
Vanavond was zo'n avond. “Drukke dag,” zei hij. Josefien ging tegenover hem zitten. “Dat zeg je de laatste tijd vaak.” Henk wilde antwoorden, maar zijn telefoon trilde. Een onbekend nummer. Hij keek ernaar en zijn maag trok samen. Waar blijf je? Geen naam. Geen verdere uitleg. Hij verwijderde het bericht. “Wie was dat?” “Werk.” Josefien keek hem enkele seconden aan. “Op zaterdagavond?” “Het is een collega.” Ze zei niets meer. Dat was erger. Henk stond op en liep naar het raam. In de weerspiegeling zag hij zijn eigen gezicht. Rustig. Beheerst. Een leugenaar, dacht hij. Hij had nog één kans. Eén. Als zijn plan lukte, kon hij alles terugbetalen. De bank zou niets merken. Josefien zou niets merken. Hun vrienden zouden niets merken.
En morgen zou het leven weer normaal zijn. Toen klonk er een geluid, een doffe dreun. Josefien keek op. “Wat was dat?” “Waarschijnlijk iets buiten.” Henk luisterde, nog een geluid, dit keer duidelijker. Het kwam uit de hal. Hij voelde zijn hartslag omhoogschieten. “Blijf hier,” zei hij. “Henk?” Hij liep naar de hal, de voordeur stond open maar dat kon niet. Hij wist zeker dat hij hem had afgesloten. “Hallo?” riep hij. Geen antwoord. Toen verscheen er een man in de deuropening. Jong. Donker jack. Kalm gezicht, achter hem stond een tweede man, ook jong. Henk bleef staan. “Wie zijn jullie?” De eerste man deed de deur achter zich dicht. “U weet heel goed wie we zijn.”
Henk voelde de kleur uit zijn gezicht verdwijnen. Josefien was inmiddels achter hem komen staan. “Wie zijn dat?” fluisterde ze. De eerste man keek naar haar, daarna weer naar Henk. “Mevrouw hoeft niets te weten,” zei hij rustig. “Nog niet.” “Jullie kunnen niet zomaar—” “Dat hebben we zojuist toch gedaan.” De tweede man deed een stap naar voren. Henk keek naar de twee mannen en begreep eindelijk dat dit geen bezoek was, dit was de rekening. En voor het eerst die avond besefte hij dat zijn laatste gok misschien al verloren was voordat hij hem überhaupt had kunnen spelen.
Josefien pakte zijn arm. “Henk…” Hij keek haar aan. In haar ogen stond een vraag waarop hij geen antwoord meer kon verzinnen. De twee mannen kwamen langzaam dichterbij. En ergens in de verte sloeg een klok negen uur. De stilte in de hal leek plotseling zwaarder te worden. Henk zette een stap naar voren. “Luister,” zei hij. “Wat ik jullie verschuldigd ben, regel ik. Ik heb alleen wat tijd nodig.” De oudste van de twee mannen glimlachte kort. “Dat heb je al gezegd.” “Een paar dagen.” “Dat heb je vorige week ook gezegd.” Josefien keek van de een naar de ander. “Waar hebben jullie het over?” Henk antwoordde niet. Dat was het moment waarop Josefien begreep dat hij haar opnieuw had voorgelogen. “Wat heb je gedaan, Henk?” De tweede man greep Henk bij zijn arm. “Geen toneel meer.”
Henk verzette zich, maar hij was geen partij voor de twee mannen. Binnen enkele ogenblikken hadden ze hem naar een stoel geduwd en zijn polsen stevig achter zijn rug vastgemaakt. Josefien deed instinctief een stap naar voren. “Laat hem met rust!” “Mevrouw,” zei de oudste kalm, “u kunt het beste blijven staan waar u staat.” Henk keek haar aan. “Josefien, doe wat hij zegt.” Ze staarde hem ongelovig aan. “Jij wist dat dit kon gebeuren?” Henk sloot zijn ogen. “Ik dacht dat ik het kon oplossen.” “Wat?” Hij antwoordde niet, de twee mannen wisselden een blik. Toen keek de oudste opnieuw naar Josefien. Zijn blik bleef iets langer bij haar hangen. “Dus dit is mevrouw Van Dijk.”
Josefien voelde zich plotseling ongemakkelijk. “Hoe weet je mijn naam?” “Wij weten meer over jullie dan u denkt.” Hij keek langzaam door de woonkamer: het schilderij boven de haard, de antieke kast, de foto's van vakanties, het leven dat Henk zo zorgvuldig had opgebouwd. “Mooi huis,” zei hij. “Mooie vrouw.” Henk trok aan zijn boeien. “Laat haar erbuiten.” De man glimlachte. “Dat bepaal jij niet meer.” Josefien voelde de sfeer veranderen. Tot dat moment had ze gedacht dat dit uitsluitend om geld ging. Nu begreep ze dat haar aanwezigheid zelf een onderdeel van het gevaar was geworden.
De tweede man liep naar haar toe, niet snel. Juist dat maakte het erger. Josefien deed een stap achteruit. “Blijf daar.” Hij stopte. “Waarom bent u zo bang?” vroeg hij. “Omdat jullie mijn huis zijn binnengedrongen en mijn man hebben vastgebonden.” “Dat is een begrijpelijke reden.” Hij keek naar Henk. “Maar misschien begrijpt uw man nu ook dat sommige schulden veel duurder worden wanneer je ze niet betaalt.” Henk keek hem woedend aan. “Als jullie haar ook maar één vinger—” “Dan?”
De man liet de vraag bewust in de lucht hangen. Josefien zag hoe machteloos Henk was. En toen gebeurde er iets onverwachts. Haar angst maakte plaats voor woede. “Genoeg.” De drie mannen keken naar haar. Josefien rechtte haar rug. “Jullie denken dat ik hier alleen maar sta omdat ik bang ben. Maar jullie hebben één fout gemaakt.” “Welke?” Ze keek naar Henk. “Jullie hebben hem vastgebonden.” Een korte stilte. “En daardoor,” zei Josefien, “kan hij niet meer voor jullie liegen.” Ze keek vervolgens recht in de ogen van de oudste man. “Dus vertel mij nu precies hoeveel mijn man jullie verschuldigd is.” Voor het eerst verdween de glimlach van zijn gezicht.
De man noemde het bedrag. Josefien knipperde met haar ogen. Een keer, twee keer. Ze had het gevoel dat de vloer onder haar voeten wegzakte. “Dat… kan niet.” “Jawel,” zei de man. Ze keek naar Henk. “Hoeveel?” Henk zei niets. “Hoeveel, Henk?” Hij liet zijn hoofd zakken. “Bijna een miljoen.” Josefien staarde hem aan. Een miljoen. Al die jaren had ze gedacht dat hun vermogen veilig was. De villa, de auto's, de vakanties, de aandelenportefeuille. Ze had gedacht dat ze samen een comfortabel, bijna onaantastbaar leven hadden opgebouwd. En Henk had ondertussen alles op het spel gezet. “Jij…” Haar stem trilde. “Jij hebt ons hele leven vergokt.” “Josefien, ik kan het uitleggen.” “Niet nu.”
Ze voelde de woede sterker worden dan haar angst. “Niet tegen mij zeggen dat je het kunt uitleggen.” De twee mannen keken elkaar aan. Kennelijk hadden ze niet verwacht dat Josefien zich zo snel tegen haar echtgenoot zou keren. “Ga maar zitten,” zei de oudste. Josefien bleef staan. “Ik ga nergens—” De tweede man pakte haar bij haar arm en leidde haar resoluut naar de grote loungebank aan het uiteinde van de kamer. Hij duwde haar naar beneden, niet hard genoeg om haar pijn te doen, maar duidelijk genoeg om haar te laten begrijpen dat verzet op dit moment weinig zin had. De twee mannen namen plaats, één aan iedere kant van haar. Josefien zat doodstil. Ze voelde zich gevangen tussen hen in, terwijl Henk enkele meters verderop vastgebonden zat.
“Zo,” zei de oudste. “Nu kunnen we rustig praten.” Josefien keek hem koel aan. “Er valt niets rustig te praten.” “Dat valt nog te bezien.” Ze draaide haar hoofd naar Henk. “Dit is allemaal jouw schuld.” “Ik weet het.” “Nee,” zei ze. “Volgens mij weet je het nog steeds niet.” Haar stem werd harder.“Je hebt niet alleen geld verloren. Je hebt mij voorgelogen. Jarenlang.” Henk keek haar aan alsof hij voor het eerst begreep dat het gevaarlijkste moment misschien niet de komst van de twee mannen was geweest. Het was het moment waarop Josefien ophield hem te vertrouwen. De oudste man leunde iets naar voren. “Mevrouw Van Dijk, wij zijn hier voor het geld.” Josefien keek hem aan. “Dan moet je vooral met Henk praten.”
“Dat doen we ook.” “Mooi.” Josefien vouwde haar handen in haar schoot. Ze probeerde haar stem beheerst te houden, hoewel haar hart als een bezetene tekeerging. “Maar als jullie denken dat ik jullie ga helpen om zijn schulden af te lossen, vergissen jullie je.” Een stilte viel, daarna glimlachte de man. “Dat,” zei hij, “gaan we nog wel zien.” Josefien keek naar de klok aan de muur, half tien. De man naast haar boog zich iets naar voren. “Maar als dat mannetje van u niet zorgt dat wij onze centjes krijgen,” zei hij kalm, “dan zouden we natuurlijk onze rente kunnen opeisen, in de vorm van wat natura.” Henk verstijfde. “Laat haar erbuiten.”
De man keek hem aan. “Daar hadden we het net toch al over?” Hij richtte zijn aandacht weer op Josefien. “U bent voor ons misschien wel veel waardevoller dan al die spullen hier.” Josefien voelde een koude rilling over haar rug lopen, maar ze liet niets merken. De man glimlachte. “Wat denkt u, mevrouwtje?” Josefien keek hem recht aan. “Ik denk dat u een grote fout maakt.” Zijn glimlach verdween een fractie. “Welke?” “Dat u denkt dat ik degene ben die bang moet zijn.” Ze keek naar Henk. “Mijn man heeft u verteld dat hij controle had over zijn geld. Hij heeft u verteld dat hij alles kon regelen. Hij heeft u waarschijnlijk nog veel meer verteld.”
“Genoeg,” zei de oudste man, zijn stem was ineens harder. Hij stond op en keek Henk recht aan. “Je hebt lang genoeg gepraat over oplossingen. Nu ga je luisteren.” Henk slikte. “Wat wil je?” De man knikte naar Josefien. “Dat weet je.” De tweede man bleef naast Josefien zitten. Hij bestudeerde haar aandachtig, alsof hij probeerde te bepalen hoeveel druk er nodig zou zijn om Henk te laten breken. “Jullie hebben een mooi leven,” zei hij. “Mooie villa. Mooie spullen. Mooie vrouw.” Josefien voelde haar kaken zich aanspannen. “Hou daarover op.” “Waarom? Je man heeft ons verteld dat alles te koop is.” Henk trok aan zijn boeien. “Praat niet zo over haar.” “Dan had je haar maar niet in deze situatie moeten brengen.”
De woorden kwamen hard aan, Josefien keek naar Henk, niet naar de mannen. Naar hem. “Ze hebben gelijk.” Henk sloot zijn ogen. “Josefien…” “Jij hebt dit veroorzaakt.” De oudste man liep langzaam om de bank heen. “Wij hoeven haar niets aan te doen,” zei hij. “Het feit dat jij ziet dat ze hier zit, tussen ons in, is misschien al genoeg.” Josefien voelde de spanning in haar schouders toenemen. De tweede man boog zich iets naar haar toe. “U bent duidelijk gewend dat mensen naar u luisteren.” “Dat klopt.” “Maar vanavond is dat anders.” Josefien keek hem strak aan. “Vergis je niet. Ik ben bang voor wat jullie kunnen doen. Maar ik ben niet van plan jullie angst cadeau te doen.”
De man glimlachte. “Dat zien we wel.” Hij stond op, daarna richtte hij zich opnieuw tot Henk. “Je krijgt tot morgenochtend.” Henk keek hem aan. “Om wat te doen?” “Om het geld te regelen.” “Dat lukt nooit.” De man keek naar Josefien. “Dan wordt deze avond voor iedereen een stuk onaangenamer.” Hij liet de woorden bewust hangen. Josefien voelde hoe Henk haar aankeek. En voor het eerst zag ze iets in zijn gezicht dat sterker was dan angst. Schuld. Hij besefte eindelijk wat zijn gokverslaving werkelijk had gekost. Niet zijn geld, niet zijn reputatie. Maar haar gevoel van veiligheid, en dat was misschien de enige rekening die nooit meer betaald kon worden.
De oudste man keek van Henk naar Josefien en weer terug. “Je hebt ons lang genoeg laten wachten, Henkie.” Henk trok gespannen aan de boeien. “Raak haar niet aan.” De man glimlachte. “Dat klinkt bijna alsof jij hier nog iets te zeggen hebt.” Hij bleef dicht bij Josefien staan. Zijn blik was berekenend, bijna alsof hij haar aanwezigheid bewust gebruikte om Henk verder uit evenwicht te brengen. “Je vrouw,” zei hij langzaam, “is duidelijk gewend aan een heel ander soort leven.” Josefien keek hem koel aan. “En jij bent duidelijk gewend om jezelf belangrijker te vinden dan je bent.” De tweede man lachte zacht, terwijl hij op een zachte, zelfs liefkozende manier in de borsten van Josefien begon te knijpen.
Henk keek woedend naar hem. “Stop hiermee.” “Dan regel je het geld.” “Dat probeer ik!” “Probeer harder.” De oudste knikte naar Josefien. “Want zolang jij niets regelt, blijft zij hier onderdeel van de onderhandeling.” Josefien voelde de spanning door haar lichaam trekken. Ze wilde niet laten merken hoeveel indruk hun woorden maakten. Toch voelde ze hoe haar ademhaling sneller werd toen beide mannen haar aandachtig bleven bekijken. Niet als gast, niet als mens die toevallig in dezelfde kamer zat. Maar als het middel waarmee ze Henk konden breken. Ze draaide haar gezicht naar haar man.
“Je hebt één nacht,” zei ze zacht. Henk keek haar aan. “Josefien…” “Regel het.” De oudste man glimlachte. “Dat is precies wat ik wilde horen.” Hij deed een stap achteruit. “Goed. Dan hebben we een afspraak.” De klok tikte verder. Nog twaalf uur. En voor Henk begon de moeilijkste gok van zijn leven: niet om geld te winnen, maar om zijn vrouw veilig thuis te krijgen. Josefien bleef naar de jonge man kijken., ze wilde haar blik afwenden, maar iets hield haar tegen. De herinnering aan het brutale gebaar van daarnet maakte haar ongemakkelijk. Niet alleen omdat het grensoverschrijdend was geweest, maar vooral omdat haar eigen lichaam haar had verraden met een reactie die ze niet had verwacht. Ze schaamde zich ervoor. Haar tepels waren hard geworden door zijn aanraking, keihard zelfs. Dit was niet het moment om zulke dingen te voelen. Niet terwijl Henk vastgebonden tegenover haar zat. En toch bleef de gedachte terugkomen. Waarom had juist dit haar zo geraakt?
Ze dacht aan haar huwelijk. Aan Henk, die haar de laatste jaren nauwelijks nog werkelijk leek te zien. Aan de afstand die ongemerkt tussen hen was ontstaan. Ze haatte zichzelf omdat ze die twee dingen met elkaar begon te vergelijken. De jonge man merkte dat ze naar hem keek. “Wat is er?” vroeg hij. “Niets.” “U kijkt alsof u iets wilt zeggen.” Josefien schudde haar hoofd. “Dat zou ik maar niet doen.” Hij glimlachte. Voor het eerst voelde Josefien dat de situatie niet alleen angst bij haar opriep, maar ook een verwarrende nieuwsgierigheid waar ze absoluut geen raad mee wist. En juist dat maakte haar woedend, niet op hem maar op zichzelf. Ze sloeg haar ogen neer. “Laat me met rust,” zei ze zacht. De glimlach van de man verdween. “Zoals u wilt.”
Maar Josefien wist dat de gedachte niet zomaar zou verdwijnen. En dat maakte deze avond gevaarlijker dan ze ooit had kunnen vermoeden. De minuten kropen voorbij en Josefien zat nog altijd op de bank, haar handen ineengevouwen, haar blik strak op de vloer gericht. Maar in haar hoofd was het allesbehalve stil. Waarom? Waarom bleef ze denken aan dat moment, dat ene oment dat hij in haar borsten had zitten knijpen en haar tepels reageerde alsof ze dankbaar waren? Ze schaamde zich voor zichzelf. De situatie was beangstigend, vernederend zelfs, en toch merkte ze dat haar gedachten telkens terugkeerden naar die jonge man. Naar zijn zelfverzekerde houding, zijn brutale blik, de manier waarop hij haar zo anders benaderde dan Henk dat de laatste jaren had gedaan.
Ze keek voorzichtig op, hij stond bij het raam en praatte zacht met zijn metgezel. Alsof hij voelde dat ze naar hem keek, draaide hij zich om. Hun blikken kruisten elkaar, Josefien keek onmiddellijk weg. “Waarom doe ik dit?” dacht ze. Ze voelde zich boos. Op hem, op Henk. Maar misschien nog wel het meest op zichzelf. Ze had jarenlang gedacht dat haar gevoelens voor Henk verdwenen waren omdat hun huwelijk nu eenmaal in een sleur was geraakt. Misschien was het eenvoudiger geweest om dat te geloven dan om toe te geven dat er iets in haarzelf was veranderd. Ze keek opnieuw naar de jonge man. Deze keer hield ze haar blik iets langer vast.
Hij glimlachte niet, hij zei niets. Dat maakte het erger. Josefien slikte. “Dit mag ik niet voelen.” Maar haar gedachten luisterden niet en weer voelde ze haar tepels verstijven, allen nu zonder dat hij haar aanraakte, de tweede man keek ook. Mijn hemel... Hoe langer de nacht duurde, hoe sterker de verwarring werd. Angst en nieuwsgierigheid lagen gevaarlijk dicht bij elkaar. Ze wist dat ze voorzichtig moest zijn, want wat ze ook voelde, de omstandigheden waren niet normaal. En ergens diep vanbinnen begreep Josefien dat juist dát haar gevoelens zo moeilijk te begrijpen maakte. Ze sloot haar ogen. “Waarom?” Aan de overkant van de kamer keek Henk naar haar. Hij zag alleen haar gespannen gezicht. Hij had geen idee van de strijd die zich ondertussen in haar hoofd afspeelde. En Josefien wist één ding zeker: tegen de ochtend zou ze zichzelf niet meer dezelfde vrouw vinden als toen de voordeur die avond openging.
Waarom werd het alleen maar erger? Josefien begreep zichzelf niet meer. Ze keek naar Henk, vastgebonden in de stoel, en voelde een steek van schuld. Dit was haar man. Degene met wie ze haar leven had opgebouwd. En toch betrapte ze zichzelf op een gedachte die ze nauwelijks durfde af te maken. Wat als Henk het geld niet kon regelen? Ze kneep haar ogen dicht. Nee, dat wilde ze niet. En toch bleef de gedachte terugkomen. Niet omdat ze werkelijk wilde dat haar iets zou worden aangedaan, hield ze zichzelf voor. Het was de spanning. De angst. De absurditeit van de situatie. Alles wat ze jarenlang had weggestopt leek ineens aan de oppervlakte te komen.
Ze opende haar ogen, de twee mannen stonden nog steeds aan de andere kant van de kamer. Eén blik was genoeg om haar hart sneller te laten slaan. “Wat is er toch met mij?” dacht ze. Ze voelde zich aangetrokken tot iets waarvan ze wist dat ze er juist afstand van moest nemen. Misschien was het de brutaliteit, misschien het gevaar. Misschien was het vooral het besef dat iemand haar na lange tijd weer écht opmerkte. Ze keek naar Henk. Hij keek terug, zijn gezicht stond gespannen. “Het komt goed,” zei hij zacht. Josefien antwoordde niet.
Voor het eerst wist ze niet of ze wilde dat hij gelijk had. En die gedachte joeg haar meer schrik aan dan de twee mannen in haar woonkamer. Want als Henk werkelijk met het geld terugkwam, zou deze nacht eindigen en dan moest Josefien weer terug naar haar oude leven. Terug naar Henk. Terug naar de stilte. Terug naar een huwelijk waarin ze zichzelf steeds minder herkende. Ze slikte. “Waarom hoop ik dat het niet zo eenvoudig is?” Ze wist het antwoord niet. Nog niet.
“Je moet toegeven,” zei de oudste met een brede grijns, “die Henk heeft wel een lekker wijf weten te scoren met al zijn leugens en gedraai.” De andere man schoot in de lach en Josefien voelde warmte naar haar gezicht stijgen. “Lekker wijf.” Het waren ordinaire woorden, woorden die ze normaal gesproken onmiddellijk zou hebben afgestraft. En toch bleef vooral één ding in haar hoofd hangen: ze vonden haar aantrekkelijk. Ze keek naar Henk, heel even schoot haar een venijnige gedachte door het hoofd. Ze zouden eens moeten weten. Henk was beslist geen wonder in bed. Van een zogenaamd gouden pik was bij hem bij lange na geen sprake. Maar die gedachte zou ze nooit hardop uitspreken. Niet hier, niet tegenover deze mannen. En al helemaal niet tegenover Henk.
“Wat?” vroeg de jongste toen hij haar gezicht zag. “Niets.” “U kijkt alsof u ons iets wilt vertellen.” “Dat verbeeld je je.” Hij grinnikte. Josefien sloeg haar ogen neer, maar een klein glimlachje wist ze niet helemaal te onderdrukken. Dat ergerde haar, ze voelde zich aangetrokken tot de aandacht, hoe ongepast die ook was. Jarenlang had Henk haar schoonheid als vanzelfsprekend behandeld. Hier, in deze verschrikkelijke situatie, werd ze ineens bekeken alsof ze nog steeds begeerd kon worden. En dat deed iets met haar, ze wilde het niet., godverdomme…ze wilde het juist wél.
Die tegenstelling maakte haar razend. Henk keek ondertussen zwijgend toe. Hij zag de blikken tussen Josefien en de twee mannen en voelde een nieuwe, onverwachte angst opkomen. Niet alleen voor wat zij konden doen maar voor wat deze avond tussen hem en Josefien aan het veranderen was. Josefien keek opnieuw naar hem. Voor een ogenblik ontmoetten hun ogen elkaar. En Henk wist het zeker, er was iets veranderd. Iets wat niet meer ongedaan gemaakt kon worden.
De jongste kwam dichterbij en ging naast haar zitten. Hij keek haar een paar seconden aan voordat hij zacht zei: “Hij heeft echt geen gouden pik, hè?” Josefien voelde haar gezicht onmiddellijk warm worden. Ze hoefde niets te antwoorden. Haar rode wangen hadden haar al verraden. De jongen grijnsde. “Dat was dus wat je daarnet wilde vertellen.” Josefien keek weg. “Je bent wel erg zeker van jezelf.” “Misschien.” Hij leunde iets achterover. “Maar ik denk dat ik gelijk heb.”
Josefien voelde opnieuw die merkwaardige mengeling van ergernis en verwarring. Ze wilde hem op zijn plaats zetten, maar de brutaliteit van zijn woorden bracht haar tegelijk van haar stuk. Hij keek haar recht aan. “Als jij mijn vrouw zou zijn,” zei hij met een uitdagende glimlach, “zou ik je waarschijnlijk wekenlang iedere dag willen verwennen.” Josefien keek hem eindelijk weer aan. “Je hebt wel een hoge dunk van jezelf.” “Misschien moet je dat maar eens zelf ontdekken.” Ze voelde opnieuw die blos opkomen. Aan de andere kant van de kamer trok Henk zichtbaar wit weg. “Hou je mond,” zei hij. De jongen keek even naar hem en lachte. “Waarom? Omdat je bang bent dat ze het interessant vindt?” Josefien draaide zich abrupt naar Henk. “Zeg niets.” Henk zweeg. En juist dat zwijgen maakte haar ongemakkelijk. Want ergens diep van binnen wist Josefien dat de jongen één ding goed had aangevoeld: zijn woorden hadden haar geraakt. En ze haatte het dat hij dat wist.
Henk leek eindelijk beet te hebben. Na bijna een uur onderhandelen had de oudste man uiteindelijk ingestemd met een gedeeltelijke betaling. Geen miljoen, maar een bedrag dat groot genoeg was om te laten zien dat Henk zijn belofte deze keer misschien werkelijk kon waarmaken. “Je gaat mee,” zei de man. Henk keek naar Josefien. “En zij?” “Zij blijft hier.” Josefiens hart sloeg een slag over. De jongste man bleef naast haar staan, met diezelfde brutale zelfverzekerdheid die haar inmiddels zowel irriteerde als in verwarring bracht. Henk keek hem wantrouwig aan. “Je blijft van haar af.” De jongen grijnsde. “Ga jij nou maar geld regelen, Henkie.”
De voordeur viel achter hen dicht. Josefien hoorde de auto starten. Toen werd het stil, heel stil. Ze keek naar de lege plek waar Henk zojuist had gestaan. Daarna langzaam naar de jongste man. Hij keek terug. “Nou,” zei hij, “we zijn voorlopig met z'n tweeën.” Josefien slikte. “Dat lijkt me geen reden om zo tevreden te kijken.” “Misschien niet.” Hij ging tegenover haar zitten. “Ik denk gewoon dat je eindelijk even niet naar je man hoeft te kijken.” Ze fronste. “Wat bedoel je?” “Je bent de hele avond naar hem aan het kijken. Boos. Teleurgesteld. Bezorgd.” Hij hield haar blik vast. “Maar nu hij weg is, kun je misschien eens nadenken over wat jij eigenlijk zelf wilt.”
Josefien voelde opnieuw die vreemde spanning. Ze wist dat ze voorzichtig moest zijn. En toch kon ze niet ontkennen dat zijn woorden iets in haar wakker maakten. Niet omdat ze vergat waarom hij hier was, juist omdat ze dat maar al te goed wist. Ze stond op en liep naar het raam. Buiten verdwenen de achterlichten van de auto in de donkere oprijlaan. Achter haar hoorde ze zijn stem. “Je hoeft niet bang voor me te zijn.” Josefien draaide zich om. “Dat bepaal ik zelf wel.” Hij glimlachte. En voor het eerst sinds Henk was vertrokken, vroeg Josefien zich af wat er zou gebeuren voordat hij terugkwam.
“Nu kun je het mij wel gewoon vertellen,” zei hij tegen Josefien. “Henkie is weg. En ik geloof niet dat hij een gouden pik heeft.” Ze kreeg opnieuw een blos. “Maar dat weet jij ook,” vervolgde hij. “Daarom zat je steeds naar mij te kijken. Niet zomaar uit nieuwsgierigheid.” Hij glimlachte langzaam, gemeen zelfs. “Je hebt goed opgelet.” “Dus?” “Dus ja. Ik vond je vanaf het eerste moment aantrekkelijk.” Josefien voelde haar hart sneller slaan. “Dat had ik door.” “Dat vond je vervelend.” “Dat vind ik nog steeds.” “Maar je bleef wel naar me kijken.” Daar had ze geen antwoord op.
Ze liep een paar passen door de kamer en bleef uiteindelijk bij de haard staan. “Je bent veel te bijdehand.” “En jij bent veel te nieuwsgierig.” Josefien keek over haar schouder. “Misschien.” Hij stond op, maar hield bewust afstand. “En misschien vraag je je al de hele avond af wat er zou gebeuren als je man niet tussen ons in stond.” Josefien draaide zich volledig naar hem om. De opmerking raakte haar precies daar waar ze hem niet wilde hebben. “Dat is een gevaarlijke gedachte.” “Dat weet ik.” “En toch zeg je het.” “Jij vroeg ernaar.” Een lange stilte volgde. Josefien keek hem aan. Ze wist dat ze eigenlijk boos moest zijn. Dat zou eenvoudiger zijn. Maar haar nieuwsgierigheid was inmiddels sterker geworden dan haar verontwaardiging. “En wat denk je dan?” vroeg ze uiteindelijk. Zijn glimlach werd kleiner. “Ik denk dat jij veel minder braaf bent dan je eruitziet.” Josefien lachte zacht, bijna ongelovig. “Dat,” zei ze, “zou je nog wel eens kunnen verrassen.”
“Je hoeft het maar te vragen en ik neuk je, gewoon hier in de huiskamer, even lekker ruig samen op de bank, zoals als Henkie dat waarschijnlijk nooit zal doen”... haar mond viel open... ze keek naar de bank die hij zojuist noemde...“Vraag het dan.” Josefien voelde haar adem even stokken. Hij wees naar de grote loungebank. “Daar,” zei hij. “Op die bank waar we net nog zaten.” Haar mond viel een fractie verder open. Ze keek naar de bank en vervolgens weer naar hem. Hij bleef haar aankijken, uitdagend maar opvallend rustig. “Je hoeft alleen maar te vragen.” Josefien voelde haar wangen opnieuw warm worden. “Je bent ongelooflijk brutaal.” “Dat heb je inmiddels wel ontdekt.”
Ze zette een stap in zijn richting. “En als ik het vraag?” Zijn glimlach verdween. “Dan weet je ten minste dat je het zelf hebt gevraagd.” Die woorden bleven tussen hen hangen. Josefien keek opnieuw naar de bank. Ze wist dat ze op een kruispunt stond. Eén woord van haar kon de sfeer in de kamer volledig veranderen. Ze haalde langzaam adem. “Je denkt dat je me zo makkelijk kunt uitdagen?” “Nee,” antwoordde hij. “Ik denk dat jij jezelf probeert uit te dagen.” Josefien zweeg. Buiten reed ergens een auto voorbij. De koplampen gleden kort over de ramen en verdwenen weer.
Ze keek naar de voordeur, Henk was nog altijd weg. Toen keek ze terug naar de bank. En heel zacht zei ze: “Misschien ben ik inderdaad nieuwsgieriger dan jij denkt.” Zijn glimlach keerde terug. “Dat klinkt al heel anders.” Josefien voelde haar hart bonzen, ze wist nog steeds niet wat ze zou doen. Maar ze wist inmiddels wel dat ze niet meer deed alsof ze niets voelde. “Zou je het echt gewoon doen vroeg ze nogmaals?”, “Steun maar voorover op de bank, trek je rok omhoog, je slip omlaag en vraag het, dan weet je het antwoord.” ze trok haar rok omhoog, duwde haar slip omlaag en boog voorover, “neuk me dan laat mij eens die gouden pik van jou voelen dan!”
Meer had hij niet nodig, hij keek naar de mooie strakke witte kont, gaf er een harde klets op en gelijk duwde hij zijn harde pik in haar kut. “Ohhh godverdomme wat ben jij nog lekker strak voor zo’n rijpe slet” kreunde hij en ze voelde hem binnen dringen, dieper dan Henk, en ook dikker... Hij begon te stoten, in een tempo dat perfect was, lekker diep ook, elke keer weer. Josefien kreunde, intens diep. Mijn hemel wat voelde dit smerig goed schoot er door haar hoofd, veel te goed zelfs. En hoe het kwam wist ze niet, maar kennelijk was het de opgebouwde spanning van deze avond maar ze kwam met 5 minuten al klaar, en niet rustig, het was overweldigend. Ze moet met haar knieën steun zoeken op de bank tot de jonge knul zich leegde in haar...en op dat moment hoorde ze de auto en schenen de koplampen door de ramen naar binnen.
Ze trok als een wilde haar slip omhoog, deed haar rok goed en ging zitten op de bank en ze voelde hoe ze leeg lipe in haar slip. Ze kon niet geloven dat ze dit werkelijk had gedaan.. Henk kwam niet veel later binnen met de oudste, de twee verdwenen en Josefien begon te huilen toen ze weg waren. Ze loog tegen haar man, die jaren tegen haar had gelogen over hoe ze op hem had zitten wachten in doodsangst. Maar vanaf nu had zij ook een geheim voor Henk, en dat geheim liep nog steeds uit haar lekkende kutje.





