78.526 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Anna Onderwijst - 34

Door: Jefferson

Datum: 11-10-2026 | Cijfer: 0 | Gelezen: 63
Lengte: Lang | Leestijd: 24 minuten | Lezers Online: 3

Vervolg op: Anna Onderwijst - 33: Mo Op Nul

De Hapering

Het bericht van Van Weelden ligt nog open op mijn telefoon. Kort. Zakelijk. Geen groet, alleen die ene regel, alsof een groet iets zou toegeven wat hij niet van plan is toe te geven.

''Zorg dat je methode weer volledig werkt.''

Ik lees het twee keer. De tweede keer blijft mijn duim op het scherm liggen, niet omdat de zin anders wordt, maar omdat ik hoop dat er onder die regel nog iets staat. Over Jayden geen woord. Over Luc geen woord. Alleen Mo. Alsof de rest niet bestaat zolang het naar zijn zin gaat. De zin is koel tegen mijn vingertop. Ergens is het grappig, en het grappige zit laag in mijn buik, niet in mijn mond. Hij laat zich pas echt horen als er iets hapert.

Ik leg de telefoon met het scherm naar beneden op mijn bureau. Het glas is even warm van mijn hand. Mijn vingers blijven erop liggen. Ik moet in gesprek. Dat is de opdracht. Duidelijk genoeg. Ik wacht niet, al voelt wachten in mijn polsen al alsof het begonnen is.

Iets in mij mist hem al. Niet het cijfer. Niet de methode. Hem. De manier waarop hij in de deuropening blijft staan alsof hij nog kan weglopen. Ik zie die stilte voor me terwijl de telefoon onder mijn vingers afkoelt, en ik haal mijn hand weg voordat ik er een naam aan geef.

De bel gaat. Het geluid snijdt door het lokaal en sterft in de gang. Ik pak mijn spullen. Het schrift zit te strak tussen mijn vingers. Ik loop naar het lokaal Engels. De gang ruikt naar jassen die te lang aan de kapstok hebben gehangen. Bij de deur blijf ik even staan. Door het raam zie ik hem. Mo zit achterin, pen tussen zijn vingers, blik op het bord. Jayden links van hem. Luc rechts. Ze doen alsof ze schrijven. De pen van Mo beweegt niet.

Ik klop en ga naar binnen. De collega kijkt op. Kort praatje. Iets over het laatste uur, over een toets die nog nagekeken moet worden. Ik hoor mezelf antwoorden. Mijn stem klinkt gewoon. Mijn handen niet. Ik houd het schrift te strak vast, de kaft buigt een beetje mee, en ik laat niet los.

Daarna draai ik me naar de klas.

''Mo?''

Hij kijkt op. De pen blijft tussen zijn vingers. Ik vraag het snel, zacht genoeg dat het niet de hele klas hoeft te horen, hard genoeg dat hij het niet kan missen.

"Heb je straks even tijd. In mijn lokaal."

Hij knikt. Eén keer. Zegt niets. Het knikken is klein, alleen zijn kin, en daarna is zijn blik weer op het bord, alsof er niets gevraagd is.

Jayden en Luc kijken elkaar aan. Geen woorden. Alleen die blik. Er waren geen cijfers. Dus geen beloningen. Dat weten ze. Ik ook. De wetenschap zit achter mijn tanden. Ik kijk niet terug. Mijn mond blijft dicht.

Ik bedank de collega. Mijn stem doet het weer gewoon. Ik loop de gang weer op. Mijn hakken tikken op de tegels, elk tikje iets te duidelijk in de lege gang. Achter me gaat de deur dicht. Het geluid is kort. Daarna is er alleen nog mijn eigen stap.

In mijn eigen lokaal is het stil. Geen les dit laatste uur. Stoelen nog wat scheef. Bord half uitgeveegd. Ik zet het raam op een kier. De kier is smal, de lucht die naar binnen komt is koel tegen mijn pols. Buiten rijdt een auto voorbij. Ik ga niet zitten. Blijf staan bij het bureau, handen op de rand, en wacht. Het hout is hard onder mijn handpalmen.

Ik probeer te verzinnen hoe ik hem weer in de methode krijg. Een cijfer. Een opdracht. Iets dat hij nodig heeft. Een hogere beloning. De zinnen vormen zich niet. Ze blijven steken waar mijn handen de rand vasthouden.

Het lukt niet. Blijkbaar is mijn lichaam niet meer genoeg.

Mo komt binnen zonder te kloppen. De deur valt zacht achter hem dicht, het slot klikt niet, alleen het hout tegen het kozijn. Hij zegt niet veel. Alleen een kort geluid, iets tussen een groet en niets in, en daarna is zijn mond weer dicht.

Buiten schemert het al. Het licht in het lokaal is geel en te fel, het legt een rand op zijn schouder en op de rand van mijn bureau. In de gang worden de stemmen minder. Een deur verderop. Voetstappen die weglopen, eerst twee, dan één, dan niets. De school wordt stiller. De stilte zet zich tegen de deur.

Mijn hart bonkt. Hard genoeg dat ik het in mijn keel voel, een droog tikken achter mijn tong. Ik ben bang dat hij het ziet. Aan mijn hals. Aan de manier waarop ik ademhaal, te hoog, te kort, alsof de lucht in het lokaal niet helemaal tot mijn borst komt.

Het bovenste knoopje zit los. Vandaag voor het eerst. De stof wijkt een klein stukje, niet meer dan de breedte van een vinger. Mijn borsten drukken tegen elkaar. Warm. Zwaar. De korte streep decolleté is genoeg. Zijn blik zakt. Blijft hangen. Gaat niet meteen terug omhoog. Ik voel de plek waar hij kijkt warmer worden dan de rest, alsof het licht daar blijft liggen.

De macht komt langzaam terug. In mijn schouders, die iets zakken. In mijn mond, die niet meer zo strak staat.

Ik gebaar naar de stoel voor mijn bureau. Mijn hand blijft even in de lucht, onhandig, en dan leg ik hem weer neer.

Hij gaat zitten. Benen wijd. Handen op zijn dijen. Hij kijkt niet naar mijn gezicht. Zijn blik blijft waar de stof wijkt, en ik laat hem.

"Hoe gaat het?"

Alsof ik echt zijn docent ben. En niet al dat andere ben. De zin klinkt te netjes in de stille ruimte.

"Goed."

Kort. Zwaar. Zijn stem vult de ruimte niet. Hij blijft tussen ons in hangen en is dan weg. Dit schiet ook niks op. De klok tikt. Buiten wordt het donkerder, het geel in het lokaal feller tegen het raam. Ik hoor mijn eigen adem.

Pas als ik over het systeem begin, lichten zijn ogen iets op. Niet veel. Genoeg. Het is alleen een verschuiving, alsof er iets achter zijn blik wakker wordt dat er net nog niet was.

"Over je cijfers dan," begin ik.

Aarzelend. Ik kijk naar mijn handen. Ze liggen plat op het bureau. Mijn nagels zijn kort. Een vinger beweegt, schuift een millimeter over het hout en stopt.

"Ik heb je al even niet meer gezien."

Zo noem ik het. Niet bij de naam. Niet wat het was. De zin is te klein voor wat ik bedoel, en ik hoor het zelf.

Hij kijkt op. Ogen groter. Harder. De stilte tussen ons wordt dik, dik genoeg dat ik hem in mijn keel voel zitten waar mijn hart al zat.

Ik zie hem slikken. Zijn adamsappel beweegt, duidelijk, één keer, langzaam, de huid erover strak en dan weer los. Mijn lippen frommelen automatisch. Droog tegen elkaar. Alsof ik beken dat ik zijn grote pik zo mis, dat we wel iets moeten verzinnen. Het woord blijft achter mijn tanden. Mijn mond doet het werk al, zonder geluid. Ik zeg het niet.

Het blijft lang stil. Ongemakkelijk. De klok tikt, elk tikje apart, alsof de seconde zich eerst moet vullen voordat de volgende mag. Ergens in de gang valt een deur dicht. Het geluid is ver en kort. Daarna niets.

Hij zegt niks. Zijn mond staat een beetje open, alsof er een zin in zit die er niet uitkomt. Ik zie de binnenkant van zijn lip, droog, niet bevochtigd. Zijn knie beweegt. Stopt. Beweegt weer. De stof van zijn broek schuift mee over zijn dij en valt stil.

Ik wiebel. De stoel kraakt, een dun geluid onder me dat te luid is. Mijn lippen spelen over elkaar, droog, dan nat, alsof mijn mond al iets zoekt wat mijn stem nog niet heeft. Mijn blik zoekt. Het bord, waar het krijt vaag is. Het raam. De donkere streep buiten. Zijn handen, plat op zijn dijen, de knokkels stil. Overal en ergens een oplossing, en nergens een die ik vast kan houden.

Dit is normaal geen gesprek. Hij is geen normale leerling. Ik ben geen normale docent. Alles hier is acteren. Mijn stem, die te netjes blijft. Mijn handen op het bureau, die niets doen. De vraag over cijfers die nog in de lucht hangt, dun en nutteloos.

Totdat hij zijn rol breekt.

"Je moet niet denken dat je hier mee wegkomt."

Direct. Hij kijkt me recht aan. Geen knipperen. De zin komt eruit alsof hij hem al een tijd vasthield, en nu is hij los.

Ik schrik. Mijn schouders trekken op, de blouse trekt mee over mijn rug. Dit was het laatste wat ik verwachtte. Mijn mond gaat open. Er komt niets. De lucht blijft achter mijn tanden staan.

"Wees blij dat we niks gezegd hebben. Dat ligt echt niet aan jou."

Ik slik. Het geluid is te luid in de stille ruimte, een klik in mijn keel die ik niet kan terugnemen. Mijn keel doet zeer, droog van het niets-zeggen.

Plots heeft hij de behoefte me met de neus op de feiten te drukken. Waarom. De vraag blijft in mijn borst zitten, zwaar, zonder antwoord. Was mijn lichaam dan echt niet meer genoeg motivatie. Nooit gedacht dat dit kon gebeuren. Eerlijk gezegd. Mijn vingers drukken in de rand van het bureau, het hout hard onder de nagelrand.

"Ik zou niet moeten leren voor seks."

Net iets te hard. De woorden kaatsen tegen het bord en komen kleiner terug. Seks blijft even in de lucht hangen, platter dan ik het ooit hier heb horen zeggen.

"Mo, kalm…"

Ik probeer het nog. Mijn stem is dun. Even voel ik me schuldig. Het klinkt zo hard. En het was zo waar. Dit was de methode. Hij leert. Ik geef seks. Simpel. Efficiënt. Roekeloos. Ik ben degene die mijn positie misbruikt. Voor kort en snel genot. Niet denkend aan de toekomst. De stoel onder me voelt hard. Mijn blouse plakt tussen mijn schouderbladen, warm en een beetje vochtig, en ik durf niet te verschuiven.

En dat juist hij daarmee komt. De grootste grap van vandaag. Want dat interesseerde hem net zomin een hol. Dat zie ik aan zijn mond. Geen twijfel. Geen schaamte. Zijn lippen staan strak, alsof de zin hem niets kost.

"Ik wil seks."

Zijn stem zakt. Het woord komt lager dan de rest, en het blijft op het bureau liggen tussen mijn handen.

"Ik bepaal."

Korte, zware woorden. Ze dreunen in mijn oren. Mijn hart slaat mis. Eén keer. Dan te snel, een roffel hoog in mijn keel die ik niet kan stilleggen.

"En dan zeg ik niks. Dan komt niemand erachter. Shit, Dylan had al die tijd al gelijk."

Mijn huid is klam. Onder mijn oksels. In mijn handen, die op de rand blijven liggen omdat ik niet weet waar ze anders heen moeten. Ik ben overrompeld. De macht van daarnet is weg, uit mijn schouders, uit mijn mond. Het knoopje hangt nog open. Het doet niets meer. De stof wijkt nog, en zijn blik is er niet.

Hij was geen Dylan. Ik kijk hem aan en weet niet wat ik moet zeggen. Mijn mond staat open. Er komt nog steeds niets.

Dit klinkt hard. En aan zijn blik te zien, meent hij het. Geen glimlach. Geen terugtrekken. Zijn kaak staat strak, de spier onder zijn wang zichtbaar, alsof hij de zin nog vasthoudt nadat hij hem al gezegd heeft.

Zelfs dreigend. Het is een dreigement. De woorden liggen nog tussen ons in, zwaar op het bureau, en ik kan ze niet wegschuiven. Ik had dit nooit van hem verwacht. Hij zei nooit wat. Goed, de laatste keren was hij wel het gretigst tijdens de beloningen. Zijn handen. Zijn tempo. Maar daar stond ik ook open voor. Hij hoeft dit niet zo te doen. Die gedachte blijft in mijn borst zitten, klein en nutteloos, want hij doet het wel.

En toch kriebelt het in mijn buik. Laag. Warm. Zoals hij kijkt. De warmte zit onder mijn navel en trekt niet weg, al wil ik dat hij wegtrekt.

Hij bijt op zijn lip. Eén keer. De onderlip verdwijnt even tussen zijn tanden en komt vochtig terug. Zijn blik glijdt naar mijn borsten. Blijft hangen bij het open knoopje. De stof. De streep huid, warmer dan de rest omdat hij er blijft. Dan naar mijn mond. Dan weer omhoog. Strak. Recht in mijn gezicht. Ik voel de route van zijn blik alsof hij met een vinger gaat.

Zijn houding. Groot. Gespierd. Schouders breed in het te smalle shirt, de stof strak over de ronding van zijn bovenarm. De stoel kraakt onder hem. Zijn hand glijdt naar zijn kruis. Langzaam. Alsof hij niet eens merkt dat ik het zie. De palm legt zich neer, de vingers volgen, en hij haalt ze niet weg.

Langs zijn linkerbeen ligt het al duidelijk. Zijn derde been. Wat je ook zeker een been mag noemen. Dikke lijn onder de stof, zwaar, de broek erover gespannen tot de naad meewerkt. Hij verschuift niet. Hij drukt alleen. De druk is klein en zichtbaar, en mijn mond wordt er droog van.

Ik slik. Nu niet van schrik. Van pure opwinding. Het geluid blijft in mijn keel steken, een klik die nergens heen kan. God. Ik schaam me daar nu wel voor. Mijn dijen drukken tegen elkaar onder het bureau, warm waar ze elkaar raken, en de druk maakt het erger in plaats van stiller. Mijn wangen worden warm. Ik kijk niet weg.

Ik zeg niks. Ik wil niks zeggen. Laat hem maar praten. Hij zegt de goede dingen. Maar dat kan ik niet zeggen. Mijn lippen blijven dicht. Mijn handen ook, plat op de rand, de nagels stil.

Laat hem maar doen, denk ik nog. De gedachte is warm en ongepast, en ik stuur haar niet weg.

Ik schrik echt wel van zijn boodschap. Mijn hart bonkt nog. Mijn huid is nog klam, onder mijn oksels, in de holte van mijn handen. Maar tegelijkertijd wil ik zoveel meer dan ik de laatste weken krijg. De stilte. Het wachten. Het lege lokaal. Zijn blik die niet meer vraagt.

En als hij opstaat, is zijn erectie nog duidelijker. De stoel schuift achteruit, de poten schrapen kort over de vloer. Stof trekt strak over de lengte, de dikke lijn langs zijn been nu hoger, voller, de broek die meewerkt tot de naad. Hij stapt dichterbij. De vloer kraakt onder zijn schoen. Eén stap. Dan staat hij al aan mijn kant van het bureau.

Hij zegt niks. Kijkt alleen. Van bovenaf. Ik blijf zitten. Mijn handen op de rand van het bureau, de vingers om het hout. Mijn knieën bij elkaar. Het open knoopje beweegt mee met mijn adem, de stof wijkt en valt terug, wijkt en valt terug, en ik voel de lucht daar kouder dan op mijn hals.

Hij gaat voor me staan. Dichtbij genoeg dat ik zijn warmte voel, door de blouse heen, op mijn knieën, op de plek waar de stof openstaat. Hij ritst zijn broek open. Het geluid is hard in de stille ruimte. Metaal. Dan stof. De rits blijft openstaan, de tandjes koud tegen mijn blik.

"Dit had niet zo gehoeven."

Te zacht. Bijna voor zichzelf. De zin raakt de bovenkant van mijn haar en zakt niet verder.

Daarna haalt hij hem eruit. Groot. Zwaar. Zwart. Hij ligt in zijn hand, dik, de kop al bloot, de huid erover strak en donkerder dan zijn pols. Mijn mond valt bijna automatisch open. Mijn tong ligt droog tegen mijn gehemelte. Ik ruik hem. Huid. Warmte. Iets zoets daaronder, dichtbij genoeg dat het in mijn neus blijft hangen. Mijn lippen zijn al vochtig van het niets-doen.

Maar toch klopt er iets niet.

Nee. Niet op deze manier, denk ik dan. Mijn buik trekt samen, laag, een kramp die niet alleen schrik is. Ja, ik wil het wel. Nu. Hier. Wat hij maar wil. Mijn dijen drukken harder tegen elkaar, de warmte ertussen natter dan ik wil toegeven. Mijn blik blijft hangen. Op zijn hand. Op de dikte die erin ligt. Op de kop, bloot, dicht bij mijn mond.

Zijn eerdere woorden gonzen nog na. In mijn oren. In mijn borst. De waarheid die hij me misschien niet echt wilde vertellen. Mijn rol. Mijn wezen als docent. Het bureau tussen ons in bestaat niet meer. Alleen zijn hand. Alleen dat. De warmte ervan raakt bijna mijn wang.

"Nee, Mo."

Ik hoor mezelf zeggen. Mijn stem is schor. Ik kijk erbij alsof dat niet waar kan zijn. Mijn hoofd schudt een klein stukje. Mijn mond blijft half open, de lucht koel op mijn tong, zijn geur er nog.

Mo stopt ook. Zijn hand blijft om zich heen. Hij beweegt niet verder. Zijn adem hangt boven me, warm, ongelijk.

Zei ik nou nee?

Dan gromt hij. Laag. Gefrustreerd boven alles. Zijn kaak trekt. Hij pakt mijn pols en trekt me ruw overeind. De stoel schiet achteruit. Mijn heup stoot tegen de rand van het bureau.

“Ik heb het hier voor het zeggen!”

Te hard. Zijn stem vol emotie. De woorden slaan tegen de muren. Mijn pols brandt in zijn greep.

“Au, Mo, je doet me pijn…”

Ik jammer het. Hij draait me om. Duwt. Ik lig over mijn bureau. Papier schuift. Een pen rolt en valt. Het hout is koud tegen mijn wang.

Met één hand pakt hij mijn haar en duwt me naar beneden. Mijn nek buigt. Zijn andere hand grijpt achter de rand van mijn broek en trekt. Stof schuurt over mijn billen. De tailleband blijft even haken, dan zakt alles tot op mijn dijen. Lucht op mijn huid. Koud. Dan zijn warmte achter me.

Ik sputter iets tegen. Niet echt. Een geluid. Mijn handen liggen plat op het blad. Ik kan amper geloven dat dit gebeurt. Dat hij me neemt, terwijl ik nee zei. Mijn adem stoot tegen het hout.

Hij ziet het ook wel. De nattigheid tussen mijn benen. Glanzend. Open. Dat lijkt niet op een nee.

“Mo, alsjeblieft…”

Ik zeg het wel. Mijn stem breekt. Want dit is niet de manier. Dit alles hoeft niet. Hij drukt mijn hoofd nog harder tegen het hout. Mijn oor vouwt. Mijn slaap bonkt.

“Hou je mond!”

Ik knijp mijn ogen dicht. Tranen springen eruit. Warm over mijn neus. Niet van verdriet. Niet van angst. Van al het andere. Van wat ik gedaan heb. Zonder mij zou Mo dit niet doen. De gedachte blijft liggen, zwaar, tussen mijn ribben.

Toch komt hij niet dichterbij. Mijn schaamlippen liggen open, nat en gezwollen, tussen mijn dijen. Ik voel de lucht erop. Mijn ster, waar hij zo bekend mee is, er droog boven, maar ze zou zich weer voor hem openen. Dat weet ik. Mijn lichaam weet het. Hij houdt me vast. Haar in zijn vuist. Een hand op mijn rug. Ik hoor zijn adem. Snel. Ruw.

Maar ik voel zijn stijve niet. Nergens. Niet eens in de buurt. Geen druk. Geen warmte daar. Alleen de kou van het lokaal op mijn blote huid.

Met een grom duwt hij me nog een keer tegen het bureau. Het blad schuift een centimeter. Dan laat hij los.

Mijn haar valt warrig over mijn gezicht. Mijn lichaam trilt. Toch iets angstig. Mijn polsen. Mijn wang. De plek waar zijn hand zat. Ik blijf even liggen. Broek op mijn dijen. Adem die niet wil zakken.

Als ik omkijk, is hij al weg.

De deur staat op een kier. De gang is leeg. Buiten is het donker. Zijn stoel staat scheef. Op de grond ligt de pen. Ik hoor alleen mijn eigen hart.

Trillend trek ik m'n broek weer omhoog. Ik doe m'n knoopje dicht. Ik gat zitten. Ik huil even. Stil. Dan neem ik diep adem en sta weer op. De school is leeg. Niemand. En ik weet dat ze altijd kijken. Altijd. Nu keken ze ook mee. En zoals altijd grepen ze niet in.

Maar ik werd ook nergens verwacht meer. Ik kon naar huis. En dat deed ik.

Dit moment veranderde alles. Het opende een nieuwe kant in mij. Eentje waarin ik wel schuld voelde. Niet om de daden zelf die ik met de jongens gedaan had, maar over het effect wat het op ze had. Met Jayden had ik dit ook al gehad. En in een zin is het ook mijn schuld dat Dylan geschorst is, verdiend of niet. Ik voelde me met elke gedachte steeds meer een vreemde. Dat ik knap was, en seks wilde, betekende niet dat ik dat op deze manier had mogen pakken. Ik kan zeggen dat het me overkwam. In eerste instantie was dat zo. Maar voor geruime tijd maak ik al mijn eigen keuzes.

Die week kwamen er weer voldoendes. Maar de jongens bleven weg. Op dinsdag. En op woensdag. Op dinsdag ging ik ook niet rapporteren. Ik had immers niks beloond. Op woensdag vond Van Weelden dat niet slim. Ze hadden immers voldoendes gehaald, dus moest ik ook rapporteren. Dat de jongens niet kwam voor hun beloning, was nu opeens bijzaak geworden. Ik voelde me leger en leger met het besef wat ik eigenlijk was. Niks.

Toen ik die woensdag weer niet ging rapporteren, gaf dat iets van opluchting wat ik al lang niet gevoeld had. Ik maakte mijn eigen keuze. Daar zaten vast consequenties aanvast. Maar die verdiende ik ook. Het moment met Mo was wel honderd keer door m'n hoofd gegaan. En niet zoals gebruikelijk, dat ik dan vingerend lag te masturberen over hoe hij me wel zou nemen. Ik vroeg me af hoe het zo ver was gekomen dat hij me bijna verkracht had. En waarom hij het toch niet deed. Dit soort gedachten voelen ook hypocriet. Ik weet het. Ik was een slet. Ik wilde genomen worden. En ik snapte dat Mo niet meer meedeed. Of hij z'n mond ging houden, zouden we wel gaan zien. Ik ging er niet met gespreide benen voor liggen.

Jayden en Luc moesten het geweten hebben. Van hem gehoord. Daarom bleven ze weg. Die draaiden misschien nog bij. Even hoopte ik dat ook. Maar na die woensdag was de hoop weg. En drong het besef alleen maar verder door.

Van Weelden was laaiend. Hij belde me op toen ik al thuis was, had me verwacht. Ik was bang voor hem die avond. Zeker. Maar ik had mijn besluit genomen betreft de jongens. En toen ze de donderdag in het laatste uur bleven zitten omdat ik het vroeg, had ik maar één ding te zeggen.

''Het spijt me.''

-
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Jefferson
Vlindertje
Vlindertje (46)
Zoek jij een vrouw die houdt van spanning, aandacht en een goed gesprek?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 724 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net