In de slaapkamer keek ik haar aan. “Meen je dat, Jolien? Nu ‘los gaan’? Ik heb er even niet zoveel zin in, schat. Niet nadat ik het verhaal van Irene hoorde. Als jij me niet tegen had gehouden had zij daar nu in dat hok gezeten... En wie weet wat er gebeurd was.” Joline leunde tegen me aan. “Sorry Kees. Ik dacht dat we dat gewist hadden met de lolletjes die we maakten. Maar... Je hebt misschien wel gelijk.” Ze kuste me kort.
Ik kwam op een idee. “Voor het geval Irene nu ligt te malen: we hebben een therapeut in huis, Jolien. Bruin en met vier poten. Breng Mocca even bij Irene. Kan ze bij hem uithuilen.” Twee blauwe ogen keken me instemmend aan. “Prima idee, Kees!” En plagend liet ze er op volgen: “Doe jij het?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Jij. Geen trek er in om Irene in een sexy korfbal-gerelateerd nachtponnetje te zien. Erg slecht voor mijn gemoedsrust en jouw nachtrust.” Joline knipoogde. “Zo ken ik je weer. De vrouw-onvriendelijke Kees komt weer boven...” Ik maakte een dreigend gebaar en ze deed de kamerdeur open. “Ik kom jullie beroven van een vierpotige snurker, Lot... Mocca mag Irene gezelschap houden.”
De deur ging dicht, dus meer hoorde ik niet. Na vijf minuten kwam Joline weer terug en deed de slaapkamerdeur zorgvuldig dicht. “Prima idee van jou, Kees. Ze lag te snikken op haar matjes. Mocca kwam de kamer binnen en kroop meteen kwispelend tegen haar aan. Die liggen nu waarschijnlijk innig gearmd naast elkaar op die matjes.” Ik bromde: “Dat beest heeft maar mazzel. Ik zal ‘m morgenochtend eens uithoren over zijn nachtelijke avonturen met Irene.” Ik werd op bed geduwd. “Macho... Jij durft niet eens, nog helemaal aangekleed, de slaapkamer van Irene binnen te komen als je ook het verste vermoeden hebt dat zij daar in haar pyjama ligt.” Ze giebelde. “Wél zo veilig voor haar maagdelijkheid.”
Een lange zoen volgde. “En nu, meneertje: nu ga jij maar eens kijken hoe je eigen vrouw zich uitkleedt. Misschien kom je dan met een noodgang in de stemming.” Ze wipte van het bed en maakte de knoopjes van haar blouse langzaam los. Een transparant rood onderjurkje werd zichtbaar. Toen zette ze een been op bed en maakte haar rokje los. “Langzaam uittrekken, meneer Jonkman. En vooruit, ik ben aardig voor je: je mag genieten van mijn benen, zo vlak voor je neus.” En dat deed ik dan ook: Lange, sierlijke benen in een mooie panty. Benen die zich langzaam bewogen, waarvan steeds meer zichtbaar werd, tot haar rokje op haar voeten lag. Haar rode onderjurkje was kort, sexy en golfde verleidelijk om haar slanke lichaam. Joline stapte uit haar rokje en, nog met haar dansschoentjes aan ging ze naast me op bed zitten. Een hand gleed over mijn broek. “Volgens mij ben jij zojuist in de stemming gekomen, Kees.” Haar ogen lachten. “Je kunt mij héél snel in de stemming brengen, Jolien. Maar het helpt wel dat ik nu weet dat Irene ook prettig gezelschap heeft...”
Ze trok een gezicht. “Arme Mocca. Moet drie liter tranen absorberen in zijn vacht. Nou ja, dan had hij maar geen Hulphond moeten worden. Eigen schuld. En nu meneer... Nu ga jij je als de bliksem uitkleden en ga je je vrouw liefhebben. Die heeft wel behoefte aan een stel lekker strelende handjes. En misschien ga jij dan ook wel genieten.” Ik gniffelde. “Zeker weten, schat...” “Nou, tempo dan, anders ga ik met mezelf aan de slag”, klonk het nuffig. Mijn kleren gingen snel uit en even later lag ik in m’n boxer naast haar, een arm om Joline heen. “Lekker, meisje, om zo naast jou te mogen liggen...”
Joline rolde tegen me aan. “Ja. En jij mag dat. We zijn getrouwd. En daar ben ik elke dag reuze blij mee.” “Ik ook Joline... Getrouwd zijn met een hele slimme vrouw, die ook nog eens sportief is, lekkere humor heeft, bijna alles van me weet zonder dat ik me daarvoor hoef te schamen... En een heerlijke bedpartner is.” Ze lachte zachtjes. “Weet ik ‘bijna alles’ van jou, Kees? Wat weet ik dan nog niet?” Ik kreunde. “Wil je op dit heerlijke, intieme momentje, al mijn jeugdzonden uit me trekken, schat? Dan weet ik niet of je daarna nog zin hebt om met me te vrijen...” Ze kuste me. “Dat is een risico wat je maar moet nemen, Kees. Vertel!”
Ik zuchtte. “Oké, oké... Toen ik een jaar of acht was, heb ik tijdens een vakantie een stel appels uit een boomgaard gejat. We stonden in een gehuurde caravan ergens op een camping in de Betuwe. Naast de camping was een boomgaard. Op een onbewaakt moment ben onder het prikkeldraad door gekropen en heb ik een aantal appels uit de bomen gehaald. Het was een moderne boomgaard, dus de boompjes waren laag en klein, maar zaten vol appels. Prima... Met twee handen vol kwam ik in de caravan aan. “Kijk eens Ma... Zelf geplukt!” En Ma keek me aan. “En heb je dat gevraagd, Kees?” Ik stom kijken natuurlijk... Gevraagd? Aan wie zou ik dat moeten vragen? Die dingen hingen aan bomen. En bomen zijn van iedereen, toch? Ma heeft me toen een snel lesje tuinbouw-economie gegeven: die bomen waren van een fruitteler die heel veel moeite moest doen om mooie appels te kweken. In het voorjaar oppassen voor vorst, zodat de bloempjes en de kleine appeltjes niet dood gingen, oppassen voor insecten, vogels, wormen en egels die de appels op konden eten, de bomen voldoende water geven of juist zorgen dat overtollig water snel werd afgevoerd, vervolgens de rijpe appels oogsten, netjes inpakken, naar de veiling brengen en hopen dat ze voldoende geld opbrachten zodat de boer zijn gezin kon laten eten... Kortom: ik kreeg bijna medelijden met die boer. En ik moest, samen met Ma, naar die boer toe om mijn misdaad te bekennen.
We belden aan, en de vrouw van de boer deed open. En toen ik schoorvoetend vertelde wat ik had gedaan, zei ze: “En hoeveel appels heb jij geplukt?” “Vijf, mevrouw. Voor ieder van ons eentje.” “Nou, dan moet je die appels maar betalen. Hoeveel zakgeld krijg jij?” Dat was toen nog in guldens... “Twee gulden in de week mevrouw.” “Nou, dan wil ik twee gulden van je. Zoveel kosten die appels.” Dat had ik natuurlijk niet op zak, dus Ma gaf die mevrouw twee gulden. “Volgende week geen zakgeld, Kees!” zei ze toen nog. En even later liepen we weg. En bij de caravan zei Ma: “Pak nu maar zo’n appeltje, Kees. Ze zijn nu betaald, dus mogen we ze eten.” Enfin, ik zet mijn tanden in die appel: Nog kei- en keihard. Niet rijp en hartstikke zuur. Tja, het was begin Juli, dus die appels moesten nog rijpen. Wist ik veel... En Ma lachen natuurlijk.
Enfin, ze heeft er, met wat moeite, appelmoes van gemaakt. En zei tijdens het eten dat er zeker drie keer zoveel suiker in moest dan normaal. En de meiden namen allebei één hapje en schoven hun schaaltjes vér van zich af...” Joline lachte. “Zat zeker geen kers op? Ja, dan is de appelmoes niet compleet.” Ik keek zielig. “En aan het eind van de week kreeg ik géén zakgeld. Ma was daar uiterst consequent in. Verdorie...” Joline giebelde weer eens. “Twee gulden voor vijf appeltjes? Die boerin had een topdag! Kun je nagaan wat zo’n hele boomgaard op zou brengen...” “Hoe dan ook: volgens mij was het de duurste appelmoes die we ooit gegeten hebben. Want er moest dus ook een hele vracht suiker in. Nog even los van alle arbeidsuren die Ma en ik er in had gestoken...”
Joline snoof minachtend. “Guttegut... Onder het prikkeldraad doorkruipen, vijf appeltjes plukken en weer terug. Wát een arbeidsuren. Maar ik begin steeds beter te begrijpen waarom jij je heil in de techniek hebt gezocht en niet in de agrarische sector. Eerst héle dure appels jatten die uiteindelijk nauwelijks te eten zijn en een paar jaar later jezelf helemaal te pletter werken bij de vader van een klasgenootje waar jij een crush op had... En het lieve kind niét zien omdat die, waarschijnlijk met een andere knul lekker op de Canarische eilanden of zo de beest uithing...” Ze lachte me uit en ik gaf haar een duw. “Rotmens. Me daar ook nog even aan herinneren...”
Joline rolde op me. “Goed dan... Herinner jij je dit nog, Kees?” Ze streelde me en wiegde met haar onderlichaam tegen het mijne. “Ja, dat herinner ik me opperbest, Jolientje. Hoezo?” “Ga er dan maar eens van genieten. Van je eigen vrouw. Hoef je geen mest voor te kruien of appeltjes te gappen; om haar te onderhouden hoef je alleen maar op je krent te zitten tekenen bij DT...” “En daar ben ik best goed in, schat…” Ze smoorde verdere opmerkingen met haar lippen. En haar tong. Toen ze even daarna losliet, keek ze me lief aan. “Er zijn nog meer dingen waar je best goed in bent, Kees. Je kunt heerlijk zoenen. En daar moet je mee doorgaan. Kóm…” Ze trok me weer tegen zich aan en ik voelde haar warme, heerlijke lichaam tegen me aan wrijven. En ik mocht haar strelen, voelen, betasten… Met een sneltreinvaart racete in op een orgasme af!
“Jolien…” Ze voelde het en in mijn oor hoorde ik zachtjes: “Toe maar, schatje. Laat het komen en geniet van me…” Ze kuste me, streelde me en wreef haar onderlichaam tegen me aan. “Lekker klaarkomen, Kees… Ik wil het voelen!” “En jij dan?” Ze giebelde. “Ik wil zo ook lekker slapen, schatje. Nu nog heel uitgebreid vrijen gaat ‘m niet worden. Maar jij moet even ontspannen. En daar gaat Jolientje voor zorgen…” En dat deed ze prima! Ze kuste me, streelde me overal, en na een paar seconden was er geen weg meer terug en kwam ik heerlijk klaar! Een paar minuten later giechelde ze: “Je hebt aardig je best gedaan, Kees. Je spoot tot tussen m’n borsten.” Ze trok haar onderjurkje uit: Tot tussen het kant van haar decolleté zaten bekende natte plekken. We fatsoeneerden ons even en gleden toen we onder het dekbed.
“Morgen is de slaapkamer voor Adria verboden terrein, Kees. Als zij net zo’n neus heeft als haar honden, weet ze meteen wat hier gebeurd is.” “Als zij een beetje mensenkennis heeft, kan ze dat, ook zonder te ruiken, wel raden, schatje. Zo’n mooie vrouw samen met zo’n knappe kerel… Hoef je geen psycholoog voor te zijn om te raden wat er zich in bed afspeelt. Bovendien: Wij mogen dat. Degelijk getrouwd en zo. Zullen we nu gaan slapen?” “Goed plan, Kees. Lekker in elkaars armen in slaap vallen. Kom hier, vent!” Ze kroop tegen me aan en ik genoot van de geur van haar haren. “Zou Mocca nu ook zo tegen Irene aan liggen? Wát een geluksvogel…” Ik kreeg een stompje. “Als je jaloers bent, Kees: In de garage is nog wel een plekje om je veldbedje neer te zetten. Je hebt net heerlijk met je eigen vrouw gevreeën en je denkt meteen daarna aan Irene die in een korfbalpyjamaatje haar hart uitstort tegen Mocca? Smeerlapje.” Samen grinnikten we even, toen zakte ik langzaam weg…
De zaterdagochtend verliep vlot. Om acht uur gingen we er uit, maakten thee en een stel beschuitjes. Daarmee wekte ik Lot, Rogier, Mar en Gerben; Joline klopte bij de studeerkamer aan. Even later kwam ze breed lachend terug. “Irene heeft prima geslapen, zei ze. En Mocca ook wel; ze wist niet dat een hond zó kon snurken. Maar die twee lagen lekker tegen elkaar aan toen ik binnenkwam. Maar jij moet Mocca maar even uitlaten. Het is me wat te link om Irene in haar nachtgoed de straat op te sturen.” Öké… Als Irene dan in haar nachtgoed meegaat… Een boze blik kwam mijn kant uit. . Rogier kwam binnen. “Goeiemorgen, Piraat.””Hoi Kees… Hadden jullie nog plannen voor de rest van de dag?” Joline knikte. “Ja. Straks komt Adria, onze gastgezinbegeleidster, hier. Even kijken hoe het met Mocca is. Hoezo?” “Nou, we kletsten gisteravond nog wat; het leek ons wel een goed plan als jullie richting Arkel komen om nog wat schietlessen te geven. Schikt dat?” Ik keek Joline aan en die knikte. “Prima joh. Dan komen we, als Adria de deur uit is, richting Arkel. Nemen we ook onze eigen buksen mee, die Hatsans. Even wat scenario’s oefenen. Goed plan! Maar… na dat kletsen van jullie: goed geslapen?”
“Kan ik net zo goed aan jou vragen, Kees.” Ik wees naar Joline. “Nou… als je wilt weten of ik goed geslapen hebt, kun je dat beter aan Jo vragen. Als ik sliep, was ik bewusteloos.” Joline stak haar neus in de lucht. “Wat happens in the bedroom, stays in the bedroom, meneer van de Vlist. Ik zal het cryptisch samenvatten: Kees en ik hebben elkaar nog even een slaapmiddeltje toegediend.” Rogier grijnsde. “Hmm… Waarschijnlijk niet uit de apotheek, schat ik? Klazien uut Zalk, dat kruidenvrouwtje wat een tijdje terug is overleden, zou dat wel kunnen waarderen, denk ik. Niks geen Farmacie, maar puur natuur.” Joline snoof. “Vast. Maar of het ook ‘onbespoten’ is, daar heb ik een andere mening over.” Rogier en ik keken elkaar aan en schoten in de lach. En op dat moment kwam Charlotte binnen. “Er wordt hier op een bepaalde manier gelachen. En ik weet dat er dan wat vunzigs is gezegd! Biecht eens op, heren!” Rogier wees op Joline. “Moet je van háár horen, Lot.” “Dat lijkt me sterk. Onze strenge cheffin op de vunzige toer? Zij die strak de scepter zwaait over Backoffice van DT? En over de Piraten, als Kees er een keertje niet is? De personificatie van werkethos? Echt niet, Rogier…”
Joline keek ondeugend. “Blij dat mijn reputatie nog steeds goed is, jongens… Maar om die reputatie omhoog te houden én Irene niet teleur te stellen: deze conversatie maar even stoppen, dankuwelalstublieft.” “Hoor ik daar mijn naam? Dan graag even vertellen in welk opzicht!” Irene kwam de kamer binnen en keek onderzoekend van Lot naar Joline, Rogier en mij. “Niet nodig, Ireen. Een lolletje over de reputatie van Joline…” Rogier zei het met een uitgestreken gezicht en Irene knikte langzaam. “De reputatie van Joline? De ‘Bitch van het Backoffice’ bedoel je?” Ze lachte en Jolien werd een beetje rood. “Hé! Hou jij je een beetje in?” Irene wees naar Mocca. “Mocca en ik hebben nog lang liggen kletsen, Jolien… Ik heb wel wat gehoord van ‘m… Goeiemorgen allemaal!” Ze lachte ontspannen en Rogier vroeg: “En hoe heb jij, tussen al dat geklets van Mocca door, geslapen Irene?”
Die stak een duim omhoog. “Heerlijk! Gisteravond lag ik eerst te janken, toen bracht Joline Mocca bij me. En die had waarschijnlijk meteen door wat er aan de hand was; hij kroop tegen me aan en likte m’n tranen van m’n wangen. En even later zijn we, met zijn kop vlak bij mijn hoofd, heerlijk in slaap gevallen… Wát een schat van een beest.” Ze aaide Mocca, die meteen een lik over haar handen gaf. Ze keek ons aan. “Dank jullie wel, dat ik hier mocht slapen. En na het ontbijt ruim ik de studeerkamer even op en ga richting huis. Even op de reisplanner kijken hoe laat ik hier de bus moet pakken…” Ze pakte haar telefoon, maar die werd door Gerben vakkundig ingepikt.
“Niks ervan, Ireen. Wij brengen je wel thuis. Die paar kilometer omrijden naar jouw huis… Scheelt ons niks en jou zeker twee uur reis- en wachttijd. En oh ja, hier is je telefoon terug.” Hij gniffelde om het gezicht van Irene. Joline broedde op een idee, dat zag ik. En ze vroeg even later of Lot en Mar even meeliepen. Lachend kwamen ze even later weer de kamer in en schoven aan tafel. “Irene… Ben jij serieus over dansles?” Die knikte. “Zeker weten! Hartstikke leuk, ik heb gisteren genoten!” Rogier zei droogjes: “Dat heb ik gezien ja… Met name toen je met Kees aan het dansen was. Denk je eraan dat hij getrouwd is met jouw cheffin?” Joline’s ogen vernauwden zich; de lasers stonden in de stand ‘stand-by’. En ze waren op Rogier gericht. “Meneer van der Vlist… Denkt u er even aan dat mijn echtgenoot uw directe chef is? En ik hem vrij snel kan overtuigen om bepaalde, minder leuke dingen met uw werkzaamheden of uw salarisstrook te doen? Want dat gaat gebeuren als u nog eens zo’n opmerking maakt!” De lasers brandden nu op volle kracht en we gniffelden.
Gerben legde een hand op de schouder van Irene. “Laat haar maar even, Ireen. We kletsen onderweg nog wel even verder over Kees en Joline. Daarna hoef je nergens meer bang voor te zijn.” Irene lachte. “Bang? Dat ben ik niet meer zo gauw hoor. Sinds ik in Gorinchem werk…” Joline tikte op tafel. “Mag ik even uitpraten, verdorie? Ik vroeg Irene wat… Jaja, ik lig alweer…” Toen ze boete gedaan had, kwam ze weer zitten. “Ireen, in overleg met Lot en Mar stellen we het volgende voor: Als er dansles is rij je vrijdags met ons mee hier naar toe. Danskleren moet je dus vrijdagochtend hebben ingepakt. Je eet hier. En we eten op vrijdag niet zoveel; dansles is best wel inspannend, heb je gemerkt. Na het eten snel douchen, omkleden, met ons mee naar Carlos en Juanita en na de les met dat stelletje uit Arkel richting huis. Of ze je thuis afzetten of op station Gorinchem… Daar komen jullie wel uit, denk ik. En als zij, net als vandaag hier blijven slapen, slaap jij ook hier. Wat dacht je ervan?” Irene d’r ogen waren groot. “Wauw… Dat zou fijn zijn! Ik had al zitten kijken op de reisplanner, maar als ik met het OV naar huis zou moeten op vrijdagavond, haal ik nét de laatste bus van Gorinchem station naar huis. En als ik die mis, moet een van mijn ouders me op komen halen. Dat gaan ze niet fijn vinden, zo laat op de avond.”
Joline knikte. “Daarom. En omdat wij het geen fijn idee vinden dat jij ’s avonds laat nog in het OV zit, tussen allerlei lui die nét uit de kroeg komen waaien.” Margot giebelde. “Nee, alsof het in onze Volvo zo veilig is als Irene tussen die twee piraten zit, op de achterbank…” Gerben knikte langzaam. “Soms heb jij hele goeie ideeën, Margootje. Kijk, in mijn auto kunnen Rogier en ik ons geen vrijheden veroorloven; ten slotte pikt die dashcam ook geluiden van binnen de auto op. Maar in jullie auto…” Lot bromde: “Smeerlappen zijn jullie om onze lieve receptioniste zó in de mangel te nemen.” “Nou nee hoor, Lot”, zei Rogier. “Niet in de mangel, alleen maar tussen ons in.” “Ik weet niet wat erger is”, lachte ik. Irene zuchtte. “Als jullie zo doorgaan, ga ik alsnog met het OV…”
Na het eten ruimden we af; bordjes en bestek wasten we met de hand af. Het loonde de moeite niet om die in de vaatwasser te zetten. Irene ging de studeerkamer in. “Even mijn troep opruimen!” De overigen pakten ook hun spullen in en om tien uur vertrok de Volvo van de meiden richting Arkel. Met Irene in het midden op de achterbank, tussen Charlotte en Margot in. “Wel zo veilig!” riep Lot uit het raampje. “Zo. Die is ook onder de pannen, Jolien. En op een hele goeie manier opgevangen door Mocca.” Ik sloeg tegen mijn hoofd. “Mocca! Je bent nog helemaal niet uit geweest vanochtend! En je hebt niet lopen piepen… Wat ben jij een goeie hond! Get leash!” De hond sprintte naar de keuken en kwam met de riem terug. Ik lijnde hem aan. “We gaat ook even naar het losloopveld, schat. Kan hij even uitrazen voordat Adria komt.” Ze knikte. “Raas jij dan meteen even uit? Wel zo veilig voor Adria… Dááág Kees.” Met een brede lach sloot ze de deur.
“Nou ja zeg… En daar ben ik mee getrouwd? Mocca, zeg er wat van!” De hond boeide het niet; die trok aan de riem richting lift. Eenmaal buiten bleek dat de nood hoog was: hij plaste in de goot pal voor de flat. En zodra hij op het uitlaatveld was kwam er ook een forse drol naar buiten. Pas daarna liep hij weer netjes naast me. Op het losloopveld was er één meneer met een andere hond: een klein keffertje wat meteen om Mocca heen begon te springen. Mocca boeide het niet zo; die liet de kleine lawaaischopper links liggen. Totdat het hondje, een soort Mathezer leeuwtje, de tanden in Mocca z’n linker achterpoot zette. De normaal zo rustige Labrador liet toen een lage grauw horen en z’n tanden zien. Met de kop laag stond Mocca dreigend en grommend tegenover het keffertje. “Wilt u uw hond vasthouden, meneer? Ik vind dit niet zo prettig.” De man keek me aan. Ik schudde mijn hoofd. “Nee meneer. Uw hond beet Mocca in zijn poot en Mocca laat nu even duidelijk merken dat hij daar niet gecharmeerd is. Als ik Mocca nu aan zou lijnen, heeft uw hondje gewonnen. Mocca heeft ‘m gewaarschuwd om geen verdere grappen uit te halen en volgens mij helpt dat prima; uw hond is nu best wel onder de indruk.” Het keffertje lag nu op zijn rug, Mocca torende boven hem of haar uit. Maar de tanden waren nu niet meer zichtbaar. “Goed zo Mocca. Hier!” De hond kwam naar me toe. “Side!” En hij ging netjes naast me zitten.
De snoet omhoog en ja, dan moest er wel een brokje in. “Ziet u? Beide hondjes hebben het onderling opgelost. Ik denk dat uw hond het niet meer in z’n kop haalt om Mocca nog een keer te bijten.” Hij knikte langzaam. “Oké. Sorry voor dit incident.” “Geen probleem. Het is de hondenmanier om even te laten weten dat stoeien prima is, maar bijten niet. Daar hoeven wij ons niet tegenaan te bemoeien, kunnen de honden prima zelf.” Hij lijnde het keffertje aan en verliet het losloopveld. “Zo Mocca. Dat heb je prima opgelost, knul. Brave hond hoor…” Kwispel, brokje. Even later liep ik naar huis met Mocca zonder riem naast me. Nee, dat mocht niet volgens de APV, maar het was wel nodig om de hond te leren zich ook loslopend te gedragen. En dat ging prima. Ja, nog een snuffel hier en een ‘markeringsplasje’ daar, maar hij bleef binnen een straal van drie meter en checkte telkens keurig in.
Toen we bij de ingang van het appartementencomplex aankwamen, draaide een bestelauto van Hulphond Nederland nét een parkeervak in. Ik wachtte even, Mocca zittend naast me. Toen Adria uitstapte maakte de staart overuren en wilde Mocca duidelijk meteen naar Adria. Maar ik hield hem onder appél met een kort: “Mocca: zit.” Adria liep naar ons toe. “Hallo Kees. Stond je op me te wachten?” Ze negeerde de hond. “Nee hoor. We komen net terug van uitlaat- en losloopveld. Meneer heeft alles gedaan wat er gedaan moest worden en daarna nog even een keffertje laten weten wie de baas is.” Adria trok een wenkbrauw op. “Mag je me zo vertellen. Ik negeer de hond nu; even kijken of hij zich kan beheersen. Gaan jullie maar voor.” “Mocca: Let’s go!” Gelukkig stond de lift beneden en Mocca trippelde uit zichzelf naar achter in de lift en ging netjes zitten. Toen de deur dicht was, zei Adria: “Mag ik ‘m nu even begroeten?” Ik knikte. Adria knielde. “Hoi Mocca…” De hond schoot op haar af en begon uitgebreid haar hand te likken. “Jaja… Je bent braaf en ik ben ook blij om jou weer te zien, hoor…”
Ze kwam overeind en ik zei: “Mocca: zit.” Het dier gehoorzaamde en Adria keek waarderend. “Dit ziet er goed uit, Kees…” Ik bromde: “Wacht maar tot je Joline met hem bezig ziet. Hij is helemaal verknocht aan haar. Als zij erbij is, bungel ik er een beetje bij…” Adria glimlachte. “Dat is in elk huwelijk toch zo?” Ik zuchtte maar weer eens. “Drink jij je koffie of thee mét of zonder zout, mevrouw? Want je solliciteert aardig naar een onprettige verrassing…” Ze lachte. De lift was boven en we stapten uit. De flat in… Even daarna zat Adria op de bank en kletsten we over de vorderingen van Mocca. Ze was uiterst tevreden. “Jullie hebben hem prima opgevoed. Ik zie hier een hele mooie potentiële Hulphond!”
“Niet onze verdienste, Adria. Mocca is in het vorige gastgezin prima opgevoed. Die moeten de meeste credits krijgen. En voor de rest: het is een hele makkelijke hond die bijzonder gehecht is aan Joline. En aan mij ook wel een beetje.” “Ja, daar hadden we het al over gehad, Kees”, zei Adria met een lachje. “Hoe doet Mocca het met speeltjes terugbrengen en zo?” Joline keek wat zuinig. “Als hij zin heeft doet hij dat prima. Maar soms kun je twintig keer zeggen dat hij iets moet laten vallen en heeft meneer augurken in de oren en vertikt hij het. Daagt alleen maar uit om trekspelletjes te doen. Maar Adria… In sommige zaken is hij bere-goed…” Kort vertelde ze wat ons was opgevallen tijdens de diverse momentjes van verdriet en teleurstelling, ook van Irene gisteravond. Ze besloot met: “… Het is een hele sensitieve hond. Voelt feilloos aan als een van ons of iemand anders een sippe bui heeft. Dan kruipt ze tegen die persoon aan en eist bijna aandacht…” Adria luisterde aandachtig. “Daar kunnen we wellicht wat mee, Jolien. Als dit mooie hondebeest mensen zo goed aanvoelt… Ik zet het in ieder geval in mijn voortgangsrapport en wellicht moet Mocca binnenkort een keertje naar Herpen voor een testje. Dat doen we soms met honden die aanleg hebben om PTSS-hond te worden. En houd er rekening mee dat Mocca over ruim een maand sowieso naar Herpen gaat. Voor zijn definitieve opleiding.”
Ze zweeg even. “Dat zal moeilijk voor jullie zijn, want jullie zijn enorm aan het beest gehecht, dat zie ik. Daarom zeg ik het nu alvast. Eind Januari gaat ze, als alles goed is, naar Herpen.” Dat knalde er even hard in bij mij. Mocca nog een maand bij ons en dan weg… Ja, dat zou pijn doen. Ook Joline had het er even moeilijk mee, zag ik wel. Ze streelde de hond en die kon dat wel waarderen. Adria was nuchter. “Jongens, jullie wisten dit van tevoren. Ik begrijp dat het moeilijk is, maar echt: Mocca heeft straks een taak te vervullen.” Joline keek op. “Dat weten we. En we zullen er bijzonder trots op zijn als hij die taak op zich neemt. Of dat nu als ADL-hond is of als PTSS-hond: wij hebben een piepklein stukje van de opvoeding voor onze rekening genomen. Maar het zal hier bijzonder stil worden. Nietwaar Kees?” Ik knikte.
“Zeker weten. Tegen die tijd maar een grootverpakking Kleenex aanschaffen.” Adria lachte zachtjes. “Doe maar. Die zul je nodig hebben en dat méén ik. Ik ga er zo vandoor, mensen. Nog even dit: hou Mocca goed in de gaten tegen de tijd dat het vuurwerk 24/7 knalt. Desnoods een doek om zijn kop, over zijn oren. Het zou bijzonder onprettig zijn als hij een dusdanige opdonder van vuurwerk krijgt dat hij daardoor ongeschikt zou worden.” Ik knikte. “We zijn er nú al alert op, Adria. De eerste de beste klotepuber die het in z’n kop haalt om vuurwerk af te steken als wij met Mocca in de buurt zijn gaat een paar uiterst onplezierige ogenblikken beleven!” Ze knikte. “En denk eraan: mochten jullie een vermoeden hebben van permanente schade: meteen naar de dierenarts en ook ons bellen op het noodnummer. Als er schade is, verhalen we die op de veroorzaker. En dat is geen tientjeswerk.” Ze keek grimmig. “De opvoeding en training van een Hulphond kost tussen de 20 en 30.000 euro. Als een hond afvalt door bijvoorbeeld vuurwerk of aangereden wordt, wordt de dader aansprakelijk gesteld en wordt het hele bedrag van de opleiding geclaimd. Hulphond Nederland laat zich niet beroven, Joline. Eén van onze sponsoren is een advocatenkantoor; die sponsoren in ‘natura’, oftewel: ze verlenen indien nodig gratis juridische bijstand. Eén van de partners bij dat kantoor is zelf gastgezin.”
Ik stak een duim op. “Als jullie technische hulp nodig hebben in jullie gebouw… als er iets technisch ontworpen moet worden of zo: laat het ons weten. Ik denk dat Developing Technics dan ook wel wat dure ingenieurs-uren gaat sponsoren. En hebben jullie een huis-aannemer?” Adria trok een gezicht. “Weet ik zo niet, Kees. Het zou zo maar kunnen dat een aannemer in de buurt van Herpen ook in natura sponsort. Ik geef je aanbod in ieder geval door aan het management.” “Ik ga het er over hebben met onze directeur Theo, Adria.” Joline glimlachte liefjes. “Ik stel voor dat ík dat ga doen, Kees. Ik heb… ehhh… wat meer pluspunten dan jij.”
Ze deed een extra knoopje van haar blouse open en Adria schoot in de lach. En Joline d’r ogen flikkerden een korte waarschuwing mijn richting uit. De boodschap was duidelijk in haar ogen te lezen: ‘Nu géén toespelingen over pluspuntjes, Kees Jonkman!’ Ik knipoogde en hield braaf mijn mond. “Ik wil nog even met Mocca wandelen, mensen. Even observeren hoe hij zich gedraagt als hij losloopt.” “Dan gaan we naar het cooperparcours, Adria. Heb je je hardloopkleren bij je?” Ze trok een gezicht. “Nee, dank je wel. De vorige keer had ik een dag nodig om de spierpijn kwijt te raken, Joline.” We grinnikten. “Oké, dan maar gewoon wandelen in een 65-plus-tempo. Sorry Mocca, maar die leuke mevrouw in dat blauwe shirt is blijkbaar…” Ik werd onderbroken. “Die leuke mevrouw in dat blauwe shirt heeft best wel een goeie conditie, meneer Jonkman! Maar onvoorbereid hardlopen is niet mijn ding. Ik moet een redelijke warming-up hebben!”
Adria keek doordringend. “Oké, oké… Ik wist niet dat je kwaad werd…” Ze snoof. “Soms hebben we een trainingsweekend bij Hulphond Nederland. Nieuwe methoden, nieuwe tests, enfin… En daar zit ook altijd een sportief element in. De ene keer vlotvaren, de andere keer een nacht surviven of een oriëntatieloop; meestal val ik wel in de prijzen. Dus…” Joline had Mocca ondertussen aangelijnd. “Voordat jullie je sportieve prestaties gaan uitwisselen: naar buiten!” We liepen rustig richting cooperparcours en daar wandelden we drie rondjes. 1.500 meter. En Mocca liep het dubbele: voor ons, achter ons, al snuffelend in de berm, dan weer een tak meenemend… Maar om de 100 meter kwam hij zich even netjes ‘melden’: dan voelde ik zijn snoet tegen mijn rechterhand. En vaak kreeg hij dan een brokje, maar soms ook alleen maar een aai of een lofprijzing. En hij hield ons goed in de gaten: toen hij een stuk vooruit gelopen was, sloegen wij een zijpad in, onzichtbaar voor de hond. Binnen tien seconden hoorden we snelle poten rennen en had hij Adria gevonden. “Goed zo! Brave speurhond, Mocca!” Ze knuffelde de hond even. Toen we weer bij de flat waren zei Adria: “Mensen, dit gaat helemaal goed komen. Mocca was al een prima pup, maar nu hij bijna volwassen is, is het een heerlijk dier. Nogmaals: ergens over een maand gaat hij richting Herpen, dus laat je niet overvallen door die mededeling.”
Even was ze stil. “En wat doen jullie als Mocca in Herpen zit? Even rust?” Joline schudde haar hoofd. “Nee. Als er op dat moment hondjes beschikbaar zijn, is een volgende hond hier weer hartstikke welkom. Nietwaar Kees?” Ik knikte. Adria dacht even na. “Misschien overval ik jullie ermee, maar: momenteel hebben we twee nestjes van 6 weken. Zouden jullie over twee weken een pupje in huis willen nemen? Dan kan Mocca die pup nog een paar dingen leren voordat hij weg gaat bij jullie. Denk daar eens over na, want dat is een stuk meer werk dan dat jullie aan Mocca hebben gehad.” Ik keek Joline aan en zij knikte. “Lijkt me hartstikke leuk! Een jonge pup… Schattig!” Ik schoot in de lach en vinnig zei Joline: “Wat sta jij te hinniken, Kees?” “Gaan je eierstokken klotsen, schat?”
Adria proestte het uit en ik kreeg een verachtelijke blik van Joline. “Lomperd…” “Voordat jullie in een echtelijke vechtpartij verwikkeld raken, ga ik maar eens richting Bommel. Ik praat wel met de overlevende…” Adria stapte lachend in, nadat ze Mocca een aai had gegeven en ons een hand. “Kom Mocca. Let’s go!” We liepen naar binnen en ik legde een hand op Joline d’r arm. “Sorry van die opmerking over je eierstokken, schat.” Ze knipoogde. “Liever van jou dan van iemand met het verstand op de juiste plaats, Kees. Onze lieve gastgezinbegeleidster kan in Herpen nu een leuk verhaaltje vertellen, denk ik. En die eierstokken… Pas op het strand van de Malediven, schat. Onder een schitterende sterrenhemel, een fles héle dure champagne en eindeloze orgasmes…” Ze lachte breeduit.
Eenmaal binnen pakte in de broodtrommel. “Even een paar boterhammen smeren voor onderweg. Tegen de tijd dat we in Arkel aankomen is het bijna één uur. Drinken we daar nog een bakje koffie en daarna trainen. Pak jij de Hatsans uit de kast? En de 5,5mm pellets…” Joline knikte. Een kwartier later waren we gereed: de buksen in hun hoezen, pellets mee, de luchtfles met vulslang zou ik beneden uit de garage pakken. Mocca werd aangelijnd en we gingen de lift in. In de garagebox pakte in de luchtfles en zette die achter de bijrijdersstoel. Vastgemaakt met een spanband; ik wilde dat ding niet los vervoeren. De buksen op de achterbank, Mocca achterin…
“Héhé, wat een expeditie”, zuchtte ik, toen we wegreden. “Tja, dan had je maar een vak moeten leren, Kees”, klonk onbarmhartig naast me. “Tutje…” Rustig reden we richting Arkel, onderweg de boterhammen etend en gezellig kletsend. En in Arkel troffen we Irene ook nog aan. “Hé dame… Wat doe jij hier nog?” Ze haalde haar schouders op. “Mijn ouders zijn tot vanavond weg, naar mijn oma toe. Geen zin om alleen thuis te zitten. Dan liever hier, jullie op je vingers kijken.” Mocca sprong om haar heen. “Mooi, dan kun jij je nuttig maken door Mocca aandacht te geven, terwijl wij even wat lood wegknallen.” Joline klonk beslist. Irene zat er niet mee; die ging met haar rug tegen een bank zitten en knuffelde Mocca. De hond vond dat niet onplezierig; de staart ging in hoog tempo heen en weer.
Tijdens een bak koffie vertelden we dat Mocca waarschijnlijk over een maand richting Herpen zou gaan. “Naar de Hogere Hulphondenschool. Daar een half jaar getraind worden en dan… begint het echte werk voor hem!” Irene keek sip. “Dan zien we Mocca dus niet meer? Jammer…” Joline keek haar aan. “Ireen: Mocca is voorbestemd om als hulphond door het leven te gaan. Hij is niet van ons, weet je nog? Ja, ook Kees en ik zullen het moeilijk hebben als we afscheid van hem moeten nemen, maar we weten waar we het voor doen. En wellicht komt er over een paar weken een klein pupje bij ons in huis, wat we helemaal vanaf het begin mogen opvoeden en socialiseren. Adria had het daar al over: waarschijnlijk overlappen die twee elkaar nog. Kan Mocca dat pupje nog een paar dingen leren. Je zult geen knuffels, likjes en pootjes tekortkomen, hoor.” Ik vulde aan: “En wie weet… Laat dat pupje nog een keertje een grote boodschap achter in jouw smetteloze receptie.” Ze keek smerig. “Dan breng ik dat onmiddellijk naar jouw kantoor, Kees!” Ik keek pesterig. “Jaja… met je blote handen zeker? Ik zie het je doen, Ireen.” Ze zuchtte. “Mocca! Roep die baas van je tot de orde!” De hond draaide zich echter op zijn rug en liet zich lekker verwennen.
Toen de koffie op was liepen we de serre in. De deur tussen de serre en de huiskamer ging dicht. “Goed dames en heren… Laat maar eens zien wat jullie ervan bakken vandaag. Eerst even de buksen inschieten, daarna oefenen we scenario’s.” Lot en Mar gingen liggen en even later zag ik de groene dots van hun lasers op twee doelkaartjes. Die dots gingen in regelmatig tempo op en neer: ademhaling. Margot schoot keurig tussen twee ademhalingen door; Lot moest gecorrigeerd worden. “Je houdt je adem té lang vast, Lot. Inademen, trekker tot vlak voor het ‘breekpunt’ houden, half uitblazen, adem vasthouden en dan rustig een fractie meer druk op de trekker zetten. Je moet verrast worden als het schot er uit gaat. En na het schot naar je doel blijven kijken. Spannen moet een psychomotorische handeling zijn. ‘Muscle-memory’. Moet dusdanig automatisch zijn dat je er geen aandacht aan hoeft te besteden. Alle aandacht moet richting doel zijn.” Na tien schoten ontlaadden ze hun buksen en liepen naar de doelkaartjes. Al met al was ik niet ontevreden: de laagste score van een 3 op een kaart van Lot. En dat op 25 meter… Binnenshuis zou de afwijking minder zijn. “Netjes, meiden…”
Handen, vingers en ik lag mezelf weer eens op te drukken. Vanuit de huiskamer hoorden we Irene lachen. “Krengetje…” gromde ik toen ik weer overeind kwam. “Nou heren… jullie beurt. Maak er een kunstwerkje van!” Tot mijn verbazing schoot Gerben beter dan Rogier. Rogier hing een beetje de macho uit: snel schieten, waardoor hij onnauwkeurig werd bij zijn laatste schoten. Hij had zijn ademhaling ook niet goed onder controle en hij rukte aan de trekker. Gerben schoot rustiger, zijn handelingen waren zeker en zijn ademhalingstechniek was goed. Het resultaat was dat Rogier slechts 7 schoten op de kaart had; hij had er 3 compleet naast geschoten. En van de 7 treffers was de hoogste score een 5. Gerben had alle tien de schoten op de kaart met als beste schot een 9. En hij had een mooi groepje geschoten, recht boven de 10, terwijl Rogier z’n schoten ‘all over the place’ lagen. Hij bromde het aloude excuus: “Die buks is niet goed, Kees.” “Gelul, Rogier. Die buks is prima. Wees maar eerlijk: jij ging even de macho uithangen. Da’s leuk als je mitrailleurschutter bent met een patroonband van 230 patronen, maar nu moet elk schot dáár komen waar jij het hebben wil. Geef die buks maar even aan Joline, dan kan zij eens kijken of het ding ‘niet goed’ is. Dan neem ik de buks van Gerben wel over.” Joline nam een vol magazijntje van Margot over en ik eentje van Lot. Het was even wennen aan dit buks, maar hij lag wel goed in de hand. Ik concentreerde me. 25 meter…
Mijn groepje zou niet meer dan een centimeter uit elkaar mogen liggen, anders was ik geen knip voor mijn neus waard… Ik keek door de red dot en alle achtergrondruis viel weer weg. Ademhaling, hartslag, trekker op het breekpunt… péng. Schot 1 was er uit: een negen. Ik kon het gat van de treffer nét zien. Spannen… Dat ging bijna net zo soepel als met de Dreamline… Schot 2 maakte het gat van het eerste schot iets groter. En na vier minuten vertoonde mijn kaart één onregelmatig gat: de 10 was er compleet uitgeschoten, de rest van het gat zat er onder met als slechtste schot een acht. Bij Joline waren de resultaten bijna hetzelfde, behalve dat haar groep iets boven de stip van de 10 zat. We ontlaadden en liepen richting de doeltjes. Rogier gromde iets onduidelijks. Nog nét geen verwensing, maar veel scheelde het niet. “Prima buks, Rogier. Niks meer aan doen, die red dot staat ook goed, net als bij de andere buks.” Margot zei: “Maar moeten we die red dots niet corrigeren? Die van mij staat iets te hoog, die van Lot iets te laag…”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Dit zal de maximale afstand zijn waarop jullie schieten als het serieus is. Als de afstand kleiner is, is het richtpunt meteen trefpunt. En pijn doet het dan toch wel, ook al valt het schot iets te hoog of te laag uit. Op 1000 meter is het iets anders, dan moet je je kijker ook afstellen op windrichting en -kracht maar zover zijn jullie nog niet. Bovendien geloof ik niet dat deze buksen die afstand halen…” “Nu de luchtreservoirs even optoppen, lui. Met beide buksen zijn er 39 schoten gegeven; kijk even naar jullie manometers: die staan op 260 Bar in plaats van 300. Nog meer dan voldoende om gericht te schieten, maar toch…” Rogier haalde hun luchtfles uit de schuur; die stond op 350 Bar. “Afgelopen donderdag laten vullen, Kees. Bij een duikvereniging in de buurt. Kost 5 euro.”
Ik knikte. “Prima. Ik vul ‘m bij de schietclub. Kost niks, behalve de contributie.” Joline giebelde. “Nou ja, af en toe ook een bijna nieuwe Volvo…” Gerben zei met een stalen gezicht: “Ja. Lekker goedkoop, dankzij de kleur. Komt geen autospuiter aan te pas.” Mar en Lot giebelden. “Ga ook eens op zoek naar een goeie schietvereniging in de buurt, jongens.” Joline keek nu serieus. “Daar leer je van. Kijken hoe anderen schieten, tips & tricks opdoen, het is er warmer dan hier buiten en vaak ook gezellig.”
Het uurtje daarna oefenden we scenario’s: vanuit de slaapkamer naar beneden rennen, onderweg de buks spannen en zodra de schutter in de erker zat meteen vuren. Natuurlijk waren de resultaten magerder dan wanneer we ‘in rust’ schoten, maar na een uur hard werken kwamen alle schoten op 25 meter op de kaart. Ook die van Joline en mij, met onze Hatsans. Joline wees toen naar binnen. “Ontladen lui. Dan naar binnen en koffie. Mocca zal ondertussen wel helemaal kaal zijn.” “Kaal?” Charlotte trok haar wenkbrauwen op. “Door al dat geaai van Irene, Lot. Hebben wij weer: een naakthond met de chronische honger van een Labrador.” De buksen werden ontladen en ik inspecteerde ze alle vier. Geen pellet in de loop, ontspannen, geen druk in het systeem, alle magazijntjes naast elkaar op tafel, de buksen rechtop staand. “Bij een schietpauze altijd op deze manier wegzetten, lui. Als ze in jullie slaapkamer staan: ja, dan zijn ze halfgeladen. En dat weet je: magazijn er in met 9 pellets, maar de probe door de eerste magazijn-opening. Veilig. Maar nu? De meeste ongevallen met wapens gebeuren met die zogenaamd ‘veilige wapens’. “Nee, hij is ontspannen en leeg, hoor…” En tóch gaat er een schot uit. Hou je aan de procedures.”
De tuindeuren gingen dicht en op slot en wij liepen de kamer in. Irene zat op de bank met een boek van Thea Beckman. “Zo… klaar met schieten?” Ze keek op. “Nee, maar we hebben wél zin in een bakje thee.” Lot keek plagend. “Een goeie receptioniste had dat natuurlijk al lang geanticipeerd en de thee klaar gezet…” Irene stak haar tong uit. “Dááág… Ik ga toch niet ongevraagd in jullie keuken snuffelen?” “Nee, laat dat maar aan Mocca over. Die is daar veel beter in.” De hond hoorde zijn naam, keek op en zag ons in de kamer staan. Kwispeldekwispel… Hij schoot op Joline af. “Jaja, ik hou ook van jou, Moccaatje…” Margot zette thee en we kletsten even ontspannen over van alles en nog wat.
Tot Irene zei: “In de gang hangen twee foto’s van jullie op paarden, Lot. Vertel eens?” Lot begon te lachen. “Wij zijn, sinds we hier wonen, lid van een manege iets verderop. En daar rijden we vaak. Margot op een appelschimmel, Grey genaamd en ik op een zwarte Fries met de naam Bella. Heerlijk! De eigenaresse is ook best blij met ons, want soms nemen wij pubermeiden onder onze hoede; meisjes die dol zijn op paarden, maar niet durven te rijden. Ze zouden de paarden liever doodknuffelen. Dat soort meiden nemen we mee op rit. Eerst voorop bij ons op Grey en Bella. Met name Bella vinden ze eng, want die is groot en zwart en heeft soms nogal een eigen willetje. Logisch, het is een Fries…” Ze lachte. “Grey is een goeie sul, die vindt alles prima. Nou, als we dan een paar ritjes gedaan hebben met die meiden voorop, mogen ze een paard zadelen en gaan we rustig in de binnenbak stappen. En daarna, als ze een beetje gewend zijn: in het weiland, tussen de andere paarden. En uiteindelijk nemen we ze mee op buitenritten: eerst rustig stappen, daarna draven.” Ze grinnikte gemeen.
“Mar of ik voorop, de ander achteraan. En bah, wat vervelend: meestal komen we op zo’n buitenrit wel een plas of vijvertje tegen waar Mar en ik op volle kracht in galop doorheen gaan. En de andere paarden vinden dat ook prachtig: die volgen meteen. En dan komen we kliedernat en onder de blubber thuis. Die pubers dus ook…” Rogier mopperde: “Nou inderdaad. Vertel mij wat… Vorige week hadden de dames zo’n ritje gedaan en ik moest de was doen. Ik heb al die ruiterkleren eerst maar in het bad gemieterd om al het zand en de blubber er uit te spoelen. Anders waren de lagers van onze gloednieuwe wasmachine na een paar maanden al naar de bliksem gegaan.” Margot keek boos. “Ja. En wij al die tijd in ondergoed wachten tot we ook in bad konden…” “Dan ga je toch andere, leuke dingen doen, Margootje? Ik zie daar een best wel aardige vent staan… Ken je hem al? Gerben heet hij.” Gerben keek afwijzend. “Echt niet! Met zo’n moddermuts vrijen? De zwarte troep zat in haar haren.” Joline keek belangstellend. “Oh? Wélke haren precies, meneer van Wiers? En hoe weet je dat?” Rogier keek haar minachtend aan. “En ik maar denken dat jij zo’n ‘net meisje’ was, mevrouw Jonkman, ooit Boogers…” “Ja, toen ze Jonkman ging heten, was dat nette meisje meteen verdwenen, Rogier… Ik kan je verhalen vertellen…” “Doe dat maar niet, meneer Jonkman!”
Lieve blauwe ogen werden in één klap laserkanons. Irene giebelde. “Ik kom wel eens een middagje bij je op het bureau, Kees. Dan mag je me die verhalen eens vertellen…” Ook zij kreeg haar portie boze blikken en Joline wees. “Iedereen de thee op? Mooi. Aan ’t werk jullie!” We schoten nog een half uurtje, toen vond ik het welletjes. De buksen werden schoongemaakt en de Vulcans werden klaargemaakt voor opslag in de kast: magazijn er in, één schot op de kaart geven en daarna gingen ze in de kast. Geen druk op het systeem, geen pellet in de loop, ontspannen. Prima. De Hatsans gingen ontladen in hun hoezen op de achterbank van de Volvo. “Wij gaan er zo vandoor, richting Veldhoven. Lekker onderuitgezakt op de bank GTST kijken met een biertje en een familiezak chips… Irene, wat doe jij?”
“Ik ga ook zo naar huis, Kees. Eerst koken en eten, daarna met een colaatje en ook een familiezak chips op de bank een film van Brat Pitt kijken.” Joline pakte haar arm. “We brengen je wel even weg, Ireen.” In de auto was het nog even stil, toen zei Irene zachtjes: “Dank jullie wel voor de opvang. Ik heb genoten.” Joline keek om. “Dat was de bedoeling ook, schat. Je moest even uit je dip getrokken worden. En Mocca heeft daar enthousiast aan meegewerkt, geloof ik.” Irene knikte. “Prachtbeest. Ik ga hem enorm missen, Jolien.” “Wij ook, Irene. Maar hé: hij moet aan het werk! Daarvoor doen we dit allemaal.” Eenmaal bij haar voor de deur zag ik in mijn spiegel dat ze Mocca nog even knuffelde, toen stapte ze uit. “Tot maandag!” Ik wachtte even tot ze binnen was, toen startte ik de auto en reden we weg. “Nou, op naar dat biertje en die baal chips, Jolien.” “Bier? Geef mij straks maar een Bailey’s. En een half uur daarna kun je me naar bed dragen, schat.” Ze gaapte en liet haar stoel achterover zakken. “Zet Bach maar op. Triosonates op een Engels orgel.” “Nee schat. Je hebt geen rokje aan…” Ze giebelde even, en niet veel later was ze in slaap gevallen, haar hoofd tegen een kussentje…