Klik hier voor meer...
Donkere Modus
Door: Jefferson
Datum: 24-05-2026 | Cijfer: 8 | Gelezen: 78
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 53 minuten | Lezers Online: 1
Stoppen Is Geen Optie
De vrijdag begint veel te vroeg. Dat gevoel heb ik al zodra mijn wekker afgaat en ik mijn ogen open in het grijze ochtendlicht dat tussen de gordijnen door mijn slaapkamer in valt. Een paar seconden blijf ik stil liggen, half onder de dekens, alsof mijn lichaam eerst wil controleren of gisteren echt gebeurd is voordat het besluit op te staan. Maar mijn keel voelt nog gevoelig, mijn hoofd zit nog vol losse beelden van gisterenavond en meteen trekt er weer een warme, ongemakkelijke spanning door mijn buik zodra ik eraan denk.

Toch sta ik op.

Want wat moet ik anders?

Buiten rijdt het verkeer gewoon door alsof er niets veranderd is. Mensen stappen op de fiets, wachten bij zebrapaden en drinken haastig koffie uit kartonnen bekers terwijl ik mezelf in de spiegel van mijn badkamer probeer aan te kijken zonder direct terug te denken aan hoe anders ik nog geen twaalf uur geleden naar mezelf keek. Mijn make-up doe ik rustiger dan normaal, misschien omdat ik ergens hoop dat precisie me weer het gevoel van controle teruggeeft. Alsof een nette eyeliner en een strakke knot kunnen verbergen hoe weinig grip ik gisteren eigenlijk had.

Onderweg naar school voelt alles tegelijkertijd vertrouwd en vreemd ver weg. De bekende route, dezelfde gebouwen, dezelfde geur van natte stoeptegels en koude ochtendlucht, maar ondertussen blijft mijn hoofd voortdurend afdwalen naar gisteren. Niet eens alleen naar wat er gebeurde, maar vooral naar hoe snel het normaal begon te voelen terwijl het dat absoluut niet was.

Bij binnenkomst op school word ik direct begroet door de bekende warmte van het gebouw, vermengd met koffie, printerinkt en de muffe lucht van jassen die al uren aan kapstokken hangen. Een paar leerlingen lopen luid pratend door de hal zonder echt op mij te letten. Iemand roept een goedemorgen. Een andere leerling vraagt vluchtig iets over een toetsweek. Ik antwoord automatisch, glimlach zelfs, en schrik daar bijna van omdat het zo normaal klinkt.

Alsof ik nog steeds gewoon mezelf ben.

Bij de koffieautomaat sta ik tussen collega’s die praten over roosters, surveilleren en iemand die zich ziekgemeld heeft. Kleine gesprekken waar ik normaal gedachteloos in mee zou gaan, maar vandaag moet ik mezelf dwingen om erbij te blijven. Mijn aandacht glijdt steeds weg. Naar mijn telefoon. Naar voetstappen in de gang. Naar herinneringen die zich opdringen precies op momenten dat ik juist professioneel probeer te kijken.

Af en toe betrap ik mezelf erop dat ik ineens veel te bewust ben van mijn eigen lichaam. Van hoe mijn blouse zit. Van hoe dichtbij mensen langs me lopen in smalle gangen. Van hoe snel een gewone aanraking of blik gisteren ineens iets totaal anders kon worden.

Dat besef maakt me rusteloos.

Tijdens mijn lessen gaat het verrassend goed, ten minste aan de buitenkant. Ik hoor mezelf uitleg geven, vragen beantwoorden en grapjes maken op precies dezelfde toon als altijd. Leerlingen schrijven mee, klagen half lachend over huiswerk en schuiven stoelen luidruchtig naar achteren zodra de bel gaat. Niemand kijkt naar me alsof er iets veranderd is.

Maar voor mij voelt alles anders.

Iedere keer dat een leerling iets te lang blijft hangen na de les, schiet er direct spanning door mijn lichaam. Iedere gesloten deur voelt ineens opvallend aanwezig. Zelfs wanneer ik cijfers invoer op mijn laptop merk ik dat mijn ademhaling soms oppervlakkiger wordt zodra bepaalde namen in beeld verschijnen.

Tussen de lessen door probeer ik mezelf voortdurend rationeel toe te spreken. Rustig blijven. Normaal doen. Niet overdrijven. Gisteren was een incident. Een ontsporing. Meer niet.

Alleen geloof ik dat zelf steeds minder.

Want onder die rationele gedachten zit iets anders dat veel moeilijker weg te drukken is. Anticipatie bijna. Alsof mijn lichaam inmiddels sneller begrijpt wat er gebeurt dan mijn verstand wil toegeven. En juist dat maakt me misschien nog het meest ongemakkelijk van alles.

Zelfs administratieve taken voelen anders nu. Mijn kantoor, dat altijd veilig en afgesloten voelde, roept voortdurend beelden op die ik liever niet midden op de dag terughaal. Wanneer ik de deur achter me dichttrek om toetsen na te kijken, merk ik direct hoe bewust ik ineens word van de stilte in de ruimte. Van de spiegel. Van mijn bureau. Van hoe dun de muren eigenlijk zijn.

Gisteren voelde mijn kantoor nog als een plek waar ik controle had.

Nu voelt het alsof de ruimte zelf meer over mij weet dan goed voor me is.

En toch ga ik zitten, open mijn laptop en begin aan mijn werk alsof er niets veranderd is, terwijl ik diep vanbinnen allang weet dat dat niet meer waar is.

Aan het einde van de middag voelt de school anders dan vanmorgen. Rustiger vooral. Alsof het gebouw na de laatste lessen langzaam leegloopt en alle geluiden verder uit elkaar komen te liggen. De drukte van schuivende stoelen, roepende leerlingen en piepende kluisjes heeft plaatsgemaakt voor losse stemmen in de verte, deuren die af en toe nog dichtvallen en het constante gezoem van de tl-verlichting boven de gangen.

Ik zit achter mijn bureau met een open stapel toetsen voor me die ik al tien minuten niet echt meer gelezen heb. Mijn pen ligt stil tussen mijn vingers terwijl ik probeer mezelf wijs te maken dat ik gewoon aan het werk ben en niet voortdurend op de klok kijk.

Ze zijn nog niet hier.

Die gedachte alleen al maakt me nerveuzer dan ik wil toegeven.

Mijn kantoor voelt vandaag kleiner dan anders, alsof de muren dichterbij staan sinds gisterenavond. Zelfs nu ik volledig aangekleed achter mijn bureau zit, krijg ik het gevoel niet weg dat de ruimte veranderd is. Alsof er iets in de lucht is blijven hangen wat ik zelf niet meer terug normaal krijg.

En misschien komt dat ook doordat gisteren niet écht ophield toen ik thuiskwam.

Mijn gedachten dwalen automatisch terug naar eerder vandaag. Naar vanmorgen, nog voordat de eerste les begon, toen ik hem voor het eerst weer zag.

Ik had hem eigenlijk willen ontwijken.

Niet bewust misschien, maar genoeg om eerst langer bij de koffieautomaat te blijven staan dan nodig was en daarna een andere gang te nemen richting mijn lokaal. Alsof afstand ineens hetzelfde was als controle. Alleen werkte dat natuurlijk niet. Halverwege de trap naar de eerste verdieping kwam hij me alsnog tegemoet, rustig zoals altijd, met een map onder zijn arm en diezelfde beheerste uitstraling waardoor hij gisterenavond nog gevaarlijker had gevoeld.

Mijn hart sloeg meteen harder zodra ik hem zag.

Niet omdat hij iets deed.

Juist omdat hij niets deed.

Hij keek me simpelweg aan terwijl hij dichterbij kwam, volledig normaal, volledig professioneel, alsof hij me gisteren niet half aangekleed tegen een muur had zien staan. Alsof hij niet wist hoe ik klonk wanneer ik nerveus werd. Alsof hij niet degene was geweest die me met één rustige opmerking volledig uit balans kon brengen.

‘Goedemorgen, Anna,’ zei hij toen rustig.

Meer niet.

Toch voelde die simpele begroeting anders dan ooit daarvoor. Misschien omdat ik ineens overal betekenis achter zocht. In de lichte vertraging waarmee zijn blik even op mij bleef hangen voordat hij verder liep. In de kalmte van zijn stem. In het feit dat hij volledig ontspannen leek terwijl mijn hele lichaam gespannen aanvoelde.

Ik had iets teruggezegd. ten minste, dat denk ik. Waarschijnlijk ook gewoon goedemorgen. Maar eerlijk gezegd weet ik het niet eens meer precies, omdat mijn hoofd op dat moment alweer volledig terug schoot naar gisterenavond.

Naar zijn hand in mijn haren.

Naar het briefje.

Naar die veel te rustige toon waarop hij had voorgesteld elkaar “wekelijks” te zien.

En het ergste was misschien nog wel dat hij daarna gewoon doorliep alsof er niets gebeurd was.

Geen glimlach.

Geen verborgen opmerking.

Geen spanning die iemand anders had kunnen opmerken.

Juist daardoor bleef de spanning volledig in mijn eigen hoofd hangen, waar ze alleen maar erger werd.

Later die ochtend zag ik hem opnieuw, kort vanuit de docentenkamer terwijl hij met twee andere collega’s stond te praten over roosters voor de toetsweek. Ik weet nog dat ik mezelf dwong om naar mijn laptop te blijven kijken terwijl ik hem ondertussen toch voortdurend in mijn ooghoek in de gaten hield.

Hij lachte zelfs een keer.

Gewoon normaal.

En ergens maakte juist dat me opnieuw onrustig.

Hoe kon hij zo normaal doen na gisteren?

Of misschien nog erger:

hoe kon ik daar zo van onder de indruk raken?

Pas één keer kruisten onze blikken opnieuw echt. Heel kort maar. Hij keek op terwijl iemand hem iets vroeg en zijn ogen bleven net een fractie van een seconde te lang op mij hangen voordat hij weer verder praatte alsof er niets gebeurd was.

Niemand anders zou daar ooit iets achter zoeken.

Maar ik wel.

Natuurlijk wel.

Sindsdien voelt het alsof ik de hele dag met een verborgen zenuw door de school loop die alleen hij kent.

Ik adem langzaam uit en kijk opnieuw naar de klok aan de muur. Buiten mijn kantoor klinkt ergens nog gelach in de verte, gevolgd door het dichtvallen van een deur. Daarna wordt het weer stil.

Veel te stil.

Mijn vingers tikken zacht tegen mijn pen terwijl ik mezelf probeer te dwingen weer naar de toetsen voor me te kijken, maar mijn aandacht blijft steeds afdwalen naar de gang buiten mijn deur.

Wachtend.

Ik probeer mijn aandacht op de toetsen voor me te houden, maar het lukt nauwelijks nog. Mijn pen beweegt af en toe automatisch over de rode correcties terwijl mijn ogen eigenlijk vooral op de klok rechtsboven in mijn scherm blijven hangen. Buiten wordt het langzaam donkerder en in de gang klinkt nog maar af en toe een stem of een dichtslaande deur. Vrijdagmiddagen voelen altijd anders op school, leger en vermoeider, alsof het hele gebouw opgelucht ademhaalt zodra de laatste lessen voorbij zijn. Normaal vond ik dat prettig. Nu maakt die stilte me alleen maar bewuster van waar ik op zit te wachten.

Of beter gezegd: op wie.

Mijn vingers tikken zacht tegen de rand van mijn bureau terwijl ik mezelf probeer wijs te maken dat ik gewoon nog wat werk afmaak. Dat ik hier zit omdat ik achterloop met nakijken. Omdat docenten nu eenmaal vaak langer blijven. Alleen voelt zelfs mijn eigen kantoor inmiddels niet meer als een normale werkplek. Sinds gisteren lijkt alles hier een tweede betekenis gekregen te hebben. De spiegel achter me. De deur. De stilte zodra die dichtvalt.

‘Blijf jij altijd zo laat op vrijdag?’

De stem van Rayenne trekt me abrupt uit mijn gedachten.

Ik kijk op van mijn laptop en zie hoe ze half onderuitgezakt aan haar kant van het kantoor zit, met één been opgetrokken op haar stoel terwijl ze haar sporttas openritst. Haar lange bruine haar valt los over haar schouder terwijl ze zichtbaar geïrriteerd een elastiekje uit haar tas trekt en het daarna weer weggooit alsof zelfs dat teveel moeite kost op dit tijdstip.

Ze ziet er nog steeds meer uit als een oudere leerling dan als een docent, iets wat leerlingen haar waarschijnlijk dagelijks vertellen. Slank, sportief, grote lichte ogen en een gezicht dat bijna te zacht oogt voor de scherpe toon waarop ze soms tegen klassen kan uitvallen tijdens gym. Zelfs nu draagt ze gewoon een strakke zwarte sporttop met een trainingsbroek alsof ze elk moment alsnog een volleybaltraining moet geven.

‘Valt mee,’ lieg ik automatisch terwijl ik weer naar mijn scherm kijk. ‘Vrijdag is meestal juist relaxed.’

‘Nou, voor mij niet,’ moppert ze zacht terwijl ze haar schoenen uitschopt onder het bureau. ‘Ik dacht serieus dat docent worden betekende dat je op vrijdagmiddag een beetje vroeg naar huis kon.’

Ik glimlach kort zonder echt te luisteren.

Mijn aandacht blijft voortdurend half bij de gang buiten onze deur hangen.

Rayenne merkt het blijkbaar sneller dan ik zelf doorheb.

‘Jij bent echt afwezig vandaag,’ zegt ze ineens terwijl ze me onderzoekend aankijkt. ‘Slecht geslapen?’

Mijn maag trekt direct samen.

Het duurt waarschijnlijk nog geen seconde, maar toch voelt het alsof ik te lang wacht met reageren.

‘Nee hoor,’ zeg ik uiteindelijk veel te luchtig. ‘Gewoon druk.’

Ze humt zacht alsof ze me niet helemaal gelooft, maar ook weer niet genoeg geïnteresseerd is om echt door te vragen. Dat is typisch Rayenne. Scherp genoeg om dingen op te merken, maar meestal te ontspannen om er meteen conclusies aan te verbinden.

‘Je kijkt echt al de hele middag alsof je elk moment slecht nieuws verwacht,’ merkt ze daarna alsnog op terwijl ze een flesje water uit haar tas haalt.

Ik lach kort.

Te kort misschien.

‘Zo erg?’

‘Beetje wel.’

Ze neemt een slok water terwijl haar blik heel even naar mijn bureau glijdt, naar de stapel toetsen en de rode pen tussen mijn vingers.

‘Of ben je gewoon bang voor oudergesprekken ofzo?’

‘Dat zal het zijn,’ zeg ik snel.

Gelukkig grijnst ze meteen alsof ze haar eigen opmerking niet eens serieus neemt.

‘Zie je wel. Ik wist dat jij stiekem veel te braaf bent voor deze school.’

Die opmerking blijft vervelend hangen.

Braaf.

Als zij eens wist.

Mijn blik schiet automatisch weer naar de klok. Nog een paar minuten.

Ik probeer normaal te blijven zitten, maar ineens voelt iedere beweging bewust. Hoe ik mijn benen over elkaar sla. Hoe ik mijn blouse recht trek. Hoe vaak ik naar de deur kijk zonder dat te opvallend te maken.

Rayenne merkt natuurlijk opnieuw iets.

‘Oké, nu ben ik nieuwsgierig,’ zegt ze terwijl ze haar ellebogen op het bureau zet. ‘Wacht jij op iemand?’

Mijn hart slaat direct harder.

Ik kijk veel te snel op.

‘Hoezo?’

Ze haalt haar schouders op.

‘Geen idee. Je doet gewoon een beetje geheimzinnig vandaag.’

Geheimzinnig.

Dat woord alleen al voelt gevaarlijk.

Ik dwing mezelf om rustig te lachen terwijl ik mijn laptop dichtklap alsof ik eindelijk klaar ben met werken.

‘Misschien wil ik gewoon weekend.’

‘Ja, nou, same,’ zegt ze meteen.

Gelukkig laat ze het daarbij.

Toch voel ik de spanning niet verdwijnen. Integendeel eigenlijk. Want nu is er ineens iets anders bij gekomen naast anticipatie.

De angst dat iemand misschien eerder dingen ziet dan ik dacht.

Mijn ogen blijven steeds terugschieten naar de klok rechts onderin mijn scherm terwijl Rayenne nog altijd tegenover me zit alsof dit de normaalste vrijdagmiddag van de wereld is. Nog tien minuten.

Tien minuten totdat ze hier zijn.

Alleen die gedachte al laat opnieuw een warme spanning door mijn buik trekken, iets waar ik me direct voor probeer te schamen maar wat ondertussen veel te vertrouwd begint te voelen. Want ondanks alles wat gisteren gebeurd is, ondanks de paniek, Van Weelden, de schaamte en het gevoel compleet ontmaskerd te zijn, voel ik nog steeds diezelfde anticipatie langzaam door mijn lichaam kruipen zodra ik eraan denk wat er straks gaat gebeuren.

En juist dat maakt me misschien nog het meest ongemakkelijk.

Ik zou nu toch vooral bang moeten zijn?

In plaats daarvan merk ik dat mijn aandacht steeds afdwaalt naar praktische dingen. Naar tijd. Naar risico’s. Naar waar ik dit überhaupt nog veilig kan doen nu mijn kantoor ineens voelt alsof iedere muur me verraadt.

Sinds gisteren vertrouw ik deze ruimte niet meer volledig. Iedere keer dat mijn blik langs de deur glijdt, denk ik automatisch terug aan de klink die langzaam naar beneden ging terwijl ik half aangekleed tegen de spiegel stond. Aan voetstappen op de gang. Aan hoe snel alles ineens uit mijn handen kon glippen.

En nu zitten we hier weer.

Alsof ik niets geleerd heb.

Of misschien juist veel te veel.

‘Je bent echt ergens met je hoofd vandaag,’ merkt Rayenne opnieuw op terwijl ze met haar stoel iets naar achteren schuift. ‘Ik voel me bijna beledigd.’

Ik kijk meteen op.

‘Hm?’

Ze lacht kort.

‘Zie je? Je hoort me gewoon niet eens.’

‘Sorry,’ mompel ik terwijl ik mezelf dwing normaal te glimlachen. ‘Ik ben gewoon moe.’

‘Moe?’ herhaalt ze sceptisch. ‘Jij kijkt alsof je iemand vermoord hebt.’

Mijn hart slaat onmiddellijk één harde slag over.

Veel te overdreven waarschijnlijk, want Rayenne begint direct alweer te lachen zodra ze mijn gezicht ziet.

‘Rustig, grapje.’

Ik lach mee, maar geforceerd genoeg dat ik mezelf haat zodra het geluid mijn mond verlaat.

Nog acht minuten.

Rayenne draait haar stoel langzaam heen en weer terwijl ze gedachteloos op haar telefoon scrollt. Waarom gaat ze niet gewoon weg? Normaal is zij altijd als eerste verdwenen op vrijdagmiddag. Geen nakijkwerk, geen stapels administratie, geen reden om hier nog te zitten zodra haar lessen klaar zijn.

Vandaag blijkbaar wel.

Mijn benen voelen onrustig onder het bureau terwijl ik opnieuw naar mijn scherm probeer te kijken zonder daadwerkelijk iets te lezen. In mijn hoofd ben ik ondertussen alleen nog maar bezig met oplossingen bedenken.

Het kantoor kan niet meer.

Niet vandaag.

Misschien voorlopig helemaal niet meer.

Veel te riskant.

Niet alleen door gisteren, maar omdat ik me nu ineens bewust ben van alles waar ik eerst niet eens over nadacht. Collega’s die langer blijven. Schoonmakers. Leerlingen die teruglopen omdat ze iets vergeten zijn. Mensen die op deuren letten.

En Van Weelden.

Die gedachte alleen al maakt mijn nek warm.

Hij kijkt nu mee, ook als hij er niet is.

Ik schrik op van stemmen buiten in de gang.

Mannelijke stemmen.

Jong.

Mijn hartslag schiet direct omhoog.

Daar zijn ze.

Nog voordat er geklopt wordt, weet ik het al aan de manier waarop mijn lichaam reageert. Mijn ademhaling wordt oppervlakkiger terwijl ik automatisch rechter ga zitten en mijn vingers zich steviger om mijn pen sluiten.

Dan klinkt inderdaad een korte klop op de deur.

Rayenne kijkt direct op van haar telefoon.

‘Zo, bezoek voor jou?’ merkt ze luchtig op.

Ik kom veel te snel overeind.

‘Waarschijnlijk een vraag over huiswerk,’ zeg ik meteen, nog voordat zij iets anders kan bedenken.

Mijn stem klinkt dunner dan normaal.

Natuurlijk merkt Rayenne dat ook weer.

‘Relax,’ zegt ze grijnzend. ‘Ik ga echt niet meeluisteren.’

Mijn maag draait zich om terwijl ik richting de deur loop.

Zodra ik die opent, staan ze daar inderdaad. Net iets te dicht naast elkaar, alsof ze elkaar onderweg hierheen hebben opgejut. De spanning op hun gezichten herken ik inmiddels meteen. Die overdreven nonchalance die pubers krijgen wanneer ze doen alsof ze rustig zijn terwijl werkelijk alles aan hen verraadt dat ze ergens op wachten.

Mijn blik schiet automatisch kort door de gang.

Leeg.

Toch voelt het ineens alsof iedere seconde gevaarlijk zichtbaar is.

‘Mevrouw,’ zegt één van hen iets te netjes.

Achter me hoor ik Rayenne zacht lachen.

‘Jeetje, jij hebt je leerlingen goed afgericht.’

Mijn hart bonst ondertussen zo hard dat ik moeite heb om normaal te blijven kijken.

Ze kunnen hier niet blijven staan.

Niet met haar erbij.

Niet bij mijn kantoor.

‘Ligt nog in het lokaal,’ zeg ik daarom snel terwijl ik de deur alweer half achter me dichttrek. ‘Loop maar mee.’

Ik wacht hun reactie niet eens af en begin direct door de gang terug richting mijn lokaal te lopen, veel sneller dan normaal, terwijl ik hun voetstappen vrijwel meteen achter me hoor aansluiten.

Twee opgewonden pubers.

Precies achter mij.

Ik trek de deur van ons kantoor sneller achter me dicht dan normaal, hard genoeg dat het slot direct hoorbaar in het kozijn valt. Meteen krijg ik het gevoel dat dat te gehaast klonk, alsof zelfs zo’n klein geluid al kan verraden dat er iets niet klopt. Toch dwing ik mezelf niet opnieuw om te kijken. Niet naar Rayenne, niet naar de jongens achter me en vooral niet naar mijn eigen spiegelbeeld in het donkere raam naast de deur.

‘Fijn weekend hè,’ hoor ik Rayenne nog luchtig achter me zeggen.

Ik draai me half om en glimlach automatisch terug, veel te snel waarschijnlijk, maar gelukkig lijkt zij daar niets achter te zoeken. Ze zit alweer half met haar aandacht bij haar telefoon terwijl ze onderuitgezakt op haar stoel hangt alsof dit gewoon het einde van een normale werkdag is.

Voor mij allang niet meer. Misschien is dat voor haar ook zo. Ik had nog steeds geen idee waarom ze hier zo laat was.

‘Jij ook,’ mompel ik terwijl ik mijn sleutelbos alweer in mijn tas laat verdwijnen.

Heel even voel ik haar blik nog op me rusten, vluchtig en gedachteloos, maar toch schiet er direct spanning door mijn buik. Alsof iedereen tegenwoordig iets aan me kan zien zodra ze iets langer kijken dan normaal. Mijn ademhaling blijft oppervlakkig terwijl ik de gang in loop zonder nog achterom te kijken.

Hun voetstappen volgen vrijwel direct achter mij.

Geen van ons zegt iets.

Dat hoeft ook niet meer.

Juist die stilte maakt alles veel duidelijker dan woorden zouden doen. Iedere stap die ik zet voelt geladen, alsof de hele gang begrijpt waar we naartoe lopen terwijl er letterlijk niemand is die ook maar een idee heeft. Toch voelt het totaal anders dan eerdere keren. Vroeger gaf die spanning me juist een gevoel van controle, bijna een soort geheim zelfvertrouwen omdat niemand wist wat er zich achter mijn gesloten deur afspeelde.

Nu voelt alles zichtbaarder.

Kwetsbaarder ook.

Misschien omdat ik sinds gisteren weet hoe snel één persoon genoeg kan zijn om mijn hele zorgvuldig opgebouwde gevoel van veiligheid uit elkaar te trekken.

Mijn hakken tikken sneller over de vloer dan normaal terwijl ik bewust probeer niet te denken aan hoe we er samen uit moeten zien. Een docente die zwijgend door een halflege school loopt met twee jongens vlak achter zich. Zelfs zonder iets expliciets voelt het ineens gevaarlijk zichtbaar. Zouden ze al hard zijn? Hoe vaak zouden ze vandaag alleen al aan dit moment gedacht hebben? En ze zijn dus gewoon komen opdagen... Dat maakt me zo... nat alweer.

Ik trek ongemerkt de zoom van mijn blouse iets verder omlaag terwijl we de hoek van de gang omslaan. Van buiten zie ik er netjes uit. Misschien zelfs netter dan normaal vandaag. Donkere pantalon, lichte blouse, sieraden minimaal, haar strak vast. Alles precies zoals een docent eruit hoort te zien op een vrijdagmiddag.

Alleen weet ik zelf hoe weinig dat nog betekent.

Onder die blouse draag ik bewust iets anders.

Een zwart topje dat veel strakker zit dan nodig is, met een lage hals die net genoeg zichtbaar wordt zodra ik vooroverbuig of mijn bovenste knoopje loslaat. Daaronder een push-upbh die mijn borsten hoger duwt dan comfortabel voelt, iets wat ik vanmorgen al aantrok terwijl ik mezelf nog probeerde wijs te maken dat ik gewoon een normale werkdag tegemoet ging.

Dat besef maakt mijn nek warm.

Want diep vanbinnen wist ik blijkbaar allang dat dit ging gebeuren.

Zelfs nu ik gespannen ben, zelfs nu iedere voetstap door de lege gangen echoot alsof we veel te veel aandacht trekken, voel ik opnieuw die bekende warmte langzaam door mijn lichaam trekken zodra ik besef dat zij achter me lopen en precies weten wat die stille wandeling eigenlijk betekent.

En misschien maakt juist dat het nog moeilijker om mezelf ervan te overtuigen dat ik hier nog controle over heb.

We lopen zonder iets te zeggen verder door de gangen terwijl ik mezelf dwing een normaal tempo aan te houden, ook al voelt het alsof mijn hartslag veel te luid door de stilte van het gebouw heen bonst. De school klinkt anders aan het einde van de middag. Hol bijna. Iedere voetstap echoot harder nu de meeste leerlingen al weg zijn, waardoor ik me voortdurend bewust blijf van ons drieën samen in deze veel te lange gangen.

Toch is het hier helemaal niet zo leeg als ik mezelf altijd voorhoud.

Dat valt me nu pas echt op.

Verderop staat nog een docent in een open lokaal schriften op elkaar te stapelen terwijl op de achtergrond een radio zacht aanstaat. In het trappenhuis klinkt gelach van twee leerlingen die blijkbaar nog moeten nablijven of wachten op iemand. Beneden rijdt ergens een conciërgekar piepend over de tegels. Vanuit een ander lokaal hoor ik stoelen schuiven en iemand die moeizaam een projector probeert uit te zetten.

Waarom voelt het alsof ik dit allemaal eerder nooit zag?

Alsof ik de school pas nu echt opmerk sinds iedere deur ineens gevaarlijk kan zijn.

Mijn blik schiet voortdurend alle kanten op terwijl we doorlopen. Naar ramen. Naar openstaande lokalen. Naar onverwachte bewegingen in mijn ooghoek. Zelfs het automatische licht dat achter ons langzaam uitfloeppt zodra we een gang verlaten, laat me telkens kort opschrikken.

Achter mij blijven hun voetstappen rustig volgen.

Steeds stiller bijna.

In het begin liepen ze nog iets losser achter me, alsof ze zelf ook niet helemaal wisten hoe deze middag zou verlopen, maar hoe langer we zoeken zonder een geschikte plek te vinden, hoe meer hun spanning voelbaar wordt. Ik hoef niet eens achterom te kijken om het te merken. Het zit in hun stilte. In de manier waarop ze automatisch dichterbij blijven zodra ik ergens afrem of om een hoek kijk.

En vervelend genoeg werkt die spanning direct op mij.

Ondanks alles.

Ondanks mijn nervositeit.

Misschien zelfs juist daardoor.

Want terwijl ik steeds opgejaagder raak van alle risico’s om ons heen, merk ik ook hoe mijn gedachten langzaam beginnen af te dwalen naar iets anders. Naar hun aandacht. Naar wat er straks gaat gebeuren zodra we eindelijk alleen zijn. Naar handen, blikken en de manier waarop ze straks weer volledig op mij gefocust zullen zijn.

Mijn buik trekt warm samen bij die gedachte.

Ik haat hoe snel dat gebeurt inmiddels.

Gisteren heeft duidelijk meer veranderd dan ik wil toegeven.

Vroeger voelde mijn kantoor veilig. Afgesloten. Controleerbaar. Ik wist precies hoe laat gangen leeg zouden zijn, wanneer collega’s naar huis gingen en welke geluiden normaal waren. Nu voelt iedere deur alsof iemand hem ieder moment kan opentrekken.

En misschien is dat ook gewoon zo.

Wanneer we uiteindelijk de hoek omlopen richting mijn lokaal voel ik heel even opluchting opkomen. Instinctief bijna. Tot ik direct weer stilval.

Aan de andere kant van de gang brandt nog licht.

Door het smalle raam van het tegenoverliggende lokaal zie ik twee ouders aan een tafel zitten terwijl een collega tegenover hen met een stapel papieren wijst naar iets op tafel. Oudergesprek.

Natuurlijk.

Mijn maag draait zich onmiddellijk om.

Hier kan het dus ook niet.

Heel even blijf ik staan alsof mijn hoofd alsnog zoekt naar een oplossing die er niet is. Achter mij stoppen hun voetstappen vrijwel direct mee. De stilte tussen ons voelt ineens dik en geladen in die halflege gang.

Niemand zegt iets.

Toch voel ik hun aandacht direct op mij gericht.

Wachtend.

Dat alleen al maakt mijn ademhaling warmer dan het zou moeten maken.

Ik zou nu moeten denken aan afbreken. Aan naar huis gaan. Aan hoe absurd dit eigenlijk geworden is sinds gisteren. Maar die gedachte komt niet eens echt op. Niet serieus in ieder geval.

In plaats daarvan merk ik dat ik alweer verder kijk.

Verder de gang in.

Verder de school door.

Zoekend naar een nieuwe plek alsof doorgaan inmiddels vanzelfsprekender voelt dan stoppen.

Ik blijf nog een paar seconden naar het oudergesprek aan de andere kant van de gang kijken voordat ik abrupt weer verder begin te lopen.

‘Kom mee,’ zeg ik zacht maar gehaast.

Pas wanneer ik me omdraai en hen eindelijk echt aankijk, voel ik opnieuw hoe anders alles vandaag aanvoelt. In de gangen hiervoor waren ze vooral aanwezigheid geweest achter me, voetstappen en spanning in mijn rug, maar nu zie ik hen weer volledig. Hun blikken blijven direct op mij hangen zodra ik stilsta. Te aandachtig. Te gespannen. Hun schouders staan strakker dan normaal en allebei houden ze hun handen diep in de zakken van hun broeken alsof ze zichzelf dwingen zo normaal mogelijk te blijven staan, terwijl het eigenlijk alleen maar duidelijker maakt hoe opgewonden ze inmiddels zijn.

Die wetenschap trekt onmiddellijk weer warm door mijn buik.

Ik draai me snel om voordat ik te lang blijf kijken en loop verder richting het oude trappenhuis aan de zijkant van het gebouw, het gedeelte dat bijna niemand nog gebruikt sinds de nieuwe vleugel open is gegaan. Hier brandt maar om de paar meter licht en de lucht ruikt muffig naar stof, koude stenen en schoonmaakmiddel. Mijn hakken klinken harder op de betonnen treden terwijl we naar beneden lopen en ergens verderop slaat een zware deur dicht waardoor ik direct opschrik.

Zelfs hier voelt niets echt veilig.

Maar wel privé genoeg.

Benauwd ook.

De ruimte onderaan de trap is klein, half verborgen achter een tussendeur die niet helemaal sluit. Oude stoelen staan opgestapeld tegen de muur en ergens zoemt een ventilatiebuis zacht door de stilte heen. Het voelt tijdelijk. Geïmproviseerd. Alsof we hier ieder moment weer weg moeten.

En juist daardoor voel ik mijn hart alleen maar sneller slaan.

Ik draai me naar hen om terwijl ik mijn jasje langzaam uittrek. Meteen voel ik hun aandacht veranderen zodra het strakke zwarte topje daaronder zichtbaar wordt, samen met de veel te lage halslijn die ik vanmorgen bewust aantrok zonder hardop te willen toegeven waarom.

‘Snel dan maar,’ zeg ik zachter dan bedoeld. ‘Jullie hadden allebei een 6,1. Ik ga er maar vanuit dat jullie niet bij elkaar gespiekt hebben.’

Mijn stem klinkt bijna normaal.

Bijna.

Ik laat mijn jasje over een oude stoel vallen terwijl hun ogen direct weer naar mij terugschieten. De spanning in die kleine ruimte voelt ineens veel dichter op mijn huid dan in mijn kantoor ooit deed.

‘Jullie weten wat dit betekent,’ zeg ik daarna.

Niet als vraag.

Natuurlijk niet.

Ze weten het allang.

Langzaam zak ik iets verder naar beneden tegen de muur naast de trapleuning terwijl ik hen aankijk zonder echt iets te doen. Mijn aandacht blijft ondertussen overal tegelijk hangen. Bij geluiden boven ons. Bij de deur. Bij de gedachte dat hier ieder moment iemand langs kan lopen.

En tegelijk ook bij hen.

Bij hun ademhaling.

Hun stilte.

De manier waarop ze blijven wachten alsof ze bang zijn iets verkeerd te doen.

Ik ga geen cijfers manipuleren.

Die gedachte blijft hardnekkig in mijn hoofd hangen alsof ik mezelf eraan moet blijven herinneren waar mijn grens nog ligt. Als ze meer willen, moeten ze daar zelf beter voor werken. Dat systeem klopt ten minste nog ergens. Dat houd ik mezelf in ieder geval voor.

Toch merk ik hoe moeilijk het wordt om helder te blijven denken zodra hun handen eindelijk langzaam hun zakken verlaten en hun aandacht volledig op mij blijft rusten.

En precies op dat moment voel ik hoe mijn eigen spanning opnieuw begint te verschuiven van angst naar iets veel gevaarlijkers.

Normale mensen zouden schrikken als ze bijna alles verliezen, als ze zo gewaarschuwd zijn als ik gisteren was en ineens beseffen hoe dicht alles langs een afgrond is gegaan. Bijna alles verloren, en ergens had ik gewoon moeten wachten, want Jayden en Mo zouden dat echt wel begrijpen. Alleen lukte dat niet meer, niet nadat alles al zo ver was gegaan en ik voelde dat zij er precies hetzelfde in stonden. Dus wat doe je dan? Dan ga je gewoon door, alsof stoppen alleen maar meer spanning oplevert dan doorgaan ooit zou kunnen doen. Ik zat daar tegen de muur van dat verlaten trappengat gehurkt, mijn rug tegen het koude beton gedrukt terwijl ik twee jongens uit mijn klas in hun trainingsbroeken zag grabbelen naar waar ik al zo lang en zo vaak over had gefantaseerd. Het stelde eigenlijk bijna niets voor, alleen aftrekken, en ik hoefde het niet eens zelf te doen. Toch voelde het alsof dat vergeten trappengat vanaf dat moment voor altijd van ons drieën zou blijven, juist omdat niemand anders ooit zou begrijpen hoe intens het daar ineens geworden was.

Toch kan ik er niet meteen van genieten, omdat ik nog veel te alert ben op alles om ons heen. Mijn hoofd blijft elk geluid registeren, elke echo in de gang, iedere kleine beweging buiten dat trappengat. Zelfs wanneer ze dichterbij komen en ik alleen nog maar omhoog naar ze kan kijken, blijft dat gevoel van spanning in mijn borst zitten. Ook wanneer ze zichzelf eindelijk bevrijden. Eerst Jayden, die meteen volledig hard lijkt te zijn, alsof hij hier al veel langer naartoe leefde dan hij ooit heeft uitgesproken. Het karamelkleurige van zijn huid ziet er bijna absurd aantrekkelijk uit onder dat slechte licht, en ergens weet ik gewoon dat hij vaak heeft teruggedacht aan ons moment in de kelder. Nu mag hij eindelijk weer. Mo volgt iets later, rustiger bijna, maar tegelijk nog veel overweldigender. Pure chocolade, nog donkerder dan Jayden, en groter op iedere mogelijke manier. Alles aan hem oogt massiever, maar zijn penis slaat echt alles. Dat ding ziet er bijna onwerkelijk uit, alsof mijn hoofd niet eens helemaal kan bevatten hoe groot hij werkelijk is. Zelfs in zijn eigen hand blijft hij groot ogen, en ik kan me amper voorstellen dat zoiets überhaupt in mijn mond zou passen.

Ik zie het allemaal echt wel, misschien zelfs te goed, maar toch merk ik dat ik nog te vaak langs ze heen kijk omdat mijn aandacht telkens naar de omgeving schiet. Mijn oren blijven zoeken naar geluiden buiten het trappengat terwijl zij langzaam blijven trekken. Mo lijkt niet eens volledig hard te zijn, alsof zijn lichaam nog bezig is al het bloed in dat absurde gevaarte te pompen. Dat maakt het ergens alleen maar erger, juist omdat hij daardoor nog relaxter oogt, alsof hij totaal niet twijfelt aan wat hier aan het gebeuren is.

En ondertussen zit ik daar nog steeds gehurkt tegen die oude, koude muur, met mijn borst iets te ver naar voren en mijn rondingen veel zichtbaarder dan ik eigenlijk aankan. De jongens komen steeds dichterbij terwijl ze zichzelf blijven aanraken, langzaam en zonder haast, en juist dat maakt het zo intens. Ze begrijpen het gelukkig wel. Ze voelen dat ik mezelf nog probeer in te houden en dat ik nog ergens controle probeer vast te houden. Voor nu lukt dat ook nog, al kost het steeds meer moeite naarmate ze dichterbij komen.

Mijn tepels zijn al hard geworden en mijn slipje is ondertussen volledig doorweekt, terwijl ik mezelf steeds moeilijker rustig kan houden. Ik hijg al zonder dat ik het echt doorheb, omdat werkelijk alles in mijn lichaam reageert op die enorme lullen die vlak voor mijn gezicht door hun eigen handen worden bevredigd. Het bizarre is dat zij er bijna normaal onder blijven, alsof dit vanzelfsprekend is geworden tussen ons, terwijl juist het besef dat dit totaal niet normaal is het zo ongelooflijk opwindend maakt. Dat verboden gevoel, het risico, de wetenschap dat dit volledig fout is, maakt iedere seconde zwaarder en intenser.

En dan dringt het langzaam door. Dit is niet normaal. De risico’s zijn nog steeds hetzelfde, misschien zelfs groter nu alles verder is gegaan dan ik mezelf ooit hardop had durven voorstellen. Ik zit hier zodat die jongens zich op mij kunnen aftrekken, simpelweg omdat ze voldoendes hebben gehaald, en dan ook nog maar nét. Alleen dat besef al voelt absurd. Dat ik dit doe. Dat zij dit ondertussen echt als een beloning zien. Dat die dingen in hun handen zo hard en groot van míj worden. Dat is het ineens. Dat is waarom ík dit doe.

Langzaam begint de rest van de wereld te vervagen. Geluiden verdwijnen naar de achtergrond en de ruimte lijkt steeds kleiner te worden, alsof alleen zij en ik nog overblijven. Ze staan naast elkaar, op gepaste afstand van elkaar, zonder elkaar aan te raken, maar wel dichtbij genoeg dat ik mijn hoofd nauwelijks hoef te draaien om van de een naar de ander te kijken. Het duurt waarschijnlijk helemaal niet lang, maar mijn gevoel voor tijd is allang verdwenen. Dit soort momenten duurde nooit lang. Pubers kwamen al klaar van alleen de gedachte eraan, en nu trekken ze zich daadwerkelijk af terwijl ze naar mij kijken. Niet meer fantaserend óver mij, maar op míj.

Of fantaseren ze ondertussen toch nog steeds? Jayden sluit even zijn ogen terwijl hij op zijn lip bijt. Waarschijnlijk denkt hij terug aan het pijpen. Mo doet dat niet. Zijn blik blijft hard en gefocust, volledig op mij gericht, bijna intimiderend in de manier waarop hij me aankijkt. Net als zijn lul: intimiderend, hard en volledig op mij gericht. Zijn hand beweegt steeds sneller.

‘Zit hier, Jayden,’ zeg ik nog streng, waarna hij me weer aankijkt. Hij probeert zichzelf onder controle te houden. Ik zie dat hij zich ergens schaamt, maar hij gaat toch door. Twee zwarte piemels vlak voor me. Ik weet dat het fout is, maar juist daarom maakt het me zo ongelooflijk opgewonden. Het voelt niet normaal, en dit is nog maar het begin. Zouden ze weten dat Dylan me al anaal genomen had? Vast wel. En toch waren ze blij met dit. Met mij.

Af en toe druk ik mijn borsten iets tegen elkaar terwijl ik naar ze lach. Mijn ogen glunderen ondertussen steeds meer, en hoe meer aandacht ik aan hen geef, hoe leuker het wordt voor iedereen. Zie je wel. Het kan gewoon nog steeds. We worden niet betrapt. Niet hier. We hoeven niet te stoppen. Juist die geruststelling maakt het nog geiler.

Soms beweeg ik langzaam een hand over mijn borst, terwijl mijn vingers tussen mijn decolleté glijden. Af en toe bijt ik op mijn lip en laat ik mijn blik afdwalen naar de grote geslachten van de jongens. Niet eens bewust omdat ik weet dat zij dat willen zien; het gebeurt gewoon vanzelf. Ik kan amper stil blijven zitten. Ik wil ze grijpen. Ik wil ze aftrekken. Ik wil veel meer dan dat.

Dus raak ik mezelf maar aan. Ik spreid mijn knieën even en wrijf over mijn broek terwijl ik naar hen opkijk. Ik fantaseer over hen terwijl ze erbij staan, en zij fantaseren ondertussen over mij.

Wanneer ik op een vinger bijt, zuig ik die bijna automatisch mijn mond in.

‘Jullie zijn zó groot...’ hijg ik erachteraan.

Alleen dat gebaar al laat de jongens bijna spontaan klaarkomen. Jayden hijgt veel harder dan Mo, terwijl Mo juist opvallend rustig blijft. Toch verraadt het zweet op zijn donkere, glanzende voorhoofd genoeg.

Het nadert.

Nu ben ik de rest echt vergeten. Ze stappen steeds dichterbij, bijna alsof ze bang zijn dat ze een moment gaan missen als ze niet direct dichter tegen me aan kruipen, terwijl die grote, donkere, gezwollen eikels nu eindelijk echt voor me hangen, precies zoals ze in mijn fantasieën al duizend keer op en in mij waren klaargekomen. En daar zit ik dan toch weer, precies zoals ik altijd beweer totaal niet te zijn, als dat sletje dat zich veel te makkelijk laat meeslepen zodra de spanning eenmaal te groot wordt om nog normaal na te denken. Maar vraag me alsjeblieft niet om Mo te deepthroaten, want dat is gewoon totaal onmogelijk. Alleen al het idee laat iets nerveus door me heen trekken, omdat ik ergens diep vanbinnen nog steeds weet waar mijn grenzen ongeveer liggen, ook al lijken ze steeds verder op te schuiven naarmate dit langer doorgaat.

Van Weelden schiet toch even door m’n hoofd, al voelt het niet eens meer als angst. Het komt meer op als een vreemde mogelijkheid die ineens heel dichtbij lijkt te komen, alsof alles wat eerst absurd of onmogelijk leek langzaam normaal begint te worden. Ging hij het me uiteindelijk leren? Wat als Mo straks een veel hoger cijfer haalt en ik hem niet eens kán belonen omdat ik simpelweg niet ver genoeg kom? Het is een gedachte die normaal gesproken genoeg zou zijn om me weer volledig uit deze roes te trekken, maar zelfs dat lukt niet meer echt, omdat alles wat buiten deze situatie ligt langzaam lijkt weg te vallen.

Voor de rest verdwijnt namelijk alles wat ook maar een risico kon zijn. Dit voelt niet eens meer als school. Niet als een plek waar regels bestaan of waar later nog consequenties aan vastzitten. De ruimte wordt steeds kleiner totdat alleen nog datgene overblijft wat zich binnen deze ene vierkante meter afspeelt. Dat is het enige wat nog telt. Ik heb het warm, zo warm dat ik mijn eigen huid bijna voel gloeien terwijl mijn wangen steeds heter worden en ik mijn lippen steeds vaker langzaam naar binnen zuig zonder dat ik het bewust doe. Mijn ogen kijken ondertussen hongerig omhoog, bijna smekend, terwijl de spanning zich steeds verder opbouwt en ik mezelf steeds minder onder controle krijg. ‘Kom op jongens...’ hijg ik dan ongecontroleerd, met een stem die veel zachter en behoeftiger klinkt dan ik eigenlijk zou willen. ‘Geef het me gewoon...’ laat ik merken dat ik zelf ook allang niet meer kan wachten. Minuten duren het misschien nog. Hooguit. Of niet eens een minuut. Ik weet het niet meer precies, omdat tijd compleet vervaagt zodra het eindelijk gebeurt. En op dat moment voelt er ook werkelijk niks verkeerd.

Stoppen is gewoon geen optie meer. Niet nu. Misschien zelfs nooit meer, al snap ik zelf ook niet waarom het ineens zo vanzelfsprekend voelt. Alles wat nog lijkt te tellen, is wat ik op dit moment ervaar, precies nu Jayden als eerste een klein stapje naar voren doet en zichtbaar besluit om zich volledig te laten gaan. We praten er niet over waar wel en waar niet. Daar zijn geen afspraken over gemaakt. Niet mondeling, niet op het briefje, nergens. Maar Jayden komt wild klaar, zonder terughoudendheid, en omdat mijn mond al iets open stond van het hijgen open ik die automatisch verder terwijl de eerste dikke slierten op mijn voorhoofd landen. De krachtigste spuiten het hoogst en alles wat daarna volgt glijdt steeds lager over mijn gezicht, langs mijn huid en richting mijn mond. Een deel komt in mijn linker oog terecht, andere warme strepen lopen langs mijn neus en over mijn lippen heen terwijl ik de smaak direct proef zodra het mijn mond bereikt.

En precies op dat moment grijp ik ernaar, bijna instinctief. Zonder na te denken neem ik zijn lul vast en hij laat het gewoon gebeuren alsof hij zelf ook compleet meegesleept wordt door het moment. ‘Oh, mijn god...’ kreun ik opgewonden terwijl ik zijn eikel zomaar in mijn mond neem en langzaam op de top zuig, waarna ik het restje zaad er zonder schaamte uit trek alsof ik daar al de hele tijd op zat te wachten.

Mo briest zacht wanneer hij dat ziet, bijna geluidloos, maar ik hoor het toch. Ik kijk hem met dat ene oog aan terwijl ik mijn wangen verder naar binnen zuig en Jayden zichtbaar kreunt van opwinding omdat zijn zaad nog steeds mijn mond in schiet. Dan laat Mo zich bijna letterlijk vallen. Zo voelt het ten minste. Hij leunt zwaar over me heen, duwt zijn eikel vrij ruw tegen mijn ingevallen wang aan en spuit vervolgens zonder enige terughoudendheid klaar. Of ja, zomaar voelt het niet eens, want hij zet kracht terwijl hij tegen me aanduwt en juist die kracht in hem maakt het nog opwindender. Ik voel zijn hete zaad hard tegen mijn wang exploderen terwijl ook hij alle controle volledig verliest. Zijn eikel glijdt daarna langzaam verder langs mijn slaap en over mijn voorhoofd heen, dwars door het zaad van Jayden heen, waardoor alles zich met elkaar vermengt en er alleen maar meer van hem achterblijft.

Ook zijn schacht weet ik vast te grijpen, waardoor ik ze uiteindelijk toch allebei tegelijk beet heb. Jayden duwt nog één laatste keer zijn eikel ruw mijn mond in, zonder voorzichtigheid als reflex, maar deze keer kokhals ik niet eens meer. Niks. Zijn zaad plakt overal in mijn mond en zodra hij zich terugtrekt omdat hij te gevoelig wordt, houd ik direct Mo voor me terwijl ik uitgebreid zijn eikel schoonlik en daarna alsnog probeer hem verder in mijn mond te nemen. Dat lukt maar half, omdat ook hij inmiddels veel te gevoelig is geworden om echt stil te blijven.

Ik lach daarna meteen weer, omdat ik gewoon niet meer kan stoppen met lachen. Stil wel, maar duidelijk zichtbaar onder al dat zaad, alsof alle spanning die zich zo lang had opgebouwd er nu eindelijk uitkomt. Het warme zaad loopt langzaam van mijn gezicht naar mijn decolleté terwijl ik iedere keer wanneer ik nog een druppel uit hun eikels zie verschijnen die direct oplijk voordat die ergens anders terechtkomt. Ik kus ze tussendoor, laat mijn handen rustig over ze heen glijden en neem bewust de tijd terwijl ze langzaam weer tot rust komen. Ik wil het niet haasten, omdat het voelt alsof ze dit op de één of andere manier echt verdiend hebben.

En heel langzaam vervaagt dan ook de roes weer, bijna net zo snel als hij gekomen was, waardoor alles ineens stiller en echter begint te voelen.

En dan gebeurt het ineens veel sneller dan mijn hoofd nog kan bijhouden.

Een geluid ergens boven ons.

Niet hard eens. Gewoon een metalen deur die openslaat, gevolgd door voetstappen die door het trappenhuis echoën alsof iemand besluit toch nog even terug naar boven te lopen. Maar het is genoeg. Meteen schiet alles terug mijn lichaam in wat ik de afgelopen minuten volledig kwijt was geraakt. Mijn hart slaat zo hard dat het bijna pijn doet terwijl ik abrupt weer rechtop kom en automatisch naar de opening van het trappengat kijk.

De school bestaat ineens weer.

De gangen.

De conciërges.

Docenten.

Camera’s misschien.

Alles.

De jongens reageren direct op mijn blik. De ontspannen roes die net nog tussen ons hing verdwijnt vrijwel meteen zodra ook zij weer luisteren naar de voetstappen boven ons. Niemand zegt iets. Dat hoeft ook niet. De spanning is volledig terug.

‘Weg hier,’ fluister ik veel te snel terwijl ik mijn jasje alweer van die oude stoel grijp.

Mijn vingers trillen zichtbaar terwijl ik mezelf probeer recht te trekken en tegelijkertijd weer docent probeer te worden. Alsof dat nog kan. Alsof mijn lichaam niet nog volledig warm aanvoelt van alles wat hier net gebeurde. Ik probeer mijn ademhaling rustiger te krijgen terwijl ik haastig controleer of mijn blouse nog goed zit, maar zelfs dat lukt nauwelijks omdat mijn gedachten alle kanten tegelijk op schieten.

Hebben ze iets gehoord?

Heeft iemand ons gezien?

Hoe lang zaten we hier eigenlijk?

De jongens kijken me ondertussen gespannen aan, plotseling weer veel jonger dan een paar minuten geleden. Alsof de werkelijkheid hen net zo hard terugpakt als mij.

‘Gewoon normaal doen,’ mompel ik terwijl ik mezelf hoor praten alsof ik de situatie nog volledig onder controle heb.

Dat geloof ik zelf alleen allang niet meer.

Wanneer we uiteindelijk weer uit het trappenhuis komen, voelt de school kouder dan daarvoor. Te stil ineens. Iedere gang lijkt langer en opener nu mijn adrenaline weer volledig terug is. We lopen zwijgend uit elkaar nog voordat we de hoofdingang bereiken, alsof niemand expliciet wil erkennen wat er net gebeurd is.

Pas wanneer ik uiteindelijk alleen bij de toiletten sta en koud water tegen mijn gezicht gooi, merk ik hoe hard mijn handen nog trillen.

Ik kijk mezelf kort aan in de spiegel.

Mijn wangen zijn nog rood. Mijn ogen glanzen vreemd fel en ergens zie ik nog steeds diezelfde roes onder alle paniek zitten. Dat maakt me misschien nog het meest misselijk van alles.

Want ondanks de schrik… wil ik het niet terugdraaien.

Even later loop ik met mijn tas richting de parkeerplaats achter de school waar mijn fiets staat. Buiten is de lucht donkergrijs geworden en de wind voelt koud tegen mijn warme huid. Mijn benen zijn nog licht instabiel terwijl ik tussen de auto’s door richting de fietsenrekken loop.

En dan zie ik haar.

Rayenne.

Ze loopt haastig over de parkeerplaats richting haar auto met haar tas strak onder haar arm geklemd. Meteen zwaai ik automatisch even naar haar.

‘Fijn weekend!’ roep ik nog.

Maar ze reageert niet.

Of ze hoort me niet.

Tenminste, dat probeer ik mezelf direct wijs te maken.

Toch voelt er iets vreemd zodra ze kort haar hoofd draait. Haar gezicht oogt bleek onder het grauwe licht van de parkeerplaats en haar blik schiet maar heel even langs mij heen voordat ze direct weer wegkijkt. Geen glimlach. Geen luchtige opmerking zoals normaal. Ze loopt veel te snel door terwijl ze haastig haar autosleutels zoekt.

Mijn maag trekt direct samen.

Ze stapt vrijwel meteen in en nog voordat ik opnieuw iets kan zeggen, slaat haar autodeur al dicht. Een paar seconden later rijden haar koplampen de parkeerplaats af zonder dat ze nog één keer mijn kant op kijkt.

Ik blijf bewegingloos naast mijn fiets staan.

De koude wind voelt ineens harder.

Misschien heeft ze niets gezien.

Misschien was ze gewoon moe.

Misschien denkt mijn hoofd inmiddels overal iets achter te zoeken.

Maar waarom keek ze dan zo?

Mijn hart begint opnieuw sneller te slaan terwijl ik mijn fietsslot losmaak. Ineens voelt alles weer gevaarlijk open. De school achter mij. De ramen. De gangen. Alsof ik ieder moment alsnog ingehaald kan worden door wat hier de afgelopen dagen gebeurd is.

En toch zit daar onder die paranoia nog steeds iets anders.

Opwinding.

Warm en hardnekkig aanwezig, zelfs nu.

Dat besef maakt me bijna kwaad op mezelf terwijl ik op mijn fiets stap en weg rij van de school. Mijn kantoor voelt verloren. Niet letterlijk misschien, maar in mijn hoofd wel. Die ruimte zal nooit meer gewoon een kantoor zijn. Rayenne voelt ineens als een mogelijk risico, ook al weet ik niet eens zeker of ze überhaupt iets gezien heeft. En boven alles hangt nog steeds dat andere besef waar ik niet meer omheen kan sinds gisteren.

Van Weelden kijkt mee.

Zelfs wanneer hij nergens in de buurt is.

Het ergste is misschien nog dat stoppen inmiddels niet eens meer als een echte optie voelt. Niet omdat ik vastzit, maar omdat ik diep vanbinnen allang weet dat ik morgen opnieuw zou verlangen naar precies hetzelfde gevoel zodra iemand me weer zo aankijkt.

Terwijl ik wegfiets van de school voelt het daarom niet alsof ik ontsnapt ben.

Alleen alsof alles steeds moeilijker wordt om nog onder controle te houden.

-
Qwentie
Qwentie (32)
Ben jij iemand die houdt van passie, aandacht en spannende momenten?
🟢 Nu Online
Bekijk profiel →
Geef dit verhaal een cijfer:  
5   6   7   8   9   10  
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...