77.518 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Lady Vivienne - 1

Door: Mike21617

Datum: 25-08-2026 | Cijfer: 8.5 | Gelezen: 202
Lengte: Lang | Leestijd: 30 minuten | Lezers Online: 10

Lady Vivienne stond voor het hoge raam van haar salon en keek neer op het landgoed alsof het haar persoonlijk toebehoorde, en dat deed het ook. Zesenvijftig jaar oud, weduwe, schatrijk en zorgvuldig onaantastbaar. Haar zilverblonde haar zat perfect, haar zwarte zijden jurk viel strak en elegant om haar figuur, en aan haar hals schitterde een diamanten collier dat meer waard was dan de meeste huizen in het dorp. Achter haar klonk de stem van de butler. ‘De nieuwe restaurateur is gearriveerd, milady.’ Vivienne draaide zich langzaam om. ‘Laat hem binnen.’ Een ogenblik later verscheen hij in de deuropening.

Jonger dan ze had verwacht. Ruim jonger. Hij droeg werkkleding, had modder aan zijn schoenen en keek haar zonder zichtbare zenuwen aan. Vivienne liet haar blik langzaam over hem gaan. ‘U bent laat.’ ‘Drie minuten.’ Ze trok één wenkbrauw op. ‘Dat is in mijn huis laat.’ ‘Dan zal ik morgen eerder komen.’ Geen verontschuldiging. Geen zenuwachtige glimlach. Vivienne voelde gelijk iets onverwachts: irritatie. ‘U begrijpt kennelijk niet met wie u spreekt.’ Hij keek haar recht aan. ‘Ik weet precies met wie ik spreek, mevrouw.’ Die kalmte beviel haar niet, en juist daarom bleef ze naar hem kijken.

Vivienne liet een korte stilte vallen. ‘U bent nogal zelfverzekerd voor iemand die hier vandaag voor het eerst binnenkomt.’ ‘Dat helpt bij restauratiewerk.’ ‘Ik bedoelde uw houding.’ ‘Die helpt daar ook bij.’ Haar mond verstrakte. ‘Jonge man, ik heb mensen ontslagen omdat ze minder vrijpostig waren dan u.’ ‘Dat geloof ik.’ ‘U vindt dat grappig?’ ‘Nee, mevrouw.’ Hij zei het zo kalm dat het bijna erger was dan een glimlach. Vivienne liep langzaam naar de haard. Haar hakken tikten op het marmer. ‘Dit huis is ouder dan u. De schilderingen in de oostvleugel zijn kostbaarder dan alles wat u ooit zult bezitten. U zult dus luisteren wanneer ik iets zeg.’

‘Natuurlijk.’ ‘En u zult geen vragen stellen.’ ‘Dat wordt lastig.’ Ze draaide zich om. ‘Pardon?’

‘Als u wilt dat ik het goed restaureer, zal ik af en toe vragen moeten stellen.’ Vivienne keek hem strak aan. ‘U heeft werkelijk geen idee hoe u tegen iemand spreekt.’ ‘Dat hoor ik vaker. ’Dat antwoord bracht haar even van haar stuk. Ze ging rechter staan. ‘U bent hier ingehuurd om te werken. Niet om mij van repliek te dienen.’ ‘Dan hebben we allebei geluk.’ ‘Hoezo?’ ‘U hoeft mij niet aardig te vinden.’ Voor het eerst verscheen er iets in haar blik dat niet uitsluitend minachting was. Interesse. Ze liep dichter naar hem toe. ‘Iedereen die hier werkt, begrijpt zijn plaats.’ ‘Dat zal ik ongetwijfeld ook leren.’ ‘Dat klinkt niet alsof u daar haast mee heeft.’ ‘Dat klopt.’ Vivienne glimlachte nu, maar het was een koude glimlach.

‘U denkt dat u bijzonder bent.’ ‘Nee.’ ‘Wat denkt u dan?’ Hij keek haar rustig aan. ‘Dat u gewend bent dat iedereen meteen toegeeft.’ De glimlach verdween. Vivienne voelde een merkwaardige warmte door haar borst trekken. Niet van schaamte. Nog niet. Van ergernis, en iets anders. Iets waar ze zichzelf geen naam voor wilde geven. ‘U bent arrogant.’ ‘Dat zegt u tegen mij?’ Ze staarde hem aan. Hij keek niet weg. En ineens besefte Lady Vivienne dat deze man haar niet probeerde te imponeren. Hij probeerde haar helemaal niets te geven. Geen angst. Geen bewondering. Geen onderwerping. En tot haar eigen verbazing wilde ze precies dát van hem krijgen.

‘Ik kom hier om te werken,’ zei hij rustig. ‘U heeft mij ingehuurd om te werken. Als ik hier voor de gezelligheid zou komen, hadden we nu met een smerige bak thee in de huiskamer gezeten en had ik waarschijnlijk moeten luisteren naar uw vreemde verhalen over wat u allemaal wel niet bereikt heeft.’ Vivienne verstijfde. Hij ging onverstoorbaar verder. ‘Maar gelukkig ben ik gewoon een restaurateur. Ik kan zelf weggaan als het me niet bevalt of u kunt me wegsturen als het ú niet bevalt.’ De stilte die volgde was bijna tastbaar. Vivienne keek hem aan alsof ze zojuist had ontdekt dat een meubelstuk tegen haar had gesproken. ‘U heeft lef.’ ‘Dat is niet hetzelfde als onbeleefdheid.’ ‘Nee?’ ‘Nee. Onbeleefd zou zijn als ik u vertelde wat ik werkelijk van uw houding vind.’ Haar ogen vernauwden zich. ‘En dat durft u niet?’ Hij glimlachte nauwelijks. ‘Ik ben hier om te werken, weet u nog?’ Dat was het moment waarop Vivienne besefte dat haar gebruikelijke wapens tegen hem niet werkten. Ze kon hem ontslaan, ze kon hem vernederen, ze kon hem zijn salaris laten verliezen. Maar niets daarvan leek hem werkelijk bang te maken. En dat maakte haar plotseling nieuwsgierig. ‘Goed,’ zei ze uiteindelijk ijzig. ‘Ga dan maar werken.’

Hij knikte. ‘Graag.’ Hij draaide zich om. ‘En meneer?’ Hij keek over zijn schouder. Vivienne aarzelde een fractie van een seconde. ‘Probeer niet te vergeten tegen wie u spreekt.’ ‘Dat zal ik niet.’ Toen verdween hij door de deur. Vivienne bleef alleen achter. Voor het eerst in jaren had iemand haar laatste woord niet als een overwinning laten voelen. Vivienne bleef roerloos bij het raam staan, pas toen de deur allang gesloten was, drong het tot haar door. Meneer. Ze fronste, had ze hem werkelijk zo genoemd? Niet jongen. Niet restaurateur. Niet eens bij zijn naam.

Meneer. Een titel die ze normaal gesproken reserveerde voor mensen van haar eigen stand — of voor iemand tegenover wie ze, om welke reden dan ook, enige vorm van formele hoffelijkheid verschuldigd was. Maar hij was personeel, een jonge restaurateur die modder aan zijn schoenen had gehad en haar zojuist zonder enige aarzeling van repliek had gediend. Vivienne liep langzaam naar haar bureau en schonk zichzelf een glas water in.

‘Belachelijk,’ mompelde ze en toch bleef het woord door haar hoofd spoken. Meneer. Ze probeerde het te rationaliseren. Misschien was het zijn kalmte geweest. Zijn houding. Die irritante manier waarop hij haar aankeek alsof haar fortuin hem geen moment interesseerde of misschien was het iets anders. Iets wat ze absoluut niet wilde benoemen. Ze zette het glas neer. Een personeelslid hoorde naar haar te luisteren. Dat was de natuurlijke orde der dingen. Zij gaf opdrachten; anderen voerden ze uit. En toch had hij daar gestaan alsof hij haar toestemming helemaal niet nodig had om zichzelf te blijven. Dat was ongehoord. Vivienne liep naar de spiegel boven de schouw en bekeek haar eigen spiegelbeeld. ‘Hij is gewoon personeel,’ zei ze zacht. De woorden klonken overtuigend. Bijna, want diep vanbinnen zat inmiddels een andere gedachte die ze niet uit haar hoofd kreeg: Wat zou er gebeuren als ik hem nog één keer provoceerde? En erger nog: Zou hij dan opnieuw zo rustig blijven?

Ze bleef er maar aan denken, het was eigenlijk belachelijk. Schaamteloos zelfs. Waarom had ze hem in hemelsnaam meneer genoemd? Hij was geen diplomaat, geen zakenpartner, geen man van aanzien. Hij was een restaurateur die zij persoonlijk had ingehuurd. Personeel, eenvoudigweg. En toch was dat woord haar ontsnapt zonder dat ze er ook maar een moment over had nagedacht. Vivienne liep langzaam door de salon. ‘Meneer,’ herhaalde ze zacht, bijna verontwaardigd tegen haar eigen spiegelbeeld. Ze wist nog precies hoe hij had gestaan. Geen gespannen houding. Geen poging om haar te behagen. Geen haast om haar gunstig te stemmen.

Ze had hem geprovoceerd, meer dan een keer zelfs. en toch was hij kalm gebleven. Ik kom hier om te werken. Dat was het geweest. En daarna, nog erger: Ik kan zelf weggaan als het me niet bevalt. Of u kunt me wegsturen als het ú niet bevalt. Vivienne bleef staan, dat was helemaal geen onderdanig antwoord geweest. Het was bijna beledigend eenvoudig. Hij had haar eraan herinnerd dat haar macht over hem uiteindelijk beperkt was tot één ding: hem inhuren of ontslaan. En kennelijk was hij daar volkomen tevreden mee. Ze fronste. Dat was misschien precies wat haar zo dwarszat.

Iedereen op het landgoed wist dat Lady Vivienne gewend was aan gehoorzaamheid. Mensen werden voorzichtig in haar aanwezigheid. Ze kozen hun woorden. Ze bogen hun hoofd. Hij niet. En het meest ergerlijke was dat hij daar geen grote scène van had gemaakt. Hij had haar simpelweg aangekeken en gezegd dat hij kwam werken. Alsof zij helemaal niet zo indrukwekkend was als ze zelf altijd had gedacht. Vivienne pakte haar glas weer op. ‘Die brutale jonge vlerk,’ mompelde ze. Maar toen glimlachte ze heel even. En onmiddellijk daarna keek ze boos naar zichzelf in de spiegel. Alsof ze zichzelf betrapt had.

De volgende ochtend stond Vivienne opnieuw in de hal toen ze hem hoorde aankomen, ze keek op de klok. Drie minuten vroeger. Een klein, bijna triomfantelijk glimlachje verscheen op haar gezicht. Daar was hij dan, dat vreemde jonge ventje dat blijkbaar dacht dat hij haar niet nodig had om zijn brood te verdienen. Toen Elias binnenkwam, keek ze hem opvallend koel aan. ‘U bent vroeg.’ Hij knikte, ‘Dat had ik beloofd.’ ‘Drie minuten, om precies te zijn.’ ‘Ik wilde voorkomen dat u opnieuw zou beginnen over het feit dat ik gisteren drie minuten te laat was.’ Vivienne trok haar wenkbrauw op. ‘U heeft daar kennelijk goed over nagedacht.’ ‘Niet echt. Ik houd er gewoon niet van als mensen tegen me zeuren over drie minuten.’

Daar was die kalmte weer, die irritant onverstoorbare toon. Vivienne wilde hem van repliek dienen, maar hij had zich al half omgedraaid. ‘Als u mij excuseert, mijn werk wacht.’ Hij liep weg, Vivienne bleef hem verbijsterd nakijken. En toen gebeurde het opnieuw, bijna automatisch. ‘Natuurlijk, meneer.’ Ze zweeg, ze schrok en haar ogen werden groot. Weer. Voor de tweede keer, ze had het opnieuw gezegd. Niet omdat hij daarom had gevraagd. Niet omdat het nodig was. Er was zelfs geen enkele reden voor geweest. Meneer.

Elias stopte even en keek over zijn schouder. ‘Dank u, mevrouw.’ Daarna liep hij door, Vivienne voelde hoe haar gezicht warm werd. Niet door schaamte, hield ze zichzelf voor. Door ergernis, natuurlijk door ergernis. Ze keek hem na terwijl hij de deur naar de oostvleugel opende. ‘Meneer,’ fluisterde ze nog eens. Ditmaal alsof ze het woord proefde, en onmiddellijk daarna schudde ze geïrriteerd haar hoofd. ‘Belachelijk.’

Vivienne bleef hem nakijken. Mevrouw. Zo had hij haar genoemd toen hij achteloos over zijn schouder had gekeken. Maar was dat alles geweest? Ze meende zich een grijns te herinneren. Heel klein, nauwelijks zichtbaar. De hoek van zijn mond misschien. Een zweem van amusement in zijn ogen of had ze dat zelf ingevuld? Ze wist het niet, en juist dat maakte haar onrustig. Ze liep naar de spiegel en keek naar haar eigen gezicht. Ze zag er nog steeds uit zoals altijd: beheerst, elegant, onaantastbaar. Alleen voelde ze zich niet zo. Want als hij werkelijk had geglimlacht, dan betekende dat dat hij het had gehoord. Hij had gemerkt dat ze hem opnieuw meneer had genoemd.

En misschien had hij ook gemerkt hoe snel ze het had gezegd. Hoe vanzelfsprekend het inmiddels uit haar mond kwam. Vivienne voelde een lichte rilling van ergernis. ‘Verbeelding,’ zei ze tegen zichzelf maar haar eigen stem klonk niet overtuigend. Ze herinnerde zich zijn houding. Zijn kalmte. De manier waarop hij nooit leek te haasten om haar goedkeuring te krijgen. En ineens kwam er een ongemakkelijke gedachte bij haar op:

Hij weet het. Niet wat precies — dat kon niet. Maar misschien wist hij dat hij haar van haar stuk bracht. Misschien had hij allang door dat haar scherpe opmerkingen niet uitsluitend uit minachting voortkwamen. Dat ze hem steeds opnieuw opzocht, hem uitdaagde, een reactie probeerde uit te lokken.

Vivienne voelde haar wangen warm worden. ‘Onzin.’ Ze pakte haar handschoenen van de tafel. Maar voordat ze de salon verliet, keek ze nog één keer naar de deur waardoor hij verdwenen was. En fluisterde, bijna onbewust: ‘Die brutale jongen.’ Een korte stilte. ‘Meneer.’ Ze sloot haar ogen. Alweer.

De verandering kwam sneller dan Vivienne had willen toegeven. Later die ochtend liep ze naar de oostvleugel, zogenaamd om de voortgang van het restauratiewerk te inspecteren. Ze wist zelf dat het een doorzichtige smoes was. Elias stond op een steiger bij een oude wandschildering. Hij werkte geconcentreerd en merkte haar pas op toen ze vlakbij stond. ‘Milady.’ Vivienne keek naar het stuk waaraan hij werkte. ‘Het ziet er... goed uit.’ Het compliment kostte haar zichtbaar moeite. Elias keek even naar haar, ‘Dank u.’ Ze voelde zich bijna ongemakkelijk.

Een compliment geven was voor haar normaal gesproken een manier om iemand aan zich te binden. Maar dit voelde anders. Ze meende het werkelijk. ‘U heeft de oorspronkelijke kleuren weten terug te vinden?’ ‘Gedeeltelijk. De rest komt later.’ Vivienne knikte langzaam. ‘Bijzonder zorgvuldig.’ Weer die vreemde stilte. Ze had hem zojuist opnieuw oprecht gerespecteerd. Niet zijn afkomst. Niet zijn salaris. Niet de waarde van zijn werk voor haar landgoed. Hem, Die jonge meneer… En dat besef maakte haar onrustig. ‘U bent... beter dan ik had verwacht,’ zei ze uiteindelijk. Een kleine glimlach verscheen op zijn gezicht. ‘Dat klinkt bijna als een compliment.’

Vivienne keek hem scherp aan. ‘Het was een compliment.’ ‘Dan neem ik het aan.’ Daar was die blik weer. Rustig. Direct. Alsof hij haar niet alleen hoorde, maar ook observeerde. Vivienne voelde zich plotseling vreemd bekeken. Ze wendde haar ogen af. Waarom kijkt hij zo naar me? Ze liep weg, maar niet voordat ze nog één keer achterom keek. Hij was alweer met zijn werk bezig. Geen glimlach. Niets bijzonders. Toch bleef die gedachte bij haar. Die jonge meneer… Ze schudde haar hoofd. Onzin. Maar terwijl ze door de lange gang terugliep, merkte ze dat ze voor het eerst in jaren niet dacht aan haar landgoed, haar vermogen of haar reputatie. Ze dacht aan hem. Aan zijn rustige stem, aan zijn onbevangenheid. En vooral aan die merkwaardige manier waarop hij naar haar keek. ‘Oh,’ fluisterde Vivienne zacht, bijna geïrriteerd met zichzelf. ‘Wat kijkt hij toch vreemd naar mij...’

Die nacht lag Vivienne onrustig in haar bed. Niet omdat ze niet kon slapen. Integendeel. Ze was moe, maar haar gedachten bleven terugkeren naar dezelfde persoon. Die jonge restaurateur. Die jonge meneer… Ze draaide zich om en trok het dekbed wat hoger op. Waarom bleef hij toch door haar hoofd spoken? Zijn stem. Zijn kalmte. Die merkwaardige blik waarmee hij haar leek te doorzien zonder ooit werkelijk brutaal te worden. Vivienne sloot haar ogen. En tot haar eigen schrik merkte ze dat haar lichaam onrustiger was dan haar gedachten.

Ze opende haar ogen weer. ‘Wat bezielt me?’ Ze ging rechtop zitten. Dit was absurd. Zij was Lady Vivienne. Zij had zich haar hele leven beheerst gedragen. Ze liet zich niet meeslepen door een jonge man die nauwelijks enkele dagen op haar landgoed werkte. Toch kwam die ene gedachte opnieuw. Die jonge meneer… Ze liet zich achterover zakken en staarde naar het plafond. Voor een ogenblik gaf ze zich over aan de fantasie dat hij opnieuw voor haar stond, even kalm als altijd, terwijl zij voor één keer niet wist wat ze moest zeggen. Een onverwachte rilling trok door haar heen, ze deed haar benen uit elkaar, ver uit elkaar.

‘Kijk maar, meneer,’ fluisterde ze hees. Ze zweeg onmiddellijk, haar ogen werden groot. Wat had ze zojuist gezegd? Vivienne trok het dekbed strak om zich heen alsof ze zichzelf daarmee tegen haar eigen gedachten kon beschermen. ‘Nee.’ Ze schudde haar hoofd, dit was te ver gegaan. Niet hij. Zij. Zij was degene die hem steeds opnieuw opzocht. Zij was degene die hem provoceerde. Zij was degene die hem inmiddels voortdurend in gedachten meneer noemde. En nu lag ze midden in de nacht tegen zichzelf te praten alsof hij werkelijk bij haar was, alsof ze haar benen voor hem spreidde. Ze verborg haar gezicht even in haar handen. ‘Wat is dit in hemelsnaam?’ Voor het eerst voelde haar eigen hooghartigheid niet als macht. Maar als een dunne muur die ze zelf langzaam aan het afbreken was.

De volgende dag werd het bijna belachelijk, Vivienne zocht hem op. Eerst in de oostvleugel. ‘Hoe staat het met de verf?’ ‘Goed.’ Tien minuten later stond ze opnieuw bij het koetshuis. ‘Denkt u dat de vochtproblemen nog gevolgen hebben voor de muur?’ Elias keek haar even aan. ‘Dat heb ik u vanochtend al verteld.’‘ Juist.’ Ze verdween maar een halfuur later was ze er weer. Ditmaal met een vraag over een raamkozijn waar ze werkelijk niets van wist. Elias legde zijn gereedschap neer en keek haar rustig aan. ‘U bent vandaag wel erg geïnteresseerd in mijn werk.’ Vivienne voelde onmiddellijk dat er iets in zijn toon zat. Geen spot, geen beschuldiging. Eerder de kalme zekerheid van iemand die een conclusie al had getrokken. ‘Natuurlijk ben ik geïnteresseerd. Het is mijn landgoed.’ ‘Nee.’ Dat ene woord deed haar verstommen.

Hij keek haar recht aan. ‘U bent niet geïnteresseerd in het restauratiewerk, is het niet?’ Vivienne voelde haar hart sneller slaan. ‘Wat bedoelt u?’ ‘Dit alles is een smoes.’ Ze wilde hem onmiddellijk afsnauwen. Haar gebruikelijke verdediging lag al bijna op haar tong. Maar hij bleef rustig. ‘U komt hier niet voor de schilderingen. Niet voor de kozijnen. Zelfs niet voor het werk.’ Haar gezicht werd warm. ‘U denkt nogal veel te weten.’ ‘Misschien.’ Hij pakte zijn gereedschap weer op. ‘Maar ik denk dat u zelf inmiddels ook weet waarom u steeds terugkomt.’ Vivienne voelde een ongemakkelijke warmte door haar hele lichaam trekken. Ze keek naar hem. Naar die kalme, bijna irritant begripvolle blik.

En toen ontsnapte het haar voordat ze het kon tegenhouden, zacht, bijna beschaamd: ‘U heeft gelijk, meneer.’

Ze verstijfde. Het woord hing tussen hen in. Meneer. Alweer. Maar deze keer had ze het niet gedacht. Ze had het bewust uitgesproken. Elias keek haar enkele seconden aan. En heel langzaam verscheen er een kleine glimlach op zijn gezicht. Vivienne wist onmiddellijk dat hij het had begrepen. En tot haar eigen verbazing liep ze niet weg.

Elias legde zijn gereedschap neer en wenkte haar met twee vingers dichterbij. Vivienne aarzelde. ‘Herhaal dat eens,’ zei hij kalm. Ze slikte, zijn blik bleef op de hare rusten, rustig maar indringend. ‘U heeft gelijk, meneer,’ herhaalde ze zachter. Hij liet een korte stilte vallen. ‘Dus u komt hier niet voor het restauratiewerk. U komt hier omdat er iets anders is waar u aandacht voor zoekt. Uw eigen restauratiewerk, misschien? Iets in uzelf dat al veel te lang verwaarloosd is?’ De woorden waren zo schaamteloos suggestief dat Vivienne er bijna van terugdeinsde. Restauratiewerk.

Het klonk banaal. Bijna vulgair, juist omdat hij het zo achteloos uitsprak. Ze voelde haar gezicht opnieuw warm worden en toch keek ze hem aan. En deze keer vluchtte ze niet voor zijn blik. ‘Daar heeft u ook gelijk in, meneer.’ Elias zei niets. Dat maakte het erger. Vivienne besefte dat ze zojuist iets had toegegeven wat ze tegenover niemand ooit had durven erkennen. Niet alleen dat ze hem opzocht, maar dat ze wist waarom.

Die oostvleugel was inmiddels stil geworden. Buiten lag het landgoed donker onder de nachtelijke hemel, terwijl Elias nog bezig was met de laatste werkzaamheden. Toen de deur openging, keek hij op, een kleine glimlach verscheen op zijn gezicht. ‘Daar bent u weer.’ Normaal gesproken zou Vivienne onmiddellijk scherp hebben gereageerd. Een koude opmerking, een vernietigende blik, en vervolgens zou ze zijn weggelopen alsof zij degene was die de situatie beheerste. Maar deze keer niet, ze sloot de deur achter zich. ‘Ja, meneer,’ zei ze zacht. Elias keek haar enkele seconden aan. ‘Meneer?’ Ze knikte. ‘Ik blijf maar denken aan wat u vanmiddag zei.’ ‘Over het restauratiewerk?’ Vivienne voelde haar wangen warm worden. ‘Ja.’ Ze zette een paar langzame stappen naar voren. ‘Dat eigenlijke restauratiewerk van mij.’

Ze hoorde zelf hoe vreemd het klonk. Hoe onbeschermd. Hoe weinig het leek op de vrouw die zij normaal gesproken was. Elias zei niets en juist zijn zwijgen maakte haar nerveus. Vivienne vouwde haar handen voor zich. ‘Ik weet niet wat er met me aan de hand is,’ bekende ze. ‘Ik ben de hele dag bezig geweest met wat u zei. Ik kom hier telkens weer naartoe. Ik verzin vragen. Ik zoek redenen om met u te praten.’ Ze keek hem aan. ‘En ik weet inmiddels dat het niets met de schilderingen te maken heeft.’ Een lange stilte.

‘U maakt me verschrikkelijk onzeker, meneer.’ Voor het eerst leek Elias haar niet te plagen. ‘Waarom?’ Vivienne slikte. ‘Omdat u me ziet zoals niemand dat ooit heeft gedaan.’ Haar stem werd zachter. ‘En ik weet niet of ik dat prettig vind.’ Elias bleef rustig staan. ‘Misschien hoeft u het ook niet prettig te vinden.’ Vivienne keek hem aan. En tot haar eigen verbazing glimlachte ze flauwtjes. ‘Daar bent u weer.’ ‘Waarmee?’ ‘Met dat kalme antwoord.’ Ze schudde langzaam haar hoofd. ‘En toch blijf ik komen.’ ‘Dat heb ik gemerkt, mevrouw.’ Ze zweeg en toen ontsnapte haar opnieuw dat ene woord. ‘Meneer.’ Deze keer klonk het bijna als een bekentenis.

Elias zei het achteloos, bijna alsof hij een praktische opmerking maakte. ‘Als u werkelijk denkt dat uw eigen restauratiewerk aandacht nodig heeft, dan moet u mij natuurlijk wel laten bekijken waar de problemen zitten. Daarna kan ik bepalen of ik er überhaupt iets aan wil doen.’ Vivienne staarde hem aan, een dame van haar stand kon onmogelijk zo'n opmerking serieus nemen. Ze kon toch niet— Ze bleef stokstijf staan. Elias wachtte rustig af, geen bevel. Geen aandringen alleen die onverstoorbare blik.

Vivienne bracht langzaam haar hand naar de sluiting van haar jurk. ‘U bent werkelijk een brutale man,’ fluisterde ze. ‘Dat zegt u vaker.’ Een bijna ongelovige glimlach trok over haar gezicht. Toen liet ze haar hand weer zakken. ‘Nee,’ zei ze zacht. ‘Zo gemakkelijk krijgt u mij niet.’ Elias knikte alsof hij dat antwoord volkomen verwacht had. En juist daardoor voelde Vivienne opnieuw die merkwaardige spanning. Ze had hem willen bewijzen dat hij ongelijk had. Maar misschien was dat precies wat hij wilde. Ze keek nog eenmaal naar hem, naar die jonge meneer. En ineens wist ze niet meer of ze hem wilde gehoorzamen, uitdagen, of simpelweg begrijpen waarom ze überhaupt nog steeds bij hem stond.

Vivienne aarzelde ditmaal niet, met een beheerste beweging maakte ze haar jurk los en legde die over de rug van een stoel. Even later stond ze voor hem in haar keurige, ouderwets elegante ondergoed. Pas toen besefte ze werkelijk wat ze had gedaan, ze had zich voor hem ontkleed. Voor die jonge meneer. Haar hart sloeg sneller. ‘Kijk maar, meneer,’ zei ze zacht. Het waren bijna dezelfde woorden die ze die nacht tegen haarzelf had gefluisterd. Alleen was hij nu werkelijk hier. Elias liet zijn blik rustig over haar heen gaan. Niet haastig, niet gretig. Juist die kalmte maakte haar zenuwachtig.

‘Het is nog in behoorlijke goede staat,’ zei hij uiteindelijk, alsof hij inderdaad een restaurateur was die een oud kunstwerk beoordeelde. Vivienne wist niet of ze moest lachen of blozen. Toen voegde hij er achteloos aan toe: ‘Al zie ik wel een kleine lekkage.’ Ze verstijfde, die dubbele betekenis drong onmiddellijk tot haar door. Ze keek naar hem en wist aan zijn blik dat hij had gemerkt hoezeer zijn woorden haar hadden geraakt. Voor het eerst schaamde ze zich werkelijk. ‘Het spijt me, meneer,’ stamelde ze. Elias trok één wenkbrauw op en Vivienne sloeg haar ogen neer. ‘Ik heb... te weinig onderhoud laten plegen.’ Een paar seconden bleef het stil. Toen zei hij, nog altijd met die onuitstaanbare kalmte:

‘Dat lijkt me een probleem dat we eerst zorgvuldig moeten beoordelen.’ Vivienne keek weer op. En ondanks haar schaamte verscheen er een kleine glimlach op haar gezicht. Want ergens, diep onder alle trots en etiquette, wist ze inmiddels dat juist die woorden waren waar ze naar had gezocht.

Elias hief zijn handen op, zijn duimen schoven onder de stof van haar slip...en tergend langzaam, alsof hij een oud kunstwerk onthuld trok hij deze omlaag...steeds verder...ze voelde hoe het even bleef plakken in haar kruis alvorens het verder omlaag schoof tot halverwege haar heupen. Vivienne keek hem gespannen aan. ‘Draait u zich maar om,’ zei hij rustig. Ze aarzelde een fractie van een seconde en deed wat hij vroeg. Haar jurk lag achteloos over de stoel, en ineens voelde die elegante kamer veel kleiner dan daarvoor. ‘Steun maar even op de stoel,’ voegde hij eraan toe. Vivienne legde haar handen op de rugleuning. Ze voelde zich belachelijk kwetsbaar.

Niet omdat hij haar had aangeraakt, maar juist omdat hij dat nog steeds niet deed, ‘plaats uw handen maar op de zitting’ klonk het en ze boog verder voorover, nog meer realiserende dat ze zich nu nog kwetsbaarder opstelde. Achter haar bleef het stil, ‘U bent erg stil, mevrouw.’ ‘Ik probeer mijn waardigheid te bewaren meneer’ ‘Dat lukt u aardig.’ Ze draaide haar hoofd een beetje om. ‘U maakt het me niet bepaald gemakkelijk.’ ‘Dat was ook niet mijn bedoeling.’ Een rilling liep over haar rug.

Daar stond ze dan: Lady Vivienne, gewend om hele kamers stil te krijgen met één blik, terwijl deze jonge restaurateur haar met een paar rustige woorden volledig uit haar evenwicht bracht. ‘En?’ vroeg ze zacht. Elias antwoordde pas na enkele seconden. ‘Ik denk dat uw probleem minder ernstig is dan u zelf denkt.’ Elisa gleed met zijn duim over haar schaamlippen, het vocht wat erop zat uitsmerend. ‘Ik denk dat er niets onherstelbaar beschadigt is zei hij rustig.’ Vivienne sloot even haar ogen, die woorden — zo eenvoudig, zo kalm — deden meer met haar dan welke grove opmerking ook.

‘U bent verschrikkelijk, meneer.’ ‘Dat zegt u inmiddels met opvallend veel respect.’ Ze glimlachte onwillekeurig. ‘Misschien verdien ik het om u eindelijk gelijk te geven.’ ‘Misschien,’ zei Elias. En opnieuw liet hij haar wachten. Elias duwde zijn duim een stukje bij haar naar binnen en ze kon een klein geschrokken kreuntje niet binnensmonds houden...het was zo lang geleden dat daar beneden iets was gebeurd. ‘Nu moeten we alleen nog bepalen of ik zin heb in wat extra werk.’ Vivienne hield haar adem even in, maar in plaats van haar verwachting verder te voeden, herstelde hij met een achteloos gebaar haar kleding en deed een stap achteruit. ‘Zo,’ zei hij eenvoudig, hij pakte zijn jas. Vivienne draaide zich om. ‘Dat was alles?’ Elias glimlachte.

‘Voor vanavond wel.’ Hij liep naar de deur. ‘Ik wens u een fijne avond, mevrouw.’

Mevrouw. Het woord trof haar bijna harder dan wanneer hij haar had uitgelachen. ‘Meneer...’ Hij keek om.

Vivienne wist zelf niet wat ze wilde zeggen. Blijven, wachten, misschien alleen maar dat hij niet weg moest gaan. Maar haar trots hield haar tegen. Elias wachtte een paar seconden, zag kennelijk genoeg in haar gezicht en zei toen slechts: ‘Tot morgen.’ Daarna verdween hij. De deur viel zacht achter hem dicht. Vivienne bleef alleen achter in de oostvleugel, ze staarde naar de gesloten deur. Toen naar haar jurk en toen weer naar de deur. Ze was niet boos, dat was het ergste. Ze was teleurgesteld, en voor een vrouw als Lady Vivienne was dat misschien nog wel vernederender.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Mike21617
Lineke
Lineke (48)
Zoek jij een vrouw die weet wat ze wil en daar eerlijk over is?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 774 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net