76.545 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Anna Onderwijst - 16

Door: Jefferson

Datum: 16-07-2026 | Cijfer: 9.2 | Gelezen: 85
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 52 minuten | Lezers Online: 3

Vervolg op: Anna Onderwijs - 15: Bij Gebrek

Anna Onderwezen

Thuis wissel ik meerdere keren van outfit, omdat ik simpelweg niet weet waarvoor ik me eigenlijk aan het aankleden ben. Een gesprek? Een opdracht? Iets anders? Van Weelden had daar natuurlijk weer niets concreets over gezegd, waardoor ik voor mijn kledingkast sta alsof het antwoord ergens tussen mijn jurken, broeken en tops verstopt hangt. Eerst trek ik iets aan wat ik ook gewoon naar school zou dragen, maar zodra ik mezelf in de spiegel zie, voelt het te zakelijk. Te veel de biologie docente. Dat trek ik dus weer uit. Daarna probeer ik iets lossers, iets waarin ik me normaal prima zou voelen als ik gewoon bij iemand thuis op bezoek ging, maar ook dat klopt niet. Te onschuldig. Alsof ik mezelf voor de gek probeer te houden over waarom ik vanavond naar hem toe ga.

Zo gaat het nog een tijdje door. Kleding aan, voor de spiegel staan, draaien, kijken, twijfelen en alles weer uittrekken. Bij iedere nieuwe combinatie probeer ik me voor te stellen hoe Van Weelden naar me zal kijken wanneer hij de deur opent. En iedere keer kom ik bij dezelfde irritante conclusie uit: ik wil dat hij kijkt. Natuurlijk wil ik dat. Na alles wat er gebeurd is, hoef ik mezelf daar inmiddels niet meer over voor te liegen.

Uiteindelijk kies ik iets wat precies tussen twee uitersten in valt. Een donkerblauwe, licht aansluitende jurk die net boven mijn knieën eindigt, met een zachte stof die soepel langs mijn lichaam valt zonder alles prijs te geven. Daaronder draag ik zwarte enkellaarsjes met een kleine hak, genoeg om mijn houding net iets zelfverzekerder te maken zonder dat het overdreven voelt. Mijn haar laat ik los, licht golvend, omdat dat minder streng oogt dan wanneer ik het opsteek. Casual genoeg om mezelf wijs te kunnen maken dat ik niet overdreven mijn best heb gedaan, maar vrouwelijk genoeg om duidelijk te laten zien dat ik dat wél heb gedaan. Sexy ook. Dat laatste zeker. Niet ordinair of overdreven, maar precies genoeg. Omdat ik me zo voel. Omdat ik me de laatste tijd steeds vaker zo voel, zelfs wanneer ik niet precies weet wat ik met dat gevoel aan moet. Misschien kies ik dit juist omdat het me een soort middenweg geeft: ik kan doen alsof het toevallig is, terwijl ik diep vanbinnen weet dat ieder detail bewust gekozen is.

Voor de spiegel bekijk ik mezelf vervolgens uitvoerig. Niet vluchtig, zoals wanneer ik 's morgens haast heb, maar echt van top tot teen. Ik draai een stukje opzij. Trek iets recht. Strijk met mijn handen over de stof. Controleer mijn haar opnieuw, hoewel daar eigenlijk niets mis mee was. Dan mijn make-up. Mijn schoenen. Sieraden. Zelfs mijn parfum krijgt meer aandacht dan normaal. Ieder detail moet kloppen.

Het vreemde is dat ik nog steeds niet weet waarop ik me voorbereid.

Misschien is dat juist waarom ik zoveel aandacht aan mijn uiterlijk besteed. Mijn kleding is ongeveer het enige waar ik vanavond nog zelf over kan beslissen. Ik weet niet wat Van Weelden van plan is. Ik weet niet wat hij van me verwacht. Ik weet zelfs niet hoelang ik daar zal blijven. Maar hoe ik straks bij hem voor de deur sta, dát bepaal ik ten minste zelf.

Ik kijk nog één keer naar mijn spiegelbeeld.

Casual.

Maar sexy.

Ja.

Vooral dat laatste.

Want zo voel ik me.

Niet veel later zit ik op de fiets. De avondlucht is fris genoeg om langs mijn blote benen te strijken en iedere keer als ik stop, lijkt de stilte om me heen mijn zenuwen alleen maar duidelijker te maken. De eerste keer haal ik mijn telefoon uit mijn tas bij een kruising waar ik eigenlijk precies weet welke kant ik op moet. Ik open het adres opnieuw, kijk naar de straatnaam op het scherm en daarna naar het bord voor me.

Goed.

Natuurlijk zit ik goed.

Toch doe ik hetzelfde een paar minuten later opnieuw. En daarna nog een keer. Niet omdat ik verdwaald ben, maar omdat ik blijkbaar steeds een reden nodig heb om even te stoppen. Om niet verder te hoeven fietsen. Om mezelf nog een paar seconden te geven voordat ik daadwerkelijk aankom.

In het begin kom ik nog genoeg mensen tegen. Een paar fietsers. Een auto die langzaam langs me rijdt. Twee jongens die me nakijken wanneer ik voorbijfiets, iets wat me normaal waarschijnlijk een klein gevoel van voldoening zou geven. Nu merk ik het wel, maar doet het me weinig. Mijn gedachten zitten ergens anders. Bij het adres op mijn telefoon. Bij Van Weelden. Bij zijn huis. Bij wat hij vanavond van me verwacht.

Hoe verder ik fiets, hoe rustiger het wordt. De huizen staan verder uit elkaar en maken langzaam plaats voor het buitengebied. Minder straatverlichting. Meer open ruimte. Donkere weilanden langs de weg en hier en daar een vrijstaand huis dat op afstand van de weg ligt. Ook het verkeer verdwijnt langzaam. Eerst passeert er af en toe nog een auto, daarna een enkele fietser, en tijdens het laatste stuk kom ik helemaal niemand meer tegen.

Alleen ik.

Mijn fiets.

En dat adres waar ik inmiddels echt niet meer naar hoef te kijken.

Wanneer ik uiteindelijk voor zijn huis sta, blijf ik toch nog even zitten. Eén voet op de grond, mijn handen om het stuur. Ik kijk naar het huis en voel mijn hart sneller kloppen. Niet omdat ik bang ben dat ik verkeerd zit. Integendeel. Ik weet nu juist heel zeker dat ik goed zit.

En ineens besef ik wat me de hele weg al onrustig maakte.

Ik heb me voorbereid.

Uitgebreid zelfs.

Ik heb verschillende outfits geprobeerd. Mijn haar gedaan. Mijn make-up gecontroleerd. Nagedacht over hoe ik eruit wilde zien wanneer hij de deur voor me zou openen. Ik heb mezelf zelfs geprobeerd voor te stellen hoe hij naar me zou kijken.

Maar nergens heb ik mezelf toegestaan om concreet na te denken over wat er daarna zou gebeuren.

Geen gesprek in mijn hoofd geoefend. Geen scenario uitgewerkt. Geen grens bepaald. Zelfs niet geprobeerd te bedenken waarom hij me precies hier wilde hebben, bij hem thuis, in plaats van gewoon op school, die nu toch leeg is.

Ik heb me op alles voorbereid.

Behalve op wat er werkelijk zou kunnen gebeuren.

Misschien bewust.

Waarschijnlijk bewust.

Ik stap af, zet mijn fiets op slot en loop naar de voordeur.

Ik hoef na het aanbellen niet lang te wachten. Binnen hoor ik beweging, een paar rustige voetstappen die dichterbij komen, en dan gaat de deur open.

Van Weelden.

Natuurlijk weet ik dat hij open zal doen. Het is zijn huis, ik ben hier op zijn uitnodiging, maar toch doet het iets met me om hem ineens hier te zien staan. Buiten school. Zonder lokaal, kantoor of bureau tussen ons in. Hij kijkt me aan met diezelfde rustige blik die ik inmiddels maar al te goed ken, en vrijwel meteen verschijnt er iets geamuseerds rond zijn mond, alsof hij allang ziet hoeveel moeite ik heb gedaan en daar verder niets over hoeft te zeggen.

Hij heeft zich thuis duidelijk anders gekleed dan op school. Informeler, maar nog steeds verzorgd, op een manier die bij hem vanzelfsprekend lijkt. Geen kleding waarin ik hem ooit door de gangen van school heb zien lopen, geen uiterlijk dat hem onmiddellijk herkenbaar maakt als mijn leidinggevende. Het zou hem minder intimiderend moeten maken, denk ik, maar het tegenovergestelde gebeurt. Op school hoort hij bij de omgeving. Daar heeft hij een functie, een kantoor en een reden om tegenover me te zitten. Hier is hij gewoon Van Weelden, in zijn eigen huis, en daardoor voelt hij ineens veel dichterbij.

Gevaarlijker dichtbij misschien.

Zijn blik gaat kort over me heen. Niet overdreven en niet lang genoeg om er iets van te kunnen zeggen, maar ik merk het wel. Natuurlijk merk ik het. Na alle tijd die ik voor de spiegel heb gestaan, zou het bijna teleurstellend zijn geweest als hij niet had gekeken.

''Anna,'' zegt hij rustig.

Alsof mijn aanwezigheid hier de normaalste zaak van de wereld is.

Ik stap naar binnen wanneer hij ruimte voor me maakt en voel meteen hoe vreemd het is om zijn huis binnen te lopen. De hal gaat over in een ruime woonkamer die modern is ingericht, maar nergens kil aanvoelt. Warme materialen, rustige kleuren, zachte verlichting. Alles lijkt zorgvuldig gekozen zonder dat het eruitziet alsof iemand overdreven zijn best heeft gedaan. Het past eigenlijk irritant goed bij hem. Beheerst, verzorgd en rustig, maar met genoeg warmte om je bijna te laten vergeten dat ik de hele weg hierheen niet heb durven nadenken over waarom ik precies ben uitgenodigd.

Mijn blik blijft hangen bij een aantal foto's aan de muur. Van Weelden staat erop, duidelijk jonger op sommige, en naast hem zie ik steeds dezelfde vrouw. Knap. Verzorgd. Op de ene foto staan ze ergens buiten, op een andere zitten ze dicht naast elkaar, en op weer een andere kijkt zij lachend naar de camera terwijl hij naast haar staat.

Zijn vrouw?

Ik probeer ongemerkt iets te ontdekken wat die vraag kan beantwoorden. Een trouwfoto misschien, of een afbeelding waarop ringen duidelijk zichtbaar zijn, maar ik zie niets wat het antwoord meteen weggeeft. Alleen steeds diezelfde vrouw, dichtbij genoeg om belangrijk te zijn, zonder dat ik precies kan bepalen wie ze voor hem is. Het idee dat hij een partner zou hebben, vind ik zo absurd op dit moment. Misschien een zus.

Ik merk dat ik langer kijk dan nodig is en richt mijn aandacht daarom op de rest van de kamer. Juist de gewone dingen vallen me ineens op. Een koffiekop die nog op tafel staat. Een halfgelezen krant die niet netjes is opgeruimd. Een jas die over de rugleuning van een stoel hangt alsof hij die daar eerder op de dag achteloos heeft neergegooid. Kleine dingen die niets met mij te maken hebben en die er waarschijnlijk ook hadden gelegen als ik vanavond nooit was gekomen.

En juist daardoor dringt het pas echt tot me door waar ik ben.

Dit is niet zijn kantoor. Geen lokaal. Geen plek waar straks iemand onverwacht binnen kan lopen omdat die een vraag heeft of iets uit een kast nodig heeft. Dit is zijn privéleven. Hier drinkt hij 's morgens zijn koffie. Hier leest hij zijn krant. Hier hangt hij blijkbaar zijn jas over een stoel wanneer hij geen zin heeft om hem netjes op te ruimen.

En daar sta ik nu middenin.

Voor het eerst voelt het alsof ik niet alleen een grens ben overgestoken door hierheen te komen, maar letterlijk zijn wereld ben binnengelopen. Een deel ervan dat tot vanavond helemaal niet voor mij bestond.

Van Weelden lijkt mijn nieuwsgierigheid ondertussen rustig te laten gebeuren. Hij haast me niet, legt niets uit en vraagt ook niet waarom ik naar de foto's kijk. Wanneer ik uiteindelijk weer naar hem kijk, staat die lichte, geamuseerde uitdrukking nog steeds op zijn gezicht.

Alsof hij precies weet hoeveel vragen ik inmiddels heb.

En van plan is voorlopig geen enkele te beantwoorden.

''Kom,'' zegt Van Weelden uiteindelijk. ''Volg me maar.''

Meer uitleg krijg ik niet, dus ik doe wat hij zegt. Ik volg hem verder de woonkamer door, langs de eettafel en vervolgens de keuken in. Ook daar ziet alles er modern en verzorgd uit, zonder dat het aanvoelt als een showroom waarin niets aangeraakt mag worden. Door de grote ramen aan de achterkant zie ik de tuin al liggen. Buiten is het inmiddels donker genoeg om de verlichting rond het terras duidelijk te zien, warm licht dat over de tegels en het groen valt en de tuin groter doet lijken dan ik vanaf de voorkant van het huis had verwacht.

Van Weelden opent de deur en stapt naar buiten. Ik volg hem opnieuw, nog altijd zonder te weten waar hij me precies mee naartoe neemt.

Dan zie ik de tas.

Mijn blik blijft er meteen aan hangen. Een bekende tas, naast een van de stoelen op het verzorgde terras. Ik herken hem voordat ik degene zie die erbij hoort en heb daardoor een fractie van een seconde om te begrijpen wat dat betekent.

Nee.

Of toch?

Mijn blik schuift verder.

Rayenne.

Ze zit al op het terras.

Ik blijf bijna automatisch staan. Niet overdreven, niet alsof ik ergens tegenaan loop of geschrokken achteruitdeins, maar net lang genoeg om mijn verbazing niet te kunnen verbergen. Van alle mensen die hier hadden kunnen zijn, had ik haar niet verwacht. Sterker nog, ik had überhaupt niemand anders verwacht. In alle scenario's die ik onderweg bewust niet heb durven bedenken, was ik er blijkbaar toch vanuit gegaan dat dit iets tussen Van Weelden en mij zou zijn.

Maar daar zit Rayenne.

En aan haar gezicht te zien, had zij mij net zo min verwacht.

Onze blikken ontmoeten elkaar en vrijwel onmiddellijk gebeurt er iets waar we allebei niets aan kunnen doen. Mijn ogen glijden over haar kleding. Kort maar duidelijk. Die van haar doen precies hetzelfde bij mij. Pas daarna kijken we elkaar weer recht aan en ik weet meteen dat zij heeft gezien wat ik bij haar zag.

We hebben allebei ons best gedaan.

Dat maakt het alleen maar vreemder.

Ik had Rayenne natuurlijk al vaak genoeg gezien, maar niet zo. Niet hier, buiten school, op een terras in de tuin van Van Weelden, gekleed alsof ook zij voor haar kledingkast heeft gestaan met een vraag waarop ze geen antwoord kreeg. Ze draagt een lichte blouse die haar schouders net vrijlaat en een donkere rok die tot halverwege haar bovenbenen valt, haar benen nonchalant over elkaar geslagen terwijl ze iets naar voren leunt in haar stoel, alsof ze zich bewust is van hoe ze overkomt zonder dat het geforceerd voelt. Ze ziet er verzorgd uit. Bewust verzorgd. Vrouwelijker dan ik haar normaal zie, en terwijl ik naar haar kijk, vraag ik me onmiddellijk af hoeveel van dezelfde gedachten zij vanavond heeft gehad.

Heeft zij ook meerdere outfits geprobeerd?

Heeft zij zich ook afgevraagd wat Van Weelden van plan was?

Heeft zij geweten dat ik zou komen?

Aan haar gezicht te zien niet.

''Hoi,'' zeg ik uiteindelijk.

''Hoi.''

En daar blijft het bij.

Er zijn waarschijnlijk honderd vragen die we elkaar zouden kunnen stellen, maar geen enkele voelt veilig genoeg om hardop uit te spreken. Waarom ben jij hier? Wat heeft hij tegen jou gezegd? Wat heb jij gedaan? Weet jij waarom ík hier ben? In plaats daarvan kijken we elkaar alleen maar aan, allebei zichtbaar op zoek naar iets normaals om te zeggen in een situatie waar helemaal niets normaals aan voelt.

Mijn blik valt op het glas dat al voor haar op tafel staat.

Ook dat roept meteen nieuwe vragen op.

Hoelang is ze hier al?

Vijf minuten? Een halfuur?

Heeft Van Weelden haar hetzelfde laten wachten als mij, of hebben ze al met elkaar gesproken voordat ik aankwam? Misschien weet zij inmiddels precies waarom ze hier zit. Misschien hebben ze het over mij gehad. Misschien wist ze wel degelijk dat ik zou komen en is haar verbazing alleen maar mijn eigen invulling.

Ik weet het niet.

En voordat een van ons alsnog iets kan bedenken om de stilte te doorbreken, neemt Van Weelden het initiatief alweer over.

Alsof hij precies daarop heeft gewacht.

Vanaf dat moment laat hij het niet meer los.

Van Weelden laat de stilte nog een paar tellen bestaan voordat hij tegenover ons plaatsneemt. Niet naast mij en ook niet naast Rayenne, maar zo dat hij ons allebei zonder moeite kan aankijken. Het valt me op hoe gemakkelijk hij zich lijkt te voelen, terwijl Rayenne en ik nog steeds niet goed weten waar we onze handen moeten laten of wat we tegen elkaar zouden moeten zeggen. Alsof hij niet alleen precies wist dat dit ongemakkelijk zou worden, maar daar vanaf het begin op heeft gerekend.

''Jullie vragen je waarschijnlijk allebei hetzelfde af,'' begint hij rustig.

Ik kijk naar hem. Rayenne ook.

''Waarom zij?''

Zijn blik gaat eerst naar mij en daarna naar Rayenne. Heel even denk ik dat hij eindelijk gaat uitleggen waarom we hier samen zitten, maar natuurlijk doet hij dat niet.

''Dat is een interessante vraag,'' vervolgt hij, ''maar niet de belangrijkste.''

Hij laat opnieuw een stilte vallen en ik merk dat ik bijna automatisch op het vervolg wacht. Dat is het vreemde aan hem. Hij hoeft zijn stem niet te verheffen en hij hoeft ons nergens toe te dwingen om de aandacht volledig naar zich toe te trekken. Hij praat rustig, bijna alsof dit een gewoon gesprek is, maar iedere stilte lijkt bewust gekozen. Net lang genoeg om je zelf te laten nadenken. Net kort genoeg om te voorkomen dat je de controle over het gesprek kunt overnemen.

''De belangrijkste vraag is waarom jíj hier zit.''

Hij kijkt mij aan wanneer hij het zegt.

Mijn maag trekt samen.

Daarna draait hij zijn hoofd naar Rayenne.

''En voor jou geldt precies hetzelfde.''

Ik kijk onmiddellijk opzij, naar haar, maar haar gezicht verraadt niets waar ik iets aan heb. Ze kijkt terug en ik weet zeker dat zij hetzelfde bij mij probeert. We zoeken allebei naar een aanwijzing die de ander per ongeluk weggeeft, terwijl Van Weelden rustig blijft zitten en ons die paar seconden gewoon gunt.

Hij weet precies wat hij doet.

''Ik ga jullie niet vragen om elkaar te vertellen wat er is gebeurd,'' zegt hij uiteindelijk. ''Dat zou ook weinig zin hebben. Als jullie dat hadden willen delen, hadden jullie dat waarschijnlijk allang gedaan.''

Mijn blik schiet opnieuw naar Rayenne. Haar ogen ontmoeten de mijne, maar geen van ons zegt iets.

''Bovendien,'' gaat hij verder, ''zijn sommige dingen nu eenmaal makkelijker zolang niet iedereen ervan weet.''

Die zin blijft ergens tussen ons in hangen.

Ik weet niet of hij het over mij heeft.

Over Rayenne.

Of over ons allebei.

''Wat ik wel kan zeggen,'' vervolgt hij, terwijl hij rustig achteroverleunt, ''is dat jullie allebei iets hebben gedaan waarvan jullie heel goed wisten dat het eigenlijk niet kon.''

Precies op hetzelfde moment kijk ik naar Rayenne.

En zij naar mij.

Het gebeurt zo gelijktijdig dat ik bijna zou lachen als ik niet zo gespannen was. Haar blik stelt dezelfde vraag als de mijne. Wat heb jij gedaan? Hoe erg was het? We zitten blijkbaar inderdaad allebei ergens mee, maar Van Weelden heeft zijn woorden zo zorgvuldig gekozen dat ik nog steeds niets weet. Misschien gaat het bij haar om iets kleins. Misschien om iets veel ergers dan bij mij. Misschien denkt zij op dit moment precies hetzelfde.

Van Weelden ziet onze blikken natuurlijk.

''Kijk,'' zegt hij geamuseerd. ''Nu wordt het interessant.''

Ik kijk terug naar hem.

''Want jullie willen het allebei weten.''

Geen van ons reageert.

''Natuurlijk willen jullie dat. Dat is menselijk. Jullie willen weten of de ander hetzelfde heeft gedaan. Of het erger was. Misschien vooral of jullie je minder schuldig hoeven te voelen wanneer blijkt dat de ander nog verder is gegaan.''

Hij zegt het zonder beschuldiging, bijna vriendelijk zelfs, en juist daardoor voel ik me betrapt. Want ergens heeft hij gelijk. Ik wil weten waarom Rayenne hier zit. Niet alleen uit nieuwsgierigheid, maar omdat haar aanwezigheid misschien iets over mijn eigen situatie zegt. Als zij hier om dezelfde reden zit, ben ik niet de enige. Als zij iets ergers heeft gedaan, valt wat ik heb gedaan misschien ineens mee.

''Maar dat gaan jullie van mij niet horen,'' zegt hij.

Daarmee sluit hij het onderwerp af voordat een van ons überhaupt heeft geprobeerd iets te vragen.

Hij buigt iets naar voren en laat zijn blik rustig van Rayenne naar mij gaan.

''Jullie hebben allebei een reden om te willen dat bepaalde dingen niet verder komen dan noodzakelijk.''

Mijn hart slaat onmiddellijk harder.

''En voordat jullie je zorgen gaan maken: nee, ik ga jullie niet vragen die redenen met elkaar te delen. Wat Anna mij vertelt, blijft tussen Anna en mij. Wat jij mij vertelt, Rayenne, blijft tussen jou en mij.''

Dat zou geruststellend moeten zijn.

Toch voelt het niet zo.

Want terwijl hij zegt dat hij onze geheimen bewaart, maakt hij tegelijkertijd duidelijk dat hij ze allebei bezit.

''Maar geheimhouding werkt twee kanten op,'' vervolgt hij. ''Als je verwacht dat iemand rekening houdt met wat jij niet naar buiten wilt hebben, dan mag daar iets tegenover staan.''

Hij wacht even.

''Betrouwbaarheid.''

Zijn blik blijft op ons rusten.

''En luisteren.''

Dat laatste woord spreekt hij nauwelijks anders uit dan de rest, maar toch voelt het zwaarder.

''Dat lijkt eenvoudig,'' zegt hij. ''Dat zou het ook moeten zijn. Alleen hebben jullie allebei inmiddels laten zien dat luisteren niet altijd jullie sterkste kant is.''

Ik wil bijna iets zeggen, mezelf verdedigen misschien, maar zijn blik blijft een fractie langer op mij rusten en ik besluit mijn mond te houden.

Een kleine glimlach verschijnt rond zijn mond.

''Kijk. Dat gaat al beter.''

Naast me hoor ik Rayenne zacht ademhalen en ik weet niet of ze een lach probeert in te houden of net zo gespannen is als ik.

''Daarom zitten we hier vanavond,'' vervolgt Van Weelden. ''Niet op school. Niet in mijn kantoor. Geen collega's die ieder moment kunnen binnenlopen, geen leerlingen in de gang en geen klok die bepaalt dat we over tien minuten ergens anders moeten zijn. Gewoon hier, waar we de tijd hebben om één heel eenvoudige afspraak duidelijk te krijgen.''

Hij kijkt eerst Rayenne aan en daarna mij.

''Er is vanavond één regel.''

Mijn mond voelt droog.

''Jullie luisteren.''

Meer zegt hij niet.

Hij laat het woord gewoon liggen en kijkt ons aan alsof de betekenis ervan vanzelfsprekend is. Misschien is dat ook zo. Toch voelt het alsof er veel meer in besloten ligt dan alleen doen wat iemand zegt.

''Is dat duidelijk?''

Ik knik.

Naast me zie ik Rayenne hetzelfde doen.

Van Weelden reageert niet.

Een paar seconden verstrijken.

Eerst begrijp ik niet waarom hij niets zegt. We hebben toch antwoord gegeven? Dan zie ik aan zijn gezicht dat hij simpelweg wacht.

Niet boos.

Niet ongeduldig.

Hij wacht gewoon totdat wij begrijpen dat een knikje blijkbaar niet het antwoord was waar hij om vroeg.

''Ja,'' zeg ik uiteindelijk.

Zijn blik blijft nog even op mij rusten voordat hij naar Rayenne gaat.

''Ja,'' zegt zij ook.

Pas dan knikt hij tevreden.

''Mooi.''

Het is nauwelijks iets. Eén woord. Een paar seconden stilte. Meer niet.

En toch voelt het alsof we zojuist allebei iets hebben toegezegd waarvan alleen hij precies weet hoe ver het vanavond zal reiken.

Van Weelden laat ons niet lang de gelegenheid om iets met die nieuwe afspraak te doen. Hij komt overeind en gebaart dat we voor hem moeten gaan staan, waarop Rayenne vrijwel meteen beweegt en ik een fractie later hetzelfde doe. We komen naast elkaar terecht, nog altijd met voldoende ruimte tussen ons om te kunnen doen alsof we hier ieder voor onszelf staan, maar dichtbij genoeg om ons allebei bewust te zijn van de aanwezigheid van de ander.

''Daar,'' zegt hij wanneer we op ongeveer twee meter afstand van hem staan.

We zetten nog een stap.

Hij steekt zijn handen uit.

''Niet verder.''

We blijven staan.

Het is vreemd hoe snel dat inmiddels gaat. Een paar minuten geleden zat ik nog vol vragen over waarom Rayenne hier is, wat zij heeft gedaan en wat Van Weelden met ons van plan is, maar één klein gebaar van hem is voldoende om ons allebei op precies de plek te krijgen waar hij ons wil hebben. Hij hoeft er niet eens nadrukkelijk bij te kijken. Hij gaat weer rustig zitten, alsof wij niet twee volwassen vrouwen zijn die midden op zijn terras voor hem staan, maar twee onderdelen van een situatie die hij op zijn gemak wil bekijken.

Mijn blik gaat naar Rayenne.

Nu we naast elkaar staan en ik haar niet meer van een afstand bekijk, valt het me pas echt op hoe anders ze hier is. Natuurlijk herken ik haar. Hetzelfde gezicht, dezelfde manier waarop ze haar gewicht iets naar één been verplaatst wanneer ze ergens staat te wachten, dezelfde kleine beweging van haar hand wanneer ze een losse pluk haar achter haar oor schuift. Allemaal dingen die ik waarschijnlijk al tientallen keren heb gezien zonder er ooit bewust bij stil te staan.

Maar ik had haar nog nooit zo gezien.

Vrouwelijk.

Mooi.

Echt mooi.

Die gedachte komt onverwacht genoeg om me bijna ongemakkelijk te maken. Op school zie ik haar meestal in een omgeving die haar vanzelf in een bepaalde rol duwt. Praktisch gekleed, sportief, bezig met leerlingen of onderweg van de ene les naar de andere. Daar is ze gewoon Rayenne, mijn collega, iemand die zo vertrouwd in het decor van school past dat ik nooit de moeite heb genomen om haar echt te bekijken.

Hier valt dat decor weg.

De lichte blouse laat haar schouders vrij en de donkere rok benadrukt haar benen op een manier die me eerder al was opgevallen, maar van dichtbij nog duidelijker wordt. Haar haar zit anders dan op school, losser, bewuster misschien, en zelfs de manier waarop ze staat lijkt ineens iets vrouwelijks te hebben wat ik nooit eerder bij haar heb gezocht. Niet omdat het er toen niet was, besef ik, maar omdat ik simpelweg nooit op die manier naar haar heb gekeken.

Nu doe ik dat wel.

En ik moet toegeven dat ze mooi is.

Bijna jaloersmakend mooi zelfs.

Er trekt een klein, vervelend steekje door me heen en ik weet niet eens precies waarop ik jaloers ben. Op haar uiterlijk misschien, omdat ze er zo vanzelfsprekend goed uitziet terwijl ik thuis drie of vier keer van kleding ben gewisseld voordat ik tevreden was. Misschien op haar rust, al begin ik inmiddels te vermoeden dat die voor een deel gespeeld is. Of misschien is het iets anders. Iets waar ik nog minder graag over nadenk.

Misschien ben ik jaloers omdat zij blijkbaar een kant van Van Weelden kent die ik niet ken.

Die gedachte brengt me meteen terug bij de vraag die sinds mijn aankomst door mijn hoofd blijft gaan. Waarom is zij hier?

Ik weet nog steeds niets.

Van Weelden heeft genoeg gezegd om duidelijk te maken dat Rayenne iets heeft gedaan wat volgens hem niet kon, maar zorgvuldig niets waarmee ik kan achterhalen wat dat dan was. Misschien zit ze inderdaad in precies hetzelfde schuitje als ik. Misschien heeft ze iets totaal anders gedaan. Misschien weet zij veel meer over mij dan ik over haar, hoewel hij heeft gezegd dat wat wij hem vertellen tussen hem en ieder van ons afzonderlijk blijft.

Ik kijk opnieuw naar haar en tref haar blik.

Heel even heb ik het gevoel dat zij hetzelfde probeert te doen. Mij lezen. Iets in mijn gezicht vinden wat Van Weelden haar niet heeft verteld. Een aanwijzing misschien. Schuld. Schaamte. Angst. Iets waarmee ze kan bepalen waarom ik hier naast haar sta.

Ik geef haar niets.

Of dat hoop ik ten minste.

Van Weelden zit nog steeds tegenover ons en laat zijn blik rustig tussen ons heen en weer gaan. Niet gehaast, niet ongemakkelijk, alsof hij alle tijd van de wereld heeft en precies weet dat wij die stilte zelf zullen vullen met vragen die hij niet hoeft te stellen.

Dan kijkt hij heel even weg.

Het is nauwelijks een moment, maar Rayenne en ik grijpen het allebei aan.

Onze ogen ontmoeten elkaar opnieuw en deze keer verschijnt er een klein, nerveus glimlachje rond haar mond. Geen echte glimlach, niet iets waar Van Weelden een betekenis aan zou kunnen geven als hij het zag, maar genoeg om iets in mij losser te maken. Ik glimlach terug voordat ik erover kan nadenken.

Daar is het ineens.

Een klein moment dat alleen van ons lijkt te zijn.

Wij zitten hier allebei.

Wat de reden ook is, wat zij ook heeft gedaan en wat zij misschien wel of niet over mij weet, op dit moment staat zij hier net zo goed als ik. Voor dezelfde man. Met dezelfde afspraak. Met waarschijnlijk minstens een deel van dezelfde onzekerheid.

Het stelt me meer gerust dan ik had verwacht.

Ik sta er niet alleen voor.

Wanneer Van Weelden zijn aandacht weer volledig op ons richt, verdwijnt onze glimlach bijna tegelijk, maar het gevoel blijft nog even hangen. Een vreemd soort verbondenheid die nergens op gebaseerd is behalve op het feit dat we allebei niet weten wat er gaat gebeuren.

Achteraf had ik misschien moeten begrijpen dat zelfs dat onderdeel van zijn plan was.

Want Van Weelden doet zelden iets zonder reden.

En ons naast elkaar zetten, precies ver genoeg van hem vandaan om ons volledig bewust te maken van elkaar, blijkt daarop geen uitzondering.

Van Weelden laat zijn blik nog een tijdje tussen ons heen en weer gaan. Lang genoeg om me opnieuw af te vragen wat hij precies ziet wanneer hij naar ons kijkt, en vooral wat hij inmiddels al heeft besloten zonder dat wij daarvan iets weten.

''Anna,'' zegt hij dan.

Ik kijk naar hem.

''Heb jij wel eens een vrouw gekust?''

Van alle vragen die hij had kunnen stellen, had ik deze niet verwacht. Ik kijk hem waarschijnlijk net iets te lang aan voordat ik antwoord geef.

''Nee.''

''Nooit?''

''Nee.''

Hij knikt alsof ik hem zojuist iets heel gewoons heb verteld. Geen verbazing, geen oordeel, alleen die rustige manier waarop hij informatie lijkt op te slaan die hij waarschijnlijk allang vermoedde.

''Dan lijkt me dit een geschikt moment.''

Mijn hart maakt een vreemde sprong.

Ik kijk naar Rayenne en zij kijkt terug. Heel even wacht ik op een reactie van haar die me vertelt dat dit zelfs voor haar te ver gaat, dat ze gaat lachen of tegen Van Weelden zegt dat hij niet goed wijs is, maar niets daarvan gebeurt. Ze lijkt wel verrast, misschien zelfs gespannen, maar in haar blik zit iets geruststellends.

Als dit het ergste is?

Zo lees ik het ten minste.

Misschien wil ik het ook zo lezen.

Van Weelden gebaart rustig naar ons, niet meer dan een kleine beweging van zijn hand, alsof hij geen reden ziet om de opdracht ingewikkelder te maken dan hij is.

''Toe maar.''

Ik voel mijn zenuwen onmiddellijk toenemen. Rayenne staat op nog geen meter afstand van me en ineens ben ik me van ieder detail bewust: de manier waarop ze naar me kijkt, de kleine beweging van haar borstkas wanneer ze ademhaalt, zelfs de afstand die we nog moeten overbruggen. Ik heb haar nog nooit op deze manier benaderd en weet niet wat de regels zijn, voor zover die überhaupt bestaan.

Vlak voordat ik beweeg, kijk ik nog één keer naar Van Weelden.

Het gaat vanzelf.

Een controle misschien. Een laatste bevestiging dat hij dit werkelijk van me verwacht.

Hij zit inmiddels weer rustig en kijkt toe.

Wanneer ik terugkijk naar Rayenne, besef ik dat zij niet naar hem heeft gekeken.

Zij kijkt naar mij.

Dat verschil dringt op dat moment nog niet volledig tot me door, maar ik voel het wel. Ik zoek blijkbaar nog steeds naar toestemming, terwijl Rayenne alleen probeert te zien of ik dit ook wil.

Ze komt iets dichterbij en ik doe hetzelfde. We zijn allebei voorzichtig, waardoor onze neuzen elkaar bijna raken en ik mijn hoofd op het laatste moment de verkeerde kant op draai. Rayenne trekt zich een paar centimeter terug en er verschijnt heel even een nerveuze glimlach rond haar mond.

Ik moet zelf ook glimlachen.

Het haalt iets van de spanning weg.

''Andere kant,'' fluistert ze.

Ik draai mijn hoofd en deze keer gaat het wel goed.

Onze lippen raken elkaar voorzichtig.

Het eerste wat me opvalt, is hoe vreemd vertrouwd en tegelijk volledig nieuw het voelt. Het is gewoon een kus. Ik weet hoe dat werkt. Natuurlijk weet ik dat. En toch is alles anders omdat zij een vrouw is, omdat het Rayenne is en omdat Van Weelden op een paar meter afstand zit te kijken.

In het begin weet ik niet wat ik met mijn handen moet doen. Ze hangen ongemakkelijk langs mijn lichaam totdat ik er één voorzichtig tegen haar arm leg. Rayenne lijkt minder onzeker. Haar hand komt rustig bij mijn middel terecht en dat kleine gebaar maakt de afstand tussen ons ineens nog kleiner.

We kussen opnieuw.

Langer deze keer.

Wanneer ze haar mond iets opent en de kus intiemer wordt, moet ik opnieuw wennen aan het idee dat dit werkelijk gebeurt. Ik voel mijn eigen spanning, maar daaronder zit iets anders wat ik minder gemakkelijk kan wegredeneren. Ik was al opgewonden voordat dit begon, al vanaf het moment dat ik voor mijn spiegel stond en me afvroeg waarvoor ik me eigenlijk aan het aankleden was. Die spanning is niet verdwenen.

Integendeel.

Ik weet dat Van Weelden kijkt.

Juist dat maakt alles intenser.

Toch merk ik dat mijn aandacht steeds meer bij Rayenne terechtkomt. Bij haar hand aan mijn middel, bij de manier waarop ze me voldoende tijd geeft om aan iedere nieuwe stap te wennen en bij het feit dat ze nergens lijkt te proberen me verder te duwen dan ik zelf wil gaan.

Maar er zit ook iets anders in haar bewegingen. Iets zekers. Alsof ze precies weet hoe ver ze kan gaan zonder dat het te veel wordt. Alsof dit voor haar geen eerste keer is.

Wanneer ze haar hand iets steviger tegen mijn middel legt en me een fractie dichter naar zich toe trekt, voel ik hoe vanzelfsprekend dat voor haar is. Niet dwingend, niet haastig, maar wel duidelijk. Ze wacht niet af zoals ik dat doe.

Ik volg.

Niet omdat het moet, maar omdat het veilig voelt om haar te volgen.

Wanneer ze zich een klein stukje terugtrekt, blijft haar blik op de mijne rusten. Alsof ze checkt of ik nog steeds mee ben, of ik nog steeds wil. Ik knik niet, zeg niets, maar ik wijk ook niet terug.

Dat lijkt voor haar genoeg.

Ze kust me opnieuw, deze keer zekerder en dieper. Haar lippen openen zich tegen de mijne en even later voel ik voorzichtig het puntje van haar tong. Eerst vluchtig, bijna vragend, alsof ze me opnieuw de gelegenheid geeft om terug te deinzen. Dat doe ik niet. Ik open mijn mond iets verder en laat haar toe, waarna haar tong langzaam de mijne raakt.

Het voelt vreemd.

Niet verkeerd, maar anders dan ik had verwacht. Zachter misschien. Voorzichtiger ook. Ik ken tongzoenen natuurlijk, maar niet met een vrouw, en juist daardoor ben ik me ineens bewust van ieder klein detail. Van haar lippen tegen de mijne, van haar ademhaling en van haar tong die opnieuw langs de mijne glijdt voordat ze zich een fractie terugtrekt en me als vanzelf uitnodigt haar te volgen.

Mijn lichaam reageert daar sneller op dan mijn gedachten kunnen bijhouden. Mijn ademhaling versnelt, mijn hart klopt harder tegen mijn borst en er trekt een warme spanning door mijn buik. Mijn huid lijkt gevoeliger te worden, alsof zelfs de hand die ze nog altijd bij mijn middel heeft ineens nadrukkelijker aanwezig is. Mijn eigen hand blijft voorlopig voorzichtig tegen haar arm liggen, omdat ik nog steeds niet goed weet wat ik ermee moet doen.

Maar ik trek hem ook niet weg.

Ik laat haar me tongzoenen en begin langzaam te begrijpen hoe ze beweegt. Eerst reageer ik alleen wanneer haar tong de mijne zoekt. Voorzichtig, bijna aarzelend, alsof ik bang ben iets verkeerd te doen. Rayenne haast me niet. Ze trekt zich soms een klein stukje terug, kust mijn lippen opnieuw en laat haar tong daarna weer langs de mijne glijden, waardoor ik steeds beter begin te begrijpen wat ze van me vraagt zonder dat ze ook maar één woord hoeft te zeggen.

Iedere kleine verandering in de kus voelt als een stille aanwijzing.

En ik volg.

Niet perfect en niet zonder aarzeling, maar wel steeds minder onzeker. Wanneer haar tong opnieuw de mijne raakt, wijk ik deze keer niet alleen terug om haar ruimte te geven. Ik beweeg mee. Voorzichtig eerst, daarna zekerder, totdat ik besef dat ik haar daadwerkelijk terug aan het tongzoenen ben.

Dat besef verandert iets.

Tot dat moment bepaalt zij het tempo en laat ik me meenemen omdat het veilig voelt om haar te volgen. Zij weet blijkbaar wat ze doet en ik hoef alleen maar te reageren. Maar wanneer ze zich een klein stukje terugtrekt, ga ik zonder na te denken achter haar aan. Mijn mond zoekt die van haar opnieuw en deze keer ben ik degene die mijn tong voorzichtig langs de hare laat glijden. Het is dat opgebouwde verlangen wat er gewoon uit moet. Zelfs met haar.

Rayenne merkt het.

Ik voel het aan de manier waarop ze onmiddellijk reageert, hoe haar hand iets steviger tegen mijn middel komt te liggen en hoe ze me dichter naar zich toe trekt. Onze tongen vinden elkaar opnieuw en ineens ben ik niet meer bezig met de vraag hoe dit hoort of wat Van Weelden precies van ons verwacht.

Ik tongzoen haar omdat ik haar wil tongzoenen.

Niet omdat Van Weelden het heeft gezegd. Niet omdat Rayenne me voordoet hoe het moet. Ergens onderweg ben ik opgehouden alleen maar te volgen en ben ik zelf begonnen.

Dit is niet meer alleen een opdracht.

Rayenne heeft me laten voelen hoe het kan.

En nu doe ik mee.

Een blik van hem naar haar is genoeg, een vraag die niet wordt uitgesproken, een taal die ik niet spreek. Ik probeer bewust te begrijpen wat een bepaalde blik betekent, probeer iets te herkennen in de manier waarop Van Weelden naar haar kijkt, maar Rayenne reageert al voordat ik het heb kunnen ontcijferen. Toch kijkt Rayenne één keer gespannen naar mij in plaats van naar Van Weelden, en daarmee blijft zichtbaar dat zij niet volledig mechanisch handelt en mijn reactie ertoe doet.

Dan volgt een klein knikje van hem; naar beneden, naar mij. Rayenne kijkt gespannen, alsof ook zij nog een laatste bevestiging nodig heeft, waarna hij nog een keer knikt en ze een hand laat afglijden over mijn buik. Ik kreun zachtjes op haar aanrakingen en voel hoe mijn lichaam onmiddellijk reageert, terwijl ze meer doet dan alleen voelen, wat Van Weelden meteen opmerkt. Zij kijken elkaar zo nu en dan aan, knikken, vragen met hun ogen en gebaren om door te gaan, terwijl ik er middenin sta en steeds beter begin te beseffen dat er tussen hen een hele communicatie bestaat waarvoor nauwelijks woorden nodig zijn.

Ze komt daarna achter me te staan en legt haar handen op mijn heupen en buik, trekt me al iets dichter tegen zich aan. Rayenne wacht zichtbaar op een reactie van Van Weelden, maar hij zegt niets. Hij zit voor ons, kijkt afwachtend, met enthousiasme. Alleen weer een kort knikje, en dat blijkt voldoende. Terwijl zij achter me staat, begin ik gaandeweg zelf op Van Weeldens stiltes te letten en ontstaat subtiel het begin van mijn eigen leerproces: geen reactie is doorgaan. Het is vreemd hoe snel ik dat begin te begrijpen, alsof ik stukje bij beetje woorden leer van die taal die ik een paar minuten geleden nog helemaal niet sprak.

Ze kleedt me langzaam uit en kijkt steeds naar Van Weelden, maar ook nu geldt hetzelfde: geen reactie is doorgaan. Ze laat de bandjes een voor een van m'n schouders glijden. Langzaam, terwijl ik haar adem in mijn nek voel. Ze pakt m'n haren en trekt die naar één kant, waarna ze een schouder kust. Ik zie Van Weelden over m'n schouder kijken. Naar haar. Ze kijkt terug. Die connectie is zo voelbaar. Daarna trekt ze de bandjes verder naar beneden over m'n armen, en de strak gespannen stof bij m'n borst volgt vanzelf, waardoor mijn borsten zowat vrij springen, in de koele, donkere buitenlucht. Mijn tepels hard naar voren. Zijn blik er meteen op gefixeerd. Hoe ver laat ik dit gaan? Tot nu toe voelt niks nog als te ver. Dus gaat ze verder. Een kusje in m'n nek. Haar handen die m'n schouders strelen. En daarna onder m'n oksels naar voren trekken. Ze zoekt m'n jurkje, vindt de stof, en trek het nog verder naar beneden. Ze komt dichter tegen me aanstaan, en kust m'n nek naar m'n oor toe. Terwijl ze in m'n oorlel bijt, vinden haar handen mijn vrije, volle borsten, en instinctief laat ik mijn hoofd naar achteren vallen, en kreun ik plots wulps op alles wat hier gebeurt. Mijn handen langs haar heupen. Ik hou haar vast. Ik laat niet los als ze mijn borsten kneedt, mijn oor likt, en in mijn oor fluistert hoe knap ik ben... Dit alles had ik nooit, en dan ook echt nooit achter haar gezocht. Als ze m'n tepels om de beurt tussen haar vingers neemt, kreun ik iets harder, hou ik me steviger aan haar vast terwijl mijn lijf wil kronkelen. Ze had geen vriend. Ze had het eigenlijk nooit over mannen. Ik begreep nu pas waarom.

Ik merk ondertussen dat Van Weelden juist nauwelijks reageert wanneer ik onzeker ben, maar zichtbaar aandachtiger wordt zodra ik zelf initiatief toon. Als ik even omkijk en de blik van Rayenne zoek, vurig als ik ban. Daardoor leer ik waarop zijn goedkeuring volgt, niet doordat hij het uitlegt, maar doordat ik zijn aandacht begin te herkennen. Langzaam komt hij iets in beweging. Niks geforceerd. En hij blijft zitten. Leunt achterover. En voordat ik het echt doorheb, heeft hij hem al in z'n handen. Mijn blik glijdt er naartoe, en naar zijn gezicht, terwijl ik zie hoe hij zijn imposante erectie in contact brengt met de buitenlucht en langzaam met een hand begint te pompen. Een duidelijkere goedkeuring konden we niet krijgen. Rayenne heeft dan een hand op m'n billen liggen, en trekt de stof daar iets omhoog, totdat haar vingertoppen ook daar mijn vlees kunnen kneden. Ze draait me iets naar haar toe. Kust m'n hals. Buigt iets voorover, en kneedt een borst stevig omhoog zodat ze makkelijk met haar mond bij de tepel kan. Ze likt. Ze zuigt. En ze likt er nog een keertje aan. ''God...'' kreun ik verlangend naar meer. Naar een vrouw. En Van Weelden trekt zich ondertussen goedkeurend langzaam op ons af. Hij heeft door hoe lekker ik het vind...

Toch is niet alles wat er tussen Rayenne en mij gebeurt volledig afhankelijk van hem. Eén keer stopt Rayenne zonder dat Van Weelden dat vraagt, puur omdat ze aan mijn gezicht ziet dat ik tijd nodig heb. Dit als haar hand van mijn billen naar voren beweegt. Haar handen blijven stil en ze kijkt me aan, wachtend totdat ik zelf laat merken dat het weer goed is. Dat kleine moment geeft onze onderlinge band een eigen laag buiten hem om, omdat zij op dat moment niet reageert op zijn blik of zijn stilte, maar alleen op mij. En dan door.

Ze draait me weer langzaam naar hem toe. Maar niet voor hem. Want mijn nek buigt naar achteren. Ze zoent me. En als ik m'n mond open, dringt haar tong gretig naar binnen. Eén hand houdt ze steeds op m'n borst. Ze wisselt van borst. Van tepel. Elke aanraking laat me zinderen van opwinding. De hand die naar voren glijdt, trekt mijn rokje verder omhoog. Om vervolgens onder mijn slipje naar beneden te gaan. Ik zoen nog gretiger terug. Hou haar dichter tegen me aan. En zij mij, terwijl ze haar vingers zonder aarzeling mijn schaamlippen uit elkaar laat drukken, en dan pas echt door lijkt te hebben hoe graag ik dit blijkbaar wil. Als ze voelt hoe nat ik ben, hijgt ze in m'n mond, en strelen haar vingers doelgericht mijn schaamlippen voordat ze al voorzichtig m'n clitjes opzoekt. Ik heb meer moeite te blijven staan. Moet me echt aan haar vasthouden, terwijl onze kus verbreekt omdat ik wel moet kreunen van genot...

Ergens halverwege realiseer ik me dat ik Van Weelden al een tijdje niet meer aankijk. Terwijl hij vlak voor me zit, zichzelf beheerst af te trekken op wat we laten gebeuren, wat hij georkestreerd heeft. Mijn aandacht is ongemerkt volledig bij Rayenne terechtgekomen, bij haar handen, haar mond en de manier waarop ze telkens lijkt te voelen wanneer ze verder kan en wanneer ze even moet wachten. Wanneer ik uiteindelijk toch weer naar Van Weelden kijk, blijkt hij ons nog steeds aandachtig te observeren, even rustig als daarvoor, alsof hij precies heeft gezien wanneer ik ophield met naar hem te kijken en misschien zelfs daarop heeft zitten wachten. Rayenne's vingertoppen ondertussen in me...

Ik leer hier dat dit ook kan: intiem zijn met een vrouw, en dat dit mooi is, zelfs onder deze omstandigheden. Misschien juist omdat ik nergens de tijd voor heb gekregen om er vooraf over na te denken, om mezelf allerlei vragen te stellen of om te bepalen wat ik ervan zou moeten vinden. Het gebeurt gewoon, hier en nu, en mijn lichaam heeft het antwoord blijkbaar al gegeven voordat mijn hoofd de vraag goed en wel heeft kunnen formuleren.

Ik leer dat Rayenne er misschien wel net zo diep inzit als ik, al heb ik verder geen idee van hoe of wat. Ik weet eigenlijk niks, en hoe langer dit duurt, hoe duidelijker dat wordt. Ik weet niet waarom zij hier is, wat zij heeft gedaan of hoe vaak zij Van Weelden buiten school op deze manier heeft meegemaakt. Ik weet alleen wat ik op dit moment zie en voel, en dat is dat Rayenne me echt laat zien hoe het moet, in stille opdracht van Van Weelden, maar steeds meer ook omdat er tussen haar en mij iets ontstaat wat niet meer voortdurend door hem benoemd hoeft te worden.

Ze vingert me en ze kust me, en ik kus terug, steeds minder voorzichtig dan daarvoor. Ze laat twee vingers langzaam tot halverwege in me glijden, onder m'n slipje. Het is te horen hoe nat ik ben. Zelfs in de buitenlucht. Ze kneedt m'n borst steviger, kust me als dat even kan. Anders likt ze m'n nek, of bijt ze in m'n oor. Alles om maar contact te houden. En ik zie haar. Zoals ik haar nog nooit gezien heb. Tussen haar en mij is veel oogcontact, waarin we laten blijken we hier meer dan okay mee te zijn. Veel meer... Het zit in de manier waarop ze naar me kijkt voordat ze verdergaat als ze haar duim over m'n clit laar draaien, in de manier waarop ik haar dichter bij me houd en in het feit dat ik inmiddels nauwelijks nog hoef na te denken over wat ik zelf wil. Mijn lichaam maakt dat steeds duidelijker.

En dan is daar het moment waar ik nog nooit eerder in m'n leven over nagedacht had. Ze laat me kermen van genot, en ik kom langzaam maar zeker, lekker klaar op haar vingers, terwijl ik moeite moet doen overeind te blijven. Op het moment dat alles zich in mij lijkt samen te trekken en ik me steviger aan haar vast moet houden, zoek ik niet Van Weeldens blik, maar die van Rayenne. Zij is degene naar wie ik kijk terwijl het genot door me heen trekt, en ergens maakt juist dat duidelijk dat de intimiteit tussen ons inmiddels zelfstandig betekenis heeft gekregen. Van Weelden heeft ons hier neergezet en hij heeft dit in beweging gebracht, maar op dit moment bestaat er ook iets tussen haar en mij. Iets wat er misschien al was. Wat alleen snapte.

Pas direct daarna word ik me opnieuw bewust van Van Weeldens aanwezigheid, alsof hij een paar tellen naar de achtergrond is verdwenen zonder ooit werkelijk weg te zijn geweest. Zodra ik weer naar hem kijk, keert de machtslaag meteen terug en wordt het geen afgesloten romantisch moment tussen twee vrouwen die elkaar voor het eerst ontdekken. Hij zit er nog steeds, soepel trekkend aan een nog dikkere erectie, hij heeft alles gezien en hij is nog altijd degene die deze avond heeft georkestreerd. Een avond die net voorbij lijkt.

Rayenne weet na afloop duidelijk beter wat er nu gaat gebeuren dan ik. Ze laat me iets los. Wacht duidelijk op het volgende knikje of blik van zijn kant. Misschien zit het alleen in haar kalmte, in een klein gebaar of in de blik die ze Van Weelden geeft terwijl ik nog probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen. Ik kan het niet precies aanwijzen, maar opnieuw heb ik datzelfde gevoel dat me sinds mijn aankomst achtervolgt: zij begrijpt iets wat ik nog niet begrijp.

En terwijl ik naar haar kijk, blijft daardoor opnieuw dezelfde vraag hangen.

Wat weet Rayenne wat ik niet weet?

-


Door gebrek aan animo voorlopig het laatste deel. Zie mijn profielpagina voor de status van mijn doen en laten.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Jefferson
Tientje
Tientje (60)
Zoek jij een vrouw die geniet van flirten en een tikje ondeugendheid?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ - 
Bezoekers Online: 437 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net