Ik heb nooit veel opgehad met die zogenaamde ‘openhartige’ bekentenissen. Mensen die alles eruit gooien alsof ze bij een priester zitten, of erger nog, bij een therapeut. Alsof woorden de rotte plekken kunnen uitwissen. Maar soms, in dit appartementje op de derde verdieping aan de rand van de stad, waar de lift altijd naar pis ruikt en de buren doen alsof ze niets horen, voel ik de behoefte om het toch op te schrijven. Niet voor jullie. Voor mezelf. Om te zien of het er nog steeds normaal uitziet als het op papier staat.
Mijn naam is Anita. Ik ben achtenvijftig. En Erik is twintig.
Het begon drie jaar geleden, toen de scheiding eindelijk rond was. Jaren van dwang, van onderdrukking, van een man die dacht dat seks iets was wat hij kon afvinken zoals een boodschappenlijstje. Ik had altijd mooi weer gespeeld voor Erik. Nooit een klacht, nooit een traan waar hij bij was. Dat schept een band, zeggen ze. Een band die dieper gaat dan bloed. Blijkbaar.
Die avond begon zoals de meeste avonden. Ik had gekookt. Niets bijzonders: pasta met verse tomaten, basilicum uit het potje op het balkon, een flesje rode wijn dat we eigenlijk voor speciale gelegenheden bewaarden maar nooit echt gebruikten. Erik kwam laat thuis van zijn bijbaantje in de supermarkt. Hij rook naar de koeling en naar die goedkope aftershave die hij sinds kort gebruikt. Hij gooide zijn jas over de stoel en keek me aan op die manier die geen woorden nodig heeft.
“Hoi mam.”
“Hoi lieverd.”
We aten aan de kleine tafel in de woonkamer. Het licht van de staande lamp viel zacht op zijn gezicht. Hij had nog steeds die jongensachtige trekken, maar zijn kaaklijn was harder geworden. Schouders breder. Hij at langzaam, zoals altijd, en keek af en toe op. Ik voelde zijn blik op mijn borsten onder het dunne huishoudshirtje. Ik was vroeger onzeker over mijn lichaam. Te zwaar, zeiden ze. Te veel hier, te weinig daar. Nu weet ik beter. Dit lichaam heeft hem gedragen. Dit lichaam voedt hem nog steeds, op een manier die niemand begrijpt.
Na het eten zetten we een film op. Iets onnozels, een comedy die we al tien keer hadden gezien. We zaten naast elkaar op de bank. Eerst met wat afstand. Toen schoof hij dichterbij. Zijn hand op mijn knie. Niets geforceerds. Geen verplichting. Gewoon wat er is.
“Je ruikt lekker,” mompelde hij.
Ik lachte zacht. “Het is gewoon de pasta.”
“Nee. Jij.”
Zijn vingers gleden onder de zoom van mijn shirt. Warm. Vertrouwd. Ik liet het toe. Ik liet altijd toe. Drie jaar lang hadden we dit ritueel. Geen regels, geen schuld, alleen de waarheid van wat we wilden. Ik trok mijn shirt uit. Mijn borsten vielen vrij, zwaar, met die lichte hang die bij mijn leeftijd hoort. Erik keek er niet naar zoals een jongen naar een pornovideo kijkt. Hij keek alsof hij thuiskwam.
Hij boog zich voorover en nam een tepel in zijn mond. Zacht eerst, dan harder. Ik kreunde zacht, liet mijn hoofd achterover zakken. Mijn hand gleed door zijn haar, dat nog steeds dezelfde kleur had als toen hij klein was. Ik voelde hoe hij hard werd tegen mijn dij. Geen haast. We hadden de hele avond.
Ik trok zijn broek naar beneden. Zijn pik sprong vrij, dik, jong, met die lichte kromming die ik inmiddels uit mijn hoofd kende. Ik nam hem in mijn mond. Langzaam. Diep. Ik proefde de dag op hem: zweet, een beetje zout, die vage zeepgeur van de douche van vanochtend. Hij kreunde mijn naam. Niet “mam”.
Gewoon “Anita”. Dat vond ik altijd mooier.
We neukten op de bank. Eerst ik bovenop, langzaam wiegend, mijn handen op zijn borst. Ik keek hem aan. Zijn ogen waren open. Geen ontwijkende blik.
We zagen elkaar. Ik liet me zakken tot hij helemaal in me zat, warm, diep, vullend. Mijn kut was nat, klaar voor hem zoals altijd. Ik bewoog mijn heupen in cirkels, voelde hoe hij tegen mijn baarmoeder drukte. Oud vlees om jong vlees.
Later draaide hij me om. Van achteren, op mijn knieën. Hij pakte mijn heupen vast – niet te hard, nooit te hard – en stootte. Dieper nu. Het geluid van huid op huid vulde de kamer. Ik kwam als eerste, schokkend, mijn vingers klauwend in de kussens. Hij volgde kort daarna, grommend, zijn zaad spoot warm in me. We bleven even zo zitten. Verbonden.
Daarna douchten we samen. Warm water over onze lichamen. Hij zeepte mijn rug in, mijn billen, liet zijn vingers tussen mijn benen glijden. Ik lachte. “Je bent onverzadigbaar.”
“Alleen bij jou.”
We vielen in bed. Naakt. Zijn hoofd op mijn borst. Mijn vingers in zijn haar. Buiten reed een tram voorbij. Iemand lachte op straat. Binnen was het stil, op ons ademhalen na.
De volgende dag
De ochtend was grijs. Regen tikte tegen de ramen. Ik werd wakker met Eriks arm om me heen. Zijn ochtendpik drukte tegen mijn bil. Ik glimlachte en draaide me om. Zonder iets te zeggen nam ik hem in mijn mond. Hij werd meteen harder. Ik zoog hem langzaam wakker. Hij kreunde slaperig, zijn hand op mijn hoofd.
“Fuck, mam...”
Vandaag zei hij het wel. Soms deed hij dat. Het gaf een extra scherp randje aan iets wat al scherp genoeg was.
Ik kroop bovenop hem. Mijn zware borsten hingen over zijn gezicht. Hij pakte ze vast, zoog aan mijn tepels terwijl ik mezelf op hem liet zakken. Langzaam.
Genietend van elke centimeter. We neukten traag, zoals je dat ’s ochtends doet. Geen spektakel. Gewoon twee lichamen die elkaar kennen. Ik kwam met een diepe zucht, hij vulde me weer. Daarna bleven we liggen, zijn zaad sijpelend tussen mijn dijen.
Ontbijt was eenvoudig. Brood, koffie, een ei. We praatten over alledaagse dingen. Zijn studie, mijn schrijven, de buren die weer herrie maakten. Alsof we een gewoon stel waren. Alsof dit niet verboden was.
’s Middags gingen we boodschappen doen. In de supermarkt liepen we naast elkaar. Niemand keek vreemd op. Een moeder en haar zoon. Ik droeg een jurk die mijn vormen benadrukte. Erik droeg een hoodie. Af en toe raakte zijn hand de mijne. In het gangpad met de wijn pakte hij me even vast bij mijn middel. “Vanavond weer die rode?” vroeg hij.
“Ja. En daarna jou.”
Thuis gekomen maakte ik lunch. We aten op het balkon, ondanks de regen die nu miezerde. Hij vertelde over een meisje op zijn opleiding dat met hem flirtte. Ik voelde een steek – niet van jaloezie, maar van iets diepers. Bezitterigheid. Niet omdat ik hem wilde bezitten, maar omdat ik wist dat niemand hem ooit zo zou kennen als ik.
“Ga je met haar uit?” vroeg ik neutraal.
Hij haalde zijn schouders op. “Misschien. Maar het is niet zoals met jou.”
Dat was genoeg.
De middag ging voorbij met lezen en schrijven. Ik zat aan mijn laptop, hij op de bank met een studieboek. Af en toe keek ik op. Zijn profiel. De manier waarop hij fronste als hij iets niet begreep. Ik voelde liefde. En lust. De twee waren bij ons nooit gescheiden.
Rond vijf uur kwam hij achter me staan. Zijn handen op mijn schouders. Toen lager. Hij trok mijn jurk omhoog, schoof mijn slip opzij en vingerde me terwijl ik probeerde door te typen. Ik gaf het op. Hij neukte me tegen het bureau. Hard deze keer. Mijn borsten drukten tegen het hout. Zijn ballen klapten tegen me aan. Ik kwam luid, zonder me in te houden. De buren mochten het horen. Het kon me niet schelen.
’s Avonds kookten we samen. Pasta weer, maar nu met een andere saus. We dronken de fles wijn leeg. We praatten over vroeger. Over de jaren dat ik mooi weer speelde. Over de onderdrukking. Over hoe hij altijd had gevoeld dat er iets ontbrak bij ons allebei, tot dat ene moment drie jaar geleden, toen hij me kuste in de keuken en ik hem niet wegduwde.
Na het eten neukten we opnieuw. Op de bank, op de vloer, uiteindelijk in bed. Langzaam, intens, alsof we de tijd wilden rekken. Ik lag op mijn rug, benen wijd. Hij bovenop me, diep in me, zijn gezicht dicht bij het mijne. We keken elkaar aan terwijl hij kwam. Geen woorden. Alleen ogen.
Later lagen we in het donker. Zijn hoofd op mijn borst. Mijn vingers in zijn haar.
“Dit is ons leven,” fluisterde ik.
“Ja,” zei hij. “En het is goed zo.”
Buiten viel de regen. Binnen was het warm. Ik sloot mijn ogen en voelde zijn zaad nog steeds in me. Morgen zou het weer hetzelfde zijn. En overmorgen. Geen verplichting. Geen schuld. Alleen wij.
Sommige mensen zouden dit monsterlijk vinden. Ik niet. Ik heb te veel jaren verspild aan schuld en schaamte. Dit is wat over is. Dit is wat we hebben. Een appartementje, een fles wijn, een lichaam dat het andere herkent als thuis.