Door: Schrijvertje1234
Datum: 29-08-2025 | Cijfer: 8.4 | Gelezen: 3313
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 6 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Slet, Swingers,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 6 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Slet, Swingers,
Ik ben een slet. Ik zeg het. Ik leef het. Ik brand ermee. En nu meer dan ooit. Want nu ruilen we, mijn man en ik. Twee koppels. Vier lichamen. Alles omgedraaid. Ik neem haar man. Hij neemt haar. En we kijken. Altijd kijken. Dat is het gif. Dat is de vonk. Dat is de marteling die geil maakt.
Ik zie hem. Mijn man. Bij haar. Zijn handen op haar huid. Zijn mond bij haar borst. Zijn blik even omhoog. Naar mij. Altijd naar mij. En ik lach terug. Ik steek mijn tong uit. Ik fluister zonder geluid: ik zie je. Ik zie alles. En ik brand ermee.
Hij ziet mij. Hij ziet hoe ik haar man grijp. Hoe ik mijn mond open. Hoe ik mijn lijf buig. Hij staart. Hij brandt. Hij trilt ervan. En ik voel dat. Ik voel zijn ogen als handen. Ik voel zijn adem in mijn rug hoewel hij niet bij me is. Ik voel hoe zijn blik me harder jaagt dan elke aanraking. Ik ga op voor zijn ogen.
Wij spelen niet los. Dit is geen loslaten. Dit is tegelijk vasthouden en kwellen. Wij ruilen, maar onze ogen blijven geketend. Hij kan niet wegkijken. Ik ook niet. Hij neemt haar, maar zijn blik neemt mij. Ik word genomen door hem, die andere man, maar mijn ogen zuigen aan de zijne. Vier lichamen, twee paar ogen, één krankzinnige ketting van verlangen.
Ik wil dat hij jaloers kijkt, ja. Ik wil dat hij pijn voelt. Ik wil dat het steekt dat mijn mond op andermans geslacht zuigt. Ik wil dat hij er geil van wordt. Dat hij siddert, huivert, stilletjes smeekt dat ik nooit ophoud. Zijn jaloezie is mijn brandstof. Zijn pijn is mijn sletje-feest. Ik lach erom, ik tril ervan, ik hou ervan.
En ik word zelf gek van hem. Mijn man. Zijn lijf herken ik, zijn zuchten herken ik, maar nu bij een ándere vrouw. Dat schuurt. Dat scheurt. Dat hakt in me. En juist dat, die steek, die wond, die brand maakt me hysterisch geil. Ik wil hem terug, en daardoor wil ik hem kwijt. Ik wil hem verliezen om hem vuiler terug te vinden.
Ik gil het binnensmonds uit: neem haar, pak haar, gebruik haar. Doe wat je nooit deed. Doe het terwijl ik kijk. Doe het harder omdat je weet dat ik kijk. Doe het fouter omdat je weet dat ik je eigen vrouw ben, en dat ik mezelf net zo fout geef aan een ander.
Het kijken maakt gek. Ik voel zijn ogen schroeien. Ik voel mijn ogen bijten. Ik jaag hem verder, terwijl ik mezelf verder jaag met die ander. Bijna alsof we elkaar bezitten door elkaar bij een ander te zien. Geen vertrouwen. Geen fatsoen. Alleen ziekmakend geil kijken terwijl de ruil doorgaat.
Ik ben trots. Trots dat ik dit kan. Trots dat ik niet schuw, dat ik niet breek. Trots dat ik door hun blik mijn lijf nog vuiger maak. Ik hou van die blikwisseling. Iedere keer als hij me vangt, hou ik mijn beweging vast, precies op dat moment. Ik wil zijn blik vangen terwijl ik open lig. Ik wil dat beeld inbranden in zijn netvlies. Dat hij dat nooit vergeet. Zijn vrouw onder een ander. Klaarwakker, breed glimlachend, geil en trots.
En hij? Hij doet hetzelfde. Hij pakt haar harder als ik kijk. Hij houdt haar vast, puur om mij harder te kwellen. Hij weet dat ik het zie. Hij weet dat ik jaloers ben, maar ik laat het branden in geilheid. Ik gooi mijn hoofd achterover, ik laat hem zien: ja, ik zie het, en ik ga óók verder. Dat is ons duel. Ons koppelduel. Ons kijkspel. Ons vuilste spel.
Ik ga harder dan ooit voor zijn ogen. Ik neem de ander, ik laat me gebruiken door de ander, maar eigenlijk is alles voor hem. Hij krijgt mijn show. Hij krijgt mijn geilheid live. Hij krijgt zijn eigen nachtmerrie als cadeautje, en hij bedankt alleen maar door verder te gaan met háár. Het stopt niet. Het vreet. Het draait. Het kookt.
Ik hou ervan om hem kapot te kijken. Om hem geil te maken met mijn verraad. Om hem geil te maken met mijn trots. Wij bouwen dit samen op. Vier lichamen als materie, maar wij twee als motor. Ogen als kettingen. Blikken als zwepen.
Ik ben een slet. Ik ben van velen. Ik ben van niemand. Maar vooral: ik ben zijn slet omdat hij kijkt. Omdat hij bukken moet voor mijn geilheid met een ander. Ik ben zijn slet omdat hij zichzelf kwelt door naar me te kijken en tóch niet stopt. Hij wil dit. Hij heeft dit gewild. Hij krijgt dit.
En ik? Ik verlang alleen maar naar nóg meer. Jaloezie die dieper steekt. Het Laat de pijn groeien. Ik wil dat je huilt van geilheid terwijl je me ziet. Ik wil dat je verstikt, omdat je mij zo ziet kreunen onder een vreemde. Ik wil dat het je kwelt. Want het kwelt mij ook. Jouw handen op haar, haar mond op jouw ballen, ik kan er niet tegen. Maar ik wil er juist in verdrinken.
Wij kijken elkaar kapot. Echt kapot. En in die kapotheid ligt de kern. We komen dichterbij terwijl we van elkaar afglijden. We worden groter na elke ruil. We worden vuiler na elk gezicht dat we zagen.
Ja, dat is het: niet het nemen, niet het gepak, maar het kijken. Het altijd kijken. Het ziekmakende, geile kijken. Dat is ons gif. Dat is onze motor. Dat is waarom ik fier zeg:
Ik. Ben. Een. Slet.
Ik ruil.
Ik word genomen.
Hij wordt genomen.
En wij kijken.
God, wij kijken.
Ik zie hem. Mijn man. Bij haar. Zijn handen op haar huid. Zijn mond bij haar borst. Zijn blik even omhoog. Naar mij. Altijd naar mij. En ik lach terug. Ik steek mijn tong uit. Ik fluister zonder geluid: ik zie je. Ik zie alles. En ik brand ermee.
Hij ziet mij. Hij ziet hoe ik haar man grijp. Hoe ik mijn mond open. Hoe ik mijn lijf buig. Hij staart. Hij brandt. Hij trilt ervan. En ik voel dat. Ik voel zijn ogen als handen. Ik voel zijn adem in mijn rug hoewel hij niet bij me is. Ik voel hoe zijn blik me harder jaagt dan elke aanraking. Ik ga op voor zijn ogen.
Wij spelen niet los. Dit is geen loslaten. Dit is tegelijk vasthouden en kwellen. Wij ruilen, maar onze ogen blijven geketend. Hij kan niet wegkijken. Ik ook niet. Hij neemt haar, maar zijn blik neemt mij. Ik word genomen door hem, die andere man, maar mijn ogen zuigen aan de zijne. Vier lichamen, twee paar ogen, één krankzinnige ketting van verlangen.
Ik wil dat hij jaloers kijkt, ja. Ik wil dat hij pijn voelt. Ik wil dat het steekt dat mijn mond op andermans geslacht zuigt. Ik wil dat hij er geil van wordt. Dat hij siddert, huivert, stilletjes smeekt dat ik nooit ophoud. Zijn jaloezie is mijn brandstof. Zijn pijn is mijn sletje-feest. Ik lach erom, ik tril ervan, ik hou ervan.
En ik word zelf gek van hem. Mijn man. Zijn lijf herken ik, zijn zuchten herken ik, maar nu bij een ándere vrouw. Dat schuurt. Dat scheurt. Dat hakt in me. En juist dat, die steek, die wond, die brand maakt me hysterisch geil. Ik wil hem terug, en daardoor wil ik hem kwijt. Ik wil hem verliezen om hem vuiler terug te vinden.
Ik gil het binnensmonds uit: neem haar, pak haar, gebruik haar. Doe wat je nooit deed. Doe het terwijl ik kijk. Doe het harder omdat je weet dat ik kijk. Doe het fouter omdat je weet dat ik je eigen vrouw ben, en dat ik mezelf net zo fout geef aan een ander.
Het kijken maakt gek. Ik voel zijn ogen schroeien. Ik voel mijn ogen bijten. Ik jaag hem verder, terwijl ik mezelf verder jaag met die ander. Bijna alsof we elkaar bezitten door elkaar bij een ander te zien. Geen vertrouwen. Geen fatsoen. Alleen ziekmakend geil kijken terwijl de ruil doorgaat.
Ik ben trots. Trots dat ik dit kan. Trots dat ik niet schuw, dat ik niet breek. Trots dat ik door hun blik mijn lijf nog vuiger maak. Ik hou van die blikwisseling. Iedere keer als hij me vangt, hou ik mijn beweging vast, precies op dat moment. Ik wil zijn blik vangen terwijl ik open lig. Ik wil dat beeld inbranden in zijn netvlies. Dat hij dat nooit vergeet. Zijn vrouw onder een ander. Klaarwakker, breed glimlachend, geil en trots.
En hij? Hij doet hetzelfde. Hij pakt haar harder als ik kijk. Hij houdt haar vast, puur om mij harder te kwellen. Hij weet dat ik het zie. Hij weet dat ik jaloers ben, maar ik laat het branden in geilheid. Ik gooi mijn hoofd achterover, ik laat hem zien: ja, ik zie het, en ik ga óók verder. Dat is ons duel. Ons koppelduel. Ons kijkspel. Ons vuilste spel.
Ik ga harder dan ooit voor zijn ogen. Ik neem de ander, ik laat me gebruiken door de ander, maar eigenlijk is alles voor hem. Hij krijgt mijn show. Hij krijgt mijn geilheid live. Hij krijgt zijn eigen nachtmerrie als cadeautje, en hij bedankt alleen maar door verder te gaan met háár. Het stopt niet. Het vreet. Het draait. Het kookt.
Ik hou ervan om hem kapot te kijken. Om hem geil te maken met mijn verraad. Om hem geil te maken met mijn trots. Wij bouwen dit samen op. Vier lichamen als materie, maar wij twee als motor. Ogen als kettingen. Blikken als zwepen.
Ik ben een slet. Ik ben van velen. Ik ben van niemand. Maar vooral: ik ben zijn slet omdat hij kijkt. Omdat hij bukken moet voor mijn geilheid met een ander. Ik ben zijn slet omdat hij zichzelf kwelt door naar me te kijken en tóch niet stopt. Hij wil dit. Hij heeft dit gewild. Hij krijgt dit.
En ik? Ik verlang alleen maar naar nóg meer. Jaloezie die dieper steekt. Het Laat de pijn groeien. Ik wil dat je huilt van geilheid terwijl je me ziet. Ik wil dat je verstikt, omdat je mij zo ziet kreunen onder een vreemde. Ik wil dat het je kwelt. Want het kwelt mij ook. Jouw handen op haar, haar mond op jouw ballen, ik kan er niet tegen. Maar ik wil er juist in verdrinken.
Wij kijken elkaar kapot. Echt kapot. En in die kapotheid ligt de kern. We komen dichterbij terwijl we van elkaar afglijden. We worden groter na elke ruil. We worden vuiler na elk gezicht dat we zagen.
Ja, dat is het: niet het nemen, niet het gepak, maar het kijken. Het altijd kijken. Het ziekmakende, geile kijken. Dat is ons gif. Dat is onze motor. Dat is waarom ik fier zeg:
Ik. Ben. Een. Slet.
Ik ruil.
Ik word genomen.
Hij wordt genomen.
En wij kijken.
God, wij kijken.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10