
Alleen. Ik ben de laatste docent. Niet gek weer. Ik hielp vaak hier en daar. Niet alleen de conciërges. Eerder vandaag stribbelde het koffiezetapparaat tegen. Iedereen moest met grootse tegenzin aan de filterkoffie. Net voordat de monteur kwam, had ik hem gemaakt. Even de held van dat verwende zootje mensen. Totdat die het aan het einde van de middag weer begaf. Te laat voor de monteur. Ik zou nog even kijken.
En ondertussen doet die het weer. Al een halfuur. Het zachte gorgelen van het apparaat vult de stilte. Maar daarom zit ik hier niet. Ik zat te wachten op Rachel.
Dan stemmen in de gang. Ik schrik op. De stoel kraakt harder. Ik had niemand meer verwacht, behalve zij. Als ze al zou komen. Nu hoor ik twee meiden. Giechelend. Verveeld. Hun stemmen kaatsen hard tegen de muren van de lege gang. Wat doen die hier nu?
Niet de hare.
Ik hoor Rachel niet. Nieuwsgierig loop ik naar de deur. Mijn stappen klinken te luid op de linoleumvloer. Ik gluur de hal in. De stemmen komen me wel bekend voor. Oké-leerlingen.
“Als je liegt Rachel…” Hoor ik de ene. Scherp. Wantrouwend.
“Nee, ze liegt. Niet over zoiets.” Hoor ik de ander, duidelijker. Rachel was er wel bij. Rechts van de twee blondines. Ze was gekomen. Maar niet alleen.
Ze heeft het verteld.
En hen meegenomen. Waarom?! Waarom zou ze dat in hemelsnaam doen? Heeft ze geen idee wat ze op het spel zet? En waarom meenemen? Hoe denkt ze dat ik zal reageren?
Dat Rachel überhaupt al het meisje was geweest waar dit mee gebeurde, zou niemand zomaar geloven. Te braaf. Te slim. Goed, wat verwend. Maar dat leidt niet tot vingeren in het fietsenhok. En nu zet ze de boel verder op scherp.
Ik kan me verstoppen. Doen alsof ik hier helemaal niet ben. Wat zouden ze dan zeggen? Ik zou dat dan horen. Zolang ze me niet ontdekken.
Maar dat doe ik niet. Ik laat ze binnen. Houd me van de domme.
“Jullie nog hier? Wat kan ik voor jullie betekenen?” Zeg ik zo normaal mogelijk. Mijn stem klinkt rustig, behulpzaam. Ik stond ook bekend als de docent waar je alles bij kwijt kon. Dat maakte het nog wranger.
In het midden staat Daisy. Knappe, populaire blondine met nogal een eigen wil. Zij kijkt me gelijk scherp aan. Haar blik is hard, onderzoekend. Alles bij mij kwijt kunnen, betekende sinds kort iets anders… En zij weet dat dondersgoed.
Rechts Rachel.
Ze kijkt me niet aan. Haar schouders hangen iets naar voren.
“Is er wat gebeurd?” Vraag ik bezorgd. De twee anderen kijken ook zo naar haar. Even vergeten waar ze voor kwamen.
En links staat Liv.
Net zo blond, maar dan ook echt blond.
“Je had toch met hem afgesproken?” Vraagt ze te hard en te dom. Rachel schrikt op. Haar hoofd flitst omhoog. En ik weet nu zeker dat de andere twee op de hoogte zijn.
“Afgesproken?” Vraag ik dan, rustig, verward. Ik kijk Rachel afwachtend aan. Ze kijkt terug. Mond half open. Geen woorden. Ze gelooft me. Dat ik niet weet dat we afgesproken hebben.
En hoe langer ik dit moment laat duren, hoe ongemakkelijker het wordt. Ongemakkelijk en pijnlijk. Want de twee blondines lachen en fluisteren achter hun handen. Rachel staat voor gek. Maar daarnaast zie ik iets anders in haar ogen. Bedrog. Zij voelt zich door mij bedrogen, voor de gek gezet, vergeten. Alsof het niks is voor me. En zo sta ik hier ook. Ik wil dat ze dat geloven. Dat wat ze ook gehoord hebben, te absurd is om waar te zijn. Zeker met mij.
“Nee, het is niks. Sorry.” Zegt ze zacht. Ze pakt haar eigen pols voor haar lichaam, bijt op een lip terwijl ze naar de grond kijkt. Nog kleiner dan ze al was.
Liv draait met haar ogen en wil weg.
“Dit is zo raar.” Zegt ze. Ze wil Daisy meetrekken, maar die blijft staan. Ogen scherp op Rachel. Haar vriendin. Die ze kent als geen ander.
“Het is wel waar, hè? Of niet?” Zegt ze dan. Alsof ze alles te zien kreeg in hoe ik en Rachel met elkaar omgaan. Rachels ogen draaien snel van schrik. Daisy werpt haar blik langzaam op mij.
“U was wel de laatste waar ik dat van gedacht had.” Zegt ze dan. Ze weet het zeker. Toch beleefd, maar haar woorden zijn hard en veroordelend.
“Wat? Ze heeft toch al vanaf de brugklas een oogje op hem…” Gooit Liv er nog uit, niet doorhebbende dat Daisy al verder is. Het ging dus vaker over mij. Toen zij zes jaar terug in de brugklas zaten, was ik nog maar een stagiair. Niet kunnen weten dat dit mij zes jaar later stond te wachten.
Ik zie niet alleen de pijn van Rachel, maar voel die nu ook.
Een scherpe, onverwachte steek ergens achter mijn borst. Ik wil wat zeggen. Haar troosten. Haar vragen waarom ze niet alleen gekomen was. En mijn aarzeling geeft me verder weg.
“Sukkel.” Noemt Daisy Liv dan.
“Ze hebben het wel gedaan. Ze loog dus niet.” Moet Daisy het aan haar uitleggen. Liv begint te lachen. Zoals net op de gang.
“Tuurlijk niet.” Zegt ze, te absurd. Ik zie ze in mijn ooghoeken, maar mijn blik hangt op Rachel. Die me dan weer aankijkt. Zo voorzichtig. Ze haalt heel even klein haar schouders op. Alsof ze wil zeggen: sorry.
“Ze wilde gewoon nog een keer. Wij komen alleen de wacht houden.”
Spreekt Daisy standvastig. Haar stem is helder, zelfverzekerd. Geen aarzeling. Een plan. De andere twee kijken niet eens op. Rachel staart naar de grond. Liv speelt met een lok van haar haar. Het plan was er dus.
Toch vertrouw ik het niet helemaal. En met goede redenen. Rachel was dit al begonnen als afpersing. Goed, dat leek meer per ongeluk dan expres. Maar toch. Daisy is anders. Gewiekst. Ook in de lessen al. Die had altijd haar mondje bij en lulde zich overal uit. Wat echt irritant kon zijn. Zij stond op mijn scherm toen Rachel me betrapte… Ik wilde haar maar wat graag op haar plek zetten. En nu staat ze hier. Een stap dichterbij, wat dat betreft. Maar ik vertrouw het gewoon niet.
Ontkennen heeft ook niet echt zin meer. Ook omdat ik dat steeds minder wil. Voor me staan drie bloedmooie meiden en ik voel me helaas gevleid door hun aandacht. Tegen al het beter weten in. Rachel kijkt. Zegt niks. In haar ogen iets van hoop? Een kleine, voorzichtige glans. Ze wilde het inderdaad weer. Opnieuw. Maar dan had ze alleen moeten komen. Ik snap niet waarom die andere twee hier zijn.
Ik aarzel. Net als eerder. En dat geeft me dus echt weg. Mijn hand blijft in mijn broekzak. Ik ben opgewonden. Natuurlijk. Vaker dan goed voor me is. En sinds ik de grens al heb overschreden, nog meer. Was ik vreemdgegaan? Daar kunnen we het over hebben. Dat wil ik niet. Dat doe ik niet. Daar zijn ze ook niet voor gekomen. Ik heb een hand in mijn broekzak. Die verbergt nog mijn erectie. Daisy had er al wel even naar gekeken. Haar blik was kort, maar bewust. De rest niet.
Ik neem diep adem en zucht nog dieper. De lucht voelt zwaar in mijn longen. Ze weten het. Dus waarom nog moeilijk doen.
“Snel dan. Daarna weg, okay?” Stel ik kort. Mijn stem klinkt strakker dan ik wil.
De drie kijken me toch verbaasd aan. Alle drie. Liv snapt het niet helemaal. Haar mond hangt een beetje open. Daisy had het niet meer verwacht. Haar wenkbrauwen gaan omhoog, maar haar mondhoeken trekken al een beetje omhoog. En Rachel weer die hoop in haar ogen. Een kleine, snelle flits.
“Tuurlijk.” Zegt Daisy net te bijdehand.
Ik doe een stap naar achteren en steek dan mijn hand uit naar Rachel. Een gebaar zo duidelijk dat iedereen er even stil van wordt. De stilte is plotseling dik. Ik heb A gezegd. Dus nu ook B. Kijken of ze daarin meegaan.
Rachel pakt mijn hand. Haar vingers zijn koel, een beetje klam. Ik trek haar weg van de twee, die bij de deur blijven staan. Daisy leunt tegen de deurpost. Liv kijkt nog steeds alsof ze het niet helemaal begrijpt.
“Weet je dit zeker?” Vraag ik haar heel zachtjes, zodat alleen zij het hoort. Mijn stem is laag, bijna een fluistering.
Ze lijkt te begrijpen waarom. Haar ogen kijken naar me op, smekend en verlangend. Groot. Donker.
“Sorry voor dit.” Zegt ze nog een keer. Haar stem is zacht, bijna schuldbewust. “Maar ik wil dit.” Is ze meer dan duidelijk. Ook dat ze spijt heeft dat ze niet alleen gekomen is.
Het is te bizar. Was het al niet te bizar om te geloven dat het in eerste instantie gebeurd was, werd het dat nu wel. Rachel volgt me naar de hoek, bij de plant. Mijn twijfel is zo goed als verdwenen. Daar heb ik vaker last van als ik eenmaal een keuze gemaakt heb. Ze kijkt me aan. Ogen die groot zijn en maar aan één ding denken. Ik zie het. ''Zeker?'' Vraag ik nog snel, stil. En weer knikt ze. De laatste check.
Ik sta met mijn rug naar de deur toe. Naar die twee anderen. Slim? Vast niet. Is het slim dat ik mijn hand weer een broek in laten glijden? Nee, zeker niet. Rachel legt meteen een hand op mijn schouder, als ik mijn hand onder haar slipje laat glijden. Ze moet zich al vasthouden. Ze is nog natter dan de laatste keer. Heel even kijk ik over m'n schouder. Liv kijkt de gang in, braaf, zoals opgedragen, Daisy kijkt naar mij, scherp, ongeloof in de ogen. Want ik hou me dus niet eens in.
Dat besef ik met totaal niet. Het voelt een beetje als een koortsige droom. Alleen is niet mijn voorhoofd nat, maar mijn vingers. Rachel knijpt in m'n schouder. Ik weet dat ik niet droom. Ik leg m'n andere hand in haar rug, trek haar dichter tegen me aan, en laat mijn vingers verder glijden, haar schaamlippen spreiden, haar vulva verkennend. Natte geluidjes duidelijk hoorbaar. Ze kijkt me aan. Ik naar haar. Ze hijgt in m'n gezicht, ik druk m'n lippen op haar voorhoofd... Ik weet niet waarom. Maar het voelt goed. ''Oh...'' kermt ze op dat moment, en duwt zich meer tegen me aan. Als mijn middelvinger dan per ongeluk over haar clitje streelt, heeft ze twee handen nodig om zich vast te houden. Dus blijf ik daar. Kriebelend. Strelend. Niet te snel. En elke beweging verstevigt haar grip op mij, brengt haar dichterbij. Haar mond verder open. Geen geluid. Adem die stokt. Knipperende ogen. Totdat ik haar moet dragen en ze zich laat klaarkomen op mijn vingers. Veel sneller dan ik verwacht had. Dan zij verwacht had.
''Nu al?'' hoor ik verbaasd achter me. De geluiden die Rachel maakte, waren niet luid, maar mooi. Duidelijk genoeg. Daisy verbaast het ook.
''Wat nu al?'' vraagt Liv, die het totaal ontgaan is.
Langzaam trek ik m'n hand terug. Ik kijk Rachel aan met een glimlach die eigenlijk te warm is. Daar ga ik vreemd. Ik weet het, maar laat het gebeuren. Ze bijt op haar lip. Ze zegt niks. Maar haar ogen stralen dankbaarheid uit.
Als ik me omdraai, staat Daisy al voor me. Dichtbij. Ik heb een kleine seconde om me te herpakken.
''Zo. Klaar. Wegwezen nu.'' zeg ik veel te zakelijk. Woorden die duidelijk niet bedoeld zijn voor Rachel.
''Dacht het niet.'' zegt ze gelijk. Daisy. ''Je zou haar beffen.'' voegt ze toe. Ik lach. Ik kijk even om naar Rachel die schrikt en rood aanloopt. ''En dat wil jij zien?'' vraag ik haar, simpel. Ik lach om haar. Wie wil dat nou zien van een vriendin?
''Wil wel weten wie het beter doet.'' fluister ze terug. Uitdagend met vuur in de ogen. Daar heeft ze me, en ik kan mijn verbazing niet inhouden.
''Wat zeg jij nou?!'' hoor ik plots achter me. Rachel nog roder dan rood.
''Wat?'' stelt ze simpel. Het kan Daisy niks schelen. We waren al wat grenzen over, dus wat zou het.
''Jullie? Elkaar?'' kan ik alleen uitbrengen, als alles behalve hun docent nu.
''Afspraak is afspraak.'' zegt ze alleen. Ik moet en zal beffen. Ik lach. Laat ik me nou echt wegspelen door die meiden?
''Jou dan?'' vraag ik, maar niet echt een vraag. Ik wil me niet laten kennen door dat bijdehante, verwende meisje. Het is eruit voordat ik het doorheb. En ze schrikt. Nu heb ik haar. ''Zij heeft al gehad.'' zeg ik nu simpel, alsof het een simpele optelsom is. Want dit alles was zo ontzettend simpel...
Maar het wordt doodstil in de ruimte. Liv kijkt naar ons. Dit hoorde ze wel. Daisy staat met open mond. Mond vol tanden. Ze twijfelt. Ik zie het.
''Of jij dan?'' vraag ik Liv. Die schrikt op. Daisy duurt te lang.
''Okay.'' zegt ze. Alsof ze dit vaker doet.
Dit had ik echter niet verwacht, en Liv verlaat dan pas haar post bij de deur en wat verlegen komt ze ook echt dichterbij. Zo makkelijk.
''Nee!'' komt Daisy dan tussen ons in staan. ''We gaan al te ver. We gaan.'' zegt ze plots resoluut. En echt niet van schrik. Ze was gepasseerd, en dat kon echt niet. Achter voel ik een zucht van opluchting. Ja, dit ging natuurlijk veel te ver. En de leidster had nu gesproken, dus zei de rest niks meer. De teleurstelling op haar gezicht is echter niet zo groot als op dat van Liv. Prachtig om te zien.
''Okay. Dan zie ik jullie weer in de les.'' zeg ik luchtig en loop al naar mijn spullen die op een verder lege tafel lagen te wachten. Ik zeg expres niks over zwijgen, afspraken of over hoe verder. Het lijkt me het beste dat dit stopt zodra zij de deur uitlopen. Hoe bizar dat ook klinkt. En zo kijken ze me ook aan. Maar geen woord meer. Ze gaan. Ik ben weer alleen.
Dan kan ik pas zelf op adem komen. Als ik de ruimte verlaat, voelt het alsof ik door een portaal stap. De persoon die ik daar was, laat ik daar. Nu ben ik weer docent. Ik help Bas op het schoolplein met een praatje over scooters, stap in de auto en rij rustig naar huis. Iets later dan normaal. Niks geks. Thuis geef ik haar een kus op de wang. Even blijf ik staan. Iets in me wil meer. Maar dat doen we niet meer.
-





