Hendrik-jan kwam die middag onverwacht terug naar de kerk. De biechturen waren allang voorbij, de deuren op slot, de kaarsen half opgebrand. Hij had een fles wijn gehaald en wilde even in de stilte van het biechthokje zitten, nadenken over de zonden van de dag. Maar toen hij het zware gordijn opzijschoof, bevroor hij.
Daar zat Pieter. Achttien jaar, de assistent in opleiding, mager en bleek, met die altijd iets te grote ogen en de zachte mond die nog niet helemaal gewend was aan het preken. Zijn soutane was open, zijn broek tot over zijn knieën gezakt, en tussen zijn gespreide benen zat het kleine witte hondje van de koster. Het beestje sabbelde gretig aan Pieter’s stijve, jongensachtige lul, de roze tong die over de eikel gleed, de snuit nat van speeksel. Pieter had zijn hoofd achterover laten hangen, ogen halfdicht, een hand in de vacht van het hondje, en kreunde zacht terwijl het diertje hem pijpte.
Hendrik-jan voelde de woede en de geilheid tegelijk door zijn lijf trekken. Zijn eigen lul werd hard in zijn broek. Hij greep Pieter bij de haren, trok hem hard achterover en gromde: “Jij vuile, zondige jongen. In het biechthokje. Met dat beest. Op heilige grond.”
Pieter schrok zo heftig dat hij bijna van de bank viel. Het hondje piepte en sprong weg, de snuit nog glimmend. “Pastoor… ik… ik kon het niet helpen…”
“Mond dicht,” snauwde Hendrik-jan. “Je krijgt je straf. Hier. Nu. Op het altaar.”
Hij sleepte de jongen de biechtstoel uit, door het koor, naar het hoge altaar. De witte doeken hingen er nog, de kandelaren stonden onaangeraakt. Hendrik-jan duwde Pieter met kracht voorover over het koude marmer. De jongen kermde toen zijn buik en borst tegen de harde steen drukten. Hendrik-jan rukte de soutane omhoog, trok de broek helemaal weg en keek naar het strakke, bleke kontje dat daar lag. De spleet was nog droog, de balletjes strak tegen het lichaam getrokken.
Hij spuugde in zijn hand, wreef het speeksel tussen de billen van de jongen en duwde twee vingers hard naar binnen. Pieter krijste, probeerde weg te kruipen, maar Hendrik-jan hield hem stevig vast met een hand in zijn nek.
“Dit is je reiniging,” gromde de pastoor. “Je hebt je lul laten sabbelen door een hond in het huis van God. Nu krijg je mijn heilige lul in je zondige reet. Tot je schoon bent.”
Hij trok zijn eigen broek open. Zijn dikke, grijze pik stond steenhard, de eikel al glimmend van voorvocht. Hij legde de kop tegen het strakke gaatje, duwde aan, en met één harde stoot gleed hij tot de helft naar binnen. Pieter gilde, zijn vingers die krampachtig over het altaarkleed krabden. Hendrik-jan trok zich een stuk terug en stootte opnieuw, nu helemaal tot de balzak. De jonge reet was verschrikkelijk strak, heet en knellend om zijn lul.
Hij begon te neuken. Knoerthard. Elke stoot dreunde door het lichaam van de jongen, deed zijn magere heupen tegen het marmer klappen. Het geluid van huid op huid galmde door de lege kerk. Hendrik-jan keek naar beneden, naar zijn dikke, grijze schacht die in en uit het bleke kontje gleed, naar de manier waarop de opening zich wijdde en weer samentrok, naar de dunne sliert speeksel en voorvocht die al langs Pieter’s balletjes droop.
“Voel je dat?” snauwde hij tussen de stoten door. “Dit is de straf voor je zonde. Mijn lul wast je schoon. Je reet is nu mijn biechtstoel.”
Hij neukte harder, greep Pieter bij de heupen en trok hem bij elke stoot stevig naar achteren. De jongen snikte, kreunde, vloekte zachtjes, maar zijn eigen lul was ondertussen weer stehard geworden en droop op het altaarkleed.
Hendrik-jan lachte hees. Hij boog zich voorover, beet in Pieter’s schouder, en fluisterde vlak bij zijn oor: “Je komt er straks ook van. Of je wilt of niet. Je zondige lul gaat spuiten terwijl ik je reet volstort.”
Hij veranderde van hoek, stootte nog dieper, raakte steeds opnieuw die plek die de jongen deed trillen. Pieter begon oncontroleerbaar te kreunen, zijn kont die zich nu bijna willig naar achteren duwde. Hendrik-jan voelde de lust als een hete, zware golf vanuit zijn ballen omhoog kruipen. Hij neukte als een bezetene, het altaar kraakte zacht onder hen, de kaarsen trilden.
Toen hij voelde dat hij niet meer kon houden, duwde hij zich tot het uiterste naar binnen, hield zich vast aan Pieter’s heupen en spoot. Dikke, hete stralen heilig zaad spoot hij diep in de jonge reet, stoot na stoot, tot het al langs zijn eigen lul naar buiten begon te druipen. Pieter kwam bijna tegelijk, zijn magere lichaam dat verstijfde, zijn lul die ongecontroleerd over het altaarkleed spoot, witte stralen die zich vermengden met de heilige doeken.
Hendrik-jan bleef nog even diep in hem zitten, ademde zwaar, voelde hoe de strakke reet om zijn langzaam zachter wordende pik bleef knijpen. Toen trok hij zich met een nat geluid terug. Een dikke sliert zaad volgde, hing even tussen zijn eikel en het open, rode gaatje, en viel toen op het altaar.
Hij gaf Pieter een harde klap op de bleke bil. “Blijf zo liggen. Laat het erin. Dit is je absolutie.”
Het hondje was ondertussen weer dichterbij gekomen, snuffelde aan de druppels zaad die op de grond waren gevallen. Hendrik-jan keek ernaar, glimlachte duister, en duwde met zijn schoen het beestje dichter naar Pieter’s nog open, druipende reet.
“Lik hem schoon,” beval hij zacht. “Jij hebt de zonde begonnen. Nu help je hem afmaken.”
Het hondje aarzelde geen moment. De kleine tong begon te likken, over de natte, rode opening, over de druppels heilig zaad die nog uit Pieter droop. De jongen rilde heftig, kreunde opnieuw, half van schaamte, half van de overgevoelige sensatie. Hendrik-jan stond ernaast, trok langzaam opnieuw aan zijn halfharde lul, en keek toe hoe het dier de jonge assistent schoonlikte op het altaar van God.
Buiten viel de avond. Binnen rook het naar seks, naar zaad, naar honden speeksel en brandende kaarsen. En de pastoor, tevreden en nog lang niet klaar, besloot dat de straf vanavond nog lang niet voorbij was.