De volgende ochtend meld ik mij op tijd bij de woning van Peter en zijn familie. Een trip naar het National Kruger Park staat op de planning. Dean is er niet. Hij is gisteravond na onze bedactiviteiten teruggegaan naar zijn ouderlijke woning en is nu zijn vriend Jason aan het ophalen. Die arriveert vanochtend met de eerste vlucht vanuit Pretoria naar Hoedspruit.
Na het ontbijt, als Dean terug is met Jason, gaan we naar het Kruger National Park. We nemen de Landrover van Peter. Hij zit samen met Christina voorin. Jason, Dean en ik zitten op de achterbank. Ik mag in het midden zitten want dan heb ik het beste uitzicht door de voorruit. Eerste rijden we vanuit Hoedspruit naar het park, wat ruim een uur rijden is. Bij de ingang gaat Peter kaartjes kopen terwijl wij in de auto wachten. Je mag alleen met de auto het terrein op, en je mag ook niet uitstappen. Alleen in zogenaamde kampen is een plek waar je de auto uit mag. Eenmaal binnen waan je je alleen op de wereld. Je komt nauwelijks nog iemand tegen. Ik hoor dat het park ongeveer driehonderd kilometer lang is en ongeveer zestig kilometer breed, met een oppervlakte van bijna twintigduizend vierkante kilometer. Dat is net zo groot als half Nederland! Het is dan ook onmogelijk het hele park te bekijken. Ik begrijp van Peter dat we vandaag eigenlijk maar een ieniemienie stukje van het park te zien krijgen. Maar dat maakt het niet minder interessant. We kachelen op een slakkengangetje over een vrij smalle verharde weg. Links en rechts van ons zien we enorme vlakten met lage struikjes. Het duurt even, maar dan wordt ons geduld beloond. Eerst zien we wat giraffen in de verte, later zien we zebra’s. En niet ver daarna steekt een hele kudde olifanten voor onze neus de weg over. Als ze even verder naast de weg staan rijden we erlangs en blijven even stil staan om ze goed te kunnen bekijken. Een babyolifantje is nieuwsgierig en wil in de richting van onze auto lopen, maar zijn moeder steekt daar een stokje voor. Ze loopt dreigend in de richting van onze auto waarop wij besluiten snel verder te tijden.
Uren later rijden we terug richting Hoedspruit. We hebben uiteindelijk nog een hele rits ander beesten gezien, waaronder leeuwen, neushoorns en een nijlpaard, met een baby in een grote poel. Dean houdt zich de hele reis koest. Althans, de eerste helft van de reis. Dat verandert na verloop van tijd. Hij tikt iedere keer op mijn been als hij iets ziet dat de moeite waard is. Om vervolgens te wijzen naar hetgeen ik van hem moet zien. Echter ieder aanraking duurt steeds iets langer. Op een gegeven verdwijnt zijn hand helemaal niet meer van mijn bovenbeen. Ik vind alles best. Ik leg mijn hand op de zijne en knijp er zachtjes in. Jonas ziet alles gebeuren en vindt het wel grappig.
Als Peter en Christina in een discussie verwikkeld zijn buigt hij naar mij toe.
"Bloeit hier iets op?", fluistert hij zodat ze het niet horen. Ik schud mijn hoofd. Ik heb helemaal geen zin in een relatie, want daar doelt hij waarschijnlijk op. Het is leuk zolang het duurt, maar ik ben sowieso in een week of twee weer weg. Ik ben zelfs morgenochtend al weg want dan vertrekken Peter en ik naar Pretoria om te werken terwijl Christina, Jason en Dean langer blijven om nog een paar dagen vakantie te vieren. Wat niet wil zeggen dat ik niet geniet van de aanrakingen. Als we weer terug zijn in het huis van Peter en Christina is het al laat. We hebben onderweg gegeten dus ik maak al snel aanstalten om naar mijn hutje te gaan. Omdat Jason er is zal Dean niet mee gaan. Aan de ene kant vind ik het jammer, aan de andere kant wil ik niet dat hij serieuze gevoelens voor mij krijgt. Hij loopt met mij naar buiten als ik uiteindelijk weg ga en we tongen nog even buiten. Dan loop ik terug naar mijn hutje.
Het is nog vroeg in de ochtend als Dean voor mijn hutje staat. Hij komt mij oppikken en is met de Landrover zodat ik gelijk mijn bagage in kan laden. Na het ontbijt brengt hij mij en Peter naar het vliegveld van Hoedspruit. Peter en ik zullen terug naar Pretoria vliegen. Christina, Dean en Jason blijven nog een paar dagen vakantie vieren en zullen dan met de auto terugrijden.
Het vliegveld van Hoedspruit is klein. Zo klein dat de persoon die ons incheckt ook de securitycheck doet en onze paspoorten controleert. Als we buiten onder een parasol zitten te wachten op ons vliegtuig zie ik een aap rondscharrelen die op zoek is naar wat te eten. Zodra de incheck meneer hem in de gaten heeft gaat hij er vandoor. Het twee meter hoge hek vormt geen enkele barrière voor hem. In notime klimt hij erover voordat iemand ook maar in zijn buurt kan komen.
Als het vliegtuig is gearriveerd zie ik dat het een klein propellervliegtuig voor hooguit een stuk of dertig passagiers. Als iedereen is uitgestapt en zijn bagage heeft gepakt mogen we instappen. We moeten zelf onze bagage meenemen en in het bagageruim tillen, waar een medewerker ze netjes opstapelt. Als we het vliegtuig instappen zie ik dat het nog niet voor de helft vol. Peter en ik kiezen ervoor om ieder aan een zijde van het gangpad te gaan zitten, zodat we kunnen kletsen maar toch genoeg beenruimte hebben.
Na een korte vlucht komen we aan in Pretoria. Peter regelt een taxi en we gaan richting de klant. Eindelijk kan ik aan het werk. André en Arthur, twee collega's van mij, zijn al een paar weken bezig om de boel op te bouwen. Arthur staat buiten te wachten als we aankomen. Peter en hij kennen elkaar inmiddels en Arthur brengt ons in een paar zinnen op de hoogte van de status. Ik heb inmiddels mijn bagage uit de taxi gehaald en terwijl Peter vertrekt neemt Arthur mijn bagage van mij over en brengen we deze naar zijn huurauto. Daarna gaan we naar binnen waar ik een half uur bezig ben om mij te registeren. De klant is een farmaceutisch bedrijf. De installatie die we aan het bouwen zijn moet pakketten met medicijnen sorteren. De pakketten gaan naar voornamelijk apothekers en winkels die medicijnen verkopen. Het zijn grotendeels middelen die erg kostbaar kunnen zijn en grotendeels ook alleen op recept verkrijgbaar zijn, dus de veiligheidsmaatregelen zijn aanzienlijk scherp. We komen dus ook niet zomaar binnen.
Als ik eindelijk binnen ben zie ik dat de installatie mechanisch gereed is. Arthur en André zijn volop bezig de installatie te testen. Zij doen dit keer de PLC-software, ik ben er alleen voor de interface met de systemen voor de klant. De software die ik voorbereid heb moet worden geïnstalleerd op een server die door de klant geleverd moet worden, echter Arthur en André hebben geen idee hoe en wat dit in zijn werk moet gaan en waar de betreffende computer staat. Terwijl André doorgaat met testen ga ik samen met Arthur op zoek naar iemand die hier meer van zou moeten weten. Na wat heen en weer gevraag worden we naar Denzel gestuurd. Denzel is hoofd van de afdeling. Hij is een enorme donkerbruine man, bijna zwart, ik schat één meter negentig lang. Hij heeft een imposant voorkomen. Zijn witte shirt zit zo strak dat deze niets van zijn gespierde torso verborgen houdt. Ik zit hem aan te staren als hij zijn hand uitsteekt om kennis te maken. Ik ben spontaan mijn naam vergeten.
"Denzel, aangenaam", grijns hij als hij ziet dat ik hem met open mond aan zit te gapen.
"Eh... Klaasje, ook aangenaam kennis te maken", hakkel ik.
"Hoi Klaasje, zeg het eens, waarmee kan ik je helpen?"
Ik leg hem uit waarvoor ik ben gekomen en dat we op zoek zijn naar de server waar ik mijn software op moet instelleren.
"Okay, duidelijk, ik begrijp wat de bedoeling is. Ik moet even bellen, moment." Denzel pakt zijn mobiele telefoon en begint te bellen. Hij heeft niet gelijk de juiste persoon te pakken en moet meerdere keren opnieuw bellen voordat hij de juiste persoon te pakken heeft. Arthur is ondertussen weet teruggegaan naar de installatie, zodat ik alleen met Denzel in zijn kantoortje sta. Dan drukt hij zijn telefoon in mijn handen.
"Dit is iemand van de IT-afdeling, hij wil je even spreken."
"Hoi met Klaasje", zeg ik als ik de telefoon van Denzel overneem. De volgende minuten spreek ik met de persoon die gelukkig weet waarover ik het heb en wat ik nodig heb. Terwijl ik met hem aan de lijn ben zie ik dat Denzel mij van top tot teen zit te scannen. Het puntje van zijn tong glijdt over zijn lippen. Ik krijg het er warm van en heb moeite mij te concentreren op het gesprek. Maar uiteindelijk hoor ik wat ik wil horen. De IT-mensen hebben in onze besturingskast een router opgehangen. De bedoeling is dat we onze PLC met deze router verbinden. Ik kan mijn laptop ook hierop aansluiten en dan zou ik via een remote-desktop verbinding de server moeten kunnen bereiken om mijn software te installeren. Ik krijg het IP-adres en de inlogcodes van de server en schrijf deze op. Als ik eindelijk ophang geef ik mijn telefoon terug aan Denzel.
"Alles gelukt? Kun je verder?"
"Ja, ik weet even genoeg, dank voor je hulp."
"Graag gedaan, als er nog wat is laat het weten. Je weet mij te vinden. En mocht ik hier niet zitten, dit is mijn telefoonnummer." Hij pakt een memoblok van zijn bureau en schrijf er een telefoonnummer op.
"Dank voor je hulp."
Ik wil net weggaan als hij nog een vraag stelt.
"In welk hotel slapen jullie? Is dat ene beetje goed hotel?"
"Geen idee", antwoord ik naar waarheid. "Ik ben net aangekomen en nog niet in het hotel geweest. Ik heb ook geen idee welk hotel het is, ik rijd met mijn collega's mee, die hebben een auto gehuurd."
"Okay... ik dacht misschien kunnen we een keer wat gaan drinken."
Ik moet glimlachen.
"Misschien wel, later deze week. Als ik een beetje gesetteld ben."
"Houd ik je aan!", zegt hij met een grijns.
De rest van de dag ben ik bezig de software te installeren en de database in te richten die mijn software gebruikt. Als ik hier eindelijk mee klaar ben staan André en Artur al te wachten om naar het hotel te gaan. Ik sluit mijn laptop en pak mijn spullen in. Een kwartiertje later zitten we in de auto naar het hotel. Ondanks dat ik al een paar dagen hier ben moet ik wennen aan het warme weer. In de fabriek is er airco, dus daar is het prima uit te houden, maar iedere keer die wisselingen tussen koud en warm is iets waar ik erg aan moet wennen. Dus ik snak naar een douche, eten en dan op bed liggen. Gelukkig is het hotel niet ver van de fabriek. Na een kwartiertje rijden zijn we er. Het is iets na zessen. Ik check in en dan spreken we om zeven uur af in de lobby van het hotel om dan ergens te gaan eten. Ik pak mijn spullen en ga richting mijn kamer. Daar aangekomen ontdek ik dat de airco nog uit staat. Dus ik zet hem aan en stap onder de douche.
Als ik na tien minuten klaar ben en naakt in mijn koffer naar schone kleren zoek merk ik dat het nog niet veel koeler is geworden in de kamer. Ik schiet in mijn kleren en loop naar het kastje van de airco toe. Hij staat toch echt aan maar als ik mijn hand voor het rooster houd voel ik dat de lucht die eruit komt niet koel is. Ik pak de telefoon die op mijn nachtkastje staat en bel de receptie. Ik leg uit wat het probleem is.
"Ik stuur gelijk iemand", beloofd de dame van de receptie.
Tien minuten later wordt er op de deur geklopt. Ik doe de deur open en zie een grote donkere man staan die mij wel heel bekend voorkomt. Alleen heeft hij een jasje aan van het hotel terwijl ik hem mij herinner in een veel te strak wit T-shirt.
"Denzel? Wat doe jij hier?"
"Dit is mijn tweede baantje, 's avonds en in het weekend ben ik de assistent-manager hier", grijnst hij. Ik kijk hem fronsend aan.
"Heb je twee parttimebanen?" Dan zie ik het naambordje op zijn borst dat vermeld: 'Yazid, assistent-manager'.
"Je heet helemaal geen Denzel!" Nu moet hij lachen.
"Klopt, je hebt hem door. Denzel is mijn tweelingbroer." In ben even van mijn à propos. Er lopen twee van deze goden rond! Ik denk het niet alleen, ik zeg het ook.
"Als wij goden zijn, dan hebben ze ook een engel uit de hemel gestuurd." Een vette knipoog komt mijn kant op, met een blos op mijn gezicht als gevolg. "Maar zeg eens Angel, wat is er aan de hand? Je had gebeld."
Als ik weer op aarde heb geland wijs ik naar de airco.
"Hij doet het niet."
Yazid loopt naar het bedieningskastje en voert dezelfde handelingen uit die ik zonet zelf ook al heb gedaan. Hij komt ook tot de conclusie dat er iets mis is met de airco.
"Vind je het erg als je moet verkassen naar een andere kamer?"
"Nee hoor, ik heb nog niets uitgepakt behalve mijn douchespullen en schone kleren voor vanavond."
Hij belt met de receptie en geeft mij een ander kamernummer door.
"Als jij je spullen pakt en dan naar je nieuwe kamer gaat dan loop ik even naar de receptie om een nieuwe keycard te halen, zie ik je daar, okay?"
"Okay, tot zo."
Yazid gaat er vandoor en ik pak snel mijn spullen in. Ik app even naar mijn collega's dat ik wat later kom, want ik zie dat het ondertussen al tijd ik om naar de lobby te gaan om te gaan eten. Tegen de tijd dat ik bij mijn nieuwe kamer aankom staat Yazid al binnen. Hij heeft mijn nieuwe keycard op het bureautje gelegd en de airco aangezet.
"Hallo miss Klaasje, deze doet het in ieder geval wel", zeg hij met een glimlach op zijn gezicht.
"Dank je Yazid, voor de snelle hulp."
"Graag gedaan miss, kan ik anders nog voor je doen?"
Ja, vanavond terugkomen als je dienst erop. Dat denk ik, maar dat zeg ik uiteraard niet.
"Nee, dat was het."
Even later ben ik samen met Artur en André op weg naar een restaurant. Het hotel heeft geen uitgebreide keuken, dus de mannen waren hier al snel uitgekeken op het menu en gaan daarom iedere avond ergens buiten het hotel eten. We eten in een of andere hamburgertent. Rond een uur of half tien zijn we weer terug in het hotel. De mannen willen gelijk naar hun kamer en ik loop met ze mee, als ik bedenk dat ik vanwege de kapotte airco een andere kamer heb gekregen. Ik loop terug om een andere gang te pakken als ik langs de hotelbar kom.
"Hoi Klaasje", hoor ik ineens. Ik kijk in de richting van het geluid en zie daar Yazid staan. Hij heeft zijn hoteluniform verruild voor een spijkerbroek en een fel veelkleurig overhemd. Ik loop in zijn richting omdat hij mij uitnodigend wenkt.
"Hoi Yazid. Klaar met werken?" Hij kijkt mij vragend aan en moet dan lachen.
"Ah, je hebt mijn broer ook ontmoet!" Een big smile verschijnt op zijn gezicht. Ik grom.
"Voeren jullie de hele dag een wisseltruc uit? Moet jij niet medicijnen inpakken?" Hij moet luid lachen.
"Ik kom Yazid ophalen, hij moet werken tot tien uur maar ik ben iets te vroeg dus vandaar dat ik hier even op hem wacht. Wil je wat drinken?"
Ik kijk op mijn horloge, ik ben eigenlijk bekaf maar een drankje doen met Adonis kan ik niet weigeren.
"Okay, één biertje dan."
Ik pak een barkruk en ga naast Denzel zitten. We kletsen even over het project. Ik krijg mijn biertje en hij nog een cola. Ik heb net een slok genomen als ik Yazid aan zie komen lopen. Hij heeft net als zijn broer zijn werkkleding verruilt voor andere kleding.
"Hoi miss Klaasje, hoi brother", begroet hij ons.
"Hoi broer, we hebben net wat te drinken gekregen. Wil je ook wat?" Ik zie hem twijfelen. Dan kijkt hij mij aan en knikt hij gelijk.
"Dat kan ik niet weigeren met zulk aangenaam gezelschap", grijns hij terwijl hij mij aankijkt.
"Ik ben blij dat je mijn aanwezigheid kunt waarderen broer", zegt Denzel.
"Ik bedoelde miss Klaasje, eikel!" Ik moet lachen om het gekibbel van de broers.
Het wordt onverwacht toch erg gezellig. De mannen flirten onophoudelijk met mij en ik zit meermaals met een blos op mijn wangen en de tintelingen in mijn kruis duren maar voort. We vergeten alle drie de tijd en ik ben al twee biertjes verder als ik op mijn horloge kijk en bedenk dat ik de volgende dag op tijd wakker moet zijn. Ondanks dat ik het eigenlijk niet wil dwing ik mijzelf verstandig te blijven.
"Heren ik vind het erg gezellig maar ik moet toch echt naar bed. Morgen is het weer vroeg dag."
"No problem, schoonheid." Denzel knipoogt naar mij, "misschien moeten we wat afspreken? Dit weekend of zo?"
"Daar zeg ik geen nee tegen, maar ik moet even kijken hoe het gaat. Ik heb ook nog twee collega's waarmee ik rekening moet houden en als die zaterdag door willen werken kan ik niet weigeren."
"Dan kunnen we in ieder geval zondag afspreken?" Denzel kijkt mij vragend aan.
"Okay, dat moet lukken."
"Gezellig!", zegt Yazid dan. Ik kijk de mannen vragend aan.
"Dus dit is een afspraakje met ons drieën?"
"Twee voor de prijs van één", grapt Denzel, "wat wil je nog meer."
"Okay... lijkt mij leuk." Ik voel de hitte naar mijn gezicht stijgen en neem gauw afscheid van de mannen. Ik geef ze allebei een zoen op de wang, zwaai naar ze en maak dan dat ik wegkom.