
Op het middelste scherm volgt hij het witte silhouet van Anita's man, herkenbaar aan zijn kenmerkende loopje—iets te snel, alsof hij altijd achterloopt op zijn eigen schema—terwijl deze de straat uit loopt met een reiskoffertje dat tegen zijn dijbeen bonst. John zoomt in op de beelden van de buurtcamera die hij vorige maand heeft gehackt, een vaardigheid die hij van die jonge kerel in het appartementencomplex heeft overgenomen, die altijd 's nachts wakker was en wiens schermgloed door de gordijnen pulste als een digitale hartslag, bij het zien van menige priveruimtes als slaapkamers en doucheruimtes.
Hij heeft het systeem uitgebreid. Niet alleen de gemeentecamera's nu, maar ook de privé-wifi netwerken die hij kan binnendringen, de beveiligingscamera's die mensen in hun eigen huis installeren en vervolgens vergeten te beveiligen. Anita heeft er een, een goedkoop merk, wachtwoord nog steeds 'admin123'. Hij ziet haar nu, alleen in de keuken, een mok vasthoudend die ze niet drinkt. Ze staart naar buiten, naar de tuin die verdwijnt in de grijze middag.
John kijkt naar de klok. 14:47. Marieke is aan het werk, ziekenhuisdienst die tot middernacht duurt. Ze komt nooit hier boven, heeft nooit de trap beklommen naar deze ruimte die hij zijn 'mancave' noemt wanneer hij met vrienden praat, hoewel hij die vrienden allang niet meer ziet. De deur naar de zolder zit op slot, een sleutel die hij bij zich draagt, en achter die deur bevindt zich zijn werkelijke werk: het observeren, het weten, het anticiperen op momenten zoals dit.
Hij sluit zijn laptop niet af—de schermen blijven gloeien, een blauw licht dat zijn gezicht vervormt—maar staat op en trekt zijn uniformjasje recht. Vijftig jaar oud, twintig jaar wijkagent, en pas nu begint hij te begrijpen wat deze positie werkelijk kan bieden. Niet het gezag, niet het respect van de buurtbewoners die hem groeten met een mengeling van beleefdheid en achterdocht. Nee, het is dit: de kennis, de toegang, het moment dat niemand verwacht.
De regen is minder geworden wanneer hij de straat in stapt, een fijne nevel die zijn gezicht bedekt. Hij loopt niet haastig; haast trekt aandacht, en aandacht is iets wat hij vandaag niet zoekt. Het huis van Anita ligt zeven minuten lopen, een eindje verderop in dezelfde straat waar hij zelf woont, een straat die hij heeft leren kennen als de palm van zijn hand. Hij weet welke buren op maandag de was buiten hangen, welke honden 's ochtends hun behoefte doen op welke plek, welke ramen 's avonds het langst verlicht blijven.
Anita's huis verschijnt tussen twee oude eiken, een jaren-dertig woning met een voordeur die lichtjes scheef hangt in het kozijn. Hij ziet door het raam dat ze nog steeds in de keuken staat, de mok nu neergezet, haar handen op het aanrecht. Ze draagt een grijze trui die te groot voor haar lijkt, de zoom over haar heupen vallend.
John belt aan. Het geluid is scherp, onverwacht in de stilte van de middag. Hij hoort haar bewegen, voetstappen die eerst aarzelen, dan dichterbij komen. De deur gaat open, een spleetbreedte, en hij ziet haar ogen—bruin, met kleine lijntjes eromheen die hij niet heeft opgemerkt op de camera—die hem herkennen maar niet plaatsen.
"Hallo," zegt hij, zijn stem diep maar niet hard, de stem die hij gebruikt voor verklaringen, voor geruststelling. "Ik ben John, de wijkagent. We voeren momenteel een beveiligingsonderzoek uit naar aanleiding van de recente inbraken en..." hij laat een pauze vallen, kijkt haar aan tot ze iets in haar blik verandert, een flikkering van bezorgdheid, "...de verkrachtingen die in de wijk hebben plaatsgevonden."
Anita's hand verslapt op de deurknop. "Verkrachtingen?"
"Meerdere gevallen. Binnendringing via achterdeuren, ramen die niet goed sluiten." Hij maakt een gebaar, zijn hand die de ruimte tussen hen opvult. "We bekijken huizen op kwetsbare punten. Uw woning staat op de lijst."
Ze kijkt over haar schouder, naar de lege gang achter haar, alsof ze daar iets verwacht te zien. "Mijn man is er niet. Hij is op zakenreis."
"Ik zie het." John stapt naar voren, zijn schoen over de drempel, en merkt dat ze achteruitdeinst zonder de deur te sluiten. "Dat maakt het juist relevant. Alleenwonende vrouwen, vrouwen waarvan de partner regelmatig afwezig is—die vormen een specifieke doelgroep voor deze criminelen."
Het woord 'criminelen' klinkt zwaar tussen hen. Anita's blik glijdt naar zijn uniform, naar het insigne op zijn borstzak, en hij ziet haar de afweging maken: een vreemde man, maar een geuniformeerde vreemde man, iemand die officieel is, die hier hoort.
"Wilt u binnenkomen?" vraagt ze, en haar stem heeft iets hoogs, iets nerveus.
John glimlacht, niet breed, genoeg om haar te laten denken dat dit normaal is, dat dit haar beschermt. "Dat zou helpen, ja. Dan kan ik een volledige inschatting maken."
De deur gaat verder open. Hij stapt binnen, zijn schoenen veegend over de mat alsof dit zijn eigen huis is, en ruikt meteen haar parfum—iets bloemigs, te sterk voor deze grijze dag—gemengd met de geur van koffie die is doorgekookt. De gang is smal, familiefoto's aan de muur waar hij niet naar kijkt, een trap die naar boven leidt, donkerder dan de benedenverdieping.
Anita loopt voor hem uit naar de woonkamer, haar bewegingen onzeker, haar handen die af en toe naar de zoom van haar trui grijpen. De kamer is overvol: een bank die te groot is voor de ruimte, een dressoir met porseleinen beeldjes, gordijnen die half dicht zijn tegen het licht. Ze draait zich om, wrijft in haar handen.
"Wat moet ik doen?"
John staat midden in de kamer, zijn blik die systematisch de ruimte aftast. Hij ziet het raam aan de voorkant, de begroeiing die te laag is om inkijk te voorkomen. Hij ziet de deur naar de tuin, het slot dat oud lijkt, het sleutelgat waar licht doorheen valt.
"Eerst," zegt hij, en hij maakt zijn stem zachter, meer intiem, "moet u begrijpen hoe deze misdadigers te werk gaan. Ze observeren. Ze leren uw routine kennen. Wanneer uw man vertrekt, wanneer u alleen bent." Hij kijkt haar aan, ziet hoe haar wangen iets kleuren. "Ze weten wanneer u kwetsbaar bent."
Anita knikt, een kleine, schokkende beweging. "Ik ben vaak alleen. Zijn werk..."
"Dat weten ze." John loopt naar het raam, trekt het gordijn opzij met twee vingers. "Kijk. Vanaf de straat kan iemand u hier zien zitten. 's Avonds, wanneer u de lampen aandoet en de gordijnen niet dicht heeft, bent u een vitrine." Hij laat het gordijn vallen, draait zich om. "En uw slaapkamer?"
Ze aarzelt, haar tong die over haar lippen glijdt. "Boven. Aan de achterkant."
"Die wil ik zien. Vaak is dat waar ze binnenkomen—bovenramen, dakramen, plekken waar mensen denken dat ze veilig zijn omdat het hoog ligt." Hij maakt een gebaar naar de trap. "Zullen we?"
Het woord komt er onverwacht uit, een overblijfsel van een vakantie of een film, en hij ziet haar er even van opkijken voor ze knikt en hem voorbij loopt naar de trap. Hij volgt haar, zijn ogen op haar rug gericht, de manier waarop haar trui over haar heupen schuift wanneer ze de treden beklimt. De trap kraakt onder zijn gewicht, geluiden die het huis ouder maken dan het is.
Boven zijn twee deuren, een open die op een badkamer wijst, en een gesloten die zachtjes heen en weer wiegt in een tocht die hij niet voelt. Anita duwt deze open, en hij ziet de slaapkamer: groot, voor een jaren-dertig huis, met een raam dat uitkijkt op de achtertuin en verderop de huizen van de buren. Het bed is niet opgemaakt—deken in een hoop, kussen dat half van het matras hangt—en hij ruikt iets wat hij niet kan plaatsen, iets intiems, iets dat niet voor hem bedoeld is.
Anita staat in de deuropening, haar armen over elkaar. "Hier slaap ik. Wij. Mijn man en ik."
John loopt naar het raam, zijn schoenen die over het tapijt zachtjes wegsterven. Hij kijkt naar buiten, ziet de tuin die verdwijnt in de regen, de schuur met een raam dat half open staat, de heg die te laag is, te dun. Dan draait hij zich om, zijn gezicht ernstiger nu, zijn stem die een toon lager zakt.
"Dit is zorgwekkend."
Anita komt dichterbij, tot ze naast hem staat, haar schouder bijna zijn schouder rakend. "Waarom?"
"Het bed." Hij wijst, zijn vinger die naar het raam wijst, naar het bed, naar de lijn die tussen hen ligt. "Vanaf de tuin, vanaf die schuur, is dit zichtbaar. 's Nachts, wanneer u ligt te slapen, wanneer u..." hij laat de zin onafgemaakt, ziet hoe ze het begrijpt, hoe haar ademhaling iets verandert. "En er is geen alarm, zie ik. Geen bewegingssensor, geen camera."
"Nee. We hebben nooit... het voelde nooit nodig."
"Tot nu." John draait zich naar haar toe, zijn lichaam dat de ruimte tussen hen opvult. Hij is groter dan haar, ziet hij, breder, zijn uniform dat stug staat tegen haar zachte trui. "Anita—mag ik Anita zeggen?—u moet begrijpen hoe een binnendringer te werk gaat. Hij kiest zijn moment. Hij weet wanneer u er bent, wanneer u alleen bent. En dan..." hij brengt zijn hand naar haar gezicht, zijn duim die langs haar kaaklijn glijdt, een beweging die traag is, die haar de tijd geeft om weg te stappen, die ze niet gebruikt, "...dan komt hij binnen."
Haar ogen zijn groot, haar pupillen die iets wijder zijn dan het licht vereist. "Wat doet hij dan?"
De vraag hangt tussen hen. John laat zijn hand zakken, maar niet ver, zijn vingers die haar schouder aanraken door de stof van haar trui heen. "Dan gaat hij naar waar u bent. Waar u zich veilig voelt. Waar u niet verwacht dat iemand u zal vinden." Hij kijkt naar het bed, en zij volgt zijn blik, en hij voelt haar iets bewegen, een verschuiving in haar houding, haar gewicht dat naar haar andere been verplaatst. "En dan neemt hij wat hij wil."
De stilte die volgt is dik, geladen. John hoort de regen weer, harder nu, een ruisen tegen het raam dat hij had gemist. Anita's ademhaling is hoorbaar, iets sneller dan normaal, en hij ziet haar borstkas stijgen en dalen onder de grijze trui.
"Ik kan u beschermen," zegt hij zacht. "Ik kan u laten zien waar de kwetsbaarheden zitten. Maar..." hij laat zijn hand over haar arm glijden, naar haar pols, zijn vingers die haar huid nu raken, warm, trillend bijna, "...maar dan moet u me vertrouwen."
Ze kijkt naar zijn hand op haar pols, dan naar zijn gezicht. Er is iets in haar ogen, een mengeling van angst en iets anders, iets wat hij herkent van andere vrouwen, van andere middagen zoals deze. Eenzaamheid, misschien. Of de behoefte om iets te voelen, iets anders dan de routine die haar man heeft achtergelaten in zijn koffer.
"Ik vertrouw u," zegt ze, en haar stem is nauwelijks hoorbaar.
John glimlacht, en deze keer is het breed, is het iets dat hij niet hoeft te controleren. "Goed. Dan laten we zien wat een binnendringer zou doen."
Hij beweegt sneller nu, zijn hand die haar pols vastpakt, niet hard, maar vast, en trekt haar mee naar het bed. Ze strompelt een stap, twee, dan staat ze ertegen, haar knieën die tegen de matras stoten. Hij ziet de verwarring in haar ogen, de vraag die ze niet stelt, en hij antwoordt erop door zijn andere hand naar haar gezicht te brengen, zijn duim over haar onderlip te trekken.
"Hij zou u hier vinden," zegt hij, en zijn stem is zacht, intiem, een fluistering die alleen voor haar bedoeld is. "In uw veilige plek. En hij zou u willen zien. Helemaal." Hij buigt naar voren, zijn lippen die bijna de hare raken. "Kleed u uit, Anita. Dan kan ik zien of u zichtbaar bent vanaf dat raam."
Het verzoek hangt in de lucht, ongerijmd, logisch alleen in de context die hij heeft gecreëerd. Hij ziet haar de afweging maken, haar ogen die naar het raam gaan, naar de tuin, naar de schuur waar niemand is. Dan komt haar hand naar de zoom van haar trui, trekt deze over haar hoofd, en hij ziet haar huid, bleek, met sproeten op haar schouders die hij niet had verwacht.
Ze staat in haar bh, een simpele beige ding, en haar onderbroek, wit, katoen. Geen lingerie voor een verleiding, denkt hij, maar dat maakt het beter, maakt het echter. Hij loopt naar het raam, trekt de gordijnen dicht met een ruk die door de stilte snijdt, en draait zich om naar haar, naar dit vrouwelijke lichaam dat hij nu in het halfdonker heeft gevangen.
"Beter," zegt hij. "Nu kan niemand ons storen."
Hij loopt terug naar haar, zijn bewegingen langzaam, gecontroleerd, en zit naast haar op het bed. Het matras zakt onder zijn gewicht, brengt haar dichterbij, haar dij die de zijne raakt. Hij brengt zijn hand naar haar gezicht, tilt deze op, en kust haar.
De kus is zacht, verkennend, zijn lippen die over de hare glijden, zijn tong die vraagt om toegang en deze krijgt. Ze smaakt naar koffie, naar iets zoets, naar de nervositeit die van haar afstraalt. Hij voelt haar ademhaling, snel, warm tegen zijn wang, en hij weet dat dit het moment is, het moment waarop ze nog kan stoppen, waarop ze nog kan zeggen dat dit te ver gaat.
Maar ze doet het niet. Haar handen komen naar zijn uniform, haar vingers die knopen zoeken, die niet vinden, en hij helpt haar, trekt het jasje uit, zijn overhemd eronder, tot hij in zijn onderhemd zit, zijn borstkas die zichtbaar is, grijze haren die erop groeien, spieren die van jaren geleden zijn maar nog steeds aanwezig.
"U bent..." begint ze, en ze stopt, haar ogen die over zijn lichaam glijden.
"Ja?" vraagt hij, en zijn stem is hees, ruwer dan hij bedoelt.
"Anders dan ik dacht."
Hij lacht, een kort geluid, en trekt haar tegen zich aan, zijn handen die naar haar rug gaan, die de haak van haar bh vinden en losmaken. De stof valt, en hij ziet haar borsten, klein, met donkere tepels die hard zijn in de kou of van de opwinding, hij weet niet welke en het kan hem niet schelen.
"Liggen," zegt hij, en het is geen verzoek meer, het is een instructie, een onderdeel van het spel dat ze beiden spelen. "Helemaal naakt. Dan kan ik zien of u zichtbaar bent. Dan kan ik u beschermen."
Ze ligt, haar benen die over het bed glijden, haar onderbroek die ze uittrekt met een beweging die onhandig is, menselijk. Hij kijkt naar haar, naar dit naakte lichaam dat nu voor hem ligt, haar dijen die samenkomen, haar buik die op en neer gaat, haar ogen die naar hem kijken met een mengeling van schaamte en iets wat hij als verwachting herkent.
"Weet u," zegt hij, en hij staat op, zijn handen die naar zijn broek gaan, "wat er gebeurt als een verkrachter bij u binnendringt?"
Anita schudt haar hoofd, een kleine, snelle beweging. Haar handen liggen aan haar zijden, haar vingers die het beddengoed grijpen.
John trekt zijn broek uit, zijn onderbroek, en staat naakt voor haar, zijn lichaam dat ouder is dan het in zijn geest is, maar nog steeds functioneert, nog steeds reageert op dit moment, op deze vrouw, op de macht die hij heeft gecreëerd. Hij is hard, ziet hij aan haar blik die daarheen gaat, vervolgens snel wegkijkt, dan terugkeert.
"Hij zou u nemen," zegt hij, en hij klimt op het bed, zijn knieën die aan weerszijden van haar heupen komen. "Hij zou u gebruiken. Tot u klaarkomt, of niet, dat maakt hem niet uit." Hij buigt naar voren, zijn handen die haar polsen vastpakken en boven haar hoofd drukken. "Maar ik ben geen verkrachter, Anita. Ik ben hier om u te beschermen. Om u te laten zien wat u te wachten staat. Om u voor te bereiden."
Hij voelt haar trillen onder hem, haar huid die kippenvel vertoont, haar ogen die groot zijn, glazig bijna. "Ik zal het u laten zien," zegt hij, en hij bereikt naar het nachtkastje, naar het pakje condooms dat hij daar heeft gelegd, een voorbereiding die hij weken geleden heeft getroffen, wetend dat dit moment zou komen.
Het folie scheurt, het rubber dat hij over zijn erectie rolt, strak, beschermend. Hij kijkt naar haar, naar haar gezicht, en ziet daar iets wat hij niet verwacht had: verlangen. Niet alleen angst, niet alleen nervositeit, maar een opwinding die ze zelf niet begrijpt, die haar lichaam warmer maakt, haar dijen die iets openschuiven.
"Dan gaat hij u neuken," zegt hij, en het woord is hard, onverbloemd, en hij ziet haar erop reageren, haar ademhaling die stokt. "Tot u klaarkomt."
Hij duwt naar binnen, een beweging die langzaam is, die haar de tijd geeft om te wennen, om zich aan te passen. Ze is nat, warmer dan hij verwacht had, en hij voelt haar om hem heen sluiten, haar lichaam dat hem ontvangt, dat hem wil, ook al zegt haar gezicht iets anders, ook al is er nog steeds die flikkering van twijfel in haar ogen.
"Ah..." De klank komt van diep in haar keel, een geluid dat ze niet beheerst, dat ze niet heeft gepland. "U bent... zo sterk... ah..."
Hij beweegt, zijn heupen die een ritme vinden, langzaam eerst, dan sneller. Hij tilt haar benen op, brengt deze over zijn schouders, en duwt dieper, voelt haar veranderen onder hem, haar ademhaling die sneller wordt, haar handen die naar zijn rug grijpen, die krabbelen, die hem dichterbij willen trekken.
"Uw... uw pik is zo groot..." stamelt ze, en haar woorden zijn gebroken, onderbroken door zijn stoten, door het slaan van hun lichamen. "Mijn kutje... wordt door uw pik zo goed... ah... aangeraakt..."
Hij zegt niets, laat zijn lichaam spreken, zijn heupen die harder bewegen, die haar tegen het matras drukken. Hij voelt haar orgasme opbouwen, haar spieren die zich samentrekken, haar ademhaling die stokt, die in korte, hijgende geluiden verandert.
"Ah... ah! Ik, ik kan het niet meer... ik kom bijna... help... ah... ah!"
Ze komt, haar lichaam dat onder hem stijf wordt, dat trilt, haar vingers die zijn rug krabben tot het pijn doet. Hij voelt haar natheid om hem heen, de warmte, de pulserende samentrekkingen, en hij laat zich gaan, zijn eigen climax die door hem heen schiet, zijn zaad dat in het condoom schiet, dat het rubber vult, warm en nat.
Hij blijft boven op haar liggen, zijn gewicht op zijn ellebogen, en kijkt naar haar gezicht. Haar ogen zijn dicht, haar mond open, haar borstkas die heftig op en neer gaat. Er zijn tranen op haar wangen, ziet hij, die ze niet heeft gemerkt.
"Dat," zegt hij, en zijn stem is ruw, ademloos, "is wat een verkrachter zou doen. Maar hij zou niet stoppen. Hij zou doorgaan. Hij zou uw andere... opening... ook nemen."
Haar ogen gaan open, haar blik die naar hem schiet, verward, geschokt. "Mijn... andere?"
"Het kontje." Het woord is grof, onverbloemd, en hij ziet haar erop reageren, haar gezicht dat rood wordt, haar ogen die naar de zijkant schieten. "Een verkrachter zou daar ook komen. Zou u ook daar nemen, zonder vaseline, zonder voorbereiding. Het zou pijn doen. Het zou u breken."
Hij trekt zich terug, voelt hoe ze losser is dan aan het begin, hoe haar lichaam is veranderd door zijn aanwezigheid. Het condoom zit vol, zwaar aan hem hangend, en hij trekt het voorzichtig uit, legt een knoop in het uiteinde, en legt het in de onderste la van het nachtkastje, waar haar man zijn spullen bewaart. Een bewijs, denkt hij, een geheim dat hij achterlaat.
Hij pakt een nieuw condoom, scheurt het open, rolt het over zijn nog steeds harde lul. Het rubber is koud, strak, en hij voelt hoe zijn hartslag nog steeds snel is, hoe zijn lichaam nog steeds wil, nog steeds kan.
"Natuurlijk," zegt hij, en hij draait haar om, haar buik die nu op het bed ligt, haar billen die naar hem toekomen, "gaat hij ook uw kontje neuken."
"Ik heb het nog nooit..." begint ze, haar stem die gedempt is door het kussen waar haar gezicht op ligt.
"Ik weet het." Hij brengt zijn hand naar haar billen, spreidt deze, en ziet haar kontgaatje, klein, strak, iets wat hij gaat veranderen. "Maar een verkrachter zou daar geen rekening mee houden. Denkt u dat hij zou wachten? Dat hij voorzichtig zou zijn?"
Ze schudt haar hoofd, een kleine beweging.
Hij duwt met zijn duim, voelt de weerstand, de spanning, en dan het gaatje waardoor hij naar binnen glijdt. Ze krimpt ineen, een geluid dat uit haar keel komt, pijnlijk, geschrokken.
"Ah... dat doet... zeer..."
"Ik ben voorzichtig," zegt hij, en het is waar, hij is langzamer dan hij zou zijn als dit echt was, als hij echt was wie hij speelt. "Maar u moet weten. U moet begrijpen wat er kan gebeuren."
Hij duwt met zijn lul, de punt die tegen haar aandrukt, die langzaam naar binnen glijdt. Ze is strak, warmer dan haar kut, en hij voelt haar zich spannen, haar hele lichaam dat stijf wordt, dat probeert te weigeren wat hij aanbiedt.
"Laat het gebeuren," zegt hij, en zijn stem is zachter nu, bijna teder, een paradox in dit moment van penetratie. "Laat me u laten voelen. Of wilt u liever onveilig wonen? Wilt u liever dat een binnendringer dit doet, zonder condoom, zonder voorzichtigheid?"
"Nee," fluistert ze, en haar stem is gebroken, ruw. "Nee, doorgaan... met het onderzoek..."
Ze duwt haar billen omhoog, een beweging die klein is, die kostbaar is, die haar opening naar hem toebrengt. Hij duwt verder, voelt hoe hij naar binnen glijdt, centimeter voor centimeter, tot hij er helemaal in zit, zijn balzak die tegen haar kutje aankomt, zijn dijen die de hare raken.
"Ah..." Het geluid is anders nu, dieper, dat uit haar buik lijkt te komen. "Uw pik... in mijn kontje... het is..."
Hij begint te bewegen, langzaam, zijn heupen die een kleine cirkel maken, die haar laten wennen aan dit gevoel, aan deze volheid. Haar handen grijpen het beddengoed, haar vingers die wit worden van de spanning, en hij hoort haar ademhaling, diep, trillend, onderbroken door kleine geluiden die ze niet kan onderdrukken.
"Zo... zo diep... ah..."
Hij versnelt, zijn heupen die harder bewegen, die haar billen laten schudden met elke stoot. Ze komt naar achteren, een onverwachte beweging, haar lichaam dat hem wilt, dat meer wil, en hij geeft het haar, zijn lul die dieper gaat, die haar opent, die haar gebruikt op een manier die haar man nooit heeft gedaan.
"Ah! Ah! Ik... ik kan niet..." Ze stottert, haar woorden die geen zin meer vormen, alleen nog geluid, alleen nog reactie. "Ik kom... ik kom weer... ah! Ah!"
Ze komt, harder deze keer, haar hele lichaam dat stijf wordt, dat trilt, haar kontje dat zich om hem heen samentrekt in samentrekkingen die hij kan voelen, die hem meenemen. Hij stoot een paar keer diep, hard, en voelt zijn eigen orgasme komen, heftig, zijn zaad dat het tweede condoom vult, dat erin spuit in hete stoten.
Hij blijft in haar zitten, zijn gewicht op haar rug, zijn ademhaling die snel is, die haar nek verwarmt. Ze ligt stil onder hem, haar gezicht nog steeds in het kussen, en hij voelt haar hartslag, snel, wild, tegen zijn borst.
"Hoe gaat het?" vraagt hij uiteindelijk, zijn stem zacht, terugkerend naar de rol van de bezorgde agent, de beschermer die hij beweert te zijn.
Ze draait haar hoofd, haar gezicht dat zichtbaar wordt, vochtig, rood, met ogen die glazig zijn. "Pijnlijk," zegt ze, en haar stem is hees, ruw van het schreeuwen dat ze niet heeft gedaan, van de ademhaling die ze niet heeft beheerst. "Dit zou u niet willen... dit zou niemand willen..."
Ze pauzeert, haar ogen die naar hem kijken, die iets zoeken dat ze niet benoemt.
"...maar u hebt het goed voorgedaan, John. Ik ben wel overtuigd dat er iets moet worden gedaan aan de beveiliging."
Hij lacht, een kort geluid, en trekt zich uit haar, voelt hoe ze losser is dan aan het begin, hoe haar lichaam is veranderd door hem. Het condoom zit vol, zwaar, en hij trekt het uit, legt er een knoop in, en legt het naast het eerste in de la van het nachtkastje. Twee bewijzen, twee geheimen, twee momenten die hij heeft gestolen en nu achterlaat.
Hij staat op, zijn lichaam dat in het halfdonker van de gesloten gordijnen zichtbaar is, en trekt zijn kleren aan. Het uniform voelt anders nu, zwaarder, alsof het de herinnering draagt van wat hij heeft gedaan. Anita blijft op het bed liggen, haar lichaam dat nog steeds naakt is, dat nog steeds de indruk draagt van zijn aanwezigheid.
"Ja, vrouwtje," zegt hij, en het woord is oud, bezitterig, iets wat hij tegen Marieke nooit zegt. "Toch maar goed dat ik even langskwam om het te controleren. U ziet nu wat er kan gebeuren. Wat er zal gebeuren, als u niets doet."
Hij knoopt zijn overhemd dicht, trekt zijn jasje aan, en kijkt naar haar, naar deze vrouw die hij heeft veranderd, die hij heeft geopend op manieren die ze niet heeft verwacht.
"Ik kom morgen wel even langs," zegt hij, en zijn stem is terug naar normaal, professioneel, de wijkagent die zijn werk doet. "Om de beveiliging te optimaliseren. Met onzichtbare camerabeveiliging. Dan kan ik u in de gaten houden. Kan ik zien of u veilig bent."
Ze knikt, een kleine beweging, en trekt het dekbed naar zich toe, alsof dit haar kan beschermen tegen wat er is gebeurd, tegen wat er nog zal komen. "Dat is een goed idee," zegt ze, en haar stem is bijna normaal, bijna de stem van de vrouw die de deur opende, die hem binnenliet. "Ik moet er niet aan denken dat een vreemde man binnendringt. Dat hij me verkracht."
Hij glimlacht, niet breed, genoeg om haar te laten weten dat hij het begrijpt, dat hij het weet. "Dan zie ik u morgen, Anita. Zorg dat u thuis bent. Zorg dat u alleen bent. Dan kunnen we verder met het onderzoek."
Hij draait zich om, loopt naar de deur, en daalt de trap af zonder om te kijken. In de gang ruikt hij nog steeds haar parfum, nu gemengd met iets anders, iets wat hij herkent als het product van hun samenzijn. Hij opent de voordeur, stapt de regen in die nu harder valt, en trekt deze achter zich dicht.
De straat is leeg, grijs, anoniem. John loopt naar huis, zijn stappen die niet haastig zijn, die routine verraden. In zijn zak voelt hij de sleutel van de zolderdeur, het metaal dat warm is geworden van zijn lichaam. Hij denkt aan de schermen die op hem wachten, aan de beelden die hij kan bekijken, aan de volgende vrouw die alleen thuis is, die wacht op een bezoek dat ze niet verwacht.
Morgen komt hij terug. Morgen zal hij kijken, zal hij beschermen, zal hij nemen wat hij wil. Maar nu, in dit moment, loopt hij door de regen, een wijkagent die zijn plicht doet, die de veiligheid van de buurt waarborgt op de enige manier die hij kent.
Het huis van Marieke en hem verschijnt in de mist, warm licht achter de keukenramen waar niemand is. Hij heeft de hele dag voor zich, de hele nacht, de hele buurt die zijn terrein is, zijn domein, zijn speelplaats. De sleutel draait soepel in het slot. Hij stapt binnen, sluit de deur, en begint aan de trap naar boven, naar zijn mancave, naar de schermen die gloeien in het donker.
De regen rammelt tegen het dak. John glimlacht.





