
Al vroeg waren de voorbereidingen van start gegaan. Militairen liepen tussen de gebouwen en het exercitieterrein, controleerden hun uniformen en namen hun plaatsen in. Op de geplaatste tribunes werden de laatste stoelen gecontroleerd. De vlaggen hingen stil. Op het terrein stonden de verschillende formaties opgesteld die later die ochtend deel zouden gaan uitmaken van de ceremonie.
Voor Henry was de dag anders begonnen. Geen frisse duik in de Bergse Voorplas, hij had met Peter besloten die nacht op de kazerne te slapen. Iets wat vorige week via Robin zo geregeld was.
Hij staat nu roerloos voor de manshoge spiegel in de kleedkamer. Het is doodstil, op het zachte tikken van een klok na. Hij kijkt naar zijn eigen spiegelbeeld, maar voor het eerst in zijn carrière ziet hij bijna meer Traditie dan Marinier. Het Groot Ceremonieel Tenue transformeert hem.
Zijn blik glijdt als eerste naar zijn schouders. De zware, gouden epauletten rusten breed op zijn gedaante. Hij beweegt zijn schouders een fractie, waardoor de gouden franjes – de iconische 'pieken' – zachtjes tegen elkaar ritselen. Ze geven hem een imposant silhouet. Daaronder sluit de donkerblauwe jas perfect aan op zijn lichaam. De opstaande, ponceaurode kraag dwingt zijn kin omhoog; een marinier kijkt niet naar de grond. Langs de randen van de kraag en op de mouwen glanst het goudborduursel dat zijn rang verraadt: Majoor.
Henry strijkt met zijn hand over de goudkleurige sjerp die strak om zijn taille is geknoopt. De zware kwasten hangen exact op de juiste hoogte tegen zijn heup. Hij kijkt verder naar beneden, waar de brede, rode bies op zijn donkerblauwe pantalon als een liniaal zo recht naar zijn schoenen loopt. De zwarte lederen schoenen reflecteren het TL-licht van de kamer; uren heeft hij eraan gepoetst tot ze spiegelglad waren.
Op de tafel naast de spiegel ligt zijn hoofddeksel te wachten. Henry pakt de ceremoniële helm voorzichtig op en zet hem op zijn hoofd. Het extra gewicht voelt vertrouwd en plechtig. De koperen piek bovenop vangt het licht, en het gepoetste Korps-embleem aan de voorkant blinkt hem tegemoet. Qua Patet Orbis. Zo wijd de wereld strekt.
Als laatste trekt hij de smetteloos witte handschoenen aan. Hij strijkt de stof glad rond zijn vingers en balt zijn vuisten een paar keer. Dan kijkt hij naar zijn linkerborst. Daar hangt zijn opgemaakte medaille-gesp, de glanzende grootmodellen strak in het gelid. Zijn ogen dwalen meteen af naar de lege plek direct daaronder, het ereveld dat straks, op het terrein van de kazerne, door de Koning gevuld zal worden met het Ridderkruis van de Militaire Willems-Orde.
Henry knikt eenmaal kort naar zijn spiegelbeeld. Hij is er klaar voor.
“Als je nog één keer kijkt, verandert het uniform niet meer hoor, en die kop ook niet,” grapte Peter.
Henry keek hem aan via de spiegel. “Dat weet ik ook wel,” was zijn antwoord, waarop Peter reageerde met: “Waarom kijk je dan steeds?”
Henry dacht even na. “Omdat ik vandaag liever naar mijn uniform kijk dan naar wat er allemaal gaat gebeuren.”
Peter grijnsde. “Daar ben je dan niet de enige in, want het wordt een hele lange dag. Maar weet vriend: ik ben bij je in de buurt om die kogel op te vangen.”
Henry glimlachte kort om het flauwe grapje, maar hij wist zich gesteund. Ze hadden samen voor hetere vuren gestaan. Daarna keek hij opnieuw naar zijn onderscheidingen, de kleurrijke linten van de medailles die naast elkaar op zijn linkerborst schitterden. Zijn Purple Heart, met de twee sterren op het lint voor de keren dat hij gewond was geraakt. Een Bronze Star en een Silver Star, glanzend bewijs van zijn eerdere moed onder vuur. En dan die lege plaats, waar later die ochtend de Militaire Willems-Orde en de twee buitenlandse onderscheidingen zouden worden aangebracht.
Dat bleef een vreemde gedachte.
Hij had tijdens zijn militaire loopbaan gruwelijke en moeilijke momenten meegemaakt. Situaties waarin er binnen een fractie van een seconde gehandeld moest worden. Maar ook momenten waarop hij de loodzware verantwoordelijkheid droeg over de levens van anderen. Hij had geleerd om onder extreme druk ijskoud te blijven en het overzicht te behouden.
Maar vandaag stond hij op het punt om voor de Koning, zijn oud-collega’s, zijn vrienden en honderden aanwezigen naar voren te stappen. En dat ook nog eens voor het oog van de camera's; de NOS die live zou uitzenden, en zelfs CNN en de BBC die een eigen team hadden afgevaardigd. Bij vorige uitreikingen van een onderscheiding was het altijd sober geweest, op een kazerne met hooguit een paar pelotons. Nu keek de hele wereld mee. En daar was hij veel zenuwachtiger voor dan hij zelf wilde toegeven.
Weer voelde hij die stevige hand op zijn schouder. Hij keek om naar Peter, die hem bemoedigend aankeek. Ook op diens linkerborst hingen de medailles in strakke rijen: het Purple Heart, de Bronze Star en het Nederlandse Kruis voor Verdienste.
“Je bent zenuwachtiger dan voor een dropping, hè?” zei hij zacht tegen Henry. “Maar vriend, dat hoeft echt niet. Dit keer stappen we geen jungle in waar ze met AK-47’s op ons jagen.”
Henry gromde zacht, terwijl zijn hand onwillekeurig naar het koperen gevest van zijn sabel dwaalde. “Jij hebt makkelijk praten. Jij staat dadelijk in het gelid. Ik sta daar strakker dan een snaar in de spotlights, bijna de hele dag met mijn witte handschoen in een strak saluut bij mijn helm, terwijl miljoenen mensen over de hele wereld op mijn vingers kijken.”
Dat bleef een vreemde gedachte.
“ Camera’s Televisie. Reporters Man je weet toch hoe ik daar een hekel aan heb “
Peter begint weer te lachen. “ is mijn helemaal bekend, maar wees blij dat is maar voor één dag hè. Geloof me over een paar weken zijn ze je weer helemaal vergeten. Of jij moet de publiciteit blijven opzoeken maar dat doe je niet.
Volgende week rij je met die mooie nieuwe auto van je weer door de bossen van Denderwoud. En woon jij weer in dat kleine tuinhuisje en zit je de hele dag Gerda weer aan der kont“
Weer die lach en de klap op zijn schouder
Henry trekt een vrolijk gezicht en zegt “ ik ken niet wachten “
De klink van de deur bewoog naar beneden. Het metaalachtige, droge tikken van de sabel tegen Henry’s pantalon verstomde direct toen beide mannen zich omdraaiden.
Een luitenant-adjudant, herkenbaar aan het gouden nestelsnoer op zijn borst, stapte de kleedkamer binnen. Hij nam de kamer in één oogopslag op, keek Henry aan en bracht een vlijmscherp saluut uit.
"Majoor, het protocol is zover. De Commandant van het Korps Mariniers verzoekt uw aanwezigheid bij de opgang."
De adjudant deed een stap achteruit en hield de deur wijd open. De gang erachter gonsde van de ingehouden activiteit. In de verte klonk het gedempte, ritmische rollen van de trommels van de Marinierskapel die warmdraaide op het exercitieterrein. De diepe bastonen trilden zachtjes door op de betegelde vloer.
Henry keek Peter nog één keer aan. De vertrouwde grijns was van Peters gezicht verdwenen; daar stond nu de professionele marinier met wie hij in de modder had gelegen. Peter knikte hem strak toe. "Zie je aan de andere kant van de deuren, maat. Maak ons trots."
Henry rechtte zijn schouders. Het extra gewicht van de kurken helm voelde plotseling loodzwaar, maar ook onwrikbaar stabiel. Zijn linkerhand, gehuld in de smetteloos witte handschoen, sloot zich stevig om het koperen gevest van zijn sabel. Het metaal gaf een vertrouwde tegendruk. Hij zette zijn eerste stap over de drempel van de kleedkamer, de lange, verlichte gang in. Bij elke pas die hij zette, hoorde hij de sabel met een kort, helder tikje tegen zijn schede slaan. Een metronoom die aftelde naar het moment dat de camera's van de NOS, CNN en de BBC live naar hem overschakelden.
Aan het einde van de gang hielden twee mariniers in Ceremonieel Tenue de enorme dubbele deuren naar het kazerneterrein vast. Het felle buitenlicht sneed door de opening.
"Majoor der Mariniers Henry de Boer," galmde de stem van de ceremoniemeester over het plein.
Henry kneep zijn ogen even samen tegen het zonlicht, zette zijn kin omhoog in de strakke, ponceaurode kraag, en stapte de spotlights in.
Buiten was de Van Ghentkazerne inmiddels volledig gereed.
Centraal op het exercitieterrein stond de Vaandelwacht van onder andere het Korps Mariniers. Het vaandel vormde een zichtbaar onderdeel van de ceremonie en herinnerde aan de geschiedenis van het Korps en aan de generaties mariniers die Henry waren voorgegaan.
Daarachter stonden de mariniers opgesteld.
Jonge mariniers, voor wie een ceremonie als deze misschien de eerste grote militaire plechtigheid van hun loopbaan was.
Maar ook mariniers die al meerdere jaren dienden door de wol waren geverfd. Onderofficieren en officieren die elkaar goed kenden.
Maar ook die elkaar alleen maar van gezicht kenden. Maar allemaal verbonden door hetzelfde Korps, het Korps Mariniers
Verderop stonden de vertegenwoordigers van de Koninklijke Marine. Hun aanwezigheid maakte duidelijk dat de mariniers onderdeel uitmaken van een groter maritiem verband. De mannen en vrouwen in die formatie vertegenwoordigden een krijgsmachtdeel dat op en vanaf zee opereert, vaak ver van huis en langdurig weg. En daardoor afhankelijk van de mensen met wie zij aan boord samenwerken.
Naast hen stond het detachement van de Koninklijke Landmacht. Ook zij waren zich aan het opstellen en stonden te praten onder elkaar. Benieuwd naar wat er die dag zou gebeuren.
De landmachtmilitairen kwamen uit verschillende richtingen van binnen de organisatie. Sommigen hadden ervaring in internationale operaties, anderen waren werkzaam in gevechts- of ondersteunende functies. Zij vertegenwoordigden de landstrijdkrachten, waar militairen onder uiteenlopende omstandigheden op de grond opereren en vaak langdurig op elkaar zijn aangewezen.
De Koninklijke Luchtmacht stond eveneens opgesteld.
Voor veel aanwezigen waren de verschillende uniformen een zichtbaar teken van een eigen krijgsmachtdeel. Maar achter de formatie ging een veel grotere organisatie schuil. Niet alleen vliegers, maar ook technici, ondersteunend personeel, operationele specialisten en militairen die ervoor zorgen dat een luchtoperatie mogelijk wordt.
Verderop stond de Koninklijke Marechaussee.
Hun aanwezigheid onderstreepte de veelzijdigheid van de Nederlandse krijgsmacht. De marechaussees combineerden hun militaire karakter met taken op het gebied van militaire politiezorg, beveiliging en grensbewaking.
Aan de rand van het exercitieterrein stonden de veteranen van verschillende eenheden.
Zij vormden geen strakke, jonge formatie zoals sommige van de actieve militairen.
Dat hoefde ook niet.
Hun aanwezigheid vertelde een ander verhaal. Hun eigen verhaal van kameraadschap en broederschap.
Sommigen droegen onderscheidingen, en droegen deze met trots. Anderen niet. Sommigen waren oud-mariniers, anderen hadden bij de landmacht, luchtmacht of marechaussee gediend. Ze kwamen uit verschillende generaties en hadden verschillende missies achter zich.
Tussen deze mannen stond ook een groepje in een heel ander uniform, donkergroen met een felblauwe baret met een zilveren wereldbol op een zwarte ondergrond. Een blauwe UN band om de linkerarm. Het waren vertegenwoordigers van het Rainbow corps. De UN eenheid onder commando van de Verenigde Staten waar Peter en hijzelf de laatste operationele operaties gediend hadden.
Henry herkende nog maar een enkele van hen van gezicht. De meeste niet. De meeste van zijn kameraden daar waren gesneuveld. Het deed hem pijn in zijn hart.
En voelde hij zich daardoor sterk met hen verbonden.
Aan de rand van het terrein stond Majoor Kees van Vliet, de oudere marinier die aan het begin van zijn loopbaan zijn sergeant was geweest.
Hij zag Henry er wat verloren bij staan en knikte naar hem.
Naast hem stonden nog twee Majoors beide van de landmacht. Eén droog het rode erekoord op de linkerschouder. Henry kende ze niet, wat opvallend was dat één van de twee mannen een reus van een kerel was. Zou zomaar een tweeling broer kunnen zijn. Dacht Henry lachend.
Henry liep even snel naar hem toe.
Bij de drie mannen aangekomen, stelde Kees van Vliet ze voor; “ Henry even voorstellen mijn naamgenoot Kees Jonkman en zijn collega Fred van Laar. Ik heb deze twee veteranen leren kennen tijdens een hele interessante lezing over leiderschap”. Henry gaf beiden een hand, degene met het rode erekoord was Kees Jonkman De reus was Fred van Laar. Beide droegen een veteranen speld en eretekens aan Bosnië en Afghanistan.
“Zenuwachtig?” vroeg Kees Jonkman.
Henry wilde ontkennen, maar besloot eerlijk te zijn. “Een beetje.”
Kees knikte en antwoordde “Dat is dan goed.” Henry keek hem vragend aan, en vroeg “Goed?”
“Dan weet je ten minste dat het belangrijk voor je is.” Antwoordde Kees.
Henry dacht daar even over na.
“Dat klinkt alsof u dit eerder hebt meegemaakt.” Zei hij glimlachend.
De veteraan glimlachte.
“Ik ben oud genoeg om overal een mening over te hebben.” Was zijn antwoord.
Henry lachte.
Het was een klein moment, maar het hielp hem.
Daarna groette hij de drie heren en liep terug. Het was tijd om zich weer bij zijn formatie te voegen. Een formatie waardoor hij blij en verrast was geweest. Het waren allemaal oude kameraden, jongens waarmee zijn militaire loopbaan was begonnen. Jongens uit het allereerste peloton die door Majoor Kees van Vliet waren afgeknepen, afgebroken en weer opgebouwd met het gevoel beter te zijn dan elk ander peloton. En één daarvan was nog steeds zijn allerbeste vriend.
Aan de andere kant van het terrein stonden de Marinierskapel der Koninklijke Marine en de Tamboers en Pijpers van het Korps Mariniers gereed.
De muzikanten wachtten op het juiste moment. Klaar om te beginnen klaar om van start te gaan.
Henry kende de betekenis van de verschillende signalen en muziekstukken. In een militaire ceremonie is muziek niet alleen achtergrond. Een roffel, een mars of een volkslied markeert een handeling.
Die ochtend zou hij het Wilhelmus heel anders horen dan ooit tevoren.
Ook buitenlandse militaire gasten waren aanwezig.
Hij zag vertegenwoordigers van de Britse Royal Marines en het United States Marine Corps gebroederlijk naast elkaar opgesteld.
De aanwezigheid van de Britse en Amerikaanse mariniers gaf de dag ook een internationaal karakter. Het was ook hoogst ongebruikelijk dat dit gebeurde maar er zouden nog wel meer ongebruikelijke dingen gebeuren tijdens deze ceremonie.
Henry had tijdens zijn loopbaan natuurlijk het langste met en samen met buitenlandse militairen gewerkt en opgetrokken. Hij wist dat taal, uniformen en gewoonten konden verschillen. Maar hij wist ook dat militairen elkaar vaak snel begrepen wanneer het werkelijk om het werk ging.
Een marinier van het United States Marine Corps stond met zijn collega’s aan de rand van het terrein.
Henry had hem eerder die ochtend kort gesproken.
“Big day,” had de Amerikaan gezegd.
Henry had geknikt en gezegd “ That’s one way of putting it.”
De Amerikaan had gelachen en geantwoord
“You’ll be fine.”
Henry had gedacht dat hij dat misschien wel nodig had om te horen.
Kort daarna arriveerde burgemeester van Rotterdam, Carola Schouten.
Zij werd op de kazerne ontvangen door de commandant en vertegenwoordigers van het Korps Mariniers. De aanwezige militairen sprongen op bevel in de houding.
De burgemeester inspecteerde de opstelling niet zoals een militaire commandant dat zou doen, maar werd ceremonieel langs de erewacht begeleid voordat zij haar tijdelijke plaats op de tribune innam.
Ze keek over het terrein.
Naar de mariniers.
Naar de andere krijgsmachtdelen die zich hadden verzameld en de internationale pers die in grote getale was toegestroomd
Naar de veteranen.
En naar het stukje tribune wat was gereserveerd voor familie en vrienden.
Voor Rotterdam was het een bijzondere gebeurtenis.
De stad en het Korps Mariniers waren al lange tijd met elkaar verbonden. Daarom had de aanwezigheid van de burgemeester voor Henry betekenis. Deze ceremonie vond niet ergens in een anonieme omgeving plaats.
Hij vond plaats in Rotterdam, zijn geboortestad
De spanning nam verder toe toen de komst van Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander werd aangekondigd.
De ceremonieel commandant gaf zijn bevelen.
Alle formaties kwamen volledig in de houding. De Tamboers en Pijpers gaven het voorgeschreven signaal.
Daarna arriveerde de koning, Willem Alexander met aan zijn zijde Koningin Maxima. En in zijn kielzog ander hooggeplaatste personen , waaronder de
Ambassadeur van de Verenigde Staten.
De ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk en een hoge afgevaardigde van de Verenigde Naties.
Henry keek recht vooruit.
Hij hoorde de bewegingen om zich heen.
De korte bevelen.
De muziek.
De stappen.
Koning Willem-Alexander werd ontvangen door de militaire autoriteiten en de burgemeester van Rotterdam. Vervolgens inspecteerde hij de aangetreden erewacht.
Toen de koning dichterbij kwam, merkte Henry dat zijn hart sneller begon te kloppen.
Hij had zich voorgenomen rustig te blijven.
Hij had zich voorgenomen niet na te denken.
Maar juist daardoor dacht hij aan alles.
Aan zijn overleden ouders, zijn vrienden
Aan zijn kameraden uit binnen en buitenland
Aan de reden waarom hij hier stond.
Toen de koning zijn positie passeerde, bleef Henry onbeweeglijk staan.
Blijf gewoon staan, dacht hij.
Dat heb je vaak genoeg geoefend.
Nadat de koning zijn plaats had ingenomen, werd het terrein stil.
De ceremonieel commandant trad naar voren.
Toen klonk Henry’s naam.
“Henry de Boer.”
Hij stapte uit de formatie.
Het moment was gekomen.
Hij liep naar voren.
Hij wist dat zijn vriendin Gerda en haar moeder Maria op de tribune zat, samen met zijn beste vrienden uit Denderwoud. Maar waaronder ook Vincent en Denise.
Vincent was in uniform maar was helaas nog niet in staat de ceremonie staand mee te maken in het peloton. Hij bekeek daarom alles van een afstand in zijn rolstoel.
Hij wist dat zijn oude peloton met daarin zijn allerbeste vriend Peter achter hem stonden.
Maar hij keek vooruit.
De voordracht begon.
De stem van de voorlezer klonk helder uit de speakers over het exercitieterrein.
Er werd gesproken over een militaire operatie waarin Henry en zijn collega’s onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden waren terechtgekomen.
Over een situatie waarin het gevaar onmiddellijk was.
Over verwarring.
Over beperkte communicatie.
Over mensen die afhankelijk van elkaar waren.
“Onder omstandigheden waarin de dreiging ernstig en onmiddellijk was,” klonk de voordracht, “bleef Henry de Boer handelen in het belang van de eenheid en de mensen voor wie hij verantwoordelijk was.”
Henry luisterde.
Voor de aanwezigen was het een verhaal.
Voor hem waren het pijnlijke herinneringen.
“Terwijl anderen in gevaar verkeerden, stelde hij niet zijn eigen veiligheid voorop. Hij nam verantwoordelijkheid, handelde onder zware druk en bleef aanwezig waar zijn collega’s hem nodig hadden.”
Henry dacht aan de mensen die destijds bij hem waren geweest.
Aan namen.
Aan stemmen.
Aan de angst kreten
Aan schreeuwen van pijn
Aan de korte gesprekken als er één in zijn armen stierf.
Aan momenten waarop niemand wist hoe de volgende minuten zouden verlopen.
“Door zijn optreden konden collega’s in veiligheid worden gebracht en bleef de eenheid in staat georganiseerd te handelen.”
De woorden klonken over het terrein.
“Zijn handelen getuigde van moed, beleid en trouw.”
Henry keek recht vooruit.
“Moed, doordat hij onder ernstig persoonlijk gevaar bleef optreden.”
Hij voelde zijn handen strak langs zijn lichaam.
“Beleid, doordat hij onder de moeilijkste omstandigheden het overzicht behield en zijn handelen richtte op het belang van de gehele eenheid.”
Hij haalde rustig adem, diep in en uit. Hi probeerde zijn hartslag te verlagen. Weer rustig en gefocust te worden. Alsof hij weer achter een geweer door een telescoop lag te kijken.
“En trouw, doordat hij zijn verantwoordelijkheid tegenover zijn opdracht en zijn collega’s bleef dragen, ondanks het gevaar waaraan hij zichzelf blootstelde.”
Henry was weer rustig, gefocust
De voordracht eindigde.
“Voor deze uitstekende daad wordt Henry de Boer benoemd tot Ridder in de Militaire Willems-Orde.”
Het bleef even stil.
Henry hoorde niets behalve de wind en ergens in de verte een geluid van de stad.
Daarna werd de ban geopend.
De ceremonie kreeg een nog plechtiger karakter
De betrokken Ridders Militaire Willems-Orde namen hun plaats in.
Majoor M.J. (Marco) Kroon (benoemd in 2009 voor optreden in Afghanistan)
Luitenant-kolonel G.P. (Gijs) Tuinman (benoemd in 2014 voor optreden in Afghanistan)
Majoor-vlieger R.P.J. (Roy) de Ruiter (benoemd in 2018 voor optreden in Afghanistan)
Vervolgens werd het Koninklijk Besluit voorgelezen.
Henry hoorde zijn naam opnieuw.
Maar nu als onderdeel van het officiële besluit.
Daarna kwam het moment waarop hij de voorgeschreven eed moest afleggen.
Henry hield zijn rechterarm horizontaal ter hoogte van de schouder, de onderarm omhoog, en de wijs- en middelvinger naar boven gestrekt.
Terwijl Koning Willem Alexander het volgende uitsprak.
"Ik zweer mij als een getrouw en wakker ridder te zullen gedragen, mijn leven altoos te zullen veil hebben voor Koning en Vaderland en door al mijn vermogen mij steeds trachten waardig te maken de onderscheiding, mij door den Koning toegestaan.”
Nu was het Henry zijn beurt. Hij sprak luid en duidelijk de volgende woorden.
“Zo waarlijk helpe mij God almachtig"
Zijn stem klonk rustiger dan hij zich voelde.
Toen hij klaar was, bleef hij staan.
Koning Willem-Alexander trad naar voren en hechtte daarna het ordeteken van de Militaire Willems-Orde aan zijn uniform.
Henry wist wat er nu zou gebeuren.
En toch voelde het anders dan hij had verwacht.
De hand van de koning raakte zijn linker schouder met een ferme klap
De bekende accolade, de fysieke ridderslag, Henry bleef volledig stil staan.
Hij voelde de beweging. waarmee de ceremonie werd afgerond.
De Marinierskapel begon te spelen.
Het Wilhelmus klonk;
Over het exercitieterrein.
Langs de formaties.
Langs de tribunes.
Hij hoorde de muziek.
En plotseling dacht hij niet meer aan de koning.
Niet aan de burgemeester.
Niet aan de aanwezige ambassadeurs.
Hij dacht aan zijn kameraden
Aan degenen die hem hadden geholpen.
Aan degenen die naast hem hadden gestaan.
Een onderscheiding werd aan één persoon uitgereikt.
Maar Henry wist beter dan wie ook dat hij niet alleen was gekomen waar hij nu stond.
Daar waren anderen bij betrokken geweest, anderen waarvan sommigen het grootste offer gaven.
Na het Wilhelmus is beëindigd en de Koning het podium weer betreedt, draait Henry zich om en loopt naar de reeds zittende Ridders der Militaire Willems-Orde toe. Zij heten het jongste lid officieel welkom in hun selecte gezelschap door hem — net als de Koning — een traditionele en stevige klap op de linker schouder te geven
Hiermee wordt Henry als Ridder in de Militaire Willems-Orde verwelkomd.
Daarna werd de ban gesloten.
Het formele deel van de uitreiking van de Wilhelms Orde uitreiking waren voltooid.
Maar voor Henry is het nog niet over, hij groet de andere ridders met een hoofdknik en loopt terug naar zijn plek voor het podium.
Dan stapt de Amerikaanse ambassadeur uit de rijen en trad naar voren. Met achter hem de militaire vertegenwoordiging van het United States Marine Corps. Ook hij betreedt het podium en staat naast de koning.
De ambassadeur sprak over samenwerking tussen bondgenoten en over de ervaringen die Nederlandse en Amerikaanse militairen met elkaar konden delen.
Over Conspicuous gallantry and intrepidity (Opvallende moed en onversaagdheid).
At the risk of life (Met gevaar voor eigen leven). Above and beyond the call of duty (Ver voorbij wat de plicht vereist)
"reflect the highest credit upon himself and the United States Armed Forces" (de hoogste eer toebrengen aan henzelf en de Amerikaanse strijdkrachten).
Henry luisterde aandachtig naarstig op zoek naar misschien enige vorm van verontschuldiging. Welke helaas ontbreekt.
De ambassadeur eindigde zijn speech met de woorden
"The President of the United States of America, authorized by Act of Congress, March 3, 1863, has appointed me in this special occasion to award in the name of The Congress the Medal of Honor to Henry de Boer”
( De president van de Verenigde Staten van Amerika, gemachtigd door een wet van het Congres op 3 maart 1863, heeft mij bij deze speciale gelegenheid aangewezen om in naam van het Congres de Medal of Honor uit te reiken aan Henry de Boer.)
Daarna stapt hij van het podium en wordt de aangekondigde Amerikaanse onderscheiding bij hem opgespeld
Het Amerikaanse detachement bewijst hem militaire eer door naar voren te treden en te groeten
De mariniers kapel speelde het Amerikaans volkslied. Waarop na het einde alle militairen aanwezig kort salueerden.
Toen de handelingen en deze korte ceremonie was voltooid, dacht Henry maar één ding.
Dit werd echt een lange dag.
Hij moest moeite doen om dat niet op zijn gezicht te laten zien.
Daarna kwam de Britse ambassadeur naar voren. En betrapt het podium.
De vertegenwoordigers van de Royal Marines stonden opgesteld.
De ambassadeur sprak over de band tussen Britse en Nederlandse mariniers.
Hij sprak kort over moed.
Niet als iets zonder angst.
Maar als het vermogen om verantwoordelijkheid te blijven nemen wanneer de uitkomst onzeker is.
Henry vond dat misschien wel de eerlijkste omschrijving van de dagen die hij lang geleden had meegemaakt.
De ambassadeur eindigde zijn speech met het uitspreken van de volgende woorden;
“For these acts of the greatest heroism or of the most conspicuous courage in circumstances of extreme danger, King Charles decided to award you with George Cross “
( Voor deze daden van de grootste heroïek of van de meest opvallende moed in omstandigheden van extreem gevaar heeft koning Charles besloten u het George Cross toe te kennen)
Daarna stapt ook hij van het podium en wordt het George Cross, bij hem opgespeld.
Naast de Wilhelms Orde en de Medal of Honor.
Hiermee werd Henry misschien wel de hoogst onderscheiden militair ooit.
De Britse militaire vertegenwoordiging bracht de groet, en volgde het Engels volkslied. Waarna wederom alle aanwezigen militairen de groet brachten.
Na dat moment keek Henry snel heel even naar zijn kameraden, die achter hem waren opgesteld. Peter zijn beste vriend en de marinier die hij al jaren kende, keek terug.
Hij knikte slechts.
Henry knikte terug.
Meer was niet nodig ze waren door het verleden voor altijd verbonden.
Na de toespraken en het uitreiken van de internationale onderscheidingen kreeg burgemeester Carola Schouten het woord.
Zij stapte naar voren en op het podium en keek eerst naar de aanwezige militairen.
Daarna naar de veteranen.
Vervolgens naar Henry.
“Majesteit, mijnheer De Boer, heren Ambassadeur, dames en heren,” begon zij.
“Vandaag eren wij hier één persoon. Maar een dag als deze laat ook zien dat achter één persoon altijd anderen staan.”
Het terrein bleef stil.
“Henry de Boer wordt vandaag onderscheiden voor uitzonderlijke moed, beleid en trouw. Dat zijn grote woorden. Maar achter die woorden schuilt uiteindelijk iets heel menselijks.”
Ze keek naar Henry.
“Het gaat om iemand die op een moeilijk moment niet wegliep van zijn verantwoordelijkheid. Iemand die bleef handelen toen anderen van hem afhankelijk waren.”
Daarna keek ze naar de tribune.
“En ik wil vandaag ook de mensen noemen die niet in uniform staan. De families. De vrienden. De mensen die wachten wanneer een ander op missie is en die vaak pas achteraf horen wat er werkelijk is gebeurd.”
Henry keek kort in de richting van zijn vrienden, naar Natasha en zijn vriendin Gerda in het bijzonder.
“Rotterdam is trots dat deze ceremonie hier plaatsvindt,” vervolgde de burgemeester. “Deze stad is verbonden met het Korps Mariniers. Maar vandaag gaat het niet alleen over geschiedenis of traditie.”
Ze liet een korte stilte vallen.
“Het gaat over mensen.
Over een collega die op anderen let.
Over een militair die verantwoordelijkheid neemt.
Over iemand die na een buitengewone gebeurtenis uiteindelijk gewoon weer terugkeert naar zijn collega’s en zijn familie.”
Toen keek ze opnieuw naar Henry.
“Mijnheer De Boer, namens de stad Rotterdam wil ik u bedanken. Niet alleen voor wat u hebt gedaan, maar ook voor de manier waarop u de verantwoordelijkheid van uw beroep hebt gedragen.
Rotterdam is trots op u.
Dank u wel.”
Henry knikte en antwoordde;
“Dank u wel, burgemeester.”
Daarna klonk opeens een applaus, niet kort of klein zoals tussen het uitreiken van de onderscheidingen. Dit keer voelde het anders. Minder ceremonieel.
Menselijker.
Henry hoorde zijn vrienden
Hij kon niet onderscheiden wie precies klapte.
Maar hij hoorde Rens op zijn vingers fluiten.
Henry glimlacht stil hij wist dat ze er waren.
Toen alle onderscheidingen waren uitgereikt, en speeches waren uitgesproken begon het afsluitende defilé.
Henry nam zijn plaats in op het podium, naast de koning
Naast en achter hem bevonden zich de burgemeester van Rotterdam, de militaire autoriteiten en de buitenlandse ambassadeurs.
De Marinierskapel zette in.
Als eerste passeerde de Vaandelwacht van alle eenheden die met de Wilhelms orde waren geëerd, waaronder twee buitenlandse. De vaandels gingen voorbij.
Henry keek ernaar.
Daarna volgden het korps mariniers
Zijn eigen collega’s.
Sommigen kenden hem goed.
Anderen hadden hem vooral van deze dag nog beter leren kennen.
Maar allemaal brachten zij de militaire groet.
Daarna defileerde de Koninklijke Marine.
De formatie vertegenwoordigde de mensen die op en vanaf zee hun werk deden, vaak voor lange perioden ver van huis.
Vervolgens kwam de Koninklijke Landmacht.
De militairen marcheerden langs de eretribune.
Henry dacht aan de verschillende taken en ervaringen die binnen die formatie samenkwamen.
Daarna volgde de Koninklijke Luchtmacht.
De formatie herinnerde eraan dat achter iedere zichtbare militaire operatie een groot aantal mensen werkt die ieder hun eigen verantwoordelijkheid dragen.
De Koninklijke Marechaussee passeerde vervolgens.
Hun aanwezigheid vormde opnieuw een herinnering aan de veelzijdigheid van de Nederlandse krijgsmacht.
Als laatste defileerden de buitenlandse militaire vertegenwoordigers.
Eerst het United States Marine Corps
Statig met ferme luide stappen zoals hij dit gewend was, de hoofden die strak gedraaid zijn kant op.
Daarna de Royal Marines.
Die terwijl deze voorbij marcheerde herkende hij op de voorste rij aan zijn kant een oude soldaat een oude makker vanuit het Rainbowteam, Stanley ! Hij had Afghanistan dus ook overleefd. Waarom is die niet naar me toegekomen vliegt door zijn hoofd
En terwijl hij verbaasd de man aankijkt trekt hij een grote glimlach en geeft een felle knipoog.
Geheel buiten Protocol maar helemaal Stanley.
En als als laatste het Rainbow detachement voorbij trekt is hij nog steeds verward.
Deze groep was al anders dan de andere eenheden, ze waren al vanuit verschillende nationaliteiten samengesteld. Ze marcheerden bij dit soort gelegenheden ook apart, een vorm waarbij Henry zich nooit prettig had gevoeld
Hoge stappen met gestrekt been, zoals de russen en noord Koreanen en in de tweede wereldoorlog het Duitse leger. Met een verschil ze droegen hun wapen met twee handen voor de borst. En tijdens het passeren werd dit wapen als groet vooruit gestoken.
Daarna kwamen de veteranen. De verschillende uniformen en vlaggen in maakten zichtbaar dat deze militairen uit verschillende landen kwamen. Vele in getal, jong en oud, statig en trots Henry keek hen na.
Dit was voor hem een van de indrukwekkendste momenten van de dag.
Geen van hen hoefde iets uit te leggen.
Ze waren er.
Dat was voldoende.
Maar de groet was dezelfde.
Toen het laatste detachement was gepasseerd, werd de ceremonie afgesloten.
De formaties werden door de wachtcommandant die de gehele ceremonie had begeleid afgemeld.
Ook meldde hij dat er aansluitend een receptie zou zijn in de grote zaal van de Van Ghent Kazerne.
Langzaam verdween de strakke houding.
Militairen en de aanwezigen begonnen weer met elkaar te praten.
De koning excuseerde zich om naar binnen te gaan. De ambassadeurs deden hetzelfde.
De burgemeester van Rotterdam feliciteerde Henry snel nog even persoonlijk met een “tot zo”
Ondertussen werden de koning en de ambassadeurs begeleid door enkele hoge militairen en de al aanwezige ridders richting de Kazerne
Henry wilde volgen en zocht op de tribune naar Gerda, maar kreeg niet echt de kans want daar kwamen zijn kameraden uit zijn peleton
Robin was de eerste en gaf hem een stevige hand. “Gefeliciteerd.”
“Dank je “ antwoordde Henry
Bennie was de tweede sloeg hem op zijn schouder.”Netjes gedaan man “
“Dank je.” Grinnikte Henry
Peter was de derde, hij gaf een stevige hand en een dreun op zijn schouder keek toen naar zijn uniform en schudde zijn hoofd.
“We gaan morgenochtend toch wel weer gewoon zwemmen hè ?”
Henry keek hem aan, “Waarschijnlijk wel “.
“Mooi. Dan weet ik in ieder geval dat dit je niet veranderd heeft.”
Henry lachte.
Dat was misschien het beste compliment dat hij die dag kreeg.
Daarna zei “ Kom je moet gaan, ik zie dat Gerda en Natasha al begeleid worden naar de ingang”
Henry knikte weer en zei lachend “ kom op
jongens snel naar binnen, daar staat het bier koud. Voordat die hoge omes het allemaal opzuipen ”
De groep lachte en liepen snel ook richting ingang.
Henry en Peter volgden rustig, terwijl het terrein langzaam leegliep, toen bleef Henry nog even staan. En keek nog een keer om zich heen.
De muziekanten pakten hun instrumenten in.
De buitenlandse detachementen verzamelden zich. Veteranen namen afscheid.
De verschillende krijgsmachtdelen keerden terug naar hun eigen programma.
Het grote ceremonieel was voorbij.
Henry keek naar de plaats waar hij die hele ochtend had gestaan.
Hij dacht aan alles wat er die dag was gebeurd.
De koning.
De Militaire Willems-Orde.
De buitenlandse ambassadeurs.
De Medal of Honer en het George Cross
De burgemeester van Rotterdam.
De toespraken.
De verschillende krijgsmachtdelen. De kameraden en nu oud collega’s De veteranen.
Zijn vrienden
Maar uiteindelijk bleef één gedachte bij hem.
Hij had die dag een onderscheiding ontvangen.
Hij was Ridder geworden.
Maar hij was nog steeds dezelfde Henry die die ochtend nerveus in de spiegel naar zijn uniform had gekeken.
En eerlijk gezegd was hij daar heel blij om.
Toen Peter hem riep, “Henry!” draaide hij zich om.
“Ja?” Terwijl hij zijn vriend wat gestrest zag reageren
“Kom op man, schiet op, we moeten echt opschieten maat, ze wachten op je .”
Henry lachte naar hem en keek nog één keer over het exercitieterrein.
Toen liep hij naar snel naar zijn vriend en haast op een holletje liepen samen naar de ingang.
De ceremonie was voorbij de receptie wachtte.
Note auteur.
Bij deze aflevering moet ik bekennen dat ik wel gebruik heb gemaakt van AI om dingen te checken en na te kijken om het accuraat te houden. Ondanks dat het natuurlijk een geheel fictief verhaal is, is de uitreiking van de MWO wel een echt aan protocol onderhevige ceremonie. Hier werd ik door een attente lezer stiekem op gewezen. Dus wil ik dat dan ook zo correct mogelijk verwoorden.
Ook de gebruikte teksten van de eed en uitreiking van de 3 onderscheidingen zijn accuraat. . Hierdoor kan het zijn dat mijn stijl van schrijven wat afwijkt van het gebruikelijke en misschien wat formeler is.
Ik hoop dat jullie het kunnen waarderen. Het stukje vervolg van deze dag ( deel 2 ). Wordt weer geheel fictief.




