Ik keek voor de derde keer naar het adres op mijn telefoon.
Dit moest het zijn.
Voor me stond een enorm landhuis, verscholen achter een oud smeedijzeren hek. De gevel was licht verweerd, met hoge ramen en klimop die zich langs de stenen omhoog werkte. Een lange oprijlaan leidde naar een imposante houten voordeur.
Ik slikte.
Waarom had ik hier ook alweer ja tegen gezegd?
Mijn naam is Olivier. Ik ben tweeëntwintig, studeer beeldende kunst en moet over zes weken mijn eindproject presenteren. Een project waarin ik het mannelijke lichaam wil onderzoeken. Niet zomaar het lichaam zoals we het kennen uit klassieke schilderijen, maar juist de spanning tussen kracht en kwetsbaarheid. Tussen wat iemand laat zien en wat iemand probeert te verbergen.
En daarvoor had ik een model nodig.
Maar niet zomaar een model.
Dorian.
Iedereen op de academie kende hem. Docenten spraken over zijn perfecte verhoudingen, studenten over zijn indrukwekkende uitstraling. Zijn lichaam was vastgelegd in honderden tekeningen, schilderijen en foto’s. Hij was het soort man dat een ruimte binnenkwam en onmiddellijk alle aandacht naar zich toe trok.
En ik had hem gevraagd voor mijn eindproject.
Tot mijn verbazing had hij ingestemd.
Ik haalde diep adem en drukte op de deurbel. Het duurde even voordat ik voetstappen hoorde.
En de deur zwaaide open.
‘Je bent laat.’
Voor me stond een lange jonge man met donker, licht golvend haar. Hij droeg een wit linnen overhemd waarvan de bovenste knopen openstonden en een wijde, eveneens witte linnen broek die losjes op zijn heupen rustte.
Hij keek me onderzoekend aan.
‘Ik… eh… volgens mij ben ik precies op tijd.’
Hij keek op zijn horloge.
‘Drie minuten te laat.’
‘O-oh. Sorry. Ik moest nog even zoeken naar—’
‘Ontspan, schat. Ik maak een grapje.’
Er verscheen een kleine glimlach rond zijn mond.
Ik voelde mijn wangen warm worden.
‘Kom binnen.’
Hij draaide zich om zonder te controleren of ik volgde.
Ik stapte over de drempel.
Het eerste wat me opviel, waren de schilderijen.
Overal hingen portretten. Grote doeken in vergulde lijsten, kleine studies in houtskool, olieverfschilderijen in diepe, warme kleuren. Sommige klassiek en bijna fotografisch, andere abstract en expressief.
Maar ze hadden allemaal één ding gemeen.
Dorian.
Zittend op een stoel. Liggend op een bank. Staand bij een raam. Soms gedeeltelijk gekleed, vaak naakt.
Ik bleef staan voor een enorm schilderij boven de trap.
‘Mooi, hè?’
Ik schrok op.
Dorian stond enkele treden hoger en keek over zijn schouder naar me.
‘J-ja. Echt prachtig.’
‘Dat is van een kunstenaar uit Florence. Heeft er bijna vier maanden aan gewerkt.’
‘Vier maanden?’ ‘Hij bleef maar opnieuw beginnen. Was nooit tevreden.’
Ik bekeek het schilderij aandachtiger.
‘Ik snap eigenlijk wel waarom.’
Dorian draaide zich volledig naar me om.
‘O?’
Ik verstijfde.
‘Niet dat het slecht is! Helemaal niet. Ik bedoel alleen…’
‘Ga door.’
Ik keek opnieuw naar het doek.
‘Het is technisch bijna perfect. Maar ik mis iets.’
‘En wat mis je dan?’
Ik aarzelde.
‘Ik denk… jou.’
Een stilte.
Dorian keek me aan alsof hij niet zeker wist of hij me goed had verstaan.
‘Dat moet je even uitleggen, schat.’
‘Nou, het schilderij laat vooral zien hoe mooi je bent. Maar niet echt wie je bent. Je kijkt heel serieus, maar ik kan niet ontdekken wat je voelt.’
Hij keek naar het schilderij.
‘Interessant.’
Daarna draaide hij zich om.
‘Kom. Het atelier is boven.’
——————————————————
De trap kraakte onder mijn voeten.
We liepen langs een lange gang met donkere houten deuren, tot Dorian voor een smalle trap naar de zolder bleef staan.
‘Voorzichtig. De laatste trede is hoger dan de rest.’
Boven opende hij een zware deur.
Ik bleef onmiddellijk staan.
‘Wauw.’
Het atelier was enorm.
Het schuine dak werd onderbroken door hoge ramen waardoor het middaglicht naar binnen viel. Tegen de muren stonden schildersezels, oude houten stoelen, een bank met donkergroene bekleding en een verhoogd platform.
Over de vloer lagen opgerolde doeken, kussens en verschillende stukken stof.
Aan de achterwand hingen opnieuw schilderijen van Dorian.
Maar deze waren anders. Veel persoonlijker.
Een schets van zijn rug. Een schilderij waarop alleen zijn handen zichtbaar waren. Een portret waarin zijn gezicht grotendeels in de schaduw verdween.
‘Deze zijn… anders,’ zei ik zacht.
Dorian sloot de deur.
‘Dat klopt. Hier hangen mijn favorieten.’
Ik liep naar een kleine houtskooltekening.
Hij zat erop met zijn hoofd gebogen, zijn handen losjes tussen zijn knieën.
‘Deze vind ik heel mooi.’
‘Waarom?’
‘Omdat je hier niet lijkt te poseren.’
Dorian kwam naast me staan.
‘Dat deed ik ook niet. De kunstenaar maakte hem tijdens een pauze.’
‘Dat zie je.’
‘En toch koos je deze uit.’
Ik knikte.
Hij bekeek me even van opzij.
‘Misschien heb je toch een interessantere blik dan ik dacht.’
Ik glimlachte voorzichtig.
‘D-dank je.’
‘Niet te vroeg bedanken, schat. We zijn nog niet begonnen.’
—————————————————————
Ik zette mijn tas op een werktafel en haalde mijn schetsboek, potloden en houtskool tevoorschijn.
Dorian ging op de rand van het platform zitten.
‘Goed. Vertel eens wat je precies van plan bent.’
Ik bladerde door mijn schetsboek.
‘Ik wil een serie maken van meerdere schilderijen. Verschillende houdingen, verschillende sferen. Ik wil onderzoeken hoe het lichaam iets kan vertellen zonder dat er woorden nodig zijn.’
‘Hm.’
‘En ik wil spelen met mannelijkheid. Met kracht, maar ook kwetsbaarheid. Sensualiteit. Misschien een beetje erotiek, maar niet op een voorspelbare manier.’
Dorian trok een wenkbrauw op.
‘Erotiek?’
Ik voelde onmiddellijk mijn gezicht warm worden.
‘J-ja. Maar artistiek bedoeld.’
Hij lachte.
‘Natuurlijk, schat. Artistiek.’
Ik keek naar mijn schetsboek.
‘Ik bedoel dat ik niet wil dat het alleen om naaktheid gaat. Ik wil juist onderzoeken wat een houding, een blik of een stuk stof kan suggereren.’
Hij zweeg even.
‘En hoe denk je dat voor elkaar te krijgen?’
Ik draaide mijn schetsboek naar hem toe.
Op de pagina stonden verschillende kleine compositiestudies. Een zittende figuur, een staande houding met opgeheven armen, een liggend lichaam tussen geplooide lakens.
Dorian boog zich voorover.
‘Heb jij dit allemaal voorbereid?’
Ik knikte.
‘Het zijn maar ideeën.’
‘Maar ideeën?’
Hij pakte het schetsboek voorzichtig aan en bladerde verder.
‘Je hebt daadwerkelijk een plan.’
‘Ja, natuurlijk.’
‘Dat had ik eerlijk gezegd niet achter je gezocht.’
Ik wist niet helemaal wat ik daarop moest zeggen.
Hij gaf het boek terug.
‘De meeste studenten die hier komen, hebben geen flauw idee wat ze willen. Ze zetten me ergens neer, kijken een halfuur ongemakkelijk en hopen dat er vanzelf een meesterwerk ontstaat.’
Ik moest lachen.
‘Dat lijkt me niet echt handig.’
‘Nee, inderdaad.’
Hij stond op en liep naar het midden van het atelier.
‘Goed dan. Jij bent vandaag de kunstenaar.’
Hij spreidde zijn armen.
‘Verras me.’
———————————————————————
Ik keek naar de stoel bij het raam.
‘Ik dacht dat we misschien daar konden beginnen.’
Dorian volgde mijn blik.
‘Op die oude stoel?’
‘Ja. Het licht valt daar mooi van links naar binnen.’
‘En wat moet ik doen?’
‘Gewoon zitten. Een beetje ontspannen.’
Hij ging zitten en sloeg zijn benen over elkaar.
‘Zo?’
‘Ehm… bijna. Je mag je voeten gewoon op de grond zetten.’
Hij deed wat ik vroeg.
‘En mijn kleding?’
Ik keek naar zijn witte overhemd.
‘Je shirt mag uit. De broek mag voorlopig aanblijven.’
Dorian keek me enkele seconden zwijgend aan.
Toen begon hij te glimlachen.
‘Alleen mijn shirt?’
‘Ja.’
‘Weet je zeker dat je daarvoor helemaal naar mijn huis bent gekomen?’
Ik lachte nerveus.
‘Het is pas de eerste schets.’
‘Een voorzichtige aanpak dus.’
Hij maakte de knopen van zijn overhemd los en legde het zorgvuldig over de rugleuning van een andere stoel.
‘Ik moet zeggen dat ik het wel waardeer.’
Hij ging opnieuw zitten.
‘De meeste kunstenaars willen dat ik meteen alles uittrek.’
‘Dat wil ik later misschien ook,’ zei ik, voordat ik er erg in had.
Dorian keek op. Ik verstijfde. Hij begon te lachen.
‘O, kijk eens aan.’ ‘Ik bedoel voor de volgende poses!’
‘Dat begrijp ik, schat.’
Hij leunde achterover.
‘Je hoeft je niet overal voor te verontschuldigen.’
Ik pakte snel mijn potlood.
‘Kun je je linkerbeen iets optrekken?’
Hij plaatste zijn voet op de rand van de stoel.
‘Zo?’ ‘Iets meer naar rechts. En je bovenlichaam een klein beetje draaien.’
Hij volgde mijn aanwijzingen.
‘En je schouders ontspannen.’
Dorian keek me geamuseerd aan. ‘Je durft me zowaar instructies te geven.’
Ik keek op. ‘Is dat niet de bedoeling?’
Een brede glimlach verscheen op zijn gezicht.
‘Misschien ben je toch niet zo’n verlegen stumpert als ik dacht.’
Ik wist niet of ik moest lachen of me beledigd moest voelen. ‘Ik ben alleen wat zenuwachtig,’ mompelde ik.
‘Dat had ik al gemerkt.’ Hij liet zijn hoofd iets achterover zakken.
‘Maar zodra je over je werk begint, verandert er iets aan je.’
Ik begon de eerste lijnen op papier te zetten. ‘Hoe bedoel je?’
‘Je kijkt anders. Je praat anders. Je lijkt ineens precies te weten wat je wilt.’
Ik keek van mijn papier naar zijn houding. ‘Misschien weet ik dat ook wel.’
Dorian glimlachte. ‘Kijk. Dat bedoel ik.’
Een paar minuten werkten we zwijgend.
Het zachte krassen van mijn potlood vulde het atelier. Langzaam verdwenen mijn zenuwen.
Ik keek naar de lichtval over zijn schouders, de lijn van zijn arm, de plooien in zijn broek.
En voor het eerst sinds ik was binnengekomen, vergat ik hoe indrukwekkend de man tegenover me eigenlijk was.
Ik zag geen beroemd model meer. Ik zag vormen. Schaduwen. Lijnen.
Een compositie die langzaam tot leven kwam.
‘Zo,’ zei ik uiteindelijk. ‘Dit begint ergens op te lijken.’
‘Mag ik kijken?’ ‘Het is nog niet af.’ ‘Dat vroeg ik niet, schat.’
Ik aarzelde, maar draaide het schetsboek naar hem toe.
Dorian stond op en kwam naast me staan. Hij zei niets.
Dat maakte me onmiddellijk weer nerveus.
‘Het is echt alleen een eerste studie. Ik moet de verhoudingen nog aanpassen en de schaduwen zijn nog niet—’
‘Olivier.’
Ik zweeg.
Hij keek nog altijd naar het papier. ‘Heb jij dit in twintig minuten gemaakt?’
Ik knikte. Hij bekeek de schets nog eens.
‘Bijzonder.’
‘V-vind je?’
‘Ja.’
Hij wees naar de houding op het papier. ‘Je hebt mijn gezicht nauwelijks uitgewerkt.’
‘Nee. Ik wilde vooral de lichaamshouding vastleggen.’
‘En toch herken ik mezelf er onmiddellijk in.’
Ik glimlachte voorzichtig. ‘Dat is mooi.’
Dorian draaide zijn hoofd naar me toe. ‘Je bent veel te bescheiden, weet je dat?’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Het is gewoon een schets.’
Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, schat.’
Hij tikte zachtjes tegen de rand van mijn schetsboek.
‘Dit is het begin van iets interessants.’
Daarna liep hij terug naar het platform.
‘Goed. Wat wordt de volgende houding?’
Ik bladerde naar de volgende pagina. Een staande figuur, de armen boven het hoofd, het bovenlichaam licht gedraaid.
Ik keek op. Dorian volgde mijn blik en glimlachte. ‘O, ik zie het al.’
Hij ging midden op het platform staan. ‘Je wordt steeds ambitieuzer.’
Ik pakte een nieuw vel papier. ‘Wacht maar af,’ zei ik zacht.
Dorian lachte. ‘Dat ben ik zeker van plan.’
‘En wat wil je hiermee laten zien?’
‘Vooral de lijnen van het lichaam. De spanning in de spieren. En hoe de stof daartegenover valt.’
‘De stof?’
‘Ja. Ik wil je broek voorlopig aanhouden.’
Dorian lachte zacht. ‘Je bent wel erg gehecht aan die broek van me.’
Ik voelde mijn wangen warm worden. ‘Het gaat om de compositie.’
‘Natuurlijk, schat. De compositie.’
Hij liep terug naar het platform en ging voor me staan.
‘Weet je wat ik zo grappig vind aan jou, Olivier?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Je durft me nauwelijks aan te kijken wanneer ik tegen je praat. Maar zodra je dat potlood vasthoudt, kijk je alsof je ieder detail van me wilt ontdekken.’
Ik zweeg. Hij glimlachte.
‘En ik begin me af te vragen hoe ver je daarin wilt gaan.’
Ik keek naar mijn schetsboek en daarna naar hem.
‘Zo ver als nodig is voor mijn werk.’
Dorian trok zijn wenkbrauwen op. ‘Zo, zo.’
Hij liet zijn handen op zijn heupen rusten.
‘En wat als ik zeg dat ik je daarbij best een beetje wil uitdagen?’
Ik haalde diep adem.
‘D-dan hoop ik dat je mijn aanwijzingen blijft volgen.’
Voor het eerst leek Dorian even niet te weten wat hij moest antwoorden.
Toen begon hij te lachen.
‘Olivier, Olivier…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Ik had je werkelijk verkeerd ingeschat.’
Ik zette mijn potlood tegen het papier. ‘Je armen omhoog, alsjeblieft.’
Hij deed wat ik vroeg. ‘En draai je iets naar me toe.’
Dorian glimlachte. ‘Zoals je wilt, schat.’
Ik keek aandachtig naar de houding, maar er klopte iets niet.
‘Wacht.’ Hij bleef staan. ‘Wat is er?’
Ik wees naar zijn heup. ‘Je broek.’
Hij keek omlaag en vervolgens weer naar mij. ‘Wat is ermee?’
Ik aarzelde. ‘Ik denk dat hij iets lager moet.’
Een stilte.
Langzaam verscheen er een brede glimlach op zijn gezicht. ‘Pardon, Olivier?’
Mijn wangen werden warm, maar deze keer keek ik niet weg. ‘Je hoorde me.’
Dorian lachte zacht.
‘Nou, schat…’
Hij liet zijn blik even over mijn gezicht glijden.
‘Volgens mij wordt dit een veel interessantere middag dan ik had verwacht.’