Deel 2 van dit verhaal waarin eerder Kurt en Nicole een toevallige ontmoeting hadden in Brussel. Inmiddels hebben Nicole en Kurt elkaar gevonden en ontdekt en staan voor een dilemma. Dit wordt extra gevoed als ze ook nog eens kamers op dezelfde hotelgang blijken te hebben. Lees dus eerst het voorgaande deel (als een voorspel ). Deel 2 is geschreven vanuit het perspectief van Nicole.
Ik werd wakker met het gevoel dat de nacht nog niet helemaal voorbij was. Het eerste ochtendlicht viel zacht langs de gordijnen, maar in mijn hoofd stond nog altijd die gang op de zesde verdieping: zijn deur tegenover de mijne, zijn stem toen hij mijn naam zei, mijn eigen hand die net te lang op de klink was blijven liggen. Er was niets gebeurd, zei ik tegen mezelf, en juist dat maakte het onrustig. Alsof niet de daad, maar het uitgestelde verlangen zich in mij had vastgezet. Onder de douche probeerde ik het van me af te spoelen, maar telkens keerde hetzelfde beeld terug: Kurt in het gedempte licht, dichtbij genoeg om de afstand gevaarlijk te maken. Daarna droogde ik me af, streek crème over mijn hals en koos bewust dezelfde geur als de avond ervoor. Dat was geen toeval, wist ik, al probeerde ik het zo te noemen.
Ik kleedde me rustiger aan dan nodig was: een donkerblauwe kokerrok van zachte, zware stof, een ivoorkleurige blouse die het ochtendlicht ving, een smalle riem die alles ogenschijnlijk ordelijk bijeenhield. Ik droeg mijn favoriete witte lingerie, bh-tje, string en een contrasterend zwart gordeltje voor mijn kousen. Ik voelde me dan altijd ultra sexy. Mijn haar liet ik losser dan gisteren, met één speld uit mijn gezicht. Voor ik de deur opende, luisterde ik. De gang was stil. Geen voetstap, geen sleutelkaart aan de overkant. Toch hield ik mijn adem in toen ik naar buiten stapte. Zijn deur was gesloten — dicht, onschuldig, zwijgend. Ik liep naar de lift met mijn tas tegen mijn zij en voelde hoe de koele ochtendlucht de nacht nog niet helemaal verdreef.
Kurt was die ochtend al vroeg vertrokken, of misschien merkte ik vooral zijn afwezigheid. Beneden zag ik geen spoor van hem: niet bij de koffie, niet in de lobby, niet bij de draaideur. Toch vulde hij de ochtend alsof hij vlak achter me liep. Ik probeerde mijn agenda door te nemen, maar tussen de afspraken schoof telkens zijn stem, zijn blik, die gesloten deur aan de overkant. Er was niets gebeurd. Dat moest tellen.
In mijn overleg sprak ik over governance, besluitvorming en verandering. De aanwezigen knikten, stelden vragen, maakten aantekeningen. Ik antwoordde goed, misschien zelfs beter dan anders, omdat een deel van mij op scherp stond. Halverwege kwam er ritme in de ochtend; besluiten werden genomen, de lunch verplaatst, mijn middag onverwacht leeg. Buiten voelde de koele lucht bijna als ruimte. Ik had kunnen winkelen, lezen, een museum binnenlopen. In plaats daarvan liep ik langzaam terug naar het hotel, langs etalages waarin ik mezelf soms zag: ordelijk gekleed, een map onder mijn arm, en gedachten die allang niet meer ordelijk waren.
Pas later begreep ik dat ook Kurt eerder vrij was dan verwacht. Op dat moment wist ik alleen dat ik hem opnieuw aantrof waar ik hem niet had mogen verwachten. Ik was net de lobby binnen toen hij vanuit de draaideur verscheen. Deze keer was er geen schemer of avondlicht, maar helder middaglicht door de hoge ramen. Juist daardoor voelde het scherper, echter. Ik bleef staan bij de bloemen in de hal. Kurt hield zijn pas in. Een paar meter tussen ons: genoeg voor beleefdheid, te weinig voor ontkenning. ‘Geen afspraken meer?’ vroeg ik. Mijn stem klonk kalm, maar mijn ogen verraadden meer. Kurt schudde zijn hoofd. ‘Uitgevallen. En jij?’ ‘Eerder klaar dan gepland.’ We spraken alsof het praktische mededelingen waren, maar allebei hoorden we de onderlaag. De middag lag ineens tussen ons in, niet als tijd maar als mogelijkheid. Kurt keek naar de lounge, naar de lage stoelen bij het raam. ‘Koffie?’ vroeg hij, zachter dan nodig was. Ik liet mijn blik kort naar de liften gaan en terug. ‘Koffie,’ zei ik. ‘Om te beginnen.’
In de lounge kozen we twee stoelen bij het raam, net ver genoeg van de andere gasten om niet mee te hoeven doen aan de wereld. Ik zag hoe hij zijn kopje iets te stevig vasthield, hoe zijn blik soms naar mijn mond gleed en haastig terugkeerde naar mijn ogen. ‘We zouden gewoon koffie kunnen drinken,’ zei Kurt na een stilte. Het kwam ernstiger uit dan hij bedoelde. ‘Doen we dat dan niet?’ vroeg ik. Mijn glimlach was klein, maar de vraag maakte de lucht tussen ons dunner. Hij boog zich iets naar voren. ‘Ik weet niet meer zeker wat gewoon is.’ Ik keek niet weg. ‘Misschien is dat precies het probleem,’ zei ik. ‘Of precies de reden dat we hier nog zitten.’
Toen ik opstond om naar het toilet te gaan, raakte mijn hand heel even de rugleuning van zijn stoel. Niet hem. Alleen de stoel. Toch bleef die aanraking achter alsof zij meer had gezegd. Toen ik terugkwam, zat hij er nog. Ik bleef naast de tafel staan met mijn tas in mijn hand. ‘Ik moet mijn map even naar boven brengen,’ zei ik. Kurt keek meteen naar de liften. ‘Mijn laptop moet ook naar mijn kamer.’ We lieten de koffie staan en liepen samen de lounge uit.
De tocht door de lobby leek langer dan hij was. Kurt maakte ruimte voor mij zonder nadrukkelijk galant te willen zijn; zijn hand bewoog een keer alsof hij niet meer wist of aanraken beleefdheid was of al iets anders. Ik stemde mijn pas af op de zijne. In de lift stond ik naast hem, mijn gezicht naar de deur, mijn hand om de map geklemd. In de spiegel zag ik zijn ernstige gezicht en de onrust die hij probeerde te verbergen. ‘We hoeven dit niet moeilijker te maken dan het is,’ zei hij zacht. Ik keek niet opzij. ‘Nee,’ zei ik. ‘Maar eenvoudig is het ook niet.’
Op zes ging de deur open. De gang lag er hetzelfde bij als de avond ervoor en toch was alles veranderd. We liepen langzamer dan nodig was. Bij mijn deur stopte ik; Kurt moest nog twee passen verder, maar bleef naast me staan. In mij botsten twee bewegingen op elkaar: de eenvoudige beweging naar mijn kamer, en de andere, gevaarlijkere naar hem toe. Een deel van mij hoopte dat hij sterk genoeg was om weg te gaan. Een ander, eerlijker deel, hoopte dat juist niet. ‘Nicole,’ zei hij. Alleen mijn naam. Ik hield de kaart tegen het slot, maar duwde de deur niet open. Het groene lampje lichtte op en in de stilte klonk zelfs dat als een antwoord. Ik draaide me half naar hem toe. Alle verstandige zinnen die ik onderweg nog had verzameld, vielen één voor één weg. Ik had kunnen glimlachen, mijn kamer binnengaan en de deur sluiten, maar mijn hand bleef op de klink liggen. Toen hij mijn naam nog eens zei, niet dringend maar alsof hij mij de keuze teruggaf, stapte ik iets naar hem toe. Zo dichtbij dat de afstand tussen ons geen bescherming meer bood. ‘Ik verlang naar je,’ fluisterde ik. Meer zei ik niet. Ik liet de deur verder openstaan en keek naar hem, terwijl de keuze die nog van mij leek te zijn langzaam ook de zijne werd.
Kurt stapte naar binnen en de kamer nam ons op in halflicht en stilte. Toen de deur zacht in het slot viel, bleven we even staan, onze vingers verstrengeld, onze blikken diep en onderzoekend. Er was geen haast meer, alleen de vreemd kalme zekerheid dat we een grens waren overgegaan die al uren, misschien al vanaf de draaideur, tussen ons had gelegen. Ik voelde mijn spanning veranderen in overgave, niet roekeloos maar helder. Hier stond ik, met al mijn verlangen en met een man die mij niet opeiste, maar zag. Langzaam boog ik naar hem toe. Door mijn hakken waren onze gezichten bijna op gelijke hoogte. Zijn geur — aftershave, warme huid, iets vertrouwds dat ik nog niet kende — kwam dichterbij. Hij bewoog niet meteen, alsof hij mij nog steeds ruimte wilde geven om terug te gaan. Maar ik wilde niet terug.
Onze lippen raakten elkaar voorzichtig, tastend eerst, daarna met meer zekerheid. De kus werd langer, dieper, niet omdat wij de middag wilden versnellen, maar omdat we eindelijk niet meer hoefden te doen alsof er niets tussen ons was.
Zijn grote handen branden inmiddels op mijn billen waar hij mijn gordeltje moest voelen. Mijn ene hand lag in zijn nek en de andere op zijn borst. ‘Wow’ zei ik. ‘Inderdaad’ zei Kurt nuchter, tikje zakelijk. Maar de blik in zijn ogen was veranderd, meer flikkering, gretig misschien wel. In ieder geval voelde ik me gewild. Even was er bij mij geen ruimte meer voor twijfel en nam ik het heft in handen. Ik drukte Kurt tegen de muur, zakte door mijn knieën en terwijl ik hem strak bleef aankijken maakte ik zijn riem los. ‘Ik wil je proeven, Kurt’. En zonder twijfel of aarzeling haalde ik zijn half harde pik uit zijn boxer. Een mooi exemplaar, dik en krachtig. Zonder aarzeling nam ik zijn apparaat in mijn mond en keek hem strak aan. Een glimlach verscheen rond zijn mooie lippen en een kreun ontsnapte uit zijn mond. ‘Je wordt nu wel erg direct Nicole’ zei hij waarop ik antwoordde ‘ja nu neemt mijn gevoel het over, ik wil je helemaal nu’. Ik pijpte hem vol overgave zoals dat nog nooit bij een man had gedaan. Ondertussen pakte ik met mijn hand zijn zware ballen beet en begon die te strelen. Het effect op mijn lijf was niet te ontkennen. Mijn tepels priemde door mijn BH en blouse en mijn kutje werd warm.
Kurt trok me aan mijn andere hand weer omhoog, keek me diep in de ogen en zei vervolgens ‘rustig dame, we hebben nog de hele middag. Ik verlang ook enorm naar jou en wil van ieder moment genieten’. Daarop knoopte hij met aandacht mijn blouse open die glijdend over mijn billen op de grond belande. Hij bekeek aandachtig mijn borsten en mompelde goedkeurend. Zijn handen omsloten mijn borsten en onze monden vonden elkaar weer. Kurt begeleide mij naar de fauteuil die in de hotelkamer stond en draaide me om zodat ik met mijn handen op de leuning en met mijn billen naar hem gekeerd stond. Ik voelde zijn warme handen over mijn haren en vervolgens schouders strelen en een siddering van genot ging door mijn lijf. Hij maakte mijn BH los en dezelfde warme handen omsloten mijn nu blote borsten. Ik kreunde zacht om hem aan te moedigen. Het was heerlijk om zijn mannelijkheid in alle aspecten van zijn lichaam te voelen. Was dit wat ik al bedacht had toen ik voor het eerste in zijn ogen keek bij die draaideur. Misschien wel, en niet veel later na onze gesprekken zeker wel. Liet ik deze gedachten echt toe. Zeker niet maar ze warende wel geweest en nu was het echt. Echt contact, huid op huid.
Zijn handen gingen nu naar mijn billen en ook hier voelde ik zijn warmte door mijn rok heen. De rits werd losgemaakt en mijn rok zakte over mijn billen op de vloer. Kurt draaide me weer om en daar stond ik, met alleen nog mijn kousen, gordeltje, string en hakken aan. Bijna naakt maar vol vertrouwen en verlangen. Zijn blik, bewonderend, respectvol maar ook geil. Zijn pik stond strak vooruit en ik besloot ook hem uit te kleden. Terwijl onze handen overal te vinden waren op elkaars lijf ontdeed ik hem van zijn laatste kledingstukken. Kurt draaide me weer om en trok mijn string naar beneden terwijl hij door zijn knieën zakte. Ik voelde zijn gezicht tegen mijn billen en instinctief drukte ik mijn kontje in zijn gezicht. Ik hoorde hem snuiven en voelde zijn tong tussen mijn benen op zoek gaan naar mijn klitje. ‘Je geur maakt me gek Nicole’. Weer nam hij het initiatief en drukte me in de fauteuil terwijl hij op zijn knieën voor me ging zitten. Er volgde een intense tongzoen waarna Kurt zijn aandacht naar mijn borsten verplaatste. Zijn tong op mijn tepels maakte me gek en ik probeerde met mijn handen op zijn hoofd invloed uit te oefenen. Met een brede grijns keek hij op naar me, zonder woorden, met onze ogen, waren we verbonden. Zijn vingers wreven inmiddels langs mijn klit en drongen langzaam bij mij naar binnen. Dit was zo gewenst, zo heerlijk, zo intiem. Ondertussen was ook zijn tong afgedaald tot mijn klit en samen met zijn vingers bezorgde hij mij enorm veel genot. ‘Ik ga komen, Kurt.’ Met een luide schreeuw kwam ik intens lekker klaar. Mijn lichaam schokte in de stoel en toen ik mijn ogen weer opendeed zag ik dat Kurt vooral keek. Zijn vingers nog in mijn kut, zacht bewegend, maar zijn ogen op mij gericht. ‘Wat mooi om jou zo te zien heerlijke vrouw, jouw lijf schokkend en genietend onder mijn handen’. Ik kon niets anders dan breed glimlachen en zeggen: ‘ik wil dat je me neukt Kurt, diep, hard, langzaam, snel, alles….’
Terwijl ik diep in zijn ogen keek bracht hij zijn pik voor mijn kutje. Ik bewoog mezelf gretig in zijn richting, ongeduldig om hem te ontvangen. Ik was drijfnat. Kurt haalde zijn eikel een paar keer langs mijn lipjes terwijl hij diep in mijn ogen bleef kijken schoof hij zijn pik in mijn hete kutje. Ik sloot even mijn ogen en genoot van zijn dikke paal in mijn kutjeen het feit dat ik heerlijk gevuld werd. Toen ik ze weer opendeed troffen de ogen van Kurt de mijne en voelde ik, naast ultiem genot, een diepe verbinding. Ik zoende hem intens terwijl Kurt langzaam in en uit mij gleed. Dit gevoel mocht niet stoppen. Hij masseerde mijn borsten en ik voelde weer een orgasme aankomen. Hij zag dat ook en wederom kwam ik intens klaar wat gepaard ging met veel geluid en beweging.
Hij haalde zijn pik uit mijn kutje wat ik beantwoorde met een beteuterde blik. Als antwoord daarop trok hij mij omhoog en gooide me op het bed om me snel daarna weer te penetreren. We neukten nu in een heerlijk ritme en ik moedigde Kurt aan met gebel woorden en zei ‘spuit alsjeblieft je zaad diep in mij.’ Deze vraag liet hij niet lang onbeantwoord. Terwijl we ons tempo opvoerde voelde ik ook mijn orgasme opkomen. Met een luide kreun kwam Kurt in mij klaar en ik voelde zijn warme zaad die in mij spuiten. Een fractie later kwam ik ook schokkend klaar en vielen we in elkaars armen. Tussen het zoenen en uit hijgen door waren er weinig woorden nodig. Onze ogen zeiden genoeg en dit smaakte naar meer. Zo bleven we een tijdje samen liggen, strelen, kletsen, likken en genieten.
Ik lag nog dicht tegen Kurt aan, mijn hand in de zijne, alsof ik daarmee de tijd heel even kon tegenhouden. Alles in mij was nog open en warm van zijn nabijheid: zijn adem bij mijn hals, de rust in zijn ogen, de vanzelfsprekendheid waarmee mijn lichaam hem nog zocht voordat mijn verstand weer terugkeerde. Juist dat maakte het gevaarlijk. Hij voelde niet als een vergissing die ik snel achter mij kon laten, maar als iemand die iets in mij had aangeraakt waarvan ik dacht dat het al lang stiller was geworden. Toen mijn telefoon oplichtte, veranderde de kamer onmiddellijk. Nog voordat ik het bericht las, wist ik dat de middag kantelde. Op het scherm stond een zin die te gewoon was voor wat er net tussen ons had bestaan: Ik ben onderweg. Morgen Brussel blijft staan, toch? Mijn keel werd droog. Mijn werkelijkheid, mijn liefde, mijn veilige naam aan de andere kant van dit alles. Ik voelde Kurts blik op mij en dwong mezelf naar hem te kijken. ‘Mijn partner komt zo,’ zei ik, zachter dan ik wilde. De woorden maakten de kamer kleiner. Zijn hand verstijfde in de mijne. Ik wilde hem tegenhouden en tegelijk wist ik dat hij moest gaan. ‘Dan moet ik weg,’ zei hij. Ik knikte, maar het kostte me moeite. De aantrekkingskracht tussen ons was niet verdwenen; ze werd alleen zwaarder nu er een deur, een bericht en een ander leven tussen kwamen te staan. ‘Ja,’ fluisterde ik. ‘Dat moet je.’ Toen hij mijn naam zei, brak er bijna iets in me. Ik kneep zijn hand één keer stevig vast. ‘Niet,’ zei ik. ‘Als je nu iets liefs zegt, maak je het alleen maar erger.’ Hij ademde langzaam uit en keek naar de deur. Ik keek met hem mee, alsof die elk moment open kon gaan. ‘En als ik niets zeg?’ vroeg hij. Ik slikte en liet zijn hand pas los toen het echt moest. ‘Dan blijft het misschien nog net iets dat we kunnen overleven.’