Ik werd wakker van een krassend geluid. De deur. En even later een zacht piepje. Ah, twee honden waren wakker en wilden aandacht. Nou ja, het was… tien over acht. Dan was het wel tijd voor die twee schurken. Voordat Joline wakker werd er maar uit. Snel trok ik een trainingsbroek aan, pakte sokken, gymschoenen en een jasje en glipte de kamer in. Bengel begon meteen te snuffelen, Mocca wilde tegen me opspringen. “Niks ervan Mocca. Zit.” Ik kleedde me aan, pakte m’n sleutels en nam de honden mee naar buiten. Lift in, naar beneden en richting uitlaatveld. Ik had ze beiden niet aangelijnd, maar de honden bleven keurig naast me lopen. Op het uitlaatveld werd er geplast en gepoept. Even door naar het losloopveld…
Daar gingen ze los: rennen, stoeien, achter elkaar aan vliegen… Ze hadden de grootste lol, de staarten vlogen heen en weer. Bengel was duidelijk sterker, maar Mocca was sneller en wendbaarder. Toen de honden wat rustiger werden riep ik ze bij me en vertrokken we richting huis. Met de trap omhoog? Nee, ze hadden voldoende energie kunnen spuien en eerlijk gezegd: ik had geen zin in negen verdiepingen traplopen. Dus: de lift. Eenmaal weer binnen zette ik theewater op en met een blad met twee bekers liep ik de slaapkamer in, de honden achter me aan. Bengel ging naast Joline zitten en legde een poot op haar arm.
“Hé Bengeltje… Ben je alweer wakker, meisje?” Joline kwam overeind. Mocca vond dat een vrijbrief om op bed te springen. “Hé! Mocca! Off!” Ze duwde de hond van het bed af. “Ben jij gek… Zit! Hoi Kees. Hou je die hondenbeesten een beetje in toom?” Ik kuste haar. “Hallo liefje. Die hondenbeesten hebben er al een tijdje rennen en stoeien op zitten, mevrouw. Terwijl jij nog lekker lag te ronken, mooie slaap-prinses van me.” Ze keek me aan. “Heb je alweer gerend?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee hoor. Alleen deze mooie viervoeters uitgelaten en ze even laten dollen op het losloopveld. Zij hebben gerend, ik niet. Ik heb alleen maar een bakje thee gezet voor mijn liefje.” “Hmmm. Mag je vaker doen.” Ze kuste me even.
“Heb je Pa en Ma ook thee gebracht?” Ik trok een wenkbrauw op. “En dan de uitnodiging krijgen om te kijken, maar niet mee te doen? Nee, dank je wel.” Ze schoot in de lach. “Dát zou wat zijn… Maak maar een kopje thee, klop netjes aan en wie weet mag je binnenkomen. Als je ‘nee!’ te horen krijgt weet je hoe laat het is. Húp!” Zachtjes mopperend liep ik de keuken in. Enfin, we zien wel. Even later klopte ik op de deur van de logeerkamers. “Rob… Tony… Ik sta hier met een paar kopjes thee. Mag ik binnenkomen?” Rob antwoordde. “Met thee? Altijd, Kees.” Beiden lagen nog op bed. “Goedemorgen! Roomservice. De rest van het ontbijt staat om negen uur op tafel, dame en heer.” “Dankjewel, Kees. Lekker. We komen er zo uit.”
Eenmaal terug bij Joline keek ze ondeugend. “En?” Ik schudde mijn hoofd. “Niks ‘én’, schat. Jouw lieve ouders lagen netjes onder hun dekbedjes. Rob had zijn handen er zelfs boven.” Ze humde. “Dat valt me dan weer mee van hem.” Wij dronken ook onze thee op, daarna aankleden en de bar klaarmaken voor het ontbijt. Eitjes koken… Ik keek in de provisiekast. “Zal ik zo’n blikje witte bonen in tomatensaus opwarmen, schat?” Een vernietigende blik kwam mijn kant uit. “Dat is een prima recept, Kees. Om heel snel uit de gratie te raken, ben jij gek…”
Een uurtje later, met een koffie voor ons, zei Tony: “Wij gaan zo vertrekken, jongens. En ja ik weet dat we dan Kees z’n nasi mislopen, maar dat is misschien wel zo goed voor onze smaakpapillen.” “Die worden niet vernaggeld door mijn nasi, Tony. Hooguit door de sambal die je er zelf overheen kiepert.” Ze keek verwijtend. “Ik heb iets van Nadia gehoord. Laat maar.” Even later namen we afscheid. “Voordat Mocca naar Herpen gaat, laten jullie dat toch wel horen hé?” Rob keek vragend. “We willen wel even afscheid nemen van deze mooie hond. En Bengeltje ook wel, denk ik.” Dat beloofden we. Tony knielde naast Mocca. “Ga je je netjes gedragen, Mocca?” Een lebber over haar gezicht was het antwoord. “Goed zo jochie. Brave hond!” “Gedraag jij je ook een beetje, Kees?” zei ze, toen ze weer overeind kwam. “Wou je nog zo’n lebber, Tony? Je hoeft het maar te zeggen hoor…” Ze gniffelde. “Geef me maar een schoonzoon-achtige knuffel. Idioot.”
Ik omarmde haar. “Tot ziens, Tony. Fijn dat jullie er waren. We vonden het bijzonder gezellig.” “Idem, Kees. Binnenkort met de hele meute maar weer eens bij elkaar komen, oké?” “Volgende week, Tony. Op de bruiloft van Greet en Anita. Dan heb je de hele kudde weer compleet.” “Arm bruidspaar…” mompelde Rob. “Ik heb nu al medelijden. Dat hele gezelschap bij elkaar en dan die bugel ook nog eens een keer.” “Én een trompet, lieve papa van me. Derk speelt ook in die dienst.” Ik vulde aan: “En je lieve dochtertje, Rob.” Hij keek naar Joline. “Ga jij…” Ze knikte. “Zingen. Samen met Wendy. Gaat goedkomen.” “Nou, dan zoek ik m’n oordoppen alvast. Hard nodig.” Joline pakte hem bij de kraag van zijn overhemd. “Niks oordoppen. Brecht, Derk en Kees spelen de sterren van de hemel en Wendy en ik zingen. Je gaat genieten, Pa.” Hij kuste haar. “Zal ik doen mooie dochter. Kom professor. Ruk je los uit de armen van je schoonzoon, we gaan richting Malden. Bengel, kóm!” Bengel was nog even druk om Joline te likken, daarna ging hij mee. Netjes naast Rob.
Mocca piepte even toen ze in de lift verdwenen. “Die twee zijn de dikste maatjes geworden, Kees.” Ik knikte. “Ja. Prachtig om te zien. Waar de ene was, wat de ander niet ver uit de buurt. Maar we zullen Mocca even helpen bij het verwerken van dit verlies… Mocca, wou jij een kluifje?” De oren werden gespitst en een bruine kop keek me aan met de uitdrukking ‘Méén je dat nou echt?’ Ze rende naar binnen en ging netjes voor de kast zitten waar de ‘hondenspullen’ in lagen: het hesje van Hulphond, lange riem, borstels en de kluifjes. “Goed zo Mocca. Brave hond.” Ik viste een kluifje uit het zakje en Mocca pakte dat keurig aan. “Lekker joh. Geniet ervan.” De hond ging op zijn kleedje liggen en binnen de minuut was het kluifje verdwenen. Toen zakte de kop op de voorpoten en lag hij, lekker ontspannen naar ons te kijken. “Zo. Die is ook tevreden””, zei Joline. “En nu wij. Wat gaan we doen vandaag, Kees?” Ik dacht even na. “Ik moet m’n spullen voor de Harskamp nog in orde maken. M’n Opsvest nog wat herschikken, want daar zitten een paar dingen die me nog niet bevallen. M’n rugzak bepakken voor een nachtje elders slapen, slaapzak… Enfin, het bekende gedoe.” “Voor mij niet zo bekend. Laat maar eens zien, majoor.”
Ik haalde mijn Opsvest en m'n helm uit de kast waar ik m’n militaire spullen had. “Wát een tasjes en spullen, Kees. En dat heb je allemaal nodig?” Ik knikte en wees aan. “Ja. Gasmasker, pioniersschop, magazijnhouders, veldfles met mok, tasje voor het onderhoudssetje van je wapen, noodverband…” Ik haalde de magazijntassen er af. “Die wil ik anders hebben. Meer naar rechts. Als je ligt en je moet een magazijn wisselen, wil je niet al te ver omhoogkomen. Iets naar rechts rollen, oude magazijn er uit, nieuwe pakken, plaatsen en dóór. Dus…” Het was behoorlijk frunnikken om alle dingen te herschikken. Het Opsvest en de tasjes waren nieuw en stug. De plastic houders voor de magazijnen werden voorzien van elastiek. “Waar dient dat voor?” “Die grijze houders schuif je over je magazijnen. Zitten met elastiek aan je Opsvest. Als je in gevecht bent, heb je geen tijd om je magazijnen netjes op te bergen. Het oude magazijn uit je wapen en meteen het nieuwe erin. Het oude blijft dan aan dat elastiek bungelen. En nee, dat ziet er niet uit, maar je houdt je magazijnen ten minste bij je. Tijdens een rustig momentje kun je de handel wel weer opbergen… nadat je je magazijnen hebt gevuld. Als ik op pad was met de Accuracy had ik andere magazijntassen. Groter.” Joline keer vragend. “Hoezo?” “De munitie voor de Accuracy is ook groter, schat. De Diemaco, nu de Colt, heeft 5,56mm als kaliber. De Accuracy 12,7mm. En niet alleen de kogel is groter, de huls er achter is ook bijna drie keer zo groot als van de Diemaco. En dus het magazijn ook, ondanks dat er maar tien patronen in zitten. Maar goed, ik denk dat men mij geen vijf magazijnen Accuracy-munitie ter beschikking stelt… Dat zou een duur grapje worden. Als ik één vol magazijn mag leegschieten is dat al vrij genereus, denk ik.”
Al kletsend en zaken uitleggend ging de tijd snel en een uurtje later had ik het spulletje gereed en legde het in de hal. “Dan vergeet ik het morgen ten minste niet.” Joline lachte schamper. “Jij dit spul vergeten? Echt niet, Kees Jonkman. Morgenochtend sta jij om zes uur al in de startblokken, zo ken ik je wel. Heb je dit spul al om als je nog aan het ontbijt zit.” Ze stak haar tong uit. “Kom, dan maak ik een kop koffie voor mijn stoere majoor. En wil ik even met jou kletsen over iets waar ik al een tijdje mee rondloop.” Ik keek vragend, maar Joline schudde haar hoofd. “Bij de koffie, Kees.” “Oké, schat. Dan hou ik Moccaatje wel even bezig. Mocca!” De hond sprong overeind. “Hé mooie bruine schurk… Pas jij goed op Joline, als ik er een nachtje niet ben?”
Hij likte mijn handen en vanuit de keuken hoorde ik: “Ik heb een persoonlijke bruine bodyguard als ik ‘m uitlaat, hoor Kees. Mocca blijft keurig binnen zichtafstand als hij losloopt. En als er mensen aankomen loopt hij altijd vlak naast me. Heus, Mocca past prima op me.” “Goed om te horen, schat.” Ik gaf Mocca een aai. “En jij bent een brave bewaker, Mocca. Goed zo!” Joline zette de mokken op tafel en kwam tegen me aan zitten. Even was ze stil en ik liet het zo. Als Joline met iets zat, had het geen zin om haar te pushen...
“Kees… Wat zou jij er vinden als ik óók zo’n uniform zou aantrekken?” Mijn kaak viel bijna op de bank. “Wát?” “Je verstond me wel. Ik loop er al een tijdje over te denken. Jij draagt je steentje bij, ook als reservist. Ik zit dan thuis op de bank een beetje te zappen. Nutteloos te wezen. Dat vreet aan me, Kees.” Ik keek voor me uit. “Laat me even denken, schat…”
Mijn gedachten vlogen in het rond, maar na twee minuten keek ik haar aan. “Wil je dat écht? Je krijgt niets op een presenteerblaadje aangeboden, schat. Je moet gewoon de AMO doen, twee keer twee weken nogal afzien… en dan nog een aantal avonden… En dan de vraag: wát wil je als reservist gaan doen?” Ze giebelde even. “Het netwerk Economics van het CIMICbataljon heeft toch al een tijdje een vacature? Ongeveer sinds jullie laatste schietoefening?” Ik schoot in de lach. “Oh, jij wilt Adema 2.0 worden? Dan denk ik dat ons huwelijk niet zo lang standhoudt, schat. En die vliegvakantie naar dat tropische eiland kun je helemaal op je buik schrijven.” Ze giebelde mee, werd daarna serieus.
“Ik heb vorige week een tijdje met Derk aan de telefoon gehangen, Kees. En die ging tijdens dat telefoongesprek in zijn computer duiken; het netwerk Economics heeft 7 vacatures. Controllers, systeemanalisten, pure economen…” Ze keek me recht aan. “Ik ben economisch systeemanalist, Kees. Heb ik bijna een academische graad in. Mijn dissertatie gaat daar ook over en ik ben er goed in. Als ik op die manier mijn kleine steentje bij kan dragen…” Ik knuffelde haar. “Schat, als jij het ziet zitten: ga ervoor. Maar hou er ook rekening mee dat het regelmatig afzien is. De AMO is niet alleen puur opleiding, maar ook een selectieproces om de rotte appels van het gave fruit te scheiden.
En die AMO doe je met allerlei lui samen: jongens en meiden die ‘gewoon’ bij een Natresbataljon willen dienen. Dus niet alleen lui die bij CIMIC willen horen. Een allegaartje. Doorsnee van de samenleving. Lui met jouw opleidingsniveau, maar ook jongens en meiden die nét hun VMBO-diploma hebben. Net als vroeger tijdens de dienstplicht. Pas als je de AMO doorlopen hebt, kom je bij het CIMICbataljon. En dan moet je nog steeds fors studeren. Maar nu op alle procedures die Defensie nu eenmaal heeft. Kortom: het is geen kattedrek, je moet behoorlijk aan de bak.”
Ik zweeg even, dacht na. “Enfin, het fysieke aspect… daar zul je weinig moeite mee hebben. De DCP, de Defensie Conditie Proef, haal je met twee vingers in je neus, dat weet ik nu al.” “Daar heb je me dan ook héél goed voor opgeleid, mooie majoor van me…” Ze kuste me snel. “Ja. Goed van mij en van Fred, hé? Daar mag je hem ook wel voor bedanken.” Ze gromde nu. “Als je maar niet denkt dat ik samen met hem in zo’n tentje ga liggen, Kees.” En meteen volgde, nu op snijdende toon: “En al helemaal niet in zijn slaapzak!” “Nee schat, want daar ligt zijn liefje de mitrailleur MAG al in. Pas jij echt niet meer bij, ondanks je mooie slanke figuurtje.”
Ze zuchtte. “Volgens mij zie jij het al helemaal voor je. Eerst Fred in die slaapzak, dan die ‘vervloekte mitrailleur’ van hem er bij, en dan wil Jolientje er ook nog in? Ik denk dat de opdrukmeter van Mariëtte dan helemaal over de rode streep gaat.” Ik gniffelde. “Het lijkt me inderdaad wel een aardige opgave… Maarre, wat dacht je ervan om met die andere majoor een slaapzak te delen? Die knappe vent, hoe heet hij ook alweer… Oh ja: Jonkman. Die heeft geen mitrailleur in z’n slaapzak. Ik zie kansen…” Ze knuffelde me. “Niks slaapzak. Die majoor ligt bijna elke nacht naast me in een ruim tweepersoons bed. Zonder mitrailleur, Colt of Accuracy en met zijn buksen netjes in de kast. Dáár geniet ik van.” Ze keek me recht aan.
“Zie jij het zitten, Kees?” Ik knikte. “Ja. Je kunt het, dat weet ik zeker. We zullen alleen goed onze werkzaamheden op elkaar af moeten stemmen. En een modus vinden voor onze nieuwe viervoeter.” Joline haalde haar schouders op. “Kandidaten genoeg die op die hond willen passen, Kees. Sowieso al een stuk of vier in Arkel, twee in Malden… En als de hond in Arkel logeert, kan hij of zij prima mee naar DT.” Ik dacht weer even na. “Maar Jolien: als je hier echt serieus over bent: pas ná je afstuderen in gang zetten, schat. Soms draaien de molens van Defensie wat sneller dan waar je op gerekend had. Weet je nog, toen Fred en ik ‘ja’ hadden gezegd tegen Derk? Twee dagen later liepen we DCP en werden we gekeurd in Amsterdam. Anderhalve week later werden we bevorderd en waren we ervan. Dus: eerst afstuderen.”
Ze knikte. “Dat was ook mijn plan, Kees. Anders wordt het wél nogal hectisch. Eerst afstuderen, dan even uithijgen, wellicht nog een vliegvakantie naar een tropisch eiland en dan pas…” Ik onderbrak haar. “Hoho mevrouw. Even zonder dollen: dat uitstapje naar dat tropische eiland zal dan ook even op de lange baan geschoven moeten worden. Anders wordt ons leven wel héél erg druk, schat en ja, dat meen ik. We hebben beiden een stevige baan, een druk sociaal leven, Hulphond in huis, straks beiden reservist en dan nog kinderen? Dat wordt een beetje te veel van het goede, schat. Of…?” Ik keek vragend. Joline schudde haar hoofd. “Nee Kees. Mijn eierstokken klotsen nog niet, hoor. Maar een paar dagen er tussenuit na mijn afstuderen: ja, dat wil ik wél doen. En pas daarna ga ik Derk eens bellen, oké?”
Ik knikte. “Je bent een rare troela. Ik dacht dat je het na je studie wel even rustig aan wilde doen.” Ze giechelde. “Ga ik ook doen, Kees. Een lekker lang weekend of zo. Samen met jou. We hebben nog een bon van CenterParcs liggen, weet je nog? Gekregen van de loopgroep.” “Verrek… Nooit meer aan gedacht. Da’s waar ook. Lekker in zo’n huisje… Open haard aan en romantisch liggen te wezen. En ’s morgens vroeg snel nog een nummertje maken in zo’n badhokje.” Ik kreeg een stomp. “Dat doen alleen stelletjes die voor de eerste keer samen een weekendje weg zijn. Wij gaan romantisch voor die open haard liggen knuffelen. Niks badhokje. En nu, mooie majoor: gaan we een stuk lopen. Want er is één ding waar ik wel wat tegenop zie: marsen met al die zooi om m’n lijf. Als we gingen lopen droeg jij altijd de rugzak. Dáár moet ik wel op trainen. Dus: pak je burger rugzak, bepak dat ding met een kilo of tien en dan gaan we tien kilometer lopen. Eens kijken of ik dat aan kan.” “Hé, jij had de Titlis toch beklommen, samen met Rob en Toby? En toen droeg je toch ook een rugzak, neem ik aan? Want Rob senior zal echt niet al jullie maandverbanden hebben gedragen, hem kennende…”
Ik kreeg een por. “Húp! Inpakken die zooi.” Samen bepakten we twee rugzakken: mijn militaire rugzak en voor Joline mijn burger rugzak. Daar moesten natuurlijk nog wel wat draagbanden aan versteld worden, maar een half uurtje later liepen we de deur uit, richting Oirschotse Hei. Mocca sprong om ons heen. En ik maakte het Joline niet makkelijk. Eerst een redelijk stuk over nette voet- en fietspaden. Even warmlopen, daarna gingen we het terrein in. Bospaadjes, stukken rul zand en uiteindelijk een flink stuk tankbaan. En ik voerde het tempo langzaam op. Gelukkig had Joline ook een lange pas, dus ze bleef goed bij, maar ze had het er op sommige momenten wel moeilijk mee. Mocca had het toen ook wel gehad; die liep niet meer van de ene graspol naar de andere struik, maar bleef netjes naast Joline lopen.
Op de terugweg liep ze even te mopperen. “Wat ben jij een beul, zeg… Op die tankbaan nog even een schepje er bovenop doen. Ik dacht dat ik zou uitscheuren!” Ik keek om ons heen: geen levende ziel te bekennen. “Nee schat, dat zou ik je nooit aan willen doen. Eigenbelang, snap je?” Ze keek sceptisch. “Ik denk dat ik wel weet hoe en waar dat ‘eigenbelang’ van de heer Jonkman zich zal manifesteren. In bed zeker?” “Jij mag nooit meer raden, schatje. Maar ondanks je gemopper: je bent goed bijgebleven, ondanks dat ik je een beetje heb afgeknepen.” “Goed om te horen. Maar dan wil ik wel een passende beloning straks: een lekkere massagebeurt.” “Nou, laat dat deeltje ‘massage’ er maar af…” Ik keek in een boos gezicht en kuste haar. “Lekkere meid van me…” Ik bukte me. “En mooie hond. Jij hebt ook goed gelopen, hoor Moccaatje!” “Ja, en hij zonder bepakking, verdorie. Niet eerlijk!” Ik wees naar de grond. “Nú mevrouw! En laat die rugzak maar om je schouders!”
Grommend ging Joline plat. Gelukkig voor haar op een fietspad, niet in het zand. En ze drukte zich netjes vijf keer op, mét rugzak. “Nou, qua conditie hoef jij je geen zorgen te maken, schat. Weinig lui die je dit nadoen.” Ze kwam overeind. “Met het uitzicht op die massage doe ik altijd vreselijk mijn best, sergeant Jonkman.” Ik trok een wenkbrauw op. “Sergeant?” Joline knikte. “Ja. Net zat jij weer helemaal in je rol als instructeur.” Ze giebelde. “Mag je vaker doen. Vanavond bijvoorbeeld.” Een hand kwam op mijn arm.
De laatste kilometer was even afzien: we liepen nét de Vessemse dijk op toen het begon te plenzen. “Dit stond niet in de folder, Kees!” Ik knikte. “Klopt. Bij Defensie moet je ook tussen de regels door kunnen lezen, schat. De laatste kilometer speedmars. Twee minuut looppas, één minuut gewone pas. Húp!” Ik zette een sukkeldrafje in en na twee minuten weer gewoon lopen. Eén minuut lang, daarna weer looppas. Joline bleef bij, maar ze had het wel moeilijk, zag ik. Dus veranderde ik het tempo even later naar één om één: een minuut looppas, een minuut gewone pas. Zo kwamen we bij de flat aan: als twee ernstig verzopen katten met een bruine hond er naast. Buiten de ingang deden we de rugzakken af. Mocca schudde zich uit en Joline ook: haar haren waren één grote bende blonde slierten.
Van boven ons hoorden we een spottende stem. “Hé daar… Wat zijn jullie aan het doen? De goede voornemens beginnen pas in het nieuwe jaar, hoor!” Ik keek op. Thea Geurts, de voorzitster van de VVE stond ons op haar balkon uit te lachen. “Hoi Thea. We zijn nog bezig met de goede voornemens van 1998. Druk zat mee…” Joline zei sarcastisch: “Ja, zeker met jouw goeie voornemens. Waarmee je toen nooit iets gedaan hebt. En wie is weer de sigaar? Jawel, Jolientje…” Thea lachte. “Als jullie jezelf een beetje opgetut hebben… Zin in een bakje koffie bij ons?” “Daar heb ik even tijd voor nodig, Thea. Over een half uurtje, oké?” “Prima! En denk eraan: ik wil geen modderpoten op mijn goeie tapijt!” “Ik zal het tegen Mocca zeggen, Thea. Tot straks. Húp, naar binnen, mevrouw. En ik zal je matsen: we gaan met de lift.” “Dat is je geraaien, Kees. Nu nog 18 trappen lopen met die rugzak… écht niet!”
Eenmaal weer binnen plofte Mocca op zijn kleedje. “Nou, die is ook helemaal uitgeteld. Heb je ook niks meer aan als waakhond. Kóm mooie bruid, we gaan douchen.” Joline keek me aan. “Douchen? Niet even lekker in bad?” “Nee. Want over een half uurtje moeten we weer fris en fruitig bij Thea en… Hoe heet haar man ook alweer?” “Gilles”. “Oh ja, Gilles dus, opdraven. Kortom: even hevig douchen, optutten en daarna netjes en beschaafd een kopje koffie drinken. Met de pink geheven, zoals het in aristocratische kringen hoort.” “Zoek je ventieldopje weer eens op, Kees…” Het kwam er nogal sarcastisch uit. De douche was heerlijk. Warm en hárd. “Ben ik niet van je gewend, Kees. Lekker hoor.” Ik draaide de kraan dicht. “Liefje, nu koud douchen slaat écht in je spieren. Geen zin in, want vanavond…”
Verder kwam ik niet. “Jaja, vanavond moeten die spieren zeker weer aan het werk hé? Zeker de inwendige spiertjes? Ja, dat dacht ik al…” Joline giebelde gelukkig. Ik droogde haar af en zij mij. Lekker. Daarna kleedden we ons netjes aan: Joline in een rokje, blouse en vest, ik trok een nette broek aan, witte coltrui met daar overheen een colbertje. Sokken, schoenen… haren kammen. Joline kamde haar haren en maakte zich nog even iets op: oogschaduw en een beetje lipgloss. “Ik ben er klaar voor, meneer.” “Mooi zo. Dan gaan we Thea en Gilles eens vereren met onze aanwezigheid.” En even later belden we bij hen aan.
De deur ging open en Thea keek ons lachend aan. “Zijn dit die verzopen lui van een halfuurtje geleden? Nou, dat hebben jullie snel gefikst, jongelui!” “Het uitzicht op een lekkere warme kop koffie en een stuk gebak doet wonderen, Thea.” Ik keek verwachtingsvol. “Gebak? Ben jij gek? Op tweede kerstdag, terwijl wij nog vol zitten van het kerstdiner? Ik heb nog wel wat kale biscuitjes in huis, maar dat is het wel, Kees.” “Pest die arme knul niet zo, Thea”, zei Gilles. “Weet je nog hoe hij er een halfuur geleden uitzag? Die verdient wel wat meer dan een kaal biscuitje.” Ik wees op Joline. “En vergeet die dame naast me niet. Die gewoon met me mee hobbelde, ook met een rugzak met tien kilo er in op haar rug. En ik sta er niet bekend om dat ik langzaam loop, Gilles.” “Nee, zeker weten”, mopperde Joline. “Sjongejonge… Hallo Gilles, fijn om ook jou weer eens te spreken.” “Ga lekker zitten, Jolien en Kees. We hebben hier geen vaste plaatsen, dus…” Gilles schonk de koffie in, Thea presenteerde een schaal met koekjes. “Lekker, mevrouw en meneer. Hadden we wel zin in.”
“Hoeveel hebben jullie gelopen, Jolien?” “Volgens die beul daar ‘slechts’ een kilometer of tien. Waarvan de laatste kilometer in speedmars, omdat het ging plenzen. Niet dat het enig verschil maakte trouwens; we waren alsnog kliedernat.” “Dat maakt ook geen verschil, Joline. Als je snel loopt vang je meer regen op. Als je langzaam loopt, duurt de wandeling in de regen langer. Het maakt dus niets uit, nat word je toch wel.” Gilles gniffelde en Joline keek me schuin aan. “Dat heb je me nooit verteld, Kees!” “Sorry schat. Ik zal het wel verdrongen hebben.”
We kletsten verder; over de laatste zaken van de VVE. “Die heeft het nu een stuk rustiger, mensen. Tot het vertrek van mevrouw van Wijngaarden was er elke week wel iets waar we op moesten reageren. Nu blijft de brievenbus van de VVE vrijwel leeg. Heerlijk!” “Mooi zo, Thea. Een VVE zou het ook niet druk moeten hebben en zich alleen maar bezig moeten houden met algemene zaken zoals onderhoud en zo. Niet met de kleur van de kozijnen van de buren, om maar iets te roepen.” Thea humde instemmend. Ze hadden een heerlijke 1e kerstdag gehad, zeiden ze. “Met de kinderen en kleinkinderen uit eten geweest in zo’n ‘all you can eat restaurant’. De kleinkinderen vonden het geweldig!” “Ja, dat zal best… Gewoon net zoveel dessert opscheppen als je wilt, Thea. Lijkt me ook wel eens lekker.” Joline keek me aan. “Lijkt me toch niet zo’n probleem, Kees. Dan maak je toch gewoon wat meer dessert? Jij telt die ijsbolletjes altijd af. Maximaal vijf per persoon, toch?” Ik bromde wat en werd uitgelachen.
Na een uurtje vertrokken we weer; ik voelde de man met de hamer dichterbij komen. “Ergens in de derde week van Januari hebben we een bestuursvergadering van de VVE, Joline. Dan willen we jou er graag bij hebben, oké?” “Laat maar weten, Thea. Maar liefst niet op de dinsdag, donderdag of vrijdagavond. Dan ben ik bezet.” “Drie dagen in de week? Waarmee dan, als ik vragen mag?” Gilles keek nieuwsgierig. Joline telde af. “Dinsdagavond: de hardloopgroep van de familie Jonkman. Donderdagavond: bugelles van meneer Jonkman, maar ik vind het heerlijk om dan ook in de kerk te zitten. Vrijdagavond: dansles, samen met meneer Jonkman.” En gemeen voegde ze er aan toe: “Heb ik niet nodig, maar hij wel.” “Ik wil je met alle plezier wel een keertje vervangen, hoor Kees. Met zo’n knappe dame dansen, daar zeg ik geen nee tegen.”
De ogen van Joline knepen iets samen. “Hou je er dan rekening mee dat je door alle leden van onze vriendengroep, nu zo’n 16 dames en heren, ernstig in de gaten gehouden wordt, Gilles? En als je er maar over dénkt mij een beetje ondeugend te betasten, dat je dan die 16 dames en heren over je heen krijgt? Dat ga je niet fijn vinden, dat kan ik je wel vertellen.” Toen lachte ze. “Het zou wel voor opschudding zorgen, denk ik.” Thea greep in. “Zeker weten. Want dan zit ik met Kees in een vergadering van de VVE, waar hij niks te zoeken heeft. Krijg je ook praatjes van, denk ik.” “Het is ook altijd wat…” mopperde Gilles verongelijkt. Lachend stapten we de deur uit en even later de lift in.
“Leuke lui, Kees. Je kunt merken dat ze altijd ‘tussen de mensen’ zijn geweest. Geen leeftijdsverschil te merken.” Eenmaal weer thuis vonden we Mocca in diepe rust op zijn kleedje in de hal. Z’n kop ging omhoog toen we binnenkwamen, maar toen hij zag wie, plofte de bruine kop weer op z’n voorpoten en gingen de ogen weer dicht. “Lekkere waakhond… Balou is nog meer waaks dan jij”, spotte ik. “Wacht maar tot we een keer ruzie hebben. Ik denk dat ik wel weet wie er naast me staat, Kees.” Joline keek waarschuwend. “Als hij dan maar niet tussen ons in gaat liggen tijdens de goedmaakseks, schat. Daar trek ik de grens als het gaat om aanstaand hulphonden.” “Als wij ruzie hebben gemaakt, trek je maar aan iets anders dan een grens, Kees Jonkman. Ik doe het in ieder geval niet.” “Bluf, Jolientje…” Ze keek me aan. “Ja. Maar voor nu even niet, Kees. Ik stel voor dat we een boterham eten en dan even lekker gestrekt gaan. Zonder allerlei erotische zaken: gewoon lekker even een paar uurtjes slapen. Dat loopje hakte erbij mij hard in en jij was ook niet je fitte zelf, zag ik net. En dan hebben we vanavond de tijd en energie voor allerlei leuke spelletjes. Want voordat jij weggaat, moeten de magazijnen wel leeg zijn.” Ze knipoogde. “Goed plan, schat. Nu dan eerst wat eten.”
Dat bleef beperkt tot elk twee boterhammen, daarna ruimden we het spul op. Mocca werd in de mand gedirigeerd; die had er weinig moeite mee. En wij verhuisden naar de slaapkamer. “Uitkleden, Kees. Anders lig jij weer ‘paraat’ te slapen, en dan heb ik ook geen rust.” “Als jij je uitkleed krijg je ook geen rust, schat, dat begrijp je toch wel?” Joline zuchtte. “Hopeloos, die vent…” Vijf minuten later lagen we naast elkaar onder het dekbed. “Lekker slapen, mooie vrouw.” “Truste, Kees.” Ze draaide zich om en ik hoorde binnen de minuut al snurkjes. Die was écht moe…
Rond vier uur werd ik wakker en rekte me voorzichtig uit. Héhé… even lekker geslapen. Dat was een luxe die ik me in Oirschot niet had kunnen veroorloven: na een snelmars even een tukje doen. Dan stond altijd wel een sergeant te brullen dat er onderhoud gedaan moest worden of zo. ‘Slapen? In de tijd van Zijne Majesteit? Ben je wel goed bij je hoofd, Jonkman? Húp, overeind met je luie donder en aan ’t werk. Slapen doe je maar in je eigen tijd! En voor de duidelijkheid die start vrijdagmiddag om 17:00. Als je je spullen ten minste voor elkaar hebt tijdens inspectie!’ En als sergeant der eerste klasse van Bremen die inspectie deed, vond hij altijd wel een reden voor een her-inspectie. Om 17:30 of zo en miste recruut Jonkman de trein richting Amersfoort… Tja, sergeant van Bremen… Nu waarschijnlijk al lang sergeant-majoor. Hoe zou het met hem zijn? Een brulboei eerste klas. Die kon je binnen tien seconden piepklein laten worden door een paar sneren. En hij had een bijzonder goed geheugen: altijd wist hij wel een voorval uit de afgelopen weken op te rakelen waarbij je de mist in was gegaan. Een stapel verkeerd gevouwen ondergoed, een niet conform het boekje ingepakte rugzak, de afsluiter van je Diemaco die niet geheel schoon was… Hij rakelde dat uit z'n hoofd op, compleet met de datum.
Uiteindelijk, tijdens het feestje voor de diploma-uitreiking bleek het uiteindelijk wel een goeie vent te zijn. Ik was even naar buiten gegaan, even uit de herrie, en daar stond sergeant van Bremen. In burger, een sjekkie te roken.
“Zo, meneer Jonkman… Ook even je oren de rust geven?”
“Nogal, sergeant. Ik ben niet zo van de house-herrie.”
Hij had gegrinnikt. “Ik ook niet. Maar… Hoe kijk jij terug op de afgelopen maanden?”
Ik had geaarzeld en dat zag hij. “Je hoeft je in te houden, hoor. Als je nu zegt dat je me hele fijne vent vond, gaat je neus zo hard groeien dat ze ‘m kunnen gebruiken als slagboom voor de poort van de kazerne.”
Ik had ‘m aangekeken. “Sergeant, u was meestal een enorme pain in the ass. Vrijwel niks was voldoende, laat staan goed. De meeste jongens uit onze groep waren gewoon doodsbang voor u.”
Hij was even stil gebleven en toen gezegd: “Dat weet ik, meneer Jonkman. En dat heb ik ook gecultiveerd. En weet je waarom? Om te zorgen dat jullie gingen samenwerken. Samen zorgen dat die hufter van ’n van Bremen nu eens niets te zeiken had. Teambuilding. En dat is gelukt. Jij gaat straks met drie van je vrienden de rij-opleiding in. MB, viertonner, YPR. Op het OTCRij hier naast heeft men veel meer aandacht voor jullie rij-prestaties dan voor de orde en netheid van je kast. Die discipline zul jullie nu zélf moeten opbrengen, meneer Jonkman. Denk daarbij maar eens terug aan mij.”
Ik had hem verwonderd aangekeken. “Menéér Jonkman, sergeant? Dat heb ik u nog nooit horen zeggen. ‘Jonkman’ als er iets niet helemaal fout was, en de andere benamingen, als er iets wél fout was zal ik maar niet herhalen.”
Hij had zich naar me toegebogen. “Meneer Jonkman, jij bent niet de ‘doorsnee recruut’. Jij hebt een hele goeie schoolopleiding, eentje die ik never nooit zou hebben gehaald. En je had bliksemsnel door dat je hier niet als individu moet werken, maar als team. Desnoods tegen van Bremen. Je hebt een paar van je maten door deze opleiding heen gesleurd, en dat vind ik beregoed.”
Ik was totaal van slag geweest. “Maar…”
Hij had me afgekapt. “Denk je dat we hier seniel zijn? Alle instructeurs van dit peloton evalueren jullie. Goeie kerels zien we. Rotte appels zien we. In deze maanden is jullie peloton 9 man kleiner geworden. 9 man die het niet haalden. Deels door luiheid, deels om medische redenen, deels omdat ze gewoon niet in de Landmacht passen, omdat ze individualisten bleven. Maar jouw groep… één uitvaller, al in het introductieweekend. De rest bleef bij elkaar. Kregen wij geen speld tussen. En de wat zwakkere broeders hebben jij en je drie maten geholpen. Dát zagen wij, meneer Jonkman. De luit, de sergeant-majoor, mijn collega’s en ja, zelfs die klootzak van Bremen. Goed werk. Hou dat vast, want dat heb je nodig als je op missie gaat. En nu weer naar binnen, anders denkt men nog dat we elkaar lief zijn gaan vinden. Erg slecht voor mijn reputatie.”
De volgende dag, bij het afscheid had ik hem een stevige hand gegeven. Verder niks. En we hadden naar elkaar geknipoogd, dat was voldoende. Ik grinnikte. In de eerste weken van de opleiding had ik iemand voor totaal stapelkrankjorum verklaard als hij had voorspeld dat van Bremen en ik nog eens tegen elkaar zouden knipogen…
“Wat lig jij te grinniken, Kees… Ik tril bijna uit het bed.” Ik draaide me om naar Joline. “Ik zat er aan te denken hoe jij straks in een opleidingspeloton bezig bent en mijn ouwe instructeur, sergeant van Bremen, als groepscommandant krijgt. Een vent die je binnen tien seconden piepklein kon krijgen, alleen met woorden.” Joline gaapte. “” Dan zou ik gewoon mijn rokje wat optrekken, mooie majoor.” “Hmmm… bij het gevechtspak horen geen frivole rokjes, mevrouw. En de rok van het DT is dusdanig ‘onvrouwelijk’ dat zelfs een vent die een half jaar alleen op een onbewoond eiland heeft doorgebracht daar geen ondeugende gedachten bij krijgt.”
“Ja, dat heb ik tijdens dat concert in de St. Jan wel gezien. Degene die het vrouwelijk DT heeft ontworpen… Nul komma nul oog voor de ‘pluspunten’ van het vrouwelijk lichaam.” Ik knuffelde haar. “Gelukkig heb je nu geen DT aan, maar een best sexy nachthemdje, schat.” Ze keek bedenkelijk. “Da’s inderdaad wel zo fijn. Als ik met jou wil knuffelen als je je DT aan hebt, is er altijd wel iets waar ik me aan prik.” Ik kuste haar. “Als je naakt met me knuffelt, is er ook wel iets waarmee ik je kan prikken, mooie vrouw.” Ze giebelde. “Ik voel zoiets, lekkere majoor. Is dat uw persoonlijke wapen?” Ik schudde mijn hoofd. “Persoonlijk? Ja. Wapen? Nee. Kom, geen militaire grapjes meer, maar lekker vrijen. Ik heb zin in jou.”
Ik trok haar tegen me aan en haar lichaam gleed over me heen. Een tijdje lagen we zo: zachtjes vrijend, zoenend en elkaar strelend, zonder meteen heel actief en erotisch te doen. “Dit is genieten met een grote G, Jolien… Je bent heerlijk om zo mee te vrijen.” Ze bromde zachtjes als antewoord, haar lippen op mijn schouder. En even later vroeg ze: “Zal ik iets anders aantrekken, Kees? Lekker sexy?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee schat. Ik geniet van je. Als je nu het bed uitgaat… ondanks dat ik weet wat je aan zou trekken: dit is heerlijk. Lekker rustig tegen elkaar aan liggen, voelen, strelen, een beetje plagen af en toe… Jij bent nog steeds mijn heerlijke vrouw, schat.” Ze bromde weer en zei toen: “Mooi. Daar doe ik het voor. Want jij bent mijn lekkere techneut.”
Ze giebelde.
“Met een lekkere momentsleutel.” Ik duwde haar iets van me af en keek haar aan. “Wát?” “Een lekkere momentsleutel. Wat jij hebt is de sleutel van mijn genot. Helaas duurt het maar een kort moment, dan is het op…” Verder kwam ze niet: ik begon haar hevig te kietelen. “Hihihi… Kees! Stop! Je weet dat… hihi… ik daar niet… hihihi… tegen kan!” “Ja, dat weet ik. Wil jij dan stoppen met die rare opmerkingen? Een kort moment? Ik kan me een paar keer herinneren dat je zeker tien minuten lang lag te shaken als ik met je bezig was… juffie!” Nu proestte ze het écht uit. “Juffie? Hé, je bent Fred niet, hoor. Dan lag ik hier niet… hihihi… Stóóóp, Kees!” Ik hield mijn handen even stil. “Zoals je gemerkt hebt: ik heb aardig wat van Fred geleerd. Onder andere hoe je iemand onder de ene voet kunt kietelen, het andere been in bedwang kan houden en ondertussen stiekem naar een best wel sexy slipje kunt gluren.”
Ze zuchtte. “Dat heeft Fred nog nooit bij me gedaan. Dan zou zijn oor nogal rood zijn. Wát? Beide oren! Eén kant van mij, de andere kant van Wilma. Zeker weten. En nu mag je m’n voet loslaten; die heeft al genoeg geleden vandaag.” Ik liet haar los. “Zo mevrouw. Mag ik, nu ik uw voetjes liefdevol heb gemasseerd, nu de rest van uw heerlijke lichaam strelen?” Ze keek twijfelachtig. “Als je dat op dezelfde manier wilt gaan doen, Kees Jonkman: Nee. Als je het inderdaad liefdevol wil doen: oké, doe je best dan maar.”
Ik trok haar weer tegen me aan en kuste haar langzaam en zachtjes, terwijl ik haar schouders streelde. Ze wreef zich tegen me aan. “Dit hou ik wel een tijdje vol, Kees”, mompelde ze tussen twee kussen door. “Je laat me lekker genieten, schatje.” “Jij mij ook, Jolien… Lekker met mijn mooie vrouw vrijen.” Een tijdje was het stil op bed. We genoten weer langzaam en rustig van elkaar. Maar toen ik de borsten van Joline begon te strelen, bewoog haar onderlichaam steeds meer. Ze wreef zich tegen me aan, haar ademhaling werd sneller en haar kussen passioneler. En op een gegeven moment kreunde ze: “Wil je in me komen, Kees? Ik ben er helemaal klaar voor… Wacht even, even m’n slipje uittrekken…” Onder het dekbed ontstond wat geworstel en toen ze haar slipje uit had en dat boven het dekbed uitkwam rook ik haar.
En ik kon me niet meer beheersen: ik duwde haar op haar rug, spreidde haar benen met de mijne en zocht haar vochtige poesje. “Wil je me in je, mooie meid? Dan ga je het krijgen…” Ik drong bij haar binnen, een warm en vochtig plekje voelend. “Lekker… Jouw harde pik in m’n natte kut, Kees… Naai me! Hard, ik ben er al bijna… Je hebt me zo opgegeild met je lekkere handen op mijn tepels… En nu lekker diep in me spuiten… Ik wil je voelen spuiten, Kees! Geil sperma op mijn lekkerste plekje spuiten!”
“Je gaat ’t krijgen, mooie vrouw. Alles in je…” Verder kwam ik niet, mijn orgasme barstte al los! Niks tederheid, ik kwam keihard klaar terwijl Joline me met grote ogen aankeek. “Jaaa!!! Ik voel je spuiten, Kees! Zó geil… Ik… ik… kom óók! Lekker samen!” Ze kneep met haar spiertjes en hield me vast, haar benen om me heen, haar armen ook en haar mond zocht de mijne. Zo lagen we nog een paar minuten in elkaar verstrengeld, genietend. Af en toe een zachte zoen, lieve woordjes…
Tot Joline haar benen van me af liet glijden en zachtjes zei: “Kun je nu even van me af gaan, lover? Dit wordt een beetje ongemakkelijk na die tien kilometer…” Ik drukte me voorzichtig op en gleed uit haar. Een diepe zucht was haar reactie. “Was ik te zwaar voor je, Jolien?” Ze schudde haar hoofd. “Nee. Je was heerlijk. Eerst een beest, toen lief en teder, maar ik kreeg een beetje kramp in mijn kuit.” Ze trok een been op en trok aan haar tenen. “Ohhh… Da’s beter.” “Moet ik je even helpen?” Ze keek me kort aan. “Doe maar niet. Dan kijk je wéér tussen m’n benen en gaan we opnieuw beginnen. En ondanks dat je heerlijk hebt laten genieten, mooie lover: dit meisje wil nu nog maar één ding: lekker in bad. Samen met jou lekker ontspannen badderen. Die douche van daarstraks was prima, maar een beetje kort. Nu lekker lang in bad, dan wat eten en daarna een hopelijk rustige avond. En op tijd naar bed, want morgen… Hoe laat wil je weg, Kees?” “Zeven uur. Ontvangst is tussen acht en half negen, dus tijd zat. Een dik uur rijden en het zal niet druk zijn op de weg; het is vakantie.”
Ze knikte. “Uitslapen dus. Hoe laat wil je de wekker zetten?” Zes uur. Rustig aankleden, ontbijten, passioneel afscheid van mijn echtgenote nemen en…” Ze onderbrak me. “…weer douchen zeker? Ja, dat dacht ik al.” Ze lachte me uit en wipte toen uit bed. “Kóm. Lekker badderen met je vrouw!” Tien minuten later bedekte het water ons en we ‘zweefden’ bijna. “En wij Fred en Wilma maar betichten van waterverspilling… Ze moesten eens weten, Kees.” Ik keek zuinig. “Ik vind het nogal meevallen, hoor. Zoveel water verspillen wij niet. Dit bad kan zo’n 400 liter water bevatten als helemaal vol staat. Dat staat het nu niet; het staat nu tien centimeter onder de rand, dus dat is een dikke 300 liter. Nou, jij weegt 70 kilo; daarna gaat tien kilo af omdat je hoofd boven water uitsteekt; in weeg minus hoofd 80 kilo, dus van die 300 liter gaat 140 kilo af. Blijft over: 160 liter water. Dat delen door twee, wat dus 80 liter water per persoon is. Ik denk dat, gezien het douchequotum in huize van Laar, zij meer water verbruiken dan wij.”
Joline keek twijfelend. “Ik vraag het me af. Wij douchen ook minimaal eens per dag.” “Klopt. Echter dat zijn redelijk korte douchebeurten, waarvan een deel ook nog eens koud water is. Ik kan me niet voorstellen dat het echtpaar van Laar – Lierop alleen maar de koude kraan open heeft staan tijdens hun dagelijkse nummertje onder de douche. De zwellichaampjes in het voortplantingsorgaan van de man stellen dat niet zo op prijs.”
Joline begon eerst te giechelen, wat uitmondde in een gierende lachbui. Toen ze uitgeschaterd was zei ze, al hikkend: “Misschien doet mevrouw van Laar – Lierop het juist wel daarom. Zoals jij ooit zei: ‘Zelfs in ruste is Fred z’n apparaat nogal imponerend’. Ik begrijp Wilma dan wel…” Ik keek afkeurend. “Foei. Nooit gedacht dat jij je tot zulke nare gedachten over onze beste vrienden zou verlagen. Vraag het haar eens op de vrouw af, zou ik zeggen.” Joline schudde haar hoofd. “Écht niet. Er zijn grenzen, schat. Ook tussen Wilma en mij.”
Een kwartiertje later trok Joline de stop uit het bad. “Kom, mooie vent. Aankleden. Ik ga eten klaarmaken in plaats van jou, jij gaat ons bruine huismonster uitlaten.” Even later liep ik de huiskamer in. Mocca lag nog steeds op z’n kleedje. Hij tilde zijn kop op en de staart ging heen en weer. “Hoi Mocca… Lekker geslapen, knul?” Een lik over mijn hand was het antwoord. “Mocca: get leash!” Roéfff… De slaperige hond veranderde op slag in een bruine bliksemschicht richting keuken. “Goed zo, Mocca. Dress…” Gehoorzaam ging de bruine kop door de riem en even daarna stonden we in de lift naar beneden. Eenmaal buiten: plassen, poepen en toen naar het losloopveld.
Daar kon Mocca zich even uitleven; hij rende van de ene graspol naar de andere spriet. Het was maar goed dat ik een stukje fluoriserend tape aan zijn halsband had vastgemaakt; bij het licht van de lantaarns kon ik nu zo’n beetje zien waar de hond was. Als hij rustig in een hoek stond te ruiken, was hij absoluut onzichtbaar. Na tien minuten rondgedold te hebben, kwam Mocca weer naar me toe. “Genoeg gerend, maffe hond? Mooi, dan gaan we nu naar huis.” Ik maakte de riem niet meer vast; we vertrouwden Mocca genoeg dat hij netjes naast ons bleef lopen na het commando ‘Side!’ Eenmaal in het portaal van het appartementencomplex liep hij naar de trap en keek om. Ik zuchtte. “Wil je de trap? Oké, jij je zin… Kees offert zich wel weer op, hoor.” We renden samen naar boven en eenmaal boven was hij me drie trappen voor. Ik deed de deur van het portaal open en hij rende als een malle richting voordeur en begon te blaffen.
Joline deed open en werd bijna ondersteboven gegooid door Mocca. “Nounou, Mocca… Je lijkt wel wat op de zussen van Kees. Moet je plassen, knul?” Niks ervan; meneer wilde duidelijk maken dat hij blij was dat hij Joline weer zag. De piepjes, likjes en blafjes waren niet van de lucht. Joline keek me aan. “Nou jij nog, Kees.” “Sorry mevrouw. Ik heb geen staart, dus kwispelen kan ik alleen maar met een ander lichaamsdeel. Maar dat noemt men ‘swaffelen’, en ik geloof dat dat in het openbaar niet zo op prijs wordt gesteld.” Joline keek smerig en ik gniffelde. Ze keek me beschuldigend aan. “Jij hebt binnenpretjes! Vertel!” “Misschien is Fred daar wel beter in, schat…” Een lange, vernietigende blik was haar antwoord, gevolgd door het bekende: “Ik ben een nét meisje!” Daarna verdween ze in de keuken, Mocca op haar hielen.
We aten inderdaad Nasi, maar dan ‘op z’n Joliens’. Veel groente, zilvervliesrijst, gehakt. Geen sateh, geen ei. “Er komt genoeg vettigheid de komende dagen, Kees.” Ik knikte. “Zeker weten! Broodjes worst op de schietbaan, ’s avonds in de bar Picanto’s voor Fred en voor mij een beschaafd broodje kroket… En op de bruiloft van onze Opperwachtmeester en haar liefje natuurlijk een mega-hoeveelheid oliebollen en appelflappen…” Joline keek al smerig. “Oliebollen op je bruiloft? Laat ik ’t niet merken! Weet je de oorsprong van oliebollen?” Ik schudde mijn hoofd. “Ehhh… Nee. Vertel.”
“Oliebollen zijn niets anders dan een manier om van je ouwe bakvet af te komen. Het laatste wat er in gebakken kan worden, zeg maar. Daarna kun je het vet weggooien. Is nergens meer goed voor. Nou ja, misschien in het carter van die Lanz Bulldog waar Robbie zo gek op was, maar dan houdt het wel op.” Ik keek nu ook wat minder smakelijk. “Hmmm… Ik denk dat jouw broer de vetputspecialist alle duivels uit de hel laat razen als iemand het gore lef heeft om oud frituurvet in het carter van een Lanz Bulldog te gooien. En anders Henry wel. Maar goed… Nooit geweten van het nut van oud bakvet. Dan is de oliebollentraditie toch wel veranderd in de loop der tijd. Nu worden de oliebollenkramen onder andere bevraagd hoe vaak ze hun vet verversen…”
Joline knikte. “Ja. En wee je gebeente als oliebollenbakker als je dat niet frequent genoeg doet. Niks ‘oud vet dus’. Maar goed: we hadden het over het eten aanstaande week: jij gaat genoeg binnenkrijgen, schat ik zo, dus is deze Nasi wat kaal. Je eet maar wat de pot schaft, Kees Jonkman!” “Zeker, mevrouw.”
De nasi van Joline was altijd prima op smaak, daar mankeerde niets aan en dat zei ik ook, toen we, na het eten, aan de koffie zaten. “Het was lekker schat. En door die volkorenrijst vult het ook beter. Als je nasi maakt met gewone witte rijst heb je om tien uur wéér trek, zo snel is het verteerd.” Een lief handje kwam op mijn been. “Dank je wel. Een compliment van mijn chefkok. Dáár doe ik het voor.”
Ik leunde tegen haar aan. “Jolien, ik heb het al vaker gezegd: Jij kookt ook prima. Oké, misschien op een wat andere manier dan ik, maar het smaakt altijd en is verantwoord en voedzaam. Qua verantwoordheid misschien wel beter dan mijn brouwsels; ik ben nog wel eens wat te scheutig met boter of vet. Jij kookt veel magerder dan ik, maar zeker niet minder smakelijk.” Ik kreeg een zoentje. “Dank je wel. Wil jij nu gaan koken voor ons bruine huismonster?” Ik schoot in de lach. “Nou… wat kan Kees Jonkman verprutsen aan de brokken van Royal Canin? Het zal Mocca een zorg zijn. Al zou ik er een augurk in versnipperen, hij vreet het toch wel.”
“Probeer eens een pepertje, Kees…” Joline keek ondeugend. “Echt niet, schat. En nee, mijn sambal ook niet. Dat valt onder dierenmishandeling.” Mocca boeide het even later niet; ik had inderdaad een augurk in mootjes gesneden en die door de brokken gemengd; de hele handel ging in het bekende hoge tempo naar binnen. “Nou, dat maakt ook niks uit, Kees…”
Ik gniffelde. “Tijdens het eten niet, schat. Maar morgen mag jij z’n poep opruimen. Die zal wellicht wat meer stinken dan normaal… Ik weet niet wat voor effect augurk heeft op de spijsvertering van een bruine Labrador.” Ik kreeg een vuile blik toegeworpen. Daarna de opmerking: “Nou ja… Erger dan de drollen van Bengel, als ze pens gegeten had, kan het niet zijn. Die moest je echt in het bos begraven, anders rook je ze de volgende dag nóg. Zeker in de zomer.” “Aha… Dát zal de reden geweest zijn van het bezoek van wilde zwijnen aan jullie bloemenborder!” Weer een boze blik. “Etter…” Gelukkig kroop ze even later weer tegen me aan.
“Dit zal ik twee dagen missen, Kees. Lekker tegen jou aankruipen, op de bank of in bed. En lekker plagen. En zoenen…” Ze voegde de daad bij het woord. Ik kwam op een ideetje. “Bel anders mijn lieve zusjes eens op, schat. Of je daar een nachtje kan bivakkeren. En als mijn stoere zwagers daar de centrifuge bezet houden, is er wellicht een uitwijkmogelijkheid in Arkel.” Ze keek me aan. “Soms heb jij prima ideeën, Kees!” Ze pakte haar telefoon en belde Melissa.
“Hoi Mel, met je allerliefste schoonzusje…”
“Schoonzusje? Die ken ik niet. Alleen maar een blonde bitch die mijn broer afknijpt… Hoi Jo.”
Joline giebelde. “Mel… Kees gaat morgen en overmorgen schieten op de Harskamp. Met z’n bataljon. En wij vroegen ons af of mijn stoere broers momenteel de centrifuge bezet houden in Wageningen. Oftewel: mag ik een nachtje bij jullie logeren?”
Ze schrok even. “Sorry! Tenminste… als jullie thuis zijn.”
Mel lachte. “Ik ben thuis, Jo. Claar is vlakbij jullie, in de flat van Ton. En ik heb Robbie vanmiddag weggestuurd; in de eerste collegeweek hebben we weer eens een pittig examen. Daar wilde ik een paar dagen voor gaan zitten. Maar als jij komt, gooi ik al die boeken wel een dagje aan de kant, schat! Gezellig!” Joline keek twijfelend. “Je stuurt Rob naar huis om te studeren, maar wil wel mij te logeren hebben? Geeft dat geen enorme ruzie met jouw liefje?”
Mel giebelde. “Reden voor goedmaakseks, schat. Zou jij toch moeten weten…”
Ik schoot in een gierende lach. “Mel, je bent onverbeterlijk! Dezelfde tactieken als met al je vorige vriendjes. De arme kerels…”
“Kop houden, broertje, of je loopt kreupel op de bruiloft van Greet. En of die macho toeter van je dan nog zo goed klinkt… Ik vraag het me af. Jolien, dat wordt heel gezellig. Lekker miepen… Hoe laat ben je hier?”
“Tja, roep maar een tijd, Mel. Jouw huis.”
“Kom maar lekker vroeg. Zo rond tien uur? Dan hebben we de hele dag. En avond. En nacht…”
“Nou, dat zal me een feestje worden”, bromde ik.
“Daar snap jij niks van broertje. Twee meiden bij elkaar…” “Nou, daar snap ik alles van, Mel. Jáááren lang gezien en gehoord hoe twee meiden bij elkaar eruit zagen. Breek me de bek niet los.”
Ze giebelde. “Toen waren we nog pubers, Kees. Nu zijn we volwassen. Rolmodellen van de jongerejaars op de faculteit.”
Ik bromde. “Ja, vast. In hun natte dromen zeer zeker, zussie.”
Ze schaterde. “Ik ken er een paar… Nou ja, dat vertel ik wel aan Jo. Morgen. Na tien uur. Je bent hartstikke welkom Jolien! En Kees: ben jij een beetje voorzichtig op die schietbaan?”
“Fred is erbij, Mel”, zei Joline.
“Oké, dan is het goed. Die twee houden elkaar wel in de gaten, schat. Doeiii!”
En de verbinding was weg. Joline keek me aan. “Nou, dat worden twee leuke dagen, dat weet ik nu al. Met een van beiden alleen is toch nét iets anders.” Ik knikte. “Klopt. Die twee rooie draken zijn dan… Hoe zal ik het zeggen? Softer is niet het juiste woord.” “Ze zijn meer zichzelf, Kees.” Ik knikte. “Hoeven niet onder te doen voor hun lieve zus. Ik merk dat met dansles wel eens.” Er schoot mij wat te binnen. “Shit! Hoe doen we dat als jij toegelaten word op de schietbaan?”
Joline haalde haar schouders op. “Dan bel je me, vertelt me hoe laat ik waar moet zijn en ik ben er, schat. Ik neem aan dat ik een charmant en ridderlijk escorte krijg op die kazerne. Is het niet van jou, dan wel van een andere militair. En op die schietbaan zal ik op gepaste momenten ‘oh’ en ‘ah’ roepen als je de schijf een keertje niét mist… Au!” Ik had in haar been geknepen. “Krengetje…”
Joline pakte daarna ook haar spullen in. “Neem ook stevige kleding mee, schat. Als je op de schietbaan mag komen kijken, moet je niet in een luchtig bloesje en een minirokje aankomen. Dan sta jij te blauwbekken en al die militairen schieten mis…” “Nou, dan heb je ten minste nog een kans om te winnen, majoor Jonkman”, klonk het vanuit de slaapkamer. “Heb ik dan maar mooi voor je geregeld. In m’n pumps en m’n minirokje. Welke panty er onder? Die met die klimplanten? Ja, dat dacht ik wel, smeerlap…”
Even later kwam ze de huiskamer weer in. “Zo. ‘Gezellige kleding’ voor bij Mel, wind- en waterdichte kleding voor op de schietbaan, mocht het zover komen.” En nu laten we samen Mocca nog even uit, daarna nog een glaasje. Dat kan nog nét, Kees. En dan slapen. Zullen we hard nodig hebben. Jij naast Fred, ik naast Mel.” Ze giebelde.
Kortom: een uurtje later lagen we in bed. Mijn gevechtspak hing klaar, schoenen waren gepoetst, evenals het baretembleem. Opsvest en helm goed afgesteld, naamplaatje en onderdeelsemblemen op hun plaats, de rangonderscheidingstekens op de schouders, noodverband in het zakje op m’n been, herkenningsplaatje en oordoppen in de borstzak en de smartcard in de houder. Reserve-majoor Jonkman was er klaar voor…