
Kofi was eenentwintig. Hij had een rustige, bijna achteloze manier van kijken, alsof hij dwars door haar zorgvuldig opgebouwde imago heen keek. Waar anderen haar beleefd vroegen wat ze wilde, zei hij zonder aarzeling: "Je denkt te veel." Dat irriteerde haar mateloos en juist daarom bleef die opmerking dagenlang in haar hoofd hangen. In haar fantasieën werd het een spel waarin de rollen volledig omkeerden. Niet omdat ze vernederd wilde worden, maar omdat ze nieuwsgierig was naar hoe het zou voelen om eens niet degene te zijn die beslissingen nam. Geen agenda. Geen verantwoordelijkheid. Geen mensen die op haar wachtten.
Ze stelde zich voor dat de jonge Kofi haar met kalme vanzelfsprekendheid opdrachten gaf, "Ga zitten."
Niet hard. Niet boos. Gewoon met een zekerheid die geen discussie toeliet. Tot haar eigen verbazing gehoorzaamde de denkbeeldige Isabella zonder protest. Het gaf haar een onverwachte rust. Alsof ze voor het eerst in jaren niets hoefde te bewijzen. Wanneer de fantasie eindigde, glimlachte ze soms om zichzelf, voelde ze zich heerlijk. De trotse vrouw die iedereen kende, had een verborgen wereld waarin macht niet ging over domineren, maar over vertrouwen. Een wereld die niemand vermoedde wanneer ze haar zwarte blouse gladstreek, haar schouders rechtte en weer de vrouw werd die overal de leiding leek te hebben.
De jonge Kofi kwam via een kennis, hij deed regelmatig klusjes bij Isabella, die na het overlijden van haar man Diederik had gezworen nooit meer iets met een andere man te beginnen. Ze bleef voor de spiegel staan, haar handen rustend op de rand van de wastafel. De badkamer was stil, op het zachte gezoem van de ventilatie na. Toch klonk er in haar gedachten een stem die er niet werkelijk was. Het was de door haar ingebeelde stem van Kofi. Kijk naar jezelf. Ze deed het, niet omdat iemand het echt zei, maar omdat ze het in haar eigen verbeelding het steeds levendiger maakte.
Ze zag niet alleen de vrouw in de spiegel die anderen kenden—zelfverzekerd, onberispelijk gekleed, altijd in controle—maar ook iemand die zich afvroeg hoe het zou voelen om die controle los te laten. In haar fantasie stond Kofi achter haar, rustig en onaangedaan. "Blijf naar jezelf kijken." Zijn woorden waren niet luid, maar ze leken geen tegenspraak toe te laten. Ze voelde hoe haar hart iets sneller sloeg, niet uit angst, maar omdat haar eigen gedachten haar verrasten, ze keek naar haar spiegelbeeld. Ze glimlachte bijna ongemerkt om de absurditeit ervan. Waarom juist híj? Waarom iemand die zich niets leek aan te trekken van haar zorgvuldig opgebouwde uitstraling? Ze kende het antwoord niet.
De denkbeeldige stem vervolgde, kalm en zelfverzekerd. "Je bent altijd degene die bepaalt. Stel je eens voor dat je dat even niet hoeft." Ze haalde langzaam adem en hield haar blik op haar spiegelbeeld gericht. Haar vingers bleven rusten op de manchetten van haar zwarte blouse, zonder iets te doen. De fantasie ging niet zozeer over gehoorzamen, besefte ze, maar over het verlangen om even geen beslissingen meer te hoeven nemen. Om de druk van haar eigen perfectie los te laten. In de spiegel keek Isabella zichzelf recht aan.
De trotse vrouw die iedereen kende, en de vrouw die alleen in haar eigen gedachten durfde toe te geven dat zelfs de sterksten soms fantaseerden over overgave aan het onbekende. Dat besef maakte haar onrustig—en nieuwsgierig naar wat haar eigen verbeelding haar nog meer zou laten ontdekken.
"Knoop jij eens keurig je blouse los voor mij terwijl je naar jezelf blijft kijken" De stem in het hoofd van Isabella werd nu wel heel brutaal...Isabella verstijfde. De woorden leken uit het niets te komen, maar ze klonken zo overtuigend dat ze zich erop betrapte dat haar vingers al naar de knoopjes van haar blouse gingen. Ze maakte ze langzaam los, meer uit nieuwsgierigheid dan uit gehoorzaamheid. In de spiegel zag ze een vrouw die altijd alles onder controle had gehad, maar die nu werd geconfronteerd met een stem die haar eigen zekerheden leek te ondermijnen. "Waarom luister je?" vroeg de denkbeeldige Kofi kalm. Ze slikte. "Ik weet het niet." "Omdat je altijd degene bent die bevelen geeft. Nooit degene die ze ontvangt."
Die opmerking raakte haar onverwacht diep. Ze liet haar handen zakken en bleef naar haar spiegelbeeld kijken. Was deze stem werkelijk van Kofi, of was het een deel van haarzelf dat eindelijk een taal had gevonden? Ze had haar hele leven gebouwd op discipline, status en controle. Misschien was het juist daarom dat haar verbeelding iemand creëerde die zich niets van die status aantrok. Niet om haar te vernederen, maar om haar uit te dagen. Om haar te laten ontdekken wie Isabella was wanneer alle maskers wegvielen. De gedachte maakte haar onrustig, maar ook nieuwsgierig. De spiegel gaf geen antwoord; alleen haar eigen blik keek terug.
"Uit dat stomme vod." De woorden vielen zacht in haar gedachten, niet eens spottend, eerder alsof de stem een vanzelfsprekendheid uitsprak. Isabella voelde haar vingers verstijven. Ze wist dat ze eenvoudig haar hoofd kon schudden, de gedachte kon wegduwen en de badkamer kon verlaten. Toch bleef ze staan.
Ze keek naar haar spiegelbeeld, de vrouw die haar terug aankeek, was dezelfde Isabella die altijd zorgvuldig haar kleding koos, haar woorden afwoog en haar waardigheid als een tweede huid droeg. "Toon jezelf eens zonder al die schilden." Ze slikte, "Waarom?" hoorde ze zichzelf fluisteren.
De denkbeeldige Kofi glimlachte niet. In haar verbeelding keek hij alleen maar, rustig, geduldig. "Omdat je je hele leven hebt gedacht dat die schilden jou zijn." Dat antwoord bleef hangen, ze merkte hoe haar handen licht trilden. Niet omdat iemand haar dwong, maar omdat ze besefte dat de strijd zich volledig in haar eigen hoofd afspeelde. Elke stap die ze zette, was haar eigen keuze, al voelde het alsof ze gehoor gaf aan een ander.
Ze haalde langzaam adem, "Je wilt dat ik toegeef," zei ze zacht tegen haar spiegelbeeld. "Nee," antwoordde de stem. "Ik wil dat je eerlijk bent." Dat woord trof haar onverwacht hard. Eerlijk.
Hoe lang was het geleden dat ze iets had gedaan zonder zich af te vragen hoe het eruitzag? Zonder zich af te vragen wat anderen ervan zouden vinden? Ze had altijd neergekeken op mensen die impulsief waren, die zich lieten meeslepen door hun verlangens. Dat vond ze vulgair, banaal en enorm zwak. En toch… juist dat oordeel begon nu scheuren te vertonen. Niet omdat ze plotseling iemand anders wilde zijn, maar omdat ze zich afvroeg of haar afkeer misschien vooral een manier was geweest om afstand te houden van een kant van zichzelf die ze nooit had durven onderzoeken. "Zeg eens hardop waar je bang voor bent."
Ze aarzelde, toen hoorde ze haar eigen stem. "Dat ik ontdek dat ik niet alleen van controle houd. "De stilte die volgde was bijna tastbaar. In haar verbeelding knikte Kofi slechts, "Dat is een eerlijker antwoord dan alle maskers die je hiervoor hebt gedragen." Voor het eerst keek Isabella niet naar haar spiegelbeeld om te controleren hoe ze overkwam. Ze keek om te zien wie er werkelijk achter die beheerste blik schuilging. En dat maakte haar onrustig, omdat ze voelde dat de stem haar niet verleidde tot iets eenvoudigs, maar haar langzaam losweekte van het beeld dat ze haar hele volwassen leven van zichzelf had opgebouwd. Dat besef was beangstigend—en tegelijkertijd onmogelijk om nog te negeren.
Niet veel later stond Isabella nog steeds voor de spiegel, haar blouse lag achteloos over de stoel. Ze keek naar haar spiegelbeeld en zag iets wat haar meer verontrustte dan haar uiterlijk: de twijfel in haar ogen.
Hoe had ze zich zo ver laten meeslepen door een stem die niet bestond? Ze had haar hele leven een hekel gehad aan alles wat ze als banaal of ordinair beschouwde. Ze hield van beheersing, van etiquette, van afstand. En toch was het juist die afstand die nu leek af te brokkelen. In haar gedachten verscheen Kofi opnieuw., niet als een echte aanwezigheid, maar als de verpersoonlijking van iets waar ze geen naam aan kon geven.
Hij was nooit in haar huis geweest, dat had ze nooit toegestaan. De grens tussen haar wereld en die van anderen was altijd glashelder geweest. en toch voelde het alsof hij haar aankeek. Niet met spot, niet met begeerte maar met nieuwsgierigheid. "Je blijft jezelf beoordelen," zei de stem rustig. Isabella keek weg van de spiegel, maar vond geen ontsnapping. De woorden kwamen niet van buiten; ze kwamen uit haarzelf, al hadden ze in haar verbeelding zijn stem gekregen. "Dit ben ik niet," zei ze zacht. "Weet je dat zeker?" Ze wilde onmiddellijk "ja" antwoorden, maar het woord bleef steken. Misschien was dit niet een andere Isabella, misschien was het een deel van haar dat ze al die jaren had overschreeuwd met regels, gewoonten en verwachtingen.
Ze had zichzelf wijsgemaakt dat waardigheid betekende dat je bepaalde gedachten nooit toeliet.
Nu ontdekte ze dat gedachten zich niet lieten verbieden, ze kon ze alleen onderzoeken of ervoor weglopen.
In de spiegel zag ze een vrouw die niet zozeer vocht tegen een denkbeeldige jonge man, maar tegen haar eigen behoefte om altijd onaantastbaar te zijn. "Waarom jij?" vroeg ze hardop. In haar verbeelding haalde Kofi zijn schouders op. "Omdat je mij hebt uitgekozen, kennelijk beteken ik iets voor jou." Die zin sloeg in als een bliksemflits. Natuurlijk, hij was niet degene die haar veranderde. Hij was de vorm die haar onderbewustzijn had gekozen om haar uit te dagen. Iemand die zich niets aantrok van haar status, haar leeftijd of haar zorgvuldig opgebouwde imago. Niet omdat hij werkelijk tegenover haar stond, maar omdat haar eigen geest iemand nodig had die niet onder de indruk was van Isabella zoals de buitenwereld haar kende.
Voor het eerst begon ze zich af te vragen of de stem niet minder over gehoorzamen ging dan over loslaten: het loslaten van het beeld dat ze al tientallen jaren met zoveel discipline had bewaakt. Dat besef voelde gevaarlijk, maar ook onvermijdelijk.
"Ga door." De woorden waren nauwelijks meer dan een fluistering in haar gedachten, "Al die kleding uit. Kijk naar jezelf zoals je bent. Geen rol. Geen titel. Geen zorgvuldig gekozen uitstraling." Isabella sloot haar ogen. Haar eerste impuls was verzet, dit was belachelijk. Ze was een vrouw die haar leven had opgebouwd op discipline en zelfbeheersing, ze liet zich toch niet leiden door een denkbeeldige stem? En toch bleef ze staan. Ze voelde hoe haar ademhaling onregelmatig werd, niet door de opdracht zelf, maar door wat die blootlegde. Elke stap die ze in haar verbeelding zette, voelde als een stap verder weg van het beeld dat ze haar hele leven zorgvuldig had onderhouden.
Toen ze haar ogen weer opende, keek ze zichzelf aan terwijl ze langzaam haar rokje losmaakte en omlaag liet glijden om er daarna uit te stappen. "Blijf kijken," zei de stem kalm. "Niet naar wat anderen zien. Naar wat jij ziet." Ze probeerde zichzelf te beoordelen zoals ze dat altijd deed: kritisch, beheerst, afstandelijk. Maar dat lukte al niet meer. Daar stond ze dan in haar dure BH en dito slip, haar zwarte plakkousen die er zonder rok erover heen er heel anders uitzagen. Er zat een ongemakkelijke eerlijkheid in haar blik. "Waar verlang je naar?" vroeg de stem. De vraag bleef lang in de ruimte hangen. Haar eerste antwoord was het antwoord dat ze altijd gaf. "Nergens naar."
Maar zelfs terwijl ze het uitsprak, wist ze dat het niet waar was. En de stem wist dat ook, "Lieg niet tegen mij!." Ze verlangde niet naar schandaal of naar het doorbreken van grenzen om het doorbreken zelf. Ze verlangde naar iets dat veel moeilijker was. "Rust," zei ze uiteindelijk, ze hoorde haar eigen stem trillen.
"Ik verlang ernaar om niet altijd degene te zijn die alles onder controle moet hebben." De denkbeeldige Kofi zei een tijd niets, pas na enkele seconden klonk zijn stem weer. "Dat is de eerste keer dat je een eerlijk antwoord geeft." "waarom bekijk jij jezelf niet volledig naakt, zoals je geboren bent, zonder zelf opgezette of gecreëerde maskers zei de stem."
Isabella liet haar schouders zakken, misschien ging deze innerlijke dialoog nooit over hem. Misschien had haar onderbewustzijn een stem nodig gehad die zich niets aantrok van haar status of haar trots, zodat ze eindelijk vragen durfde te beantwoorden die ze zichzelf jarenlang had ontzegd. Voor de spiegel stond nog altijd dezelfde vrouw als een kwartier geleden. En toch voelde ze alsof ze iemand ontmoette die ze al jaren niet meer werkelijk had gezien. Langzaam ontdeed ze zich van de laatste resten van haar zorgvuldig gekozen verschijning. Niet impulsief, niet gehaast, maar bijna onderzoekend. Alsof iedere handeling minder ging over haar kleding en meer over de vraag wie ze was zonder de vertrouwde lagen waarmee ze zich dagelijks omhulde.
Ze bleef staan, haar blik week geen moment af van de spiegel. Een rilling trok over haar rug toen ze in de weerspiegeling meende te zien dat Kofi achter haar stond. Ze wist onmiddellijk dat hij er niet was, hij was nooit in haar huis geweest. Toch voelde de voorstelling in haar hoofd levensecht, hoe hij haar naakt bekeek, dankzij de spiegel kon hij haar achterkant en voorkant bekijken. Ze huiverde, alleen haar man had haar ooit zo mogen aanschouwen en nu, die jongere en donkere knul...ze voelde een nieuwe vorm van opwinding in zich, alsof er vlinders fladderde onder in haar schoot. Ze draaide zich abrupt om maar de badkamer was leeg.
Toen ze weer naar de spiegel keek, stond alleen haar eigen spiegelbeeld haar aan te kijken. "Zie je?" klonk de rustige stem in haar gedachten. "Je gelooft je eigen verbeelding al bijna meer dan de werkelijkheid." Isabella sloot haar ogen, "Waarom doe ik dit?" fluisterde ze. Er kwam geen onmiddellijk antwoord, pas na een lange stilte hoorde ze opnieuw die kalme, zelfverzekerde stem. "Omdat je jezelf toestemming hebt gegeven om te denken wat je jarenlang hebt verboden." Die woorden troffen haar, ze had altijd geloofd dat karakter betekende dat je je gedachten beheerste. Nu ontdekte ze dat onderdrukte gedachten niet verdwenen; ze wachtten geduldig tot er een moment kwam waarop ze zich alsnog meldden.
Ze keek opnieuw naar zichzelf, ze mocht er echt nog wel zijn, haar borsten waren niet eens echt gaan hangen, haar dikke tepels die er uitdagend op stonden. Ze keek verder, nu niet met afkeuring, maar met nieuwsgierigheid. Haar buik was nog platen haar heupen niet te breed. Het dunne streepje blond schaamhaar boven haar vagina misstond niet en ze was trots op wat ze zag.
"Waar ben je werkelijk bang voor?" Deze keer duurde het antwoord langer, "Dat ik ontdek dat ik minder zeker ben van mezelf dan ik altijd heb gedacht omdat ik behoefte heb aan iets anders." Voor het eerst bleef de denkbeeldige stem stil. En juist die stilte maakte meer indruk dan alle eerdere woorden. Isabella besefte dat de confrontatie niet met een denkbeeldige Kofi was, maar met een kant van zichzelf die ze jarenlang achter discipline, etiquette en controle verborgen had gehouden. De spiegel liet geen vreemde zien, maar een vrouw die langzaam haar eigen innerlijke wereld durfde te onderzoeken. "Jij zoekt iemand die jouw laat gehoorzamen en je laat voelen wat je werkelijk nodig hebt en daar... daar ben jij bang voor."
De badkamer was stil., Isabella bleef naar haar spiegelbeeld kijken. De vrouw die ze zag was niet veranderd, maar haar blik wel. Er zat geen trots meer in, ook geen schaamte, alleen vermoeidheid. De denkbeeldige Kofi zei niets, en bekeek haar naakte lichaam. Juist dat zwijgen brak iets in haar. "Ik weet niet meer hoe ik verder moet," fluisterde ze. Haar eigen woorden verrasten haar. Ze had haar hele leven oplossingen bedacht voordat iemand anders een probleem had gezien. Hulp vragen hoorde niet bij haar. Ze liet haar hoofd iets zakken. "Wilt... wilt u mij helpen?" Ze verstijfde. U. Waarom had ze hem zo genoemd?
Niet omdat hij ouder was, integendeel zelf, hij was jong genoeg om haar zoon te kunnen zijn maar toch voelde "jij" ineens ongepast. Ze besefte dat ze hem geen eer bewees vanwege zijn leeftijd, maar vanwege wat hij in haar verbeelding vertegenwoordigde. Hij was de enige stem die niet onder de indruk was van haar status, haar geld of haar zorgvuldig opgebouwde waardigheid. De enige die haar aansprak zonder ontzag en zonder oordeel. In haar gedachten keek Kofi haar rustig aan. "Waarom noemt u mij zo?" Isabella dacht lang na.
"Omdat u niets van mij nodig hebt," antwoordde ze. "Iedereen ziet de vrouw die ik ben geworden. U ziet alleen de vrouw die ik misschien al die tijd ben geweest."
Voor het eerst voelde ze geen behoefte meer om zich te verdedigen. Ze hoefde niet uit te leggen waarom ze altijd zo streng was geweest, waarom ze afstand hield of waarom ze controle zo belangrijk vond. Ze wilde slechts begrijpen. "Ik geloof," zei ze bijna aarzelend, "dat ik bang ben geweest voor mijn eigen gedachten. En nu ik ze eindelijk toelaat... weet ik niet wat ik ermee moet." De denkbeeldige Kofi glimlachte niet. Hij knikte alleen. "Dat is geen zwakte," zei hij. "Dat is het begin van eerlijkheid." Isabella sloot haar ogen. Voor het eerst voelde het alsof ze niet tegenover een ander stond, maar tegenover een deel van zichzelf dat ze veertig jaar lang het zwijgen had opgelegd. Misschien was dat de reden dat ze hem ineens met u aansprak: niet uit onderdanigheid, maar uit een onverwacht respect voor de waarheid die ze via die denkbeeldige stem eindelijk onder ogen durfde te zien.
Ze wist ineens dat de denkbeeldige Kofi niet zomaar een gedachte was die zou verdwijnen zodra ze de badkamer uitliep. Hij was een vraag geworden, een vraag waarop ze haar hele leven het antwoord had vermeden. Ze voelde een onverklaarbare spanning door zich heen trekken. Niet omdat hij jong was, maar omdat zijn jeugd in haar verbeelding symbool stond voor iets wat zij allang verloren dacht te hebben: onbevangenheid. Iemand die niet onder de indruk was van haar naam, haar leeftijd of haar zorgvuldig opgebouwde waardigheid. Het moment waarop ze hem voor het eerst met u had aangesproken, bleef door haar hoofd gaan.
Dat ene woord had haar verrast, ze had het niet gekozen; het was haar ontsnapt. Het woord U kwam uit haar eigen diepte, ze besefte dat het geen eerbetoon aan zijn leeftijd was, maar aan de rol die hij in haar gedachten was gaan vervullen. Hij was de stem geworden die haar confronteerde met waarheden waarvoor ze zelf altijd was weggelopen. "Kunt u mij helpen?" zei ze opnieuw beleefd, nu zachter.
Ze hoorde de woorden en voelde hoe er iets in haar verschoof. Niet alsof ze haar wil uit handen gaf, maar alsof ze eindelijk toegaf dat ze niet alle antwoorden bezat. Jarenlang had Isabella gedacht dat kracht betekende dat je niemand nodig had. Nu begon ze te vermoeden dat werkelijke kracht misschien juist begon bij het erkennen dat je niet alleen verder kon.
In haar verbeelding bleef Kofi haar rustig aankijken, "Waarmee wilt u dat ik u help?" vroeg hij. Isabella dacht lang na. "Ik wil begrijpen waarom ik mijn hele leven een rol heb gespeeld," antwoordde ze. "En ik wil begrijpen waarom ik gehoorzaam aan U en waarom het mij zo enorm opwind."
Er viel een lange stilte, ze had hem wederom met u aangesproken en het voelde niet eens vreemd.
Voor het eerst voelde die stilte niet leeg. Ze voelde als een ruimte waarin iets nieuws kon ontstaan. Niet de oude Isabella die alles beheerste, maar een vrouw die bereid was zichzelf te onderzoeken, ook als de uitkomst haar onzeker maakte. Ze besefte dat haar verlangen gericht was op de denkbeeldige Kofi als persoon. En juist daarom voelde het als het begin van een reis waarvan ze de bestemming nog niet kende.
Ze wist niet meer wanneer de weerstand precies was verdwenen, niet in één klap en zeker niet met een dramatisch besluit. Het was gebeurd in kleine stapjes, bijna ongemerkt. Iedere keer dat de stem verscheen, luisterde ze iets langer. Iedere keer dat ze antwoord gaf, voelde het minder vreemd. Alsof haar eigen gedachten een pad hadden gevonden dat ze jarenlang zorgvuldig had afgesloten.
"U bent er nog steeds," zei ze zacht. De woorden klonken vanzelfsprekend. Ze schrok er niet eens meer van.
In haar verbeelding keek Kofi haar rustig aan, "Ik ik ga pas weg als jij klaar bent." Isabella sloot haar ogen.
"Nee," fluisterde ze. "U zit al die tijd in mijn hoofd. Ik wilde eerst alleen niet luisteren, nu wil ik dat wel."
Dat was misschien wel de grootste ommekeer., niet dat de stem sterker was geworden, maar dat zij was gestopt met proberen haar het zwijgen op te leggen. Ze begon te beseffen dat de denkbeeldige Kofi geen vijand was. Hij vertegenwoordigde alles wat ze jarenlang had weggedrukt: twijfel, nieuwsgierigheid, kwetsbaarheid, de bereidheid om niet altijd het antwoord te hebben. "Ik heb u nodig," zei ze uiteindelijk, De woorden bleven in de stille badkamer hangen. Niet omdat ze zonder hem niet kon leven, maar omdat ze zonder die innerlijke stem onmiddellijk terugviel in de oude Isabella: beheerst, ongenaakbaar, altijd de sterkste van de kamer. "Waarvoor hebt u mij nodig?"
Ze dacht lang na, "Om mij vragen te blijven stellen die ik zelf niet durf te stellen." Er viel een lange stilte en toen antwoordde de stem: "Dan hebt u mij niet nodig. Dan hebt u moed nodig." Die woorden deden pijn.
Ze had verwacht dat de stem haar zou leiden, haar vertellen wat ze moest doen. In plaats daarvan wees die haar steeds weer terug naar zichzelf. "Betast jezelf maar, laat je vingers over je huid glijden en voel wat het met je doet terwijl ik naar je kijk."
Ze bleef voor de spiegel staan, alsof de stilte haar gevangen hield. Haar hart sloeg sneller dan ze wilde toegeven. Niet omdat er werkelijk iemand achter haar stond, maar omdat de aanwezigheid in haar gedachten steeds overtuigender werd. De denkbeeldige Kofi had haar een opdracht gegeven, een die ze normaal zou afwijzen. En nu...haar vingers gleden langzaam over haar zachte huid, langzaam omhoog, langs de zijkanthaar borsten omhoog, ze voelde aan haar hals en toen weer omlaag en vluchtige raakte ze haar tepel. Ze keek naar zichzelf in de spiegel, ze zag Kofi genieten en hoorde "waarom wordt jouw tepel hard"
Isabella schrok want ongemerkt speelde ze ermee en werd hij inderdaad hard, en van schaamte verkleurde haar gezicht en haalde ze haar hand weg. "Ga eens braaf door, voel maar hoe fijn het is te gehoorzamen en te laten zien wie jij werkelijk bent." Hij hoefde niets meer te zeggen, ze keek naar haar eigen weerspiegeling en voelde een onverwachte warmte over zich heen trekken. "Waarom laat u mij niet met rust?" fluisterde ze.
In haar verbeelding verscheen een flauwe glimlach. "Omdat u wil dat ik u verder laat gaan." Ze wilde tegenspreken, ze wilde zeggen dat dit onzin was, dat ze morgen weer de beheerste Isabella zou zijn die niemand ooit een blik achter haar masker gunde. Maar de woorden kwamen niet, ze bleef kijken en speelde met haar tepel die inmiddels keihard was geworden.
Voor het eerst keek ze niet naar zichzelf met de kritische blik waarmee ze jarenlang ieder detail had beoordeeld. Ze keek alsof ze een vreemde ontmoette; iemand die tegelijkertijd vertrouwd en onbekend was.
"Ik begrijp niet wat er met mij gebeurt stamelde ze nu ze merkte hoe opgewonden ze werd van dit alles."
"U probeert het al te begrijpen," antwoordde de stem. "Misschien hoeft u het alleen maar toe te laten, gebruik de andere hand op een andere plek waar al tijden niet meer iemand is geweest."
Dat ene zinnetje bracht een rilling over haar schouders, niet uit angst en ook niet uit schaamte.
Het was de sensatie van iemand die merkt dat een zorgvuldig bewaakte deur langzaam opengaat. Achter die deur lag geen zekerheid, maar nieuwsgierigheid. Ze liet haar blik niet meer los van de spiegel., haar hand gleed door haar schaamhaar, lager, ze aanzet van haar schaamlippen en ertussen, eventjes draaiend over dat knopje dat gelijk signalen uitzond waardoor ze licht schokkend voor de spiegel stond. Heel even stelde ze zich voor dat hij werkelijk achter haar stond. Niet om haar aan te raken, maar om haar aan te kijken met die rustige, onwrikbare blik die in haar gedachten steeds helderder werd. Ze voelde het licht worden in haar hoofd, en toen...toen was daar die eerste kreun.
Ze wist dat het onmogelijk was, en toch voelde de verbeelding werkelijker dan ze wilde toegeven.
"U ziet mij," zei ze zacht kreunend, "U ziet wat ik doe en wat het met mij doet." "Nee," antwoordde de stem. "U begint uzelf te zien." Die woorden maakten iets in haar los en ze merkte dat de hand tussen haar benen sneller bewoog en er meer kreuntjes over haar lippen kwamen,
De denkbeeldige Kofi was allang meer geworden dan een jonge man in haar fantasie. Hij was de stem geworden die haar uitnodigde een grens over te stappen die lichamelijk en innerlijk was: de grens tussen de vrouw die ze altijd had gespeeld en de vrouw die ze misschien durfde te worden. Dat vooruitzicht was even beangstigend als onweerstaanbaar. Ze had zich in no-time naar een orgasme gebracht, iets dat ze sinds het overlijden van haar man niet meer had meegemaakt, en daarvoor was het nooit zo intens geweest.
Ze was op de grond in elkaar gezakt, naschokkende van de beleving van zojuist en keek via de spiegel naar haar denkbeeldige Kofi. "Dank u wel klonk het hees en onwennig, dank u wel dat u mij dit bijzondere moment heeft laten meemaken." Isabella zag hoe de donkere man in ze spiegel lachte naar haar en in zijn handen klapte en zei, "Prachtig en u weet mij te vinden waarna hij in het niets oploste."
Dit verhaal is op verzoek geschreven voor de vrouw met deze fantasie, en laat eventueel ruimte voor een extra deel mocht ze dat besluiten.





