78.403 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Mini - 424

Door: Keith

Datum: 07-10-2026 | Cijfer: 9.4 | Gelezen: 147
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 54 minuten | Lezers Online: 6

Vervolg op: Mini - 423

Eenmaal thuis ploften we met een glas fris op de bank neer, allebei redelijk ‘op’. “Het is niet te hopen dat de andere leden van ons clubje ook een muzikale bijdrage bij hun bruiloft willen, Kees. Angelique en Henry, Mel en Rob, Claar en Ton, Margot en Gerben, Charlotte en Rogier… Vijf bruiloften achter elkaar, dat trek ik even niet, hoor.” Joline klonk wanhopig. “Schatje: die lieve zusjes van mij met hun jouw stoere broers zouden toch ook samen trouwen? En de dames Boogman en hun vriendjes toch ook? Dat zijn dus maar drie bruiloften. Waar hebben we het over?” “Dan nog…” mopperde Joline.
Ik trok haar even tegen me aan. “Lekkere blonde moppersmurf van me… Als ze het vragen doen we het gewoon. En dan trekken we een gezicht alsof we bijzonder vereerd zijn, oké?” “Jij hebt makkelijk praten met je bugel. Een beetje blazen en die drie knopjes op dat ding doen de rest. Lekker technisch. Wij zangeressen moeten hard werken, hoor!” “Dat wordt dan ook bijzonder op prijs gesteld door de diverse heren, schat. Je was prachtig toen je aan het zingen was. Ik heb genoten.” Een brommetje was haar antwoord.

Een tijdje hingen we lekker tegen elkaar aan, rustig kletsend, totdat ik geen antwoord meer kreeg: Joline was in slaap gesukkeld. Voorzichtig stond ik op en draaide haar, zodat ze languit op de bank lag. Zo, die was onder zeil… Mocca lag ook te snurken in zijn mand. Nou, lekker waakzaam allemaal. Ik pakte een boek, ging op een stoel zitten en begon te lezen. Even lekker ontspannen, Kees. Hard genoeg gewerkt vandaag…
“Hé snurkerd! Word eens wakker! De halve Oirschotse Heide ligt weer eens om!” Er werd aan mijn schouder getrokken. Ik deed mijn ogen open in een donkere kamer. Hé? Joline stond naast me. “Ik heb je maar wakker gemaakt, Kees. Je lag oorverdovend te zagen.” “Dank je wel schat… Hoe laat is het?” “Bijna half zeven, slaapkop. Ik heb ondertussen Mocca al uitgelaten. Wil je wat drinken?” Ik rekte me uit. “Volgens mij gaat een bakje koffie er wel in, ondanks dat ik geen Rob heet. Even wakker worden hoor.” “Dan ga ik dat lekker maken. Als dank dat je mij zo lief hebt neergelegd.” Joline knipoogde. “Oh, en je telefoon piepte net. Een appje, geloof ik.” Ik griste het ding van tafel. “Eens kijken wie nu weer…”
Inderdaad een appje. Van Greet. ‘Hoi Kees. Helemaal vergeten aan jou, Fred en Ton te vragen: Willen jullie in DT met batons op onze bruiloft komen? De Fanfare is ook zo gekleed en verhip: één van de bruiden ook. En Derk weet het ook al. Hebben Anita en ik het een paar weken geleden over gehad, maar is totaal erbij ingeschoten om het jullie ook te vragen. Sorry! En kun jij dit verzoek ook aan Fred en Ton doorgeven? Dank je wel! Groet, Greet.’

Nou ja zeg… “Schat: de opperwachtmeester wil enig cachet aan haar bruiloft geven. Ze verzoekt vriendelijk doch dringend of de knapste majoors van de Landmacht én een knappe eerste Luitenant zich op haar bruiloft in DT met batons hijsen. En zijzelf loopt ook in DT, de fanfare ook.” Joline begon héél gemeen te giebelen. “Dan weten we in ieder geval wie het haantje is in hun relatie, Kees…” Ik schoot in de lach. “Het DT kan door de dames ook met een rok gecombineerd worden, schat.” Ze keek sceptisch. “Jaja… Zo’n rok tot voorbij de knie met militaire pumps er onder. Guttegut, de vrouwelijkheid straalt er van af… Nót!” “Wie weet geeft de Opperwachtmeester er wel een vrouwelijk tintje aan, schat. Een onderrokje wat er nét onderuit komt of zo…”
Joline bleef sceptisch kijken. “Ik geloof er niks van. De Landmacht kennende zal er vast wel in een of ander voorschrift staan dat dat niet is toegestaan.” Ik zuchtte. “Waarschijnlijk wel. Fantasieloze figuren. Enfin, ik ga de beide heren eens mailen.” “Nee Kees. Bellen. Nu. Stel dat er een jasje nog in de stomerij moet of zo…” “Oké, bellen dan maar.”
Ik tikte Ton z’n nummer in en hoorde, toen hij opnam, nogal wat lawaai op de achtergrond.
“Hé Kees, zeg het eens…”
“Hoi Ton. Ik kreeg net een appje van Greet met het verzoek of wij in DT met batons op de bruiloft verschijnen.”
Even wat het stil. “Wat een rare troela… Zijzelf ook?”
“Ja.”
“Nou, als ik bruid was geweest had ik toch echt wat charmanters aangetrokken. Maar goed… DT met batons dus. Gaan we regelen, Kees. Verder nog iets?” “Nee hoor. Houden jullie mijn lieve zusjes een beetje in toom? Ik hoorde nogal wat lawaai toen je opnam…”
“De meiden hadden weer eens een recalcitrante bui. Rob en ik moeten even ingrijpen.”
“Nou, als de zuster maar niet in actie hoeft te komen en eventuele kwetsuren op de bruiloft niet al te zichtbaar zijn: leef je lekker uit, Ton. Is wel eens goed voor ze.”
Ik hoorde Clara op de achtergrond. “Is dat mijn grote broer, die ons altijd beschermde? Nou, daar is ook niks meer van over…”
Ton gniffelde. “Je hoort ‘t, Kees. Nou, doei!”
En hij hing op.

“Ik hoop dat de burgemeester van Wageningen een peloton ME achter de hand heeft. Als mijn lieve zusjes recalcitrant zijn…” Joline haalde haar schouders op. “Een beetje fors formaat dopsleutel doet wonderen, Kees. Heeft Rob wel ergens in zijn kasten liggen, denk ik. Bel Fred nou maar, dan hebben we dat ook achter de rug.” Even later had ik hem aan de lijn. Hij reageerde kalm.

“Ik had er al stiekem rekening mee gehouden, Kees. Greet is best trots op haar uniform. Ik zal zorgen dat al het koper gepoetst is.”
“Prima, Fred. En hoe is het in Rhenen? Lekker een beetje aan het vakantie vieren?”
“Ik wel, Wilma nog niet. Die heeft nog twee avonddiensten: vanavond en morgenavond. Daarna is het voor haar ook vakantie. Gaan we van genieten.” “Prima, doen wij ook. Groeten aan je meissie, Fred.”
“Zal ik doen. Geef jij Joline maar een knuffel uit mijn naam.”
“Zal ze op prijs stellen. See you!”

Ik legde de telefoon weg. “Zo. Ook weer geregeld. Als de opperwachtmeester hen nou meegenomen had in haar appje…” Joline zette twee mokken koffie op de tafel. “Da’s té praktisch voor een vrouw, Kees. Zo zitten wij niet in elkaar. Geef de opdracht aan één vent; die zorgt er wel voor dat de rest van de meute het ook hoort. ‘Delegeren’ heet dat. Zijn we goed in. En nu: koffie.” Ze lachte me uit en ik zuchtte maar weer eens. Na de koffie kookte ik en zo ging de rest van de avond rustig voorbij: eten, afwassen, Mocca uitlaten, koffie en om een uur of tien kwam de man met de hamer. “Zullen we gaan slapen, Jolien? Ik ben een beetje brak van dat getoeter…” “Goed plan, Kees. Ik heb het ook wel gehad. Lekker slapen. Morgen overdag nog even rustig, ’s avonds wordt het weer spannend. Kerstnachtdienst. Lekker blazen, mooie vent. Als het net zo gaat als vorig jaar…”
Ik knipoogde. “Alleen dan zonder ‘Amazing Grace’, schat. Hoewel… Jouw moeder is erbij. Dan heb je de ‘grace’ al te pakken. Het deeltje ‘amazing’ volgt als ze je een pets om je oren heeft gegeven.” Joline keek misprijzend. “Een naar mannetje ben jij, Kees Jonkman. Mijn lieve moeder zó te omschrijven. Kom, naar bed. Om de een of andere reden is dat toch wel lekker met jou.” Een kwartiertje later lagen we lekker warm onder onze dekbedden. “Hoe laat staan we morgen op, Jolien?” Een gaap was de reactie. “We hebben vakantie, Kees. We staan op als we er zin in hebben. En als jij morgenochtend nog een rondje wilt lopen: prima, maar hou mij er even buiten, schat.” “Oké… Dan nu lekker slapen, meissie van me.” Een lange kus volgde en even later draaiden we ons om. En het werd stil in huize Jonkman. Behalve een bonk van Mocca in zijn mand hoorde ik daarna niks meer.

Maandagochtend verliep bijna gezapig. We werden om acht uur wakker, Joline maakte een bakje thee wat we op bed opdronken. Even douchen daarna lekker rustig en ontspannen ontbijten. En om tien uur zaten we elkaar aan te gapen. “Nou, ik hou dit wel een tijdje vol, schat. Wát een luxeleven. Ik kijk nu al uit naar mijn pensioen.” Joline bromde: “Dat zou je wel eens vies tegen kunnen vallen, meneer Jonkman. Elke ochtend die steunkousen aantrekken…” “Dan ga ik vanaf vandaag oefenen met je panty’s, schat. Tegen de tijd dat we beiden met pensioen zijn, kan ik het misschien wel.” Joline mopperde: “Niks ervan. Mijn panty’s trek ik zelf wel aan. Als jij het doet, duurt het veel te lang of er zit een gat in. Kost veel te veel. En nu gaan we even opruimen, Kees. Vanavond hebben we in ieder geval één veeleisende logé: ene professor Boogers, vrouwelijk type. En die andere logé, Dr. Boogers is wellicht wat minder veeleisend op het gebied van het huishouden, maar die stelt het wel op prijs als hij in een schoon opgemaakt bedje kan slapen.”
Kortom: we maakten het appartement even goed schoon. En wat ik niet zo vaak deed: ook de studeerkamer. Daar was het soms nogal een rommeltje van aantekeningen van projecten die ik op diverse stapeltjes bewaarde. Die kregen nu allemaal een paar gaatjes van de perforator, waarna ik ze, door tabbladen gescheiden, in een ordner opborg. Tekenbord schoon en voorzien van nieuw papier, whiteboard ook schoon, bureau opgeruimd… Om twaalf uur kwam Joline binnen en die floot even.
“Zóóó… Zo netjes heb ik het hier nog nooit gezien, Kees!” Ik knikte. “Klopt. Was ook even nodig. Ik vond zelfs nog aantekeningen van het eerste, grote project wat de Piraten onder mijn leiding hebben afgerond. Die order van veertig miljoen. Dat is nu vrijwel gereed; één offshoreplatform moet nog gereviseerd worden; die ligt in februari voor anker in de Botlek. In maart moet hij klaar zijn en dan krijgt DT het laatste beetje geld.” Joline knikte. “Ja, dat weet ik. Acht miljoen euro staat er nog open.” Ze knuffelde me even. “En dat heb jij voor elkaar gebokst, Kees.” Ik schudde mijn hoofd. “Nee schat. Dat hebben de toenmalige Piraten samen gedaan. Henk, Henry, André, Frits en ik, met Gonnie als financiële steun en toeverlaat. Het eerste project wat meer dan twintig miljoen besloeg. En daarna is het balletje vrij snel gaan rollen, schat.” Ze knikte ondeugend. “Ja. Meerdere balletjes zelfs. Zeker de avond nadat die Engelsen hun contract tekenden.”
Ik knipoogde. “Kort en goed: als jouw pa mijn werk- annex studeerkamer wil bekijken: hij is welkom. Ik heb ‘m grondig gecontroleerd zodat er niet nog een vergeten slipje van Irene rondslingert.” Joline keek smerig. “Eten! Ik heb twee eitjes gekookt.” Even daarna zaten we lekker te lunchen. “En na het eten ga ik boodschappen doen, Kees. Met de auto. Want we moeten voor drie dagen en vier personen in huis hebben.” Ik trok een gezicht. “Verhip… Niet bij nagedacht, schat. Moet ik meegaan voor het betere sjouwwerk en zo?” “Hmm… dat zou wel prettig zijn, maar moet jij niet nog even studeren? Lijkt me wel zo slim.” Verrek… ze had wel gelijk… Joline glimlachte. “Bel Brecht maar op om samen nog even alles door te nemen. En neem dat arme kind daarna maar hier naartoe, als ze wil. Hetzelfde riedeltje als vorig jaar: Goeie kleren meenemen voor de kerkdienst, hier eten, nog even uitbuiken en dan naar de kerk.” Ik knikte. “Zoals gewoonlijk ben je weer briljant, Jolien. Ik zou bijna ‘op routine’ gaan blazen vanavond.” “Bel Brecht zo meteen maar op. Ik regel die boodschappen wel. Ik wil op 2e kerstdag nasi eten, Kees. Geen liflafjes, jouw nasi.”
Ze lachte ondeugend. “Met jouw sambal. Kijken of Pa daartegen bestand is.” “Koop dan gerust ook een sixpack bier, schat. Weet je reactie van Nadia nog? Die zoop bijna een compleet flesje bier leeg na haar tweede hap…” We gniffelden als samenzweerders. Na het eten belde ik Brecht.

“Samen nog even alles doornemen, Brecht. Goeie kleren meenemen, daarna bij mij instijgen, bij ons thuis eten, uitbuiken en rond negen uur weer in de kerk zijn. Hoe denk je daar over?”
Er klonk een aarzeling. “Op zich een prima plan, Kees, maar…” Ze zweeg.
“Wat ‘maar’, Brecht?” “Kunnen jullie een extra eter aan?”
Een extra eter? Wat… “Ehhh… De ouders van Joline eten hier ook Brecht. Die logeren tijdens de kerstdagen bij ons, dus nóg een extra mondje vullen is geen probleem. Maar mag ik weten wie?”
Ze giechelde. “Bert.”
Ik zat even stuk. “Bert de bassist?”
“Ja. De kogel is door de kerk, Kees. Sinds gisteren zijn wij een stelletje.”
“Gefeliciteerd, meid. En je gooit het arme jong meteen maar voor de leeuwen? Eten bij Kees en Joline? En niet te vergeten de ouders van mijn lieve echtgenote? Ik hoop dat Bert een beetje incasseringsvermogen heeft. Als mijn schoonmoeder los gaat…”
“Is dat zo’n heks dan?”
Ik gniffelde. “Nee hoor. Maar mevrouw professor Boogers, Tony voor intimi, is een zeer scherpe dame. Normaal hartstikke lief, een schat van een vrouw, totdat je rot doet tegen haar enige dochtertje. Of haar aanspreekt met ‘lieve schoonmoeder’. Dan zijn de rapen gaar en loop je met een knalrood oor rond omdat ze heeft uitgehaald.”
“En dat doet ze bij Kees regelmatig, Brecht!”
Joline keek op van haar boodschappenlijstje.
Droog klonk: “Nou ja, ik hoef haar niet aan te spreken met ‘lieve schoonmoeder’. Dat scheelt weer. Ehh… Kees: over een uurtje in de kerk, is dat goed?” “Prima, meid. Komt Bert meteen mee?”
“Wat dacht je zelf, Kees?” “Oké, oké… ik vraag het maar… Tot straks!”

Ze hing op en ik keek Joline aan. “Nou, het volgende stelletje is een feit, schat. Gelukkig zal het nog even duren voor ze gaan trouwen, dus je stem heeft nog even rust.” Joline zuchtte. “Kees Jonkman, soms ben je écht een etter van een vent. De jongelui hebben sinds gisteren verkering en jij begint meteen over trouwen? Doe dat niet waar ze bij zijn, Kees. Een beetje plagen mag, maar ga ze niet op hun huid zitten.” Ze keek waarschuwend. “Anders schakel ik Ma in, denk er aan!” Ik greep een oor. “Alsjeblieft niet, schat…” Ze snoof en ging verder met haar boodschappenlijstje. Drie kwartier en een knuffel later ging ik naar de kerk. Joline stapte in de Mini richting supermarkt. “Op de fiets gaat me niet lukken, Kees.” Mocca bleef met een kluif thuis. Die zou deze dagen genoeg aandacht krijgen: van Bengel, Tony, Rob Sr. en van ons…
Bij de kerk stonden twee fietsen, waarvan ik er eentje herkende als het stalen ros van Brecht. En de ander was een herenfiets, dus die zou wel eens van Bert kunnen zijn. In de hal was niemand. En ik hoorde nog geen orgel. Zouden de boefjes op de orgelgalerij zitten zoenen? Zachtjes deed ik kerkdeur open en sloop naar binnen. Inderdaad hoorde ik op de galerij zachte stemmen, dus de jongelui waren boven. Heel voorzichtig sloop ik de trap op, de 8e trede vermijdend omdat die kraakte. Uiterst langzaam kwam ik omhoog toen ik de bovenste helft van de trap bereikte; geen snelle bewegingen, want het perifere zicht van het menselijk oog registreert dat meteen. Gelukkig brandde alleen de lamp boven de speeltafel en bleef het trapgat redelijk in duister gehuld. Brecht zat op de orgelbank, Bert stond er naast, zijn rug naar me toe. En ze waren niet aan het knuffelen; Brecht instrueerde hem hoe hij moest registeren.
De accentueerstift deed goede zaken, ze waren serieus bezig. Oké, dan ook maar niet wachten tot ik ze zou betrappen op een zoen; dat zou flauw zijn. “Wat zijn jullie serieus bezig samen!” Bert maakte bijna een sprong van schrik, Brecht liet haar accentueerstift tussen de pedalen vallen. “Kees! Enge vent! Ons zo besluipen… Ben jij gek…” Brecht keek me boos aan.
“Nee, ik ben niet gek. Ik ben van de Infanterie en sluipen maakt onderdeel uit van het curriculum van de opleiding.” “Nou, sluip dan maar eens tussen mijn pedalen door; daar ligt mijn viltstift ergens.” Bert had me enigszins bleu aangekeken. “Goedemiddag, meneer Jonkman…” Ik wees op Brecht. “Hoorde jij hoe je kersverse vriendin me net noemde? ‘Kees’. En ik verwacht van jou hetzelfde, Bert. Noem me maar meneer als ik opa ben geworden. En by the way: gefeliciteerd met jullie verkering.” Hij lachte wat verlegen. “Dank je wel. Het is nog even wennen, maar goed…” “Ga dan maar snel door met wennen, Bert… Zie jij die viltstift ergens?” Brecht klonk nuffig. Even later viste Bert het ding tussen de pedalen uit en overhandigde hem aan Brecht. “Dankjewel, schat.”
Ze gaf Bert een kort zoentje op z’n wang en de knul werd rood. “Nou mevrouw… Iets enthousiaster mag ook wel hoor. Je vriendje is letterlijk ‘door het stof gegaan’ voor je: stof wat zich al jarenlang tussen die pedalen heeft opgehoopt omdat jullie organisten altijd te beroerd zijn om je schoenen uit te trekken voor je gaat spelen.”
“Hij went er maar aan dat hij voor mij door het stof moet, Kees. Goeie voorbereiding op een stabiel huwelijk.” Brecht keek triomfantelijk en ik keek Bert aan. “Nou jong, je hoort hoe een huwelijk met deze toonkunstenares er uit gaat zien. Sterkte alvast!” “Sta niet te stoken in een kersverse relatie meneer Jonkman!” Brecht klonk streng, maar ze knipoogde wel. “Pak die bugel van je en ga eens aan het werk! Er zijn een aantal carols en kerstliederen die we nog even moeten doornemen.” “Nounou… het is te merken dat jij een leerling bent van ene mevrouw Zwart. Net zo streng.”

Het volgende uur ging snel voorbij. De diverse kerstliederen passeerden de revue. Brecht legde nét andere accenten dan Greet en ik moest mijn partituren hier en daar een beetje bijwerken. En Bert was druk met registreren; die werd ook aan het werk gezet. Maar het bleek wel dat ook hij een goeie kijk op muziek had én de teksten kende. Hier en daar had hij ook een suggestie om juist een passage ‘forte’ te spelen of juist ‘piano’. Na een uur dronken we een kop thee, daarna gingen we verder. En om vier uur keken we elkaar tevreden aan. “Zo. We zijn er klaar voor, dame en heer. Orgel uitschakelen, spullen pakken en bij mij instijgen. Jullie mogen zelf weten of je allebei op de achterbank gaat zitten of dat er eentje naast me komt, maar als jullie de achterbank gaan bezetten: hou er rekening mee dat ik een nogal goeie achteruitkijkspiegel heb.”
Brecht zei: “Poeh! Hoor hem…” Maar zij liet Bert naast me zitten en dook zelf achterin. Een paar weekendtassen gingen mee. Eenmaal thuis zag ik de auto van Rob Sr. al op de parkeerplaats staan. “Oké jongens… mijn schoonouders zijn er ook al. Die logeren deze dagen bij ons. Hou er rekening mee dat de conversatie soms wel eens ‘gepeperd’ kan zijn; we houden ervan om elkaar te plagen. Maar het zijn heerlijke mensen, allebei.” Wachtend op de lift vroeg Bert:
“En wat doen jouw schoonouders, Kees?”
“Mijn schoonvader Rob is academisch docent aan de Radboud universiteit in Nijmegen. Hoofdvak: Geologie. Mijn schoonmoeder Tony is hoogleraar aan dezelfde universiteit, maar een andere faculteit; zij is hoofd van de deelfaculteit ‘Plant Molecular Physiology’. Weet vrijwel alles van wat zich in een plant afspeelt. En het grappige is: in hun huis in Malden houdt Rob de tuin bij. En da’s een behoorlijke lap grond. Tony doet daar niets in, behalve op een tuinstoel in de zon liggen, als het een beetje fatsoenlijk weer is. De planten binnen, ja, da’s haar specialiteit. En er is altijd iets wat bloeit in hun woonkamer. Verder maken jullie kennis met hun persoonlijke waakhond Bengel. Een grote Duitse herder. Laat hem maar even aan jullie snuffelen, maar geef hem geen aandacht. Bowie trouwens ook niet. Als hij jullie erkent als ‘goed volk’, merk je dat vrij snel. Zo niet, merk je dat ook vrij snel. Met een hap uit je dijbeen of zo.” Ik lachte gemeen.
Eenmaal boven opende ik de deur en meteen hoorde ik twee honden blaffen. De wat zwaardere blaf van Bengel klonk over het iets schellere blafje van Mocca. “Nou, de beestenboel is los, zo te horen… Zet jullie weekendtassen maar neer en hang je jassen op; daarna gaan we naar binnen. Kóm!” Ik deed de kamerdeur open en werd bijna door Bengel besprongen. En Mocca deed ook mee. “Hé Bengeltje… Wacht maar even jij, eerst Rob en Tony begroeten voor ik helemaal afgelebberd wordt…” Ik gaf Rob een hand, Tony een knuffel. “Hoi allebei! Leuk dat jullie er zijn en samen met ons kerst willen vieren. Gezellig… Hoi schatje.”
Ik gaf Joline een knuffel. “En dit zijn Brecht en Bert. Brecht is de nieuwe organiste in onze kerk, ook een leerlinge van Greet; Bert is sinds één dag haar vriend. Speelt bijzonder goed basgitaar, hebben we al een paar keer gehoord. Jullie gaan Brecht vanavond nogal uitgebreid horen; Bert doet de registratie op het orgel. Brecht, Bert: dit zijn Tony en Rob Boogers, de ouders van Joline. Dit om de term ‘schoonouders’ maar even te vermijden; ik heb geen zin om nú al een klap voor m’n kop te krijgen.”
Tony keek me al dreigend aan, Rob grinnikte. Ze gaven elkaar een hand. “Jullie zullen wel een beetje afgedraaid zijn jongelui… Wat willen jullie drinken?” Joline nam de leiding. Even later zaten we rond de tafel en mochten de hondjes kennis komen maken. Bengel snuffelde even, maar hield vervolgens wat afstand, Mocca snuffelde ook, maar ging vervolgens naast Bert lekker op z’n rug liggen als uitnodiging: ‘Aai mij!’ En toen Bert dat niet deed, wisselde Brecht met hem van plaats en knuffelde Mocca nogal uitgebreid. Joline knipoogde naar mij. “Ben je nu aan het oefenen, Brecht, of het geoefende in praktijk aan het brengen? Hoe dan ook, Mocca geniet er wel van, zo te zien…”
Brecht was niet op haar mondje gevallen, dat wist ik, maar haar antwoord verraste zelfs mij. “Nee Joline, ik heb goed opgelet toen Kees en jij even aan het knuffelen waren…” Joline keek haar nogal nadrukkelijk aan. “Kijk je uit, dametje? Het zou zo maar eens kunnen dat je uitglijdt op die mooie orgelbank van je…” We lachten haar uit. Het was de opmaat voor een gezellig gesprek. Brecht vertelde over haar studiekeuzes: eerst HBO-P afmaken, volgend jaar in deeltijd naar het conservatorium. En Bert bleek in het 2e jaar Bachelor Automotive Technology aan de TU Eindhoven te studeren. Tony en Rob konden goed met ze opschieten en Brecht en Bert lieten in de loop van het gesprek hun aanvankelijke verlegenheid ook wat los. Toen Joline en ik gingen koken, zaten ze in een pittige discussie over Brecht’s studiekeuze.
“Laat ze maar even aan pa en ma over, Kees”, zei Joline zachtjes. “Gaat goedkomen.” “Ja, dat vinden Mocca en Bengel ook wel, schat…” Bengel werd geaaid door Bert, Mocca door Brecht. Totdat… Mocca rook dat er vlees gebraden werd. Een bruine neus kwam de keuken in. “Mocca, back.” Joline klonk beslist. “Kleedje!” En waarschijnlijk hevig in zichzelf mopperend op die strenge bazin, trok Mocca zich terug. Inderdaad op zijn kleedje. En Bengel ging er solidair naast liggen. Neuzen tegen elkaar, af en toe een lik…
“Mooi om te zien, Tony”, hoorden we Brecht zeggen. “Bengel is ook een lieve hond, Brecht”, antwoordde Tony. “Ja, ze ziet er vervaarlijk uit en als je bij zonder onze toestemming bij ons huis binnen wil komen, kijk je tegen een paar opgetrokken lippen aan met een paar scherpe hoektanden. En dan wil je maar één ding: zo snel mogelijk de poort van de tuin achter je dicht trekken. Maar als jij lid bent van haar roedel is Bengel een prima hond, Brecht. Lief, aanhankelijk én een prima beschermer. Ik laat haar vaak ’s avonds laat nog even uit, samen een stukje lopen… Nog nooit last gehad van opdringerige types.”
Ze zweeg even en vervolgde toen een beetje ondeugend: “Behalve als ik ’s avonds in m’n bed stap.” Rob keek beledigd, Brecht kreeg een beetje rode wangen en Bert keek weg. Joline gniffelde. “Ja, daar heb ik ook wel eens last van, ma. Maar ja, wat doe je eraan? We zijn er mee getrouwd…” Rob keek mij aan. “Volgens mij wordt het weer eens tijd voor een goed gesprek, Kees. Met een borrel erbij. De dames beramen weer eens een staatsgreep.” “Nou, het onderwerp van het gesprek boeit me niet zo, Rob. Die borrel echter…” Tony snoof minachtend.

Tijdens het eten ging de conversatie voornamelijk over de muziek die we zouden spelen. Joline vroeg: “Zingen we vanavond ook ‘Stille nacht’?” Brecht knikte en Joline keek me aan. “Lukt je dat, Kees?” Ik knikte. “Gaat goedkomen, schat.” Brecht keek vragend. “Ik heb niet gemerkt dat jij moeite had met dat lied, Kees…” Ik knikte. “Nu niet meer, Brecht. Maar vorig jaar tijdens de kerstnachtdienst vloog het me plotseling aan. Wij, Joline en ik, hadden de weken voor kerst een nogal gewelddadige periode doorgemaakt. En elf jaar daarvoor had ik de kerstnacht doorgebracht op de flank van een berg in Bosnië, in diepe sneeuw. En via onze voertuigradio had de sergeant verbindingen de uitzending van de Wereldomroep illegaal op onze pelotonsfrequentie doorgezet en hoorden we, midden in de nacht, plotseling Nederlandse kerstliederen.
Dát vloog me allemaal aan, terwijl Greet het eerste couplet speelde. En het tweede couplet zou ik solo spelen… Ik zat bijna te janken, had m’n adem niet goed onder controle. En toen kreeg ik hulp.” Ik wees naar Joline. Die ging verder. “Op dat moment keek ik om, zag Kees op de orgelgalerij staan met hele grote letters ‘HELP’ op z’n voorhoofd. Ik heb ‘m alleen maar aangekeken en een knipoog gegeven.” “En dat hielp, schat. Alsnog, na bijna een jaar, dank je wel.” Ik keek Brecht aan. “Vandaar Joline d’r vraag, Brecht.”
Ze knikte. “Goed om te horen. Zal ik je ook een knipoog geven voordat je aan het tweede couplet begint?” Ik keek serieus terug, maar hoefde niet te antwoorden. Joline zei: “Ik denk dat je jouw knipoogjes beter aan Bert kunt besteden, Brecht. Niet omdat ik jaloers ben of zo, maar omdat wij aan één blik genoeg hebben om te weten in welke gemoedstoestand de ander is. En met een tweede blik, eventueel aangevuld met een knipoog, kunnen we daar iets aan doen.” Bert zei zachtjes: “Dat is mooi, Joline.” Die knikte. “Wij zijn ‘soulmates’, Bert. Kunnen vrijwel meteen aan de ander zien hoe de vlag erbij hangt.” Ik vulde aan: “Ja. Heerlijk. Over het algemeen. Maar soms ook irritant: dan loop ik met een leuk ideetje rond en vraagt mevrouw Jonkman op een gegeven moment heel liefjes: ‘Wat heb jij op je lever, Kees?’ en dan moet ik weer door het stof…”
Joline knipoogde en zei toen tegen Brecht: “Ik ben Kees z’n lopende bullshit-detector. Best wel handig in feite.” Zo ging de conversatie nog even door totdat ik op m’n horloge keek. “Dame en heer… We gaan ons omkleden en daarna richting kerk. Nog even warmspelen en dan…” Bert knikte. “Goed plan. Waar kan ik me omkleden, Kees?” “Loop maar mee Bert. Brecht krijgt de luxe van de ‘master-bedroom’ met badkamer. Maar ja, de dames hebben meestal wat meer ruimte nodig dan wij simpele heren…” We liepen de voorste logeerkamer in en Bert pakte zijn weekendtas uit. Ik liep de inloopkast in en pakte mijn blauwe kostuum met een witte coltrui. “Geen overhemd met stropdas, Kees?” “Nee makker. Dat zit net te strak om m’n nek. Blaast niet zo lekker. Dit is netjes, maar ook functioneel.”
Hij trok een nette broek aan, overhemd, wél een stropdas. Met de knoop er al in. Toen hij de das aantrok zat het handeltje scheef. “Verdorie…” mopperde Bert. “Wéér die rotknoop verprutst. Nou ja, dan maar zonder stropdas.” “Je hebt niet opgelet bij de praktijkles ‘Dubbele Windsor’? Kom maar hier, kerel.” Ik maakte zijn das los en knoopte hem om mijn eigen nek opnieuw. Toen om Bert z’n nek en ik trok het ding voorzichtig aan. “Zo meneer. Dat ziet er beter uit. Dit was de introductieles en die was gratis; de vervolglessen zijn duurder. Oh ja: en als je voortaan een stropdas koopt, koop dan een langere. Een enkele knoop kan nog wel, maar voor een dubbele Windsor is deze das in feite te kort.” Hij grinnikte. “Goed, meester.” We trokken onze jasjes aan en ik haalde nog een borstel over mijn schoenen totdat ze glommen. “Jij ook, Bert. De puntjes op de ‘I’ zetten. Netjes gekleed, maar met ongepoetste schoenen, dat kan niet.” “Je lijkt m’n vader wel… Die is daar ook nogal fel op”, mopperde hij.
Ik grinnikte. “Ik heb drie jaar als beroepsmilitair rondgerend, Bert. In mijn tijd bij Defensie is de kunst van ‘schoenpoetsen’ tot ambacht verheven. Tegenwoordig, met de nieuwe gevechtslaarzen is die manie er een beetje van af, maar denk er aan: goed gepoetste schoenen staan niet alleen netter, maar zijn ook het behoud van je schoenen. Kom, naar binnen, kijken of jouw meissie al zover is.” Even later kwam Brecht de kamer binnen en Bert z’n ogen rolden bijna uit hun kassen. Ze zag er dan ook prachtig uit: mooi opgemaakt, een rode rok, witte blouse met een rode shawl om haar hals, panty en schoenen met een best hoge hak. “Wauw, Bert… En daar heb jij verkering mee? Meestal heeft mevrouw een nette spijkerbroek en een truitje aan…” Brecht lachte. “Meestal wel. Zeker als de kerk koud is. Maar het zal nu wel warm zijn, dus kan ik me wat ‘gepaster’ kleden, Kees.” Ze keek naar Bert. “En? Like what you see?” Hij zei niets, maar knuffelde Brecht even, trok zich weer terug en zei met een rood hoofd: “Sorry…”
Joline lachte. “Je mag je meisje knuffelen, Bert. Ze heeft zich niet voor niets zo mooi opgetut.” Ik keek naar haar schoenen. “Kun jij met die schoentjes het pedaal nog wel een beetje bedienen, Brecht? Dit lijkt me een prima manier of van een Cis meteen een C te maken…” Ze keek misprijzend. “Die hakken zijn weliswaar wat hoger dan ik normaal draag, maar ze zijn even breed als de rest van de schoen, hoor. Speelt prima. Ik heb ze al een jaar.” “Oké, oké… neem me mijn nieuwsgierigheid niet kwalijk…” “Concentreer jij je nou maar op mijn schoentjes, Kees en laat Brecht en Bert maar voor hun eigen schoenen zorgen. Húp, eruit jullie, dan drinken wij nog een bakje koffie. Om tien voor tien horen we jullie wel.” Ik kreeg een warme knuffel. “Maak er wat moois van, Kees.”

Even later, in de auto, zei Bert uit het niets: “Jij hebt een hele lieve vrouw getrouwd.” Ik knikte. “Dat klopt, Bert. En zij heeft mij aan de haak geslagen. Zij nam het initiatief. Waarom? Ik vraag het me nog steeds af, maar ik ben er uiterst gelukkig mee.” Verder was het stil in de auto; Brecht en Bert zaten op de achterbank tegen elkaar aan en fluisterden af en toe wat. In de kerk was er al beweging; mensen liepen heen en weer om de laatste puntjes nog op de ‘I’ te zetten. Richard stond voor in de kerk toen wij binnenkwamen. “Hé Brecht, Kees… en Bert? Wat ga jij doen, Bert? Volgens mij was er geen plaats in de herberg voor een basgitaar, toch?” Brecht keek ondeugend. “Niet voor z’n gitaar, dominee. Wel voor hem. Op de orgelgalerij.”
Richard glimlachte. “Ik hou ze wel in de gaten, Richard”, ze ik droog, wat me op een boze blik van Brecht kwam te staan. We begonnen met repeteren en ik genoot ervan. De druk en de zenuwen die vorig jaar door m’n kop joegen, daar had ik nu geen last van. Twintig minuten voor de dienst begon zette Brecht het orgel uit. “Zo. Nu even een slokje drinken, eventueel nog naar het toilet… Tien voor ga ik beginnen.” Ze wees op een los A4tje wat ze op de muzieklessenaar van het orgel had gezet. “Geheugensteuntje. Ik speel een ‘festival of carols’. Ik keek op het papier: alleen met de teksten van de eerste regels van kerstliederen. Geen noot te vinden.
“En dat fantaseer jij gewoon even bij elkaar? Ik ben héél benieuwd, Brecht.” “Laat haar maar schuiven, Kees. Ze speelde het gisteren op haar keyboard thuis… Mijn onderkaak hing nog nét aan de rest van m’n gezicht.” Bert sloeg een arm om Brecht heen. Samen liepen we naar beneden, nét op tijd om Tony, Rob en Joline de kerk in te zien komen. En meteen er achteraan Lot, Mar, Gerben en Rogier. En terwijl we met elkaar kletsten, voelde ik een zware hand op mijn schouder. En een grommende stem achter me: “Hé Piraat… geen zootje er van maken vanavond, anders…” Ik draaide me om en keek recht in de ogen van Fred en Wilma. “Hé maat… moet je me weer achter m’n vodden zitten? Kun je het niet laten? Hoi Wilma.” Die glimlachte. “We kregen een telefoontje van Margot. Nou ja, en toen zijn we maar gekomen.”
Brecht en Bert keken naar Fred en Wilma. “Ik zal jullie even voorstellen… Brecht, Bert: dit zijn Fred en Wilma van Laar. Fred is mijn bud uit Afghanistan en nu de ICT-er van DT, het bedrijf waar wij werken. Wilma is zijn lieve echtgenote en de bud van Joline. Samenvatting: als je rot doet tegen Joline of tegen mij, krijg je hen er gratis en voor niks bij.” Bert keek Fred aan. “Ik geloof niet dat ik daarop sta te wachten… Hallo, ik ben Bert van Loon. Sinds gisteren de vriend van die toetsentovenares naast me.” Brecht stelde zich ook netjes voor, maar wenkte toen. “Kóm. Er staat een orgel op me te wachten.”
We liepen naar boven en Bert zei tijdens het lopen: “Afghanistan, Kees?” Ik knikte. “Ja. Lang verhaal. Ga ik nu niet vertellen, anders gaat je meissie over de huppel. Zitten en luisteren, misschien maakt ze er iets moois van.” En dat deed Brecht! Diverse bekende kerstliederen waren te horen, maar ook minder bekende, zoals ‘Carol of the bells’. In Nederland totaal onbekend, maar bijzonder mooi. Ze eindigde om twee minuten voor tien met een fantasie op het lied ‘Komt allen te samen’, wat meteen het intochtslied was.
De kerkenraad kwam binnen, Brecht speelde het slotakkoord en de ouderling van dienst, Jackie Moes, ging op het liturgisch centrum staan. “Gemeente en gasten… Welkom in deze kerstnachtdienst. Fijn dat u hier, zoals onze organiste Brecht net al speelde, ‘allen te samen gekomen bent’…” Ze had weinig mededelingen en kondigde het intochtslied aan. “En dat zingen we staande.” Ze gaf dominee Richard een hand en Brecht keek me aan en knikte. Ik speelde een kort voorspel, wat in feite alleen maar bestond uit de laatste regel van het refrein. Daarna één seconde stilte en samen met orgel en gemeentezang vulden we de kerk met muziek.
Tijdens het couplet speelde Brecht stevig, tijdens de eerste regel van het refrein speelde ik solo, tijdens de tweede regel kwam het orgel er bescheiden bij, en met de derde regel maakte Brecht wat meer decibels. Twee coupletten, daarna sprak Richard het votum en de groet uit zongen we het derde couplet, waarna de gemeente kon gaan zitten. Wauw… Heerlijk om weer eens in een stampvolle kerk te spelen! Sowieso zong men hier prima en was de kerk op ‘gewone’ zondagen ook goed gevuld, maar nu? Er was geen plaats meer in de banken en ik had Gerard al met extra stoelen zien sjouwen.
Mijn technische brein ging weer eens met me op de loop: als er nu brand zou uitbreken... Er zaten twee mensen in een rolstoel in de kerk en de gangpaden waren door de extra stoelen een stuk smaller geworden... De rolstoelen stonden vooraan, dichtbij een nooduitgang, gelukkig. Zang en gebed losten elkaar af, daarna de bijbellezingen.
Natuurlijk uit Lucas 2, het overbekende kerstverhaal. Tijdens de preek beschreef Richard wat geografische details van de reis van Nazareth naar Bethlehem. “Zo’n 145 kilometer, gemeente. Ik ben een aantal jaren terug, als student nog, in Israël geweest en heb samen met studiegenoten ook die reis gemaakt. Uit ervaring kan ik zeggen: het is geen polderlandschap. Onze gids legde uit dat de oostkant van Israel vlakbij een geologische kloof loopt; twee tectonische platen die langzaam uit elkaar schuiven. De Dode Zee en het meer van Tiberias vullen delen van die kloof. Het is nogal woest landschap met grote hoogteverschillen. Wij hebben er een week over gedaan; onze zware bagage werd van B&B naar B&B gereden, wij hadden alleen een rugzakje om met eten en drinken voor onderweg, sliepen in zo’n B&B of een jeugdherberg of in het ‘guesthouse’ van een kibboets. Maria en Jozef moesten maar zien waar ze het moede hoofd neerlegden. Waarschijnlijk hebben ze vaker dan alleen in Bethlehem te horen gekregen dat er geen plaats was in de herberg. En die ezel, die ze bij zich hadden? Waarschijnlijk volgepakt met hun bagage, want ze zouden minimaal 14 dagen van huis zijn. Weinig plaats voor een hoogzwangere Maria, ondanks alle schilders die haar op de ezel portretteerden…” Daarna ging hij op de theologische toer en zakte mijn aandacht een beetje weg.
Zijn ‘seinwoord’ ontglipte me, dus ik werd verrast doordat Brecht op de orgelbank ging zitten en me wat ongeduldig wenkte. Want meteen na de preek moesten wij weer spelen: ‘Hark the herald angels sing’. In mijn opinie het mooiste kerstlied. Vorig jaar had Greet bij het laatste couplet de bovenstem gespeeld. De partij die de Engelse jongenskoren altijd boven de gemeentezang uit lieten horen. Na behoorlijk wat oefenen kon ik die nu uit de bugel halen, en daar keek ik naar uit. Ik blies de bugel schoon en wachtte, samen met Brecht, op het “Amen” na de preek. Dan zouden we meteen en fors de laatste regel spelen als inleiding; daarna de drie coupletten. Het eerste couplet orgel en bugel samen, het tweede couplet alleen het orgel en het derde couplet orgel de melodie en de bugel de bovenstem.
Richard rondde af met de woorden: “… en daarom mag ik u nu ook een gezegend kerstfeest wensen. Amen.” Brecht telde af: 3, 2, 1. En bugel en orgel klonken. Fors. Brecht had vrijwel alle registers uitgetrokken en ik moest ook hoorbaar zijn, dus… Bert hield demonstratief zijn handen voor zijn oren. Tijdens het zingen van het 1e couplet hielden we ons een beetje in, voor het 2e couplet drukte Bert snel vier registers van het orgel in, maar tijdens het tussenspel voor het 3e couplet trok hij die registers weer erbij.
Brecht speelde nu van muziek: de originele partituur die de componist, Charles Wesley, had geschreven. Anders sloeg die bovenstem als een tang op een varken. En ik genóót! Heerlijk om dit zo te spelen! Een jaar geleden had ik dit niet gekund… Brecht speelde geen naspel; het laatste akkoord van orgel en bugel bleef nog een seconde in de kerk hangen. Brecht en ik keken elkaar aan en ik stak een duim op, zij lachte. En Bert zat ook met een brede smile op zijn gezicht.
Een gebed volgde, daarna natuurlijk het ‘Ere zij God’ als slotlied. Staande gezongen. Ik was er geen fan van. Volgens de overlevering was de melodie gecomponeerd door de Pruisische musicus en predikant Franz Albert Schultz, wat het militaire karakter van de muziek wel enigszins zou kunnen verklaren. Enfin, ik hoefde niet het hele lied mee te spelen, slechts een paar regels. Toen de klanken weggestorven waren, gingen de mensen richting uitgang. Brecht zei: “Nog maar even wachten met de 2e Festival of carols...” Ze wees omlaag: het geluid van stoeltjes die ingeklapt werden was nogal nadrukkelijk aanwezig. Toen dat een beetje was weggeëbd, legde ze haar handen weer op de toetsen en speelde ze, net als voor de dienst, uit haar hoofd, nu echter met andere melodieën. En na vijf minuten speelde ze haar laatste akkoord. Bert en ik hadden ingespannen zitten luisteren en kijken.
Toen ze het orgel uitschakelde kwam Bert overeind en gaf haar een zoen. “Ik dacht dat ik aardig met een basgitaar uit de voeten kon, maar zoals jij muziek maakt…” Ze bloosde. Ik deed er nog een schepje bovenop. “Brecht, als er ooit een docent op het Conservatorium het in z’n hersens haalt om dit talent van jou te ‘verbeteren’: geef mij zijn of haar naam en adres en ik ga betrokkene even iets over z’n familie vertellen. Of hij daarna nog een beetje kan lopen… Ik denk het niet.”
Ze moest lachen en wees achter me. Daar stond Richard, de dominee. “Kees, volgens mij heb ik net een preek gehouden waarin het thema ‘Vrede op aarde’ een behoorlijke rol in speelde. En nu sta jij in het voren een van de toekomstige docenten van Brecht te fysiek te bedreigen? Op kerstavond? Ik heb daar een mening over! Ik wilde jullie bedanken voor jullie muziek. Ik heb genoten. Voor in de kerk hoor je écht alle nuances van de muziek en ik prijs me elke zondag gelukkig als Greet, of jij Brecht, of Kees hier speelt. Op een prachtig orgel, een mooie bugel. Dank je wel!” “En vergeet die basgitaar niet, dominee…” Bert keek gespeeld teleurgesteld. “Die heb ik al bedankt, Bert. Tijdens die jeugddienst. Ik heb jou niet horen spelen vanavond.” “Nee, maar ik heb Brecht wél meegeholpen met die knoppologie op het orgel en af en toe mocht de blaadjes omslaan…” Richard gaf hem een dreun op de schouder. “Goed gedaan, Bert! Mag je vaker doen.”
“Dat zal Brecht wel op prijs stellen”, zei ik droog, wat me op vier verwijtende ogen kwam te staan. Richard grinnikte. “Ik ga weer naar beneden. Fijne kerstdagen gewenst!” We ruimden onze spullen op; morgen zou Greet hier spelen, en dan moest de galerij wel netjes zijn, anders kregen we de wind van voren. Brecht pakte een doekje, spoot er wat spul op en maakte de toetsen en de registerknoppen schoon. “Vanwaar die ijver, Brecht?” Ze wees. “Greet wil een schone speeltafel. Een paar weken geleden heb ik dit spul ontdekt in een pianozaak in Utrecht en een flesje meegenomen. Maakt de toetsen en registers prima schoon, maar tast niets aan. Zo kan zij morgen lekker spelen.” We gingen naar beneden, daar wachtte de rest van de kudde. En terwijl we rustig van een kop koffie genoten, kregen Brecht en ik behoorlijk wat complimenten.
Fred legde één zijn kolenschoppen op de schouder van Brecht en bromde: “Hé dame… Wilma en ik komen slechts zelden in de kerk, maar vanavond hebben we genoten. Zoals jij speelt… Prachtig. En je kunt die lompe bud van mij ook mooi in toom houden. Best knap. Complimenten!” Ze kreeg een kleur. “Dank je wel. En mag ik jou wat vragen?”
Fred knikte. “Kees had het erover dat jij zijn bud bent en nu gebruik jij dat woord ook. Hoezo?” Even dacht Fred na en toen zei hij plompverloren: “Als je in een oorlogsgebied elkaars leven hebt gered, word je vanzelf ‘buds’ van elkaar, Brecht. En nu werken we in hetzelfde bedrijf en zijn we nog steeds buds. Want ook hier in Nederland hebben we samen dingen meegemaakt. En nee, die hadden weinig met ‘vrede op aarde’ te maken.” “Misschien juist wel, Fred. Doordat jullie ingrepen was Nederland weer een stukje veiliger.” Joline zei het zachtjes en Wilma knikte.
Fred keek Brecht aan. “Lang verhaal. Té lang voor een mooie kerstavond, na een prachtige kerkdienst. Vraag het te zijner tijd maar eens aan Kees. Zakdoeken meenemen.” Bert keek van Fred naar mij en terug. “Ben ik wel benieuwd naar…” Wilma kapte hem af. “Nu niet. Anders staan we hier om drie uur vannacht nog en de koster wil ook naar huis. Ik trouwens ook. Brecht, Kees: dank jullie wel. En Bert ook wel een beetje.” Ze glimlachte liefjes. “Voor het omslaan van de blaadjes.” Brecht zuchtte. “Kom, liefje. We springen op de fiets en gaan naar huis. Gelukkig hoef ik morgen niet te spelen, dan neemt Greet het over.” Met een zwaai vertrokken ze.

“Brecht heeft nu gelukkig een escorte”, zei Joline. “Op dit tijdstip moet een meisje niet alleen naar huis fietsen, dwars door Eindhoven heen.” De delegatie uit Arkel nam afscheid, Fred en Wilma ook. En even later zaten Joline en ik ook in de auto. Rob sr. en Tony reden achter ons aan. Eenmaal thuis liet Rob Sr. beide honden uit; ik was naar de bank verbannen. Toen Rob terug was dronken we nog wat. “Volgens mij was jij een stuk minder gespannen dan vorig jaar, ventje…” Joline keek me onderzoekend aan en ik knikte. “Vorig jaar… Eerst spelen voor Heleen Winkelman, en toen in een kerstnachtdienst… In feite m’n debuut, Jolien. Nu, na ruim een jaar les van Greet weet ik een beetje wat ik kan en ik heb ervan genoten. Lekker spelen, samen met een uiterst getalenteerde jonge organiste. Weten jullie dat ze die stukken voor en na de dienst gewoon ‘voor de vuist weg’ speelde? Ze had een kladbriefje voor zich met de beginregels van de kerstliederen. Dat was het. Geen partituren, helemaal niks. En ze speelde de sterren van de hemel. Niet naar haar handen kijkend, maar óf naar de registerknoppen naast zich, óf naar boven, naar de orgelpijpen. Echt… wát een talent.”
Tony knikte langzaam. “De meeste van die kerstliederen kende ik wel. Vrijwel allemaal uit de Engelse traditie. Sommigen zijn hier vrijwel onbekend. Maar mijn moeder Sietske had er heel veel LP’s van. En die draaiden vanaf 1e Advent.” Ze gniffelde even. “Eentje heb ik niet gehoord, Kees… ‘Twelve days of Christmas’.”
Ik keek onbenullig. “Twaalf dagen kerst? Hoe hou je dat vol?” Tony giebelde nu voluit. “Daarmee kreeg ze haar zoontje en dochtertje altijd behoorlijk mee over de huppel. Eerst met de LP, later, toen Youtube een beetje in zwang kwam, had ze een versie gevonden met Julie Andrews en The Kings Singers. De beeldkwaliteit ronduit waardeloos, maar hoe ze het speelden… Wacht, mag ik even je laptop? Dan zoek ik ‘m op.” Een minuut later kwam een nog redelijk jonge Julie Andrews in beeld. En samen met de heren van The Kings Singers voerden ze een hilarische sketch op, waarbij Julie op het einde redelijk laveloos in slaap donderde. Nou ja, als ik 12 keer achter elkaar een slok Duits bier naar binnen kreeg gegoten, zou ik ook niet meer zo helder zijn… “Da’s lachen, Tony. The Kings Singers zijn ook mooie lui. Zingen prachtig, maar zijn ook niet te beroerd voor een lolletje op z’n tijd.” Tony knikte. “Klopt. Ik heb een paar CD’s van hen. Heerlijk om naar te luisteren. Maar met dit lied kreeg mijn moeder ons nogal vaak op tilt. De dagen na Kerst, tot en met Nieuwjaar, klonk dit lied minimaal eens per dag. En met de versterker op een behoorlijk volume. En op Nieuwjaarsdag, als ze het weer een keertje gedraaid had, zei ze altijd: “Zo. De rest van de twaalf dagen schenk ik jullie, anders rennen jullie de deur uit.” En de rest van het jaar was dit nummer niet meer te horen. Gelukkig maar, anders had die LP een nogal gewelddadig einde gekend.”
Joline zei: “Als jij er zo aan gehecht bent geraakt, lief moedertje van me: we willen met alle plezier dit nummer morgenochtend draaien als we jullie wakker maken, hoor.” “Doe maar niet, Jolien. Dan heb ik het de rest van de dag in m’n oren.” Rob sr. keek nogal duister. “Dan blaast Kees je oren wel even schoon, pa. Kan hij prima.”
Na nog wat dollen gaapte ik. Lang en hevig. Joline trok me naar zich toe. “Wil jij slapen, Kees?” Ik knikte. “Ik vind het bere-gezellig met jullie, maar ik ben een beetje ‘op’.” Joline plaagde me niet. “Dan gaan we lekker slapen. Pa, Ma: jullie weten de weg. Morgen gaan wij niet naar de kerk, we kunnen lekker uitslapen.” Ze giebelde. “Vanaf een uur of negen is een kopje thee op bed altijd welkom.” Rob keek sceptisch. “Jaja… en dan jullie slaapkamer uitgeschopt worden als ik met twee kopjes thee binnenkom? Ik ken wat verhalen over de combinatie Joline Boogers en hete thee. No, thank you.”
Joline omhelsde hem. “Als je netjes klopt en mij in de gelegenheid stelt om een kamerjas over mijn sexy lingerie heen aan te trekken, mag je binnenkomen, lieve Pa.” “Ik zal mijn kamerjas dan ook maar naast m’n bed neerleggen, Rob. Als niet jij maar Tony met die thee binnenkomt en ik…”
Verder ging ik maar niet; naast kwam een hand omhoog en ook Tony’s ogen begonnen gevaarlijk te flikkeren. Ze zei maar één woord. “Blufferd!”
Een kwartier minuten later lagen we in bed.
En na een lieve zoen van Joline lag ik nog een tijdje na te denken over de kerstnachtdienst. Ja, heerlijk kunnen spelen, samen met Brecht.
Wát een talent had die griet…
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Ilaysa
Ilaysa (26)
Hou jij van een vrouw die graag nieuwe grenzen en fantasieën ontdekt?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 611 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net