Dit is de vierde serie uit de reeks 'Klaasjes klus'. Je kunt dit verhaal volledig los lezen van de eerste series. Vindt je de verhalen van Klaasje leuk? Dan lees ik dat graag in je reactie! Ik ben alweer bezig met het schrijven van de volgende serie.
Introductie
~ Klaasje ~
Onze klant Transco is een leverancier van logistieke transportbanden, en heeft een systeem verkocht aan Synchroon, een logistiek bedrijf dat onder andere voor telefoon en computerfabrikanten de distributie verzorgd van hun producten. Synchroon levert voornamelijk aan bedrijven, maar ze hebben ook een tak die rechtstreeks aan particulieren levert, dit zijn de mensen die rechtstreeks op de website van het merk bestellen. Voor deze klanten is op de werkvloer een speciaal gedeelte voor de webshop ingericht waar de orders klaargemaakt worden. Orders die gereed zijn worden dan door bezorgdiensten als DHL, PostNL, Fedex en UPS bezorgd. De sorteermachine moet de pakketten sorteren naar koerierdienst.
Hiervoor worden een aantal lange transportbanden geïnstalleerd waarop medewerkers gereedgemaakte pakketten leggen. De pakketten worden verzameld op een centrale transportband, waarbij ze door het systeem achter elkaar worden gelegd met een bepaalde tussenruimte, zodat ze verderop naar de juiste uitgang van de sorteermachine kunnen worden uitgeworpen. Om te weten waar een pakket heen moet wordt het etiket gescand door een camera. De camera herkent het etiket en weet de juiste koeriersdienst te vinden aan de hand van de lay-out van het etiket. Daarna wordt het pakket bij de juiste uitgang uitgeworpen waar een medewerker het op een pallet legt voor de betreffende koerier.
Ik heb afgesproken met Ralph van Transco. Hij is de vaste programmeur en zou eigenlijk ook dit project moeten doen, maar vanwege de drukte hebben ze extra mankracht ingehuurd en mag ik dit project voor ze uitvoeren.
Ralph is een norse oude man die al honderd jaar voor Transco werkt en wil graag dat alles zo gemaakt wordt als hij dit wil. De installatie bestaat uit allemaal korte baanstukken van ongeveer een meter lang. Ieder baanstuk wordt aangedreven door zijn eigen gelijkstroommotor. Ralph heeft hiervoor standaard software geschreven en hij wil graag dat ik die gebruik. Ik ben de beroerdste niet en maak graag gebruik van zijn bibliotheek.
Hoofdstuk 1
~ Klaasje ~
De weken erna werk ik de software op mijn eigen werkplek uit. Het is fijn om weer even terug op mijn eigen plekkie te zijn na al die weken in Utah (zie: Klaasjes klus: Cumming on Copper). Ik kom erachter dat de software van Ralph niet helemaal zo functioneert als ik zou willen. De installatie heeft een retourbaan: pakketten die niet gesorteerd kunnen worden omdat de uitgang vol is, worden via een aparte baan teruggevoerd naar het begin zodat er nog een poging gedaan kan worden. Dit betekent dat de hoofdbaan eigenlijk een lus is waarop de pakketten rondlopen totdat ze gesorteerd kunnen worden. Op deze lus worden een tweetal zijbanen aangesloten die de pakketten aanvoeren die door een groot aantal medewerkers zijn klaargemaakt. De medewerkers verzamelen de bestellingen, pakken ze in en voorzien ze van een etiket. De pakketten worden dan op de band gelegd die naar de hoofdlus leidt.
Dit zijn lange banden die uit stukken bestaan van wel tien meter of langer. De hoofdlus bestaat uit korte stukken rollenbanen van ongeveer een meter die allemaal apart aangestuurd kunnen worden. De software van Ralph gaat ervan uit dat een pakket naar een volgende baanstuk mag als het stuk erna leeg is. De baanstukken stoppen en starten dus voortdurend. In een simulatie kom ik erachter dat ik op deze manier nooit de hoeveelheid pakketten kan sorteren waarvoor de installatie is verkocht. Dus ik verbouw de software zo dat de lus altijd draait en de afstand tussen de pakketten geregeld wordt door met de snelheid te spelen van de baanstukken. Ik koppel dit terug aan Ralph en tot mijn verwondering gaat hij akkoord met mijn oplossing.
Hoofdstuk 2
Ongeveer een maand nadat ik begonnen ben met het project word ik verwacht bij de eindklant, Synchroon, in hun distributiecentrum in Tilburg. Het is zo dicht bij mijn woonplaats Rotterdam dat ik er iedere dag met de auto naar toe kan rijden. Ik word ontvangen door Lisette, de projectleider bij Synchroon die op mijn project is gezet. Ze ontvangt mij op haar kantoor. Ze vertelt over de procedures. De producten die ze opslaan vertegenwoordigen een enorme waarde. Immers, een luxe telefoon kost al gauw vijfhonderd tot meer dan duizend euro, dus een pallet met toestellen heeft al snel een verkoopwaarde van tonnen. Er wordt van alles gedaan om diefstal door het personeel en door de derden te voorkomen. Er zijn zeer strikte procedures voor het naar binnen gaan en verlaten van het magazijn. Als ik zelf een telefoon of een laptop heb van een merk als dat er is opgeslagen in het magazijn, moet ik dit voor het binnengaan aangeven en laten registeren. Gelukkig heb ik een Samsung en HP-laptop, merken die hier niet worden opgeslagen of verwerkt. Medewerkers mogen alleen een kleine tas meenemen met hun lunch of verzorgingsproducten (voor de dames). En deze wordt altijd geïnspecteerd bij het verlaten van het pand. Als techneut heb ik uiteraard meer nodig. Dat is toegestaan maar ik word wel verzocht zo min mogelijk mee te nemen want ook mijn spullen worden bij het verlaten minutieus gecontroleerd.
Lisette brengt mij naar de ingang van het magazijn waar de installatie wordt gebouwd die ik moet programmeren. De installatie wordt gebouwd in een bestaande omgeving, wat betekend dat het magazijn vol in gebruik is. En dus vol staat met spullen die miljoenen waard zijn. Bij de ingang is een twee meter hoge tourniquet opgesteld, nauwelijks groot genoeg om mij door te laten. Ik moet mijn rugzak met mijn spullen afdoen omdat ik anders klem kom te zitten. Lisette volgt mij en samen lopen we naar de hal waar de nieuwe installatie moet komen. Daar ontmoet ik Bram en Karel van Transco, die er al een paar weken werken om de boel op te bouwen.
In de uren die volgen lopen we de installatie af. Bram en Karel laten zien wat ze allemaal gedaan hebben. Omdat het magazijn in gebruik is hebben ze nog niet alles kunnen installeren. De lus staat er al wel met de voorbereidingen voor de toevoerbanen, alleen de toevoerbanen zelf moeten nog geplaats worden. De ruimte waar ze moeten komen is nu nog in gebruik voor de oude banden, waar nog met de hand gesorteerd wordt. Zodra we de lus met de sorteerinstallatie werkend hebben zullen de toevoerbanen één voor één aangesloten worden. Maar eerst dus de lus aan de praat krijgen.
Aan het einde van de dag hebben we de spanning op de installatie gezet en de meeste sensoren gecontroleerd. Moe maar voldaan ga ik aan het einde van de middag richting de uitgang. Bram en Karel hebben mij al voorbereid dat dit even kan duren. Ze adviseren mij om niet tijdens een ploegwissel te gaan, die om vijf uur is, dus om half zes stoppen we en gaan we richting de uitgang. Dit vanwege de grondige checks. Bram en Karel gaan eerst door de tourniquets. Ik moet even wachten totdat ze gecheckt zijn, dit wordt door twee man tegelijk gedaan. Ik zie dat ze hun zakken leeg moeten maken, riem af moeten doen en hun schoenen uit. Dan moeten ze door een metaaldetector lopen. Als deze afgaat worden ze met een handscanner nogmaals gecontroleerd. Hun schoenen worden gecheckt of hier niet iets in verstopt is en vervolgend worden hun tassen geïnspecteerd.
Als ik door de tourniquet mag let ik voor het eerst op de beveiligers. Links staat een vrouwelijke beveiliger en rechts een grote donkere man, hij staat met zijn rug naar mij toe. Op het moment dat ik door de tourniquet loop denk ik hem te herkennen. Een tinteling trekt door mijn lijf.
“Ryan, is that you?” roep ik vragend richting de man. Mijn gedachten gaan terug naar mijn laatste project in Utah (zie Klaasjes klus: Cumming on copper). Hij draait zich om en als hij ziet dat ik hem aankijk zegt hij “no, I’m Vincent.” Hij zegt het met zo’n onvervalst Brabants accent dat ik gelijk doorheb dat hij niet Engelstalig is.
“Sorry, ik dacht een bekende van mij te herkennen”, zeg ik met een rode kop.
“Geen probleem toch? Kan gebeuren.”
Het mag dan niet Ryan zijn, qua postuur lijkt hij sprekend op hem. ‘Zou hij ook zo’n grote hebben?’, schiet er gelijk door mijn hoofd. Ik ben zo van slag dat ik zeker de helft van de spullen vergeet uit mijn zakken te halen, waardoor de metaaldetector gelijk begint te loeien als ik er doorheen ga. Ik stap gelijk richting Vincent en doe mijn armen opzij, zodat hij mijn lijf kan scannen. Ik deed het waarschijnlijk iets te enthousiast want als de vrouwelijk beveiliger ziet wat ik doe, schud ze haar hoofd en kijkt mij glimlachend aan. Helaas raakt Vincent mij niet aan, hij gaat met de handscanner langs mijn lijf en bij mijn broekzakken gaat het apparaat af.
“Je zakken zijn nog niet leeg” merkt hij op.
“Sorry” mompel ik en ga met mijn handen in mijn zakken en haal de spullen eruit. Ik doe mijn handen weer omhoog, duw mijn tieten nog wat meer naar voren en hij gaat weer verder. Ik wiebel een beetje met mijn billen en dat ontgaat hem niet. Met een blos op zijn wangen maakt hij zijn werk af. Zijn vrouwelijke collega heeft ondertussen, na mijn toestemming, mijn rugzak geopend en kijkt wat er allemaal in zit. Ze heet Maria, lees ik van het naamplaatje dat op haar borst zit. Ik moet voor haar nog wat zijvakken laten zien en als alles in orde is mag ik verder.
“Tot morgen schat”, fluister ik richting Vincent, en dan wat luider tegen niemand in het bijzonder “fijne avond!”
Hoofdstuk 3
De dagen erna ga ik verder met Bram en Karel de installatie testen. We testen de banen, gooien er testpakketten op en ik laat ze uitsorteren. We testen de bewaking op de onderlinge afstanden tussen de pakketten en hoe deze gemeten en geoptimaliseerd kan worden. De lus bestaat uit allemaal korte baantjes van ongeveer een meter lang die allemaal afzonderlijk door een gelijkstroommotor worden aangedreven. Iedere motor heeft zijn eigen regeling waardoor van ieder stuk afzonderlijk de snelheid geregeld kan worden. Dit maakt het goed mogelijk de onderlinge afstand tussen de pakketten te bewaken en bij te sturen. De pakketten worden gesorteerd doordat ze over draaibare wieltjes lopen. Als de wieltjes rechtuit lopen gaan de pakketten rechtdoor en blijven ze in de lus, als ze gedraaid staan worden de pakketten naar de zijkant getransporteerd en komen ze terecht op een afvoerbaantje vanwaar medewerkers de pakketten van de baan halen, nogmaals scannen met een handscanner en op een pallet leggen.
De scanner die de etiketten op de pakketten moet scannen wordt aan het einde van de week pas geïnstalleerd door de leverancier, dus tot die tijd simuleer ik de bestemmingen. Op die manier kunnen we de werking van de sorteerder zelf testen.
Aan het einde van iedere dag word ik gecontroleerd door Vincent en Maria. Ik snap dat we telkens gecontroleerd moeten worden maar ik word er ook wat recalcitrant van. Wel zorg ik ervoor dat ik altijd in de rij voor Vincent sta zodat ik door hem gecontroleerd wordt. Ik trek iedere keer zijn aandacht door iets te ‘vergeten’ uit mijn broekzak te halen waar de metaaldetector op reageert. En dan ook iedere keer op een andere plek. Mijn werkbroek heeft vele zakken en dus ook vele plekken waar ik iets kan ‘vergeten’.
“Doe je het erom?” vraagt hij op de vierde dag.
Ik kijk hem recht aan en zet een onschuldig gezicht op. “Misschien...” Het antwoord en het gezicht dat ik erbij trek zorgen ervoor dat hij wat ongemakkelijk wordt. Hij kijkt toe als ik mijn zak leeghaal en de ‘vergeten’ sleutel op het tafeltje leg. Als ik mijn armen weer omhooghoud zodat hij het scannen af kan maken kijk hij mij recht aan.
“Hoelang loopt je project hier nog?”
“Geen idee, ik denk nog wel een paar weken.” Ik ben even stil.
“Mag je mij niet fouilleren in plaats van scannen?", fluister ik dan. Hij kijkt mij bevreemd aan.
Dus ik vervolg, nog steeds fluisterend. “Ik wil je handen op mijn lijf voelen.” Hij verschiet van kleur en draait opzij met zijn hoofd om te kijken of zijn collega iets in de gaten heeft. Maar zij is druk bezig een tas te controleren.
“Dat doen we eigenlijk nooit meer, sinds we die handscanners hebben.”
“En je vindt altijd wat je zoekt?”
“Heel soms zit er metaal verwerkt in kleding, dan is het soms lastig. Maar dat komt vrijwel nooit voor.”
“Okay... En wat doe je dan?”
“Dan mag je mee naar de fouilleerkamer en je uitkleden.” Ik krijg een idee.
De dag erna heb ik een beugelbeha aangedaan. Deze heeft metalen beugels aan de onderzijde. Ik vind ze niet lekker zitten dus ik gebruik hem eigenlijk nooit meer. Maar het doel heiligt de middelen. De metaaldetector flipt gelijk als ik erdoorheen loop. Ik loop gelijk naar Vincent en doe mijn armen opzij zodat hij mij kan scannen. Al snel heeft hij door dat er iets in de buurt van mijn borsten moet zitten.
Er verschijnt een big smile op mijn gezicht. “Nu moet je mij fouilleren.”
Hij kijkt mij aan met een flauwe glimlach. “Waarom ben ik niet verrast?”
Ik haal mijn schouders op.
“Okay, kom maar mee.” Hij loopt richting een deur aan de zijkant van de ruimte. Zijn collega heeft gehoord wat er aan de hand is.
“Moet ik het niet doen?", vraagt ze. Vincent kijkt mij aan.
“Normaal gesproken laten we vrouwen alleen door vrouwen fouilleren.”
Ik had zoiets verwacht. “Ik heb geen bezwaar als jij het doet hoor.”
“Dat dacht ik al.” Hij kijkt naar zijn collega. “Ik ben zo terug.”
De fouilleerkamer is een klein hokje van misschien drie bij drie meter. Er staat een tafel met twee opklapstoelen. Voor de rest is hij leeg. Vincent sluit de deur achter ons.
“Zal ik mijn shirt uitdoen?”, vraag ik en voor hij wat kan zeggen heb ik mijn polo al over mijn hoofd getrokken. Als hij mijn forse tieten ziet die met moeite in de beha blijven zitten moet hij slikken en heeft hij het gelijk warm. Ik zet mijn meest onschuldige stem op. “Moet je niet even voelen wat het probleem is?” Hij komt met zijn handen vooruit in mijn richting maar heeft duidelijk geen idee hoe hij dit moet aanpakken. Ik pak zijn handen, leg die over mijn borsten en trek dan zijn hoofd naar mij toe. Hij is fucking lang dus ik moet op mijn tenen gaan staan om mijn lippen op die van de zijne te drukken. Als onze tongen elkaar eenmaal ontmoet hebben is er geen houden meer aan. We tongen alsof ons leven ervan afhangt.
Ik maak de sluiting van mijn beha los en gooi hem op de stoel. Dan begin ik zijn broek los te maken. Als dat eenmaal gelukt is schuif ik hem naar beneden. Hij heeft ondertussen mijn broek naar beneden geschoven. Ik draai mij om en leun met mijn handen op de tafel.
“Neuk mij, Vincent. Neuk mij snel en hard.”
Ik ben zo fucking geil. Ik sta alweer even droog en heb dringend behoefte aan weer een pik in mij.
“Mijn God, geil wijf. Wat doe jij me aan.”
“Ik heb je nu nodig Vincent, ik verlang de hele week al zo naar je.”
“Anders ik wel.”
We hebben elkaar blijkbaar de hele week al onbewust op zitten geilen. Hij zet zijn eikel op de rand van mijn grotje en dringt in een lange felle beweging gelijk diep in mij. Mijn God, wat heeft die vent een lange dikke paal. Een kreun ontsnapt uit mijn mond.
“Stil Klaasje, de muren zijn hier van karton.”
Met korte felle bewegingen begint hij in mij te pompen. Dit heb ik zo nodig. Misschien moet ik toch weer eens gaan denken aan een relatie. Dan heb ik ten minste een lul in de nabijheid als ik weer eens een geile bui heb. Ik voel dat Vincent al op springen staat en gebruik mijn hand om mijn opwinding te versnellen. We komen op hetzelfde moment. En hoe. Ik moet op mijn hand bijten om niet luid te gaan kreunen.
Als ik een paar minuten later met een verhitte kop het kamertje uitkom kijkt Maria mij verwonderd aan.
“Het was een intens onderzoek", zeg ik. Ik pak mijn rugzak en loop naar buiten.