Houd jij ook van een beetje kinky?
Donkere Modus
Door: Benno
Datum: 09-02-2026 | Cijfer: 8.6 | Gelezen: 781
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 10 minuten | Lezers Online: 10
De wagon was een klamme, deinende kist vol lijven. Lieke stond met haar rug tegen de glazen scheidingswand gedrukt, haar armen vastgeklemd langs haar lichaam, tas tussen haar en de borst van een onbekende man. De trein schokte over een las in de rails en duwde iedereen een halve stap naar voren. Precies op dat moment voelde ze de hand al onder haar jas glijden.

Geen aarzeling, geen voorzichtige verkenning. Vingers haakten direct de tailleband van haar jeans, trokken de stof strak naar beneden tot de naad in haar bilnaad sneed. Ze voelde de knokkels hard tegen haar schaambeen drukken terwijl de hand zich naar binnen wrong. Haar slipje werd opzij geschoven – niet netjes, maar met een ruk die het elastiek liet knappen tegen haar huid.

Ze hapte naar adem, maar het geluid verdronk in het geratel van de wielen en het monotone gebrom van de ventilatie. De vingers vonden haar schaamlippen, spreidden ze ruw, duwden zonder glijmiddel naar binnen. Twee vingers meteen, hard en diep, tot de handpalm plat tegen haar venusheuvel lag. Hij had haar jeans inmiddels al omlaag getrokken, niet helemaal, maar genoeg: tot halverwege haar dijen, zodat de stof strak om haar knieën spande en haar bewegingen nog verder beperkte.

Ze voelde de hitte van zijn ontblote erectie tegen haar bilnaad drukken, hard en kloppend, voordat hij zich positioneerde. Ze wou gillen, maar schaamde zich te erg.

Met een korte, brute beweging stootte hij naar binnen. Geen voorspel, geen glijmiddel behalve haar eigen onvrijwillige reactie en het vocht dat al uit de eerdere vingerpenetratie was achtergebleven. De plotselinge rek en druk deden haar naar adem happen; een scherpe, snijdende pijn schoot door haar onderlijf toen hij zich helemaal in haar begroef. Hij was dikker dan ze had verwacht, en de hoek – van achteren, met haar bekken naar voren geduwd door de menigte – maakte dat hij diep tegen haar baarmoederhals aan ramde bij de eerste stoot.

Hij begon te bewegen: korte, harde stoten, elke keer opnieuw helemaal tot aan de basis, zijn schaambeen tegen haar stuitje slaand. De trein ratelde mee, versterkte het ritme, maakte van elke schok een nieuwe diepe penetratie. Lieke’s handen klauwden nutteloos tegen het glas; haar nagels krasten over het oppervlak zonder grip te vinden. Haar benen trilden, probeerden uit elkaar te gaan om de druk te verlichten, maar de mensenmassa hield ze juist op hun plek, dwong haar open te blijven voor hem.

Ze voelde alles: de ruwe wrijving van zijn schacht langs haar binnenwanden, het kloppen van zijn aderen, de manier waarop haar eigen lichaam onwillekeurig samentrok rond de indringer – niet uit genot, maar uit een primitieve, defensieve reflex. Elke stoot duwde lucht uit haar longen in kleine, gesmoorde geluidjes die niemand hoorde boven het lawaai van de rails.

Zijn handen grepen haar heupen vast, vingers boorden zich in haar vlees, hielden haar stil terwijl hij sneller werd. Zijn adem was heet en onregelmatig in haar nek; ze rook aftershave vermengd met zweet en metro-stank. Toen kwam de verandering: zijn stoten werden korter, dieper, schokkeriger. Hij gromde laag, een geluid dat meer op een dier leek dan op een mens.

Met een laatste, harde stoot begroef hij zich zo diep mogelijk en bleef daar. Ze voelde de eerste hete golf direct: dik, pulserend zaad dat in haar spoot, warm en overvloedig. Golf na golf, tot ze het letterlijk voelde overlopen – het gutste uit haar, langs zijn schacht, over haar schaamlippen, en droop in lange, kleverige draden omlaag.

Toen hij zich terugtrok – abrupt, zonder zachtheid – kwam er een nieuwe golf vrij. Het warme, witte vocht liep in stromen langs de binnenkant van haar dijen, spatte op de vieze metro-vloer, ketste tegen haar kuiten en gleed in dunne straaltjes verder omlaag naar haar enkels. Ze voelde het afkoelen terwijl het langs haar huid trok, een kleverig spoor achterlatend dat glinsterde in het felle tl-licht van de wagon.

Hij ritste zichzelf dicht. De hand die haar nog even op haar bil had gelegd, verdween. Alsof er niets was gebeurd.

De trein remde. Deuren sisten open. Mensen stroomden naar buiten. Lieke bleef staan, halfnaakt vanaf haar middel, jeans nog op haar knieën, zaad dat langzaam verder droop en kleine plasjes vormde rond haar schoenen. Ze voelde het tussen haar tenen sijpelen door de open zijkanten van haar gympen.

Pas toen de wagon bijna leeg was, trok ze met bevende handen haar broek omhoog. De stof zoog het vocht op, werd donker en plakkerig tegen haar huid. Ze stapte het perron op, benen wijd uit elkaar om de brandende wrijving te vermijden, elke stap een herinnering aan wat er net in haar was gebeurd.

De trein reed verder, maar Lieke bleef achter op het perron alsof de grond onder haar voeten was ingestort. Haar benen voelden niet meer als de hare; ze bewogen mechanisch, op spiergeheugen, terwijl haar geest ergens hoog boven de stad zweefde en neerkeek op een vreemde vrouw die liep met een lichte spreidstand, alsof elke stap een mes tussen haar benen duwde.

Thuis deed ze de deur op slot. Niet één keer, maar drie keer. Toen leunde ze ertegenaan en gleed langzaam omlaag tot ze op de deurmat zat, knieën opgetrokken, armen om zichzelf heen geslagen. Het zaad was opgedroogd op haar dijen – korstige, witte vlokken die bij elke beweging loslieten en op de vloer vielen als sneeuw van een dode boom. Ze keek ernaar, maar registreerde het niet echt. Het was net als kijken naar regen op een raam: het gebeurt, het glijdt omlaag, het verdwijnt.

Ze stond op, liep naar de badkamer, trok alles uit. Onder de douche liet ze het water zo heet mogelijk stromen tot haar huid rood en rauw werd. Ze waste zichzelf grondig – tussen haar benen, in de plooi van haar billen, overal waar hij was geweest – maar het gevoel bleef. Niet het kleverige vocht, niet de geur (die was nu zeep), maar de echo van de penetratie: een soort holle ruimte in haar bekken die nooit meer helemaal dicht leek te gaan. Alsof hij een stukje van haar had meegenomen en vervangen door leegte.

Ze droogde zich af en ging op bed liggen, nog steeds naakt, op haar zij opgerold. Haar handen vonden vanzelf de plekken waar zijn vingers hadden gedrukt: blauwe plekken op haar heupen, een rode striem op haar dij waar het elastiek was geknapt. Ze drukte erop, hard, tot de pijn echt werd – een pijn die ze zelf veroorzaakte, die ze dus kon beheersen. Dat hielp even. Toen stopte ze ermee omdat ze bang werd dat ze niet meer zou kunnen stoppen.

De nacht kwam, maar slaap kwam niet. In plaats daarvan speelde de film zich af in haar hoofd, in een eindeloze lus. Niet de rauwe fysieke details (die kon ze nog wegduwen), maar de kleine dingen die haar het meest kapotmaakten:

Dat niemand had gekeken.

Dat niemand iets had gezegd.

Dat ze zelf ook niets had gezegd.

Dat ze, een fractie van een seconde, had overwogen om zich gewoon over te geven aan de beweging van de trein, omdat verzet zinloos leek.

Dat ze nu, liggend in haar eigen bed, nog steeds zijn gewicht op haar rug voelde, zijn adem in haar nek, zijn zaad dat uit haar droop alsof haar lichaam het had geaccepteerd.

Tegen de ochtend huilde ze eindelijk. Niet luid, niet hysterisch – een stil, schokkerig huilen dat uit haar borstkas kwam als droge hikken. Tranen liepen over haar slapen, in haar haar, op het kussen. Ze huilde om het meisje dat ze vanmorgen nog was geweest: iemand die lachte om domme grappen, die plannen maakte voor het weekend, die dacht dat de wereld haar min of meer met rust zou laten zolang zij zich maar gedroeg. Dat meisje was er niet meer. Er was nu alleen nog deze versie: beschadigd, besmeurd, bang voor haar eigen lichaam.

Ze stond op, liep naar de spiegel, keek zichzelf aan. Haar ogen waren rood, haar lip gezwollen van het bijten. Ze legde een hand op haar onderbuik, drukte zachtjes, voelde de zeurende pijn die daar nog zat. “Ik ben nog hier,” fluisterde ze tegen haar spiegelbeeld. Het klonk als een leugen.

Maar ze zei het toch nog een keer, harder: “Ik ben nog hier.”

Ze wist niet of ze het geloofde. Ze wist alleen dat ze het móést zeggen, anders zou de leegte winnen.

Buiten begon de stad weer te ontwaken. Treinen reden af en aan. Mensen stapten in, stapten uit, leefden verder alsof er gisteren niets was gebeurd. Voor Lieke was alles veranderd. En toch moest ze opstaan. Douche. Kleren. Metro. Werk. Omdat stoppen geen optie was. Omdat overleven, hoe kapot ook, het enige was wat ze nog kon.

Ze trok een schone slip aan – katoen, hoogsluitend, alsof dat haar kon beschermen. Ze ritste haar jeans dicht. Ze deed de deur open. En stapte de wereld weer in, met een lichaam dat nog steeds voelde als een plaats delict, en een hart dat bonsde van een woede die ze nog niet durfde te benoemen.

Maar die woede was er wel. Klein, heet, groeiend. Misschien zou ze er ooit iets mee doen. Voor nu was het genoeg dat ze hem voelde.

Dat ze wist: dit is niet het einde van mij.

Dit is alleen het begin van iets anders. Iets wat haar heeft doen ontwaken en vol lust zit.

Haar bolle buikje, cadeau van haar onwelkome ontmoeting, geeft haar nog 8 maanden stof om over na te denken.
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Houd jij ook van een beetje kinky?
Houd jij ook van een beetje kinky?