79.012 Gratis Sexverhalen
A+ - a-

Mini - 431

Door: Keith

Datum: 04-11-2026 | Cijfer: 9.8 | Gelezen: 144
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 49 minuten | Lezers Online: 9

Vervolg op: Mini - 430

Eenmaal thuis maakte Joline thee. “Jij mag zo dadelijk koken, Kees, dus nu maak ik me even nuttig.” Natuurlijk ging het gesprek tussen Rob en mij over zijn nieuwe auto. Ik maakte hem attent op de website van Volvo: “Als je daar je kenteken invoert, zie je meteen de ‘owners manual’ van jouw type auto. Niet echt prettig en overzichtelijk, maar het maakt je wel wegwijs in de systemen. Beter achter je computer thuis doen, dan via de middenconsole van je auto op het moment dat je ergens langs de weg staat…” Ik liet hem wat dingen zien en hij knikte. “Ga ik thuis wel doen, Kees. Niet nu, want dan zijn de poppen aan het dansen. De dames kijken al met een bepaalde blik.”
“Zeker weten, Robbie Boogers! Je verdiepen in de gebruiksaanwijzing van die auto doe je maar in je eigen tijd. En ik overhoor je, denk er aan!” “Hé! Ik heet geen Ton, hoor schat. Als hij er weer eens met de pet naar gooide.” Joline giebelde en keek naar mij. “Zie je wel, Kees?” En tegen Tony: “Niet al te lang geleden heb ik Kees verteld over die avond dat Ton z’n huiswerk verprutst had, vlak voor jullie naar een of andere ‘high society meeting’ gingen. En jij, Ma, hem een preek gaf dat hij in de keuken moest gaan leren en dat je hem tot bloedens toe zou overhoren als jullie terug waren. In je lange avondjurk, ‘dress to impress’. En ik hoorde die preek en heb Ton er nogal mee gepest, de weken er na…”
Tony dacht na. “Ja, ik geloof dat ik me in ieder geval één zo’n gelegenheid wel kan herinneren… Zeldzaam, maar waar: meneer had ’s avonds laat toen zijn zaakjes wél voor elkaar.”

“Dan was mijn moeder iets subtieler, Tony”, zei ik. “Ik had in de 4e klas van het VWO op een gegeven moment zwaar tabak van school, m’n klas en huiswerk. Gooide er met m’n pet naar. Het tussenrapport voor de herfstvakantie grossierde van de vijven en de magere zesjes. Mijn moeder heeft me toen een week lang meegesleurd naar een van haar projecten en daar kon ik kloteklusjes doen: stenen op kruiwagens laden, opperen, dakpannen stapelen, cementzakken de steigers opdragen… enfin, alles wat maar fysiek zwaar en buiten was. In zo’n miezerregentje bij drie draden boven nul of zo. Na een uur was je doorweekt. En elke morgen roste ze me om half zes uit bed om mee te gaan. Ontsnappen was er niet bij. En na die week ‘vakantie’ zei ze:
‘Zo, nu weet je wat fysiek zwaar werk is. Als jij zo door blijft lummelen op school, wordt dit je toekomst, vriendje. Ga je dat willen? Prima, dan ga je aan het eind van dit schooljaar naar het MBO om daar met je handen te leren werken, in plaats van met je hoofd. Dus zorg maar dat je met Pasen én op je eindrapport gemiddeld weer een acht staat voor al je keuzevakken. Zo niet, dan weet je wat je te wachten staat!’
Enfin, ik ging over met als laagste cijfer een 8,7, dus ja, het heeft wel geholpen.” Tony knikte. “Ik wist al dat Chantal een heel verstandige vrouw was, maar dit verhaaltje sterkt me alleen maar in die overtuiging. Maarre… Hoe deed ze dat met Claar en Mel? Heeft ze die ook de steiger opgestuurd?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee, de dames keken op de middelbare school wel uit dat hun cijfers gemiddeld boven een zeven uitkwamen… Zij kregen pas de wind van voren toen ze in hun propodeusejaar meer in de kroeg en bij vriendjes rondhingen dan achter de studieboeken. Toen zeiden Pa en Ma:
‘Als jullie zo doorgaan, stopt onze financiële toelage. Dan zie je maar hoe je je studie en je flat verder bekostigt: wij gooien geen geld in een bodemloze put die Café ’t Poorthuys heet.’
Dat was de favoriete kroeg van beide dames. En na die bedreiging gingen ook bij hen de scores weer skyhigh…”

Joline zei nuffig: “Nou, dan ben ik inderdaad het braafste meisje van de klas geweest. Eén keertje gespijbeld omdat het heerlijk weer was en samen met wat vriendinnen een colaatje gedronken op een terras in de stad, altijd goeie cijfers, nooit een preek, geen gedonder met foute vriendjes…” Verder kwam ze niet. Ik hoefde niets te zeggen, want Tony reageerde meteen. “Oh? En dat puistige rotjong van de buren dan?” Joline zuchtte en ik schoot in de lach. “Zo. Die heb je te pakken, schat. En nu eens een keertje niet van mij, dus je kan me geen klets op m’n oren geven. En bij je moeder durf je dat niet. Dank je wel, Tony.” Joline zuchtte. “Ik vrees dat dat rotjong met tot m’n vijftigste trouwdag achtervolgt… En dat om een paar onschuldige, droge zoentjes in de achtertuin. Maar goed, van het theoretisch college ‘Tongzoenen voor dummies’ van Rob heb ik later, toen ik eenmaal netjes getrouwd was, wel plezier gehad. Niet waar, Kees?” Ik knikte. “Zeker schat. Voor onze trouwdag was je een heel net meisje. Nou ja, behalve onder een bruggetje in den Bosch dan.” Ze stak haar tong uit.
Rob grinnikte. “Het is maar goed dat jullie weinig tot niets weten van mijn middelbare schooltijd. En toen ik in Wageningen college volgde was ik een uiterst serieuze student. Al was het alleen maar om indruk te maken op het mooiste meisje van mijn collegejaar.” Hij keek naar Tony. “Het was ’s avonds, voor wij verkering kregen, best wel moeilijk om mijn aandacht te richten op de onderwerpen die we tijdens de colleges voorgeschoteld kregen, in plaats van op jou, mooie meid.” Tony knipoogde. “En nadat wij verkering kregen, Robbie? Vertel eens…” Hij zuchtte. “Toen konden we soms samen studeren, dat weet jij ook wel. Maar ook dan was het pittig om de aandacht bij de lesstof te houden, als jij weer eens om een zoentje bedelde…”
Tony snoof. “Ja. Om één lief zoentje. En jij maakte er dan meteen een sessie van die twee uur duurde. Húp, weer een studieavond naar de bliksem.” Jolien en ik keken elkaar aan. “Dan hadden we het toch wat makkelijker, Kees. Allebei afgestudeerd toen we elkaar kenden. Geen stress over colleges, gewoon naar huis en we konden losgaan.” Ik legde een vinger op haar lippen. “Sssst! Dat zouden we niet naar buiten brengen, schat. Je ouders verkeerden net nog in de veronderstelling dat jij voor ons trouwen in een van de logeerkamers sliep. Met je handjes netjes boven de dekens. Nu ligt ons hele imago in puin.”
Tony en Rob keken onaangedaan. “Jaja… Maarre… Kees heb jij je thee op? Mooi, dan mag je gaan koken. We hebben nauwelijks geluncht, omdat meneer Boogers Sr. zo nodig een Volvo wilde bekijken. Eén broodje kon ik nog smeren, toen werd ik de auto ingetrokken met de opmerking: ‘We gaan op de terugweg wel ergens lekker uit eten, Tony.’ En jij die belofte nou eens inlost?”
Ik zuchtte diep. “Het is natuurlijk nogal vreemd om je schoonvader de mantel uit te vegen, maar bij deze: heb je nou nog steeds niet geleerd om je grote bek eens te houden, Rob? Na… ruim vijfendertig jaar huwelijk?” Die schudde zijn hoofd. “Nee. En soms zorgt dat voor leuke verrassingen. Zoals een schoonzoon die blauwe hap gaat maken bijvoorbeeld.” “Blauwe hap nog wel… Sorry Tony: het duurt nog een uurtje voor je aan kunt vallen.” “Nou, bel dan de chinees maar, Kees. Ik heb behoorlijk trek; die chinees is sneller dan jij.” Joline greep in. “Niks ervan. Blauwe hap komt in dit huis niet, ik herhaal: niét van de Chinees; die maakt Kees. De variant Nasi is regel 142 van de excelsheet; Bami is regel 143, Mihoen is regel 144. De keuze is reuze. Kees: dáár is de keuken; aan ’t werk!” “Ja schat, ik ren al, schat. Alles om maar in een goed blaadje te komen bij mijn schoonouders, schat…” “Ik help je wel, Kees”, zei Rob. “Tenslotte ben ik degene die, zij het indirect, de oorzaak ervan is dat jij nu een uur moet ploeteren.”

Even later stonden Rob en ik samen te koken, te bakken te braden en een uur later konden we roepen: “Dames… Handjes wassen en aan tafel!” Op de bar stond een redelijke pan Bami met daarnaast Foe Jong Hai, Sateh, mini loempia’s en de bekende potjes en flesjes van Conimex. En een potje sambal zonder merk. En na het stille gebed zei Joline: “Pa, als je je bami pittig wilt hebben, is dát potje de manier. Maar: geef het even aan als je die sambal wil gebruiken, dan haalt Kees een paar blikjes bier extra uit de berging.” Hij schudde zijn hoofd. “Nee, dank je wel. Ik heb wat ‘inside information’ van Charlotte gekregen over Nadia die zich tegoed deed aan dat spul. Bovendien: ik moet nog naar huis rijden, dus geen alcohol voor mij. Als ik m’n Mondeo nu in de puinpoeier rij, scheelt me dat 6.200 Euro, nog even los van ziektekosten en zo. Da’s best een duur biertje.”
Tony knikte goedkeurend. “Wijze woorden, meneer Boogers.” Ik keek hen aan. “Dan rijdt Tony toch?” Rob schudde zijn hoofd. “Nee, want dan weten we zeker dat we de airbags gaan testen. Meestal ligt mevrouw mijn echtgenote op de terugweg van een evenement heerlijk te dommelen in de auto. Behalve als ik ergens de maximaal toegestane snelheid overschrijdt, dan is de professor plotseling klaarwakker en krijg ik een snauw.” Joline gniffelde. “Zo moeder, zo dochter, Kees…” Ze keek ondeugend.

Maar terwijl we aan het kletsen waren, vroeg ik: “Je hebt dus 6.200 teruggekregen voor de Mondeo?” Rob knikte, zijn mond vol. En toen die leeg was: “Ja. Harold bood 5.000, mijn startbod was 8.000. En toen…” Hij wees naar Tony. Die lachte liefjes. “Ik vroeg hem of hij z’n boekjaar nog leuk wilde afsluiten. Toen verhoogde hij zijn bod naar 6.200 en Rob ging omlaag naar 7.000. En uiteindelijk, met de inbouw van een CD-speler in de middenconsole, kwamen we uit op die 6.200 Euro.” En met een grinnik besloot ze: “Tóch nog een extra optie er uit gesleept.” “Een CD-speler? Die zit er bij mij niet eens in, Tony. In de middenconsole, zei je?” Ze knikte. “Het was me al opgevallen dat er geen sleuf voor een CD speler in het dashboard zat. Dus toen ik Harold daarnaar vroeg, keek hij alsof ik het over een platenspeler had. ‘Mevrouw, tegenwoordig heeft vrijwel iedereen Spotify op zijn of haar mobiel. Met een paar mooie playlists. Ik geloof dat ik in de afgelopen drie jaar slechts twee CD-spelers moest laten inbouwen.’ En toen zei ik: ‘Nou, als jij nou eens zo’n CD speler in laat bouwen, dan gaan wij akkoord met je 6.200 Euro.’ En even daarna schudden we handen…”
Ze keek triomfantelijk en ik zuchtte. “Arme Harold. Is hij twee keer binnen een paar weken compleet ingepakt. En allebei de dames heetten Boogers…” Joline giebelde. “Goed van ons, hé?” Ze gaf Tony een ‘high-five’. Ze kletsten we nog even verder, tot iedereen verzadigd was. We besloten met koffie. “Rob, jij een bakje a la je oudste zoontje? Jij moet nog rijden, tenslotte…” Hij schudde zijn hoofd. “Nee, dank je wel. Nog geen behoefte aan een geperforeerde slokdarm of een maagbloeding. Bovendien, als ik zijn koffie nu zou drinken, stuiter ik tot een uur of twee vannacht het bed door.” “Nou, dat opent perspectieven, Ma!” Joline keek verwachtingsvol, maar Tony hield de boot af. “Daar heb jij geen bal mee te maken, dochtertje. Bovendien heeft mijn echtgenoot daar helemaal geen sterke koffie voor nodig, nog enig ander stimulerend middel: dat gaat in Huize Boogers te Malden nog steeds op de ouderwetse, natuurlijke manier. Tot beider tevredenheid, mag ik wel stellen, ondanks dat wij de kerkklok van Malden geen half vijf horen slaan. Maar ja, wij zijn ook geen dertig meer…”
We gniffelden. Toen de koffie op was namen Tony en Rob afscheid. “We zien jullie overmorgen weer, bij de bruiloft van Greet en Anita. En daar hebben we zin in, jongens!” “Zeker weten, Ma. Die twee zien trouwen… Mooi!” “Ik loop even met jullie mee, Rob. Laat ik meteen Mocca uit, want die zal wel zin hebben.”

Beneden zei Rob: “Hé Kees, dank voor je ondersteuning.” “Geen punt, Rob. Het meeste heeft Tony gedaan. Wij hebben alleen maar Harold gepromoot en voor de rest op de achterbank zitten knuffelen.” “Ja, en wat jullie over Harold zeiden, bleek te kloppen.” Tony keek me aan. “Eerlijke vent, niet zo’n stereotype autoverkoper met gladde praatjes.” “Hij kent ons, Ma. En is ondertussen al een paar keer tegen Jolien aangeklapt.” Rob bromde: “Ja, dan wil je als autoverkoper wel dimmen, ja. Zo moeder, zo dochter.” Ze stapten in en ik zwaaide ze na. Daarna met Mocca naar het uitlaatveld en vervolgens het losloopveld. Maar na een minuutje rennen had ons bruine huismonster het wel gezien en kwam zich bij me melden. “Wou je weer naar Joline toe, jochie? Snap ik wel hoor… Mocca: Side!” Niet aangelijnd liep de hond netjes naast me terug. In de lift: meteen doorlopen naar achteren, ver van de deur vandaan en meteen zitten. Dat wist hij ondertussen ook feilloos. “Goeie hond, Mocca!” Een kwispel kwam retour.
Eenmaal weer thuis liet Mocca echter weten dat hij nog niet gegeten had: hij kwam eerst bij Joline om aandacht vragen, toen bij mij. En toen we beiden geen sjoege meer gaven, volgde een blafje en schopte hij tegen zijn voermat aan. “Ehh… Kees: Heb jij Mocca z’n hapjes al gegeven?” Ik schudde mijn hoofd. “Oké. Ik ook niet. Dus onze bruine biobak-op-poten heeft nog niet gegeten vanavond… Laat ik me dan maar eens populair maken. Mocca: wil je brokjes?” De kwispelfrequentie ging skyhigh en hij ging braaf bij de voermat zitten. Joline woog het voer af en schudde het op de mat uit. Vervolgens ging ze op een barkruk zitten, drie meter van de voermat vandaan. En Mocca? Die bleef ook keurig naast de voermat zitten, in blijde afwachting van het commando. Wél met een draad kwijl uit zijn bek. “Mocca: smullen maar!” Eén sprong en hij stond midden op de mat en begon te vreten. Nu rustiger dan uit zijn bak. Natuurlijk, het ging nog steeds zo snel mogelijk, maar de dikke ‘haren’ van de mat temperden het tempo behoorlijk. In plaats van 14 seconden, duurde het nu bijna anderhalve minuut voor alle brokken binnen waren. “Nou, volgens mij is die mat een welkome aanvulling op de inventaris, Kees.” Ik knikte. “Zeker weten. Er wordt nu zelfs gekauwd. En wat gaan wij nu doen, lieftallige echtgenote?” “Lekker lezen, Kees. Muziekje op de achtergrond en even lekker ontspannen. En om uiterlijk half tien naar bed, schat. Ja, het is vakantie, maar tot nu toe zijn we, ook in onze vakantie, best druk geweest. Nu met een goed boek onderuitgezakt op de bank bivakkeren, oké?” “Goed plan, Jolien. En morgen weer naar de kerk… Nog niks van Brecht gehoord over morgen, maar ik neem de bugel wel mee. Je weet nooit.” Joline humde.

Een uurtje later sloeg ik mijn boek dicht. “Schat… ik donder bijna om. Zullen we lekker in bed gaan liggen? Ik denk dat ik de klok, welke dan ook, geen half tien hoor slaan. Als ik lig, ben ik in no time vertrokken.” Joline giebelde. “Gelukkig heb ik vorige week wat extra batterijen ingekocht. Twee van die blisterverpakkingen voor de prijs van één.” Ik rekte me uit. “Geniet er dan maar van. Aan mij heb je niks, vanavond.” Ze trok me naar zich toe. “En daar ben ik het absoluut niet mee eens, Kees. Ook al gaan we ‘gewoon’ slapen, zonder allerlei erotische spelletjes: het is heerlijk om jou naast me hebben als ik onder het dekbed lig. Warm, veilig… Zelfs als je snurkt. Dan weet ik: hier kan me niets gebeuren. Zoals Charlotte een paar keer zei: ‘Het veiligste plekje op de wereld’. En daar mag ik liggen. Kóm, dan zoeken we dat veilige plekje op. Jij ook lekker snurken, Mocca. Tot morgen…” De staart roffelde nog even tegen de mand als afscheid, toen werd het donker in de kamer. En tien minuten later lagen ook wij lekker in bed. “Lekker slapen, Kees.” “Jij ook schat…” Een lange zoen volgde, toen ontspande ik. Zo… de helft van de vakantie zat er alweer op. En die was heel snel gegaan…

De zondag… ’s Morgens naar de kerk. Mocca mee met z’n Hulphond-tuigje om… Brecht was op de orgelgalerij al bezig en ik liep naar boven. “Hoi Brecht… Soleer jij vandaag?” Ze knikte. “Ja. Lekker in m’n eentje muziek maken, Kees. Morgen heb ik het druk genoeg. Al die lui hier boven in bedwang houden… Bert, Joline, Wendy, Derk, jij… En dat allemaal terwijl ik weet dat de kerk gevuld is met nogal wat muziekliefhebbers en musici. Best wel spannend. Van Wendy hoorde ik dat haar vriend om die reden bedankt heeft om te spelen tijdens Greet haar trouwdienst.”
Ik knikte. “Klopt. Meneer Zwart Junior zag dat niet zitten. Volgens mij onterecht, want ook hij speelt bijzonder goed, maar oké. Hoe dan ook: geniet nog even van een ‘rustige’ kerkdienst, Brecht. En maak er wat moois van.” Ik liep weer omlaag. Dat ‘moois’ ging wel lukken bij Brecht. Ik schoof naast Joline in de bank. Zij zat op het hoekje, zodat Mocca naast haar kon liggen zonder iemand tot last te zijn. Even later kwamen Wim en Evie Brun naast ons zitten.
Wim boog zich naar Joline toe. “Nerveus voor morgen?” Joline schudde haar hoofd. “Nee. Wendy en ik zingen samen, Wim. En dat gaat goedkomen. Het wordt een hele mooie dienst. Voor een prachtig bruidspaar.” Hij knikte.
Brecht begon zachtjes te spelen: de ‘Suite nr 3’, BWV 1068, ook wel bekend als ‘Air’. Eén van zijn bekendste stukken. Ze speelde het rustig, heel gevoelig en met ‘lichte’ registers. Ik genoot ervan en zat een beetje mee te wiegen. De kerk was minder vol dan anders; hier en daar waren nogal wat lege plekken. Nou ja, het was ook druk geweest met kerkdiensten, de afgelopen dagen. Kerstnacht, 1e kerstdag, het ‘kinderkerstfeest’ op 2e kerstdag en wie weet wat nog meer. De kerkdienst op zich verliep zoals gewoonlijk, alleen liet Richard vrij veel evangelische liederen zingen. Dat was waarschijnlijk de reden dat Brecht mij niet nodig had… Ze wist dat ik er niet zo warm voor liep. En bij één van die liederen hoorde ik dat ook zij moeite had ‘om er chocola van te maken’… Wellicht was dat lied goed te begeleiden met een gitaar, maar op het orgel… Nee.

De preek ging over de kindermoord in Bethlehem. Een nogal beladen thema: Koning Herodes die, nadat de drie ‘Wijzen uit het oosten’ bij hem langs waren gekomen om te informeren waar er een koningskind was geboren, in een vlaag van angst voor een jonge concurrent alle kinderen onder de 2 jaar in Bethlehem liet vermoorden. En zoals gewoonlijk gingen mijn gedachten onder de preek weer eens een eigen kant op. Die drie wijzen hadden geschenken bij zich: goud, wierook en mirre. Het viel me nog mee dat Herodes die geschenken niet meteen geconfisqueerd had. Hij was er toe in staat geweest, de vuilak… Een van ‘seinwoorden’ van Richard maakte dat ik weer bij de les kwam En ook Brecht kwam in beweging: ik hoorde dat de windmachine op het orgel werd aangezet, een ‘tik’ van het relais.
“Gemeente, tenslotte: in de huidige tijd legt een deel van Nederland óók cadeau’s klaar. En die worden op kerstavond of op 2e kerstdag uitgedeeld en uitgepakt. Een gebruik wat uit de Engelse en Amerikaanse traditie is over komen waaien en Sinterklaas deels heeft vervangen. Zouden de mensen die dat doen wel eens denken aan de cadeau’s van die drie wijzen? Denkt u er wel eens aan als u bezig bent om het kerstdiner klaar te maken? Heeft u wellicht cadeau’s klaar liggen voor mensen die nauwelijks geld voor eten bij elkaar kunnen schrapen?
Deze vraag schoot mij gisteravond te binnen. Te laat natuurlijk, het Kerstfeest is al achter de rug. Dus is mijn ‘huiswerk’ voor volgend jaar: denk dáár eens over na. Ik hoop u volgend jaar met advent daar nog een keertje aan te herinneren. En doé er dan wat mee. Amen.”


Brecht zette ‘meditatieve orgelspel’ na de preek in met een zachte fantasie op het lied ‘Hoe zal ik U ontvangen’. Eerst rustig, maar geleidelijk wat pittiger om met een kleine, maar soepele transponatie over te gaan op de Engelse carol ‘The twelve days of Christmas’. Ik moest grinniken en ook Richard kende het lied, dat was duidelijk: hij had ook moeite om zijn gezicht in de plooi te houden.
Toen Brecht uitgespeeld was zei Richard dan ook: “Wie van u kende het lied wat onze organiste als laatste speelde?” Hier en daar gingen wat vingers omhoog, ook die van mij en van Joline. Richard vervolgde: “De titel van dit lied is: ‘Twelve days of Christmas’. Of het een officiële Engelse Carol is, weet ik zo niet, maar het beschrijft twaalf dagen kerst, en elke dag komt er een cadeau bij. Dát, gemeente, vraag ik nou ook weer niet van u.” Er klonk een bescheiden lach door de kerk. De gebeden volgden, daarna de collecte, de staande de slotzang en de zegen, toen was de dienst afgelopen. Ik hoorde dat er op het orgel nogal wat registers werden uitgetrokken, dus ik waarschuwde Joline alvast. “Oortjes!”
Brecht zette ‘Vom Himmel hoch da komm ich her’ in. BWV 700, een fuga op dit lied: begon met de rechterhand, sopraanpartij, en via de alt, de tenor en de bas op het hoofdwerk werd steeds de eerste ‘zin’ herhaald en in een fantasie verwerkt. Totdat…plotseling het pedaal er bijkwam, die de ‘melodiezin’ nog eens, en wat nadrukkelijker, herhaalde. Mocca vond de baspartij op het pedaal wel indrukwekkend: zijn oren gingen iets verder van zijn kop vandaan staan in de stand ‘Hé, dit is wel interessant…’ en we moesten lachen. Vervolgens ging Bach met de tweede zin aan de slag: sopraan, alt, tenor, bas. Steeds weer het thema, nu van de tweede zin, totdat… Het pedaal weer het thema overnam en aan het eind van dat thema de overige vier stemmen met de derde regel aan de slag gingen, weer met pedaal als slot. En vervolgens de vierde regel, ook ‘bekroond’ door de pedaalpartij die nu opgenomen werd in het slotakkoord, met een lage C, de laagste toon die het orgel kon produceren.
Brecht gebruikte de Mixtuur op het hoofdwerk, gecombineerd met de Prestant 8’ en de Trompet 8’. Totdat… het pedaal, wat het koraal speelde, erbij kwam: toen hoorden we de Prestant 16’ en de Schalmey 4’! “Loud and clear”, zouden ze in radiotaal zeggen. Natuurlijk bleef ik in het gangpad staan luisteren; dit was letterlijk ‘Der Kunst der Fuge’, zoals een van de verzamel-CD’s bij ons thuis als titel had. En ik wist: Bach had dit werk eerst geïmproviseerd en pas later op schrift gesteld. Zoals zoveel van zijn koraalbewerkingen trouwens. Misschien zou Brecht over een aantal jaren ook haar vele fantasieën eens afstoffen, verbeteren en op papier zetten… Daar zou orgelminnend Nederland best wel vrolijk van worden!
Toen het laatste akkoord weggestorven was en ik het relais van de windmotor weer hoorde klikken, ten teken dat ze het orgel uit had gezet, riep ik naar boven: “Dank je wel Brecht. Voor BWV 700, maar ook voor je Twelve days of Christmas. Rare troela…” Ze keek lachend om de orgelkas van het rugwerk heen. “Terwijl ik bezig was met ‘Hoe zal ik U ontvangen’ schoot me de melodie van ‘Twelve days’ te binnen, Kees. En ik vond ‘m te mooi om niet te gebruiken, ook om te laten weten dat ik niet heb zitten dutten tijdens de preek. Dus…” Ik schudde mijn hoofd en ook Mocca vond er iets van: die begon te blaffen toen hij Brecht hoorde, maar niet zag. Tja, hij keek niet naar boven...
“Brecht, als ik bezig ben een stuk te spelen, kán ik geen andere melodie reproduceren en in mijn hoofd. Dan krijg ik meteen kortsluiting. En jij doet dat weer ‘zomaar’… Ik vraag me af hoe jouw hersens werken. Mij lukt dat niet.” Achter me hoorde ik: “Multitasking, Kees. Zijn wij vrouwen véél beter in dan mannen. Dat weet je ondertussen toch wel?” Joline keek breed lachend naar boven en Brecht stak een duim op. “Jij begrijpt het ten minste, Joline!” Ik mopperde: “Als jullie die talenten nou eens na het eten in zouden zetten? Afwassen en koffie maken tegelijkertijd?” Ik kreeg een nogal nadrukkelijk voetje op mijn voet en hoorde: “Dan was jouw koffie slootwater en de afwas werd niet schoon, Kees Jonkman!” Brecht’s voeten roffelden op de trap naar beneden en de staart van Mocca maakte weer overuren. Maar Brecht negeerde de hond netjes; hij had z’n tuigje aan en was dus ‘aan het werk’. Mocca had het er moeilijk mee. “Dan hoop ik dat Gerard niet heeft staan multitasken tijdens het zetten van de koffie na de dienst, Kees. Brecht lachte breeduit en ik mopperde wat.
We gaven Richard een hand en hoorden hem tegen Brecht zeggen: “Leuke muzikale samenvatting van de preek, Brecht. Met je ‘Twelve days of Christmas… Volgens mij is dit de eerste keer dat dat lied in deze kerk ten gehore is gebracht…” Joline onderbrak hem. “Mevrouw wilde even laten horen dat ze niet heeft zitten suffen tijdens jouw preek, Richard. Haar eigen tekst.” “Als een organist of organiste zit te suffen zie ik dat vrij snel, Jolien. Dan zit hij of zij vol in het zicht op die stoel naast het orgel. En dan weet ik wel wat maniertjes om zo’n slaperig type te wekken!” Hij keek waarschuwend naar Brecht; die lachte hem uit.

Gerard had ondertussen koffie ingeschonken, en die was zoals gewoonlijk prima. Richard was naar een paar andere kerkgangers gelopen, maar kwam even later terug. “Brecht, Joline, Kees… Zijn jullie klaar voor morgen?” We knikten en Joline zei: “Ja. Met behulp van Wim Brun kan ik nu zonder gekke bekken te trekken de hoge noten halen, Richard. Die twee hier naast me, daar heb ik geen twijfel over, die rooien het wel. Derk en Wendy ook. Ik was de zwakste schakel.” Ik hoefde niets te zeggen; Brecht schoot uit. “Onzin, Joline. Jij hebt een prachtige stem. Helder, zuiver en warm. En samen met Wendy klinkt dat prima!”
Achter mij hoorde ik de stem van Wim. “En daar ben ik het helemaal mee eens, Brecht. Heb ik niets aan toe te voegen.” Joline bloosde. Brecht zei plotseling: “Jolien… Kees: willen jullie bij ons koffie komen drinken? Mijn ouders zijn wel benieuwd naar jullie.” Ik keek Joline vragend aan en die knikte. “Arme meneer en mevrouw Solinge…” mompelde Wim. Toen draaide hij zich om en zei over zijn schouder: “Ik ga jullie morgen beluisteren, Joline. En Brecht. En Kees. Maak er wat moois van.” We zetten even later onze kopjes op de kar voor de vuile vaat. Joline zei tegen Brecht: “En hoe…” Ze gaf ons haar huisadres. “Ik fiets wel achter jullie aan. Met de fiets kan ik binnendoor, bijna net zo snel als met de auto.”

Dat klopte: we waren even later nog bezig om Mocca uit te laden, toen haar fietsbel achter ons klonk. De voordeur ging open en een dame stond in de deuropening: duidelijk de moeder van Brecht. Even lang, hetzelfde haar en met een leuke lach. “Goedemorgen! Als ik het zo bekijk zie ik het echtpaar Jonkman met hulphond! Welkom in huize Solinge.” We kregen een hand van ‘Liesbeth’ en ook nu werd Mocca netjes genegeerd. “Kom verder mensen…” Eenmaal in de kamer kwam haar man uit de keuken en stelde zich voor als ‘Robin’. Hij vroeg: “En… Hoe is het met jullie oren? Als mijn dochtertje weer eens los gaat op dat orgel…” Joline lachte. “Ja, daar hebben we vanochtend weer eens iets van meegekregen. Na de dienst. Sjongejonge…” Ze keek Brecht aan, die onschuldig terugkeek. “Hé, ik doe alleen maar wat Bach in de partituur schreef, hoor!” Robin keek haar aan. “BWV 700 zeker? Ja, daar hebben de buren het nog steeds over.”
Hij verklaarde: “Mevrouw speelde dat stuk van de week ’s avonds een paar keer zonder koptelefoon op. Op haar zolderkamer, op het keyboard. Toen ben ik maar even naar boven gegaan met het vriendelijk verzoek om die koptelefoon aan te sluiten en op te zetten. Het KNMI zond al een waarschuwing uit dat er zich een lichte aardbeving in Eindhoven voordeed… Om tien voor tien ’s avonds.” “Nou ja, als je dan nú naar het nieuws luistert, melden ze waarschijnlijk dat zich vanochtend rond tien over elf wederom een uiterst ritmische aardbeving voordeed in Eindhoven, Robin. Mevrouw jullie dochter leefde zich even uit op de subbas 16’.” Brecht keek zielig. “Ja, dáár kan het zonder dat ik meteen op m’n zielement krijg…”
Ik keek van de een naar de ander. “Mag ik vragen waar de muzikale genen van jullie dochter vandaan komen?” Liesbeth wees naar Robin. “Uit de familie Solinge. Mijn schoonvader en -moeder waren beiden uiterst muzikaal. Conservatorium. Speelden in het Residentieorkest, hij op de cello, zij dwarsfluit. En de generaties daarvoor: ook allemaal óf beroepsmusicus, óf begenadigd amateur. Terug tot in de 18e eeuw.”
Joline zei zachtjes: “Je zei ‘speelden’. Verleden tijd?” Robin knikte. “Ja. Ze zijn acht jaar geleden bij een verkeersongeluk om het leven gekomen. Op de terugweg van een concert in de Stadsschouwburg. Bij knooppunt Holendrecht. Een medeweggebruiker drukte hen van de weg af bij een inhaalactie en ze zijn met 120 kilometer per uur over de vangrail gevlogen en frontaal tegen het portaal van een stel matrixborden geklapt. Geen schijn van kans gehad: de achterbank van de auto vormde de kreukelzone.” Hij keek bitter.
Brecht vulde aan: “Zij zijn het geweest die mij op het muzikale pad hebben gezet.” Ze wees op een foto van een echtpaar van middelbare leeftijd op de schoorsteenmantel. Even was het stil, toen zei Joline: “Kees en ik pesten elkaar regelmatig over wie er gaat winnen bij het wekelijkse potje Bingo in het verzorgingstehuis. Maar soms word je geconfronteerd met het feit dat zoiets niet vanzelfsprekend is. Dit is zo’n momentje. Net als een paar maanden terug bij de uitvaartdienst van een gemeentelid: achter in de veertig en plotseling pats-boem achter zijn bureau zittend aan een hartaanval overleden. Sinds die tijd heeft die grap tóch een wat andere betekenis gekregen, Robin.” Die knikte. “Snap ik en ja, dat is goed. Dat je er over denkt dat het niet vanzelfsprekend is dat je beiden tachtig wordt. Maar dat is ook geen reden om zielig in een hoekje bang te zitten wezen, mensen. Toen mijn ouders nog leefden, hadden ze een heel mooi motto: ‘Geniet van het leven!’
En dat hebben ze met volle teugen gedaan, gelukkig. Van elkaar, van de muziek die ze samen konden maken… Ondanks dat het bij ons thuis geen vetpot was, konden ze toch mijn zusje en mij een onbezorgde jeugd geven. Alleen… De muzikale genen sloegen een generatie over. Ja, ik kan enorm genieten van een mooi concert, maar speel zelf geen enkel instrument. Ik ben makelaar en heb veel plezier in m’n werk, maar heb nooit de ambitie gehad om van muziek m’n beroep te maken. Ten eerste heb ik er het talent niet voor en ten tweede: je kunt er slechts met moeite van leven.”
Joline knikte. “Aha… Vandaar dat jullie dochter nu bezig is met haar HBO-P, en pas met het bereiken van haar diploma naar het conservatorium mag…” Liesbeth knikte. “Ja. Dat is een keiharde eis van ons geweest. Zeker in de muziek: niet op één paard wedden. En in de personeelswereld is er altijd wel een goeie baan te vinden. Kijk maar: ik ben hoofd personeelszaken van een vastgoedholding.” Ze knipoogde naar Robin. “En doe soms wel eens zaken met meneer de makelaar hier naast me, als hij weer eens met een personeelsprobleempje zit.” Ze boog zich naar Mocca, die ondertussen lekker onder de tafel lag. “Mag ik Mocca even aanhalen?” Ik maakte Mocca’s tuigje los. “Nu is hij ‘vrij’, Liesbeth. Mocca: release!” De hond rekte zich uit en keek naar Liesbeth. Snuffeldesnuffel… lik en kwispel. “Je bent goedgekeurd, Liesbeth. Nu Robin nog.” Dat ging op dezelfde wijze. Daarna ging Mocca bij Brecht d’r voeten liggen. “Nou, jij bent ook populair bij deze mooie hond, Brecht.”
Daarna keek Liesbeth naar de nog lege tafel. “En waar blijft die koffie nou, Robin?” “Oh ja, ook dat nog. Sorry, ik was even met een goed gesprek bezig.” Brecht schaterde het uit. “Nou Kees, nu heb je meteen het volgende bewijs dat mannen niet kunnen multitasken!” Even later stond de koffie voor ons en kletsten we gezellig over van alles en nog wat. Robin zei dat we hen morgen ook in de kerk zouden zien; Liesbeth en hij waren zeer enthousiast over Greet. “Die dame heeft ons dochtertje met beide benen op het muzikale pad gezet. Ondanks dat wij eerst wel wat bedenkingen hadden bij een lesbische docente. Met z’n tweeën alleen op een orgelbank…” Brecht knikte. “Totdat ze eens goed kennis hadden gemaakt met Greet en Anita. Toen was die twijfel voorbij.” Liesbeth humde instemmend. “Schatten van meiden, allebei. En toen Brecht een tijdje geleden was bedonderd door een studiegenoot, heeft Greet haar bij kop en kont gepakt en weer op haar benen gezet. Niet alleen een verbluffend goeie musicus, maar een uitstekend pedagoge.” “Ja, maar dat laatste heeft ze waarschijnlijk bij de Landmacht geleerd, Liesbeth. Daar heb je een meer dan uitstekende leerschool aan.”
Brecht snoof. “Jaja… Met een redelijk uitgebreid arsenaal aan verwensingen en nogal schunnige bijvoeglijke naamwoorden zeker? Daar heb ik wel eens iets van meegekregen, ja. Iedereen die ooit dacht dat lesbiennes zulke lieve, zachte vrouwen waren, is daar na een confrontatie met Greet snel van teruggekomen.” Ze zweeg even en vervolgde toen: “Maar Greet is een schat.” Joline knikte. “Voor honderd procent mee eens, Brecht.” Liesbeth vervolgde: “Enfin, we gaan morgen zien en horen hoe beide dames elkaar het jawoord geven. Wij zijn in ieder geval dolblij voor die twee. En we hoorden dat jullie een mooi cadeau voor hen hebben, Kees?”
“En jullie lieve dochtertje, Liesbeth. Zij heeft er ook een nogal fors aandeel aan geleverd: door haar expertise. Ik kan best aardig knutselen, ook met hout, maar als ik niet weet hoe ik een bepaald onderdeel kan demonteren om te onderhouden wordt het allemaal wat moeilijk. Samen met Brecht konden we dat orgeltje op een verantwoorde wijze demonteren, schoonmaken, waar nodig repareren en weer monteren. En nu doet het ding het prima. Moet alleen gestemd en goed geïntoneerd worden, maar dat mag mijn lieve bugeljuf zelf doen, al dan niet het gezelschap van haar lieve verpleegkundige.” Ik trok een gemeen gezicht. “Ik zou het niet vreemd vinden als die werkzaamheden dan wat langer dan normaal duren.” Joline bromde: “Heb jij nou Greet en Anita op je netvlies die elkaar… Ach, laat ook maar. Er zijn kleintjes bij, Kees.”
Liesbeth en Robin gniffelden, Brecht keek Joline aan. “Ondergetekende heeft er redelijk beeld bij hoe dat er uit zou zien, Joline. Ik heb biologie in mijn vakkenpakket gehad op de HAVO, dus…” “Nou, dan heb je een voorsprong op Kees, Brecht. Die liet biologie als een baksteen vallen na de 3e klas VWO. En hij heeft me wel eens toevertrouwd dat hij daar achteraf spijt van had; al die leuke meiden in die klas… Maar ja, meisjes waren eng en er zat geen ‘uitknop’ op. Machines waren veel simpeler en die kochten geen schoenen. Vandaar dat Kees z’n heil in de techniek zocht.” Ik gromde. “Laag en gemeen. “Mevrouw Jonkman, wij moeten op een onbewaakt moment eens een hartig woordje wisselen…”

Robin keek naar mij. “Techniek? Ik dacht dat jij militair was. Tenminste… Brecht had het er wel eens over hoe Greet jou aansprak als ze weer eens iets op je spel aan te merken had. ‘Majóór’…” Hij gniffelde en ik knikte. “Ja, dat ben ik ook, maar mijn grootste bron van inkomsten is echt de techniek, Robin…” Beknopt vertelde ik iets over mijn loopbaan en Joline vulde aan: “En bij DT ben ik hoofd Backoffice. Bijna tien mensen die de ondersteuning vormen voor al die techneuten: inkoop, calculatie, juridische zaken, kwaliteitszorg, receptie, arbo en milieu, PR, AI, IT en personeelszaken. Nou ja, dat laatste niet helemaal; Harm, onze personeelsman, valt in feite rechtstreeks onder de directie, maar moet toch maar mooi aan mij vragen of hij een snipperdag kan opnemen…”
Ze lachte even gemeen, maar plotseling lichtten haar ogen op. Ik wist dat ze dan een brainwave kreeg. Maar ze ging er niet op door, dus…

Liesbeth blies even uit. “Allemachtig… En daar heb jij allemaal verstand van?” Joline schudde haar hoofd. “Nee, natuurlijk niet. Iedereen heeft zijn of haar specialisme. Fred, die reus die vanochtend in de kerk was, is onze IT-er. Een van de besten op zijn gebied. De dames Boogman, die tweeling, zijn net als ik econome. Ook briljante meiden. Maar de rest… Soms heb ik geen flauw idee wat ze doen of hoe ze dat doen. Maar het resultaat is altijd prima: ons bedrijf, Developing Technics, afgekort DT, laat inktzwarte cijfers zien en heeft ondertussen een prima naam in de offshore, de scheepsbouw, in de metaalsector en sinds kort in de ziekenhuiswereld. Veertig mensen, stuk voor stuk met hun eigen eigenaardigheden, maar keihard werkend in teamverband met op z’n tijd een lolletje. En dát is meteen ons personeelsbeleid: keihard werken, het team is belangrijker dan het individu en op z’n tijd mag je elkaar best wel eens op de hak nemen. Of dat nou onze lieve receptioniste Irene is of onze directeur Theo of een absoluut willekeurige teamleider: ze moeten er maar tegen kunnen. En gaat iemand te ver, dan wordt het uitgepraat. Daarna: zand erover. Komen we er niet meer op terug. Degene die buiten z’n boekje is gegaan heeft ervan geleerd. Punt.”
Robin keek mij aan. “Jaja… Goeie naam binnen diverse bedrijfstakken… Maar wat doen jullie dan precies, Kees?” Ik wees naar Joline. “Zij heeft het algemene plaatje, Robin. Ik slechts een deel.” Ik kreeg twee lieve ogen op me gericht. “Dank je wel, schat. Maar vertel jij het toch maar; ik schaam me een beetje als ik moet vertellen dat mijn echtgenoot zijn brood verdient met het gedurende de werkdag bezetten van een best wel comfortabele en ergonomisch verantwoorde bureaustoel en het vullen van zijn beeldscherm met tekeningen…” Ik bromde even.
“Krengetje… Robin: DT is een middelgroot ingenieursbureau met hele specifieke capaciteiten. Theo is begonnen in de petrochemie met het ontwerpen van verbeteringen van plants, pardon: chemische fabrieken in de Botlek. Renovaties in het productieproces. Op een gegeven moment kwamen daar booreilanden bij: een paar van mijn mensen hebben jarenlang op een booreiland gewerkt en die kennis heeft hij aan boord gesleept. Vorig jaar een nogal groot contract binnengehaald bij een Engelse firma die het ontwerp van de renovatie van hun offshoreplatforms aan DT gunde. En af en toe deden we wel eens iets voor scheepswerf Damen: ontwerpen van de elektrische installatie voor hun patrouilleschepen of slepers. Daar is uiteindelijk een puur Nautisch team uit voorgekomen: vier man.
Een voormalig machinist op een containerschip als teamleider, zijnde de oudste broer van deze knappe dame hier, een elektrotechnisch ingenieur die eerst in mijn team zat, maar nu plaatsvervangend teamleider is van dat nautische team, een voormalig machinist van een cruiseschip van de HAL, de Holland Amerika Lijn en een voormalig machinist van de Koninklijke Marine. Stuk voor stuk met de letters Ir voor hun naam. En die pendelen tussen DT, Damen, Foxhol en Den Helder. Dat zijn de vaste klanten van hen. Scheepswerven.
Mijn team houdt zich sinds twee weken bezig met de renovatie van elektrische systemen in diverse ziekenhuizen. Een concurrerend ingenieursbureau had er een zootje van gemaakt en kon één ziekenhuis zelfs op afstand in storing zetten. Dat heeft DT opgelost en nu hebben we de volledige medewerking van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
En als over een tijdje gereed zijn met die ziekenhuizen houden we ons, net als de andere teams, bezig met voornamelijk wal-installaties in de petrochemie, distributiecentra, de containerterminals op de Maasvlakte en in de metaalsector. We zijn zeer veelzijdig en hebben een hele goeie naam in technisch Nederland. Onze ontwerpen moeten wérken. 24/7, jaren achter elkaar. En als ze kapot gaan? Dan moeten ze vrij simpel te repareren zijn en niet nog een keer aan een schreeuwend duur softwareprogramma gehangen moeten worden om te zien wat de storing is. Nee, dat moet het personeel van het bedrijf zélf kunnen constateren. En liefst ook kunnen repareren met ‘basic gereedschap’, vanaf een kleine schroevendraaier, een multimeter tot en met een bolkophamer type ‘lomp en onbenullig’. En als ze er dan nog niet uitkomen, bellen ze naar Gorinchem en binnen niet al te lange tijd staat degene die dat systeem heeft ontworpen bij de klant. Als het nodig is in een overall en met die bolkophamer in de aanslag. En komt ’s avonds moe thuis waarna zijn liefje roept: ‘Je stinkt naar diesel! Eerst grondig douchen, daarna pas ga ik eens over een zoentje denken!’ Nou, en daar heb je dan je ingenieurstitel voor…”

Joline giebelde. “Die uitspraak ‘Eerst douchen, dan zoenen!’ komt van een van Kees z’n zussen, die nogal hartstochtelijk verkering heeft met de teamleider van het nautische team. Betrokken dame, Melissa, zullen jullie morgen ook zien: de helft van een tweeling: Clara en Melissa. Claar heeft verkering met een hele knappe luitenant der Infanterie, Ton geheten. Dat is mijn jongste broer. Mel heeft dus verkering met Rob, mijn oudste broer, teamleider van dat nautische team bij DT.” “Sjongejonge… Wát een familiebedrijf”, zei Liesbeth. En ze keek er twijfelend bij. Joline schudde haar hoofd. “Geen familiebedrijf, Liesbeth. Oké, er zitten een paar lui tussen die familie zijn of het binnenkort worden, maar het is veel meer een bedrijf waar vrienden werken. Hele goeie vrienden die voor je door het vuur gaan als het moet.
Wij hebben nu, en dat is grotendeels binnen DT, een groep van 22 vrienden en vriendinnen. Mijn broers en Kees z’n zussen, Fred en Wilma, de zussen Boogman en hun vriendjes, Angelique, onze juriste met haar vriend, een van de leden van ons maritieme team, Greet en Anita en de ouders van Kees en die van mij. En wijzelf natuurlijk. En die zitten morgen allemaal in de kerk en zijn op het feest aanwezig.” Ze lachte geniepig. “Er zullen wel wat… ahum… gepeperde toespraakjes gehouden worden, denk ik.”
Robin keek naar Brecht. “Jij houdt je in, dametje! Denk er aan!” Brecht keek zedig. “Ja, lieve papa… Maar op het feest ben je er toch niet, dus…” Joline trok mij overeind. “Kom, mooie vent. Voordat meneer Solinge zijn dochtertje gaat tuchtigen, gaan wij maar eens richting Veldhoven. Brecht, hoe laat wil je dat we in de kerk zijn?”
Die keek nuchter. “Jullie gaan ook mee naar het gemeentehuis? Die plechtigheid start om Twaalf uur. Duurt… Een uurtje? En om 15:00 begint de kerkdienst. Dus: meteen na het gemeentehuis richting kerk, Jolien. Kunnen we ons nog even warm zingen en spelen, even wat boterhammen naar binnen werken en om tien voor drie wil ik zitten. Ik stuur vanmiddag wel een mail naar Derk en Wendy. En Bert natuurlijk…”
Joline knikte. “Is prima. Dan zien we elkaar morgen weer. Liesbeth, Robin: dank voor de koffie! Wij gaan het nog even kalm aan doen. Morgen weer een drukke dag!”
Ze keek sip. “En ik maar denken dat we vakantie hadden…” Ze werd uitgelachen. Bij de deur schudden we handen en Mocca gaf netjes een poot.
“Tot morgen! We maken er wat moois van!”
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Nilien
Nilien (59)
Houd jij van een vrouw die graag speelt met spanning en nieuwsgierigheid?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Keith
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 840 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net