Jan was zo dronken als een aap. Niet de vrolijke, springende soort aap, maar de soort die half slapend in een hoek hangt en stinkt naar oud fruit en slechte keuzes. Het was de tweede carnavalsavond in Den Bosch, en de hele stad leek te ademen door een mond die te veel Oude Genever, te veel bier en te veel “nog eentje dan” had binnengekregen. De straten waren een warboel van confetti, plastieken tieten, mannen in jurken en vrouwen die hun eigen tieten al half uit hun topje hadden laten hangen. Iedereen was iemand anders, en niemand was meer zichzelf.
Jan had wederom te veel gedronken. Dat was geen verrassing. Het was zijn specialiteit. Hij stond tegen de muur van een café aan de Markt, de nacht was koud maar zijn gezicht brandde, en hij voelde de alcohol in zijn botten zitten alsof iemand er warme olie in had gegoten. Zijn lul lag zwaar en half hard in zijn broek, zoals die altijd deed na de derde of vierde liter. Niet van lust, precies, meer van een soort automatische, stomme bereidwilligheid. Alsof zijn lichaam zei: nou, we zijn toch al hier, laten we dan maar.
Hij had nodig moeten plassen. Dat was het begin. Of het einde. Afhankelijk van hoe je ernaar keek.
De WC in het café was een ramp. Drie mannen stonden al te schommelen voor de urinoirs, één van hen had zijn hele lul eruit hangen alsof hij een prijs uitreikte. Jan duwde de deur van het hokje open, trok die achter zich dicht en schoof de grendel. De lucht rook naar piss, desinfectiemiddel en iets zoets dat waarschijnlijk van de vorige bezoeker kwam. Hij trok zijn rits open, haalde zijn lul tevoorschijn – dik, warm, half-erect van de drank – en stond te pissen met de ogen halfdicht. De straal was krachtig en ongericht. Hij miste bijna de pot.
Toen hoorde hij iets.
Een zachte, bijna speelse ademhaling. Alsof iemand vlak achter hem stond en glimlachte zonder geluid te maken.
Jan draaide zijn hoofd half om. In de krappe ruimte van het hokje, tussen de viesbetegelde muur en zijn eigen benen, stond ze. Klein. Echt klein. Niet eens tot aan zijn navel. Een puntmuts van rood fluweel met een witte bol erop, precies zoals de kabouters in de etalages van de speelgoedwinkel. Haar gezicht was rond, met volle wangen en een mond die te groot leek voor haar hoofd. En haar borsten… Jezus. Grote, zware, ronde borsten die bijna uit haar kleine, strakke topje barstten. Ze waren disproportioneel, absurd, alsof iemand een volwassen vrouw had ingekrompen maar de tieten had laten zitten.
Ze keek omhoog naar hem. Haar ogen glinsterden.
“Kende ik haar?” dacht Jan. De vraag flitste door zijn kop terwijl de laatste druppels pis nog uit zijn lul dribbelden. Hij kende niemand meer. Niet echt. Niet vanavond. Niet in dit kostuum van drank en carnaval. Maar er was iets in die blik. Iets bekends. Of misschien was dat precies wat de drank deed: alles een beetje bekend maken zodat je niet hoefde te vragen of het wel oké was.
Ze zei niets. Ze knielde gewoon.
Haar kleine handen grepen zijn dijbenen. Haar nagels prikten licht door de stof van zijn broek. Ze trok hem dichterbij, alsof ze hem wilde opeten, en toen deed ze haar mond open. Warm, nat, gulzig. Haar lippen sloten zich om de kop van zijn lul. Jan voelde de hitte van haar tong direct, en een zucht ontsnapte hem die meer op een grom leek.
Ze zoog.
Niet zacht. Niet voorzichtig. Alsof ze honger had. Haar mond was klein, maar ze wist precies hoe ze hem moest vullen. Haar tong draaide om de eikel, likte de spleet, zoog hard terwijl ze haar hoofd naar voren bewoog. Jan voelde hoe zijn lul verder hard werd in haar mond, hoe de alcohol de sensatie zowel dempte als versterkte. Alles was trager en tegelijk intenser. Hij leunde met één hand tegen de deur, de andere legde hij automatisch op haar puntmuts. De stof was zacht. Haar haren eronder ook.
“Fuck…” mompelde hij. Het klonk niet sexy. Het klonk als iemand die net beseft dat hij iets doet wat hij morgen misschien zal ontkennen.
Ze keek omhoog terwijl ze zoog. Haar grote borsten wiegden licht mee met elke beweging van haar hoofd. Jan zag de diepe decolleté, de zachte huid, de manier waarop ze bijna uit haar topje wilden springen. Hij wilde ze voelen. Hij wilde ze vastpakken, kneden, in zijn handen hebben terwijl ze zijn lul in haar keel nam. Maar ze zat te laag. Hij boog zich half voorover, greep met één hand onder haar arm en trok haar topje naar beneden. Haar borsten vielen eruit – zwaar, vol, met dikke, donkere tepels die al hard stonden. Hij kneep erin. Hard. Ze kreunde om zijn lul heen, en de trilling van die kreun ging recht door zijn eikel.
Ze zoog dieper. Haar keel opende zich. Jan voelde de druk, de warmte, hoe ze hem bijna helemaal naar binnen nam ondanks haar kleine formaat. Speeksel droop langs zijn balzak. Haar handen wreven over zijn ballen, knepen zacht, trokken eraan. Ze was goed. Te goed voor een random kabouter op een WC in Den Bosch. Of misschien was dat precies het punt. Carnaval was ervoor gemaakt dat je dingen deed die je normaal niet deed, met mensen die je normaal niet zou laten.
Hij begon te stoten. Kort, diep, in haar mond. Zijn lul gleed in en uit, glanzend van haar speeksel. Ze slikte, zoog, likte, en haar borsten bobbelden mee. Jan kneep er harder in, draaide de tepels tussen zijn vingers, trok eraan tot ze piepte van genot om zijn lul heen. De geur van haar – zoet, een beetje naar make-up en zweet – mengde zich met de stank van de WC. Het was vies. Het was perfect.
“Jij… jij bent… ” probeerde hij te zeggen, maar de zin stierf in zijn keel toen ze haar tong extra hard over de onderkant van zijn eikel liet glijden. Hij voelde de druk in zijn ballen opbouwen. De alcohol maakte het trager, maar de lust was er, dik en zwaar.
Ze versnelde. Haar hoofd bewoog sneller, haar mond was een natte, hete holte die hem melkte. Jan greep haar muts steviger vast, hield haar hoofd stil en begon harder te neuken. Haar keel slikte, haar ogen waterden een beetje, maar ze bleef zuigen, bleef hem nemen. Speeksel liep over haar kin, over haar grote borsten. Hij wilde komen. Hij wilde het in haar mond spuiten, of over die tieten, of allebei.
“Ik kom,” gromde hij. Het was geen vraag. Het was een aankondiging.
Ze knikte bijna onmerkbaar, zoog nog dieper, en Jan liet los. Zijn lul spande, pulseerde, en dikke stralen sperma schoten in haar mond. Ze slikte. Gulzig. Alsof ze het verdiende. Hij bleef spuiten, over haar tong, in haar keel, en toen hij half naar buiten trok kwam de rest over haar lippen, over haar kin, dribbelde naar beneden op die enorme borsten. Ze likte haar lippen, keek omhoog, en glimlachte. Een beetje sperma hing aan de hoek van haar mond.
Jan stond te hijgen. Zijn lul was nog half hard, glinsterend, en de alcohol begon hem weer zwaarder te maken. Hij keek naar haar. Naar de puntmuts. Naar de borsten die nu besmeurd waren. Naar die mond die net zijn hele lading had genomen.
Kende hij haar?
Misschien. Misschien niet. Misschien was ze iemand van vroeger, of iemand die hij ooit in een andere kroeg had gezien, of gewoon een hallucinatie van te veel jenever en te weinig slaap. Of misschien was ze precies wat ze leek: een kleine kabouter met grote borsten die op de tweede carnavalsavond in Den Bosch toevallig op dezelfde vieze WC stond als een dronken man genaamd Jan.
Ze stond op. Haar topje trok ze half omhoog, maar de borsten bleven half bloot. Ze veegde met haar duim over haar onderlip, likte die af, en fluisterde iets dat Jan niet helemaal verstond. Iets met “volgende keer” of “ik ken je wel” of misschien gewoon “lekker”.
Toen opende ze de deur van het hokje en was ze weg. Tussen de andere carnavalsvierders. Tussen de confetti en de lawaai en de stank van de stad.
Jan bleef achter. Zijn broek half open, zijn lul nog slapend hangend, de smaak van de nacht in zijn mond. Hij spoelde zijn handen niet. Hij trok gewoon zijn rits dicht, duwde de deur open en liep terug de chaos in.
Buiten was het nog steeds carnaval. De muziek dreunde. Iemand schreeuwde iets over “nog eentje”. Jan lachte, een beetje bitter, een beetje geil, en dacht: volgende keer neem ik haar mee naar huis. Of misschien niet. Misschien is dit precies genoeg.
Hij was nog steeds zo dronken als een aap. En ergens, diep in die dronkenschap, wist hij dat hij haar zou blijven zoeken. Niet omdat hij haar kende. Maar omdat ze hem had laten voelen dat hij, voor even, niet alleen een dronken lul in een WC was.
Maar vooral omdat die mond, die borsten, die puntmuts… fucking geil waren geweest.
En morgen zou hij het misschien ontkennen. Of misschien niet. Afhankelijk van hoe hard de kater was.