Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Datum: 23-02-2026 | Cijfer: 8.3 | Gelezen: 678
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 9 minuten | Lezers Online: 6
Trefwoord(en): Zwanger,
Zwanger op Mallorca - deel 1 - De avond voor vertrek

De lakens plakken aan mijn rug, nat van zweet en van haar. Sarah ligt onder me, haar benen wijd om mijn heupen, haar handen in mijn nek geklemd. Ik stoot traag, diep, probeer het langer te laten duren dan de vorige keer, maar het is al te laat. Ik voel het opkomen, die bekende, nutteloze golf die nergens heen gaat. Mijn pik klopt, maar het zaad dat ik in haar pompt is waterig, zwak, een soort excuus voor sperma.

Godverdomme, Mark, waarom voelt het elke keer alsof je een lege huls bent? Alsof je lichaam al weet dat het niet zal lukken. Alsof het je straft voor iets wat je niet eens begrijpt. Kijk naar haar gezicht – die hoopvolle frons, hoe ze op haar eigen lip bijt. Ze gelooft er nog in. En jij? Jij gelooft het al maanden niet meer. Je neukt haar omdat je van haar houdt, maar diep vanbinnen weet je dat het zinloos is. En het ergste? Een klein, vies stukje van je geniet daarvan. Van het falen. Van het weten dat iemand anders het misschien wél kan. Wat voor zieke klootzak ben je?

Haar kut is heet, nat, gulzig om me pik, maar ik weet dat het niet genoeg is. En het zal ook nooit genoeg zijn. Ik duw harder, alsof ik met brute kracht kan compenseren wat mijn ballen niet kunnen produceren. Haar borsten deinen mee met elke stoot, zwaar en zacht, haar tepels schuren hard als steentjes tegen mijn borstkas. Ze heeft nu een cup E, denk ik vaag, groter dan vroeger, door al die hormonen van de IVF. Ik begraaf mijn gezicht in haar hals, ruik haar shampoo – kokos en iets zoets – vermengd met de zoute geur van onze seks. Haar lange haar plakt aan mijn wang, donkerbruin en warrig.

Ze ruikt nog steeds naar... naar thuis. Naar ons. Naar de ochtenden dat we wakker werden en gewoon neukten omdat we zin hadden, niet omdat er een kalender op de koelkast hing met rode cirkels. Nu ruikt alles naar wanhoop. Zelfs haar kut smaakt anders – bitterder, alsof het verdriet erin zit. En ik lik het op, elke keer weer, omdat ik haar wil laten voelen dat ik er nog ben. Maar ben ik er nog? Of ben ik al lang vervangen door naalden, echo’s en dokters die zeggen: “Het ligt aan hem.”

“Mark… harder,” fluistert ze. Haar stem trilt. Niet omdat ze klaarkomt, maar omdat ze probeert te geloven dat dit werkt.

Ik doe wat ze vraagt. Ik ram in haar, harder dan ik wil, harder dan goed is. Het bed kraakt als een oud schip. Ze hijgt, haar nagels graven in mijn schouders. Ik voel haar binnenste samentrekken, een reflex, geen orgasme. Ze komt niet meer echt klaar tijdens het neuken. Niet zoals vroeger. De dokters zeiden dat stress het blokkeert, maar ik weet beter. Het is mijn schuld.

Het is míjn schuld. Mijn zaad is shit. Lage motiliteit. Lage concentratie. Matige morfologie. De woorden van de uroloog echoën nog steeds in mijn hoofd. Elke keer als ik klaarkom, zie ik zijn gezicht voor me: meelevend, professioneel, maar met die ondertoon van medelijden. “U bent nog jong, meneer. Er zijn andere opties.” Andere opties. Alsof ik een auto ben die gerepareerd kan worden. Sarah kijkt me aan alsof ik haar redder ben. Maar ik ben haar verdoemenis.

Ik kom klaar met een grom die meer op pijn lijkt dan op genot. Wat uit mijn pik spuit is warm, maar te weinig. Te dun. Ik blijf op haar liggen, mijn pik nog half hard, terwijl het langzaam uit haar lekt. Ze houdt haar benen om me heen geklemd, bekken omhoog, alsof ze het naar binnen kan zuigen met pure wilskracht.

Blijf erin, blijf erin, alsjeblieft. Alsof dat ene druppeltje het verschil maakt. Alsof ik met vasthouden kan forceren wat de natuur weigert te doen. Ze doet het voor mij. Voor ons. En ik laat haar begaan omdat ik te laf ben om te zeggen: “Het lukt niet. Het zal nooit lukken. Laten we stoppen.” In plaats daarvan blijf ik liggen en voel ik mijn eigen zaad teruglopen langs mijn ballen. Warm. Maar nutteloos.

We blijven zo liggen, hijgend, stil. De klok op het nachtkastje tikt. 23:47. Morgenochtend om zes uur moeten we op Schiphol zijn.

Na een minuut of twee trekt ze haar benen terug. Ik rol van haar af. Ze blijft liggen, benen nog steeds licht gespreid, hand op haar buik. Alsof ze kan voelen als het zaad zich nestelt. Ik kijk naar haar. Haar gezicht is rood, haar ogen glanzend. Niet van tranen, nog niet. Maar dichtbij.

“Denk je…?” vraagt ze zacht.

Ik slik. “Misschien.”

Ze lacht kort, bitter. “Dat zeg je altijd.”

“Ik meen het.”

Ze draait haar hoofd naar me toe. Haar ogen zijn groot, met die lieve, ronde vorm die me vroeger gek maakte. En nu nog steeds maakt.

God, wat is ze mooi. Zelfs nu, met haar rode wangen en zweet op haar voorhoofd, zelfs met die pijn in haar blik. Ik zou alles voor haar doen. Alles. Zelfs… ja, zelfs dát. Het idee dat een ander haar zwanger maakt. Dat haar buik rond wordt van het zaad van iemand anders. Het maakt me misselijk. En hard. Tegelijk. Wat voor monster ben ik?

“Mark,” zegt ze, “ik kan het niet meer. Elke maand weer die test. Elke maand weer niks. Ik voel me… kapot. Alsof mijn lichaam defect is. Alsof ík defect ben.”

“Jij bent niet defect,” zeg ik fel. Te fel. “Ik ben schuld. Mijn sperma is shit. De dokter zei het letterlijk: lage motiliteit, lage concentratie, matige morfologie. Ik ben de zwakke schakel.”

Ze draait zich naar me toe, legt haar hand op mijn borst. “Niet doen. Niet jezelf haten. We doen dit samen.”

Maar ik haat mezelf wel. Elke keer als ik in haar klaarkom en zie hoe weinig het is, hoe het eruit druipt alsof het er nooit echt is binnengekomen, haat ik mezelf.

En toch… toen ik het idee opperde – een andere man, op vakantie, iemand die haar echt vol kan spuiten – voelde ik niet alleen schuld. Ik voelde ook een bepaalde hitte. Mijn pik werd hard terwijl ik het zei. Ik fantaseerde al over hoe ze eruit zou zien met een ander bovenop zich, hoe haar kut zou glanzen van vreemd zaad, hoe ze zou kreunen zoals ze al maanden niet meer kreunt voor mij. Ik haat dat ik dat voel. Maar het is er. En het groeit.

“Stel dat we iemand vinden,” zegt ze zacht. “Iemand jong. Sterk. Gezond. Die… in me klaarkomt. Zonder condoom. Stel dat het lukt. Dat ik zwanger raak. Zou je dat aankunnen? Dat het kind dan niet van jou is?”

Ik slik. Mijn hart bonkt. “Ja,” lieg ik half. “Als jij gelukkig bent. Als wij een kind hebben.”

Nee, dat zou ik niet aankunnen. Niet echt. Maar ik zou het pikken. Omdat ik haar zie breken. Omdat ik haar zie huilen in de badkamer na elke negatieve test. Omdat ik haar zie glimlachen als ze een babytje ziet in de supermarkt, en haar dan meteen weer zie instorten. Als een ander haar dat kan geven… dan laat ik het gebeuren. En misschien… misschien kijk ik wel toe. Misschien kom ik klaar terwijl ik het zie. God help me.

Ze kijkt me lang aan. Dan kust ze me zacht. “Ik hou van je, Mark.”

“Ik ook van jou.”

We liggen nog een tijdje stil. Dan fluistert ze: “Morgen vliegen we. Misschien… gebeurt er iets. Misschien niet. Maar ik wil proberen er open voor te staan. Voor ons.”

Ik knik. Mijn pik trekt weer, half hard tegen haar dij. Ze voelt het, glimlacht triest.

“Je bent alweer stijf.”

“Sorry.”

“Niet sorry zeggen.” Ze legt haar hand eromheen, knijpt zacht. 

Ik kreun zacht. Ze begint langzaam te trekken. Niet om me klaar te laten komen, maar om me te troosten. Of zichzelf.

Of allebei.

Morgen Mallorca. Zon. Strand. En misschien… iemand die haar wel kan geven wat ik niet kan. De gedachte maakt me harder. Ik haat mezelf. Maar ik kus haar terug. En blijf haar kussen tot we allebei te moe zijn om nog na te denken.

Morgen begint het echt.
Trefwoord(en): Zwanger, Suggestie?
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...