen, ligt de bal. Een felgele tennisbal, absurd in al dat groen.
"Daar heb ik hem weer," zegt Shirley, en ze bukt, haar short strak over haar billen, en pakt de bal op. Ze draait zich om, gooit hem even op en vangt hem weer, een gebaar dat haar borsten doet wiegen onder het topje. "Ik zal oppassen dat ik hem niet weer over de heg schiet."
Ze lacht, en het is een lach die geen excuses maakt, die niet verontschuldigt voor het storen. Hendrik staat in de deuropening, zijn handen nog steeds voor zijn kruis, en voelt het bloed in zijn wangen branden. Hij wil iets zeggen—iets over het weer, over haar ouders, over de bal—maar zijn tong ligt zwaar in zijn mond.
Ze loopt naar hem toe, de bal in haar hand geklemd, en stopt. Haar ogen—blauw, zo licht dat ze bijna doorzichtig lijken—dwalen naar beneden, naar zijn handen, naar de ruimte daaronder waar zijn erectie een tent van stof heeft gespannen.
"Wouw," zegt ze. Het woord hangt in de lucht, een plonst in stil water. "U heeft een grote."
Hendrik wordt rood. Hij voelt het, de hitte die van zijn hals naar zijn kaken klimt, die zijn oren in brand zet. Zijn handen trillen lichtjes, nog steeds voor zijn kruis, alsof dat nog iets uitmaakt.
Shirley stopt. Ze zet een stap naar voren, dan nog een, tot ze dicht bij hem staat, dichter dan hij ooit bij een vrouw is geweest sinds de begrafenis. Ze kijkt naar zijn gezicht, naar zijn grijze haar, naar zijn ogen die iets vermijden, en dan weer naar beneden, naar zijn handen, naar wat ze niet kunnen verbergen.
"U bent blij me te zien, geloof ik," zegt ze, glimlachend, ondeugend. Haar stem is anders nu, lager, met een ondertoon die hij niet kan plaatsen. Brutaal, noemt hij het later, maar nu is het alleen maar nieuw, alleen maar iets dat hij niet verwacht had, dat hij nog niet kende.
Hendrik weet niet wat te doen. Hij staart naar haar, naar dit meisje dat hij heeft zien opgroeien, dat hij heeft zien fietsen met zijwieltjes, die nu voor hem staat met haar ogen op zijn erectie gericht. Hij wil weglopen, de deur achter zich dichtslaan, zich verstoppen in de slaapkamer waar Margaretha's parfum nog hangt. Maar hij doet het niet. Hij blijft staan, zijn handen trillen voor zijn kruis, en voelt hoe zijn pik klopt, hoe hij harder wordt van haar blik, van haar nabijheid.
"Gaat u maar zitten," zegt Shirley, en ze gebaart naar de woonkamer. "Ik kom ook even zitten."
Ze loopt langs hem heen, haar arm die zijn borst aanraakt, en hij voelt de aanraking als een elektrische schok. Hij volgt haar, automatisch, zijn benen bewegen zonder dat hij ze voelt bewegen. De woonkamer is schemerig, de gordijnen half dicht tegen de zon, en hij gaat zitten op de bank waar hij en Margaretha altijd hadden gezeten, waar zij altijd aan zijn zijde had gezeten, en nu zit hij hier met een stijve lul en een meisje van achttien dat hem aanstaart op enkele meters afstand.
Hij probeert zijn handen weg te halen, maar dat maakt het alleen maar erger. Zijn erectie is nu volledig zichtbaar, een kolom die tegen zijn rits duwt, de contouren duidelijk afgetekend onder de pantalon. De stof spant over de eikel, die hij voelt pulseren, die hij voelt kloppen in het ritme van zijn hart.
Shirley zit op de stoel tegenover hem, een stoel die Margaretha altijd had geclaimd als 'haar' stoel, en ze leunt voorover. Haar ogen zijn groot, nieuwsgierig, zonder de schaamte die hij zou verwachten. Ze kijkt naar zijn kruis, naar de tent in zijn broek, en haar tong veegt langzaam over haar onderlip, natmakend, glimmend in het schemerlicht.
"Mag ik hem zien?" vraagt ze.
Het woord hangt tussen hen, zwaar als vochtige lucht voor een onweer. Hendrik stamelt, zijn stem een vreemd geluid in zijn eigen oren: "Nee, meisje, nee, dat is verkeerd."
"Verkeerd?" Shirley staat op, een vloeiende beweging, en loopt naar hem toe. Haar sandalen klakken op de houten vloer, elk geluid een hartslag. "Hoezo verkeerd? Als ik het zo zie, wil die eruit. Die wil de openlucht in. U bent zo groot, enorm groot en stijf, Buurman."
Ze staat voor hem, haar benen tussen de zijne, en buigt zich voorover. Haar handen gaan naar zijn handen, die nog steeds zijn kruis beschermen, en ze duwt ze opzij. Niet hard, niet dwingend, maar vast, beslist. Hendrik laat het gebeuren. Hij laat zijn handen wegzakken, laat haar zien wat eronder zit, en voelt een mengeling van schaamte en opluchting die hem misselijk maakt.
Shirleys handen gaan naar zijn broek. Haar vingers vinden de rits, trekken hem omlaag, en dan—dan springt hij tevoorschijn, zijn pik, groot en dik en donker van het bloed, de eikel glimt van voorvocht dat er al uitloopt. Hij is groter dan hij ooit is geweest, harder, een paal van vlees die omhoog wijst naar zijn buik, de aderen zichtbaar als blauwe rivieren onder de huid.
"Hoe kunt u zo'n grote pik verborgen houden?" vraagt Shirley, en haar stem is nu ademloos, zonder het brutale van daarvoor. Ze kijkt naar hem, naar zijn ogen, en dan weer naar zijn pik, en haar handen—twee handen, ze heeft twee handen nodig—omvatten hem. Haar vingers sluiten er niet omheen, niet helemaal, en ze begint hem te strelen, langzaam, van basis tot top, haar duim over de eikel wrijvend.
Hendrik hijgt. Hij kan niet anders, de lucht komt schokkend zijn longen binnen, zijn borstkas zet uit onder zijn overhemd. Hij kijkt naar haar handen, naar haar kleine handen om zijn enorme pik, en voelt iets breken in hem, een dam die jaren geleden is opgebouwd.
"Goh," zegt Shirley, en ze kijkt hem aan, haar ogen groot, haar wangen roze geworden. "Wat is die mooi, zo groot, wilt u met me neuken?"
Hendrik ontkent, automatisch, de woorden die hij heeft geleerd, die hij zichzelf heeft voorgehouden: "Nee, nee." Maar zijn pik zegt iets anders. Zijn pik klopt in haar handen, wordt nog groter, nog harder, de eikel paars en glanzend van spanning. Hij wil haar, dat weet hij nu, dat heeft hij altijd gewild, in de diepste, donkerste hoek van zichzelf waar hij nooit komt.
Shirleys handen spelen met hem, strelend, knijpend, haar vingertoppen over zijn ballen die zwaar en vol aanvoelen. Ze doet haar bloesje open, een knoop, twee knopen, drie, en dan valt het open, ze toont wat eronder zit. Haar borsten, klein en rond, met tepels die stijf zijn, roze, opgericht. Ze zijn perfect, bedenkt Hendrik, perfect in hun onvolmaaktheid, niet de hangende borsten van een vrouw van zijn leeftijd maar de frisse, ferme borsten van een meisje dat net volwassen is.
"Kom maar, Buurman," zegt ze, en ze buigt zich naar hem toe, haar borsten in zijn gezicht. "Lik mijn tietjes."
Hij doet het. Hij weet niet waarom, of misschien weet hij het wel, maar hij buigt voorover en neemt een tepel in zijn mond. Hij zuigt, voorzichtig eerst, dan harder, en hij voelt haar handen in zijn haar, haar vingers die zich erin vastpakken, hem dichter tegen haar aan trekken. Ze smaakt naar zout, naar zonnecrème, naar iets zoeters dat hij niet kan benoemen. Hij laat de ene tepel los, gaat naar de andere, en hoort haar hijgen boven hem, een zacht, onderbroken geluid.
Ze kleedt zich verder uit, haar handen die haar short omlaag duwen, haar slipje—aangenaam verrassend, een string, roze, bijna niets verbergend—en dan staat ze naakt voor hem, haar lichaam een lange witte lijn in het schemerlicht. Hendrik kijkt naar haar kale kutje, naar de pluk blonde haren die erboven zit, naar de spleet die glimt van vocht. Ze is nat, ziet hij, nat van dit, van hem, van wat ze doen, van het kijken naar zijn grote pik.
Ze helpt hem uit zijn kleren, haar handen die zijn overhemd openscheuren—knopen vliegen, er is geen tijd voor voorzichtigheid—en dan zijn broek, zijn onderbroek, en dan zitten ze naakt op de bank, twee lichamen die niets met elkaar, of juist wel, misschien hebben ze allebei het verlangen naar dit, naar wat er nu staat te gebeuren.
Shirley gaat op haar knieën voor hem zitten, tussen zijn benen, en haar tong komt naar buiten, roze en nat. Ze likt langs zijn eikel, van onder naar boven, en hij voelt de warmte, de natheid, de druk. "Oh, lekker?," mompelt ze, en ze kijkt naar hem op, haar ogen glinsteren. "Ik proef al voorvocht, lekker!"
Ze komt tegen hem aanzitten, haar lichaam langs het zijne, haar huid koel tegen zijn warmte. Ze zoent hem, eerst voorzichtig, haar lippen op de zijne, en dan met tong, diep, haar mond opent, haar tong die zijn mond binnengaat en erin zoekt. Hendrik reageert, zijn handen die haar grijpen, haar billen omvatten, die rond en stevig aanvoelen in zijn handpalmen.
"Ik wil hem voelen, Buurman," fluistert ze tegen zijn lippen, haar adem heet en vochtig. "Je moet me neuken met die grote pik, ik wil het, ik wil hem diep, diep in me."
Het woord—neuken—klinkt vreemd in haar mond, te hard voor haar zachte stem, maar het doet iets met hem. Hendrik heeft het niet meer, de controle die hij zichzelf heeft voorgehouden, de afstand die hij heeft geprobeerd te bewaren. Hij wil haar, nu, hier, op deze bank waar Margaretha altijd had gezeten.
Hij duwt haar op haar rug, voorzichtig maar bewust, en ze laat het gebeuren, haar lichaam dat zich ontspant onder hem. Hij kust een pad langs haar hals, naar haar borsten, naar haar buik, en dan—dan is hij er, zijn gezicht tussen haar benen, de geur van haar opwinding, zoet en scherp tegelijk. Hij likt haar kale kutje, zijn tong die langs de spleet gaat, omhoog, naar het knopje dat er tussenuit steekt, hard en bloot, trillend als zijn tong dichterbij komt.
Shirley kreunt, een diep, dierlijk geluid, en haar heupen komen omhoog, tegen zijn mond. "Oh god," hijgt ze, "oh god, Buurman, dat is lekker. Lik me, bef me.”
Hij blijft likken, zijn tong die cirkels trekt, die in haar gaat, die haar proeft—zoet, iets zurigs, alles wat hij zich had voorgesteld en meer. Haar handen zijn in zijn haar, haar vingers die zich erin sluiten, haar handen die hem tegen haar aan houden. Hij voelt haar spannen, haar dijen die zich om zijn hoofd sluiten, en hij weet dat ze klaar is, dat ze meer wil, dat ze hem wil voelen.
Hij kruipt op haar, zijn lichaam dat het hare bedekt, zijn gewicht op zijn ellebogen. Zijn pik ligt tegen haar kutlippen, hard en heet, en hij duwt, voorzichtig, centimeter voor centimeter. Ze is strak, warmer dan hij verwacht had, en nat—god, wat is ze nat—en hij glijdt naar binnen, zijn pik die haar vult, die haar opent, die dieper gaat dan er ooit iets is geweest.
Hij houdt zich stil, boven haar, zijn ademhaling zwaar, zijn hart bonst tegen zijn ribben. Ze ligt onder hem, haar ogen half dicht, haar mond open, en dan—dan begint ze te bewegen. Haar heupen komen omhoog, zakken, komen weer omhoog, een ritme dat ze zelf bepaalt, dat hem verrast en opwindt. Ze berijdt hem, stoot haar kut tegen zijn pik, en hij voelt hoe ze hem omsluit, hoe haar kutje zich om hem heen sluit, binnentrekkend, levend.
Hij begint haar te neuken, hij kreunt diep, hij stoot zijn pik diep in haar. Het geluid van hun lichamen—vlees op vlees, nat op nat—vult de kamer, een nat, ritmisch geklap dat hij niet kan stoppen, dat hij niet wil stoppen. Shirley kreunt onder hem, haar handen op zijn rug, haar nagels die zich in zijn huid boren.
"U bent zo sterk," hijgt ze, "zo vast, zo... oh god..."
Haar stem breekt, wordt hoger, en hij voelt hoe ze zich spant, hoe haar kutje zich om hem heen sluit, duwend in een ritme dat hij herkent. Ze komt, hij voelt het, de golven die door haar lichaam gaan, haar dijen die trillen, haar ademhaling die stokt en dan explodeert ze in een kreet die door de kamer schalt, haar lichaam schokt en trilt, ze spuit vocht tegen zijn ballen, als de koeling van een zuiger.
Maar hij stopt niet. Hij kan niet stoppen. Hij neemt haar wilder, zijn heupen die tegen de hare slaan, zijn pik die diep in haar stoot, die haar vult, die haar gebruikt. Ze kreunt nu continu, een ononderbroken geluid van genot en iets dat op pijn lijkt maar het niet is, en hij voelt zijn eigen orgasme komen, die zware trek in zijn onderbuik, die onstuitbare opbouw.
"Ik ga komen," hijgt hij, "verdomme, ik ga spuiten."
Shirleys handen gaan naar zijn billen, trekken hem dieper, en ze fluistert in zijn oor, haar stem hees, verstikt: "Geen probleem. Spuit me vol. Ik ben aan de pil. Vul me helemaal."
Het is genoeg. Het is te veel. Hendrik komt, een explosie die vanuit zijn tenen komt, die door zijn lichaam raast, die zijn pik uit zijn lichaam lijkt te rukken. Hij spuit in haar, keer op keer, zijn zaad dat diep in haar gutst, dat haar vult, dat uit haar loopt en over zijn ballen druipt. Het is meer dan hij ooit heeft gespoten, meer dan hij wist dat hij kon, een stroom die maar niet stopt, het blijft komen.
En dan—dan is het stil. Hij ligt boven op haar, zijn gewicht op haar, zijn pik nog steeds diep in haar, nog steeds half stijf, omgeven door haar warmte. Ze ademen samen, zwaar, hun borstkassen die tegen elkaar drukken, hun huid die plakt van het zweet.
Ze blijven liggen. Een kwartier, misschien een half uur, misschien een uur—de tijd verliest betekenis. Hendrik voelt zijn pik zacht worden in haar, maar hij trekt hem er niet uit. Hij wil hier blijven, in dit moment, in dit meisje, in deze warmte die hij is vergeten te kennen.
Het wordt donker buiten. De schemering valt door de gordijnen, en dan—een geluid, ergens in de straat, een deur die dichtslaat, en Shirley schrikt wakker onder hem.
"Oh," zegt ze, en haar stem is weer die van het meisje dat aanbelde voor haar bal, licht, onbezorgd. "Ik moet terug naar huis, Buurman. Het is al laat."
Hij begrijpt het. Hij begrijpt alles en niets. Hij trekt zich uit haar, langzaam, en voelt hoe zijn zaad uit haar loopt, een warme stroom die over haar dijen druipt. Ze kijkt ernaar, glimlacht, en dan staan ze op, twee naakte figuren in een schemerige woonkamer, en kleden zich haastig aan.
Bij de deur—de voordeur, waar dit allemaal begon—draait ze zich om. Haar hand gaat naar zijn gezicht, haar vingers die zijn voorhoofd strelen, en ze kust hem daar, zacht, een zoen die niets belooft en alles.
"Ik kom snel weer eens langs," zegt ze, en haar ogen fonkelen in het donker. "Om van uw pik te genieten."
De deur valt dicht. Hendrik staat alleen in de hal, de geur van haar nog om hem heen, de smaak van haar nog op zijn tong. Hij kijkt naar de deur, naar de plek waar ze stond, en voelt iets wat hij niet kan benoemen—geen schaamte, geen spijt, iets anders, iets wat lijkt op een begin.





