
Ik loop mee naar huis. Tot aan de deur. Daar wacht ze even. Ze neemt diep adem. Maar ze zegt niks. Ik moet wel wat zeggen. ''Was leuk.'' komt er net hoorbaar uit. Ik was zo zenuwachtig van tevoren. En nu zijn die zenuwen opeens weer terug. Ze kijkt alleen even op haar telefoon. Vlug. Om iets te checken. En lacht dan naar me, terwijl ze de sleutel in de deur steekt.
En daar kust ze me opeens. M'n ogen schieten open. Ik blijf staan. Zij heeft de hare dicht en drukt haar warme, volle lippen zomaar tegen de mijne aan. Ik sta er onhandig bij, maar zij ook. Spannend. Ook voor haar. En ik duw dan pas zachtjes terug. Nu wordt het pas warm. Ik had het gewild. Maar niet meer verwacht. Totaal niet zelfs. En zij kust mij dan weer op haar beurt nog iets feller terug, terwijl de deur uit het slot valt en openvalt achter haar.
Ze doet een stapje naar achteren. Maar trekt mij mee, lippen nog steeds op elkaar. Ze gaat op de drempel staan. Iets hoger. Ik ben langer. Nu iets minder lang. Hand in m'n nek. Ze trekt me naar haar toe. Nog iets minder lang. Onze lippen houden het contact. Zachtjes smakkend. Vochtiger. Ik wankel wat. Zij vangt me op. Haar andere hand op mijn heup. De mijne vinden dan de hare. Houvast. Borst tegen borst. De kus wordt veel meer een zoen. Een moment op een moment.
Dan het noodlot. Terwijl het niet meer dan logisch is onder deze omstandigheden, krijg ik zeer onwenselijk een stijve. Dat het niet eerder gebeurde, is een klein wonder te noemen. En ze voelt het meteen. Haar buik drukt tegen de omhoog groeiende bobbel in mijn sportbroekje. Deze kleding houdt niks achter. De kus stopt niet veel later. Ze kijkt me gewoon aan. Haar buik nog steeds tegen mij aan.
''Ik ben alleen thuis.'' fluistert ze dan, en ze doet een stapje naar achteren, naar binnen. Haar hand pakt de mijne.
Achter mij sluit ze de deur. Plots stilte na de klap van de zware deur. Alleen zij en ik, in een te krappe ruimte, in een huis waar niemand anders is.
Ze kust me weer. Geen afwijzing. Handen op m'n borst, buik tegen de mijne, de stijve ertussen. De gang is lang en smal. Kapstok vol jassen, onder de verwarming wat schoenen en laarzen. Achterin een kast voor de voorraad. Wij bij de deur van de meterkast, kussend. En dan weer zoenend.
Haar buik duwt tegen mijn stijve.
Niet per ongeluk. Niet even. Ze blijft staan zoals ze stond, alsof die druk het enige is wat ons nog overeind houdt in die smalle gang. Door het dunne sportbroekje is alles te voelen: de warmte van haar huid, de harde lijn van mij, hoe die lijn groeit terwijl we nog steeds elkaars adem in de mond hebben.
M’n eikel kruipt bijna onder het elastiek vandaan.
Elke keer dat ze iets dichterbij komt, schuift de stof een millimeter. Ik voel de koelte van de gang op die ene plek die net niet meer bedekt is, en daarna weer haar buik, warmer, dichter. Het elastiek snijdt licht. Ik durf niet te bewegen. Als ik dat doe, gebeurt er iets wat ik niet meer kan terugnemen.
Ik laat me erdoor afleiden.
Niet omdat ik het wil. Omdat mijn hoofd leegloopt naar precies daar. De kus wordt slordiger. Mijn mond blijft open tegen de hare, maar ik zoen niet meer goed. Ik voel alleen nog die druk, die bijna-ontsnapping, het feit dat zij dat ook voelt.
Zij merkt het.
Haar lippen stoppen niet meteen. Ze blijven een seconde te lang op de mijne, alsof ze controleert of ze het bij het rechte eind heeft. Dan wordt de kus kleiner. Niet weg. Alleen stiller. Haar buik wijkt geen centimeter.
“Dat geeft niet,” fluistert ze tegen m’n lippen aan.
Geen lach erbij. Geen grap. Alsof ze het zegt zodat ik niet hoef te apologiseren voor iets wat mijn lijf toch al heeft gedaan. Haar adem blijft hangen tussen de woorden. Mijn eikel ligt nog steeds te hoog, te zichtbaar, te hard tegen haar aan. En ze stapt niet terug.
Haar hand zakt af tussen ons in.
Niet meteen naar binnen. Eerst alleen naar beneden, langs mijn borst, mijn buik, tot ze stilhangt in de krappe ruimte die onze lijven overlaten. We kijken ernaar. Allebei. Alsof die hand van iemand anders is en wij alleen mogen toezien wat ze gaat doen.
Ik hijg als ze hem erop legt.
Geen pakken. Leggen. De volle warmte van haar palm op de stof, precies waar ik het hardst ben. Haar vingers zoeken de contouren, volgen de lijn van de schacht zonder haast, alsof ze eerst wil weten hoe hij ligt voordat ze iets anders durft. Het broekje is te dun. Ze voelt alles. Ik voel dat ze alles voelt.
“Ik vind je erg leuk,” fluistert ze tegen m’n lippen.
Geen kus erbij. Alleen die zin, zo dichtbij dat ik hem meer proef dan hoor. Haar hand beweegt nog steeds niet. Alleen haar vingers, heel licht, om de vorm.
“Bedankt voor vandaag.”
Ze slikt het weg, zachter. Alsof het tweede zinnetje het eerste ongedaan moet maken. Of juist erger moet maken. Haar keel beweegt. Mijn heupen willen naar voren. Ik houd ze tegen de muur.
Dan draait haar hand.
Niet weg. Om. In dezelfde beweging glijdt ze onder het elastiek van mijn korte sportbroekje, huid op huid, haar knokkels die het bandje optillen net genoeg om eronderdoor te kunnen. De koelte van de gang verdwijnt. Haar vingers zijn warmer dan ik had gedacht.
Mijn mond opent zich verder.
Er komt geen woord uit. Alleen lucht. Haar zachte vingers vormen zich rondom mijn harde schacht — niet stevig, nog zoekend, alsof ze de maat nog niet kent — en ik kreun als ze sluit. Niet hard. Alleen omdat er niks anders overblijft.
Haar hand drukt zich tegen het harde van mijn erectie aan.
Niet wrijven. Drukken. Alsof ze eerst wil voelen hoe vast hij staat voordat ze iets met hem doet. Haar vingertoppen liggen langs de lengte, elk een klein punt van druk, van de basis omhoog tot waar de huid strakker wordt. Haar palm duwt de voorhuid iets naar achteren. Niet in één keer. Een paar millimeter. Genoeg om de rand van de eikel vrij te laten komen in haar hand.
De hitte is onweerstaanbaar.
Niet alleen de mijne. De hare ook. Haar huid is vochtig van de jog, warm van de gang, en opeens is er niks meer tussen ons in behalve die ene beweging. Ik voel de slag van mijn eigen hart in haar greep.
Ze kijkt me aan.
Grote ogen. Niet geil, niet speels. Peilend. Alsof ze in mijn gezicht probeert te lezen of dit nog mag. Of ik nog ademhaal. Of ze moet stoppen.
Ik kijk haar voor mijn gevoel alleen maar dom aan.
Mijn mond staat open. Ik hijg harder, te hard voor hoe weinig ze doet. Ik probeer het te bevatten: dat het haar hand is, hier, in deze gang, na een date waarop ik haar hand niet eens durfde te pakken. Mijn knieën doen niks betrouwbaars meer.
“Zo hard…” fluistert ze kinderlijk zacht.
Geen compliment. Meer verbazing. Alsof ze het niet had verwacht zo voelbaar te vinden. Ze verschuift haar hand naar onderen, vingers een kom onder de basis, en houdt hem zo. Mijn erectie ligt erin. Zwaar. Te zichtbaar. Indrukwekkend op een manier waar ik niks van kan vinden behalve schaamte en het feit dat ik niet wil dat ze haar hand weghaalt.
Ze doet een klein stapje achteruit.
Net genoeg om ruimte te maken. Niet genoeg om weg te gaan. De druk van haar buik verdwijnt en opeens is er lucht om mijn broekje, om de tent die het elastiek al bijna niet meer houdt. Haar hand zit er nog onder. Ze kijkt naar beneden, naar wat ze gaat doen, en dan naar mij, alsof ze toestemming vraagt zonder de vraag uit te spreken.
Ze haalt hem eruit.
Voorzichtig. Het bandje over de eikel, de schacht die veert als hij vrijkomt, te plots bloot in de koele gang. Haar lippen drukken hard op elkaar als ze hem ziet. Geen “wauw”. Geen grap. Alleen die samengeknepen mond, een seconde te lang, alsof ze haar gezicht in bedwang moet houden.
Ze kijkt me nerveus aan.
En lacht stil. Zonder geluid. Alleen haar ogen, en een trekking bij haar mondhoek die net zo goed schrik kan zijn als iets anders.
Nooit gedacht dat dit zou gebeuren.
Niet vanochtend. Niet toen we gingen hardlopen. Niet toen ik achter haar aan liep omdat ik het einde van de date wilde rekken. En zij ook niet, geloof ik. Er zit niks geoefends in hoe ze kijkt. Alleen het feit dat ze niet wegkijkt.
Ik kijk haar aan. Ogen vol ongeloof.
Mijn handen zoeken de wanden. Links de meterkast, rechts de andere kant van de gang, vingers plat tegen het stucwerk. Ik heb niks anders om vast te houden. Als ze het elastiek er helemaal overheen trekt, zakt het broekje tot onder mijn ballen en is er niks meer te verbergen. De stilte na de voordeur is opeens veel te groot.
Ze laat een hand op m’n buik liggen.
Warm. Stil. Alsof ze me daar houdt. De andere hand sluit om mijn schacht. Goede grip, niet hard, gewoon zeker genoeg om te voelen dat ze hem niet meer kwijt wil. Dan begint ze. Gestaag. Omhoog, naar beneden, de huid die meegaat, de eikel die steeds weer in haar vuist verdwijnt en weer tevoorschijn komt.
Zij en ik in deze gang.
Geen date meer. Geen joggingronde. Alleen mijn erectie en haar hand, en het geluid van haar huid over de mijne, te luid voor een huis waarin verder niemand is.
Ik weet niet of ik iets terug moet doen.
Mijn handen zitten nog tegen de muur. Ik zou haar haar kunnen aanraken, haar schouder, haar wang. Ik doe het niet. Elke keer dat haar vuist over me heen gaat, reageert mijn lijf eerder dan ik: heupen die een millimeter naar voren willen, buik die zich spant, adem die hapert.
Ook als ze van hand wisselt.
Links wordt rechts. Even is hij bloot in de koude gang, glanzend van haar huid, en dan sluit de andere hand om hem heen, iets onzekerder, alsof die hand de maat nog moet leren. Ze kust me. Niet diep. Alleen lippen, terwijl beneden alles doorgaat. Ik proef haar adem en voel haar pols bewegen en kan die twee dingen niet tegelijk bevatten.
Dan zakt ze.
Niet in één beweging. Eerst haar mond van de mijne, dan haar blik naar beneden, dan haar knieën. Ik slik. Zij ook. Haar keel beweegt op dezelfde hoogte als mijn heupen. Ik wil nog zeggen dat het niet hoeft. Dat dit te veel is voor een eerste date. Dat ze mag stoppen.
Haar hand blijft door bewegen.
Ook als ze er recht voor zit. Alsof stoppen nu erger zou zijn dan doorgaan. Ik kan niks zeggen. Mijn mond is open, maar de zin is al weg. Ik wil het al niet meer zeggen.
Haar hand stopt pas als haar lippen contact maken.
Geen mond vol. Alleen de zachte druk van haar mond op de eikel, een kus meer dan iets anders. Ze houdt hem stil. Kijkt niet omhoog. Kust nog eens. Geeft een klein likje aan de onderkant, van de naad omhoog tot de rand, te kort om het een echte beweging te noemen.
Dan trekt ze me weer af.
Langzaam. Haar mond is weg, haar ogen niet. Ze kijkt of het goed was. Of ik het verdragen kan. Of ze het nog een keer mag doen. Ik knik niet. Ik schud ook niet. Ik blijf alleen tegen de muur staan, met haar op haar knieën in de gang van een huis uit de nette buurt, en wacht af wat ze met die blik besluit.
Ik dacht vandaag alleen mijn eerste date ooit te hebben.
Hardlopen. Kletsen. Haar huis. Klaar. In plaats daarvan zit ze voor me op de grond, in de gang, met mijn erectie in haar hand en haar adem ertegenaan. We gingen gelijk verder. Verder dan ik zou durven dromen. Verder dan ik vanochtend voor mogelijk hield toen ik mijn schoenen vastknoopte.
Iets zegt me dat zij dit ook niet gepland had.
Er zit geen routine in. Geen tempo dat ze al kent. Haar hand beweegt wel, omhoog en omlaag, maar niet vlot — meer zoekend, alsof ze steeds opnieuw moet voelen hoe hard hij is en hoe ver haar vingers eromheen passen. Af en toe wisselt ze. Even de andere hand, even wennen, dan weer terug. Alsof geen van beide handen het alleen aandurft.
Ze kijkt gespannen.
Niet naar mijn gezicht. Naar wat ze doet. Haar wenkbrauwen staan een beetje samen, haar mond is half open, alsof ze zelf ook nog moet beslissen of dit bij haar past. De kus die ze af en toe op m’n eikel drukt is onwennig. Te droog, of juist te nat, te kort, te recht op de top. Geen show. Een poging.
Waardoor ik weer wil zeggen dat het echt niet hoeft.
De zin komt tot achter mijn tanden. Daisy. Je hoeft dit niet. Ik sluit mijn mond weer. Omdat haar onwennigheid het erger maakt, niet minder. Omdat stoppen nu zou voelen alsof ik haar wegstuur voor iets wat zij is begonnen.
Dan legt ze haar andere hand lager.
Zacht. Geen pakken. Masseren, bijna voorzichtig, mijn ballen in haar warme palm terwijl de eerste hand niet stopt. Het is te veel op twee plekken tegelijk. Mijn buik trekt samen. Mijn handen krassen over de muur. Wat tot nu toe alleen spanning was, wordt opeens een richting.
Mijn orgasme nadert.
Niet omdat ze het goed doet. Omdat ze het doet. Omdat het vanhaar is. Omdat ik al te lang niks heb gezegd, en omdat haar mond weer dichterbij komt terwijl ik nog probeer te bedenken hoe ik haar moet waarschuwen.
Ze blijft zitten als ik klaarkom.
Ze ziet het aankomen. Mijn buik die strakker wordt, mijn handen die harder in de muur drukken, de manier waarop ik opeens stiller ademhaal in plaats van harder. Haar hand vertraagt niet. Ze kijkt omhoog.
“Fuck… Daisy…” hijg ik er vlak voor.
Mijn stem is te luid voor de gang. Haar naam klinkt te intiem voor iemand bij wie ik vanmiddag nog een blaadje uit haar vingers had moeten nemen. Ik zie haar stiekem lachen. Klein. Niet gemeen. Alsof ze het fijn vindt dat ik het niet meer netjes houd.
Daarna opent ze haar mond weer.
Dichterbij. Ze blijft aftrekken, kortere bewegingen nu, en de eikel maakt contact met haar tong — die ze maar voor de helft uitsteekt, onwennig, alsof ze niet weet hoe ver ze hem moet nemen. Geen keel. Alleen warmte. Alleen dat natte vlak onder de top.
Dan spuit ik.
Ik zie de eerste straal haar mond inschieten, te hard, te plots. Ze schrikt. Haar schouders gaan een stukje omhoog, haar ogen worden groter, maar ze gaat niet weg. Het tweede schot ook niet. Het derde. Elk keertje een kleine schok door haar, en telkens blijft ze zitten tot het klaar is.
Haar ogen kijken me aan.
Haar tong hangt verder naar buiten dan ze waarschijnlijk van plan was. Haar mond blijft open. Ik voel haar hete adem botsen tegen de natte huid, tegen wat er nog uitkomt. Ze zit doodstil. Geen slikken nog. Geen bewegen. Alleen ondergaan.
Mijn handen drukken tegen de wanden.
Aan weerskanten. Mijn vingertoppen krassen over het oppervlak, zoeken houvast dat er niet is, tot mijn heupen stoppen met stoten en het laatste eruit is. Klaarkomen in haar mond. In de gang. Met de voordeur op slot achter mijn rug.
Een lik.
Aan de onderkant, langzaam omhoog, over de eikel heen. Dan hoor ik haar slikken. Eén keer. Duidelijk. Het geluid is te gewoon voor wat het is. Even denk ik: dit heeft ze eerder gedaan. Even denk ik: of ze doet nu alsof ze het aankan. Ik weet het niet. Ik ga het niet vragen.
Een dikke kus op de eikel is het slot.
Niet speels. Meer afronden. Daarna bergt ze hem snel weer op — elastiek over de nog gevoelige huid, broekje recht, alsof de netheid van de buurt ineens weer telt. Mijn lijf is nog niet klaar met trillen. Zij wel, in ieder geval vanbuiten.
“Nogmaals bedankt voor vandaag,” fluistert ze.
Schuldbewust. Dezelfde zin als daarnet, alleen zwaarder. Ze kijkt me hierbij niet aan. Haar blik zit ergens bij mijn borst, bij de kapstok, bij de vloer.
Spijt? Of wat is dit?
Ik sla nu helemaal dicht. De woorden die ik buiten nog niet had, heb ik hier ook niet. Moet ik me schuldig voelen? Omdat zij knielde? Omdat ik haar naam zei? Omdat haar moeder vanavond thuiskomt in een huis waar dit net is gebeurd?
Ik zeg niks. Zij ook niet. Alleen die zin hangt nog tussen ons in, te beleefd voor wat haar mond net heeft gedaan.
Even later sta ik buiten. Ik had haar een kus op de mond gegeven. Ik wilde haar bedanken. Maar dat zou zo stom klinken. Dus zei ik maar niets. Ik wist niet meer wat te zeggen. ''Je moet nu gaan. Maar tot snel?'' had ze soort van gevraagd. Eerder onhandig dan hard. Alsof het haar net zo was overkomen als dat ze het mij had laten overkomen. Ik kwam ook niet uit m'n woorden. Ik dacht gewoon een leuke date gehad te hebben met een meisje uit de buurt waar ik al een tijdje een oogje op had. Uit de nette buurt met de grote huizen. Gaat dit altijd zo makkelijk?
-





