78.777 Gratis Sexverhalen
Houd jij ook van een beetje kinky?
A+ - a-

De Stalker - 16

Door: Leen

Datum: 26-10-2026 | Cijfer: 0 | Gelezen: 40
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Spanking, Verlangen,

Vervolg op: De Stalker- 15: De Diefstal

Kamer 14

DE STALKER

Zes stappen naar het raam. Zes stappen terug naar de afgebladderde badkamerdeur.

Het versleten tapijt van motelkamer veertien dempt het geluid van mijn zware laarzen, maar in mijn hoofd dreunt elke pas na. De ruimte is kil en ruikt naar vochtig beton, verschraalde rook en goedkope bleek. Buiten striemt de regen tegen het glas. Door de scheve, plastic jaloezieën valt het gedimde schijnsel van de kapotte neonreclame op de gevel naar binnen. Elke drie seconden kleurt de schemerige kamer dieprood, gevolgd door een fractie van duisternis waarin het licht zoemend hapert.

Ik blijf staan bij het raam en duw met twee vingers een lamel opzij. Mijn blik glijdt over het verlaten parkeerterrein. Geen auto.

Drie uur en twintig minuten.

Zolang is ze al te laat. Mijn kaken spannen zich zo hard aan dat de spieren bij mijn slapen beginnen te kloppen. In de diepe zakken van mijn wollen mantel ballen mijn handen zich tot vuisten.

Waar blijft ze? Waarom duurt dit zo lang?

De rollen zijn omgedraaid, en het vreet als zuur aan mijn ingewanden. Op de pier liet ik haar tweeënveertig uur wachten om haar zenuwstelsel te slopen. Nu ben ík degene die tussen vier kille muren naar een gesloten deur staar. De gedachte dat ik de regie kwijt ben, zorgt ervoor dat mijn bloed sneller en heter door mijn aderen pompt. Als die arrogante klootzak haar vannacht op heterdaad heeft betrapt... Als ze onder zijn druk is doorgeslagen en mijn bestaan heeft opgebiecht om haar eigen hachje te redden...

Ik draai me met een ruk om en loop opnieuw richting de badkamerdeur. Zes stappen. Mijn ademhaling gaat zwaar door mijn neus. Ik haat onzekerheid. Ik bouw mijn plannen op feiten, op observatie en voorspelbaarheid. Een prooi hoort te bewegen in de richting waarin je haar jaagt.

Plotseling glijden twee felle koplampen over de plastic jaloezieën. Het sissen van natte banden op het asfalt klinkt boven de regen uit, gevolgd door een motor die wordt stilgezet. Ik bevries midden in de kamer. Mijn hele lichaam zet zich op scherp. Buiten slaat een autodeur dicht. Even later klinken er voetstappen. Geen gehaast gestrompel, maar een rustige, gelijkmatige tred.

De schaduw van haar voeten verschijnt in de smalle kier onder de voordeur. Een seconde later wordt de deurklink omlaag gedrukt. Het stalen slot klikt met een scherpe, metalen haal om. De deur zwaait traag naar binnen open. Eline stapt over de drempel. Ze draagt dezelfde donkere trenchcoat als op de pier, de stof verzwaard en donker verkleurd door de regen. Druppels glijden op het vale tapijt. Haar koperblonde haar is vochtig en plakt in donkere lokken tegen haar jukbeenderen. Zonder mij aan te kijken, draait ze zich half om en duwt ze de deur met een zachte klik achter zich dicht. Pas dan draait ze haar hoofd in mijn richting.

Ik neem haar van top tot teen op, wachtend op de bekende signalen. Het trillen van haar onderlip. De gejaagde ademhaling. De onbewuste greep naar haar gekneusde linkerpols. Maar er gebeurt niets. Haar schouders zijn ontspannen. Haar gezicht is bleek in het flikkerende rode neonlicht, maar vertoont geen enkel spoor van tranen of paniek. Haar borstkas rijst en daalt in een traag, volkomen beheerst ritme. Ze kijkt me aan met een blik die zo ijskoud is dat het voelt alsof de temperatuur in de kamer met vijf graden daalt.

Wat heeft ze gedaan? Het gebrek aan angst in haar ogen werkt als een rode lap. De uren van onzekerheid en opgekropte razernij zoeken in één klap een uitweg. Ik overbrug de afstand tussen ons in twee grote passen. Nog voor ze een stap achteruit kan zetten, grijp ik haar met beide handen bij de natte revers van haar jas. Ik til haar bijna van de vloer en smak haar met mijn volle gewicht achterwaarts tegen de deur. De doffe klap dreunt door de kamer en laat het ingelijste schilderij boven het bed klapperen. Een felle kreet ontsnapt over haar lippen door de schok, maar verder geeft ze geen krimp.

Ik laat haar kraag met één hand los en plant mijn rechterhand strak om haar hals. Mijn vingers sluiten zich om haar koude huid. Ik knijp haar luchtpijp niet dicht, maar zet maximale druk om haar hoofd tegen de deurpost te verankeren. Mijn duim rust precies op haar halsslagader. Ik leun zwaar over haar heen, mijn gezicht op slechts enkele centimeters van het hare, zodat ze nergens anders heen kan kijken dan naar mij. "Waar was je?" grom ik hees. Mijn stem trilt van de nauwelijks bedwongen agressie. "Wat is er vanmorgen gebeurd?!"

Onder mijn duim voel ik haar hartslag. Hij is verhoogd door de klap tegen de deur, maar hij slaat niet op hol. Er is geen blinde terreur zoals op de achterbank van mijn auto of op de pier. Haar handen schieten niet in paniek naar mijn pols om mijn greep los te wrikken. Ze laat haar armen langs haar lichaam hangen. Ze weigert haar ogen neer te slaan; haar pupillen boren zich recht in de mijne terwijl ze rustig ademt.

"Laat me los," zegt ze. Haar stem is vlak en beheerst. De kalmte in die drie woorden jaagt het bloed naar mijn hoofd. Mijn vingers verstrakken een fractie rond haar keel, waardoor haar kin iets hoger wordt gedwongen. "Geen spelletjes, Eline!" Mijn stem slaat bijna over van de woede. "Je had een deadline! Je had hier om tien uur moeten zijn! Waarom duurde het zo lang? Is hij erachter gekomen? Heeft die klootzak je betrapt?!" Eline knippert niet eens. In het rode schijnsel van het neonlicht trekt haar mondhoek een millimeter omhoog. Het is een kille, bijna onzichtbare glimlach. "Nee," antwoordt ze zacht. "Hij heeft niets gemerkt. Niet toen ik om twee uur 's nachts achter zijn bureau stond. En niet toen ik zijn vliegtickets naar Miami vond."

Mijn ademhaling stokt een seconde. Ze heeft het echt gedaan. De triomf schiet door mijn gedachten, direct gevolgd door een brandende hebzucht. Ik druk mijn onderarm harder tegen haar sleutelbeen om haar nog strakker tegen het hout te pinnen. "En die e-banking token?" eis ik, terwijl mijn vrije hand al langs haar trenchcoat omlaag glijdt en ruw op haar jaszakken slaat. Ze zijn leeg. "Het notitieboekje met de codes? Waar zijn ze? Geef ze aan mij!"

Eline laat een stilte vallen. Buiten klettert een windvlaag vol regen tegen het glas. Haar blik blijft onwrikbaar aan de mijne geketend.

"Die heb ik," zegt ze op een kalme toon.

Mijn ogen vernauwen zich. Mijn ademhaling versnelt, heet tegen haar gezicht. "Waar heb je ze gelaten?!"

In haar ogen glinstert een donkere voldoening. "Je had Richard moeten horen toen hij ontdekte dat hij de token kwijt was," zegt ze zacht. "Hij was compleet buiten zinnen. Hij trok zijn hele werkkamer ondersteboven en schreeuwde mijn naam door het huis." Ze pauzeert even, haar stem daalt tot een ijzige fluistering. "En ik stond gewoon in de keuken en keek toe hoe hij in paniek raakte."

Ik staar haar aan. Mijn brein verwerkt de woorden, maar de puzzelstukjes weigeren op hun plek te vallen. De verwarring houdt een seconde aan, tot de realiteit als een zweepslag binnendringt. "Je hebt ze..." zeg ik, terwijl mijn woede weer opvlamt. "Waar zijn ze?! Waarom heb je ze niet meegebracht?! Geef ze hier, Eline!"

Ze tilt haar kin een fractie op tegen de druk van mijn hand in, recht in de vuurlinie. "Omdat ik niet voor jou werk," zegt ze. Elke lettergreep is vlijmscherp. "Ik heb ze op een plek verborgen waar Richard ze nooit zal vinden. En jij ook niet."

De kamer valt stil. Het enige geluid is het monotone tikken van de regen en het zachte gezoem van de rode neonbuis buiten. Ik staar naar de vrouw onder mijn hand. Mijn pupillen vernauwen zich tot speldenknopjes.

Ze heeft me gebruikt. De gedachte slaat in als een granaat. Het wezen dat gisteren nog huilend en rillend in mijn armen hing, de vrouw die ik dacht volledig te hebben geprogrammeerd met angst en wanhoop, heeft mijn informatie gepakt en als een wapen tegen mij gekeerd. Ze heeft mij het werk laten doen, de kluis op kantoor laten doorzoeken, de plannen van Richard laten onthullen, en heeft vervolgens in één nacht zowel haar echtgenoot als mij schaakmat gezet.

Die kleine, arrogante teef. De razernij kookt over. Elke vorm van berekende zelfbeheersing spat in één klap uit elkaar. Mijn gezicht verduistert. Voordat ik kan nadenken, haal ik met mijn vrije arm uit. Mijn hand klapt met een harde, venijnige slag vol in haar gezicht. Haar hoofd zwiept opzij door de impact en een doffe kreet ontsnapt uit haar keel. Maar het stopt mijn woede niet; het voedt de honger naar controle alleen maar meer. Ik laat haar hals los, grijp haar met beide handen bij haar jas en ram mijn vuist genadeloos diep in haar maag.

De lucht wordt met een rauwe, verstikte stoot uit haar longen geperst. Haar ogen sperren zich wijd open van de schok. Ze klapt dubbel, snakkend naar zuurstof, maar ik geef haar geen seconde om te herstellen. Ik haal nog een keer uit en plant mijn vuist hard in haar zij, vlak onder haar ribben. Een kreun van pure pijn breekt over haar lippen. Haar knieën knikken en ze zakt bijna door haar benen.

Met een brute ruk trek ik haar aan haar kraag weer overeind. Ik draai haar in één gewelddadige beweging om haar as, sleur haar twee passen mee en smak haar bovenlichaam hard voorover op het smalle, goedkope bureautafeltje dat tegen de muur staat. De schemerlamp die erop staat klettert van het blad en spat op de vloer uit elkaar. Ik druk mijn borstkas met mijn volle gewicht op haar rug en nagel haar vast op het tafeltje. Ze ligt volledig klem tussen het meubel en mijn lichaam. Voordat ze kan tegenstribbelen, grijp ik haar beide polsen en trek ik haar armen achter op haar rug omhoog. Mijn vingers klemmen zich als stalen boeien om haar gewrichten, precies over de blauwe plekken die ik twee dagen geleden in de auto heb achtergelaten. Met mijn vrije hand grijp ik haar natte, koperblonde haar in haar nek vast en trek ik haar hoofd met een felle ruk naar achteren, zodat haar gezicht in de gebarsten spiegel boven het bureautje wordt gedwongen.

"Denk je dat je spelletjes met mij kunt spelen?!" bries ik. Mijn mond bevindt zich vlak bij haar oor, mijn hete adem strijkt langs haar natte huid. Mijn stem is rauw en buitenzinnig van woede. "Je bent niks zonder mij! Als ik je de voorbije dagen niet had gewaarschuwd, stond je maandag op straat! Waar ligt die token?! Zeg me waar je hem verborgen hebt, voor ik je hier ter plekke kapot maak!" Ik zet extra druk op haar polsen en duw ze hoger tussen haar schouderbladen, terwijl ik mijn heupen zwaar tegen haar achterwerk pers om elke millimeter beweging onmogelijk te maken. Het is nietsontziend geweld, bedoeld om haar te breken en het verzet uit haar lichaam te persen.

Onder mij spannen al haar spieren zich tot het uiterste aan. Ik voel hoe haar ribbenkast heftig schokt tegen het bureaublad, nog altijd vechtend om lucht na de stompen in haar maag. Ze haalt diep en rillend adem door haar neus om de pijn op te vangen. Door de klap in haar gezicht is haar onderlip gespleten; in het rode neonlicht zie ik hoe een donkere druppel bloed opwelt en langzaam over haar kin glijdt. Maar ze huilt niet. Ze smeekt niet.

Het maakt me razend. Ik trek haar hoofd aan haar haren nog iets verder naar achteren, waardoor haar rug hol trekt tegen mijn borst. "Zeg het!" brul ik, terwijl mijn lippen bijna haar oorlel raken. "Waar ligt het?! Geef me de locatie, Eline!" Met haar hoofd nog altijd achterovergetrokken in mijn vuist, zoekt ze via de vuile spiegel voor ons mijn blik. Haar ogen glanzen van de pijn en haar gezicht is lijkbleek, maar de blik erin is onbuigzaam, ijskoud en doordrenkt van een duistere triomf. "Sla me nog een keer," fluistert ze hees en schokkerig. Het bloed op haar lip kleurt haar tanden rood. "Breek mijn armen. Doe wat je wilt... Je krijgt het niet van mij." Ze slikt moeizaam, maar haar stem hapert niet. "Zonder mij weet je niet waar hij ligt. Je hebt mij nodig."

Ik verstijf. De woorden snijden dwars door de rode waas van mijn woede heen. Mijn eigen ademhaling vult de kille kamer; zwaar, gejaagd en rauw, als die van een gewond roofdier. Mijn vuist, nog altijd diep verankerd in haar natte haren, trilt van de spanning. Ik kijk in de spiegel naar haar toegetakelde, trotse gezicht en het ijskoude besef daalt langzaam in. Ze geeft niet toe. Hoe hard ik haar ook sla, hoeveel pijn ik haar ook doe, ze gaat niet buigen. Op de pier brak ze omdat haar wereld instortte. Maar nu heeft ze niets meer te verliezen, behalve de controle die ze vannacht met haar eigen handen heeft weggeroofd. En ze laat zich hier in deze goedkope kamer liever fysiek door mij kapot maken dan dat ze die macht ooit nog aan een man afgeeft. Geweld is plotseling een bot en nutteloos wapen geworden.

Een zware, verstikkende stilte daalt neer. Mijn greep op haar polsen verslapt niet, maar de aard van de spanning tussen onze lichamen verandert. Mijn blik glijdt traag omlaag. Over haar roodgloeiende wang en het bloed op haar lip, langs de naakte lijn van haar hals, naar haar schouders die trillen. Ik ben me plotseling hyperbewust van haar lichaam onder het mijne. De kromming van haar rug tegen mijn borstkas. De zachte ronding van haar heupen waar ik me zo bruut tegenaan druk. Ik voel haar lichaamswarmte door haar natte kleding heen branden. Ik ruik de geur van koude regen, haar zoete parfum en de scherpe, metalige zweem van haar bloed.

Onder mijn handen begint de blinde razernij in mijn aderen langzaam te kantelen. De woede verdwijnt niet, maar smelt samen met een gitzwarte, bedwelmende opwinding. Langzaam laat ik haar polsen met mijn ene hand los, al houd ik haar met het gewicht van mijn bovenlichaam nog altijd platgedrukt op het bureaublad. Mijn hand glijdt traag langs haar zij omhoog, precies over de plek waar ik haar net heb geraakt. Ik voel haar scherp inademen en huiveren onder mijn aanraking. Mijn vingers strijken langs haar keel omhoog naar haar gezicht, tot mijn duim ruw over haar gespleten onderlip veegt. Ik smeer het warme bloed uit over haar huid en kijk gefascineerd toe hoe haar lippen lichtjes trillen, zonder dat ze haar blik in de spiegel afwendt.

Ik buig mijn hoofd omlaag, tot mijn mond tegen haar blote, kloppende hals rust. Ik adem haar geur diep in. Door mijn fysieke overmacht te trotseren, heeft ze zichzelf niet bevrijd. Integendeel. Het geweld ontneemt haar de macht niet, maar maakt haar in mijn ogen alleen maar gevaarlijker. En oneindig veel verslavender.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Leen
Crybaby
Crybaby (35)
Ben jij iemand die houdt van een beetje mysterie en veel verleiding?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 428 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net