
Ik en Rayenne hebben altijd een normale, ‘vriendschappelijke’ band gehad als collega’s. Maar wel als collega’s. Ondertussen zijn er wel wat dingen gebeurd, natuurlijk… dingen die niemand anders weet, dingen die de lucht tussen ons dikker maakt. En nu zij haar geheim gedeeld had, voel ik steeds meer de plicht ook het mijne te delen… Die gedachte blijft hangen, zwaar en warm tegelijk. Kijkt ze me dan nog steeds aan met glinsterende ogen? Of zou die glans verdwijnen als ze wist wat er vanmorgen in dat trappengat is gebeurd?
De kamer is donker geworden in de tussentijd. Alleen het licht van de keuken en de zachte gloed van de straatlampen vallen nog naar binnen. De tweede fles al open… Ze vraagt er niet naar. Bewust niet. Maar we zitten wel steeds dichter op elkaar. Haar knie raakt bijna de mijne. Ze ruikt lekker, iets warms en zoets, iets dat bij de rosé past. Ze praat zacht, bijna fluisterend soms, alsof de avond zelf om stilte vraagt. Ik ben eigenlijk wel blij niet een keertje alleen te zitten op de vrijdagavond. Blij met haar aanwezigheid, blij met de manier waarop ze me even uit mijn eigen hoofd haalt. En toch blijft die andere druk onder alles voelbaar, stil en hardnekkig.
-
Dan een doffe dreun tegen de ruit bij het balkon. Geroep van het pleintje. De voetballende jongens… Ik schrik oprecht. En Rayenne ook. Haar hand blijft even stil in de lucht, het glas half opgeheven. Niet nu… denk ik. Niet hen. Ik herken de stem van Sofyan al. Dat leek alweer lang geleden, die tijd waarin hij nog gewoon een van de jongens was die te hard speelde en te hard schreeuwde. “Ik bel wel aan.” hoor ik nog net en bevries. Doordat het lampje in de keuken brandt, kan ik niet doen niet thuis te zijn. Het licht verraadt me, helder en onverbiddelijk.
“Dit gebeurt te vaak…” lach ik nog luchtig naar Rayenne. Maar mijn stem is nerveus, te hoog, te dun. “Moet je wat van zeggen.” zegt ze onwetend. Dat had ik ooit kunnen doen, ja. Toen alles nog eenvoudiger was, toen een bal op het balkon nog gewoon een bal was. “Gooi je hem niet terug?” vraagt ze dan. “Meestal wel.” zeg ik, maar mijn blik dwaalt net iets te lang af naar de vloer, waardoor ze meteen merkt dat het niet zomaar een bal is van zomaar een groepje voetballende jongens.
Zonder wat te zeggen, staat ze op, loopt naar het balkon en pakt de bal. Ze kijkt nog even brutaal over de railing en roept dan hard: “Kijk is uit met die klote bal!” Om vervolgens de bal echt hard terug te smashen alsof het een volleybal is. Gejouw volgt meteen, luid en niet echt onder de indruk, en ze loopt zonder omkijken weer terug. Daar stond opeens de strenge gymdocent, die alweer lief lacht als ze de balkondeur achter zich dichttrekt. “Ook irritant…” mompelt ze nog na, om vervolgens onze glazen weer bij te vullen. Ik kan m’n lach niet inhouden op dat moment. De spanning valt ergens tussen ons in, en ik voel hoe mijn schouders iets zakken. En ze komt weer naast me zitten of er niks aan de hand is, iets dichter dan zojuist. Haar knie raakt de mijne, warm door de stof heen, en even is de avond weer van ons alleen.
-
Maar ze wil het nu wel weten. “Je kan het tegen mij zeggen.” zegt ze alsof zij de oudere van ons twee is, en de wijste. Haar stem is zacht, maar er zit iets vastberadens in dat me even stil doet vallen. “Ik heb steeds meer het idee dat er wat speelt. En niet alleen op school, of wel?” prikt ze voorzichtig door. Ik lach om haar woorden. Probeer ze kleiner te maken, lichter, alsof het niks voorstelt. “Die jongens zien me wel zitten, als je dat bedoelt.” lach ik er nog om. Ze kijkt, knikt, en zwijgt. Ze weet dat er wat moet volgen. De stilte tussen ons wordt dikker, zwaarder dan de rosé in onze glazen.
“Maar tijdje terug ging ik iets te ver…” zeg ik dan toch. Haar aandacht groeit. Ze blijft stil, haar ogen vast op mij gericht. Ik zucht. Misschien helpt het als ik dit biecht. Dit is niet met leerlingen. “Ik vond de aandacht wel leuk. De laatste tijd heb ik daar vaker last van. Dat ik ‘aandacht’ iets te leuk vind.” zeg ik dan in één adem en kijk naar mijn duim die op de rand van het glas ligt. De nagels zijn kort, de huid een beetje droog van de wijn. “Maar niet op een normale manier, zeg maar. Het werd bijna obsessief. Ik heb er niet echt een verklaring voor.” leg ik uit, zonder echt uitleg te geven. De woorden voelen te licht voor wat erachter zit.
“Okay…” zegt ze dan. “Maar…?” vraagt ze terecht door over het hier en nu. Ik lach eerst, wat afwezig omdat ik terugdenk aan die avond tijdens het stappen. Het steegje. Waar ik all in wou gaan, maar werd ‘gered’. De herinnering is scherp, te scherp voor dit moment. “Ik kwam één van die jongens tegen bij het stappen. Trok hem af in een steegje. En wilde veel verder gaan.” zeg ik haar dan, en kijk haar hier recht bij aan. Ik slik. Ze ziet het. “Oh…” laat ze dan eerst gelaten uit. Haar gezicht verandert nauwelijks, maar er zit iets nieuws in haar blik.
“Ik heb dan geen controle meer. En dat overkomt me iets te vaak de laatste tijd… Toen kwam het niet verder. Maar sindsdien… doe ik liever alsof ik niet thuis ben.” leg ik uit. “En soms liggen er dan wel drie ballen in de ochtend…” lach ik erom. Maar het is eigenlijk niet om te lachen. Want ze weten het. Rayenne pakt dan heel even m’n hand vast. Ze zegt niks. Ze kijkt alleen. Niet boos. Niet veroordelend. Haar vingers zijn warm, stevig, en even voelt het alsof ze me vasthoudt zodat ik niet verder wegzak.
“In de sportschool volgde ik een vreemde man waarvan ik de naam niet eens kende naar de douches. Goed, ik ben weggelopen. Maar hoe weinig moeite het hem kostte…” lachte ik er maar weer om. De lach klinkt hol, zelfs in mijn eigen oren. “Om dan thuis volop door te verzinnen… Ik weet niet wat er met me is de laatste tijd. En echt erg vind ik het niet eens. Omdat ik mezelf misschien nog net tegen hou. Of tegen laat houden. Hier dan…” Opeens klap ik alles eruit. Maar die laatste twee woorden. Die trekken haar aandacht vooral. Want Van Weelden was nog niet in dit plaatje voorgekomen…
-
“Weet hij dit?” vraagt ze dan, op zoek naar de reden waarom ik was gekomen naar Van Weelden in de herfstvakantie, waar ik en Rayenne elkaar een stuk beter leerden kennen. En indirect de reden dat ze hier nu is. Ik schud m’n hoofd. “Hij is eerder ook zo’n situatie. Al weet hij wel iets over mij, waardoor ik niet mag weigeren.” laat ik voorzichtig vallen. De woorden voelen te dun, te vaag, maar ik durf ze niet zwaarder te maken. “Tot nu toe wilde ik dat ook nog niet, dus.” zeg ik wel eerlijk. Rayenne kijkt me iets scherper aan. Ik zie hoe ze de puzzelstukjes probeert samen te brengen. En dat lukt haar nog niet. Haar wenkbrauwen fronsen licht, haar vingers tikken even tegen het glas.
“Wat dan?” vraagt ze kort, maar voorzichtig. Ik zet mijn glas neer en mijn vingers beginnen nerveus in elkaar te friemelen. De huid is droog, de nagels te kort. Ik kan het niet zeggen. En ik wil het ook niet zeggen. Dus zwijg ik. Ze pakt m’n pols en trekt er zachtjes aan. Ze moedigt me aan het wel te doen. Niet uit nieuwsgierigheid, maar omdat ze merkt dat ik er toch mee zit. Haar duim strijkt even over de binnenkant van mijn pols, warm en geduldig.
Maar hoe kan ik dit nou tegen haar zeggen? Dat ik me liet chanteren door Dylan? Dat ik sindsdien die vier jongens heb beloond met seksuele handelingen voor hun voldoendes. En dat later pas Van Weelden in het plaatje voorkwam. Ik kon niks op hem afschuiven. Op niemand. Het was mijn eigen zieke wil om gewild te voelen die dit heeft veroorzaakt. Ik was niet verliefd op een leerlinge zoals Rayenne. Ik wilde gewoon seks. Begeerd worden. En dat werd ik nu meer dan ooit… En boven alles wilde ik dat niet verpesten door Rayenne nu die waarheid te vertellen… Dus blijf ik zwijgen.
“Niet nu” zeg ik na een volle minuut stilte waarin ze naar me bleef kijken, terwijl ik haar blik angstvallig ontweek. Bang dat ze het in m’n ogen kon zien. De stilte drukte zwaar, zwaarder dan de wijn, zwaarder dan alles wat ik net half had toegegeven. Ik had thuis wel nog snel wat gemakkelijks aangetrokken, om eventuele bezichtingen van vlekken voor te zijn. Ze had niet door dat mijn eigen parfum wat sterker was vandaag, omdat ik bang was dat men het opgedroogde zaad zou ruiken.
-
Dus neemt ze afstand. Een koelte neemt die ruimte meteen in, scherp en plotseling, alsof iemand een raam openzet op een koude avond. Ik zie dat het haar wat doet. Meer dan zou moeten. Dat ik het niet wil vertellen. En dat vind ik oprecht erg. Haar schouders zijn net iets strakker, haar blik net iets harder, en ik voel hoe de warmte van eerder tussen ons wegzakt.
“Ik kan het gewoon niet, Rayen.” zeg ik slikkend en kijk haar met grote, schuldbewuste ogen aan. Mijn keel trekt dicht, de nasmaak van de rosé plots bitter. “Het is niet zoals bij jou.” voeg ik eraan toe, bang dat ik ben voor haar oordeel. Bang dat ze me anders gaat zien, dat de zachte glans in haar ogen voorgoed verdwijnt. Ze snuift even. Ze is iets beledigd. En dat begrijp ik wel. Haar hand trekt terug van de bank, haar lichaam leunt verder weg.
“Je hoeft me ook niks te vertellen.” zegt ze dan, alsof dat waar is. Was het maar waar… De woorden hangen tussen ons, te licht voor wat eronder schuilgaat, te zwaar voor de avond die net nog zo zacht voelde.
-
Ze staat niet op. Blijft zitten. Nu ontwijkt ze mijn blik. En ik zie haar verzinnen. Ze puzzelt. En ze is niet dom. Haar vingers tikken zachtjes tegen de rand van het glas, haar wenkbrauwen iets samengetrokken.
“Heeft het met Dylan te maken?” vraagt ze dan. Ik verstar meteen. Mijn adem blijft even hangen. Ze ziet het niet. Ze verzint nog. “Toch? Dat cijfer was bij jou. Dat hij spiekte?” Ze kijkt me nu wel aan, scherp, alsof ze de waarheid al half ziet. “Uhm ja. Dat was bij mij. Hoezo?” vraag ik. Maar niet overtuigend. Mijn stem klinkt te dun, te snel.
Ze grijnst nu. Ze weet het. Iets. “Die week daarna kwam Van Weelden opeens naar me toe. Over…” De rest hoeft ze niet in te vullen. De stilte die volgt is zwaarder dan de woorden. “En niet veel later… Die methode… Van jou… Ik vond het al raar dat hij daar mee kwam. Terwijl ik jou er nooit over gehoord had…” Ze is er bijna. Maar ze kan het niet weten. Ze zou het nooit raden. Haar blik boort zich in de mijne, zoekend.
“Liet jij Dylan afkijken? Gaf je de antwoorden of zo?” denkt ze het dan te weten. Ik verstar opnieuw. Niet wetende hoe te reageren. Want was dat maar zo… Mijn handen liggen stil in mijn schoot, te stil. “Nee…” zeg ik dan toch. “Dat was het niet.” En dan weer die stilte. Geladen. Gespannen. Ze kijkt me nu aan dat ik het wel moet vertellen. Haar ogen eisen het bijna. Ze moet weten dat het erger was dan dat, als ik Van Weelden in mijn leven op die manier had toegelaten.
“Het begon met Dylan, inderdaad. Maar niet zoals jij denkt. Geloof me. Het is echt veel en veel erger…” slik ik dan weer moeilijk weg. Mijn keel trekt dicht. “Je gaat me haten. Daarom kan ik het niet zeggen…” En hiermee hoop ik dat ze het laat rusten. Ook al zal ze nieuwsgieriger worden. Dat snap ik. Dat weet ik. Maar ze laat het niet rusten.
“Jullie hadden wat?” vraagt ze dan plots, verbaast, geschrokken van haar eigen stem. “Of niet soms?” vraagt ze door. En ze puzzelt alweer verder. “Van Weelden kwam erachter. Net als bij mij. En nu had hij er twee. Dus kwam hij in actie…” Ik luister naar haar geratel en gereken. Dat van Van Weelden zou best kunnen kloppen. Dat hij toen pas in actie kwam. Haar stem raast door, alsof ze de puzzel hardop leggen moet.
“Maar je methode? Die kwam later pas, toch?” Ze was dat niet vergeten. Ik wil het zeggen. Echt. En het is pijnlijk om te zien hoe ze zich suf beredeneert. Haar handen bewegen nu onrustig, alsof ze de antwoorden fysiek bij elkaar wil grijpen.
“Rayenne.” zeg ik dan duidelijk. Ze stopt met alles. Zelfs met ademhalen. De kamer is opeens te stil. “Ik had seks met hem.” zeg ik dan. De woorden vallen zwaar, bot. “Dat was mijn methode. Ik beloonde goeie cijfers. Zodat ze zich koest zouden houden in de les. Die rotjongens…” breek ik dan, maar huilen doe ik zeker niet. De spanning laat me wel trillen, goed te horen in m’n stem. Mijn vingers knijpen in de stof van mijn broek.
“En hij spiekte. Zodat hij een hoog cijfer zou halen. Zodat ik hem een grotere beloning zou geven. Wat ik ook gedaan heb…” laat ik mijn hoofd nu wel vallen. Het klinkt nog stommer nu. Rayenne is stil. Volledig stil. “Van Weelden vond het verdacht. Trok hem uit de klas en schorste hem. Hij vond inderdaad een spiekbrief. Maar ook de afspraken die wij gemaakt hadden. Die had hij in z’n tas zitten op een lullig velletje papier… Door mij ondertekend en wel.” zeg ik nu gelijk maar hoe het zit. De waarheid komt eruit alsof ik hem niet meer kan tegenhouden.
“En toen had hij me.” doel ik op Van Weelden. “En toen kwam hij weer bij jou…” neem ik de schuld op me dat zij hier ook in verzeild is geraakt, dieper dan voorheen. Maar dat beseft ze niet meteen. Het blijft stil. Lang. Zwaar.
“Jongens?” vraagt ze dan,scherp als ze is. Ja, meervoud. Ik slik en kijk weer weg. Mijn gezicht voelt heet. “Wacht. Dat is je ‘methode’? Die hij aanmoedigt?” vraagt ze dan. En in haar stem kan ik bijna horen dat ze hem de schuld wil geven. Dus zwijg ik even. Heel even. De seconden rekken zich uit.
“Ik wil het niet anders.” zeg ik dan. En de schok is compleet. Het was niet zoals bij haar. Weer neemt ze afstand. Maar ze blijft wel zitten, snappende dat ik niet het slachtoffer ben. Niet helemaal, althans. Haar lichaam leunt iets verder weg, maar haar ogen blijven op mij gericht, alsof ze me voor het eerst echt ziet.
-
En ik breek de ban verder. Nu het er toch uit is. “Ik kreeg ze niet stil. En toen kreeg ik een idee. Ik las het ergens op een forum. En dacht er mee weg te komen.” vertel ik dan toch verder. Stil en kwetsbaar, omdat ik weet dat dit alles bepalend is in onze onderlinge relatie. Ik vertel haar iets wat me kan verwoesten. Ik weet het echt. Mijn stem is laag, bijna fluisterend, alsof de woorden zelf te zwaar zijn om hardop te bestaan.
“Het ging eerst om gedrag. Later pas om cijfers… En hoe hoger ze zouden halen, hoe verder ik zou gaan…” slik ik zwaar. De herinnering aan die eerste keren trekt door mijn keel. “Te ver dus.” Rayenne knikt even. Hoort me. Ziet me. Haar ogen zijn stil, maar er zit iets in dat me niet laat wegkijken.
“Die vier dan?” vraagt ze. Ze waren berucht. Iedereen op school kende hun namen, hun lawaai, hun arrogantie. “Ja, die vier. Nu nog drie. Vanmorgen nog…” besluit ik de gifbeker maar helemaal leeg te drinken. Want ergens lucht het ook op. Een klein beetje, maar toch. Alsof het uitspreken de druk net iets minder maakt, al is het maar voor een seconde.
Rayenne is er stil van. Volledig. “Ik weet hoe stom het klinkt. Hoe dom het is.” begrijp ik echt wel hoe het echt zit. Mijn handen liggen stil in mijn schoot, te stil. “Maar… Het deed wat met me. Het gaf macht. Ik voelde me…” Ik kan die zin niet eens afmaken. De woorden blijven steken. En dan val ik weer stil. Ik durf haar niet aan te kijken. De afstand blijft. Maar toch haar hand weer op mijn pols. Warm. Stevig. Ik kijk haar voorzichtig aan. Ze slikt.
“Ik… Ik weet niet wat ik moet zeggen… En Van Weelden weet dit?” vraagt ze dan. Ik knik. Mijn keel is droog. “Hij moedigt het aan. Vandaar die mail naar alle collega’s. Niemand heeft zich nog gemeld. Maar ik moet me ook bij hem melden, om te oefenen, noemde hij het. Dat als ze goeie cijfers halen, ik ze wel ‘kan’ belonen.” lach ik er wat cynisch om. Maar vooral om mezelf. De lach klinkt hol, bijna gemeen.
Rayenne snuift spottend mee. Meer om hem. Ook hij was ziek. “Jeetje.” zegt ze dan alleen. Waardoor ik nog een keer lach, kleiner dit keer. “En werkt het?” stelt ze de vraag luchtig. Niet uit interesse, maar om me tegemoet te komen. Wat opvallend is. Ze oordeelt niet. Niet openlijk, in ieder geval. Haar hand blijft op mijn pols liggen, alsof ze me vasthoudt terwijl ik verder praat.
“Het werkt iets te goed.” ga ik dan zelfs verder. “Het wordt logistiek steeds lastiger.” verklap ik. De waarheid glijdt eruit alsof ik hem niet meer kan tegenhouden. “Ja? Vanmorgen, zei je? Voor de lessen?” Ik knik al. Maar ik zie dat ze er totaal geen beeld van had. Van hoe ik op de vloer had gelegen, volledig ondergespoten door drie leerlingen… Een beeld die me alweer kletsnat maakt. Wat dus ook het probleem is. De herinnering is te scherp, te warm, te recent. En toch. Ik zie geen totale afkeuring bij Rayenne. Misschien omdat ze iets soortgelijks had meegemaakt? Als je je ogen bijna helemaal dichtknijpt, lijken de situaties op elkaar. Maar het was verre van hetzelfde. Dat wisten we allebei heus wel.
Toch bleef ze zitten. Omdat er sindsdien meer gebeurd was. Bij Van Weelden. In zijn huis. Tussen haar en mij. Wat me doet hopen dat ze het wellicht niet zo raar vindt als normale mensen zouden doen.
-
En nu gaat zij een stapje verder. “Net ook dan? Of, dat was de bedoeling. Als ik er niet was geweest.” dwaalt haar blik even af als ze terugdenkt aan einde vanmiddag. Mo en Jayden voor de deur. Hoe ik reageerde. Ja, dat was ik alweer bijna vergeten. Omdat er niks gebeurde verder. De herinnering komt scherp terug: hun silhouetten achter het melkglas, mijn plotselinge paniek, de manier waarop ik ze zo snel mogelijk de deur uit had gewerkt.
“Daar? Op ons kantoor?” vraagt ze met grote ogen alsof ze er niet aan moet denken. Ik blijf heel even stil. Zodat ze het een plekje kan geven. De stilte is nodig. Haar hand ligt nog op mijn pols, maar ik voel hoe de spanning daarin verandert. “Is de veiligste plek. Als jij er niet bent.” vertel ik slikkend. Mijn keel is droog. Ze knippert even duidelijk met haar ogen om ze daarna groot te maken van verbazing.
“Dan heb je seks met ze? Met…” Ze kan het niet uitspreken. Toch schrik ik nu niet van haar reactie. Want ze zit nog steeds. Haar hand op m’n pols, al is het losser. “Hangt er vanaf wat ze gehaald hebben.” zeg ik dan. “Het is nog nooit tot echte seks gekomen.” zeg ik haar meteen, en verzwijg het anale moment met Dylan maar even. Dat puzzelstukje was ze alweer vergeten, zo het leek. De leugen voelt klein, maar noodzakelijk.
“Uhm, wat dan wel?” wil ze weten. Nu toch vooral nieuwsgierigheid. Ik merk het. Ik voel het. De woorden van Van Weelden echoën even door m’n hoofd. Iets over hulp zoeken met het uitvoeren van de methode. Of hoe zat het precies? In ieder geval denk ik daar nu aan. Vele handen maken licht werk… Maar, dat gaat wel heel ver. Toch wil ze het weten. Ik moet even denken. Mijn vingers bewegen onrustig over de stof van de bank.
“Ik zou Mo pijpen. En Jayden aftrekken.” Ik probeer het zo normaal als mogelijk te zeggen. Terwijl het zo bizar moet klinken. En weer die ogen vol ongeloof. Haar houding iets naar achteren. En als haar hand dreigt weg te glijden, ben ik het die haar pols pakt. Stevig, bijna smekend. “Ik weet dat het niet kan. Niet mag. Maar het is nu eenmaal zo.” zeg ik haar met een directe stem.
Rayenne schrikt daardoor wat wakker. Ze knikt snel. Het is wat het is. Haar blik is veranderd — minder geschokt, meer zoekend. “Dus doe ik wat Van Weelden van me vraagt. Ik laat me door hem nemen als hij dat wil. Ik zet mijn ‘methode’ voort omdat hij dat wil. Ik bef mijn collega in zijn tuin omdat hij dat wil…” herinner ik haar er subtiel aan dat ze er ook deel aan neemt, en dat ik het wellicht niet zou doen zonder Van Weelden. Beide niet waar. Maar ik zeg het voordat ik het doorheb… En ergens is het wel waar. Dat zij net zo als ik was. De woorden hangen zwaar tussen ons.
“Ik zat onder zijn bureau. Toen jij die middag ongevraagd bij hem binnenliep.” zeg ik haar dan. Mijn stem is lager, alsof de herinnering zelf het volume dempt. “Ik dacht dat jij het al wist. Had geen idee dat jij net als ik ergens in verzeild was geraakt.” Ze weet niet meteen waar ik het over had. Haar wenkbrauwen fronsen, haar blik zoekt.
“Hij liet me doorgaan. Hem pijpen. Terwijl jij daar stond. Ik zat erbij. Ik zoog hem gewoon af terwijl hij jou afblafte.” zeg ik dan. Mijn ademhaling iets onregelmatiger, merk ik. Merkt zij ook. Haar vingers bewegen even op mijn pols. Ze begint het te snappen. De stilte die volgt is dik van het beeld dat ik net heb opgeroepen.
“Ik weet niet hoe ik hier ooit nog uitkom.” zeg ik haar. De woorden voelen te groot, te gevaarlijk. “En dat ligt niet aan hem, maar aan mij. Want tot nu toe beland ik steeds weer in iets nieuws. Iets opwindender dan daarvoor. Het is verslavend. En ik wil meer. Steeds maar meer…” zeg ik haar nu en laat ik echt mijn ware aard zien. Mijn stem klinkt zelfs bijna dorstig, ruw van verlangen en schaamte tegelijk. “Totdat iemand het ziet en het stopt.” zeg ik daarna zacht, en doel op haar. Is zij dat? Of wil zij ook meer?
Haar hand blijft liggen. De afstand is er nog, maar hij is veranderd. Minder afwijzing, meer iets dat ik niet meteen durf te benoemen.
-
“Ik… Ik snap ergens wel wat je bedoelt. Maar…” begint ze dan verrassend. Maar met een maar. Haar stem is zacht, aarzelend, alsof ze de woorden eerst nog even proeft. “Nee, ik weet het.” zeg ik dan ook snel. “Geloof me. Ik weet hoe fout dit is. Hoe gevaarlijk. Maar…” Ze knikt al. “Ik weet het.” zegt ze dan ook. Haar blik is open, zonder oordeel. “Het is… goed.” noemt ze het dan. “Dat je het zegt.” Haar hand vindt de mijne weer, en pakt me nu echt goed vast. Warm, stevig, alsof ze me wil verankeren. “We hebben elkaar, toch?” vraagt ze. Ook zij zit liever niet alleen in haar schuitje. Maar het was niet de reactie die ik verwacht had.
De spanning loopt dan over bij me. Ik laat me achterovervallen in de bank en blaas het van me af. M’n ogen toch wat waterig. Dan toch wrijf ik een traan weg. Het is geen verdriet. Gewoon spanning. Van al die weken. Van het besef. Van opluchting. Ik weet niet van wat allemaal precies. Ze vindt me geen hoer of slet. Al ben ik dat wel. Ze zit hier gewoon. Ze is er. Misschien vandaar die traan? Mijn borstkas voelt opeens lichter, alsof er iets is losgekomen dat te lang is vastgehouden.
Dan laat zij zich ook even tegen de bank vallen met een zucht. “Ik ben gewoon blij dat ik erover kan praten met iemand.” zegt ze dan. Een kleine glimlach mijn kant op. Ik lach terug. “Ja, gek genoeg lucht dit op.” antwoord ik. En zo blijven we even zitten. In stilte. Echte stilte. Vol besef. De kamer is halfdonker, de lege flessen staan nog op tafel, de geur van wijn hangt zacht tussen ons.
Dan snuift ze opeens uit het niets. Een lachje. Alsof al het andere er niet eens toedeed, vraagt ze me: “Was het echt je eerste keer met een vrouw?” De spanning in mijn groeit meteen. Gewoon zoals ze kijkt. En aangezien er al de hele dag opwinding door mijn lichaam giert, is er ook niet veel voor nodig. Was dat iets waar zij ook last van had? “Ja.” zei ik. Ze kijkt, glimlacht en knikt. Zo voelde het voor haar dus niet. “En?” vraagt ze dan. “Tja.” antwoord ik nog, maar begin dan opeens wat verlegen te glimlachen. Wij spoorden echt niet! “Het was mijn eerste keer seks.” zegt ze dan. Met een pik, bedoelde ze dus. Waar ik wel een beetje van schrik. Dat Van Weelden dat gewoon had toegeëigend… “Met een echte dan.” lacht ze wel, toch wat ondeugend. Ik slik even. Maar meer van het besef dat we hitsig zijn… Ik wel. En zij ook, geloof ik. “En?” vraag ik haar nu terug. Ze lacht al. “Voor herhaling vatbaar.” noemt ze het. Dus lachen we. Nog steeds hand in hand. Op de bank. De knoopjes van mijn blouse waren al open, maar het valt nu nog iets verder open door m’n houding. Haar schouder is al de hele tijd bloot. Maar opeens lonkend mooi. Dit is dat gevoel dus. Meer willen.
“Hoe vaak is het al gebeurd?” vraagt ze dan, wat zachter, meer gemeend. Ik kijk haar aan. Zonder dat ik het doorheb, leg ik een arm over de leuning van de bank, bijna om haar heen. Ik zit iets rechter. Ze kijkt iets naar me omhoog, wat ondeugend. “Te vaak.” zeg ik eerst alleen. Ze gniffelt. “Jaloers?” vraag ik dan, uitdagender. Omdat ik merk dat het kan. En dan slaat de opluchting pas echt toe. Want dit lijkt erop dat we het accepteren van elkaar. Zij van mij vooral.
En dan beweegt ze naar me toe. Haar kin. Haar ogen die me vastpinnen. Haar mond die iets opengaat terwijl ze in een soepele beweging naar me toe draait. En ik laat haar komen. Laat me kussen… De stilte is niet meer. Onze ademhaling. Onze kussende lippen. Ons verlangen naar elkaar en meer. Het overstemt alles en elke gedachte. Ik hoor natte geluiden in mijn woonkamer. Lang geleden was dat. Ik voel haar zachte lippen. En zonder al te veel getreuzel laat ze een hand mijn blouse inglijden, voelt ze dat ik geen bh draag, en houdt ze een borst vast alsof het gekoesterd moest worden. Op dat moment begeef ik het en tong ik haar. En zij tongt terug… En terwijl haar vingers met mijn tepel spelen, en ik zuchtend van verlangen mijn tong in haar mond laat druipen, besef ik me maar al te goed dat ze net als ik is. En dat wij misschien wel ondergaan wat alle vrouwen een keer mee zouden willen maken…
-
Of misschien ook niet. Maar dat is dan hun verlies. Het kon ons niks meer schelen. De geluiden van buiten deden er ook niet meer toe. Geen ballen meer op het balkon, wel af en toe wat geroep van die jongens. Wat als ze ons nu zouden zien? Een gedachte die me Rayenne harder laat zoenen. En zij zoent net zo fel terug. Tongen langs elkaar, nat en gretig. Totdat ze m’n blouse openvouwt en haar natte lippen om die tepel sluit die ze al tussen haar vingers had. Dan laat ik een diepe, zwoele kreun uit en sla die arm wel om haar heen nu. Druk haar tegen m’n boezem aan. Haar warme adem, haar zachte mond, alles voelt te intens na de lange dag.
“Weet je?” vraag ik dan fluisterend en wacht tot ze opkijkt. Donkere ogen vol verlangen. “Ik kan wel wat hulp gebruiken met ze…” Ze schrikt. Terwijl ze lacht. Ze zoent me vol op de mond, gaat op m’n schoot zitten en trekt haar shirt zo over haar hoofd uit. Haar mooie, bruine haren dwarrelen naar beneden, kietelen over mijn huid. “Ja?” fluistert ze hees terwijl we alweer zoenen. “Zijn ze groot?” stelt ze er meteen achteraan. Ik grijns. Ik kus haar nog een keer. Ik pak haar borsten onder haar bh stevig vast en kneed ze in hetzelfde ritme als ik haar heupen laat bewegen. “Ze zijn enorm…” lispel ik in haar oor als ze meer knoopjes van me losmaakt. M’n borsten hangen niet veel later vrij. Dan in haar handen. Zo houden we elkaar vast. Masseren we elkaar. Bewegen onze heupen naar elkaar toe… “En ze willen zo graag…” hijg ik in haar mond.
Het is even zoeken wie het initiatief moet nemen. We willen het allebei. Maar niet veel later liggen we. In elkaar verstrengeld, van top tot teen. Topless. Haar hand in mijn broek, onder mijn slipje… Terwijl ze me vraagt of ik er nu aan denk… En zij dan? Ik hoef niet te antwoorden. En het gaat eerlijk gezegd ook niet. Ik probeer wat terug te doen. Niet alleen te nemen. Ik grijp een borst. Zuig even op een tepel. Alsof ik het al honderd keer gedaan had zo. Ik deed maar wat. Ik ging er steeds meer voor liggen. M’n knoop en rits waren los. Meer hoefde niet. Haar vingers kriebelden over m’n clitje, wreven door mijn kletsnatte schaamlippen en speelden met de opening zonder me te penetreren, wat het des te intenser maakte…
Ik kon niet anders dan schokken. Ik kwam intens klaar op haar vingers en verlangend kreunde ik terwijl ik haar tegen me aantrok, haar gezicht tussen m’n borsten, haar hand nog in m’n broek… “Het is nog beter als iemand anders het doet…” lach ik alweer snel flauw naar haar, aangevend dat ik met nogal wat verlangens kamp op de gemiddelde vrijdagavond. Ze breekt uit m’n greep los, en lacht, lichtelijk trots op wat ze aangericht heeft. Ik ben uitgeteld. Toch wil ik haar ook voelen.
Maar dan stopt ze me juist. Met een lach. Dat wel. “Ik moet zo gaan. Anders wordt het te laat. Ouders…” zegt ze. Ja, Rayenne woonde nog thuis. Niet gek. Helemaal niet. Maar wel een beetje. “Hoeft niet lang te duren…” plaag ik nog snel, alsof ik precies weet wat ze nodig heeft. Maar ergens voelt het wel zo, dat ik dat hoor te weten nu. “Nee.” zegt ze fluisterend. “Maar…” twijfelt ze dan oprecht. “Wil je me er echt bij hebben?” vraagt ze dan. Een serieuze vraag. Ik kom iets overeind. Kijk haar aan. “Durf je dat dan?” stel ik de vraag terecht. Ze haalt haar schouders op, bloot en slank. Ze kijkt ondeugend. Wat verlegen. Schattig is ze. Dus kom ik verder overeind. En kus haar mond met de binnenkant van m’n lippen, en wil haar eigenlijk weer naast me trekken. Maar ze wil een antwoord. “Wat mij betreft ben je welkom.” zeg ik dan, zachtjes. “Loop wat achter door vanmiddag…” grap ik nog. Maar voor haar is het zeker geen grap. “Dan… denk ik er over na.” zegt ze serieus, alsof ik haar vroeg een weekendje op een huisdier te willen passen… “Maar moet nu echt gaan.” zegt ze dan snel. Ze pakt haar bh en shirt. En ik vind mijn blouse. Ik moet niet vergeten wie ze is. Dat ze jonger is. Niet op zichzelf woont. Dat ze nog meer onder de indruk is van iemand als Van Weelden. Dat ik in haar ogen misschien ook wel zo’n iemand ben…
-
*
*
Beste lezers,
Dank voor het 'animo' voor dit verhaal. Tot hier had ik het tot nu toe verzonnen, en alhoewel het vervolg niet ver te zoeken zou zijn, wil ik daar toch even de tijd voor nemen. Wellicht schrijf ik een ander project tussendoor zodat ik hier weer fris mee verder kan gaan.
Dank voor het lezen en de reacties.
Groet,
Jefferson





