Zaterdagmorgen werd Merel wakker in haar eigen bed. Alleen. Haar lippen voelden nog warm van de avond ervoor. Ze staarde naar het plafond, vingers licht tegen haar mond.
Was het echt? Of verdwijnt dit weer zodra de dag begint?
Haar telefoon trilde.
Sophie: Ik kon niet slapen. Ik blijf maar aan je lippen denken. Mag ik je vanmiddag zien?
Merel glimlachte, echt, voor het eerst in weken.
Ze ontmoetten elkaar in een klein parkje. Sophie stond al te wachten onder een oude eik, petite en fijngebouwd, haar donkerblonde haar in zachte golven. Ze omhelsde Merel langer dan nodig, warm en voorzichtig. Merel rook vanille en shampoo.
Ze wandelden. Hun handen vonden elkaar zonder overleg. Sophies vingers waren koel en zacht. Op een bankje met afgebladderde verf gingen ze zitten. De stilte was vol.
Sophie draaide zich naar haar toe.
“Mag ik je wat vragen?”
Merel knikte.
Sophie streek met haar duim langs de rand van haar koffiebeker. Heen en terug.
“Ik dacht er vanmorgen aan. Niet uitnodigend. Gewoon… het was er.”
Merel keek op.
“Ik ook. Al bij het wakker worden. De zachtheid van je lippen. Die kleine trilling in je vingers. Hoe dat iets in mij losmaakte wat ik niet had verwacht.”
Sophie ademde traag uit.
“Was het goed, voor jou?”
De vraag was te klein voor wat ze eigenlijk vroeg. Merel begreep de voorzichtigheid.
“Het was meer dan goed.”
Sophie lachte kort, ongemakkelijk.
“Ik schrok er zelf van. Hoe hard ik het voelde. Ik had het al zo lang willen vragen. Maar toen ik het écht deed… was het alsof ik niet meer wist waar ik ophield en jij begon.”
Merel legde haar hand op de bank, dicht bij die van Sophie.
“Ik wist het al voordat je vroeg. En ik wilde dat jij het zou vragen. Omdat ik dan zeker wist dat het ook voor jou echt was.”
Sophie schoof haar hand dichterbij. Merel legde de hare eroverheen. Ze bleven zo zitten, koude koffie vergeten, een herinnering die ze allebei als iets kostbaars droegen. Voorzichtig, omdat het zo makkelijk kapot had kunnen gaan, en niet kapot was gegaan.
Terwijl Merel bij Sophie was, lagen Hannah en Caleb alleen thuis in bed.
Hannah zat bovenop hem, haar lichaam glimmend van zweet. Ze reed hem diep en beheerst, haar kutje strak om zijn pik, nagels krassend over zijn borst.
“Merel is bijna klaar,” hijgde ze. “Ze is nu alleen nog een geldmachine.”
Caleb greep haar billen hard vast en stootte omhoog.
“Precies. Laat haar maar geld verdienen met haar lichaam. Meer heeft ze niet te bieden.”
Hannah boog zich voorover, beet in zijn nek.
“Dus ik mag haar helemaal laten breken? Zack en zijn vrienden mogen haar elke week gebruiken? Video’s, feesten, dubbele penetraties… terwijl ik hier blijf als jouw echte sletje?”
Caleb’s adem stokte. Hij ramde harder.
“Ja. Merel is alleen nog een product. Jij bent van mij.”
Hannah reed sneller, haar kleine borsten stuiterend, ogen glinsterend van machtslust.
“Zeg het. Zeg dat ze nooit meer jouw aandacht krijgt. Zeg dat ik jouw nummer één ben.”
Caleb kwam met een brute stoot, zijn zaad spoot heet en dik in haar. Hannah kwam tegelijk, haar lichaam schokkend, haar kutje melkte hem gulzig leeg terwijl ze een hoge, triomfantelijke kreet slaakte.
Hijgend zakte ze op zijn borst, een verzadigde glimlach om haar lippen.
“Goed zo, papa. Merel is verleden tijd.”
Laat in de middag bracht Sophie Merel thuis. Ze bleven in de auto zitten. Regen tikte op het dak. De ramen waren beslagen.
Sophie leunde over en kuste haar diep. Haar hand gleed onder Merels trui, streelde haar buik, omhoog naar haar borst. Teder, maar hongerig. Merel kreunde zacht toen Sophies duim over haar tepel streek.
“Ik weet niet wat er met je aan de hand is,” fluisterde Sophie, “maar ik wil er voor je zijn. Je hoeft niet alleen te zijn. Nooit meer.”
Merel voelde tranen komen. Ze kuste haar harder, trok haar dichterbij. Hun ademhaling sneller, handen gretiger, maar het bleef zacht. Veilig.
Toen Merel uitstapte, keek ze nog één keer om. Sophie glimlachte warm.
Merel opende de voordeur en hoorde Hannah en Caleb binnen lachen en kreunen.
Haar telefoon trilde.
Sophie: Ik wil je morgen weer zien. Echt zien. Geen geheimen meer.
Merel las het berichtje, tranen in haar ogen, een klein glimlachje op haar gezicht.
Voor het eerst in jaren voel ik iets wat op hoop lijkt. Sophie… misschien kun jij me redden. Misschien kunnen wij elkaar redden.
Maar diep vanbinnen weet ik dat de duisternis nog niet klaar is met mij.