Eenmaal terug bij DT wachtte een verrassing: in ‘onze’ kantine stond een complete lunch! Soep in de grote gamel, kroketten in warmhoudschalen, diverse soorten belegde broodjes, sapjes, thee, koffie… En een aantal mensen van een cateringsbedrijf achter de counter. “Jullie hebben hard gewerkt, dan moet je ook hard eten. We hadden nog wat budget.” Theo keek lachend rond en Gertie vulde aan: “Soms moet een werkgever iets meer doen om het personeel binnen te houden, jongens en meiden. Vandaag is zo’n dag. Eet smakelijk en Fred… Achter aansluiten jij!” Fred keek bedrukt. “Nou ja, zeg…” Hij werd uitgelachen.
Angelique liep naar de counter, bietste een broodje kaas en gaf dat aan Fred. “Hier, zielepoot. We willen niet het risico lopen dat je halverwege de rij de hongerdood sterft. Dan moeten we namelijk je kist dragen en dat ding is, met jou erin, natuurlijk loeizwaar.” Hij werd nog een keer uitgelachen. Het broodje kaas verdween in twee happen en de rij was ondertussen zeker een hele meter opgeschoven. Het cateringpersoneel zag de lol er wel van in; één van de dames pakte een broodje ham, liep de rij langs naar Fred en duwde hem het broodje in handen. “Even zeker weten dat u niet de hongerdood sterft, meneer.” Hij keek me aan. “Ze zorgen hier best goed voor me, Kees!” “Da’s alleen maar om kroketten te besparen, vriend. Want die zijn op als jij daar aan die counter staat.” Hij gromde. “Laat ik het niet besnuffelen; als majoor van de Landmacht heb je recht op goed voer.” Ik knikte. “Klopt. En laat ik nou net die laatste kroket voor je neus wegkapen… En anders Mocca wel.”
De hond, naast Joline zittend, hoorde zijn naam en keek om. Mijn hand verdween in mijn zak en meteen kwam hij op me af. Achter me hoorde ik een gegromd “Corrupt klerebeest…” en ik gniffelde. “Kun je nagaan wat Mocca voor een kroket doet, makker.” Een gemompeld ‘lulhannes’ klonk. Na een paar minuten was Fred eindelijk aan de beurt en er waren nog kroketten over. Ondanks zijn eerdere broodjes was zijn dienblad weer volgestapeld en hij ging tegenover me zitten. Denise keek naar de verzameling voedingswaren bij Fred. “Grote griebus… Waar láát je het? Mijn hele gezin heeft daar genoeg aan als lunch. Dat jij ondertussen niet helemaal dichtgegroeid bent mag een wonder heten.” Fred trommelde op zijn buik. “Regelmatig sporten, Denise. Die loopjes hier, maar thuis hangen Wilma en ik vrijwel elke avond een half uurtje aan de gewichten. En de dansles vanavond natuurlijk, ook best wel inspannend.” Hij keek rond en wees naar Angelique. “Zeker met ons juridisch mormeltje daar.” “Ik wil het niet voor me zien”, mompelde Denise en ik gniffelde. “Sommige lui hebben het wel eens moeilijk, Denise. Heb jij Wilma op je netvlies? Nou, stel je dan voor dat Wilma ‘close’ met Henry danst…”
De ogen van Denise werden groot. “Die zou… Nee, verder ga ik niet.” Fred deed weer eens zijn imitatie van een optrekkende Leopardtank. “We hebben Henry een beetje moeten overtuigen dat ‘close dansen’ ook inderdaad ‘close’ mocht zijn. Ook al is het niet je eigen partner. Henry had een redelijk stevige leercurve.” Ik moest moeite doen om het niet uit te proesten en Margot, die tegenover me aan tafel zat had het ook moeilijk. “Einde onderwerp, heren. Ik wil graag genieten van dit eten en niet halverwege mijn soep de tafel rood schilderen als ik me verslik. Dank jullie wel.” Denise keek waarschuwend naar Fred en mij en we bogen ons gehoorzaam over onze bordjes.
Een half uur later was zelfs Fred uitgegeten, nadat hij de laatste kroket van de cateraars had gekregen. Theo stond op. “Collega’s… We hebben vanochtend lekker gesport, we hebben nu prima gegeten…” Hij knikte naar de medewerkers van de catering en een applausje volgde. “… Nu even over de komende twee weken. Ik heb Irene bereid gevonden om de telefonische wacht te houden over DT. Net als vorig jaar gaan Gertie en ik er anderhalve week vandoor. En mijn telefoon blijft thuis, anders is hij verdwenen. Irene heeft de lijst met projecten; mocht er zich er een noodsituatie bij een klant voordoen, dan weet zij welk team ze moet alarmeren. Ik kan en wil jullie niet ‘droogleggen’ tijdens de feestdagen, maar zorg wel dat degenen die onverhoopt bij een klant moeten opdraven, dit met een heldere kop doen. Verder zeg ik er niks over. Pak zo dadelijk nog een kop koffie; om twee uur wil ik dit hok leeg hebben, dan kan de cateringsploeg opruimen en kunnen zij ook naar huis. Zorg dat jullie bureau’s opgeruimd zijn, dan hoeft onze schoonmaakster Henriëtte niet door jullie klerezooi te baggeren…”
Er klonk wat gemor, waarna Theo vervolgde: “En om drie uur verwacht Jan van Weert jullie allemaal netjes uitgedost boven in de grote kantine. We wensen jullie allemaal fijne feestdagen toe; geniet ervan en ga lekker ontspannen met je partner of je gezin. Volgend jaar mogen we weer hard aan de bak! Dank je wel.” Gertie stond ook op en voegde eraan toe: “Normaal laat ik Theo lekker het woord doen, maar voor vandaag maak ik een uitzondering. Jongens en meiden: ik heb vanochtend en nu tijdens de lunch weer genoten en gelachen. Zelfs toen ik kreunend aan die muur hing, met verkrampte handen. Dat DT een mooi bedrijf is, wist ik natuurlijk al een paar jaar, maar ik heb vandaag weer mogen ervaren dat jullie er voor elkaar zijn. Soms elkaar even plagen, maar het gaat nooit te ver en als er geholpen kan worden, wórdt er ook geholpen. Hou dat alsjeblieft vast met z’n allen, want er zijn weinig bedrijven waar op deze manier met elkaar omgegaan wordt.” Er trok een spoor van een glimlach over haar gezicht en ze vervolgde: “Het helpt natuurlijk ook wel dat een aantal mensen hier hun partner tegen het lijf is gelopen. Zijn we blij mee. We wensen jullie goede feestdagen en een hopelijk DT-vrije vakantie toe. Dank je wel.” Na nog een kop koffie bedankten we de mensen van de catering. Die gingen nog even aan het werk. “Over een half uurtje is het hier weer spic en span!”
Iedereen ging daarna naar zijn of haar bureau en er werd opgeruimd. Ik maakte mijn eigen hok aan kant en hielp toen de rest mee met de groepsruimte. En iets over twee gingen we douchen en omkleden. Ik had m’n lichtblauwe kostuum meegenomen. Een witte coltrui er onder. Simpel, maar wel netjes. Vanavond moest ik weer een vlinderdas om, had Joline gezegd. Mocca bleef nu bij mij; Joline had hem aan mij gegeven, want: “Het arme beest zou helemaal dol worden van alle parfumluchtjes in de damesdouches.” En toen ik ging douchen legde ik Mocca op zijn kleedje op mijn bureau. Dat kon hij prima; meestal rolde hij zich dan op en vond ik hem, net naast het kleedje liggend, terug. Nu ook weer: terug van de douche had hij zijn kleedje onder mijn bureau gesleept en lag hij ernaast te slapen. “Dom beest…” mopperde ik, maar aaide hem toch. Een kwispel was zijn antwoord.
Zo. Nette kleren aan en eens kijken wat Jan van Weert had geregeld… Vorig jaar was het in de grote kantine boven best druk geweest! Nog even scheren, anders zou ik commentaar kunnen krijgen. Snel haalde ik mijn scheerapparaat over mijn gezicht. Niet zo glad als met een mesje, maar vooruit… Nog even een borstel over m’n schoenen en Kees was er weer klaar voor. Ik maakte een rode strik vast aan het hulphondhesje van Mocca en lijnde hem aan. Nog even mee naar buiten om te plassen, dan had hij daar geen last van. En toen, met de Piraten mee naar boven. Backoffice was er al en ik liep naar Joline toe. Die zag er weer prachtig uit: haar haren opgestoken, mooi opgemaakt, een felrode jurk met een brede, witte ceintuur om haar middel...
“Hé mooie vrouw…” Ik gaf haar een kus. “Mag ik je alvast uitnodigen om straks met mij mee naar huis te gaan?” Ze giebelde. “Hallo fraaie meneer… Dat lijkt me wel wat. Mag ik mijn vriendinnen dan ook meenemen? Margot en Charlotte heten ze. En Irene blijft ook bij ons slapen. ” “Als die er net zo adembenemend uitzien als jij… Kan zomaar gezellig worden!” Naast me kuchte Lot even demonstratief. “Om te voorkomen dat je té vrijpostig wordt, Kees: we nemen onze vriendjes dan ook mee. En we blijven slapen.” Ik zuchtte demonstratief. “Zit ik weer met twee piraten opgescheept… Ik dacht dat we vakantie hadden!” “Niks ervan, majoor! Om de maagdelijkheid van deze meisjes te bewaken, slapen Wilma en ik ook in Veldhoven vannacht.” Margot kwam naast Fred staan en vroeg liefjes: “En hoe had meneer van Laar deze belangrijke bewakingstaak uit willen voeren? Ben ik wel benieuwd naar…” Fred werd een beetje rood en we lachten hem uit.
“Volgens mij hebben de dames daar al personeel voor ingehuurd, Fredje.” Joline lachte liefjes. “Gerben en Rogier heten ze. Als jij je vanavond over je eigen meissie ontfermt, neem ik Kees wel voor m’n rekening. En Irene wordt bewaakt door Mocca. Iedereen blij.” Ik fluisterde in Joline’s oor: “En wie waakt er dan over mijn maagdelijkheid, schatje?” Ze keek ondeugend en fluisterde terug: “Die ben je al anderhalf jaar kwijt, ondeugd. Maar misschien wil ik dat vanavond nog een keertje controleren…” Fred keek ons wantrouwend aan. “Wat staan jullie te smiespelen? Da’s niet netjes in gezelschap!”
Joline liet me los en zei met een stalen gezicht: “Kees vroeg zich af wie vannacht zijn maagdelijkheid ging bewaken. En ik deed hem de suggestie aan de hand dat jij dat misschien wel wilde doen, met je ‘vervloekte mitrailleur’ in je slaapzak. Iets op tegen?” Margot en Charlotte schoten in de lach en Fred keek haar donker aan. “Mevrouw Jonkman… Jullie hebben me naar het V.I. getrapt en mede daardoor ben ik een stuk beter in m’n vel gaan zitten. Maar als jij over nachten in slaapzakken begint, al dan niet gecombineerd met een mitrailleur Mag en het gesnurk van je vent in de slaapzak naast me, krijg ik weer de rillingen. Advies: doe dat maar niet, anders word ik een beetje onhebbelijk.” Joline knipoogde. “Ik zal er aan denken, grote vriend. En nu: meisjes… waar zijn die vriendjes van jullie?” Lot wees. “Dáár. Staan met Irene te kletsen. Dat zal wel gaan over het feit dat ze nu geen korfbaljurkje meer aan heeft…” Ik keek.
Nee, Irene had inderdaad geen korfbaljurkje meer aan, maar een mooie, lange rode rok met een split aan de zijkant. Pumps met hoge hakken er onder, een glanzende witte blouse… Die had er ook werk van gemaakt! Joline zag me kijken en trok me naar zich toe. “Thuis komen eten, Piraat!” hoorde ik in mijn oor. Ik kneep zachtjes in haar arm. “Zeker weten, schat. Maar korfbal lijkt me momenteel best een leuke sport worden…” Ze giebelde. Even later liep Jan van Weert naar voren en pakte een microfoon.
“Dames en heren…” Langzaam verstomde het rumoer. “Dames en heren: welkom in onze gezamenlijke ruimte. En welkom op de eindejaarsreceptie hier. Achter de counter staan onze receptionistes Chantal, Tineke en Anneke, u kent ze ondertussen natuurlijk; als u een drankje wilt hebben, kunt u daar terecht. Hou dat drankje nog even vast, dat komt aan het eind van mijn praatje van pas…
Van Weert Vastgoed houdt in elk gebouw wat wij beheren, en dat zijn er ondertussen twaalf, zo’n receptie. Maar ik wilde persé hier zijn; dit is het eerste gebouw wat wij aankochten en ik ben er best een beetje aan verknocht geraakt. Tevens is ons eigen bedrijfje hier ook gevestigd, dus dat is makkelijk. Ik zal u niet gaan vermoeien met jaarcijfers en zo; wellicht heeft u die van uw eigen bedrijf al te horen gekregen. Bottomline is dat ik medio volgend jaar dit gebouw tóch wil afstoten. Het is nu ruim twintig jaar oud en er zijn wat dingen die niet meer aan de eisen van deze tijd voldoen.
Volgend jaar wil ik de eindejaarsreceptie vieren in een nieuw pand aan de overzijde van de A15, op industrie- en bedrijventerrein Papland. De eerste palen gaan daar in Januari de grond in. Mevrouw Koutstaal, echtgenote van de directeur van DT, heeft me ruim een half jaar terug attent gemaakt op een wijziging in het bestemmingsplan aldaar en toen is het balletje gaan rollen. Het nieuwe pand wordt wat groter dan dit; als u achter me op de monitor kijkt ziet u een ‘artist impression’ ervan.”
Een fors gebouw van vijf verdiepingen verscheen op het scherm. Zag er wel mooi uit, maar goed, dat zien al dat soort tekeningen wel… Jan vervolgde: “Dit nieuwe gebouw komt in de uiterste noordwesthoek van het bedrijventerrein te staan. Met aan twee kanten open terrein; het bestemmingsplan geeft aan dat dat de uiterste grens is waar nog gebouwd mag worden. In tegenstelling tot hier hebben de ruimtes aan de noord- en aan de westkant dus uitzicht op agrarisch gebied.” Hij pauzeerde even en vulde toen aan: “…En wellicht de luchten ervan. Weer eens wat anders dan tonerdamp. Na de jaarwisseling ga ik met de directies van de diverse bedrijven in dit pand om tafel om te kijken of zij meeverhuizen of dat men liever hier blijft. Dat laatste kán; een andere vastgoedbeheerder neemt dit pand over. Maar het liefst neem ik de bedrijven die nu hier gevestigd zijn, mee. We kennen elkaar ondertussen best goed. Hoe dan ook: Dat zijn onze plannen voor het volgende jaar.
Over het afgelopen jaar kan ik kort zijn: er is hier qua bewoners weinig veranderd. Op de derde verdieping is één bedrijf vertrokken, maar die ruimtes werden gelukkig weer snel gevuld door een nieuwe huurder. Op de benedenverdieping is Developing Technics uitgebreid met een aantal extra kantoorruimtes en een eigen kantine annex vergaderruimte…” Hij keek rond. “Ehh… Theo: als je nog verder wil uitbreiden: wacht daar even mee tot eind volgend jaar. Anders kom ik wat krap in de ruimtes te zitten en moet ik prefabruimtes op de parkeerplaats laten zetten. Geen zin in.” Theo stak een duim op. “Verder heb ik weinig nieuws te roepen; net als u hoop ik op een rustige twee weken. Even uitpuffen, ontspannen, gezellige dagen met gezin en familie door te brengen om volgend jaar er weer wat moois van te maken.
Samen met u wil ik een toast uitbrengen: dank voor de prettige samenwerking tijdens het afgelopen jaar en ik hoop dat we elkaar volgend jaar tijdens de eindejaarsreceptie in het nieuwe pand mogen begroeten! Proost.” Hij hief zijn glas.
Toen iedereen weer zat, keken we elkaar wat beduusd aan. “Volgend jaar dus in een nieuw pand? Nou, lekker dan…” Gerben zat op zijn mobiel te kijken en grinnikte. “Lot, Mar, Rogier en ik kunnen dan lopend naar het werk, Kees. Kijk eens…” Hij liet me Google Earth zien: vanuit hun huis moesten ze een stukje Vlietskade volgen, dan het Merwedekanaal oversteken en dan stonden ze al voor of achter het nieuwe pand. “Bofkonten”, zei ik. “Scheelt jullie zeker tien minuten langer in bed blijven liggen, ‘s morgens.” Rogier knipoogde. “In tien minuten kun je dan best leuke dingen doen, Kees.” Charlotte snauwde meteen: “Zeker weten, meneer van der Vlist. Een lekker ontbijtje maken voor je vriendin, bijvoorbeeld. Of nog even stofzuigen voor je weggaat. Of de vaat uit de machine opruimen in de kastjes. Goed begrepen?” Ze keek streng. Joline merkte op: “Ik zal er strak op toezien, Lot. Als ik een goeie verrekijker mee naar m’n bureau neem kan ik vanaf mijn nieuwe bureau op de 5e verdieping waarschijnlijk prima bij jullie naar binnen kijken.” Lot zei niets, keek alleen maar verontwaardigd. Margot giebelde: “En jullie slaapkamer kijkt uit op dat industrieterrein, Lot… Gerben en ik slapen aan de andere kant. Geen inkijk van een bemoeizieke cheffin.” Rogier gromde: “Binnenkort maar eens goeie gordijnen kopen, Lot. Voor op de slaapkamer. Geen zin in dat mevrouw Jonkman – Boogers mijn meer dan volmaakte torso kan bekijken als ik ’s morgens opsta. Ze zou eens op gekke gedachten kunnen komen.” Joline keek hem peinzend aan. “Die ‘meer dan volmaakte torso’ van jou heb ik al een paar uitgebreid kunnen bekijken, meneertje. En daarmee was je niet in staat om mij in te halen in een zeker stuwmeer in Duitsland. Je kon Kees nét voorblijven in het water en dat is nou niet echt een prestatie van Olympisch formaat.”
Rogier en ik gromden synchroon en de meiden lachten ons uit. “Nou, tot zover een verhuizing van DT, jongens… Tenminste: als Theo mee wil verhuizen. Daar hebben we nog niets over gehoord.” Gerben keek nadenkend. “Nou, dan vraag je het de directie toch even?” Joline stond op. “Ik haal Theo wel even deze kant uit.” Even later maakten we plaats voor Theo en Gertie aan ‘ons’ zitje. “Ik begreep dat het nieuws van Jan van Weert geen nieuws voor jullie was, Theo?” Die wees op Gertie. “Zij wist het eerder dan ik, Joline. Haar bedrijf heeft nogal stevige contacten met van Weert Vastgoed. En ja, diezelfde avond wist ik het ook. Het werd mij medegedeeld tijdens een directie-overleg. En ja, DT verhuist mee. Dat zet ik als laatste mededeling straks nog op de mail. We zijn de afgelopen tijd flink gegroeid en ik denk dat die groei nog wel even zal aanhouden. Deze beide dames hier…” Hij wees op Lot en Mar “…hebben in hun dissertatie een prima SWOT-analyse gegeven met nogal veel ‘opportunaties’.
We krijgen vaste voet aan de grond in de medische hoek; het UMC Utrecht zou in eerste instantie meedoen met onze renovaties, maar haakte een paar weken geleden af om mij onbekende redenen. Gistermiddag kreeg ik een telefoontje van een van hun directieleden dat ze tóch mee wilden doen. Hun eigen ‘huis-aannemer’, die ook een paar ingenieurs in dienst heeft, kon het niet aan. Té ingewikkeld. En toen hebben ze wat inlichtingen ingewonnen bij onder andere Nijmegen en Leiden. Als Utrecht aan boord komt, vreet dat behoorlijk capaciteit. En Utrecht is, net als Leiden, nogal toonaangevend in de medische branche. Als zij mond-op-mond-reclame gaan doen, krijgt DT véél werk erbij, dat is wel zeker.” “Ehh… Theo: hun core business ligt bij mond-op-mond beademing hoor. Geen reclame.” Gerben zei het met een uiterst neutraal gezicht.
“Krijg de pip jij…” snauwde Theo. “Die woordspelletjes van jullie… Waar was ik? Oh ja. Verder hebben een paar metaalbedrijven belangstelling getoond. Kwamen over ons te weten via Damen en de Metaalunie.” Ik fronsde. “De Metaalunie? Hun brancheorganisatie? Wat…?” Gertie zei: “In hun blad stond een paar weken terug een artikel over de luchtbehandelingsinstallatie die Gerben en jij bij een van die bedrijven hebben ontworpen. Dat bedrijf waar je een loer werd gedraaid met die warmtewisselaars uit China. En men was nogal lovend over het systeem: deze herfst scheelde dat behoorlijk qua stookkosten in hun bureauruimten. En het installatiebedrijf wat het systeem had geplaatst, werd ook in het zonnetje gezet, inclusief de ploeg van meneer van Meel.” Gerben stak een duim op.
“Hebben ze ten volle verdiend, Gertie. Prima clubje.” Theo vervolgde: “Dus de metaalindustrie komt ook voorzichtig in beeld. Verder hebben de team 1 en 2 wat successen geboekt in de petrochemie; zij gaan in het nieuwe jaar in bespreking met een paar bedrijven in de Botlek. Team 4, Miranda is druk in de offshore, soms aangevuld met een paar lui uit andere teams. Daar zie ik mogelijkheden bij de aanleg van windparken op zee. En ook dat is een speciale tak van sport, waar we nog weinig kennis over hebben; Margot opperde in haar dissertatie iets over een nieuw op te richten team, wat ik goed plan vind. Maar hoe bemannen we dat team? Maritiem heeft het sowieso druk; bij Damen, in Foxhol en Den Helder. Het liefst wil ik Maritiem uitbreiden met nog een paar man, want die jongens rennen zich de benen onder hun kont vandaan. Maar ja… hetzelfde probleem als bij die windparken: Waar haal je het personeel vandaan? Moeilijk, moeilijk…
Kortom: DT zit behoorlijk in de lift, dus we moeten gaan uitbreiden. En uitbreiden houdt in: meer ruimte nodig. Hier kan dat op zich wel, als er andere bedrijven verhuizen. Maar ik wil ons bedrijf ook fatsoenlijk kunnen presenteren, in een mooi pand. Dus ja, DT verhuist mee.” Er trok een grijns over zijn gezicht en ik rook onraad.
Terecht, want Gertie vulde aan: “Ik heb Jan van Weert overgehaald om DT de elektrische installatie te laten ontwerpen. Een win-win-situatie: hij een ingenieursbureau in huis, DT een lagere huurprijs. Iedereen blij. Welk team die klus krijgt… Dat moeten we nog even uitzoeken.” Ze lachte. Rogier keek wat ongerust. “Theo… Leuk dat je ons dit nu allemaal vertelt, maar de rest moet het ook weten. Zo snel mogelijk, anders loop je het risico dat wij in een onbewaakt moment onze mond voorbijpraten. Dit moet iedereen van jullie horen, niet van ons.” Theo knikte. “De conceptmail heb ik al klaar, meneer van der Vlist. Gaat na deze receptie de deur… Oh, wacht. Dat kan ik nu wel doen, vanaf mijn telefoon. Het nieuwtje van Jan van Weert weet iedereen nu toch al, dus…”
Hij pakte zijn telefoon, was even een het ‘knoppenbonken’ en keek toen weer op. “Dank voor de hint, Rogier. Maar als het goed is, is iedereen zo dadelijk op de hoogte.” In mijn broekzak voelde ik mijn mobiel trillen; dat zou Theo z’n boodschap wel zijn. Na nog een tijdje met anderen gekletst te hebben, vonden we het wel goed zo; We namen afscheid van degenen die we in de vakantie niet zouden zien en om vier uur zaten we in de auto. Irene reed mee, die zou ook bij ons logeren. “Niet verstandig om jou straks in het OV te zetten, Ireen”, had Joline eerder die week al tegen haar gezegd. Dus zat ik met twee mooi uitgedoste dames én een hond met een mooie rode strik om z’n nek in de auto.
Eenmaal thuis hoefden we niet te eten. De lunch van Theo en de hapjes tijdens de receptie van Jan van Weert lagen nog stevig in onze magen. “Na de dansles maken we wel een paar hapjes, dames en heren!” Charlotte bromde: “Doe maar, anders is Fred niet te genieten.” We zaten nog even in de kamer, de onthullingen van Theo en Jan van Weert te evalueren. Margot en Charlotte waren er uiterst nuchter onder. “We zagen de uitbreiding van DT al een tijdje aankomen, jongens.
Ieder team is beredruk, ook team 1 en 2 en 4. Maritiem? Rob, Henry en hun twee collega’s slapen zo ongeveer vaker in Den Helder of Foxhol dan thuis…
En ja, Backoffice heeft het ook druk, maar dankzij de A.I.-vriendjes van Zelda hebben we een aantal zaken kunnen stroomlijnen en is er veel minder administratief en financieel routinewerk. Wij houden ons nu veel meer bezig met het monitoren van de bedrijfsvoering.”
Lot lachte gemeen en vulde aan: “En af en toe sturen we Fred weg en kunnen dan ongehinderd kleppen over dingen die alleen dames aangaan. Ook wel eens lekker.” Ik bromde: “Ja. En wie mag dan weer als uithuilschouder voor meneer van Laar fungeren? Jawel… Ondergetekende. Bedankt hoor.” Ik werd uitgelachen.
Om half zeven joeg Joline iedereen richting badkamers. “Douchen, omkleden en optutten! Carlos en Juanita verwachten dat iedereen er feestelijk uitziet, in kleding die geschikt is voor klassieke dans. Vanavond geen Latin, maar Strauss. Je doet je best maar.” Lot keek naar Irene. “Heb je ook een lang korfbaljurkje, Ireen?” Die schudde haar hoofd. “Nee. Da’s nogal onhandig. Maar…” Ze wees op haar weekendtas. “…wees maar niet bang; ik heb wel wat passends.” Joline en ik verdwenen in onze slaapkamer. “Ik heb wat speciaals voor jou, Kees.” Ze lachte geheimzinnig. “Dat leg ik wel voor je klaar als je onder de douche staat.”
Ik keek vragend. “Wat heb jij geritseld, lieve echtgenote?” Ze kwam tegen me aan staan. “Een mooi, driedelig kostuum, lekkere vent. Vorige week besteld en bij de buren laten bezorgen.” Ik fronste. “Driedelig? Met vest? Dat zou de eerste keer zijn dat ik zoiets aan heb, schoonheid.” Ze kuste me, knikte toen. “Ja. En dat gaat jou prima staan, dat weet ik zeker. Inclusief een bijpassende vlinderdas.” Ze lachte liefjes. “Soms kleed jij je iets té casual, Kees. Ik vind dat op zich meestal prima, want ik weet wie je bent. Maar soms moet je je ook ‘voor de gelegenheid kleden’. Cachet. Decorum. En daar is dit kostuum prima geschikt voor. Voor een sjieke dansavond, maar ook als je weer eens bij een board of directors of op een ministerie op moet draven. Ik weet jouw maten feilloos, dus dat pak zal prima zitten, schatje.”
Ik keek haar aan en ondanks mijn weerzin tegen ‘onnodige opsmuk’ kuste ik haar. “Je weet het weer leuk te verpakken, mooie echtgenote. Ik hou van je. Ondanks die vlinderdas.” Ze giebelde. “Als compensatie mag je je Veteranenspeld opdoen.” “Nou, dat scheelt in ieder geval”, bromde ik in haar haren. Joline gaf me een tik op mijn achterwerk. “Ouwe mopperkont van me… Dit meisje gaat douchen, daarna mag jij. En je haren mag je ook kortwieken; die zijn wat te lang voor jouw doen.” Ik trok haar nog wat steviger tegen me aan. “Specificeer even wélke haren, schat…” Ze zuchtte overdreven. “Kérels… Bah!” Toen maakte ze zich los en begon zich uit te kleden. En zoals gewoonlijk genoot ik er van.
“Sta me niet uit mijn slipje te kijken, Kees Jonkman!” Ze klonk bits. “Echt wel, blonde schoonheid. En ik geniet van elke seconde, wees daar zeker van!” Ze knipoogde, hield haar slipje aan en liep richting badkamer. “Ik roep wel als jij kunt, Kees.” “Ik loop meteen wel mee Jolien. Moet toch mijn haren te lijf gaan met de tondeuse.” Ook ik kleedde me uit en in boxer en T-shirt liep ik even later de badkamer in. “Zo. Meneer Jonkman gaat zijn haren even fatsoeneren. ten slotte moet ik volgende week ook een beetje ordentelijk voor de dag komen als ik in gevechtspak op de schietbaan lig.”
Vanuit de douchecabine klonk een nuchter: “Ja, dan is het niet zo handig als er een lok haar tussen je ogen en de kijker valt…” Ik grinnikte. “Een lok nog wel? Dan moeten mijn haren wel héél snel groeien, schat.” “Als jij je een paar dagen niet scheert…” Joline klonk nogal sarcastisch. Vijf minuten daarna waren mijn haren weer in model. Nou ja, ‘model’… De tondeuse stond ingesteld op twee centimeter lengte. Meteen maar even scheren, dan hadden we dat ook weer gehad. Met een nieuw mesje, dat was altijd fijn. Toen mijn kin en wangen weer glad waren deed Joline nét de kraan uit. Ik pakte een schone handdoek en wikkelde haar er in zodra ze de douche uitkwam. “Lief…” was haar commentaar en ik kreeg een snel zoentje als beloning. Daarna kleedde ik me verder uit en dook ook onder de douche.
“Ik leg je kleren wel klaar, Kees.” En waarschuwend klonk er achteraan: “En géén commentaar, meneer!” Nou, maak me gek… Eenmaal droog liep ik de slaapkamer in. Op bed lag een blauw kostuum met een felrode vlinderdas. En in het colbert een grijs vest waar ik met enige afkeuring naar keek. Joline zag het. Natuurlijk zag ze het. “Jij stelt dat vest niet zo op prijs, geloof ik…?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee, Jolien. Het kostuum: prima. Mooie kleur, en als het lekker zit wil ik het graag dragen, maar zo’n vest… Zal prima zijn voor een formele presentatie bij een board of directors van een multinational, maar niet tijdens een gezellige dansavond. Als ik je daarmee teleurstel: sorry, maar dit vest ga ik vanavond niét dragen.” Ze keek inderdaad een beetje teleurgesteld. “Doe het nu wel even aan, Kees. Dan weet je in ieder geval of het past.” Ik knikte en begon me aan de kleden. De broek zat prima. Overhemd aan, vlinderdas om en toen het vest. In de spiegel kijkend moest ik een beetje lachen. Toen het jasje er overheen. Wéér een blik in de spiegel en ik schudde mijn hoofd. Dit was ik niet. Joline stond schuin achter me en, te zien aan de blik in haar ogen vond zij het ook niet zo’n succes. “Sorry Kees. Dit was een fout van mij. Dat kostuum staat je prima, maar dat vest is…” Ze giebelde. “Dat mag je gaan dragen als je directeur van DT bent geworden.”
Ik gromde. “Jaja… Kees Jonkman directeur van DT? Dan moet ik ook met Gertie trouwen schat. En ondanks dat ik haar best wel mag: daar heb ik niet zo’n trek in, omdat ik jou dan kwijt ben.” Twee armen gleden van achteren om me heen. “Ik hou van jou. Dan maar geen directeur van DT worden. Doe dat vest maar uit, dat hang ik wel apart in de kast. Met een labeltje er aan: ‘voor de directeur van DT’. Ik bromde wat terwijl ik wisselde van kleding. “Fred ziet me aankomen met dat vest… Het commentaar zal niet mals zijn, mijn bud kennende. Iets met ‘over het paard getilde flapdrol’ zou het minste zijn.”
“Nou ja, als dat alles is”, giebelde Joline en vervolgde: “Ik weet nog wel een mooie gelegenheid wanneer je dat vest zou kunnen dragen, Kees…” “Jaja, bij m’n begrafenis zeker?” Ze schudde haar hoofd. “Nee. Bij de rechtszitting waarbij Duyvenstein z’n vonnis te horen krijgt.” Ik keek haar met afgrijzen aan. “Dat alleen al is een reden om dat vest daarna in de fik te steken, schat…”
Ze schaterde het uit. “Oh, wat laat jij je weer heerlijk in de kaart kijken.” Ik mopperde nog wat, keek in de spiegel en trok de vlinderdas recht. Die had, in tegenstelling tot zijn voorganger, ten minste een fatsoenlijk elastiek met dezelfde kleur en stof als het dasje. En hij zat niet zo strak. “Nou, meneer Jonkman: opgedonderd uit mijn slaapkamer; dit meisje heeft tijd nodig om zich ook spectaculair aan te kleden en op te maken. Er uit!” “Daar wilde ik juist bij zijn, schat…” Ze snoof. “Dan gaan we helemaal niet naar Carlos en Juanita toe. Dáár betalen we geen contributie voor, Kees. Move!” Ik werd de deur uitgezet, die zich daarna nogal nadrukkelijk achter me sloot.
Rogier zat al in de kamer, ook netjes uitgedost. “Werd je er uit gezet, Kees? Arme kerel…” Ik knikte. “Ja. Jolien wilde zichzelf beschermen door deze uiterst knappe vent de slaapkamer uit te werken, want anders zou ze me waarschijnlijk aanranden.” Een laatdunkend geluidje kwam over zijn lippen. “Mar of Lot zou nu een opmerking maken over je ego, een ventiel en leeglopen, Kees.” Ik grinnikte. We bekeken elkaar: Rogier zag er ook keurig uit en… ook hij droeg een vlinderdas! Exact dezelfde als die van mij! “Hé… Hebben die meiden iets afgesproken of zo? Dit kan geen toeval zijn!” Hij lachte. “Dat is ook geen toeval, Kees. Lot en Mar waren twee weken terug digitaal aan het shoppen. En kwamen op een of andere herenmode-website terecht. En hebben voor alle heren van ons clubje zo’n vlinderdas gekocht. Inclusief Karel en Rob Senior. En vanavond dragen we die. Allemaal. Volgens Mar ook een soort verzekering: ‘Dan laten we zien dat al die knappe kerels bij ons horen en haalt geen enkele dame het in haar hoofd om een versierpoging te doen!’ Het kwam er nogal pittig uit bij mijn normaal zo lieve aanstaand schoonzusje.” Ik moest lachen. “Dus… vanavond hebben alle kerels van ons clubje zo’n homo-propeller om? Nou, dan hebben Carlos en Juanita ook iets om naar uit te kijken.”
Even dacht ik na en toen schoot ik wéér in de lach. En niet zo’n beetje ook. Rogier keek nieuwsgierig. “Zo heb ik jou nog niet vaak zien lachen, opperpiraat. Jij hebt smerige gedachten, dat kan niet anders! Biecht op!” Hikkend van het lachen kon ik nog net uitbrengen: “Ach, het … maakt wel wat duidelijk, Rogier… Greet en Anita…Als één van… de twee die vlinderdas draagt… We weten dan meteen… wie het mannetje in hun…. relatie is…” Hij keek me stomverwonderd aan, en proestte het toen ook uit. “Je bent ook helemaal gestoord hé? Laat ik niet merken dat je dat op die manier aan hen overbrengt, want dan heb je de poppen aan het dansen! Niet alleen van Greet en Anita, maar ik denk van een behoorlijk aantal andere leden van ons clubje!” Ik knikte. “We zullen ze tijdens hun bruiloft maar niet verrassen met zo’n vlinderdas. Degene die het aanbiedt zou wel eens de hulp van een verpleegkundige nodig kunnen hebben. En zuster Zwart-Zondervan zou wel eens niét in de stemming kunnen zijn daarvoor.”
“En waarvoor zou zuster Zwart-Zondervan niet is de stemming zijn, heren?” De stem van Lot klonk bijtend achter me en ik keek om. “Om EHBO… Holy moly…” Lot en Mar liepen de kamer in, gevolgd door Gerben. Beide meiden in eenzelfde, lange, blauwe baljurk. Lang, wijd en bijzonder sierlijk. Mooi opgemaakt, sierlijke schoentjes, een parelketting om en hun bruine krullen versierd met een blauwe haarband. Ik keek beurtelings naar Gerben en Rogier. “Bij deze hebben jullie vanavond een alcoholverbod. Met een neut op kunnen jullie deze twee beauty’s niet meer van elkaar onderscheiden. Net als mijn zusjes. Dames, jullie zien er prachtig uit!” Irene kwam achter Gerben aan naar binnen. “En ik dan, meneer Jonkman? Doe ik niet meer mee?” Zij had eenzelfde rok aan als vanmiddag, alleen was deze lichtblauw. Een witte blouse en ook zij had een blauwe haarband in haar haren gevlochten. “Het is geen korfbaljurkje Irene, maar op de één of andere manier staat dit je fantastisch.” Gerben en Rogier knikten instemmend.
“En waar is jouw meissie, Kees? Jullie hadden een complete badkamer met z’n tweeën; wij moesten de onze met z’n vijven delen.” Ik haalde mijn schouders op. “Mevrouw Jonkman – Boogers heeft meestal wat tijd nodig om zich nóg mooier te maken dan ze van nature al is. Sorry.” “Nou, wij gaan er klaar voor zitten, meiden! Dat zal een spectaculair uitzicht worden!” Lot draaide de bank richting slaapkamerdeur en ging demonstratief zitten. Mar en Irene naast haar. Een minuut later ging de slaapkamerdeur open en kwam Joline binnen. In… haar blauwe ‘propodeuse-feestjurk’ en met een héle brede lach op haar gezicht. “Wauw… Heeft u vanavond nog een plaatsje over in uw balboekje, mevrouw?” Gerben pakte haar hand, boog zich voorover en gaf Joline een handkus. “Voor zo’n welopgevoede Piraat? Altijd, Gerben…” Ze lachte.
“Kees… de bekende vraag: Hoe zie ik er uit?” “Om onmiddellijk te ontvoeren naar de slaapkamer, schoonheid. Maar of er dan geslapen gaat worden… ik vraag het me af.” Om haar hals had ze haar collier, haar haren opgestoken en ook versierd met een blauw lint. Ik gaf haar een voorzichtige zoen. “Ik zal je lippenstift niet meteen ruïneren, schat.” Toen gingen bij mij wat alarmbellen af. “Wacht eens even… Meiden, jullie zijn allemaal in het blauw, met dezelfde blauwe haarband… Wij hebben allemaal dezelfde rode homopropeller om… Hoe zit dat met de rest van ons clubje?” Lot en Mar giebelden. “Ook, Kees. We hebben alle dames van ons gezelschap opdracht gegeven om zich in het blauw te hijsen en de heren die vlinderdas om te laten doen. Carlos en Juanita weten niet wat hen overkomt!” “Fred met een vlinderdas om? Dan moet Wilma hem wel met een pistool bedreigd hebben…” Irene giebelde. “Dát of: ‘Geen vlinderdas Fredje? Dan ook dit jaar geen seks meer…’ Of zoiets.” Joline draaide zich naar haar om. “Hé! Zit jij nou toespelingen te maken op het huwelijksleven van één van mijn bruidegoms? Laat ik het niet merken, tutje!” Irene legde een vinger op haar onderlip en zei bedeesd: “Nee mevrouw Jonkman – Boogers. Neem me niet kwalijk, mevrouw Jonkman – Boogers. Ik flapte er ondoordacht iets uit, mevrouw Jonkman – Boogers.” Joline snoof. “Ik geeft het vanavond wel even door aan meneer en mevrouw van Laar zelf. Eens kijken of je aan het einde van de avond er nog zo sierlijk uitziet, krengetje.” Ze lachte. “Jongens en meiden dit wordt lachen, zo dadelijk! Ik wil sowieso een foto van ons complete clubje maken, als we bij Carlos en Juanita zijn. Nou ja… bijna complete clubje. Twee lieve ouderparen en een muzikaal bijna echtpaar missen dan nog, maar…” Haar gezicht werd peinzend. “Zullen we dit ook dragen op de bruiloft van Greet en Anita, jongens?” Ik keek Rogier aan en we schoten simultaan gierend in de lach. “Wat hebben jullie op je lever, heren? Volgens mij is het iets smerigs en/of lesbo-onvriendelijk! Biecht op!”
Margot keek streng. Hikkend vertelde Rogier van ons gesprekje over de vlinderdas in relatie tot Greet en Anita. We werden peinzend aangekeken. “Gaan jullie niét doen, heren! Althans: niet op hun bruiloft. Als ik het merk zijn de rapen gaar en slapen jullie een maand lang ergens waar het koud, donker en vochtig is. Wat je een paar weken na de bruiloft doet… Als jullie een gebroken arm ervoor over hebben: prima, jullie probleem. Maar niét op hun bruiloft! En dat méén ik, Kees en Rogier!” Joline d’r ogen bliksemden. “Zeker, mevrouw Jonkman – Boogers…” Rogier imiteerde Irene en ik zei, op net zo’n bedeesde manier: “Natuurlijk, schatje…” Joline bromde: “Ik hou jullie in de gaten, rotzakken…” Toen keek ze naar de andere meiden. “Hoe vinden jullie deze jurk?” Er kwamen drie duimen omhoog en Joline giebelde:
“Dit is de jurk die ik samen met m’n moeder kocht toen ik m’n propedeuse heb gehaald. Toen hadden we een feestje bij ons thuis in de danskelder. En hij past nog steeds prima, na ruim 6 jaar!” Lot zei droog: “Nou Jolien… áls we al een feestje gehad zouden hebben na het behalen van onze propedeuse… De kleren die we toen aan gehad zouden hebben, zouden nu niet meer passen, dat weet ik zeker!” Even was het doodstil. Joline liep naar de tweeling toe en omhelsde hen samen. “Gelukkig maar, schatten. Ben ik reuze blij mee.” Rogier, Gerben ik knikten en Rogier zei: “Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.“ “Hier nog eentje”, bromde Gerben.
Irene keek verwonderd van de een naar de ander. “Volgens mij mis ik iets…” Margot ging naast haar op de bank zitten en sloeg een arm om haar heen. “Hoe ken jij ons, Ireen?” Die keek wat verwonderd. “Nou… Als twee bijzonder slimme meiden, Mar. Die samen met Joline gaan afstuderen, straks.” Margot knikte. “Ja. Maar vorig jaar om deze tijd had je ons niet herkend, Irene…” Beknopt vertelde ze over hun geschiedenis en na tien minuten blies Irene langzaam uit. “Allemachtig, Margot… Wát een verhaal. Ik denk dat ik inderdaad zelfmoord gepleegd zou hebben als ik in jullie schoenen had gestaan.” “Wij hadden elkaar, Irene. Dát scheelde enorm. En nu? Nu hebben wij Rogier en Gerben, zijn gelukkig in ons eigen huis in Arkel, hebben beiden een baan bij een bedrijf waar we geen collega’s hebben, maar vrienden en we genieten van het leven. En degenen die ons het leven tot een hel maakten zitten achter tralies. Jáááren. Dat leven ligt achter ons. En we voelen ons veilig, dankzij een hele grote vriendengroep…”
Margot giebelde even.
“…met vanavond de dames in het blauw en de heren met een rooie homopropeller om.” We lachten even, totdat Joline gespeeld mopperde: “Laat Greet en Anita die benaming maar niet horen, meiden!” “Ach schat…”, zei ik, “Ik denk dat in ieder geval Greet wel bekend is met die term.” Ze bromde wat. Na nog een half uurtje rustig zitten en kletsen maakten we ons gereed om richting dansles te gaan. Ik liet Mocca nog even uit, toen stapten we in de auto’s. En om tien voor acht liepen we naar binnen. In de garderobe wachtten we op de rest en even later was het één zee van mooie blauwe jurken en heren met rode vlinderdassen. Andere dansers moesten er hartelijk om lachen.
En plotseling hoorde ik een heldere meisjesstem achter me: “Niks veranderd hier… Allemaal nog even gek!” Meteen daar achteraan de bas van Fred. “Zo kleintje. Kom je ook weer eens kijken?” Ik draaide me om en keek een breed lachende Marije aan. “Hé, ons danswonder is er weer! Kom je ons nou laten zien hoe het allemaal moet, Marije?” Ze trok haar neus op. “Dat zal wel nodig zijn… Jullie hebben er natuurlijk een potje van gemaakt toen ik weg was. Hoi allemaal!”