77.467 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

De Laatste Foto - 1

Door: Mike21617

Datum: 23-08-2026 | Cijfer: 8.3 | Gelezen: 289
Lengte: Lang | Leestijd: 29 minuten | Lezers Online: 14

Dit romantische verhaal bestaat uit 2 delen. Het gaat over twee mensen die elkaar verloren hebben en uiteindelijk weer terugvinden.

De envelop lag op de deurmat toen Elise thuiskwam. Geen afzender. Geen postzegel. Alleen haar naam, met zwarte inkt op de voorkant. ELISE VAN DALEN Ze bleef in de deuropening staan. Buiten tikte regen tegen de ramen van het trappenhuis. De geur van natte stenen hing in de lucht. Ergens boven haar sloeg een deur dicht. Elise keek de gang in, niemand. Ze pakte de envelop op. Het papier was dik en ruw, bijna ouderwets. Toen ze hem omdraaide, zag ze dat hij niet dichtgeplakt was. Ze had geen idee waarom, maar haar hart begon sneller te kloppen. Binnenin zat een oude analoge camera. Een zwarte Nikon, beschadigd aan de zijkant. Het leer van de grip was op verschillende plekken losgeraakt. Er zat een dunne laag stof op, alsof het ding jarenlang ergens donker en droog had gelegen. Elise kende die camera.

Ze liet hem bijna vallen. "Nee." Het woord kwam zacht uit haar mond. Ze sloot de voordeur achter zich en liep naar de keuken. De camera lag zwaar in haar handen. Op de achterkant zat een klein krasje in de vorm van een halve maan. Ze had dat krasje zelf gemaakt. Tien jaar geleden, op de avond dat Mara verdween. Elise zette de camera op tafel en bleef ernaar kijken, een geluid uit het verleden leek plotseling dichterbij te komen. Mara's lach, autobanden op nat asfalt. De geur van rook, een stem die haar naam riep. Elise. Ze kneep haar ogen dicht. "Niet doen." Maar herinneringen luisterden nooit en met trillende vingers opende ze het klepje van de camera. Er zat nog een filmrol in. Elise voelde haar maag samentrekken. Ze fotografeerde al jaren digitaal. Alleen voor haar persoonlijke werk gebruikte ze soms nog film. Ze wist precies wat een oude rol kon betekenen.

Ze haalde haar analoge scanner uit de kast, een uur later zat ze in het donker van haar studio. Op haar monitor verscheen langzaam het eerste beeld. Zwart, het tweede. Een lege straat. Het derde, bomen. Het vierde...
Elise stopte met ademen. Ze klikte het beeld groter, een huis. Een groot, vervallen huis aan de rand van een bos. De ramen waren donker. Klimop groeide over de gevel. Ze kende het huis niet, ten minste, dat dacht ze. Ze bladerde verder, nog een foto. Hetzelfde huis, van dichterbij. Nog één, de voordeur. En toen de laatste foto. Elise zelf. Ze zat op de stenen trap voor het huis, niet als fotograaf achter de camera, maar als onderwerp. Ze keek recht in de lens. Haar haar was langer dan het nu was. Ze droeg een jas die ze zich niet herinnerde. op haar linkerwang zat een donkere vlek. Bloed.

Elise schoof achteruit van haar bureau, "Dat kan niet." Ze pakte de foto en draaide hem om. Op de achterkant stonden zes woorden. Met haar eigen handschrift. JE HEBT NOG ZEVEN DAGEN. Onder de tekst stond een datum. 14 augustus. Elise keek naar de klok. 23:47. Het was vandaag 14 augustus. Haar telefoon begon te trillen. Ze schrok zo hard dat de foto uit haar hand viel. Een onbekend nummer, ze liet hem overgaan. Eén keer. Twee keer. Drie keer. Toen stopte het, een paar seconden later kwam er een bericht. Je had hem nooit moeten openen. Elise staarde naar het scherm. Toen kwam er een tweede bericht. Ga naar Julian.

Ze voelde iets kouds door haar borst trekken. Tien jaar lang had ze die naam niet hardop uitgesproken. Julian. Ze keek opnieuw naar de foto. Naar het huis. Naar haar eigen gezicht. En voor het eerst sinds de nacht dat Mara verdween, herinnerde Elise zich iets. Niet wat er gebeurd was. Alleen de laatste woorden die Mara tegen haar had gezegd. "Als hij zegt dat hij van je houdt, moet je wegrennen." Elise pakte haar jas, en terwijl ze de deur uit liep, zag ze beneden aan de overkant van de straat een man onder een zwarte paraplu staan. Hij keek naar haar raam. Alsof hij wist dat ze zou komen.

De man onder de paraplu bewoog niet, Elise bleef halverwege de trap staan. Het licht van de straatlantaarn viel schuin over zijn gezicht, maar niet genoeg om zijn trekken te herkennen. Hij stond aan de overkant, vlak bij de oude plataan, met zijn handen om het handvat van zijn paraplu. Alsof hij wachtte, op haar. Elise voelde haar telefoon in haar jaszak trillen. Ze haalde hem eruit. Een nieuw bericht. Niet naar buiten. Ze keek naar de man, toen weer naar het scherm. Het bericht kwam van hetzelfde onbekende nummer en Elise deed een stap achteruit. De man aan de overkant tilde langzaam zijn hoofd op en hun blikken kruisten elkaar. Hij stak zijn hand op. Niet om te zwaaien. Maar om naar haar te wijzen. Elise draaide zich om en rende terug naar haar appartement. Ze sloot de deur, draaide het slot om en zette haar rug ertegen.

Haar ademhaling was veel te snel. Ze luisterde. Niets. Geen voetstappen op de trap, geen deur die openging.
Geen stem. Ze pakte haar telefoon opnieuw. Wie ben je? De drie puntjes verschenen vrijwel meteen. Verdwenen. Verschenen opnieuw. Toen kwam het antwoord. Iemand die weet wat Julian heeft gedaan.
Elise voelde haar vingers verstijven, ze typte: Wat heeft hij gedaan? Dit keer kwam er geen antwoord. Ze keek naar de camera op tafel. Ze had hem moeten weggooien. Ze wist dat maar ze deed het niet. In plaats daarvan pakte ze haar sleutels. Julian woonde twintig minuten verderop, tien jaar geleden had ze zijn adres uit haar telefoon verwijderd. Blijkbaar had haar geheugen het niet nodig gehad. Ze kende de route nog uit haar hoofd.

Julian deed pas open na de derde keer aanbellen, hij droeg een donker T-shirt en had nat haar, alsof hij net onder de douche vandaan kwam. Zijn gezicht veranderde toen hij haar zag. Niet van verrassing, van angst. Dat was het eerste wat Elise opviel. "Jij." Zijn stem was nauwelijks meer dan een fluistering, Elise hield de foto omhoog. Julian keek ernaar en werd lijkbleek. "Waar heb je die vandaan?" "Van jou?" Hij keek haar aan. "Nee." "Je liegt." "Elise—" "Niet." Ze stapte naar binnen voordat hij haar kon tegenhouden. Het huis rook nog precies zoals vroeger. Hout. Koffie. Zijn aftershave. Het was belachelijk hoeveel haar lichaam zich herinnerde. Julian deed de deur dicht. "Je had niet moeten komen." "Dat zeggen mensen meestal vlak voordat ze iets proberen te verbergen." Hij keek naar de foto. "Heb je de camera nog?" "Ja." "Waar is hij?" "Waarom?" "Omdat ik moet weten wie hem naar je heeft gestuurd."

Elise lachte kort. "Je weet wie hem gestuurd heeft." "Nee." "Maar je weet wel wat erop staat." Julian zei niets. Dat was antwoord genoeg, ze liep naar hem toe. "Hoe lang wist je hiervan?" "Niet hiervan." "Van de camera." Hij keek weg. "Julian." "Tien jaar." Elise voelde alsof iemand haar in haar maag had geslagen. "Wat?" "Ik wist dat hij bestond." "Waar?" Hij slikte. "In een kluis." "Van wie?" Julian keek haar eindelijk aan. "Van Mara." De naam hing tussen hen in, tien jaar lang had Elise geprobeerd die naam niet te horen. Niet te zeggen, zelfs niet te denken. En toch was het alsof de kamer er onmiddellijk kleiner van werd.

"Ze is dood," zei Elise, Julian antwoordde niet. "Julian." Hij liep naar de keuken en schonk twee glazen water in. Zijn handen trilden. "Dat is wat jij denkt." Elise keek hem aan. "Wat bedoel je daarmee?" Hij zette een glas voor haar neer. "Ik heb haar tien jaar geleden nog gezien." De wereld leek even stil te vallen, "Waar?" "Hier." Elise keek naar de vloer, toen naar hem. "Wanneer?" "Drie dagen nadat ze verdwenen was." Ze zette haar glas neer zonder te drinken. "Waarom heb je me dat nooit verteld?" "Omdat ze me vroeg het niet te doen." "Waarom?" "Omdat ze zei dat jij gevaar liep." Elise voelde een koude rilling langs haar armen trekken. "Waar is ze nu?" Julian sloot zijn ogen. "Dat weet ik niet." "Je liegt." "Nee."

"Je hebt haar gezien." "Tien jaar geleden." "En daarna?" "Niets." "Waarom stuurde ze dan die camera naar mij?" Julian keek naar de foto, zijn gezicht veranderde opnieuw en deze keer zag Elise iets anders. Schuld. "Ze heeft hem niet gestuurd." Elise voelde haar hartslag versnellen. "Wie dan?" Julian liep naar een kast in de woonkamer en hij haalde een map tevoorschijn. Dik. Bruin. Afgesleten aan de hoeken, hij legde hem op tafel. "Ik denk dat je moet weten wat er die nacht werkelijk gebeurde." Elise keek naar de map, op de voorkant stond één datum. 14 augustus 2016. Ze wilde hem openen, toen ging het licht uit. Volledige duisternis. Een seconde later klonk er beneden een harde klap. Julian verstijfde, Elise fluisterde: "Wat was dat?"

Hij pakte haar hand, ze wilde hem wegtrekken, maar zijn vingers sloten zich steviger om de hare. "Niet bewegen." Er klonk een tweede klap, dit keer dichterbij een raam dat versplinterde. Julian trok haar achter zich.
"Wie is daar?" Geen antwoord, toen kraakte de voordeur. Langzaam, alsof iemand hem van buiten opende. Elise keek naar Julian, hij keek terug en fluisterde: "Ze hebben ons gevonden." Op dat moment begon ergens in het donkere huis een telefoon te rinkelen. Niet die van Elise, niet die van Julian. Een oude vaste telefoon, drie kamers verder. Julian liet haar hand los. "Blijf hier." "Waar ga je heen?" Hij antwoordde niet, hij liep de duisternis in. Elise hoorde zijn voetstappen verdwijnen, toen hoorde ze de telefoon opnieuw rinkelen. Eén keer. Twee keer. Drie keer. Ze wist niet waarom, maar ze liep erachteraan. Toen ze de gang in stapte, zag ze Julian bij de telefoon staan. Hij keek haar aan, zijn gezicht was wit.

"Niet opnemen," zei hij. De telefoon rinkelde opnieuw. Elise keek naar het toestel. Op het kleine schermpje verscheen geen nummer. Alleen één woord. MARA

De telefoon bleef rinkelen, Elise keek naar het scherm. MARA Ze kon haar ogen er niet vanaf houden, Julian stond naast haar, zo dichtbij dat ze zijn warmte tegen haar arm voelde. Buiten sloeg de regen tegen de ramen. Binnen was het doodstil, op het aanhoudende rinkelen na. "Niet opnemen," herhaalde hij. "Waarom niet?" "Omdat ik niet weet wie er aan de andere kant zit." "Er staat Mara." "Dat weet ik." "Dan weet je dus meer." Julian keek haar aan en voor het eerst sinds ze hem had teruggezien, zag Elise geen geheimzinnige man tegenover zich. Ze zag de jongen die ze ooit had liefgehad, dezelfde ogen. Dezelfde kleine littekenlijn boven zijn wenkbrauw alleen was er nu iets in zijn gezicht verdwenen. Iets zachts, iets wat vroeger alleen van haar was geweest. De telefoon rinkelde opnieuw. Elise stak haar hand uit. Julian greep haar pols. "Elise."
Ze keek naar zijn hand. Zijn duim rustte precies op de plek waar haar hartslag voelbaar was. "Laat me los."

Hij deed het niet meteen. "Als je dit opneemt, kan ik je misschien niet meer beschermen." "Ik heb je niet gevraagd me te beschermen." "Dat weet ik." "Dan waarom doe je het?" Hij keek naar haar alsof hij het antwoord al jaren met zich meedroeg. "Omdat ik je nooit had moeten laten gaan." De telefoon stopte, de stilte die volgde was bijna erger. Elise voelde haar keel dichtknijpen. "Je hebt me niet laten gaan," zei ze zacht. "Je hebt me weggeduwd." "Ik weet het." "Je hebt me verteld dat wat er tussen ons was een vergissing was." "Ik weet het." "Je zei dat je niet meer van me hield." Julian sloot zijn ogen. "Dat was een leugen." Elise voelde iets breken, niet helemaal, maar genoeg. "Waarom?" Hij deed een stap naar haar toe. "Ik dacht dat als je me haatte, je uit mijn buurt zou blijven." "En als je gewoon de waarheid had verteld?" "Dan was je misschien gebleven." "Ja." Hij keek haar aan. "Dat was precies waar ik bang voor was."

Elise wilde iets zeggen, maar haar stem kwam niet, Julian stond nu zo dichtbij dat ze zijn ademhaling voelde. "Ik heb tien jaar geprobeerd om je te vergeten," zei hij. "Is dat gelukt?" Hij glimlachte heel even, een verdrietige glimlach. "Nee." Elise keek naar zijn mond, het was een fout. Ze wist het meteen toch deed ze geen stap achteruit. Julian ook niet. Hij tilde langzaam zijn hand op en streek een natte haarlok uit haar gezicht. Zijn vingers bleven een seconde tegen haar wang liggen, precies lang genoeg om haar te laten herinneren hoe het vroeger voelde. Hoe zijn handen haar vasthielden, hoe veilig ze zich ooit bij hem had gevoeld. "Zeg dat ik weg moet gaan," fluisterde hij. Elise keek hem aan. "Ga niet." Hij kuste haar, niet wild, niet voorzichtig. Alsof hij tien jaar had gewacht en tegelijkertijd bang was dat hij wakker zou worden, Elise greep zijn shirt vast. Een moment lang bestond er niets anders dan zijn armen om haar heen en haar vingers in zijn haar.

Toen duwde ze hem weg, niet omdat ze het niet wilde. Juist omdat ze het wel wilde. "Dit maakt alles ingewikkelder." "Dat was het al." Ze lachte zacht, bijna ongelovig. "Ik haat je." "Dat weet ik." "Nee," zei ze. "Dat weet je niet." Hij keek haar aan. "Ik heb je nooit gehaat." Zijn gezicht verzachtte. "Dat weet ik." Toen klonk er boven hen een geluid, een voetstap. Elise keek naar het plafond, Julian pakte onmiddellijk haar hand. "Blijf achter me." "Julian—" "Alsjeblieft." Dit keer hoorde ze iets anders in zijn stem, angst. Ze liepen samen naar de trap, boven stond een deur open, de deur van Julians slaapkamer. "Die was dicht," fluisterde hij. Elise kneep in zijn hand, ze liepen naar boven. Op het bed lag de map die Julian beneden op tafel had gelegd, hij had hem daar achtergelaten. Nu lag hij open, op de eerste pagina stond een foto.

Elise pakte hem op, ze keek naar het beeld. Mara, tien jaar jonger. Levend, naast haar stond Julian. Maar dat was niet het vreemde, achter hen stond Elise en ook zij keek naar de camera. En op de achtergrond stond hetzelfde verlaten huis als op de foto die Elise die avond had ontvangen. Julian fluisterde: "Dat is onmogelijk." Elise draaide de foto om. Op de achterkant stond één zin, niet in haar handschrift, niet in dat van Julian. Jullie waren er alle drie. Onder die woorden stond: Morgen om middernacht herinner jij je waarom. Elise keek naar Julian. "Wat betekent dit?" Hij antwoordde niet, ze zag alleen dat hij naar de foto staarde. En toen wist ze dat er nog iets was, iets wat hij haar nog steeds niet vertelde. "Julian." Hij keek op. "Wat?" "Wie heeft deze foto gemaakt?" Hij slikte. "Ik." Elise voelde haar maag samentrekken. "Wanneer?" Julian keek haar recht aan. "De nacht voordat Mara verdween."

Elise zei niets, ze keek naar de foto tussen haar vingers. Mara, Julian, zijzelf, het huis. Alles klopte, behalve één ding. "Waarom herinner ik me dit niet?" Julian ging op de rand van het bed zitten. "Omdat je je die nacht niet mág herinneren." Elise keek hem aan. "Dat is geen antwoord." "Nee." Hij wreef met beide handen over zijn gezicht. "Maar het is wel de waarheid." Ze liep naar het raam. Buiten lag de straat verlaten. De regen had opgehouden, maar de lucht was nog donker. "Je hebt die foto gemaakt." "Ja." "En je hebt me nooit verteld dat ik daar was." "Nee." "Je hebt me tien jaar laten geloven dat Mara alleen verdwenen was." Julian stond op. "Dat was niet wat er gebeurd is." Elise draaide zich om. "Vertel het dan." Hij bleef stil. "Vertel me alles." "Ik kan het niet." "Waarom?" "Omdat ik bang ben voor wat jij je zult herinneren." Ze voelde haar woede opkomen. "Ik ben niet meer het meisje van toen." "Dat weet ik." "Dan behandel me niet alsof ik breekbaar ben." Julian kwam dichterbij, "Dat is juist het probleem."

Hij raakte haar hand aan. "Je bent nooit breekbaar geweest, Elise. Jij was altijd degene die doorging wanneer iedereen anders stopte." Zijn vingers gleden langzaam over de hare. "En daarom hield ik van je." Elise keek hem aan. "Je hield?" Hij verstijfde, ze zag meteen dat hij zichzelf had verraden. "Je houdt nog steeds van me." Hij antwoordde niet, dat was genoeg. Elise stapte dichterbij. "Zeg het." "Elise..." "Zeg het." Hij keek haar recht aan. "Ja." Zijn stem was zacht. "Ik hou nog steeds van je." Ze kuste hem, dit keer was het anders. Niet uit angst, niet uit verwarring maar omdat ze het zelf wilde. Julian sloeg zijn armen om haar heen en trok haar dichter tegen zich aan. Voor een paar seconden vergat Elise de camera, de foto's, Mara en de zeven dagen. Ze vergat zelfs waarom ze ooit was weggegaan, tot haar telefoon begon te trillen.

Ze liet Julian los, een bericht. DAG 6. Daaronder een foto, Elise opende hem, ze voelde het bloed uit haar gezicht verdwijnen. Het was een foto van haar en Julian, zojuist gemaakt, in deze kamer. Vanaf de overkant van de straat, iemand had hen door het raam gefotografeerd. Julian keek over haar schouder mee. "Shit." Elise zoomde in, onderaan de foto stond een klein detail. Een weerspiegeling in het raam, een vrouw. Donker haar, een bleke huid, ze stond achter de fotograaf. Elise hield haar adem in. "Julian..." Hij keek naar het beeld, zijn gezicht veranderde. "Mara." "Je weet het zeker?" "Ja." "Hoe?" Hij keek haar aan. "Omdat zij degene is die mij tien jaar geleden vertelde dat ze niet dood wilde." Elise voelde haar hart bonzen. "Wat bedoel je?" Julian pakte de camera van tafel, hij draaide hem om. Aan de onderkant zat een klein metalen plaatje, hij wreef er met zijn duim overheen. Daaronder verscheen een nummer, een serienummer.

Elise kende dat nummer, ze had het eerder gezien, op een oude doos in haar ouderlijk huis. "Deze camera was van mijn vader." Julian knikte. "Dat dacht ik al." "Hoe weet jij dat?" Hij keek haar aan. "Omdat ik hem van hem heb gekregen." Elise staarde hem aan. "Wanneer?" "De dag nadat Mara verdween." De kamer leek kouder te worden. "Waarom zou mijn vader jou zijn camera geven?" Julian aarzelde. "Dat was geen cadeau." "Wat dan?" "Een waarschuwing." Elise hoorde beneden een geluid, een deur, ze verstijfde. Julian pakte haar hand. "Blijf hier." "Nee." "Elise—" "Ik ga met je mee." Hij keek haar een seconde aan, toen knikte hij. Samen liepen ze naar beneden, de voordeur stond open. Regenwater liep over de houten vloer en op de mat lag iets. Een kleine sleutel en eronder zat een briefje.

Julian raapte het op, hij las de tekst. Zijn gezicht werd wit, Elise pakte het uit zijn hand. Er stond: DE KAMER DIE JULLIE NOOIT HEBBEN GEOPEND. En daaronder: JULLIE HADDEN HEM NIET MOETEN VERGETEN. Elise keek naar Julian. "Welke kamer?" Hij zei niets. "Julian." Hij keek naar de sleute, toen weer naar haar. "Die kamer bestaat niet meer." "Wat betekent dat?" "Mijn oude huis." Hij slikte.
"Waar jij en ik vroeger woonden." Elise voelde een vreemde spanning door haar lichaam trekken. "Dat huis is afgebroken." "Nee." Hij pakte zijn jas. "Dat is wat ik jou heb laten geloven." Hij opende de deur. "We moeten gaan." "Waarheen?" Julian keek haar aan. "Daar." Hij wees naar de sleutel. "Naar het huis waar Mara voor het laatst levend is gezien." Elise trok haar jas aan. "En wat zit er in die kamer?" Julian keek naar haar.
"Dat weet ik niet." Een korte stilte. "Maar ik denk dat jij het wel weet."

De rit naar het oude huis duurde bijna een uur, geen van beiden zei veel. De ruitenwissers bewogen in een rustig ritme over de voorruit. Buiten gleed het landschap voorbij als een donkere film: weilanden, bomen, verlaten fietspaden, af en toe een huis met één verlicht raam. Elise zat naast Julian en keek naar zijn handen op het stuur, ze herkende ze nog. Dat vond ze misschien nog wel het ergste. De manier waarop zijn linkerhand losjes om het stuur lag. De kleine witte littekenlijn op zijn wijsvinger. Het feit dat hij bij iedere scherpe bocht zijn hand iets verschoof, precies zoals vroeger. Tien jaar was voorbijgegaan en toch voelde het soms alsof haar lichaam die jaren gewoon had overgeslagen. "Je staart." Elise keek uit het raam. "Ik keek alleen."
"Dat deed je vroeger ook." "Wat?" "Naar mijn handen."

Ze glimlachte ondanks zichzelf. "Je was nogal trots op je handen." "Ik was vooral trots dat jij ze mooi vond." Ze keek hem aan, hij glimlachte en voor het eerst die avond was de spanning tussen hen niet zwaar. Het voelde bijna vertrouwd. "Ik vond meer mooi dan alleen je handen," zei Elise, Julian keek kort haar kant op. "Dat weet ik." "Arrogant." "Jij bent degene die het zei." Ze lachte zacht, en die lach maakte iets in hem los. Elise zag het, zijn glimlach verdween langzaam, maar zijn blik bleef warm. "Ik heb die lach gemist." Ze keek naar haar schoot. "Ik heb jou gemist." De woorden kwamen eruit voordat ze ze kon tegenhouden, Julian zei niets. Hij stak alleen zijn hand van het stuur en legde hem tussen hen in, met de palm omhoog. Een uitnodiging,

Elise keek ernaar en toen legde ze haar hand in de zijne. Zijn vingers sloten zich om haar hand, geen haast, geen woorden. Alleen warmte. Ze bleven zo zitten terwijl hij verder reed, na een paar minuten voelde Elise zijn duim langzaam over de rug van haar hand bewegen. Een klein gebaar, maar het deed meer met haar dan de kus eerder die avond. "Waarom heb je me nooit gezocht?" vroeg ze. Julian keek naar de weg. "Omdat ik wist dat ik je zou vinden." Ze fronste. "Dat begrijp ik niet." "Als ik je had opgezocht, was ik gebleven." Hij slikte. "En als ik was gebleven, had ik je misschien opnieuw verloren." Elise kneep zacht in zijn hand. "Je hebt me sowieso verloren." "Ik weet het." "En toch ben je hier." "Ja." Hij keek haar aan. "Omdat ik je deze keer niet alleen laat gaan."

Het huis verscheen om kwart over één, donker. Groter dan Elise zich herinnerde, ze wist meteen dat ze hier eerder was geweest. Niet uit herinnering, uit haar lichaam. Haar hart begon sneller te kloppen voordat ze überhaupt uit de auto was. Julian stapte uit en liep om de auto heen, hij opende haar deur. "Kom." Ze keek omhoog naar het huis. "Ik ben bang." Hij hurkte naast haar. "Ik ook." Dat antwoord stelde haar meer gerust dan wanneer hij had gezegd dat er niets aan de hand was. Ze stapte uit, Julian pakte haar hand en deze keer liet hij hem niet meer los. Samen liepen ze naar de voordeur, de sleutel paste, het slot klikte. Binnen rook het huis naar stof, hout en iets vaags zoets. Elise bleef staan. "Ik ken deze geur." Julian keek haar aan. "Van vroeger." Ze knikte. "Je bakte hier altijd appeltaart." Hij glimlachte. "Je vond die van mij beter dan die van je moeder." "Dat zei ik alleen om je gelukkig te maken." "Leugenaar." "De taart was inderdaad beter." Hij lachte. Een klein, warm geluid dat ze al jaren niet meer had gehoord.

Elise keek naar hem. "Ik heb dat gemist." "Wat?" "Jij die lacht." Hij streek met zijn duim over haar wang. "Dan moet je misschien langer blijven." Ze keek naar hem. "Misschien doe ik dat." Hun gezichten kwamen dichter bij elkaar, dit keer was er geen telefoon. Geen dreigement, geen foto. Alleen zij. Julian kuste haar langzaam, Elise legde haar handen tegen zijn borst. Ze voelde zijn hart onder haar hand, snel, net zo snel als het hare. Toen ze zich losmaakten, bleef haar voorhoofd tegen het zijne rusten. "Dit is een slecht idee," fluisterde ze. "Waarschijnlijk." "Ik vertrouw je nog steeds niet." "Dat hoeft ook niet." "Maar ik wil je wel." Zijn ogen sloten even. Elise..." "Wat?" "Zeg dat nog een keer." Ze glimlachte. "Ik wil je." Hij kuste haar opnieuw, langer deze keer, zachter. En voor een paar seconden vergat Elise waarom ze naar dit huis waren gekomen. Tot ze achter Julian een deur zag, een deur die ze herkende.

Ze verstijfde, Julian merkte het meteen. "Wat is er?" Elise liet hem los. "Die deur." Hij keek om. "Wat?" "Daar." Ze liep er langzaam naartoe, boven de deur zat een klein houten plaatje. Vroeger had daar een naam op gestaan. Ze streek met haar vingers over het hout, de letters waren bijna verdwenen. Maar niet helemaal. MARA Elise voelde een steek door haar hoofd gaan, een beeld. Een kamer, Mara die huilde. Julian die tegen iemand schreeuwde, en zijzelf… Ze zag zichzelf met haar hand op de deur. Een sleutel, bloed op de vloer. Elise trok haar hand terug. "Ik herinner het me." Julian werd bleek. "Wat?" Ze keek hem aan. "Ik heb deze deur zelf op slot gedaan." Hij zei niets. "En jij stond achter me." Een lange stilte en toen fluisterde Julian: "Ja." Elise keek naar de sleutel in haar hand. "Wat zat hierachter?" Julian antwoordde niet. Ze draaide de sleutel om.

De deur opende niet meteen, alsof het huis zelf weerstand bood. Elise draaide de sleutel nog een keer om. Het slot gaf een droge klik en langzaam bewoog de deur naar binnen, een koude luchtstroom kwam hen tegemoet. Niet de geur van een vergeten kamer, meer alsof de kamer jarenlang had gewacht. Julian ging naast haar staan. "Blijf achter mij." Elise keek hem aan. "Nee." Hij zuchtte zacht. "Je bent altijd al koppig geweest." "En jij bent altijd al slecht geweest in toegeven dat ik gelijk heb." Een kleine glimlach verscheen op zijn gezicht, zelfs nu, zelfs hier. Dat was misschien het vreemdste. Tussen alle angst en geheimen zat nog steeds dat kleine stukje van vroeger. Dat stukje waarin ze elkaar begrepen zonder woorden. Julian stak zijn hand uit, Elise pakte hem vast en samen stapten ze de kamer binnen.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Mike21617
Kelkie
Kelkie (27)
Houd jij van spontane gesprekken die langzaam steeds spannender worden?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 765 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net