
“Wat doe je zo vroeg?” vroeg ik zacht, terwijl ik achter hem ging staan en mijn handen op zijn schouders legde.
Hij keek niet meteen op. “Ik wil niet hier blijven deze zomer, mam. Niet weer een hele vakantie in hetzelfde huis, met dezelfde straten, dezelfde routine. Ik wil iets… anders. Iets dat alleen van ons is.”
Zijn stem klonk rustig, maar er lag een verlangen onder dat ik meteen herkende. Ik boog me iets voorover en keek mee naar het scherm. Hij had al tientallen tabbladen openstaan: goedkope vluchten, last-minute deals, appartementjes met uitzicht op water, kleine hotels in steden die ik alleen kende van foto’s. Venetië, Burano, een klein stadje aan de lagune, een huisje met een balkon dat uitkeek op een kanaal.
“Ik zoek iets betaalbaars,” zei hij. “Geen luxe resort. Gewoon een plek waar we kunnen lopen, waar de lucht anders ruikt, waar we ’s ochtends koffie kunnen drinken terwijl de stad nog half slaapt.”
Ik voelde hoe mijn borst een beetje warm werd. Niet van lust, maar van iets zachters. Van de manier waarop hij het zei. Alsof hij al wekenlang in stilte had nagedacht over dit moment. Alsof hij deze vakantie niet alleen voor zichzelf wilde, maar voor ons allebei.
“Laat me meekijken,” fluisterde ik.
Hij schoof een stukje op zodat ik naast hem kon zitten. De vensterbank was smal, onze schouders raakten elkaar. Buiten zong een merel. Binnen was het stil, behalve het zachte klikken van de muis en af en toe zijn ademhaling.
We scrollden urenlang. Hij liet me foto’s zien van smalle steegjes waar wasgoed wapperde tussen de huizen, van bruggetjes over stilstaand water, van markten waar de lucht vol hing van verse kruiden en zee. Hij vond een klein appartement op Burano, het eiland met de gekleurde huisjes. Het was eenvoudig: één slaapkamer, een klein balkon, uitzicht op het water. De prijs was laag omdat het net buiten het hoogseizoen viel.
“Dit,” zei hij uiteindelijk, en draaide het scherm naar mij toe. “Kijk. We kunnen er naartoe met de trein en dan de vaporetto. Geen auto, geen haast. Alleen wij.”
Ik keek naar de foto’s en voelde iets in mijn keel. Niet verdriet, niet schuld. Gewoon een diepe, stille blijdschap. Hij wilde dit met mij. Niet met vrienden van zijn leeftijd, niet alleen. Met mij,zijn moeder.
“Boek het,” zei ik.
Hij keek me aan, even, met die heldere ogen die altijd te veel zeiden. Toen knikte hij en klikte.
De dagen die volgden waren een soort zachte droom. We pakten samen koffers. Hij koos lichte kleren, ik pakte jurken die wapperden in de wind. ’s Avonds zaten we met kaarten op tafel en spraken over wat we wilden zien: de kantwerksters van Burano, de oude kerk, de steegjes waar toeristen zelden kwamen. Hij vertelde over de geschiedenis die hij had opgezocht, over de lagune, over hoe het water daar anders bewoog dan bij ons.
Op de dag van vertrek stond de zon al hoog toen we naar het station liepen. Erik droeg beide koffers alsof ze niets wogen. Ik liep naast hem, mijn hand soms even tegen zijn arm. In de trein zat hij bij het raam. Hij keek naar het landschap dat voorbijschoof en af en toe wees hij iets aan zonder te spreken. Een veld met zonnebloemen. Een oude boerderij. Een rivier die glinsterde.
In Venetië namen we de vaporetto. Het water klapte zacht tegen de boot. De lucht rook naar zout en steen en iets zoets dat ik niet kon plaatsen. Erik stond naast me bij de reling. Zijn haar woei een beetje in de wind. Ik keek naar zijn profiel, naar de manier waarop hij de stad in zich opnam, alsof hij al jaren had gewacht om hier te zijn.
Burano was nog stiller. De huisjes stonden in alle kleuren van de regenboog: roze, blauw, geel, groen. Wasgoed hing tussen de steegjes. Oude vrouwen zaten op stoelen voor hun deur en naaiden. Kinderen renden voorbij. Wij liepen langzaam, onze koffers rollend over de stenen. Het appartement lag aan een smal kanaaltje. Het balkon was klein, met twee stoelen en een tafel. Van daaruit konden we het water zien en de boten die af en toe voorbijgleden.
Die eerste avond zaten we buiten. De zon ging onder in oranje en roze. Erik had wijn gehaald, goedkope maar goede wijn. We dronken langzaam. Hij vertelde over de reis, over hoe blij hij was dat we dit deden. Ik luisterde en keek naar hem, naar de zachte glans in zijn ogen, naar de manier waarop hij af en toe naar het water staarde alsof hij iets herkende dat hij nog nooit had gezien.
’s Nachts hoorde ik het water klotsen tegen de stenen. Door het open raam kwam de geur van de lagune binnen. Ik lag wakker en dacht aan hoe we hier waren gekomen. Aan de ochtend waarop hij had gezegd dat hij niet thuis wilde blijven. Aan de uren achter de laptop. Aan de manier waarop hij mijn hand even had vastgehouden toen we de sleutel van het appartement kregen.
De dagen die volgden vloeiden in elkaar over als water. We stonden vroeg op. We kochten verse broodjes en fruit op de kleine markt. We liepen urenlang door steegjes die soms zo smal waren dat we achter elkaar moesten lopen. Hij wees me de details: een oud reliëf boven een deur, een kat die in de zon lag, een balkon vol bloemen. Ik keek naar hem terwijl hij keek, en voelde hoe de stad iets met ons deed. Iets dat stil was en groot tegelijk.
Op een middag zaten we aan het water. Hij had zijn benen gestrekt, ik leunde licht tegen hem aan. We praatten weinig. Af en toe zei hij iets over de kleur van het water, of over hoe de lucht hier anders voelde. Ik knikte en genoot van zijn stem, van de warmte van de steen onder ons, van de wetenschap dat we hier waren omdat hij het zo had gewild.
’s Avonds kookten we eenvoudig: pasta, verse tomaat, basilicum. We aten op het balkon terwijl de lichten van de eilanden aankwamen. Hij vulde mijn glas bij zonder te vragen. Ik keek naar zijn handen, naar de manier waarop hij de fles vasthield, naar de rust in zijn houding. Alleen dit: wij, hier, in een stad die leek te ademen in kleuren en stilte.
Op een van de laatste avonden liepen we naar de oude kerk. De zon was net onder. De lucht was paars. Hij liep iets voor me uit, dan wachtte hij, dan liep hij weer naast me. Bij de brug bleven we staan. Het water was donker en glad. Ver weg klonk een stem, een lach, dan weer stilte.
“Ik ben blij dat we dit hebben gedaan,” zei hij zacht.
Ik keek naar hem. Naar het profiel dat ik al zo lang kende en dat hier toch anders leek, zachter, open.
“Ik ook,” antwoordde ik. “Meer dan je weet.”
Hij glimlachte, die stille glimlach die alleen voor mij was. Toen liepen we verder, door de steegjes die nu bijna leeg waren, terug naar ons kleine appartement met het balkon en het uitzicht op het water. De koffers stonden al half gepakt in de hoek. Morgen zouden we weer vertrekken. Maar vanavond was er nog dit: de geur van de lagune, het zachte geluid van water, en de wetenschap dat hij dit voor ons had gezocht, op een ochtend waarop hij niet meer thuis wilde blijven.
Ik ging op het balkon zitten terwijl hij binnen de lichten aandeed. De avondwind was koel. Ver weg glinsterde een boot. Ik sloot mijn ogen en ademde diep in. Dit was onze vakantie. Stil, eenvoudig, en helemaal van ons.
De zon was al laag toen Erik zijn laptop weer opensloeg. We zaten op het kleine balkon, de lucht boven Burano zacht oranje, de eerste lampjes van de eilanden glanzend op het water. Hij keek me even aan en zei alleen: “Ik kan nog een week bijboeken. Als jij dat ook wilt.”
Ik knikte. Hij klikte, betaalde, en legde de laptop weg.
De avond viel langzaam. Ik droeg die avond mijn lichte zomerjurkje, het zwarte met de grote witte bloemen. Het viel los om mijn lichaam, maar volgde toch elke ronding. Mijn borsten, zwaar en vol, drukten zacht tegen de stof. Mijn heupen en billen tekenden zich af bij elke beweging. En onder dat jurkje droeg ik niets. Geen slip. Alleen warme, blote huid.
Ik zag hoe Erik ernaar keek. Hoe zijn ogen bleven hangen bij de zachte deining van mijn borsten, bij de manier waarop de stof over mijn ronde buik gleed, bij de lijn van mijn dijen die zichtbaar werd als ik bewoog. Hij slikte. Zijn blik werd donkerder, hongeriger. Precies dat wat hij altijd zo geil maakte: mijn volle, zachte lichaam, de wetenschap dat er onder dat dunne jurkje niets zat, dat hij me maar hoefde op te tillen om me te voelen.
Ik stond op, nam zijn hand en leidde hem naar binnen. In de kamer was het halfdonker. Ik ging voor hem op mijn knieën, langzaam. Het jurkje schoof iets omhoog over mijn dijen. Hij keek, ademde dieper. Zijn handen vonden meteen mijn heupen, streelden over de ronde vormen, duwden de stof nog hoger zodat hij mijn blote billen kon voelen.
“Dit is voor jou,” fluisterde ik. “Voor alles wat je hebt gezocht. Voor deze week. Voor ons.”
Ik maakte zijn broek open. Zijn lul was al hard, zwaar en warm. Ik kuste hem eerst zacht, toen likte ik hem langzaam, van basis tot top. Hij zuchtte, zijn vingers digpen in mijn zachte heupen, alsof hij de rondingen wilde vasthouden terwijl ik hem nam.
Ik nam hem in mijn mond. Eerst alleen de eikel, zacht zuigend, mijn tong cirkelend. Toen dieper, centimeter voor centimeter, tot mijn lippen zijn basis raakten en mijn keel zich om hem heen sloot. Het jurkje was nu helemaal omhooggeschoven. Mijn blote billen en natte kutje waren zichtbaar voor hem. Ik voelde hoe hij ernaar keek, hoe zijn handen over mijn ronde billen gleden, knepen, streelden. Precies dat wat hem zo wild maakte: mijn zachte, volle lichaam, open en beschikbaar onder dat dunne jurkje.
Ik begon te bewegen. Langzaam. Diep. Elke keer helemaal naar binnen, tot mijn neus tegen zijn buik drukte, en dan weer terug. Speeksel liep over mijn kin. Ik likte zijn ballen, zoog er zacht aan, nam ze een voor een in mijn mond terwijl mijn hand zijn lul bleef strelen. Dan weer terug. Dieper. Langer. Mijn borsten zwaaiden zacht mee onder het jurkje, zwaar en vol. Hij kreunde elke keer als hij ze zag bewegen.
Tijd leek te verdwijnen. Mijn kaak brandde, mijn keel was warm en vol, maar ik stopte niet. Ik zoog hem met alles wat ik had, afwisselend zacht en diep, soms alleen met mijn lippen rond de eikel, dan weer helemaal naar binnen. Zijn handen bleven op mijn heupen en billen, kneden de zachte vlees, streelden over de rondingen die hij zo geil vond. Af en toe glipte een vinger tussen mijn billen, voelde hoe nat ik al was zonder dat hij me had aangeraakt.
Toen hij dichterbij kwam, voelde ik het. Zijn lul zwol nog dikker in mijn mond. Ik trok me terug tot alleen de eikel nog tussen mijn lippen zat, likte en zoog, terwijl mijn hand de rest streelde. “Kom voor me,” fluisterde ik “Geef het mam ,Alles.”
Hij hield het lang vol. Langer dan ik dacht. Zijn heupen begonnen licht te bewegen. Ik nam hem weer helemaal, liet hem mijn mond neuken, diep en ritmisch, terwijl mijn handen zijn billen vasthielden en mijn jurkje helemaal omhoog lag, mijn ronde, blote lichaam volledig zichtbaar voor hem. Toen, eindelijk, met een diepe, gebroken zucht, kwam hij.
Hij trok zich net op tijd terug. Warme, dikke stralen raakten mijn gezicht. Over mijn lippen, mijn wangen, mijn kin, zelfs een beetje in mijn haar. Ik hield mijn ogen halfopen, keek naar hem terwijl hij zich leegde, golf na golf, terwijl zijn handen nog steeds mijn heupen vasthielden, alsof hij de rondingen niet wilde loslaten.
Ik likte mijn lippen schoon en glimlachte. Hij boog zich voorover, veegde met zijn duim een druppel van mijn wang en keek me aan alsof hij me voor het eerst zag
“Mam…” fluisterde hij alleen.
Ik kuste zijn hand. “Dankjewel. Voor alles.”
De dagen die volgden waren gemaakt van zonlicht en wijn. We stonden laat op. Ontbeten op het balkon met vers fruit en koffie. Dan liepen we naar de kleine terrassen die aan het water lagen. Ik droeg steeds datzelfde soort jurkjes, licht en wapperend, en onder elk jurkje niets. Hij keek. Altijd. Naar de manier waarop de stof over mijn borsten viel, naar de deining van mijn heupen als ik liep, naar de zachte lijn van mijn billen als de wind het jurkje tegen me aandrukte.
En voor mijn jongen altijd iets met naaldhakjes.Omdat ik wist dat hem dat extra opwond .We kozen altijd een tafel in de schaduw, dicht bij de rand. Hij bestelde witte wijn, koel en licht. Ik proefde de zon in elk slokje.
We praatten over niets en over alles. Over de kleur van de huisjes. Over hoe het water ’s ochtends anders rook dan ’s avonds. Over hoe fijn het was om nergens heen te moeten. Soms raakte zijn knie de mijne onder de tafel. Soms streek ik met mijn vingers over zijn pik.In de stilte steegjes ging zijn hand onder mijn jurkje en kneden hij mijn billen.
En altijd voelde ik zijn blik op mijn lichaam, op de rondingen die hij zo geil maakten, op de wetenschap dat er onder dat dunne stofje niets zat.
’s Middags zaten we urenlang op dezelfde terrassen, wijn na wijn, terwijl de zon langzaam over het land rolde. ’s Avonds wandelden we terug door de steegjes, hand in hand, de lucht zwaar van zout en bloemen.De nachten zwoel en warm hoe Erik mij die nachten heerlijk verwende.
En elke avond, als de lichten aangingen wist ik opnieuw hoe dankbaar ik was dat hij die extra week had geboekt.
Anita.
(Foto van mij en Erik,gemaakt door een man die vreemd opkeek toen Erik mij vastpakte en kuste)





