
Ze worden niet kleiner; ze worden alleen beter verborgen. Binnen rook het naar stof, metaal en oud hout. Geen luxe. Geen glamour. Alleen een open ruimte met een paar stoelen, een geïmproviseerd podium en mensen die nauwelijks met elkaar spraken. Alles verliep bijna zakelijk. Dat maakte het juist zo onwerkelijk. Iemand begroette me beleefd en legde nog één keer de regels uit. Ik kon nu nog vertrekken, zonder vragen. Ik knikte, mijn hart zei iets anders.
Ik droeg mijn mooie witte pantalon waarin mijn heupen en ander rondingen mooi eruit zagen, een witte bloes maakte het af. Daaronder een ondeugend rode BH. Geen opvallende sieraden, geen overdreven make-up. Alsof mijn uiterlijk niet belangrijk was, alsof alleen mijn aanwezigheid telde. Ik voelde tientallen blikken, aandachtig naar mij kijken. Ik had altijd gedacht dat ik me in zo'n moment vernederd zou voelen, in plaats daarvan voelde ik me ongelooflijk kwetsbaar. Ik wist dat ik bekeken werd, gewogen, ingeschat maar niet als echtgenote, niet als succesvolle vrouw en zeker niet als iemand die alles onder controle had. Alleen als Pascalle.
De organisator sprak rustig, mijn naam viel; Pascalle. Mijn leeftijd werd genoemd; 41 En daarna bleef het stil. Het eerste bod klonk, een bedrag dat hoger was dan ik had verwacht en mijn adem stokte. Er volgde een tweede, toen een derde. Het ging sneller, elke stem veranderde iets in mijn hoofd. Alsof elke verhoging me verder losmaakte van het leven dat buiten deze loods op mij wachtte. Ik durfde nauwelijks op te kijken. Pas na een paar minuten deed ik het toch en vooraan stonden twee jonge mannen. Niet luidruchtig, niet uitdagend. Ze overlegden kort, knikten naar elkaar en brachten opnieuw een bod uit. Ze leken niet onder de indruk van de oplopende bedragen. Juist hun kalmte maakte indruk op mij.
Ik voelde een vreemde tegenstelling in mezelf, buiten deze loods had ik allerlei aannames over mensen, vaak zonder ze echt te kennen. Hier bleef daar weinig van over, de werkelijkheid bleek veel ingewikkelder dan de eenvoudige beelden die ik mezelf jarenlang had voorgehouden. De bedragen liepen verder op, steeds minder mensen deden nog mee. Tot uiteindelijk alleen die twee jonge donkere mannen overbleven. Nog één bod, een lange stilte. De organisator keek de ruimte rond, "Voor de eerste..." Mijn hart bonsde. "Voor de tweede..." Ik kneep mijn handen in elkaar, "Verkocht."
Een korte handdruk tussen de organisator en de twee winnaars, alsof er een zakelijke overeenkomst was gesloten. Mijn naam werd genoemd, ik moest naar voren komen. Mijn benen voelden zwaar, maar ik liep. Een map werd dichtgeklapt, de avond leek ineens onomkeerbaar. Buiten was het koel, de lucht rook naar regen. Een donkere auto stond al klaar. Niemand sprak tijdens de rit. Alleen het zachte geluid van de motor vulde de stilte. Ik keek naar mijn spiegelbeeld in het autoraam, nog steeds dezelfde vrouw. En toch had ik het gevoel dat ik ergens onderweg een versie van mezelf had achtergelaten, daar in die oude loods. Toen de auto voor een stijlvol hotel stopte, keek één van de twee mannen me even aan. "Vanaf hier," zei hij rustig, "begint het pas." Ik wist niet of ik bang was of nieuwsgierig. Misschien wel allebei.
Zijn woorden deden me huiveren, want ik wist dat ik zelf had ingestemd met de verkoop. Niemand had me gedwongen en ik had formulieren ondertekend, voorwaarden gelezen en op het laatste moment nog de kans gekregen om weg te lopen. Ik was gebleven, maar nergens had ik stilgestaan bij de gezichten achter de biedingen. Ik had me nooit afgevraagd wie uiteindelijk zou winnen. In mijn hoofd waren het altijd anonieme schimmen geweest, geen echte mensen. En zeker niet twee, daar had ik helemaal nooit rekening mee gehouden en al helemaal te zwijgen over hun huidskleur. Terwijl ik achter hen aan liep, besefte ik hoe weinig controle ik eigenlijk nog voelde. De lift gleed geruisloos omhoog en niemand zei iets. Alleen het zachte zoemen van de kabels en mijn eigen versnelde ademhaling vulden de stilte.
Ik keek vluchtig naar hun spiegelbeeld in de glanzende liftdeur. Ze leken ontspannen, alsof dit voor hen een gewone avond was. Ik daarentegen voelde mijn gedachten alle kanten op schieten, ik dacht aan mijn man. Waarschijnlijk zat hij op datzelfde moment in een hotelkamer aan de andere kant van Europa, bezig met presentaties voor de volgende ochtend. Misschien had hij me nog een bericht gestuurd dat ik niet had gelezen. Een steek van schuld trok door mijn borst, ik had hem nog nooit bedrogen, tot vanavond. Niet eens omdat ik verliefd was geworden op iemand anders. Maar omdat ik jarenlang een kant van mezelf had weggestopt die ik zelfs voor mezelf nauwelijks durfde te erkennen. Een verlangen naar het onbekende, naar het verlies van controle, naar een grens waarvan ik altijd had gedacht dat ik die nooit zou oversteken. De lift stopte en de deuren schoven open.
Een lange gang leidde naar een penthouse waarvan de deur al op een kier stond. Het zachte licht binnen stond in schril contrast met de koude, verlaten loods waar de avond was begonnen. Ik bleef een fractie van een seconde staan, dit was het moment waarop alles nog onwerkelijk voelde. De jongste van de twee keek me aan. Zijn blik was rustig, zonder triomf of spot. "Je hoeft nergens bang voor te zijn," zei hij kalm. "Maar je begrijpt wel dat er vanaf nu geen publiek meer is. Alleen de waarheid." Die woorden bleven hangen omdat ik wist dat hij gelijk had. Vanaf dit moment kon ik me niet langer verschuilen achter het idee dat het een fantasie was. De spanning van het bieden, de anonimiteit van de loods, het spel van verwachtingen... dat lag achter me. Ik haalde diep adem, zette één stap over de drempel en voelde hoe de deur achter me zacht in het slot viel. Er was geen weg terug, alleen de confrontatie met de keuzes die ik zelf had gemaakt.
De deur in het slot, het geluid was zacht, bijna onbeduidend, maar in mijn hoofd klonk het als een donderslag, Één van hen stond vlak achter me, de ander recht voor me. Ik voelde hoe klein de ruimte tussen ons was geworden. Hoe bewust ik ineens was van iedere ademhaling, iedere beweging, iedere seconde waarin niemand iets zei. “Jij gaat iets fantastisch meemaken,” werd er vlak bij mijn oor gefluisterd. De woorden bleven rondzingen in mijn hoofd. Fantastisch, was dat werkelijk wat ik wilde? Mijn hart bonsde zo hard dat ik ervan overtuigd was dat zij het konden horen. Ik keek naar de gesloten deur, daarna naar de man voor me. Hij hield mijn blik vast, maar zette geen stap dichterbij. “Pascalle,” zei hij rustig, “kijk me aan.” Ik deed het, “Dit stopt zodra jij dat zegt.” Die zin verraste me meer dan al het andere die avond, in de loods had alles gedraaid om overgave, om bieden, om het gevoel dat ik was gekozen. Maar hier, achter die gesloten deur, werd mij ineens duidelijk dat de echte grens niet door geld of afspraken werd bepaald. Die grens lag bij mij.
Ik slikte en knikte langzaam, niet omdat mijn angst verdwenen was. Maar omdat ik begreep dat de angst onderdeel was van wat mij hierheen had gebracht. De spanning van het onbekende. Het verboden gevoel. De wetenschap dat mijn man niets wist van de vrouw die ik op dit moment was. Mijn telefoon lag uitgeschakeld in mijn tas, mijn trouwring glansde onder het warme licht. Even dacht ik eraan hem af te doen, maar ik deed het niet. Juist die ring maakte alles werkelijker. Zwaarder. Onvergeeflijker misschien en daarom ook intenser.
“Zeg het hardop,” zei de man voor me, ik wist wat hij bedoelde. Mijn mond voelde droog, “Ik blijf,” fluisterde ik. Hij wachtte, alsof fluisteren niet genoeg was. Ik haalde diep adem en voelde de aanwezigheid van de ander nog altijd achter me, zonder dat hij me aanraakte. “Ik blijf,” zei ik opnieuw, nu duidelijker. De spanning in de kamer veranderde, wat er deze nacht zou gebeuren, zou mijn man nooit mogen weten, maar ik wist ook dat ik het zelf nooit meer zou kunnen vergeten.
“Waarom vraag jij niet eerst keurig of je überhaupt mag blijven?” vroeg de jongen voor me, zijn stem was rustig, bijna beleefd. Juist daardoor kwam de vraag harder binnen, “En of jij wel voldoet aan wat wij zoeken?” Mijn mond werd nog droger. Tot dat moment had ik mezelf voorgehouden dat de verkoop alles had beslist. Dat het hoogste bod automatisch betekende dat ik was gekozen. Maar nu draaide hij het om. Alsof het bedrag alleen het recht had gekocht om mij te beoordelen. Niet om mij zomaar te accepteren. Ik voelde de aanwezigheid van de ander nog steeds achter me. Dichtbij, maar zonder me aan te raken. Het maakte me pijnlijk bewust van mijn houding, mijn kleding, mijn ademhaling. Van alles wat ze aan mij konden afkeuren.
“Nou?” vroeg hij. Ik keek even naar de grond, dat beviel hem blijkbaar niet. “Als je wilt blijven, kijk je mij sowieso aan.” Langzaam hief ik mijn hoofd.
Zijn blik was onderzoekend, maar niet spottend. Hij wachtte geduldig, alsof hij wilde zien of ik zelf de woorden durfde uit te spreken. “Mag ik blijven?” vroeg ik zachtjes en bloednerveus. Mijn stem klonk zachter dan ik had gewild, hij antwoordde niet meteen. De stilte werd ondraaglijk. “Dat weten we nog niet,” zei hij uiteindelijk. “Je hebt ingestemd met vanavond. Maar instemmen is niet hetzelfde als geschikt zijn.” Ik voelde mijn wangen warm worden. Het was vernederend om daar te staan en te beseffen dat ik me niet alleen vrijwillig had laten meenemen, maar nu ook verlangde naar hun goedkeuring.
“Waar moet ik dan aan voldoen?” vroeg ik. Achter mij klonk een zacht, kort lachje. “Eerlijkheid,” zei de jongen voor me. “Om te beginnen.” Hij wees naar mijn trouwring, “Je bent hier niet omdat je geen keuze had. Je bent hier omdat je iets wilde wat je thuis niet durfde te vragen.” Mijn eerste neiging was het te ontkennen, maar ik wist dat iedere leugen me onmiddellijk zou verraden. “Ja,” zei ik, “En je man weet van niets.” Ik schudde mijn hoofd. “Zeg het trut!” “Mijn man weet van niets.” reageerde ik gelijk, geschrokken van zijn stemverheffing en het woord, trut. De woorden hingen zwaar in de kamer. Uitgesproken klonken ze veel erger dan in mijn gedachten.
Hij zette een kleine stap opzij, waardoor ik de kamer achter hem beter kon zien: de hoge ramen, de lichten van de stad, twee glazen op een lage tafel. Alles zag er beheerst en zorgvuldig voorbereid uit. Alleen ik voelde me volledig uit balans. “Laatste vraag,” zei hij. “Wil je hier blijven omdat je denkt dat het moet, of omdat je het zelf wilt?” Mijn hart bonsde opnieuw, dit was mijn uitweg. Ik hoefde maar één verstandig antwoord te geven. De deur zou opengaan. Ik kon naar huis, mijn telefoon aanzetten en doen alsof deze avond nooit had bestaan. Maar dat was niet het antwoord dat in mij opkwam, “Ik wil blijven,” zei ik. Hij keek me nog enkele seconden aan, toen knikte hij langzaam. “Misschien voldoe je toch aan wat wij zoeken.”
“Vertel ons maar dat je je man wilt bedriegen,” zei hij. “En dat je wilt ontdekken hoe het is om vannacht gehoorzaam te zijn.” Gehoorzaam, het woord sloeg in als een steen in stil water. De kringen ervan trokken door mijn hele lichaam. Was dat wat ik wilde? Niet werkelijk bezit zijn. Niet machteloos zijn. Maar één nacht lang niet de vrouw hoeven zijn die beslissingen nam, vergaderingen leidde en thuis altijd wist wat verstandig was. Eén nacht waarin ik mijn zorgvuldig opgebouwde leven niet hoefde te dragen. Ik trilde, niet alleen van spanning, maar ook van schaamte. Hij dwong me om mijn fantasie zonder verzachtende woorden uit te spreken. Geen avontuur. Geen vergissing. Geen toevallige ontmoeting. Bedrog.
Mijn gedachten schoten naar mijn man. Naar de manier waarop hij mij vertrouwde wanneer ik zei dat alles goed ging. Als hij mij nu kon zien, zou hij mij waarschijnlijk niet herkennen. De jongen bleef voor me staan. Hij hief zijn stem niet en raakte me niet aan. “Je zegt alleen wat je zelf bedoelt,” zei hij. “Geen ingestudeerde woorden. Geen antwoord waarvan je denkt dat wij het willen horen.” Ik keek naar mijn trouwring, mijn laatste verstandige gedachte zei dat ik naar de deur moest lopen. In plaats daarvan hief ik mijn hoofd, “Ik wil mijn man vannacht bedriegen,” zei ik. Mijn stem brak bijna op het laatste woord, maar ik dwong mezelf zijn blik vast te houden. “En ik wil ontdekken hoe het voelt om…” Ik slikte. “Om niet degene te zijn die alles bepaalt.” “Dat is niet wat ik je vroeg.” Mijn wangen gloeiden. Achter mij hoorde ik de ander langzaam ademhalen. Hij zei niets, maar zijn stilte voelde als een tweede blik op mijn rug.
Ik probeerde opnieuw, “Ik wil ontdekken hoe het is om gehoorzaam te zijn.” “Voor wie?” De vraag liet mijn hart nog harder bonzen. “Voor jullie.” Eindelijk knikte hij, maar zijn uitdrukking bleef ernstig. “En omdat jij dat kiest,” zei hij. “Dan zeg je het nog één keer. Zonder jezelf te verstoppen.” Ik sloot mijn ogen, in mijn hoofd zag ik mijn man opnieuw. “Ik kies ervoor om te blijven,” zei ik. “Ik weet waarom ik hier ben. En ik weet dat mijn man dit nooit te weten mag komen.” De jongen stapte opzij en wees naar het verlichte penthouse. “Goed,” zei hij kalm. “Dan laten we de vrouw uit de loods achter ons. Vanaf nu hoef je niets meer voor te wenden.” “Doe die dure bloes maar uit,” zei hij rustig. Zijn woorden waren niet hard uitgesproken, maar ze sneden dwars door mijn zorgvuldig opgebouwde zelfbeeld heen. Ik had hem die ochtend nog met zorg uitgekozen. Zakelijk. Verzorgd. De vrouw die hem had aangetrokken, leek inmiddels uren geleden te zijn verdwenen.
Mijn vingers bleven even op de bovenste knoop rusten. Waarom aarzelde ik? Omdat ik wist dat iedere keuze die ik maakte, door mijzelf werd gemaakt. Niemand trok aan mijn kleding. Niemand dwong me. Dat maakte het verwarrender dan wanneer ik geen keuze had gehad. Ik dacht weer aan mijn man. Mijn handen trilden.
Van het besef dat ik een grens was overgestoken die niet meer ongedaan kon worden gemaakt. Ik keek nog één keer naar mijn trouwring, die kleine gouden cirkel voelde ineens zwaarder dan alles wat die avond was gezegd. Mijn handen trilden terwijl ik mijn bloes voorzichtig uittrok en over de rugleuning van een stoel legde. Het voelde alsof ik niet alleen een kledingstuk had uitgedaan, maar ook de rol waarin ik me jarenlang had verscholen. “En nu?” vroeg ik zacht. Niemand antwoordde direct, en toen...op je knieën.
Langzaam liet ik mezelf zakken, niet omdat iemand me daartoe dwong, maar omdat ik wilde begrijpen waarom ik überhaupt zover was gekomen. Ik keek omhoog en ontmoette hun blikken. “Ik wil…” begon ik.
Mijn stem stokte. Wat wilde ik eigenlijk? “Ik wil begrijpen waarom ik dit heb opgezocht,” zei ik uiteindelijk.
De oudste van de twee keek me een paar tellen zwijgend aan. “Dat,” zei hij rustig, “is de eerste eerlijke zin die je vanavond hebt uitgesproken.” Ik voelde hoe mijn hartslag langzaam zakte. Voor het eerst die avond leek het niet meer te gaan om een spel of een rol, maar om de vraag waarvoor ik eigenlijk was gevlucht: of ik nog wist wie ik was, wanneer niemand iets van mij verwachtte.
“Doe wat je opdracht is,” zei de jongen, zijn stem nu een fractie harder dan daarvoor. Maak onze broeken los en haal je speelgoed voor vannacht maar tevoorschijn. Mijn gedachten sloegen op hol, wat was ik aan het doen? Vanaf mijn veertiende was er maar één man in mijn leven geweest. Dat was nooit een bewuste keuze geweest; het was gewoon mijn leven geworden. Steeds opnieuw kwam dezelfde vraag terug, Wat als ik dit helemaal niet afschuwelijk vind? Want als ik iets over mezelf zou ontdekken wat niet paste bij het beeld dat ik al die jaren had gekoesterd, hoe moest ik daarna nog naar huis? Hoe moest ik mijn man aankijken? “Wat ben je ook eigenlijk een bang meisje,” klonk het. Ik knikte bijna automatisch. Hij had gelijk.
“Het spijt me,” zei ik zacht. Waarvoor bied je eigenlijk je excuses aan?” vroeg één van hen uiteindelijk.
“Ik denk,” zei ik langzaam, “dat ik vooral bang ben voor wat ik over mezelf ga ontdekken.” De woorden maakten de kamer stiller dan daarvoor.
Mijn gedachten gingen onmiddellijk naar thuis. Naar het huis dat altijd perfect op orde was. Naar de agenda die weken vooruit gepland stond. Naar mijn man, die ervan overtuigd was dat hij precies wist wie ik was.
“Je hoeft nu geen antwoord te geven,” zei hij rustig. “Maar stel jezelf die vraag straks nog eens, als je alleen bent.” Ik voelde hoe mijn keel droog werd. “Misschien,” zei ik aarzelend, “ben ik bang dat ik jarenlang alleen de veilige versie van mezelf heb geleefd.” Hij knikte langzaam. Mijn handen gingen omhoog, ik wreef over hun kruizen, voelde het speelgoed voor vannacht onder de stof. Ik kneep erin, voelde dat beide jongens groter ware dan wat ik thuis gewend was. En langzaam haalde ik ze een voor een tevoorschijn en mijn mond viel open toen ik ze in mijn handen had. In slappe toestand waren ze al bijna groter dan mijn man, en dan had ik er nu twee. Dikke aders zaten erop en ze ware besneden dus de grootte eikels waren gelijk al zichtbaar.
Mijn handen sloten erom heen met openmond begon ik ze tegelijk af te trekken, alsof ik nooit iets anders had gedaan. “Pijpen” zei de ene jongen en duwde met zijn hand tegen mijn achterhoofd, “er naar kijken doe je thuis maar, gehoorzaam en doe waar je voor bent aangeschaft” het klonk zo banaal, maar eigenlijk was het wel de waarheid, ik likte met mijntong over de eikel van de eerste pik die inmiddels al wat harder was geworden, daarna zo’n zelfde lik over de andere, ik rook de muskus achtige geur die er vanaf kwam en snoof deze diep in mijn neus. Het leek wel of dat mij in trance bracht. Ik begon te pijpen alsof het doodnormaal was wat ik deed, en erger...alsof ik uitgehongerd was. De twee jonge jongens spoorde mij aan, “is dat alles, hebben we daarvoor zoveel geld betaald. ” Ze dreven mij verder, ik zal ze eens wat laten zien en ik begon kwijlend en kokhalzend hun pikken oraal te verwennen zoals mijn man nog nooit had mogen ervaren, de hele situatie voerde mij mee.
Ineens werd ik aan mijn haren van een pik afgetrokken, “Kleed je maar uit,” zei hij rustig. “Laat ons nu maar zien wie je bent, zonder alles waar je je normaal achter verschuilt.” Zijn woorden bleven in de kamer hangen
Ik verstijfde, niet vanwege mijn kleding. maar vanwege wat die woorden voor mij betekenden.
Mijn hele volwassen leven had ik mezelf gedefinieerd door alles wat ik had opgebouwd: mijn huwelijk, mijn werk, mijn huis, mijn reputatie. “Wat houdt je tegen?” vroeg hij, ik keek schuldig en nederig naar de grond
“Dat ik mezelf misschien niet meer terugvind,” antwoordde ik eerlijk. Hij knikte, alsof dat precies het antwoord was waarop hij had gewacht. “Dat is de eerste keer vanavond dat je niet bang bent voor ons,” zei hij. “Je bent bang voor jezelf.” Ik voelde mijn keel dichtknijpen. “Als je doorgaat,” zei hij kalm, “doe je dat niet voor ons. Alleen omdat jij wilt weten wie je bent wanneer niemand je nog vertelt wie je hoort te zijn.”
Ik haalde langzaam adem, iedere beweging voelde onwerkelijk, alsof ik naar iemand anders keek. Toch was ik het zelf die besloot door te gaan. Mijn vingers voelden onhandig, mijn gedachten nog veel meer.
Ik voelde hun blikken, mijn wangen gloeiden. Mijn hart bonkte zo hard dat het bijna onmogelijk was om helder na te denken. Waar ben ik mee bezig? Mijn hele volwassen leven had ik gedeeld met één man. Alles wat voor mij vanzelfsprekend was geweest, leek in deze kamer opeens zijn betekenis te verliezen. Niet omdat iemand mij vertelde wie ik moest zijn, maar omdat ik mezelf niet meer herkende. Ik voelde schaamte en schuld.
Ik stond daar even later, onbeschermd. Niet zozeer doordat er geen kleding meer tussen mij en de buitenwereld zat, maar omdat ik niets meer had om me achter te verschuilen. Geen dure blouse, geen sieraden, geen zorgvuldig gekozen woorden. Alleen ik. Hun blikken rustten op mij, ze zeiden weinig. Dat hoefde ook niet, want juist de stilte maakte dat ik me meer bekeken voelde dan wanneer ze iets hadden gezegd. Ik werd me ineens bewust van iedere ademhaling, iedere hartslag, iedere seconde die voorbijging. Waar ben ik in hemelsnaam mee bezig? Tot vanmiddag was ik nog de vrouw geweest die alles onder controle had. De vrouw met een mooi huis, een succesvolle echtgenoot, een vertrouwd leven dat van buitenaf bijna perfect leek. En nu stond ik hier. Volledig naakt voor de twee jonge gasten die mij uitgebreid bekeken. Wat als ik na vanavond niet meer terug kan naar de vrouw die ik altijd dacht te zijn?
Ik zette langzaam een stap naar voren, toen nog één. Met iedere stap drong het harder tot me door hoe absurd de situatie eigenlijk was. De twee mannen tegenover mij waren nog zo jong. Bijna de helft van mijn leeftijd. In een flits dacht ik: samen zijn ze nog nauwelijks ouder dan mijn man. Die gedachte sloeg in als een mokerslag. Mijn man. Voordat ik goed besefte wat er gebeurde, werd ik rustig maar beslist naar het enorme raam geleid en er ruw tegen aangeduwd. Ik voelde het koele glas tegen mijn huid. Daar bleef ik staan, uitkijkend over de fonkelende stad die zich onder mij uitstrekte. "Als iemand nu omhoog kijkt," klonk een rustige stem achter me, "ziet die jou." Ik slikte. Onwillekeurig keek ik naar beneden. De lichtjes van auto's bewogen als kleine stippen door de straten. Achter sommige ramen zag ik mensen die hun gewone avond leken te beleven, volkomen onbewust van de vrouw die hoog boven hen stond en het gevoel had dat haar hele wereld kantelde.
Mijn ademhaling werd onrustig. Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen. Iedere seconde leek mijn geweten harder te spreken, terwijl een ander deel van mij alleen maar wilde begrijpen waarom ik hier was gebleven.
"Waar denk je aan?" klonk een stem. Ik antwoordde niet. Hoe leg je uit dat je je schaamt voor iedere stap die je zet, maar toch niet omkeert? “Roep het dan,” klonk de stem achter me. “Niet voor ons. Voor jezelf. Stop met vechten tegen wat je al de hele avond voelt.” roep het maar tegen de stad waarom jij hier bent en wat jij gat doen, denk maar dat aan de andere kant van het raam je lieve man staat. Mijn keel kneep dicht.
Ik staarde door het glas naar de eindeloze rij lichtjes van de stad. In mijn verbeelding stond mijn man daar ergens tussen. Niet echt. Maar dichtbij genoeg om me te laten twijfelen.
Ik wilde mijn mond opendoen maar er kwam geen geluid. Ik voelde tranen achter mijn ogen prikken. Niet uit verdriet alleen, maar uit het besef dat ik op een kruispunt stond. Alles waar ik jarenlang voor had geleefd, alles wat mij zekerheid had gegeven, stond ineens tegenover een deel van mezelf dat ik altijd had weggestopt.
“Ik kan dit niet…” De woorden waren nauwelijks hoorbaar. “Of je kunt het juist wel.” Die zin brak iets in mij. De strijd die ik de hele avond had gevoerd, ging niet tussen mij en de twee mannen. Hij ging tussen de vrouw die ik altijd had gedacht te zijn en de vrouw die ik misschien óók was. Toen kwamen de woorden, zacht, schor. “Ik weet niet meer wie ik ben, ik ga jouw bedriegen met twee andere mannen zei ik tegen duisternis, ik ga ze vannacht volledig gehoorzamen en dingen doen die ik nog nooit heb gedaan.
De kamer bleef stil, voor het eerst voelde die stilte niet als een oordeel. Maar als het moment waarop er geen weg meer terug was naar de geruststellende zekerheid waarmee ik die ochtend mijn voordeur achter me had dichtgetrokken. Vanaf nu zou ik moeten leven met de wetenschap dat één avond genoeg was geweest om alles wat ik over mezelf dacht, aan het wankelen te brengen. Ik liet mij naar het bed leiden en de jongens daagde mij uit, “nu gaan we meemaken of jij werkelijk een kut hebt die ons geld waard is.” Ik werd tussen beide jongens in getrokken, ze waren nu niet meer voorzichtig, ze hadden nou eenmaal voor mijn onervaren gehoorzaamheid betaald en die leken ze nu op te eisen.
Ik moest boven de ene jongen plaats nemen, zijn pik zelf bij mij binnen brengen terwijl ik hem bleef aankijken. Ik voelde hoe hij binnenkwam, mij oprekte omdat hij echt dikker was dan ik gewend was en ik keek in zijn ogen, voor het eerst zag ik iets anders, een blik waarvan ik huiverde, hij liet mij doen waarvoor ik mijzelf had verkocht…ik gehoorzaamde. Toen hij helemaal in mij zat hapte ik naar adem wat ik kreeg een tik tegen mijn achterste van hem. “En nu neuken met dat strakke kutje...laat ons maar eens zien of een deftig trutje echt weet hoe ze mannen hoort te plezieren.” En langzaam begon ik op en neer te gaan, alsof ik paard reed, als een amazone die op zijn pik reed. Ik merkte dat ik zelf het tempo op begon te voeren en toen tikte daar ineens die twee pik tegen mijn wang, “mondje braaf open en zuigen trut.”
Ik hapte al neukend de pik die mij aangeboden werd mijn mond in en genoot niet alleen ervan dat ik ze gehoorzaamde, ik genoot ook van de manier waarop ze tegen mij spraken. Trut, teef, overspelige teef. Het waren woorden waar ik vroeger van zou walgen maar nu...nu maakte ze mij alleen maar geiler en ik begon mijzelf steeds verder te verliezen.
Die nacht liet ik alle verzet los, niet in één ogenblik, maar beetje bij beetje. Alsof iedere minuut een laag van de vrouw afpelde die ik mijn hele volwassen leven was geweest. De vrouw met de regels. Met de controle. Met de overtuiging dat ze zichzelf door en door kende. Ik had gedacht dat ik vooral bang zou zijn voor de twee jonge mannen, maar uiteindelijk was ik vooral bang geweest voor mezelf. Voor de vragen die ik niet langer kon ontwijken. Voor de verlangens die ik jarenlang had weggestopt. Voor de ontdekking dat een mens tegelijkertijd gelukkig kan zijn met zijn leven en tóch nieuwsgierig kan zijn naar een kant van zichzelf die nooit eerder een kans had gekregen. Die nacht voelde als een storm die al jaren in mij opgesloten had gezeten.
Ik werd van alle kanten genomen door de jongens, hard, ruw, teder, gezamenlijk, grof, en ik gehoorzaamde ze, volledig. Ik bereed de een en toen kwam de andere achter mij, hij drukte zijn eikel dit keer niet bij zijn maar in mijn kut, maar tegen mijn andere gaatje. Ik schrok, “niet daar…dat ben ik...daar heb ik...” “bek houden, smeek ons om je anaal te ontmaagden trut. Je weet toch dat je gewoon dom moet gehoorzamen.” Ik dacht ineens weer aan mijn man, die dit ook zo graag wilde, het meerdere keren had gevraagd maar ik het altijd geweigerd had en hij het had opgegeven. Nu verloor ik het laatste stukje van mijzelf, “Willen jullie mij alsjeblieft anaal ontmaagden.” klonk het nerveus en jammerend uit mijn mond.
Voor ik het wist werd ik sandwiched, meedogenloos zelfs en ik gilde het uit, van pijn, van genot en ...door het orgasme waar ze mij nu naar toe dreven was vele malen ergen dan ik ooit had gehad, alles draaide in mij en op het moment dat ik het onderging voelde ik beide jongens ook in mij leeglopen. Iedere in zijn eigen gaatje. Mijn gaatjes en ik had ze gehoorzaamd, zoals ik jarenlang had gefantaseerd.
Toen de eerste zonnestralen door de gordijnen vielen, schrok ik wakker, de kamer was stil. Ik was alleen.
Alsof de hele nacht een droom was geweest, maar dar was het niet, mijn hele lichaam voelde stijf, ik was werkelijk door ze uit elkaar getrokken, had dingen gedaan die ik nog nooit had gedaan en het ergste van alles was dat ik echt had genoten, genoten als Pascalle. Een gehoorzame Pascalle.
Op de tafel naast het bed lag slechts een klein, gevouwen briefje, met bevende vingers vouwde ik het open.
Er stond maar één zin.
"Als je meer wilt ontdekken wie je werkelijk bent, en jij dieper wilt gaan weet je ons te vinden."
Ik bleef minutenlang naar die woorden kijken, niet omdat ze een belofte waren. Maar omdat ik wist dat de echte strijd niet meer met hen te maken had. Die begon pas nu, thuis. Bij mijn man. En vooral, iedere keer dat ik mezelf in de spiegel zou aankijken.





