
“Goedenacht, Mark.” “Goedenacht.” Ze opende de deur, een seconde lang gebeurde er niets. Toen zei Eva, zonder hem aan te kijken: “Je mag nog één ding zeggen.” “Wat dan?” “Dat je eigenlijk helemaal niet wilt dat ik die deur achter me dichtdoe.” Mark zweeg, Eva keek om en aan zijn gezicht zag ze genoeg. Ze glimlachte langzaam. “Dat dacht ik al.” En deze keer was het Mark die een stap naar voren zette en Mark zette nog een stap naar voren. Eva bleef staan, ze voelde hoe de afstand tussen hen kleiner werd, maar geen van beiden leek haast te hebben. Het was juist dat wachten dat de spanning erger maakte. “Je kunt nog steeds weggaan,” zei Eva zacht. “Dat weet ik.” “En toch blijf je.” “Dat weet ik ook.” Ze lachte zenuwachtig. “Je maakt dit wel erg moeilijk.” “Volgens mij doe jij dat.” Zijn stem was zachter geworden. Eva keek even naar de gang, alsof ze zich ervan wilde overtuigen dat de wereld nog bestond buiten deze hotelkamer. Toen keek ze terug naar hem. “Dit blijft tussen ons.” Mark knikte. “Absoluut.” “En morgen doen we alsof er niets gebeurd is.” “Als jij dat wilt.” Ze trok één wenkbrauw op. “Dat klinkt alsof jij daar niet zo zeker van bent.” “Dat ben ik ook niet.” Een stilte en toen pakte Eva de deurklink vast en opende de deur verder. “Dan moet je misschien maar binnenkomen.” Mark glimlachte. “Dat klinkt gevaarlijk.” “Dat was het idee.” De deur viel zacht achter hen dicht en voor het eerst die avond hadden ze geen publiek meer, geen collega’s om rekening mee te houden en geen reden om te doen alsof die spanning tussen hen nooit had bestaan.
De deur klikte dicht, even bleven ze allebei staan. Eva voelde ineens hoe stil de kamer was. Geen lift, geen collega’s, geen geroezemoes van beneden. Alleen het zachte gezoem van de airconditioning en hun ademhaling. Mark keek haar aan. “Je bent nog op tijd om spijt te krijgen.” Eva glimlachte. “Dat is nou juist het probleem.” Hij kwam iets dichterbij, maar stopte voordat hij haar aanraakte. “Wat is het probleem?” “Dat ik geen spijt heb.” De woorden bleven tussen hen hangen en Mark liet zijn blik kort naar haar mond gaan en weer terug naar haar ogen. Eva merkte het. “Je doet het weer.” “Wat?” “Alsof je wilt vragen of je me mag kussen.” “En als ik dat inderdaad wil?” Ze zette een halve stap naar voren. “Dan zou ik me afvragen waarom je het nog steeds vraagt.” De kus was voorzichtig. Bijna aftastend. Maar toen Eva haar hand tegen zijn borst legde, verdween die voorzichtigheid langzaam. Niet omdat ze haast hadden, maar omdat ze eindelijk ophielden te doen alsof ze elkaar niet al wekenlang hadden gewenst. Toen ze zich even terugtrok, lachte Eva zacht. “Dit is absoluut een slecht idee.” Mark streek met zijn duim langs haar hand. “Dat heb je al gezegd.” “Misschien moet je beter naar me luisteren.” “Dat probeer ik.” “Niet echt.” “Oké,” zei hij. “Wat wil je dan?” Eva keek hem recht aan. “Dat je vannacht nergens meer naar vraagt.” Een glimlach verscheen op zijn gezicht. “Begrepen.” En juist doordat hij daarna niets meer zei, werd de stilte tussen hen bijna ondraaglijk spannend.
De stilte hield nog een paar seconden aan, Eva merkte dat ze glimlachte. “Waarom glimlach je?” vroeg Mark. “Ik denk dat ik eindelijk begrijp waarom dit zo gevaarlijk voelt.” “Waarom?” “Omdat we allebei weten dat we morgen weer gewoon collega’s zijn.” Mark knikte langzaam. “En vanavond?” Eva keek naar de klok. “Vanavond hoeven we daar nog niet aan te denken.” Hij stak zijn hand naar haar uit. Niet dwingend, alleen uitnodigend. Ze pakte hem vast en samen liepen ze naar het raam. Buiten glinsterden de lichten van de stad in het donkere glas. Eva stond dicht naast hem, haar schouder tegen de zijne. “Grappig,” zei ze. Morgen zie ik je waarschijnlijk bij de koffie.” “En dan?” “Dan vraag je hoe mijn avond was.” “En wat zeg je?” Eva draaide haar gezicht naar hem toe. “Dat gaat je niets aan.” “En als ik het toch vraag?” “Dan moet je maar hopen dat ik niet glimlach.” Hij lachte zacht. “Volgens mij ben je daar niet zo goed in.” “Waarin?” “Doen alsof er niets aan de hand is.” Ze keek hem een moment zwijgend aan en toen fluisterde ze: “Jij ook niet.” Hij boog zich naar haar toe en dit keer was er geen twijfel meer. De kus duurde langer dan de vorige. Niet wild, maar vol van alles wat ze de afgelopen weken hadden ingehouden. Toen ze zich uiteindelijk losmaakten, bleef Eva nog even met haar voorhoofd tegen het zijne staan. “Dit maakt morgen ingewikkeld,” fluisterde ze. “Ja.” “Je klinkt daar verdacht tevreden over.” “Misschien ben ik dat ook.” Eva schudde glimlachend haar hoofd. “Kom.” “Waarheen?” Ze pakte zijn hand en trok hem mee naar het bed . “Je stelt te veel vragen.” De rest van de avond hoefden ze elkaar niets meer uit te leggen.
Het eerste ochtendlicht viel door de gordijnen toen Eva wakker werd. Een paar seconden wist ze niet waar ze was. Toen herinnerde ze zich alles. Ze draaide haar hoofd, Mark was al wakker. “Niet zeggen,” mompelde ze. “Wat niet?” “Dat je hier nog steeds bent.” Hij glimlachte. “Ik was van plan goedemorgen te zeggen.” “Veel te gevaarlijk.” “Goedemorgen dan maar.” Eva trok het kussen over haar gezicht. “Dit was een vergissing.” “Dat zei je gisteren ook.” “En toch luisterde je niet.” “Dat blijkt.” Ze keek hem weer aan. Er zat iets ondeugends in zijn blik waardoor ze ondanks zichzelf moest lachen. “Wat?” “Je weet dat we over een uur beneden bij het ontbijt zitten.” “Ja.” “Met de rest van het team.” “Ja.” “En niemand mag iets merken.” Mark dacht even na. “Dus we moeten ons gedragen alsof er niets is gebeurd.” “Precies.” “Dat wordt lastig.” “Waarom?” Hij keek haar veelbetekenend aan. “Omdat jij me de hele tijd aankijkt alsof je alweer een slecht idee hebt.” Eva zweeg en toen stapte ze uit bed. “Dan kun je beter zorgen dat je straks niet naast me gaat zitten.” “Waarom?” Ze pakte haar jas en keek over haar schouder. “Omdat ik niet zeker weet of ik dan nog zo braaf blijf als ik van plan ben.” Daarna liep ze de badkamer in en liet hem met een glimlach achter. Een kwartier later liepen ze afzonderlijk de hotelgang uit. Precies zoals afgesproken. Alsof er niets was gebeurd. Maar toen Eva beneden bij de ontbijttafel kwam, keek Mark haar slechts één seconde aan. Eén seconde was genoeg. Ze wist meteen dat hun afspraak van gisteravond misschien wel het moeilijkste onderdeel van de hele ochtend zou worden.
Het ontbijt begon verrassend normaal, koffie. Kranten. Collega’s die klaagden over de vroege start van de vergadering. Eva zat aan de andere kant van de tafel dan Mark, precies zoals ze had voorgenomen. Ze concentreerde zich op haar koffie en deed alsof ze hem niet zag. Tot iemand tegenover haar vroeg: “Eva, waarom glimlach je?” Ze keek op. “Doe ik dat?” “Een beetje.” “Goed geslapen,” zei Eva eenvoudig. Aan de andere kant van de tafel verslikte Mark zich bijna in zijn koffie. Eva keek hem aan, heel even maar. Daarna richtte ze haar aandacht weer op haar bord. Onder de tafel voelde ze plotseling een lichte aanraking tegen haar schoen. Ze trok haar voet terug, een paar seconden later gebeurde het opnieuw. Ze keek niet op. “Stop daarmee,” fluisterde ze. “Waarmee?” vroeg Mark onschuldig. Eva beet op haar lip om niet te lachen. “Je bent onmogelijk.” “Dat zei je gisteravond ook.” Ze keek hem nu wel aan, zijn gezicht was volkomen serieus. Juist daardoor werd het moeilijker om haar glimlach te verbergen. De vergadering begon twintig minuten later. Eva nam plaats naast het raam. Mark zat schuin tegenover haar. De presentatie liep, mensen maakten aantekeningen en iemand praatte veel te lang over cijfers waar niemand echt naar luisterde. Maar Eva merkte vooral dat Mark haar af en toe aankeek. Niet openlijk, net lang genoeg. Bij de koffiepauze liep ze naar de gang. Een paar seconden later hoorde ze voetstappen achter zich. “Je volgt me,” zei ze zonder om te kijken. “Misschien.” Ze draaide zich om. “Dat is gevaarlijk.” Waarom?” “Omdat ik vanochtend besloten had verstandig te zijn.” Mark bleef op gepaste afstand staan. “En?” Eva glimlachte. “Dat besluit begint nu al behoorlijk slecht uit te pakken.” Hij lachte zacht, toen klonk vanuit de vergaderruimte een stem: “Mark? We beginnen weer!” Hij keek richting deur en daarna terug naar Eva. “Vanavond?” Eva deed alsof ze erover nadacht. “Misschien.” “Dat klinkt hoopvol.” “Dat was niet de bedoeling.” Ze liep langs hem heen, bij de deur bleef ze even staan. “En Mark?” “Ja?” “Vanavond wil ik niet dat je doet alsof we collega's zijn.” Daarna liep ze terug naar de vergadering, terwijl hij een paar seconden achter haar bleef staan met een glimlach die hij onmogelijk nog kon verbergen.
De werkdag leek eindeloos te duren. Eva probeerde zich op haar werk te concentreren, maar telkens als ze naar de klok keek, leek de avond verder weg. Mark hield zich opvallend goed aan de afspraak om professioneel te blijven. Misschien té goed. Pas toen de laatste collega’s hun jassen aantrokken, kwam hij naast haar staan. “Je wilde me spreken?” Eva keek op. “Misschien.” “Dat woord begint een gewoonte te worden.” “Je zult ermee moeten leren leven.” Hij glimlachte, buiten was het inmiddels donker. De meeste ramen van het gebouw waren zwart, op een paar verlichte kantoren na. “Ga je mee?” vroeg Mark. “Waarheen?” “Even wandelen.” Eva trok haar jas aan. “Dat klinkt verdacht onschuldig.” “Dat is het ook.” “Jammer.” Hij keek haar aan. “Je bent vanavond gevaarlijk.” “Vanavond?” Ze liepen samen naar buiten, de koude lucht maakte Eva wakkerder dan ze zich voelde. Ze liepen zonder haast door de stille straat. Af en toe raakten hun handen elkaar, maar geen van beiden pakte de hand van de ander vast. Tot Mark plotseling stopte. “Wat?” Hij keek haar aan. “Ik probeer uit te zoeken of ik je moet kussen.” Eva glimlachte. “Na gisteren weet je dat antwoord toch al?” “Misschien wil ik het nog een keer horen.” Ze kwam dichterbij. “Dan zul je nog even moeten wachten.” “Waarom?” “Omdat ik wil weten hoe lang je het volhoudt.” Ze draaide zich om en liep verder. Mark lachte ongelovig. “Eva.” Ze keek over haar schouder. “Ja?” “Dit is gemeen.” “Dat weet ik.” En juist toen hij haar eindelijk inhaalde, pakte zij zijn hand. Geen geheimzinnig spelletje meer, geen excuses. Ze liepen verder, hand in hand, terwijl de stad om hen heen langzaam stiller werd. Bij de ingang van het hotel bleef Eva staan. “Kom je?” Mark keek haar aan. “Je weet dat we hiermee morgen niet meer kunnen doen alsof er niets is gebeurd.” Eva glimlachte. “Wie zegt dat ik dat nog wil?”
Wanneer Eva de deur van haar kamer wil openen, horen ze voetstappen op de gang. Een collega verschijnt om de hoek. Mark en Eva moeten plotseling doen alsof ze toevallig samen terugkomen. De collega kijkt van Eva naar Mark. “Jullie tweeën samen?” Eva glimlacht beheerst. “Ja. We hadden nog iets te bespreken.” “Op dit tijdstip?” Mark antwoordt droog: “Werk houdt nooit op.” De collega kijkt hen een paar seconden aan en loopt vervolgens verder. Pas wanneer de voetstappen verdwijnen, barsten Eva en Mark allebei in lachen uit. “Dat was op het nippertje,” fluistert Mark. Eva kijkt hem ondeugend aan. “Je vond het stiekem spannend.” “Jij niet?” Ze doet alsof ze nadenkt. “Misschien.” Dan gaat haar hotelkamerdeur open. Ze kijkt hem aan. “Nu weet je ten minste zeker dat ik je niet voor niets mee naar boven liet komen.” De deur viel zacht achter hen dicht. Eva bleef er even tegenaan staan en keek Mark aan. “Dat was echt op het nippertje.” “Je vond het leuk.” “Misschien.” “Je glimlacht alweer.” “Dat is jouw schuld.” Hij kwam dichterbij. “Dan moet ik blijkbaar oppassen.” Eva legde een vinger tegen zijn lippen. “Niet te snel.” Hij stopte, die kleine beweging maakte de spanning alleen maar groter. “Wat nu?” vroeg hij. Eva keek naar hem, toen naar de deur. “Nu gaan we iets doen wat veel gevaarlijker is dan zoenen.” “Wat dan?” Ze glimlachte. “Een geheim bewaren.” Ze liep naar de minibar, pakte twee glazen water en gaf hem er één. “Vanaf morgen weet niemand hiervan.” “En als iemand iets vermoedt?” “Dan ontkennen we alles.” “En als jij je verspreekt?” “Dan geef ik jou de schuld.” Mark lachte. “Dat is eerlijk.” Eva nam een slok en keek hem boven het glas aan. “Maar er is één probleem.” “Welke?” “Hoe langer we dit geheim houden, hoe moeilijker het wordt om te doen alsof het niets betekent.” Mark zette zijn glas neer. “Misschien moeten we dan stoppen met doen alsof.” Eva antwoordde niet. Ze kwam alleen dichterbij. Buiten reed een auto door de natte straat. In de kamer was het doodstil. Toen zei ze zacht: “Dat is misschien wel het ondeugendste idee dat je tot nu toe hebt gehad.” “En?” Ze glimlachte.
“En ik ben benieuwd waar het toe leidt.”
Mark keek haar een paar seconden aan. “Je weet dat we hier morgen spijt van kunnen hebben.” Eva glimlachte. “Misschien. Maar niet vanavond.” Ze zette haar glas neer en liep naar het raam. Mark volgde haar, maar bleef op enige afstand staan. “Wat als iemand erachter komt?” vroeg hij. “Dan hebben we een probleem.” “En als we het niet geheim kunnen houden?” Eva draaide zich om. “Dan moeten we misschien ophouden met het geheim te noemen.” Hij begreep wat ze bedoelde, voor het eerst die avond voelde de spanning niet meer als een spelletje. Er zat iets echts onder: de wetenschap dat dit niet alleen een impulsieve hotelavond was. Mark liep naar haar toe. “Dus wat wil je?” Eva keek hem recht aan. “Dat je ophoudt mij te vragen wat ik wil.” “Waarom?” “Omdat je het inmiddels wel weet.” Hij glimlachte. “Dat klinkt gevaarlijk.” “Dat zei je gisteren ook.” “En toen had ik gelijk.” Eva lachte zacht. Ze sloeg haar armen om hem heen en trok hem dichterbij. De kus die volgde was rustig, maar veel intiemer dan de vorige. Geen haast, geen uitdaging, geen behoefte om elkaar iets te bewijzen. Toen ze zich losmaakten, bleef ze dicht bij hem staan. “Morgen,” fluisterde ze, “doen we het anders.” “Hoe?” “Niet meer stiekem.” Mark fronste. “Bedoel je dat serieus?” Eva knikte. “Ja.” Er viel een korte stilte. “Dan wordt morgen interessant,” zei hij. Eva glimlachte. “Daar reken ik op.” En terwijl buiten de hotelgang langzaam stil werd, beseften ze allebei dat het spannendste gedeelte misschien helemaal niet deze nacht was. Het was wat er morgen zou gebeuren wanneer ze elkaar weer tussen alle andere mensen zouden zien.
De volgende ochtend voelde anders. Eva stond bij de ontbijttafel toen Mark binnenkwam. Hun blikken kruisten elkaar. Dit keer keek geen van beiden weg. Een collega aan tafel merkte het meteen. “Oké,” zei hij lachend. “Wat is er met jullie twee? Jullie kijken alsof jullie een geheim delen.” Eva keek naar Mark. Hij glimlachte. “Dat doen we ook,” zei hij. De tafel werd stil en Eva voelde haar hart sneller slaan. Ze had verwacht dat ze zou schrikken, maar vreemd genoeg voelde het bevrijdend. “Nou?” vroeg de collega nieuwsgierig. Eva pakte rustig haar koffiekopje. “Misschien vertellen we het straks.” Mark keek haar aan. “Of helemaal niet.” “Ook goed.” Later die ochtend stonden ze samen alleen in de lift, de deuren sloten. Eva leunde tegen de wand. “Dus,” zei ze, “geen geheim meer?” “Geen geheim meer.” “Dat betekent dat ik je straks gewoon kan aankijken.” “Dat deed je gisteren ook.” “Toen mocht niemand het zien.” De lift stopte. De deuren gingen open. Een paar collega’s stonden buiten. Eva pakte Marks hand. Niet stiekem, niet onder tafel. Gewoon openlijk. De collega’s keken verbaasd. Mark keek naar Eva. “Zeker weten?” Ze kneep zacht in zijn hand. “Meer dan ooit.” Samen stapten ze de lift uit en achter hen sloten de deuren zich opnieuw. Het geheim was voorbij. Maar aan de glimlach op Eva’s gezicht was te zien dat het avontuur daarmee nog maar net begonnen was.





