77.671 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Mini - 418

Door: Keith

Datum: 30-08-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 402
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 39 minuten | Lezers Online: 21

Vervolg op: Mini - 417

Ik hielp Bas even mee, terwijl Linda en Joline even over planten kletsten. “Ik refereerde net even aan Suus, Bas… Hoe is het nu met haar?” Hij grinnikte. “Druk bezig met haar studie Hongaars, Kees. En dat gaat als een speer. Die meid heeft weliswaar geen aanleg om manager te worden, maar een talenknobbel heeft ze wél. Volgens mij gaat ze haar diploma voor die opleiding in recordtijd halen. Ik zie haar niet zoveel, want naast haar studie heeft ze uiteraard ook haar ‘gewone’ werk als tolk, maar die is qua attitude nogal veranderd sinds jullie uitstapje naar Bosnië.” Hij keek op. “Had je toen een steelpan bij je?”
Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Fred. Ongeveer net zo stevig.” Bas grinnikte. “Ja, dat zal wel… Met z’n broodje knoflook. In een Hercules, notabene. Ik heb het hele verhaal gelezen. Door Harm in een rapport verwerkt. En Harm kan nogal ‘beeldend’ schrijven… Toen ik het concept had gelezen heb ik aan Harm gevraagd om al jullie persoonlijke bijzonderheden eruit te halen. Mede om Suus te beschermen. Want zo’n rapport wordt wél gearchiveerd en het zou nogal knullig zijn als Suus over een jaar of tien door een collega geconfronteerd zou worden met een verhaal hoe zij in Bosnië door twee majoors van de Landmacht naar rechts gericht zou zijn. Een uur later had ik een zakelijk rapport op de mail en heb ik het 1e rapport van Harm door de papierversnipperaar gehaald. En hij heeft de digitale versie gewist. Wel zo netjes.”
Ik knikte. “Inderdaad netjes.” “Ze verdient het niet om een trap na te krijgen, Kees. Ze werkt nu prima; iedereen waarbij ze tolkt is lovend over haar kwaliteiten.” Ik stak een duim op. “Mooi. En Alfred de Quaay?” “Die krijgt over een paar weken, op 17 Januari, zijn straf te horen. De strafeis van de Officier van Justitie was een jaar. Onvoorwaardelijk. En geen enkele kans meer om bij de overheid aan de slag te komen. De aankomende 5 jaar geen kans op een VOG in zijn vakgebied, dus die zal zich moeten laten omscholen tot putjesschepper of zo. Of als tolk bij de georganiseerde misdaad aan het werk gaan. Ook een optie, maar of dat een verstandige is…? Hoe dan ook: die zijn we kwijt.
En we zijn nóg iemand kwijt: één van mijn medewerkers was door Duyvestein benaderd om mensen te bewerken die invloed hadden op de besluitvorming over die waterkrachtcentrale. Hing nét op de grens tussen lobbyen, chantage en afpersing. Die heb ik in een persoonlijk gesprekje verteld wat ik daarvan vond en hem ontslag op staande voet aangezegd. Hij kwam m’n bureau binnen in de veronderstelling dat hij een aai over zijn bol zou krijgen. Heel gemeen van me: ik had me een paar keer positief over hem uitgelaten tegen een collega. En in plaats van een aai over zijn krijgt hij de wind van voren. Op een manier die in Roosendaal niet misstaan zou hebben. Mijn instructeur op de ECO, de Elementaire Commando Opleiding, sergeant-majoor ‘Mack’ de Beus, zou trots op me geweest zijn. Enfin, volgens mij was hij nogal opgelucht toen hij na dat gesprekje even mee mocht met de Beveiliging…”

Bas keek me aan. “Bij BuZa is er nu schoon schip gemaakt, Kees. In Brussel ook wel een beetje; ook daar is aan twee lobbyisten de toegang tot het gebouw van het Europees Parlement permanent ontzegt. En ook in de toko van mijn oh zo lieve echtgenote zijn wat mensen onvrijwillig de deur uit gegaan.”
Linda knikte vanuit de voorkamer. “Ook vriendjes van Duyvestein. Twee lobbyisten die regelmatig bij ons over de vloer kwamen of in de 2e Kamer, én een van mijn ambtenaren. Die heeft van de SG zelf te horen gekregen dat hij op staande voet ontslagen was en mocht óók met de beveiliging mee. En die droeg ‘m weer over aan de politie.”
Joline floot. “Nounou… Zachte bezems maken stinkende wonden of zo?” Linda keek haar kalm aan. “We praten niet over tientjeswerk, Joline. En zowel Bas als ik wensen geen corruptie binnen onze ministeries. Ik heb de bij Auditdienst Rijk een verzoek ingediend om de hele ministeriële staf, vanaf de SG tot en met ambtenaar schaal 3, te onderzoeken op fraude en/of corruptie. En als er iemand is die ze betrappen op twijfelachtige connecties met de Zuid-as, vliegt die eruit.
De SG had daar eerst nogal wat bezwaren tegen, maar ik heb voet bij stuk gehouden. Zelfs de minister erbij gehaald; die was het gelukkig met me eens. ‘Ik wil nog niet de minimale indruk wekken dat dit ministerie een misdadiger zou faciliteren, mevrouw. Laat de ADR maar haar gang gaan.’ En die gaan met ingang van het nieuwe jaar aan de slag.” Joline stak een duim op. “Prima. En wie weet… als de ADR wat tegenkomt, kunnen ze wellicht nog meer info uit zo’n figuur persen. Soms vind ik het jammer dat martelen volgens het Wetboek van Strafvordering niet meer is toegestaan.” Bas keek afkeurend en ook ik trok een wenkbrauw op.
“Jolien… het verschil tussen Nederland en Afghanistan is precies dát. Beschaving. Ook vanuit de overheid.” Ze werd een beetje rood. “Sorry. Maar alle ellende uit Nijmegen gehoord hebbende… Er zijn daar een aantal mensen overleden tijdens de moedwillig toegebrachte ‘storingen’, Bas.” Die humde. “Weet ik. Maar dan nog, Joline. Einde onderwerp graag. Ehh… Kees: jullie bruine biobak ligt daar zo netjes… Heeft die al te eten gehad?” Ik schudde het hoofd. “Nee. We gaan ‘m eens voeren. Heb je wel eens een demo ‘snelvreten’ gezien?” Bas knikte. “Ja hoor. Bij het KCT, tijdens de elementaire opleiding. Na een paar keer alarm tijdens het eten wist je het wel: Werk je voer zo snel mogelijk naar binnen, want anders ben je te laat.”
Linda bromde sarcastisch: “En soms laat meneer dat hier ook even zien, als hij ’s avonds naar een vergadering moet en de tijd krap is. Sjongejonge, wat een culinaire waardering… Enfin, hij doet dat nooit als ik gekookt heb, dat scheelt weer.” “Nou, ik vraag me af of je ons huismonster kunt evenaren, Bas…” Ik pakte de zak met brokken en Mocca was meteen één en al aandacht. Brokken afmeten en die gingen in een voerbak. “Mocca… Smullen maar!” Binnen 31 seconden was de bak leeg en stond Mocca me aan te kijken met de bekende blik in de ogen ‘Hé baas… krijg ik nou nog te eten of hoe zit dat?’.

“Allemachtig…” Linda had het hoofdschuddend aan zitten kijken en Joline zei: “Kun je nagaan. Dit zijn zijn ‘standaard brokken’. Zo droog als een biscuitje uit 1942. Meer vezels dan wat anders. En die gaan in dit tempo naar binnen. Waarschijnlijk moeten ze in Mocca’s maag eerst een uurtje weken voordat ze geschikt zijn voor verder transport en verwerking in de volgende delen van zijn maag-darm-kanaal.” Linda trok nu een smerig gezicht, Bas lachte en wees naar de voorkamer. “Kom, nog even een kop koffie en dan smijten we jullie er uit. Morgen is het weer vroeg dag; om half zes staat mijn chauffeur voor de deur. Linda kan uitslapen tot zes uur, dan is ook haar vervoer aanwezig.”
“Half zes staat die man hier voor de deur?” Joline trok een wenkbrauw op. “Wát een baan…” Linda gniffelde vanuit de keuken. “Johan, de vaste chauffeur van Bas is dolblij met z’n job, hoor. Ja, hij moet om vier uur z’n bed uit om op tijd en netjes hier te zijn, maar zoals hij vorig jaar zei:
‘Meneer, mevrouw: liever dat dan wanneer ik om de haverklap een andere VIP moet rijden. Van uw man weet ik exact zijn voorkeuren; bij iemand anders moet er maar naar gissen. En ja, het is vroeg opstaan, maar vaak kan ik overdag een paar uurtjes slapen. En uw man heeft ’s avonds weinig vergaderingen, dus ben ik op een beschaafde tijd thuis en kan ik meehelpen de kinderen naar bed brengen. Ook veel waard. De collega’s zonder ‘vaste’ passagier hebben een stuk ongeregelder leven. Vandaag laat thuis van een ritje naar Bonn en morgen een andere passagier die om zes uur in Den Helder moet zijn… Als we een tachograaf in de auto zouden hebben, zoals vrachtwagens, zou die heel wat overschrijdingen van de Rijtijdenwet registeren.’
We hebben hem, z’n vrouw en kinderen twee weken later getrakteerd op een dagje Efteling op onze kosten. En mijn ‘vaste’ chauffeur is Robin, ook een voormalig Defensie medewerkster. Vrouwelijke chauffeur, afkomstig uit het B&TCommando in Stroe. Reed tot vijf jaar geleden met een TrOpCo, een Trekker Oplegger Combinatie. Een hele stoere meid. Ooit de titel ‘Sterkste chauffeuse van Defensie’ verdiend. Daarna is ze in Apeldoorn gaan werken, bij een hoofdkwartier van een Landmacht-eenheid daar, maar na een paar jaar wilde ze weer terug de weg op. Heeft een opleiding VIP-chauffeur gedaan en na een paar ritten met haar achter het stuur heb ik gevraagd of ze mijn vaste chauffeuse wilde worden. Het klikte bijzonder goed tussen ons. En zij zag het ook wel zitten, dus…”

Linda lachte. “Twee meiden in één mooie Audi. Bij een verkeerlicht worden we nog wel eens uitgebreid bekeken door mede-weggebruikers.” Bas humde. “Ja, zij wel. En Johan en ik ons maar behelpen in een simpele Skoda Suburb. En niét nagefloten worden. ’t Is oneerlijk verdeeld in de wereld.” Joline, en Linda trouwens ook, lachten spottend. “Je hebt het er moeilijk mee, Bas?” vroeg Joline liefjes. Hij keek plotseling serieus. “Nee, natuurlijk niet. Linda heeft haar positie net zo hard verdiend als ik: keihard studeren, een aantal baantjes tijdens de studie ernaast doen, ’s nachts met je duffe kop tóch nog de college’s voor de volgende dag voorbereiden, een paar uurtjes slapen en dóór… En in het weekend even slaap bijtanken in je ouderlijk huis.
En toen we gingen werken: allebei redelijk onderaan de ambtenarenladder begonnen en ons door wederom keihard werken opgewerkt tot waar we nu zijn.” Joline knikte. “Nog even zo doorgaan en je kan zó een ministerspost vervullen, Linda…” Die keek meteen smerig. “Ammenooitniet. Ben ik niet geschikt voor. Té rechtlijnig. In mijn huidige functie kan ik mijn mensen motiveren en indien nodig onbarmhartig op hun nummer zetten. Als politicus kun je dat niet. Als ik beleid in de 2e Kamer zou moeten verdedigen en ene Baudet zou zijn semi-intellectuele oraties op mij loslaten, zou ik me moeten beheersen om niet keihard terug te katten dat hij met die praatjes wellicht de Doema in Moskou kan paaien, maar mij niet. En mijn Latijn is beter dan dat van hem, dat weet ik zeker!”

Bas zei droogjes: “Het zou wel wat vuurwerk in de 2e Kamer der Staten Generaal opleveren, schat. Lijkt me wel leuk om te zien: mijn normaal zo rustige en koele echtgenote tijdens het vragenuurtje op Dinsdag in een kort debatje met Bau…” Verder kwam hij niet; Linda snoerde hem met één blik de mond, toen volgde een vinnig: “Klep dicht jij! Om te voorkomen dat ik hier ter plekke over m’n nek ga. De samenvatting is: ik word nooit politica. Laat mij maar lekker plaatsvervangend SG zijn, dan kan ik me bezighouden met de lange termijn en dingen die er wél toe doen. In plaats van met geneuzel en een visie die niet verder reikt dan de volgende verkiezingen. Bovendien zijn wij beiden geen lid van een politieke partij, dus die kruiwagen missen we sowieso.”
Joline stak een duim op. “Ik zou er ook niet aan moeten denken… Dan liever Backoffice van DT. Acht giebels met een zwanger nijlpaard als gangmaker.” “Negen, schat. Je vergeet jezelf.” “Ik ben geen giebel, Kees.” Joline keek streng. “Ik ben Commandant Backoffice. Altijd uiterst serieus, de ideale manager, die meestal met een zachte glimlach om haar lippen door haar kantoren wandelt. Hier een opbeurende opmerking, daar een compliment… En die door haar medewerksters op handen wordt gedragen.” Ik hoonde: “Jaja… Totdat een van de medewerksters tegensputtert. Dan is de beer los…”
Linda en Bas hoorden het met een glimlachje aan. “Gaat ’t goed tussen jullie?” Linda keek van de een naar de ander en Joline knikte. “Ja hoor. Gelukkig zit er een nogal brede middenconsole tussen de voorstoelen van een Volvo V90…” Bas kwam overeind. Hebben jullie je koffie op? Mooi. Dan smijt ik jullie eruit. De redenen zijn ondertussen bekend.”

Linda en Joline knuffelden elkaar even, daarna kreeg Bas ook een knuffel van Joline en ik eentje van Linda. “Hele fijne feestdagen, jongens. Zowel Kerst als Oud en Nieuw.” Ik grijnsde naar Bas. “Daar tussenin ligt nog wat leuks, Bas. Die schietwedstrijd op de Harskamp. Weer een ouderwets met een Accuracy schieten… Geen vuurwerk kan daar tegenop!” Hij knikte. “Snap ik. Maar Kees: als jij op welke manier dan ook iets van Duyvestein hoort of merkt, geef het dan aan mij door. Aan mij. Niet aan Linda; die breng ik later op de dag wel op de hoogte.”
Joline zei liefjes: “Jaja… Om half twaalf ’s nachts, in de echtelijke sponde zeker?” We schoten in de lach en hij deed de deur open. “Wegwezen jullie! Ik maak de poort wel open; pas wegrijden als die achter jullie dicht is gevallen, oké?” Ik knikte, Mocca ging na een paar aaitjes in de achterbak en we stapten ook in. In de auto keek ik op de klok: kwart over acht. Prima tijd, voor hen, maar ook voor ons. We moesten alle vier er weer vroeg uit.
In het donker reed ik over de best wel smalle landweg terug naar Liempde. En via een paar slingers in het dorp de snelweg op. “Het was heel gezellig, Kees. Leuke lui, geen kouwe kak. Gewoon mensen die door hard werken hun plaats hebben verdiend.” “Ja. Verdiend is wel de goede term, Jolien. Ik ben blij dat we ze hebben leren kennen. Ook vanwege hun attitude ten opzichte van lager geplaatst personeel.” Joline grinnikte. “En hun attitude richting bepaalde politieke bewegingen natuurlijk.” “Ja, dat helpt ook wel…”
Twintig minuten later waren we thuis. Ik liet Mocca nog even uit en toen ik weer binnen was, had Joline warme melk gemaakt. “Daarna lekker slapen, Kees. Morgen wéér een pittig dagje: ’s morgens DT, ’s middags naar mijn prof. En dan nemen we géén chocola mee. Geen zin in toespelingen over corruptie en zo. Hij is daar bijzonder consequent in.” Ik knikte. “Ik zal me inhouden, schat. Bovendien: ik ken de hooggeleerde heer niet, dus…” “Doe maar gewoon, dan doe jij meestal al gek genoeg, mafkees”, bromde Joline. Een half uurtje later lag Mocca in zijn mand en wij in bed.
Nog even knuffelden we, maar toen ik Joline’s borsten begon te strelen, duwde ze me weg. “Stoppen daarmee, grote verleider. Anders slapen we over twee uur nog niet. Vrijdagavond, dan mag je los gaan. Tenminste…” Ze giebelde. “…als je netjes je best heb gedaan bij Carlos en Juanita én geen al te dwaze dingen hebt gedaan met ‘het laatste loopje voor de Kerst’. Welterusten, Kees.” Een kort zoentje volgde, toen draaide ze zich om. Shit… Daar moest ik nog wat leuks voor verzinnen. Want om nou wéér die smerige sloot in te duiken… Nee. Morgen Mariëtte eens bellen; kijken of die ‘wat leuks’ in petto had. ten slotte hadden we haar vanmiddag misgelopen. Letterlijk. En als Mariëtte niet kon? Een tijdje lag ik nog te peinzen over een ‘plan B’, maar behalve een snoekduik in een sloot kon ik niks verzinnen…

Donderdagochtend gingen we hard aan het werk. Ik bezocht nog twee klanten in Gorinchem zelf. Kort. Daarna voorbereidingen voor volgend jaar: het inplannen van projecten. Normaal deed ik dat samen met Henk, maar ja: die zat nu thuis te genieten van welverdiende compensatiedagen. Daarom maakte ik een kladje in Word, met daarboven de tekst ‘concept’ en stuurde dat per mail naar hem toe. Met als titel: ‘Stel dat je je verveelt, Henk: bekijk dit eens en laat me even weten hoe je er over denkt. Geen bloedspoed bij! Groet, Kees.’ Ook geregeld.
Toen een telefoontje naar Mariëtte. Die kon helaas niet. “Sorry Kees. Ik zit vrijdag helemaal vol. Maar wil jij iets aparts gaan doen met DT? Dan kan ik je een klimhal in Dordrecht aanbevelen. Anderhalf uur introductieles inclusief materiaal. Kost ergens in de 20 euro per persoon, maar is de moeite waard.” Ik hoorde een grinnik. “En voor sommige lui waarschijnlijk behoorlijk grensverleggend…” Ik bedankte haar voor de tip, wenste haar fijne feestdagen en hing op. Even nadenken… Eerst maar eens met Theo sparren, want al met al kostte zo’n geintje serieus geld. Ik stak de gang over en liep bij Theo naar binnen en sloot de deur achter me.
Zijn ogen gingen meteen in de stand ‘wantrouwend’. “Wat heb jij op je lever, opperpiraat? Gaat dat over vrijdag? Mijn zwembroek ligt al klaar…” Ik gniffelde. “Zooo… jij hebt mensenkennis!” “Lul niet vent… Koffie? Het is er tijd voor.” Hij zette zijn Senseo aan het werk en ik deed ondertussen uit de doeken wat ik in m’n hoofd had: alle personeel van DT, dus ook de niet-sporters, rond een uur of tien instappen, met een bus naar Gorinchem, daar anderhalf uur klimmen en dan weer terug. Samen lunchen, de bureau’s opruimen, en dan de kerstborrel. “En de kosten, Kees?” Ik keek wat sip. “Hou rekening met 20 euro per persoon, Theo. En dan die bus nog… kost ook geld.” “Die bus kan ik waarschijnlijk wel gratis regelen via Gertie. Die heeft een commissariaat bij een touringcarbedrijf. Ga ik straks even bellen…” Hij keek me aan. “Ik vind het een prima idee, Kees. Zo komen de sporters en de niet-sporters ook een beetje bij elkaar. En de kosten… 40 keer 20 euro? 800 euro. Waar hebben we het over? Eén dagje adviseren op een gasplatform en die kosten hebben we er uit. Aan ’t werk: Ga die toko bellen en reserveer. Alles beter dan die stinksloot van vorig jaar!”
Hij gniffelde terwijl ik naar de deur leip. En met de deurklink in de hand draaide ik me om. “Je bent een topgozer, Theo.” “Het personeel van DT had nog wat tegoed van me, Kees. Die vaartocht rond de certificering die niet doorging. Die was een stuk duurder. Ik ga Gertie even bellen voor die bus. En wellicht heeft mevrouw de groot-aandeelhoudster ook zin om mee te gaan. ten slotte heeft zij nog steeds meer dan 50 procent van DT in handen…” Ik stak een duim op en vertrok, de deur achter me sluitend. Als Theo met open deur zou telefoneren, zou Irene wellicht iets opvangen; de oortjes van onze receptioniste waren prima! Ik deed de deur van mijn bureau ook even dicht en belde de klimhal. “Maximaal 45 personen? Aanstaande vrijdag om elf uur ’s morgens… Ik ga voor u kijken, meneer…” Het was even stil, tot het verlossende antwoord kwam. “Ja, dat kan. Het is sowieso rustig, het grootste probleem was of we voldoende instructeurs hadden op dat moment. Maar dat is ons probleem, u bent welkom!”
Ik deed een digitale aanbetaling van 200 euro. Dat verrekende ik later wel met Denise. Met dat goeie nieuws liep ik naar Theo. En ook die had goed nieuws: de bus werd geregeld, die zou om tien uur voor staan én Gertie deed mee. We lachten als kwajongens. “En wie gaat dit goeie nieuws brengen, Theo? Ik stel voor dat jij dat doet. Jij trekt de knip uiteindelijk…” Hij bromde wat. “Ik stuur wel een urgentiemail, Kees. Nog speciale dingen voor het tenue?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Je kunt desnoods klimmen met een spijkerbroek. Zet er maar in: sporttenue. Dan bepaalt iedereen wat hij of zij aantrekt. Maar de activiteit zelf niet vermelden, Theo. Dat moet een verrassing blijven!” Hij keek me aan. “Denk je dat ik seniel aan ’t worden ben? Ik wil die koppies wel eens zien… Ik hoop alleen dat de touwen daar dik genoeg zijn voor Fred.” Ik grijnsde. “Zien we vanzelf. En anders gaat degene die Fred zekert de lucht in op het moment dat Fred afdaalt…”

Ik ging weer richting mijn eigen hok. Zo. Een stukje teambuilding voor elkaar kunnen boksen. Nu maar hopen dat Joline d’r volautomatische ‘Kees-scan’ even storing had… Nog even aan het werk, tot de lunchpauze. Alle losse eindjes kon ik mooi afwerken met een paar telefoontjes en om kwart voor twaalf had ik mij ‘to do list’ af. Héhé… Op naar volgend jaar! We liepen naar de paardjes; die waren weer blij met een stel boterhammen. En op de terugweg liepen we recht tegen de wind in. Wind met miezerregen.
Frits keek me schuin aan. “Het is te hopen dat het morgen beter weer is, Kees! Geen zin om in dit weer met een zeiknat trainingspak dat takke-eind vanaf de Mc. Donalds naar DT terug te lopen!” Ik haalde mijn schouders op. “Dan zwem je dat stuk toch? Die sloot loopt van achter de Mac tot voorbij ons gebouw. Je moet alleen even klunen bij de oprit naar de snelweg, dat is een duiker. Daar wil ik jullie niet doorheen jagen.” Hij keek me vuil aan. “Meike pestte me gisteren al dat ze blij was nu even niet bij DT te werken. En dat ze wel voor opvang zou zorgen als ik vrijdagavond thuis kwam. Het krengetje.” Ik moest lachen. “Sleur haar anders morgen maar mee in de auto. Eens kijken of ze dan nog zo’n grote mond heeft, Frits.”
Hij keek somber. “Ik denk dat ik dan een paar nagels in m’n gezicht krijg…” Eenmaal terug aten we onze lunch op in de gezamenlijke ruimte. En op de beamer verscheen een mail van Theo, gericht aan alle personeelsleden van DT.

‘Beste collega’s. Aanstaande vrijdag maken jullie géén afspraken. Jullie nemen allemaal, niemand uitgezonderd, sportkleren mee. We drinken om acht uur samen een bak koffie in de gezamenlijke ruimte en dan doe ik nog een paar mededelingen. Om 09:50 staat iedereen klaar in de hal en vertrekken we met een bus naar een onbekende bestemming. Degenen die zich bij voorbaat al hadden verheugd op een zwempartijtje onder de leiding van Kees, moet ik ernstig teleurstellen. Om dat goed te maken: we zijn ruim op tijd terug voor een warme douche en de gelegenheid om ons om te kleden voor de kerstborrel van Jan van Weert in de grote kantine boven. Groet, Theo.’

Er klonk gemompel door de ruimte. “Wat is die van plan?” “Ik denk dat ik me ziek meld…” Irene, die voor ons zat, draaide zich naar me om. “Een korfbaljurkje valt toch ook onder de noemer ‘sportkleren’, Kees?” “Ja hoor meid. Hou je vooral niet in.” Joline keek me broeierig aan. “Jaja… En wat moet ik dan aan, piraat?” “Jij was toch zo’n zwemwonder? Trek je bikini aan, zou ik zeggen. Kan ik wel van genieten, hoor.” De twee blauwe lasers flitsten, zonder eerst op te warmen, meteen op volle kracht aan. “Pas jij een beetje op, echtgenoot van me?”
Lot zag het en stootte Mar aan. “Kijk, zus… Kees krijgt het nú al moeilijk. Hou hem maar onder de duim, Jolien! Geen gekke grappen morgen… Te veel sterke verhalen over gehoord!” “Ik doe m’n best, meiden. Maar soms…” Om één uur stapten we in de auto, op weg naar professor van Weenen in Utrecht. Onderweg probeerde Joline me uit te horen, maar ik hield m’n kop stijf dicht. “Nee schat. Dat is een dingetje van Theo. Wat hij wil gaan doen…” Ik haalde m’n schouders op. Joline vertrouwde het duidelijk niet, maar gaf het na een paar minuten ‘vissen’ op. “Ik weet dat je wat ik je schild voert, Kees. Samen met Theo. Maar goed, levensbedreigend zal het wel niet zijn, anders had Theo nooit toestemming gegeven. Dus ik zie wel.”
Ik kreeg een kneep in mijn bovenbeen. “Maar je bent een rotzak dat je tegen je eigen echtgenote, notabene, je mond houdt!” “Alleen m’n naam, rang en registratienummer, schat. Meer krijg je niet uit me.” Ze keek ondeugend en trok haar rokje wat op. “Oh nee? Volgens mij kan ik er binnen vijf minuten méér uitkrijgen, Kees. Maar of dat uit je mond komt…” “Jawel hoor. Kwijl uit m’n mondhoeken als jij weer eens in verleidelijke lingerie onze slaapkamer binnenloopt.” Ze trok een smerig gezicht en deed er verder het zwijgen toe. Tot in Utrecht.

Joline wees me op de parkeergarage van het UMC. “Zet de auto daar maar neer, Kees. Vijf minuten lopen naar het gebouw waar van Weenen zit.” Even later liepen we een gebouw binnen en drie trappen op. “De dames en heren hoogleraren zitten hier best wel comfortabel, Jolien…” Ze snoof. “Mag ook wel. Dan kunnen ze een beetje uitpuffen na hun college’s, als de studenten weer eens hebben lopen keten. En nu: even beschaafd gedragen, Kees. Mijn geliefde promotor is best wel een toffe vent, maar niet zo gewend aan de woordgrapjes en toespelingen die wij erop na houden.” Ze klopte even later op een deur en een stem zei: “Binnen!”
Joline liep voorop, ik achter haar aan. Een kleine man stond op achter een bureau: kort, grijs haar, een ringbaardje. Twee grijze ogen die nogal nadrukkelijk keken. En een bijzonder lage stem, die niet bij zijn figuur paste. “Ha, Joline. Welkom.” “Professor, mag ik u voorstellen aan mijn echtgenoot? Dit is Kees.” Hij liep op me af en stak zijn hand uit. “Dag Kees. Ik heb ondertussen wel het een en ander over je gehoord van je echtgenote. En wat opgepikt uit diverse kranten.” Hij gniffelde even. “En wat opgezocht op Internet. Zag er wel indrukwekkend uit. Ik ben Jeroen.”
Hij keek even naar Joline. “Zullen we het formele ‘professor’ voor vanmiddag even skippen, Joline?” Die knikte. “Graag… Jeroen.” “Mooi dan is dat ten minste geregeld. Koffie?” Hij liep naar een nis in zijn kamer en was daar even bezig. Ondertussen keek ik rond. Een ruime studeerkamer. ‘Bureau’ was een te magere titel voor deze ruimte. Veel licht door de hoge ramen die de hele westkant in beslag namen. Twee wanden met boekenkasten, één wand met foto’s en ingelijste ‘bullen’. Een groot bureau bij het raam, een zitje centraal in de ruimte.
Joline wees. “Hier hebben zich de afgelopen maanden nog wat verhitte economische discussies afgespeeld, Kees…” “Nogal!” klonk er uit de nis. “Als mevrouw Boogers en niet veel later Jonkman weer eens met ideeën aankwam! Anderhalf jaar geleden had ik nog een mooie kop zwart haar. Moet je nu eens kijken…” Met een blad met drie kopjes kwam hij tevoorschijn. Ik grinnikte. “Ik zal me eens gaan verdiepen in het fenomeen ‘kleurspoeling’, Jeroen. We zijn nu een half jaar getrouwd, dus die verkleuring van haren zal er bij mij dan ook wel aankomen.” Joline snoof. “Kijk jij een beetje uit, Kees?” Jeroen zei droog: “Ach, ze heeft nu koffie voor zich. Als het thee was geweest, was er pas reden tot ongerustheid, Kees.”
Ik knikte. “Ja, daar heb ik wel iets van meegekregen. Maar dank voor de waarschuwing, Jeroen.” Die knikte lachend. Even was het stil, toen we rustig aan de koffie zaten. Toen zei Jeroen, met zijn ogen strak op ons gericht: “En wat is de reden van dit bezoek, Joline? Je dissertatie is af; de laatste versie heb ik bestudeerd en daar is niet zoveel op aan te merken.” Hij lachte even. “Nou ja… over een paar dingen heb ik nog wel wat vragen, maar die bewaar ik wel voor je verdediging. In feite ben je afgestudeerd. En toch dit bezoek hier. Waarom?”
Joline antwoordde. “Van onze directeur kregen we de opdracht om deze week wat ‘after sales’ te doen. Mensen bedanken met wie we dit jaar intensief hadden samengewerkt en die iets voor ons bedrijf hebben betekend. Jij hoort daarbij, Jeroen. Je hebt me altijd gesteund, me gemotiveerd om m’n best te doen en hard te studeren. Daardoor kon ik m’n Masterstudie ook zo snel doorlopen…” Jeroen stak een hand op. “Hoho, dame… Die extra Minors die je na je Bachelor hebt gedaan… Dat was meer dan 50 procent van de Masterstudie. Daardoor kon je bepaalde vakken overslaan. En de zussen Bongers, ehhh… Boogman idem. Zelden zulke goeie studenten gehad. Ondanks dat je er vier weken tussenuit kneep, in Juni.”
Hij keek even naar mij. “Maar ik geloof dat ik dat, nu ik met Kees heb kennisgemaakt, wel begrijp.” Ik grinnikte. “Dank voor het compliment, Jeroen.” Joline ging verder. “Je hebt ons altijd ondersteund, Jeroen. Op een hele prettige manier. En DT, ons bedrijf, plukt daar nu ook de vruchten van: Margot en Charlotte konden DT goed determineren en ik kon bij Damen wat zaken aan het licht brengen en oplossen. Ons bedrijf heeft dus heel veel baat gehad bij jouw inbreng. Waarvoor, mede namens onze directeur Theo Koutstaal, hartelijk dank. Vandaar dit bezoekje. En aangezien ik weet dat de Universiteit Utrecht een nogal strak beleid heeft aangaande ‘relatiegeschenken’, hebben we nu geen doos chocola bij ons. Helaas, maar het is niet anders.”
Jeroen glimlachte. “Dan drink ik wel een borrel extra tijdens de receptie na jullie verdediging, Joline. Mét een blokje oude kaas.” Jolien lachte. “Da’s prima. Ga ik je aan houden, Jeroen.”

Ze begonnen, ondanks dat het bezoekje ‘informeel’ was, even later tóch over economie. En dat ging nogal diep. Het gevolg was dat ik er een beetje bijhing, en dat zag Jeroen na een paar minuten. “Ehh… Joline: ik geloof dat jouw echtgenoot zich een beetje als derde wiel aan de wagen voelt. Sorry, Kees.” Ik knikte. “Ik zat me al af te vragen of Google niet een vertaalprogramma voor niet-economen had. Zou ik best blij mee geweest zijn tijdens jullie gesprek. Echt Jeroen, ik weet best wel wat van economie, zeker sinds ik die knappe dame hier ken, maar sommige zaken gaan echt ver boven m’n pet. Doe mij maar een sterkteberekening van een nieuw te bouwen brug over de Merwede. Liefst bij Gorinchem, want die ouwe brug… Véél te smal.”
Hij knikte. “Ja, dat is een vakgebied waarbij ik met de mond vol tanden sta… Enfin, ieder z’n vak. Joline: Wij zetten dit economisch dispuut in het nieuwe jaar nog wel een keer voort. Ik ga jullie er uit zetten, want over een half uur heb ik m’n laatste college van dit jaar.” Hij keek even gemeen. “En iedereen die dan zit te knikkebollen, krijgt een paar pittige vragen voor zijn of haar kiezen!” Ik moest lachen en wees op Joline. “Jeroen: mijn lieve echtgenote verdacht jou ervan dat je gedachten kon lezen. Je viste tijdens je colleges feilloos de studenten er uit die hadden zitten lamballen. Hoe doe je dat?” Hij keek demonstratief om zich heen en legde toen zijn vinger op zijn lippen.
“Niet verder vertellen, maar… Je kunt het aan de oogbewegingen zien. Als een student mij volgt tijdens colleges, niet alleen met de ogen maar met zijn hoofd, let hij of zij op. Volgt hij of zij alleen met de ogen, dan is de aandacht al wat minder. Volgt hij slechts af en toe, dan pik ik betrokken student er uit met een scherpe vraag. En oh wee als hij of zij dan zit te schutteren!” Joline knikte. “Ik geloof dat ik daar regelmatig een demonstratie van heb mogen volgen…” Jeroen keek haar aan. “Jij hebt niks te klagen. Margot en Charlotte Bongers ook niet. Jullie heb ik nog nooit kunnen betrappen op sufheid tijdens mijn colleges. Hoewel… één keertje, je eerste collegedag na je huwelijksreis. Maar goed, dat begrijp ik nu wel, nu ik je echtgenoot gezien heb.” Ik gniffelde en stond op. “Dank je wel voor het compliment. Kom dame, we gaan richting Veldhoven. Er staat straks een organiste op me te wachten en voor die tijd wil ik graag nog wat eten.”

We namen afscheid en in de auto zei ik: “Mooie vent. Zonder dollen: ik begrijp nu waarom je met veel plezier naar zijn college’s ging.” Joline humde instemmend. “Hij is streng, maar geeft op een fantastische manier les. Vorig jaar, toen we het eerste college van hem kregen… Die twee uren vlógen voorbij. Helaas zijn er andere hoogleraren die weliswaar briljant zijn, maar de stof veel minder goed over kunnen brengen.” Ik bromde: “Ja, en dan ligt studerend Nederland te gumminekken… Ik ken dat. Zowel vanuit het standpunt van de student, maar ook vanuit het standpunt van een universitair docent. Maar ik had wel wat dingetjes waarmee ik zo’n meurbaal wakker kreeg…”
Joline keek vragend en ik vervolgde: “Ik was redelijk geroutineerd in het gooien van gummetjes. Ik had er meestal wel een paar in m’n zak. En als er dan iemand zat te knikkebollen legde ik dat gummetje demonstratief op mijn tafel. Meestal was dat voldoende om iemand de meurbaal wakker te laten schudden. En zo niet…” Joline giebelde. “Dan werd hij wakker gemaakt door een vliegend stuk vlakgom? Fijne docent was jij, zeg.” Ik knikte. “Ja. Zo subtiel als wat, zeker als ik een stel ouderejaars voor me had. Die college’s vonden meestal plaats in een technische ruimte of in een kleine vergaderzaal. Niet in zo’n groot auditorium.
Een van de eerste keren dat ik het deed was aan een groepje studenten die twee jaar op me achterliepen. Vijfdejaars dus. En een paar van de heren waren nog niet zo onder de indruk van meneer Jonkman en dachten dat ze hun kater even konden uitslapen tijdens mijn college. Fout. Eén keer gewaarschuwd dat de tafels niet zijn bedoeld om je nog halfbezopen kop op te leggen tijdens een college, maar dat maakte op één van de heren niet zo’n indruk. Even later lag hij weer met z’n kop op tafel. En werd wakker door een stuk rubber wat nogal stevig tegen zijn achterhoofd aan kwam. Vloeken natuurlijk. En die maakte toen plotseling kennis met de voormalig sergeant Jonkman die nogal wat militaire krachttermen op hem losliet. Op verhoogd volume, ongeveer vijftig centimeter van zijn oren. Volgens mij had hij twee dagen later nóg koppijn…”
Joline giebelde. “De arme knul…” Ik snoof. “Zeker weten. Het volgende college gaf Miranda en ik had haar natuurlijk even op de hoogte gesteld. Mevrouw Kamerman heeft hen héél goed bij de les gehouden en de betrokken student heeft geen seconde tijd gehad om in te kakken.” Nu keek Joline twijfelachtig. “Eerst een uur college van jou, en daarna Miranda er achteraan? Strenge universiteit hoor, daar in Eindhoven! Wat vindt het College voor de Rechten van de mens daarvan?” “Geen idee. Maar sinds die dag ging onze reputatie vrij snel rond onder de studenten. ‘Jonkman en Kamerman? Die moet je niet tegen je hebben, want dan heb je een hele slechte tijd hier!’
Ik grijnsde en Joline schudde haar hoofd. “En dan krijg je als student vervolgens ook nog eens onbarmhartig commentaar omdat een werkstuk minimaal 40 kantjes kale tekst moet bevatten… Ik zat vorige week bij Miranda met mijn dissertatie en na een halfuurtje voelde ik me weer een piepklein studentje, ondanks dat het verhaal goed in elkaar zat. Maar dat zei mevrouw Kamerman pas nadat ze me een halfuurtje onder handen had genomen…” “Ik zal je wel wreken meid. Door haar weer eens te laten touwklimmen.”
Joline snoof. “Doe maar. Altijd beter dan haar bij haar voorgevel grijpen, heb ik recentelijk vernomen…” Inwendig moest ik gniffelen. Klimmen zou Miranda sowieso morgen gaan doen… Al kletsend reden we naar huis, waar we rond vier uur aan kwamen. Nog even een bak koffie, daarna blies ik nog een uurtje. Riedeltjes, daarna wat advents- en kerstliederen. Die zouden zondag ook wel aan bod komen. En anders op kerstavond wel. Joline kookte en wat aten lekker rustig. We hadden de tijd. Daarna afwassen, de bugel pakken, Mocca uitlaten en richting kerk…
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Davonnie
Davonnie (29)
Houd jij van vrouwen die open zijn over hun verlangens en fantasieën?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 813 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net