Het was nu ruim een half jaar geleden dat Mark Ludo had ontmoet. Het is gek genoeg bij die ene keer gebleven. Wel heeft hij nog een tijdje contact met hem gehouden via msn, maar uiteindelijk is het contact min of meer verwaterd. Waar dit precies aan lag kon Mark niet direct zeggen. Hij wist alleen dat hij geen plezier zou beleven aan een volgende ontmoeting met Ludo. Hij was nu ruim 29 jaar, hij had een goede baan en stond op het punt een vast contract te krijgen. Hij vond dat het afgelopen moest zijn met zijn onvolwassen gedrag. Hij had besloten zich volledig op zijn nieuwe baan als selectiepsycholoog te storten. Daarbij had hij een goed gesprek met zijn vriend Hans gehad waarin beide mannen hun kaarten open op tafel hebben kunnen gooien. Hans sprak zijn twijfel uit aan een relatie voor het leven met Mark, en mark op zijn beurt gaf aan zijn vrijheid voorlopig niet kwijt te willen, maar uiteindelijk, binnen een jaar of 2 graag de stap zou willen zetten om met Hans samen te gaan wonen.
Het was vrijdagavond en mark kwam thuis van zijn werk. Het was een drukke dag geweest en hij nam zich voor die verdere avond niets meer te ondernemen en de hele avond met zijn hond Scamp samen door te brengen. Scamp, was een labrador van 12 jaar die nog bij Marks ouders in huis woonde. Hij was altijd Marks kammeraad geweest maar toen Mark op zichzelf was gaan wonen was Scamp niet meeverhuisd. Marks moeder was regelmatig thuis, en zijn vader was net met de VUT gegaan en de hond zorgde voor hen voor voldoende afleiding. Daardoor konden zij de zorg voor de hond beter op zich nemen dan Mark die een 40 urige werkweek had en alleen woonde. Nu waren zijn ouders een weekend weg gegaan en hadden die vrijdagmiddag Scamp in Marks huis afgeleverd zodat hij het hele weekend bij Mark zou logeren. Toen hij thuis kwam kwam Scamp enthousiast op hem afgerend en likte zijn hand. Mark kroelde de hond door zijn dikke labradorvacht en liet zich moe maar voldaan van een drukke werkweek op de bank vallen. Hij had zin in het weekend, samen met de hond lange boswandelingen maken. Het zou mooi weer worden dus het weekend kon niet meer stuk. Mark keek de post vluchtig door, die zijn ouders die middag op de eettafel hadden gelegd. Er zat een brief bij waarvan hij het handschrift erg goed kende. Er zat geen postzegel op de envelop. Het was het handschrift van Hans. "Hij moet de brief door de brievenbus hebben gegooid,"dacht hij. Hij schrok er een beetje van. Hij had Hans vorig weekend nog gezien en , nu hij er zo over nadacht, Hans had hem de hele week ook nog niet gebeld of gemaild. Moest hij zich zorgen maken? Hij besloot eerst een ronde met de hond te maken en pakte de riem van de kapstok. Scamp stond meteen klaar om mee naar buiten te gaan en met gekke bokkensprongen volgde hij Mark de flat uit, de trappen af naar buiten. Ze liepen een korte ronde langs het uitlaatveld en vervolgens langs de snackbar. Mark had geen zin om die avond nog eten te koken dus zou het een patatje oorlog worden met een paar ouderwetse kroketten.
Toen de snacks waren gehaald en ook de hond zijn bak brokken voor zich had staan pakte mark de brief van Hans van tafel. Hij opende de envelop en begon te lezen.
"Lieve mark, Je zult wel denken, waarom nu deze brief? Ik kan me voorstellen dat hij als een grote verrassing voor je is. Ik heb er ook lang over nagedacht of ik je deze brief wel zou schrijven. De afgelopen maanden zijn erg moeilijk voor me geweest al zeg ik het zelf. Ik worstelde met het idee of ik wel met je verder wilde. Of liever gezegd, wil ik wel verder? Wil ik wel miet iemand verder? Ik werd ongelukkig van mezelf en merkte dat ik met mijn houding ook jou ongelukkig begon te maken." Mark stopte met lezen. Hij wist niet goed wat hij van deze brief moest denken. Wilde hij wel verder lezen? Hij twijfelde en pakte zijn mobieltje uit zijn zak. Hij wilde het liefst nu meteen naar Hans bellen om hem op de man af te vragen wat dit te betekenen had. Toch las hij door:"Deze worsteling ben ik deze week in vele nachtelijke overpijnzingen te boven gekomen. Ik heb om het zo maar even te zeggen "the power of goodbye" gekregen. Voordat er nog meer mensen ongelukkig worden, of onnodig door mij worden gekwetst. Eens zal anders het moment komen dat jij mij in de steek zou kunnen laten voor een ander. Een man waar je meer aan hebt dan een man als ik die binnenkort de zestig passeerd. Dan houd ik het liever in eigen hand en maak de keuze om alleen verder te gaan. Zo kun ook jij verder met je leven. Ik heb heus wel gemerkt dat ook jij niet gelukkig meer was in onze relatie en ik gun je al het geluk van deze wereld. Ik heb je volwassen zien worden jongen en nu wordt het ook voor mij tijd om volwassen te worden. Jaren lang heb ik genoten van jouw jeugdigheid om me heen. Je hebt me uitgedaagd om mezelf te blijven veranderen, te verjongen en mijn koppigheid over boord te zetten om er vervolgens iets heel moois voor terug te krijgen, namelijk oprechte liefde van jou. Je had gelijk dat ik je het vertrouwen had kunnen geven om samen te gaan wonen met je. Dat was erg bot van me maar eigenlijk was ik gewoon bang. Bang om mezelf te verliezen in een liefde met een jongen die dertig jaar jonger was dan ikzelf en bang dat ik jou niet zou kunnen geven wat jij zo hard nodig had, namelijk een veilige haven. Ik ben al te veel mensen verloren in mijn leven en die pijn lieve jongen, wil ik jou niet aandoen. Daarom kies ik er nu bewust voor om alleen verder te gaan zonder jou nog verder aan me te binden. Ik kan het niet verdragen om ook jou te moeten verliezen als ik me volledig aan je heb overgegeven. Ik heb bewust wat afstand van je moeten nemen om tot deze stap te komen en ik kan me erg goed voorstellen dat je me nu het liefst zou vervloeken of een klap in m'n gezicht zou willen geven. Ik kon dit alleen maar doen middels deze wat onpersoonlijke brief Mark, maar ik hoop dat je het me zult vergeven.
Ik wens je alle goeds toe en wil je bedanken voor de fijne jaren die ik samen met je heb mogen beleven en voor alles wat jij me hebt gegeven.
Het ga je goed lieve Mark, nog een laatste knuffel, Hans."
Mark was met stomheid geslagen. Hij zat aan de tafel met zijn hoofd tussen zijn handen. Er rolde een traan uit zijn linker oog op de brief. Hierop was hij niet voorbereid en hij had het gevoel dat hij geen vaste grond meer onder zijn voeten had. De kamer begon te draaien en hij moest zich aan de tafel vasthouden om zijn evenwicht niet te verliezen. Toen het draaierige gevoel wat weg ebde stond hij op en ging op de bank zitten met zijn hoofd in zijn handen. Hij voelde tranen branden achter zijn ogen maar huilen kon hij niet.
Hoelang hij zo gezeten heeft wist hij niet, maar plotseling voelde hij gesnuffel aan zijn oor en een lik over zijn hand. Scamp was naar hem toegekomen en begroette hem. Hij richtte zich langzaam op en voelde hoe zijn ogen vochtig werden. Zijn wereld was ingestort. Hij was zijn maatje kwijt. Voor altijd. Dit zou nooit meer goed komen tussen zijn grijze reus en hem. Hij wist dat Hans nu een keuze had gemaakt die onomkeerbaar zou zijn. De labrador stond voor hem én legde zijn kop op Marks knie. Twee bruine ogen keken Mark aan en Marks ogen werden troebel. De tranen kwamen. Verdriet dat hij maanden had opgekropt vocht zich nu een weg naar buiten. De hond kwam tegen Mark aan zitten alsof hij hem troosten wilde. Mark begon zacht te snikken en liet zijn tranen de vrije loop. Hij legde zijn wang tegen de snuit van de hond en kroelde door de vacht op de rug van de labrador. De hond beantwoordde Marks aanraking met een lik in marks gezicht en kwam nog dichter tegen hem aan zitten. Mark had tijd nodig om hier overheen te komen en een nieuw leven op te bouwen. Een nieuw leven zonder Hans. En wat hem nog het zwaarst viel was dat Hans het initiatief had genomen hun relatie te beeindigen. Hans had de stap genomen die Mark anders waarschijnlijk uiteindelijk zelf zou hebben gezet. Er ging zoveel door hem heen dat hij dacht dat hij gek zou worden. Hij voelde zichzelf verdrietig en een verrader omdat hij al eerder met de gedachte had rondgelopen een eind aan de relatie met Hans te maken, maar uit een gevoel van respect dit niet had gedaan. Of was het iets anders? Kon hij het leven wel aan zonder Hans? Zou hij sterk genoeg zijn om zonder zijn maatje zijn eigen boontjes te kunnen doppen?
Hij besloot er niet langer meer over na te denken. Gevoelens kunnen te veel worden voor een mens en voor Mark was dit zo'n moment. Hij pakte zijn jas en de hondenriem om nog een keer met de labrador naar buiten te gaan voor de laatste avondronde. Daarna zou hij naar bed gaan om er het hele weekend niet meer uit te komen. Hij liep naar het uitlaatveld met de hond achter zich aan. Zijn ogen stonden nog steeds vol tranen maar hoe hij eruit zag kon hem eigenlijk niet veel schelen. Hij wist dat hij verder moest maar hoe wist hij op dat moment niet. Bij het veldje aangekomen ging hij op een bankje zitten, liet de hond los en plaatste zijn handen voor zijn ogen. Hij voelde zijn schouders weer schokken. Hoe vaak had hij hier met Hans gelopen? Deze herinnering leek hem onverdraaglijk. Hoe lang hij zo gezeten had wist hij niet. Hij voelde plotseling een klopje op zijn schouder. Een stem achter hemdie zachtjes iets tegen hem zei. "Hee jongen, gaat het een beetje?"
Hij keek op en zag een man achter hem staan. In het licht van de lantaarnpaal zag hij door zijn tranen heen een forse gestalte bijna geheel in het zwart gekleed. Mark pakte een zakdoek uit zijn zak en veegde zijn ogen en gezicht droog. "kan ik iets voor je doen?" vroeg de man Mark zei niets. Hij keek alleen maar naar de man die achter hem stond. Hij liet zijn ogen de andere kant richting het veldje dwalen waar zijn hond moest zijn. Hij zag daar in de verte 2 labradors met alkaar spelen. Een zwarte, dat was Scamp, en een blonde. Hij had de man niet herkend en ook deze hond kende hij niet. Wat moest hij zeggen tegen deze man. "Mijn vriend heeft zojuist onze relatie verbroken?" Hij besloot dat het beter was zichzelf te vermannen en huiswaards te gaan. Mark stond op en zei met een geforceerd glimlachje: "ja hoor, alles onder controle". Mark was wat wankel op zijn benen, en de man achter hem hielp hem om op de been te blijven. Hij lachte Mark vriendelijk toe en Mark bemerkte dat de man ook niet goed wist wat hij met deze situatie aanmoest. De man riep zijn hond terug die Andor heette. Scamp kwam Andor achterna gehuppeld en beide honden werden door de baasjes aangeleind. Mark veegde nogmaals met een zakdoek over zijn gezicht en keek de man aan. "dank u, het gaat wel weer". Op dat moment herkende Mark de man. "Professor van Hoorn!" riep hij verbaasd uit. "Wat doet u hier?" "Nou, ik woon hier sinds een paar maanden", zei de man vriendelijk lachend. "Jij bent toch Mark Rietveld? "ja," zei Mark. "Als ik iets voor je kan betekenen dan doe ik dat graag hoor, " zei de man. Mark voelde zich wat ongemakkelijk. Hij was dood moe en wilde het liefst naar huis om het hele weekend de deur niet meer uit te komen. In elk geval geen sociale verplichtingen. "Weet je wat?" zei professor van Hoorn, " ik geef je mijn kaartje. Tja, ik ben niet zo handig met dit soort situaties maar ik zag dat je het moeilijk had en als ik je ergens mee kan helpen doe ik dat graag." De man haalde een kaartje uit zijn borstzak en overhandigde dit aan mark. Hij draaide zich om, stak zijn hand op naar mark en liep vergezeld van Andor, zijn viervoetige metgezel, met stevige tred van Mark vandaan. Mark stond lichtelijk uit het veld geslagen om zich heen te kijken. "Wat nu?" dacht hij voor zich uit. Hij draaide zich eveneens om en liep de 100 meter naar zijn flat, liep de trappen op, ging zijn appartement binnen en draaide de deur achter zich op slot. De hond nestelde zich meteen in zijn mand en Mark poetste zijn tanden en ging meteen naar bed. "Waarom nu juist professor van Hoorn", dacht hij terwijl hij probeerde het beeld van de man die hij die avond had ontmoet uit zijn hoofd te zetten. Onrustig viel hij in slaap.
Die nacht had mark verwarrende en onsamenhangende dromen die hij zich de dag erna al niet meer kon herinneren. Hij droomde over hans en de brief. Hij zag zichzelf weer uit de trein komen, op weg naar de eerste ontmoeting met zijn rgijze reus en dacht terug aan de avonden die ze samen in de tuin van het huis van Hans hadden doorgebracht. De zaterdagochtend werd hij pas om 10 uur wakker en hij voelde zich verward en rillerig. Wist niet wat te doen. Zou hij Hans bellen of gewoon naar hem toe gaan? Hij liet zich naast zijn bed op de grond zakken en liep de woonkamer in om koffie te zetten. Scamp begroette hem door zonder enige terughoudendheid zijn tenen te likken, wat een echte labrador betaamd. Mark moest lachen om dat zo vertrouwde gebaar van de hond. Hij ervoer de onvoorwaardelijke genegenheid die hij altijd van de hond had mogen ontvangen. Een sprankje vreugde kwam in hem op. "de wereld was nog niet verloren", dacht hij, en zette een sterke pot koffie.
Hij liet de hond uit en bracht de verdere ochtend door op de bank met de krant en het halen van de boodschappen. Hij kwam weer een beetje tot zichzelf. De warrige toestand in zijn hoofd en rillerige gevoel in zijn lichaam waren verdwenen en hij besloot dat hij, hoe moeilijk het ook zou worden, verder wilde. Hij was volwassen geworden. Op dat punt had hans inderdaad gelijk gehad. Toen hij dat dacht voelde hij de tranen weer branden achter zijn ogen. "verdomme!" vloekte hij en gooide de krant van zich af toen hij bemerkte dat hij weer zat te grienen. Hij stond op en pakte de telefoon uit de oplader. Hij stond ermee in zijn handen alsof het ding elk moment kon ontploffen, met gestrekte armen voor zich uit. Uiteindelijk belde hij Hans. De telefoon ging over en uiteindelijk hoorde hij het voicemailbericht van zijn ex-vriend dat hij zo goed kende. "U bent verbonden met de voicemail van Hans. Als ej niet bang bent, laat dan je bericht achter na de piep."Woest verbrak hij de verbinding en schonk zichzelf nog een bak oud geworden koffie in. Hij had tijd nodig. Tijd om na te denken en alles op een rijtje te zetten. Hij pakte zijn jas en de hondenriem. Hij zou met Scamp de hele middag gaan wandelen. Hij zou met de hond de trein naar Veenendaal nemen en de NS wandeling gaan maken die hij de vorige ochtend al op zijn werk had uitgeprint. Toen hij in zijn binnenzak voelde bemerkte hij daar het kaartje van professor van |Hoorn. Wat moest hij daarmee? De man die hem het eerste jaar op de universiteit had begeleid en veel voor hem had betekend. Hij had de man al jaren niet meer gesproken en nu liep hij hem zomaar tegen het lijf. Wat had dat te betekenen?