De deur van het appartement valt dicht met een dof, metalen klank dat door de hal echoot. Het geluid is definitief, een slot dat zich sluit, niet alleen op de buitenwereld, maar ook op de persoon die ik was toen ik vanochtend naar buiten ging. Mijn handen trillen zo erg dat ik de sleutel niet meteen uit het slot krijg. Sophie staat vlak achter me, haar ademhaling rustig en beheerst in mijn nek, een stille aanwezigheid die me zowel steunt als onder druk zet. Ze duwt me zachtjes vooruit, haar hand vlak onder mijn schouderblad, een gebaar dat eigenlijk een commando is.
Ik loop de woonkamer binnen. De ruimte weerkaatst de schemerige licht van de straatlantaarns die door de gordijnen vallen, hier en daar onderbroken door de felle koplampen van voorbijrazende auto’s. Het ruikt hier naar huis, naar mijn eigen parfum dat nog hangt aan de kussens, naar de was die eerder vandaag gedroogd is, en naar een vage geur van koffie. Het is een veilige, vertrouwde geur, maar als ik nu binnen stap, voelt het alsof ik een indringer ben. De geur van het openbare toilet, die vieze mix van chloor, urine en oude zweet, hangt als een onzichtbare mantel om me heen. En erger nog, de geur van hem. Van die onbekende man. Van zijn sperma dat nu, nog steeds, warm en kleverig diep in mijn darmen zit.
Mijn benen voelen als pudding. Elke stap is een beproeving, mijn benen trillen nog na van het lange knielen op de harde, koude tegels van het toilet. De binnenkant van mijn dijen schuurt over elkaar, ruw en geïrriteerd. Mijn knieën zijn dof en pijnlijk, waarschijnlijk beurs en blauw onder de laagje vuil dat ik er niet heb af kunnen krijgen. Ik voel me vies, gebruikt, en tegelijkertijd trilt mijn hele lichaam van een energie die ik niet kan plaatsen. Een soort roes.
“Ga,” zegt Sophie, haar stem laag en zonder enige twijfel.
Ze dwingt me de woonkamer door. De bank staat middenin de ruimte, een uitnodigend eiland van comfort dat nu voelt als een platform voor executie of bekroning. Ik zucht, een diepe, rammelende ademtocht die opborrelt uit mijn maag, en laat me vallen. Ik plof neer in de zetel, de stof koel en glad tegen mijn blote benen. Mijn lichaam zakt ineen, alle spanning die ik vastgehouden heb sinds dat eerste bericht van Meester vloeit uit me weg. Ik voel me uitgeput, elke spier in mijn lichaam schreeuwt om rust, om slaap, om verlossing.
Maar ondanks de uitputting, ondanks de viezigheid en de pijn, is er iets anders. Een gevoel dat dieper zit dan de fysieke vermoeidheid. Een warmte die zich verspreidt vanaf mijn buik, uitstralend naar mijn vingertoppen en mijn tenen. Het is een gevoel van geluk, zo puur en intens dat het bijna eng is. Ik heb het gedaan. Ik ben doorgegaan. Ik heb mezelf overgegeven aan de volledige vernedering en ik heb het overleefd. Nee, niet alleen overleefd. Ik heb ervan genoten. De gedachte alleen al laat mijn kutje samentrekken, een kleine, natte knal die ik voel tot in mijn kruis.
Ik leun mijn hoofd achterover en sluit mijn ogen. Beelden flitsen door mijn hoofd, snel en fel als een film die afgespeeld wordt, maar 10 keer sneller. Het gat in de muur. De dikke, harde pik die eruit stak. Het geluid van zijn stem, grimmig en eisend. De manier waarop Sophie me duwde, haar vingers in mijn haar, mijn gezicht tegen de smerige muur gedrukt. En het gevoel... god, het gevoel van die vingers in mijn kont, die rekking, die pijn die langzaam omzette in een extase die ik niet wist dat mogelijk was. Ik herinner me het moment waarop ik smeekte, waarop ik letterlijk bedelde om die man in me te laten komen. De schaamte brandt nog steeds op mijn wangen, maar gemengd met een opgewondenheid die me duizelig maakt.
Ik open mijn ogen en kijk naar beneden. Mijn jurk is nog steeds in de war, de stof opgetrokken tot aan mijn heupen. Mijn benen liggen wijd open, onbeschaamd. Ik zie mijn kutje, opgezwollen en rood, nog steeds glimmen van het vocht dat Sophie erop had gesmeerd. En daaronder, mijn kontgaatje. Het voelt open, wijd, alsof de er nog steeds iets in zit. Ik voel de vloeistof van de man, zijn zaad, langzaam naar beneden sijpelen. Het is een vieze, intieme sensatie. Een constante herinnering aan wat ik ben geworden. Een slet. Een hoer. Een object.
Sophie staat voor me, armen over elkaar, en kijkt me aan. Haar blik is niet oordelend, maar analytisch. Ze bekijkt me alsof ze een kunstwerk inspecteert, of misschien een dier dat net een zware training heeft ondergaan. Ze ziet de uitputting in mijn gezicht, de sporen van tranen en make-up, maar ze ziet ook de glans in mijn ogen. De voldoening.
“Je ziet eruit als een rommeltje,” zegt ze, maar er klinkt een bewondering in haar door die me verrast. “Een vies, gebruikt rommeltje.”
Ik knik, niet in staat om te praten. Mijn keel voelt droog als dat ik schuurpapier heb gegeten, afgemat van het gillen en het zuigen. Ik lik over mijn lippen en proef de zilte nasmaak van de man.
“Kom maar,” zegt ze, en ze strekt haar hand uit.
Ik grijp haar hand, mijn vingers zwak en klam. Ze trekt me overeind, niet hard, maar genoeg om me uit mijn lethargie te halen. Ze leidt me naar de grote spiegel aan de muur. Ik aarzel, bang voor wat ik zal zien, maar haar grip is ijzersterk.
“Kijk,” beveelt ze.
Ik kijk in de spiegel. De vrouw die naar me kijkt is bijna niet te herkennen. Mijn haar is een wild nest, klitten en plakkerig van zweet en misschien wel sperma. Mijn ogen zijn groot en donker, omringd door uitgesmeerde mascara. Mijn lippen zijn gezwollen, rood en glanzend. Mijn hals vertoont rode vingerafdrukken waar Sophie me heeft vastgepakt. En als ik mijn blik laat zakken, zie ik de rest. Mijn jurk, verscheurd en vies. De blauwe plekken op mijn knieën. En tussen mijn benen, de zichtbare tekenen van misbruik en genot.
Sophie komt achter me staan. Ze legt haar handen op mijn schouders en masseert ze zachtjes, haar duimen in mijn nek. Ze kijkt me in de spiegel aan, haar ogen strak op de mijne gericht.
“Wie is dit?” vraagt ze zachtjes.
“Ik...” mijn stem breekt. “Ik ben een slet.”
“Ja,” fluistert ze, haar lippen vlak bij mijn oor. “Je bent Meesters slet. Je bent mijn slet. Je bent een slet voor iedereen die je gebruikt.”
Het woord 'iedereen' hangt in de lucht, zwaar en vol belofte. Mijn hart slaat over in mijn keel. Ik voel een nieuwe golf van opwinding door me heen gaan, sterker dan daarvoor. De gedachte dat dit pas het begin is. Dat er nog meer mannen zijn. Dat er nog meer vernedering komt.
Sophie draait me om en duwt me terug op de bank. Dit keer lig ik, mijn benen over de armleuning, mijn hele lichaam tentoongesteld. Ze gaat naast me zitten, niet om te troosten, maar om te bezitten. Ze legt haar hand op mijn buik, vlak boven mijn schaamstreek, en voelt de trilling van mijn huid.
“Je bent zo heet,” zegt ze, haar vingers wandelend naar beneden, door mijn schaamhaar, naar mijn klitje die nog steeds gevoelig is. “Je lichaam vraagt om meer, nietwaar?”
Ik kreun zachtjes, mijn heupen komen lichtjes omhoog, op zoek naar haar aanraking. “Ja...”
Ze glimlacht, een triomfantelijke glimlach. “Dat is goed. Dat is wat we willen.”
We zitten daar een moment, in de stilte van de kamer, alleen gebroken door mijn zware ademhaling en het zachte tikken van de klok. Ik voel me veilig, maar ook vreselijk kwetsbaar. De realiteit van wat er net gebeurd is begint langzaam tot me door te dringen. De foto's. De man heeft foto's gemaakt. Foto's waarop mijn gezicht te zien is. Foto's waarop ik... doe wat ik doe. De angst begint weer te knagen, een koude slag in mijn maag. Wat als hij ze laat zien? Wat als hij me vindt?
Alsof ze mijn gedachten kan lezen, pakt Sophie mijn telefoon van de tafel. Ze kijkt erop en zwijgt. Dan gooit ze hem zachtjes in mijn schoot.
“Hij weet het,” zegt ze simpel.
Ik kijk op het scherm. Het is zwart, maar dan zie ik de melding. Een nieuw bericht. Mijn hart stopt even met slaan. Het is van hem. Meester.
Ik tril als ik het toestel vastpak. Het scherm licht op en ik zie zijn naam, simpel en krachtig in mijn contactenlijst: *Meester*. Het bericht is kort, maar het voelt als een klap in mijn gezicht.
*Goed werk, slet. Ik heb alles gezien. Je bent een prachtig stuk vlees.*
Daaronder staat een bijlage. Ik aarzel, mijn vinger zweeft boven het scherm. Sophie kijkt mee, haar ademhaling versnelt een beetje. Ik tik de bijlage aan.
De foto laadt langzaam, pixel voor pixel. Eerst zie je alleen vage kleuren, grijs en roze. Dan wordt het scherper. Het is... ik. Het is een foto genomen door die man, door het gat in de muur. Je ziet mijn kont, hoog in de lucht, mijn benen wijd gespreid. Mijn handen grijpen mijn billen uit elkaar, mijn anus glimt van het glijmiddel en het speeksel. En daar, net in beeld, een deel van mijn gezicht, naar de camera gekeerd, met een uitdrukking van pure lust en wanhoop. Het is onmiskenbaar ik. Er is geen ontkennen aan mogelijk. Dit is Lara, de buurvrouw, de collega, de vriendin. Dit is de slet die in een openbaar toilet geneukt wordt door een vreemde.
Ik voel de tranen branden achter mijn ogen. Het is echt. Het is echt gebeurd. En nu heeft hij het. Hij heeft het bewijs.
Sophie pakt de telefoon uit mijn handen en kijkt nog eens naar de foto, zoomend in op details.
“Prachtig,” mompelt ze. “Kijk eens hoe open je bent. Kijk eens hoe hongerig je eruitziet.”
Ze stopt met zoomen en kijkt me aan. “Dit is goud waard, Lara. Dit is wat hij wilde. En jij hebt het hem gegeven.”
Ik knik, niet in staat om te spreken. De schaamte is overweldigend, maar onder de schaamte, diep verborgen, voel ik een trots. Een trots dat ik het heb gedaan. Dat ik hem heb plezierig gemaakt. Dat ik een goede slet ben.
Er verschijnt nog een bericht.
*Er is geld overgemaakt op je rekening. Je hebt het verdiend. Maar we zijn nog niet klaar. Rust nu uit. Morgen begint de echte training.*
De echte training. De woorden hangen in de lucht als een donkere wolk. Wat betekent dat? Wat gaat er morgen gebeuren? De angst en de opwinding vechten om voorrang in mijn hoofd.
Sophie legt de telefoon weg en staat op. Ze loopt naar de keuken en komt terug met een glas water. Ze geeft het me en ik drink in één keer gulzig, het water koel en verfrissend, mijn keel kalmerend.
“Je moet douchen,” zegt ze, haar stem nu zachter, bijna zorgzaam. “Je stinkt naar die vieze man.”
Ik knik en probeer overeind te komen, maar mijn benen willen niet. Sophie zucht, maar er is een glimlach om haar lippen. Ze helpt me, haar arm stevig om mijn middel. Samen wankelen we naar de badkamer.
In de badkamer aangekomen, trekt ze mijn jurk uit. Het glijdt over mijn huid en landt in een hoopje op de grond. Ik sta er nu helemaal naakt, bloot en kwetsbaar onder het felle licht. Ik kijk in de spiegel boven het wastafel. Ik zie de littekens van mijn avontuur, de rode vlekken, de blauwe plekken. Ik zie mezelf, maar ik zie ook een ander iemand. Iemand die ik nog maar net begrijp te leren kennen.
Sophie draait de douche aan en stelt de temperatuur in. Warm water stroomt uit de douchekop, stoom stijgt op en vult de kleine ruimte. Ze duwt me onder de straal.
Het water is geweldig. Het wast de viezigheid weg, het spoelt het zweet en het sperma van mijn huid. Ik laat het water over me heen stromen, mijn hoofd achterover, mijn ogen gesloten. Ik voel hoe de spanning uit mijn spieren glipt, hoe de vermoeidheid me weer overvalt. Sophie wast me, haar handen zacht en gestreeld. Ze gebruikt een washandje en zeep, ze reinigt elk deel van me, alsof ze een kostbaar bezit reinigt. Ze wast mijn haar, haar vingers masseren mijn hoofdhuid. Het is intiem en teders, een groot contrast met de hardheid van daarstraks.
Maar als ze naar beneden gaat, naar mijn kont, wordt ze weer strenger. Ze wast me daar grondig, haar vingers dringen binnen, reinigend, bezittend. Ik kreun, mijn heupen komen weer naar voren, een reflex die ik niet kan beheersen.
“Stil!,” zegt ze, en ze duwt me terug tegen de wand.
Ze wast me klaar, tot er geen geur meer over is van het toilet, alleen de geur van haar zeep, fris en bloemig. Ze zet de douche uit en wikkelt een grote handdoek om me heen. Ze droogt me af, deppend mijn huid, voorzichtig met mijn blauwe knieën.
Terug in de woonkamer trekt ze me de slaapkamer in. Ze duwt me op het bed. De lakens zijn koel en schoon. Ik kruip eronder, trek de deken tot mijn kin. Het voelt alsof ik in een cocon kruip, veilig en beschermd.
Sophie gaat aan de rand van het bed zitten. Ze kijkt me aan, haar ogen donker in het schaduwlicht.
“Slaap nu,” zegt ze. “Morgen is er genoeg te doen.”
Ik wil iets vragen, iets over de 'echte training', iets over het geld, over de foto's. Maar de vermoeidheid is te sterk. Mijn ogen vallen dicht, mijn ademhaling wordt dieper en rustiger. Ik hoor Sophie opstaan, het licht uitdoen. De deur zachtjes dichtvallen.
Ik lig alleen in het donker. Maar ik ben niet alleen. Ik voel de aanwezigheid van Meester in de kamer, in mijn telefoon die ergens op de tafel ligt, in mijn hoofd. Ik voel de aanwezigheid van Sophie, net buiten de deur. En ik voel de aanwezigheid van mezelf, deze nieuwe mezelf. De slet. De hoer. De vrouw die wil worden gebruikt.
In mijn slaap droom ik. Ik droom van gaten in muren, van eindelijke rijen mannen, van handen die me overal betasten, van stemmen die me bevelen geven. Ik droom van geld en van schaamte, van pijn en van genot. En ik droom dat ik glimlach in mijn droom, een brede, tevreden glimlach.
---
Ik word wakker door het licht dat door de gordijnen schijnt. Het is ochtend. Voor een moment weet ik niet waar ik ben. Ik voel me suf, mijn hoofd zwaar. Dan komt het gisteren terug. Het toilet. De man. De foto's. Meester.
Ik zit recht overeind. De deken glijdt van me af. Ik ben naakt. Mijn lichaam voelt stijf aan, mijn spieren protesteren. Ik kijk naar beneden. Mijn knieën zijn paars en blauw, bedekt met een korstje van de wondjes. Mijn binnenste dijen zijn rood en geïrriteerd. En als ik voorzichtig mijn benen spreid, voel ik de pijn in mijn kont. Een zeurde, doffe pijn die me herinnert aan wat er gisteren is gebeurd.
Ik sta op en loop naar de spiegel. Ik zie er slechter uit dan gisteravond. Mijn haar is een warboel, mijn ogen zijn dof. Maar als ik dieper kijk, zie ik iets anders. Een soort rust. Een acceptatie.
Ik loop naar de woonkamer. Sophie is er al. Ze zit op de bank, een kop koffie in haar hand, gekleed in een strak joggingpak. Ze kijkt op als ik binnenkom.
“Goedemorgen, slet,” zegt ze, zonder enige ironie in haar stem.
“Goedemorgen,” antwoord ik, mijn stem schor en stil.
Ze wijst naar de tafel. Daar ligt mijn telefoon, naast een ontbijtje dat ze klaar heeft gezet. “Eet eerst. Je hebt kracht nodig.”
Ik ga aan de tafel zitten en begin te eten. Het brood smaakt als karton, maar ik dwing het door mijn keel. De koffie is warm en sterk, het helpt me om wakker te worden. Sophie kijkt me aan terwijl ik eet, haar blik is ondoorgrondelijk.
Als ik klaar ben, wijst ze naar de telefoon. “Hij heeft al gebeld.”
Mijn hart maakt een sprong in de keel. “Gebeld?”
“Ja. Gebeld. Niet geschreven.” Ze kijkt me streng aan. “En je hebt hem niet opgenomen.”
Ik schud mijn hoofd. “Ik sliep.”
“Dat is geen excuus,” zegt ze kort. “Een slet is altijd beschikbaar voor haar Meester. Onthoud dat goed.”
Ze pakt de telefoon en geeft hem aan me. “Bel hem terug. Nu.”
Mijn handen trillen als ik de telefoon vastpak. Ik kijk naar het scherm, naar zijn naam. Ik druk op de beltoets en breng het toestel aan mijn oor. Het ringt. Eén keer. Twee keer. Drie keer. Elke beltoon voelt als een eeuwigheid. Mijn ademhaling versnelt. Wat ga ik zeggen? Hoe zal hij klinken?
Dan wordt de lijn opgenomen. Er is geen begroeting. Geen 'hallo'. Alleen stilte. En dan, zijn stem. Diep, autoritair, koud.
“Je hebt lang geslapen, slet.”
“Ik... het spijt me, Meester,” stamel ik. “Ik was moe.”
“Moe?” Hij lacht, een korte, harde lach. “Moe ben je als je gewerkt hebt. Jij hebt genoten. Je hebt gedaan wat je leuk vindt. Vergeet dat niet.”
“Nee, Meester. Ik zal het niet meer vergeten.”
“Goed.” Er is een korte pauze. Ik hoor geluiden op de achtergrond, het tikken van een toetsenbord, het geluid van verkeer. Hij is onderweg. Hij is ergens anders, een plek waar ik niet bij mag zijn.
“Heb je de foto's gezien?” vraagt hij.
“Ja, Meester.”
“En wat vond je ervan?”
Ik aarzel. De waarheid? Of wat hij wil horen? “Ik... ik vond ze vernederend, Meester.”
“En verder?”
Ik slik. “En... en opwindend.”
“Goed.” Zijn stem wordt iets zachter, maar niet minder dwingend. “Je begint het te snappen. Vernedering is je kracht. Het is wat je bijzonder maakt. Iedereen kan neuken. Maar niet iedereen kan zich zo overgeven, zo diep zakken in de modder en er nog van genieten ook.”
Hij pauzeert weer. “Ik heb het geld overgemaakt. Check het maar.”
Ik kijk op mijn banksaldo. (+500 EURO) Het bedrag is hoger dan verwacht. Veel hoger. Het is genoeg om mijn huur voor een paar maanden te betalen. Om mijn schulden af te lossen. Het is verleidelijk. Het is gevaarlijk.
“Dank je, Meester,” fluister ik.
“Dank mij niet,” zegt hij scherp. “Je hebt het verdiend. Je hebt je lichaam verkocht, net als elke andere hoer. En je bent een goede hoer. Maar we zijn nog niet klaar.”
Ik knipper met mijn ogen, mijn hart begint sneller te kloppen. “Niet klaar?”
“Nee.” Zijn stem daalt tot een fluisteren, een intieme, bedreigende toon. “Gisteren was de opwarmronde. Een test. En je bent geslaagd. Maar nu... nu gaan we het serieus maken.”
Ik grijp de rand van de tafel vast, mijn knokkels wit. “Wat... wat bedoelt u?”
“Ik wil je zien,” zegt hij. “Niet op foto's. Niet op video's. Echt. In levenden lijve.”
De adem stokt in mijn keel. In levenden lijve. Hij wil me ontmoeten. De angst grijpt me naar de keel, paniek die mijn borstkas vernauwt. Dit is wat ik altijd gevreesd heb. De stap van het virtuele naar het echte. Van de anonimiteit naar de blootstelling.
“Maar... maar...” ik kan geen woord krijgen.
“Geen gemaar,” snauwt hij. “Jij hebt dit gewild. Jij hebt dit gezocht. Je hebt elke stap gezet met je eigen wil. En nu is het tijd voor de volgende stap.”
Hij zwijgt even. “Vandaag. Om twaalf uur. Hotel Central. Kamer 304. Wees daar. Naakt. Ondergoed mag niet. Alleen je hakken. En een zweep.”
Een zweep. Mijn hoofd draait door. Een zweep? Waar moet ik die vandaan halen?
“En Lara?” zijn stem is nu bijna liefdevol, maar het is een liefde die verstikt. “Als je niet komt... als je te laat bent... dan gaan die foto's online. Dan zal heel de wereld zien wat voor een slet je bent. Je ouders, je baas, je vrienden. Iedereen.”
De dreiging hangt in de lucht, zwaar en tastbaar. Ik heb geen keuze. Ik heb nooit een keuze gehad.
“Ik kom, Meester,” hoor ik mezelf zeggen, mijn stem klein en brak.
“Goed.” De verbinding wordt verbroken.
Ik staar naar het zwarte scherm. Mijn hand trilt nog steeds als ik de telefoon neerleg. Sophie kijkt me aan, haar ogen vragen om uitleg.
Hij wil me zien. Hij wil me ontmoeten.
“Heeft hij je verteld wat je moet doen?” vraagt Sophie.
Ik knik. “Ik moet naar Hotel Central. Kamer 304. Om twaalf uur. Naakt. Alleen hakken. En... en een zweep.”
Een glimlach verschijnt op het gezicht van Sophie. Een brede, grijnzende glimlach. Ze kijkt blij op, bijna opgewonden.
“Eindelijk,” zegt ze. “Eindelijk gaat het gebeuren.”
Ze staat op en loopt naar me toe. Ze legt haar hand op mijn schouder. “Maak je geen zorgen, Lara. Ik zal er zijn. Ik zal je helpen. Ik zal je klaarstomen.”
Ze kijkt op haar horloge. “Het is nu tien uur. We hebben twee uur. We moeten veel doen.”
Ze grijpt mijn arm en trekt me mee de slaapkamer in. “Eerst douchen. Grondig. Elk plekje moet schoon zijn. Dan je haar. En dan... dan gaan we shoppen.”
“Shoppen?” vraag ik verbaasd.
“Ja,” zegt ze vastberaden. “We hebben een zweep nodig. En hakken. En misschien nog iets anders. Iets speciaals voor de gelegenheid.”
Ze duwt me de badkamer in. “Ga aan de slag. Ik zoek wat kleding voor je uit om aan te trekken naar de stad. Niets te opvallend. Maar wel iets dat makkelijk uit te trekken is.”
Terwijl ik onder de douche sta, het water strak en heerlijk over mijn lichaam, borrelen de gedachten door me heen. Hotel Central. Een chique hotel in het centrum van de stad. Kamer 304. Om twaalf uur. In de volle daglicht. De gedachte alleen al maakt me misselijk en opgewonden tegelijk. Ik zal naakt zijn, alleen op hakken, met een zweep in mijn hand, in een hotelkamer. En hij zal daar zijn. De man die me zo diep heeft veranderd. De man die me bezit.
Ik stap uit de douche en droog me af. Sophie staat klaar met kleding. Een simpele, witte jurk zonder ritsen of knopen, die strak om mijn lichaam zit. Ondergoed zit er niet bij.
“Trek dit aan,” zegt ze. “En dan gaan we.”
De rit naar het centrum is stil. Sophie rijdt, haar handen stevig aan het stuur. Ik zit naast haar, mijn handen in mijn schoot, mijn hart bonzend in mijn keel. De stad is druk, mensen lopen over straat, auto's toeteren. Niemand weet wat er met me gaat gebeuren. Niemand weet wie ik echt ben.
We parkeren de auto en lopen naar een speciaalzaak die Sophie kent. Het is een donkere, smalle winkel met etalages vol met leer en latex. De geur van oud leer hangt in de lucht.
Sophie loopt direct door naar de achterkant van de winkel. Ik volg haar, me ongemakkelijk voelend tussen de rekken met bizarre outfits en speeltjes.
“Kijk,” zegt ze, en wijst naar een collectie zweepjes aan de muur.
Er zijn er in alle maten en vormen. Korte, harde zweepjes. Lange, soepele zweepjes. Zweepjes met meerdere linten. Sophie pakt er een, zwart leer met een handvat van hout. Ze zwaait ermee door de lucht, het geluid scherp en angstaanjagend.
“Deze,” zegt ze. “Deze is perfect.”
Ze kijkt me aan, een ondeugende glimlach om haar lippen. “Wil je het voelen?”
Ik aarzel, maar knik dan.
Ze slaat zachtjes met de zweep tegen mijn handpalm. Het steekt, een scherpe, brandende pijn die direct door mijn arm schiet. Ik trek mijn hand terug, mijn ogen wijd open.
“Dat is wat hij wil,” zegt Sophie. “Pijn. En genot.”
Ze legt de zweep terug en pakt een paar hakken. Zwart, extreem hoog, met plateauzolen. “Probeer deze.”
Ik doe de hakken aan en loop een stukje door de winkel. Het voelt alsof ik op mijn tenen loop, mijn kuiten gespannen, mijn balans wankele. Maar het voelt ook krachtig. Het verandert mijn houding, dwingt me om mijn borst vooruit te steken, mijn kont naar achteren. Ik voel me langer, sexier.
“Perfect,” zegt Sophie. “We nemen ze mee.”
We betalen en lopen terug naar de auto. Ik voel de blik van de verkoper in mijn rug terwijl we weggaan. Hij weet het. Hij ziet de zweep, de hakken. Hij weet wat voor soort vrouw ik ben.
Terug in de auto kijkt Sophie op haar horloge. “Het is half twaalf. We moeten opschieten.”
Ze start de motor en rijdt weg, sneller dan voordien. De gebouwen razen voorbij, een vaag landschap van grijs en bruin. Mijn maag draait zich om. De zweep ligt op mijn schoot, het leer koud en ruw onder mijn vingers. De hakken zitten in een doos op de achterbank.
We komen aan bij Hotel Central. Het is een groot, imposant gebouw met een marmeren entree en glazen deuren. Sophie parkeert de auto vlakbij.
“Dit is het,” zegt ze. Ze kijkt me aan. “Blijf je hier? Of ga je mee?”
“Ik... ik weet het niet,” fluister ik.
“Ik ga mee,” besluit ze. “Tot aan de deur. Daarna ben je alleen.”
We stappen uit en lopen naar de entree. De portier opent de deur en knikt beleefd. Ik loop binnen, mijn hart bonzend in mijn keel. De hal is groot en luxe, met een kroonluchter aan het plafond en een tapijt dat zo zacht is dat je er weg zakt. Mensen lopen rond, zakenmensen in pakken, toeristen met koffers. Niemand kijkt naar ons. Niemand vermoedt iets.
We lopen naar de liften. Sophie drukt op de knop. De deuren openen zich en we stappen binnen. Ze drukt op de knop voor de derde verdieping. De deuren sluiten en de lift stijgt langzaam omhoog. Mijn ademhaling versnelt. Dit is het. Geen weg terug.
De lift stopt. De deuren openen zich. We stappen uit in een rustige corridor met een dieprood tapijt. De deuren zijn donkerhout, met gouden nummers. 301, 302, 303... 304.
Sophie stopt voor de deur. Ze kijkt me aan, haar ogen serieus.
“Dit is het, Lara,” zegt ze zachtjes. “Dit is wat je wilt. Dit is wat je nodig hebt.”
Ik knik, niet in staat om te spreken.
“Veel geluk,” zegt ze. Ze kust me zachtjes op mijn wang, dan draait ze zich om en loopt terug naar de lift.
Ik sta alleen voor de deur. De cijfers 304 branden in goud op het hout. Ik hoor de deuren van de lift sluiten en het geratel van de kabel die Sophie naar beneden brengt. Ik ben alleen.
Ik pak de klink vast. Hij is koud en hard. Ik draait hem om en duwt de deur open. De kamer is donker, de gordijnen dicht. Er hangt een geur van sigarenrook en dure cologne. Ik stap naar binnen en sluit de deur achter me.
In het midden van de kamer staat een man. Hij is gekleed in een duur pak, zijn rug naar me toe gekeerd. Hij kijkt uit het raam, alhoewel de gordijnen dicht zijn.
“Je bent op tijd,” zegt hij. Zijn stem is diep en rustig, precies zoals in mijn dromen.
Hij draait zich om. Ik zie zijn gezicht voor het eerst. Het is een oudere man, met grijs haar en een verzorgd baardje. Zijn ogen zijn donker en doordringend, en stralen een autoriteit uit die me direct op mijn knieën laat willen vallen.
Hij kijkt me van top tot teen, zijn blik vernederend en beoordelend.
“Doe de jurk uit,” beveelt hij.
Mijn handen trillen als ik de schouderbanden van mijn jurk naar beneden duw. De stof glijdt over mijn lichaam en landt in een hoopje op de grond. Ik sta nu naakt voor hem, alleen op mijn blote voeten.
“De hakken,” zegt hij. “En de zweep.”
Ik haast me naar de doos op de grond en doe de hakken aan. Dan pak ik de zweep vast. Het leer voelt warm in mijn hand, alsof het al gebruikt is.
Ik sta rechtop, mijn benen wijd, mijn borst vooruit, de zweep in mijn rechterhand. Ik ben klaar. Ik ben zijn.
Hij loopt naar me toe, zijn passen lang en traag. Hij stopt vlak voor me, zo dicht dat ik zijn geur kan ruiken. Hij reikt uit en raakt mijn wang aan, zijn vingers ruw en droog.
“Je bent nog mooier dan op de foto's,” zegt hij zachtjes. “Maar je ziet er ook bang uit.”
“Ik... ik ben bang, Meester,” bekken ik.
“Dat is goed,” zegt hij. “Angst maakt je alert. Angst maakt je gewillig.”
Hij loopt rondom me heen, zijn blik brandend op mijn huid. Hij kijkt naar mijn kont, naar mijn benen, naar mijn borsten. Hij inspecteert me als een paard dat hij wil kopen.
“Je hebt een mooi lichaam,” zegt hij. “Het is gemaakt voor gebruik.”
Hij stopt achter me. Ik voel zijn ademhaling in mijn nek. Zijn handen rusten op mijn schouders en glijden langzaam naar beneden, over mijn rug, naar mijn billen. Hij kneedt ze, hard, zijn vingers zinken in mijn vlees.
“Doe je benen verder uit elkaar,” beveelt hij.
Ik gehoorzaam, mijn spieren gespannen. Hij duwt zijn hand tussen mijn benen, zijn vinders vinden mijn kutje. Het is nat, klaar voor hem.
“Je bent al opgewonden,” merkt hij op. “Goed.”
Hij trekt zijn hand terug en stapt terug. “Nu, slet. Laat me zien wat je kan. Gebruik de zweep. Op jezelf.”
Ik kijk hem aan, geschokt. “Op mezelf?”
“Ja,” zegt hij kalm. “Sla je billen. Tien keer. Hard. En tel hardop.”
Ik slik, mijn keel droog. Ik hef de zweep op en breng hem naar beneden. De zweep raakt mijn rechterbil met een harde *kats*. Pijn schiet door me heen, heet en brandend.
“Een,” kreun ik.
Ik sla weer. Twee. Drie. Vier. Met elke slag wordt de pijn erger, mijn billen gloeien. Maar met elke slag voel ik ook een golf van genot door mijn lichaam gaan. Mijn kutje wordt natter. Mijn ademhaling zwaarder.
Vijf. Zes. Zeven. De tranen staan in mijn ogen, maar ik stop niet. Ik wil hem plezieren. Ik wil een goede slet zijn.
Acht. Negen. Tien. De laatste slag is het hardst. Ik kreun, mijn benen trillen.
Hij klapt in zijn handen, langzame applaus.
“Goed gedaan,” zegt hij. “Je hebt potentie.”
Hij loopt naar het bed en gaat zitten. Hij kijkt me aan en wijst naar de grond voor hem.
“Kom hier,” zegt hij. “Op je knieën. En zuig me af.”
Ik loop naar hem toe, mijn hakken klikkend op de vloer. Ik ga op mijn knieën tussen zijn benen. Ik maak zijn riem los en trek zijn broek naar beneden. Zijn pik springt tevoorschijn, groot en hard. Ik pak hem vast en breng mijn mond naar zijn eikel.
Ik lik eroverheen, zachtjes, dan neem ik hem in mijn mond. Hij smaakt zout en mannelijk. Ik zuig hem diep, mijn keel openend, mijn tong rond zijn schacht draaiend. Hij kreun zachtjes, zijn hand in mijn haar, mijn hoofd naar beneden duwend.
“Dieper,” beveelt hij. “Neem hem helemaal in.”
Ik hap naar lucht, mijn ogen tranend, maar ik gehoorzaam. Ik neem hem diep in mijn keel, mijn neus in zijn schaamhaar. Hij begint te stoten, zijn heupen bewegend, zijn pik diep in mijn keel rammend.
“Ja,” kreunt hij. “Zo. Je bent een goede hoer.”
Ik zuig harder, sneller, mijn handen masseren zijn ballen. Ik voel hem spannen, zijn ademhaling sneller wordt. Hij trekt mijn hoofd weg en spuit zijn zaad over mijn gezicht. Het is warm en kleverig, het loopt langs mijn wangen, mijn lippen, mijn kin.
Hij zucht tevreden en veegt zijn pik af aan mijn haar.
“Goed,” zegt hij. “Je hebt het verdiend.”
Hij staat op en trekt zijn broek weer aan. Hij loopt naar het dressoir en pakt een envelop. Hij gooit die op het bed naast me.
“Daar zit je geld,” zegt hij. “En een bonus. Voor de goede prestaties.”
Hij loopt naar de deur. “Nu ga je. En vergeet niet: je bent van 'meester'. Altijd.”
Hij opent de deur en gaat naar buiten, zonder nog een keer om te kijken.
Ik zit op de grond, mijn gezicht bedekt met zijn zaad, mijn lichaam uitgeput en pijnlijk. Ik kijk naar de envelop. Ik pak hem open. Er zit een dikke stapel geld in. Meer dan ik ooit heb gezien.
Ik glimlach. Een valse, lege glimlach. Ik heb het gedaan. Ik heb het overleefd. En ik ben rijk.
Maar diep in mezelf weet ik dat dit pas het begin is. Dat hij terug zal komen. Dat hij me weer zal gebruiken. En dat ik weer zal smeken om meer.
Ik sta op, doe mijn hakken uit en pak mijn jurk. Ik kleed me aan en loop naar de deur. Ik ben klaar. Voor nu. Maar de strijd is nog niet voorbij.