78.625 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

Mini - 427

Door: Keith

Datum: 16-10-2026 | Cijfer: 9.7 | Gelezen: 304
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 46 minuten | Lezers Online: 15

Vervolg op: Mini - 426

De dinsdagochtend ontbeten we samen. Joline ging er tegelijk met mij uit. “Ik wil gepast afscheid nemen van mijn stoere vent!” Ik trok haar weer op bed. “Wat een leuke plannetjes heb jij, schat…” Ze worstelde zich los. “Oversekst konijn! ‘gepast’ houdt in dat je een netjes en zedig zoentje van me krijgt in de hal. Geen slaperig knuffeltje als ik nog duf op bed lig.” “Ohhh…” zei ik, gespeeld teleurgesteld. Ik kreeg een tik op mijn billen. “Aankleden jij. En zorg maar dat het allemaal er een beetje gedisciplineerd uitziet!” Scheren, wassen, tanden poetsen… en even later het gevechtspak aan. Een blik in de spiegel: Ja, het zag er goed uit.
En na het ontbijt namen we, inderdaad in de hal, afscheid. Joline knuffelde me. “Doe je best, Kees. En geef dat ook maar door aan Fredje.” Ik knikte. Nog een laatste zoen en ik pakte mijn spullen op. “Tot morgen, schat.” Ze knipoogde en deed toen de deur dicht. De lift stopte op de 6e verdieping en een echtpaar van een jaar of veertig, wat ik vaag van gezicht kende, stapte in.
“Goede morgen…” De man keek naar mijn uniform. “Ik wist niet dat hier militairen woonden.” “Normaal heb ik dan ook mijn burgerkleren aan als ik de deur uitga, meneer. Maar vandaag ga ik een dagje schieten, dus ben ik in gevechtspak met al mijn tactische spullen bij me.” De dame snoof. “De hele dag ‘pangpang’ roepen dus.” Ze refereerde aan een uitspraak van Alexander Pechtold, een tijd geleden. Over het munitietekort bij Defensie. “Mevrouw, die kans is vandaag vrij klein. Verder zeg ik er maar niets over; degene die die uitspraak deed is niet mijn favoriete politicus.”
De man bleef kijken. “Wacht even… U bent degene die een tijd terug een confrontatie had met die dikke dame! Blij toe dat zij hier weg is. Wij woonden boven haar en om de haverklap kwam ze aan de deur om te klagen over onze door haar verzonnen herrie. Gelukkig is het nu rustig.” “Mevrouw van Wijngaarden had over álles wel wat te klagen”, zei ik droog. “Ik hoop dat ze nu gelukkig is. Ergens op Rottumerplaat bijvoorbeeld, waar ze zich alleen kan storen aan het gekrijs van de meeuwen of het geluid van een verdwaalde zeehond. Zonder andere mensen lastig te vallen.” De liftdeur ging open. “En een prettige dag nog.”

Ik legde mijn spullen achter in de auto en opende de garagedeur. Achteruit er uit, garagedeur dicht… Baret af en kachelen maar… Het was inderdaad lekker rustig op de weg. Op de A50 ging de cruisecontrol aan én de playlist van mijn telefoon: het Weihnachtsoratorium van Bach, uitgevoerd door Collegium Vocale uit Gent, onder leiding van Philippe Herreweghe. Heerlijk om naar te luisteren, zelfs op de dag na Kerst. Zo rolden de kilometers lekker onder de banden door… Bij knooppunt Grijsoord de linkerbaan aanhouden, een bocht van 270 graden maken en op de in- en uitvoegstrook blijven rijden, de N224 op, richting Ede En bij de verkeerslichten in Ede-Noord de N304 op richting Otterloo-Harskamp. Vlak voor Otterloo de rotonde ¾ rond naar de Harskamp. En dan was ik er al bijna… Kalm aan; nét in de bebouwde kom van Harskamp, bij Echo’s, het voormalig Protestants Militair Tehuis, stond een flitspaal.
Even later draaide ik de oprit van de kazerne in. Smartcard aanbieden aan de lezer: de poort ging open. Aha, een bordje: “CIMIC”. Rechtsaf dus. Ik parkeerde de auto op de grote parkeerplaats tussen de eetzaal en de oudere legeringsgebouwen en stapte uit. Oh ja, baret op. Weer even wennen… Een volgend bordje met “CIMIC” wees richting eetzaal. Mooi, daar had men in ieder geval koffie. Ik keek even rond: de Landrover van Fred zag ik nog niet. Nou ja, ik was vrij vroeg, vijf over acht. Ik liep de eetzaal in. De bataljonsadjudant stond in de hal. Ik kende hem van gezicht, van mijn bevordering.
“Goedemorgen adjudant!”
Hij keek me aan. “Ah, majoor Jonkman… En, ondertussen een beetje bekomen van de speech van de IGK?”
Ik grinnikte. “Sommige delen uit die speech worden thuis nog wel eens tegen met gebruikt, adjudant…” Ik stak een hand uit. “En ik ben Kees voor vrienden.” “En ik Fred.”
Ik keek even benauwd. “Dat wordt puzzelen, Fred. Mijn bud, majoor van Laar, heet ook Fred.”
“Tja, dan wordt het deze dagen ‘adjudant Fred’ of ‘majoor Fred’, Kees.”
Ik schudde mijn hoofd. “Ik ken nog wel wat andere naampjes voor hem. Daar ga jij vast niet op reageren.”
Hij gniffelde en wees op een lijst op tafel. “Wil je je hier even inschrijven, Kees? Anders loop je je geld voor deze dagen mis.”
Naam, rang, peoplesoftnummer, handtekening… Klaar.
“Binnen staat de chef en is er koffie, Kees.” “Merci, Fred.”

Links de hoek om en de eetzaal in. Vroeger een kale bende met standaard tafels en stoelen, nu iets vriendelijker aangekleed met zelfs plantenbakken tussen de rijen tafels. Oké, plastic planten weliswaar, maar toch. Ik tapte een beker koffie en liep naar een groepje collega’s. “Goedemorgen! Voor degenen die mij nog niet kennen: Kees Jonkman.” Ik schudde handen van 8 collega’s, variërend in rang van eerste luitenant tot overste. Martin was er ook al, de BC ook. “Welkom, Kees. Ik hoor dat jij onze kansen op het OOCL-kampioenschap aardig kan verbeteren?” Ik keek zuinig. “Behalve die schietdag een aantal weken terug heb ik niet zo vaak meer achter een Colt gelegen, Martin. Eerst maar eens zien wat ik ervan bak vandaag.” Hij grijnsde. “Ik heb wat van Jolanda vernomen. Niet zo bescheiden, majoor.”
We kletsten rustig met elkaar; geleidelijk kwamen er meer collega’s binnen. En op een zeker moment hoorde ik een dreunende stem in de hal. Fredje, dat kon niet missen. Even later zware voetstappen achter me en zijn stem. “Zo, lulhannes… Heb je mijn goeie naam weer eens te grabbel gegooid?” Een hand op mijn schouder die nogal kneep. “Zeker majoor… Neem mij niet kwalijk majoor…” Ik piepte demonstratief. “Hoi Kees”, klonk het daarna. Fred deed ook zijn kennismakingsrondje.
We maakten de kring waarin we zaten wat groter en een kapitein met het embleem van de Verbindingsdienst op zijn baret vroeg: “En wat is jullie specialiteit qua wapens?” Fred antwoordde. “Ik ben een jaar MAGschutter geweest. In Oirschot en Afghanistan. Kees is meer van het roosjes melken: wat hij niet kent aan de Diemaco of de Colt is de moeite van het weten niet waard. Bovendien kan hij best aardig met de Accuracy overweg. Jolanda zou proberen zo’n lomp ding te regelen, vandaag of morgen.” De kapitein keek verwonderd, bijna afkeurend. “Da’s geen taak voor een officier, majoor…” hij keek naar mijn naamplaatje: “…Jonkman.”
Ik leunde iets voorover. “Toen ik in Bosnië rondliep was ik korporaal, collega. YPR-chauffeur. En omdat ik wel aardig kon schieten, gaf ik me met m’n stomme kop op voor de cursus Accuracy. Drie weken lang afzien onder leiding van een Gunnery Sergeant van de U.S. Marines. En uiteindelijk samen met één Nederlandse collega en een Fransman geslaagd voor de opleiding. En als de hoge heren dachten dat het nodig was, ruilde ik mijn Diemaco soms in voor de Accuracy, als we buiten de poort gingen.” Hij knikte. Wat timide.
“En wat is jouw specialiteit… sorry, ik ben je voornaam even vergeten…” “Eelco. Ik schiet wel aardig met de Glock, vond men.” Ik stak een duim op. “We gaan het zien, Eelco.”

Op dat moment onderbrak Fred, de bataljonsadjudant, ons. “Dames en heren… Ik wil even de groepen indelen voor de lokalen en de voertuigen. We splitsen ons in drie groepen. We hebben vier MAGschutters. Die gaan met Ricco hier…” Hij wees naar een nogal stevige sergeant, “…mee naar de overkant, lokaal 012. Later deze ochtend sluiten zij aan bij de pistoolschutters in lokaal 014 en melden zich bij Maarten.” Een andere sergeant stond op en nam de houding aan. De Coltschutters gaan met Jolanda mee naar lokaal 016. Om 12:00 gebruiken we de lunch hier. En om 13:00 staan er twee viertonners hier voor; de voorste neemt de Coltschutters mee naar baan Echo Links, de achterste neemt de pistool- en Magschutters mee. Die dumpen we op de pistoolbaan Westerheide. Gelieve dan uw Opsvest en helm mee te nemen. De Magschutters gaan hun kunsten morgen vertonen op baan India.” Hij grijnsde. “Samen met Kees Jonkman, die daar de Accuracy gaat hanteren.” “Nou, lekker dan… Lig ik tussen een stel van die ratelende lawaaidingen…” mopperde ik.
Een grote hand kwam op mijn schouder. “Dat ben je ondertussen toch wel gewend, Kees? Bovendien… Dan kun je me weer eens helpen om een doeltje om te leggen. Ditmaal zonder dat Jolanda het in de gaten heeft, alsjeblieft.” Ik gniffelde. “Ik zal zien wat ik voor je doen kan, makker.” We stonden op om richting het oude legeringsgebouw aan de overkant van de appélplaats te gaan.
Jolanda hield me even tegen, een wat oudere, grijze luitenant achter haar. “Kees… Dit is luitenant Brobbel-Dorsman van bureau Veiligheid. Hij wil jou straks even aan de tand voelen over de Accuracy.” Ik schudde de hand van ‘Piet’. Duidelijk een voormalig onderofficier. “Ik wil even zeker weten dat u kunt omgaan met de Accuracy, voordat ik dure munitie ga verspillen, majoor. Ik vis u straks wel even uit de klas van de Colt-schutters. “Prima, Piet. En ik heet Kees.” Hij lachte. “Oké.” Toen liep hij weg en ik sloot aan bij ‘mijn’ klasje. Zeven Colt-schutters. Een piepjonge eerste luitenant, een paar kapiteins en één andere majoor.
Eenmaal in de klas bekeek ik ze eens goed. Eén kapitein ontweek mijn ogen en toen ik hem wat langer aankeek werd hij wat rood. En ik kende hem ergens van… Verrek! Dat was de kapitein die ik ongezouten op z’n flikker had gegeven tijdens die schietdag pistool in Oirschot, ergens in Mei… ‘Mureen’ stond op zijn naamplaatje. Tijd om daar verder over na te denken had ik niet. Jolanda kwam binnen.
“Heren… Ga ergens zitten. We starten met een theorietoets wapen- en schietleer. Een soortgelijke toets krijgt u op de schietwedstrijd van het OOCL ook voor de kiezen. Die toets levert ¼ van het aantal punten tijdens de wedstrijd op. 40 multiple-choice vragen. Slechts één antwoord is juist of het meest compleet. Bij minder dan 80 van de 100 punten hoeft u niet meer mee te doen met het schieten, dan ligt u eruit. Zie het maar als selectieproces.”
Ze deelde de formulieren uit. “U heeft 30 minuten de tijd. Succes!”

De eerste vragen lagen nogal voor de hand. Het kaliber van de Colt, welke munitiesoorten verschoten konden werden, de effectieve dracht met de standaard richtmiddelen… Maar langzamerhand werden de vragen pittiger. Er kwamen vragen over de voorhoudhoek bij het vuren op bewegende doelen op de diverse afstanden. De verheffing van de kogelbaan, vragen over de veiligheidsmaatregelen op de schietbaan, welke gehoorbescherming verplicht was, hoe de diverse baanfunctionarissen te herkennen waren, wie het commando “Stop-stop-stop!” mocht geven en wie dat commando mocht opheffen… puur technische vragen over de diverse storingen… Al met al een stuk pittiger dan de toetsen Colt die ik 12 jaar geleden in Oirschot had moeten maken! Na 26 minuten ik gereed. Ik keek de handel nog even snel na: Geen vragen overgeslagen, alles ingevuld, ook mijn naam? Ja dus. Even later zei Jolanda: “Heren… Pennen neer. De tijd is voorbij. Pak in de hal een bak koffie; over een kwartiertje kom ik u weer halen, dan gaan we écht aan het werk.”
We stommelden de gang in. “Nou, ik heb wel eens simpeler testen gemaakt!” Een van de kapiteins keek rond, op zoek naar bevestiging. “Kom op André… Jij met je verleden als Genist… Die technische vragen waren voor jou een makkie, natuurlijk!” Hij bromde wat en drukte wat knoppen in van de koffieautomaat. Net als op de middelbare school discussieerden we even over de vragen en de mogelijk goede antwoorden. Toen stak Jolanda haar hoofd de gang in. “Heren Coltschutters… Komt u?”
Een van de anderen riep: “Jolanda, hoe drink jij je koffie?” Ze lachte. “Da’s aardig, maar ik ben niet corrupt. Thee. Earl Grey met één suiker en een roerhoutje. Dank je wel!” De collega kwam even daarna met een beker heet water, theezakje, suiker en een roerhoutje binnen. “Alstublieft, strenge instructrice.” “Dank je wel. Maar om de rest even gerust te stellen: ik heb alle toetsen al nagekeken. Met rode watervaste stift. Niet meer mee te sjoemelen. En de cijfers zijn ook al bepaald.” Berend keek teleurgesteld. “Verdorie. Te laat.”
We gingen zitten en Jolanda keek rond. “Heren… ik moet twee collega’s teleurstellen. Majoor Graeve en kapitein van Duren zaten onder de 80 procentsnorm. Ja, dat is jammer van uw vrije dag en zo, maar u wist wat er zou komen. De baas vindt verliezen niet erg, maar uw theoretische kennis moet wel in orde zijn. We willen niet bekend staan als eenheid die aardig kan schieten, maar de theorie niet onder de knie heeft. Dus…” De twee aangewezen officieren stonden op. “Jammer, Jolanda. Maar goed, volgend jaar beter. Heren: succes!” Ze verlieten het lokaal. “En toen waren er nog maar vijf…” De overste, hoofd netwerk Verbindingen, grinnikte.

De volgende uren waren redelijk pittig. Jolanda was goed bedreven in haar didactische vaardigheden: met een sneltreinvaart speelde ze een vraag of een opmerking door aan een ander, ze vroeg door en ze legde uit. En om half elf gingen we naar buiten, elk met een Colt, twee magazijnen en tien exercitiepatronen. Ruim een uur lang regende het opdrachten. “Magazijnen vullen. Half laden! Laden! Schutters, gaat uw gang… Storing! Oplossen, want u heeft nog maar vier seconden voor twee doelen… Stop-stop-stop! Ontladen… Het ging achter elkaar door en Jolanda had alles in de gaten. En waar het in het begin hier en daar nog wat haperde, na drie kwartier gingen de bewegingen van de vijf mensen op het gras bijna synchroon. Om tien voor twaalf stopte Jolanda.
“Goed… De basis heeft u nu goed onder de knie. Hou dat vast, want vanmiddag heeft u dat hard nodig. Wapeninspectie!” We stelden ons naast elkaar op, Afsluiter in de achterste stand, magazijnen in de hand. De bekende vraag klonk: “Wie van uw is er in het bezit van munitie of delen van munitie?” Allemaal staken we onze hand op, want we hadden de exercitiemunitie nog niet ingeleverd. “Goed zo. U ben tenminste nog een beetje wakker…” “Dat mag ook wel in dat natte gras”, mopperde een van de collega’s. Hij werd uitgelachen. Na de wapeninspectie moesten we de wapens in een lokaal neerzetten; een van de collega’s werd aangewezen als wapenwacht. “Regelt u onderling even dat uw collega ook nog fatsoenlijk kan eten?” “Ik kom je over een minuut of twintig wel aflossen, Karel”, zei ik. “Prima, dank je wel. Dan hoop ik dat de kroketten niet op zijn…” “Geen garantie, kerel. Als mijn bud ook in de eetzaal zit…”
Hij ging naast de wapens zitten. “Ja, volgens mij lust die wel een hapje.” Ik grinnikte. “Zeker weten. Maar het liefst Picanto’s. En ik weet niet of ze die hebben klaargemaakt.” “Picanto’s? Gatverdamme, die voer je niet eens aan de varkens.”

We liepen richting eetzaal en een andere collega keek bijzonder afwijzend. “Picando’s… Smerige stinkdingen.” “Vertel mij wat”, zei ik. “Fred sliep in Oirschot bij mij op de kamer. En als hij dan ’s avonds een paar van die dingen naar binnen had gewerkt, stonk de hele kamer naar Picanto. Mijn groep vond daar nogal eens wat van.” Ik werd plotseling in mijn nekvel gegrepen. “Jij zit toch geen onwaarheden over je bud te vertellen, hé Jonkman? Anders word ik wat minder prettig in de omgang!” De stem van Fred bulderde over het parkeerterrein. “Nóg minder prettig?” piepte ik en de greep werd even wat steviger. “Lulhannes…” Hij liet los. “Hoi Kees. Het valt me mee dat je er nog bij bent. Jij bent niet zo van de theorie.” “Datzelfde kan ik van jou zeggen, makker. Het valt me mee dat je niet met je poten op zo’n tafeltje hebt gezeten en de techniek de rest hebt laten doen.” Hij gromde wat vaags.
In de eetzaal waren er geen Picanto’s. “Sorry heren… De enige snack die we hebben zijn broodjes worst. Het is ook hier vakantie; jullie zijn de enige gasten vandaag en morgen.” De medewerker van Paresto, het cateringsbedrijf van Defensie, verontschuldigde zich. “Geen punt, meneer. We zitten warm, er is te eten, te drinken én we krijgen betaald, dus…” Fred had zijn bord weer vol, wat natuurlijk tot wat commentaar van de collega’s leidde. Hij zat er niet mee, smikkelde onaangedaan de helft naar binnen en pakte de rest in een plastic zak. “Voor de geeuwhonger van drie uur… Ik heb een collega, een voormalig machinist van een containerschuit, die regelmatig roept: ‘Het motortje moet wel blijven draaien!’ En hij heeft groot gelijk.” Ik was lang klaar met eten; het was 12:20.
“Kom ouwe, we lossen de collega even af die wapenwacht heeft. Kan hij ook even rustig met zijn collega’s kletsen.” Fred knikte en we staken de parkeerplaats weer over. We visten onze uitrusting uit de auto’s en namen die meteen mee. De collega die we aflosten was er blij mee. “Dan kan ik nog even rustig een verse kop koffie drinken en wat kletsen. Dank jullie wel!” De deur van het lokaal ging achter hem dicht.
“Fred, wij hebben een gemeenschappelijke kennis binnen de Coltschutters. Die kapitein die ik een half jaar terug op z’n flikker heb gegeven.” Hij knikte. “Ik had ‘m al meteen gespot toen we vanochtend de eetzaal binnenliepen, Kees. Hij schrok zich de touwtering.” De stoomtrein kwam weer grommend langs. “Nou ja, zolang hij niet refereert aan dat incidentje, doen wij het ook niet… Vertel eens: hoeveel punten had jij voor die theorietoets?” Ik haalde mijn schouders op. “Geen idee. In ieder geval meer dan 80, anders zat ik hier niet. En jij? Weet jij het wel?” Hij keek me aan. “De volle mep, Kees. Als enige. Pistool? Idem. Alleen konden ze voor het pistool geen 40 vragen bij elkaar harken. Die toets bestond uit 20 vragen, waarvan een aantal zó voor de hand lagen… Zelfs Wilma had daar meer dan 80 punten voor gehaald.” Als dát het niveau is van die OOCL schietwedstrijd…” Ik haalde mijn schouders op. “Misschien sparen ze de moeilijke vragen daarvoor op, Fred. We gaan het wel zien… Hoe heb jij trouwens de kerstdagen doorgebracht?”
“Eerste kerstdag bij Wilma d’r vader. En ’s middags kwamen haar broers met hun gezin ook even langs. Gezellig en vreselijk gelachen. En lekker gegeten; mijn schoonpa had de dag ervoor vrijwel de hele dag in de keuken gestaan. Man, man, man, ik wist dat hij goed kon koken, maar…” Ik keek sceptisch. “En alles is nu op, schat ik? Zijn hele voedingsbudget voor de rest van het jaar naar de gallemiezen omdat ene van Laar zo nodig lekker moest smikkelen?” “Je begint me te kennen, Kees… Goed man!”

De deur van lokaal ging open. “Ah, zit je hier…” Luitenant Piet stak zijn hoofd om de deur. “Kees, kun je even met me meekomen? Dan mag je me even laten zien wat je nog van de Accuracy weet.” “Niet alle sterke verhalen van hem geloven, Luitenant”, gromde Fred. “Meer dan de helft is bluf of gewoon gelogen.” Ik keek om naar Fred. “Fijne bud ben jij… Om je eigen woorden maar eens te gebruiken: lulhannes.” Ik deed de deur achter me dicht. “Sorry Piet. We kennen elkaar ondertussen twaalf jaar behoorlijk goed.”
“Dat meende ik al te merken. Linksaf, Kees.”

In een ander lokaal stond een Accuracy op de grond. “Laat maar eens wat zien, Kees.” Ik ging er achter liggen en nam meteen de veiligheidsmaatregelen. “Prima. Hoeveel ervaring heb je ermee?” Ik stond op en keek hem aan. “Heeft Jolanda dat niet verteld? Piet, ik ben opgeleid door een Amerikaanse gunnerysergeant op Camp Butmir in Sarajevo. En daarna heb ik mijn Accuracy vijf maanden met me meegezeuld. Gelukkig was ik YPR-chauffeur, het ding stond in een speciale houder tegen het torenrek. Maar als ik ‘m moest gebruiken bleef de YPR meestal op de base. Ik heb elke week geschoten op een schietbaan aan de voet van de berg Vlasic bij Travnik. Op 1200 meter de ster uit een blikje Heineken geschoten. Nou ja, het was toen windstil, dat hielp wel. En ik heb het ding in Bosnië bij… zes inzetten gebruikt waar hij voor bedoeld is: lange afstandsdekkingsvuur geven. En in Afghanistan heb ik ‘m vier keer gebruikt.” Ik keek hem recht aan. “En geen schot gemist, Piet.” Hij floot even. “Er zullen niet zoveel lui zijn die je dat kunnen navertellen, Kees. Goed, ik wilde even zeker weten dat ik niet met een hobbyist te maken had; een majoor die Accuracy schiet… Volgens mij zijn er dat niet zoveel.” Ik pakte mijn telefoon en liet hem de foto op Camp Butmir zien waar ik trots met ‘mijn’ wapen stond; Gunny op de achtergrond. “En hoe lang is dat geleden, Kees?” “Twaalf jaar. Maar als je een blinddoek pakt en van me vraagt om het ding uit elkaar te halen: die uitdaging durf ik wel aan te gaan, Piet.”
Hij lachte. “Doe het voorlopig maar even in hoofdgroepen. En daarna in elkaar zetten. Dan weet ik het wel.” Het uiteennemen was snel gedaan: kolfgroep, loopgroep, afsluiterdraagstuk en de afsluiter... Toen ik de slagpin wilde verwijderen, stopte hij me. “Laat die maar zitten, ik geloof je. Zet ‘m maar weer in elkaar.” Inwendig moest ik lachen: Piet wist duidelijk wat het moeilijkste onderdeel was om weer ineen te zetten: de afsluiter in het afsluiterdraagstuk. Dat kreeg je maar op één manier in elkaar en dat luisterde nogal nauw. Iets schuin er in zetten en dan met de palm van je hand een tikje op de afsluiter geven. Als je het anders probeerde, lukte het gewoon niet. Deze Accuracy had duidelijk wat meer vlieguren dan de mijne in Bosnië had; het ging gewoon soepel.

Piet knikte goedkeurend toen ik besloot met wederom de veiligheidsmaatregelen en het wapen ‘open’ bij hem aanbood. “Prima Kees. Niks mis mee. Jij mag morgen schieten. Met overigens een andere Accuracy: die is vorige week nieuw uit Engeland gekomen. Gloedjenieuw. En jij mag ‘m inschieten.” Hij grijnsde en ik mopperde voor de vorm. “Nou lekker dan… Zit ik weer met m’n klauwen in het preserveervet…” Piet trok wat met z’n mond. “Normaal zou ik ‘m inschieten, maar goed, nu jij hier toch bent… En je mag hetzelfde wapen met dezelfde kijker voor de wedstrijd gebruiken. Maar denk er aan: de concurrentie is pittig! De mannen van 104 Zelfstandig Verkennings Bataljon hebben er ook een paar en die zijn best wel goed. Liggen vaak op vrijdagmiddag op Baan India.” Ik bromde. “Heb ik weer… Nou, ik ga het morgen zien of ik er nog wat van bak, Piet. Voor hetzelfde geld is het allemaal wat roestig geworden en schiet ik geen deuk in een pakje boter.” “Van Jolanda hoorde ik iets heel anders, Kees…” “Ze had gewoon haar mond moeten houden… Vrouwen…”
Hij grinnikte.

“Oh, nu we het toch over vrouwen hebben: jouw echtgenote wilde toch ook komen kijken? Dat kan. Morgen om 12:00 melden bij de poort, dan rij ik voor haar uit naar Baan India. Dan ben jij als het goed is, helemaal ingeschoten en kun je dan de MAGschutters gaan plagen. Nou ja, je krijgt ook nog wel wat eigen doelen…” Ik humde. “Zal Jolien blij mee zijn. Een hele middag dat geratel aanhoren.” “Hé, zij wilde toch zo nodig komen kijken? Dan moet ze niet miepen, majoor.” “Mijn echtgenote is geen miepert. Enfin, dat zul je morgenmiddag zelf kunnen aanschouwen, Piet.” We hoorden gestommel in de gang. “Volgens mij moet je naar de baan, Kees. Ehh… Ik zie je morgen om 08:00 weer hier, bij de koffieautomaat, oké?” Ik knikte.

De vier mede Colt-schutters stonden al gereed, Jolanda ook. “Goed heren, instijgen in de voorste viertonner. Wij gaan Echo links eens onveilig maken.” Ze glimlachte kort. “Tot 600 meter, majoor Jonkman. En je bud is er dit keer niet bij, die staat op de pistoolbaan.” “Nou, ik hoop voor hem dat er daar ook iemand is die hem helpt. Boven de twintig meter pakt meneer liever zijn liefje, de mitrailleur MAG.” Ze gaf me een nogal sceptische blik en wees richting viertonner. Toen we eenmaal reden zei een van de kapiteins: “Jullie zitten elkaar graag op de huid, geloof ik?” Ik knikte. “Ja. We kennen elkaar nu ruim elf jaar. Zijn samen in Afghanistan geweest en hebben elkaars leven gered. In Afghanistan waren we nooit meer dan 50 meter van elkaar verwijderd, behalve als een van ons moest poepen. En daarna hebben we altijd contact gehouden.
Vorig jaar zei mijn directeur dat hij een allround IT-er zocht. ‘Geen amateur, maar een vent die soft- én hardwarematig uit de voeten kan.’ Fred was toen nog sergeant-majoor bij het Cyber Securitycentre en wanneer hij adjudant zou worden wist alleen de personeelsdienst van Defensie, op de voet gevolgd door onze lieve Heer. Ik heb ‘m toen naar ons bedrijf gehaald en nu is hij de IT-er van Developing Technics, een klein, maar bijzonder goed ingenieursbedrijf in Gorinchem.” De kapitein, Ruud, knikte. “DT? Daar heb ik wel eens wat over gehoord… Recent kwam dat bedrijf in het nieuws in verband met een grootschalige fraude in ziekenhuizen, toch?”
Ik knikte. “Klopt. Alleen was het de concurrentie die grootschalige fraude pleegde. Fred, collega Rogier, mijn vrouw en ik hebben een behoorlijk handje meegeholpen om die andere firma keihard onderuit te halen. De aandeelhouders daarvan vragen zich nu af of hun aandelen als tekenpapier voor hun kleinkinderen gebruikt gaan worden of als pleepapier. Zoveel zijn ze waard.” Mijn stem was wat grimmiger geworden tijdens de laatste zin en Ruud keek me opmerkzaam aan. “Dat zit je nog steeds niet lekker, geloof ik?”
“Klopt. Als iemand, en daar bedoel ik de directeur van dat andere bedrijf mee, er niet mee zit om moedwillig storingen te veroorzaken in het elektrisch systeem van een ziekenhuis, alleen maar om zijn omzet te vergroten en de aandeelhouders tevreden te houden… Laat ik me maar diplomatiek uitdrukken: wij zijn geen vrienden.” Ruud knikte. “Ik had al zoiets gelezen. Sommige lui…” Hij zweeg even.
“En wat doe jij als je niet in uniform rondloopt, Kees?” “Ik ben teamleider binnen DT. Mag een clubje van 5 ingenieurs aansturen. Nou ja, aansturen: Ze doen toch waar ze zelf zin in hebben. Eén nest van technische know-how. Heerlijk om daar te werken. En de andere reden om daar met plezier te werken: mijn echtgenote is hoofd Backoffice. Geeft onder andere leiding aan Fred. De mazzelaar: hij zit maar acht uur onder de plak, ik de rest van de dag… Heb ik weer.” Er werd gegniffeld.

Na een aantal slingers en bochten verminderde de vrachtwagen vaart en stopte uiteindelijk. De achterklep ging omlaag. “Heren… We zijn er. Uitstijgen. Onderhoud voor het vuren, daarna gereedmaken voor wapeninspectie.” Jolanda was uiterst zakelijk. We haalden de lopen door met een schoon wapenlapje, controleerden de werking van de wapens en stelden ons op voor de inspectie. Daarna hield Jolanda haar ‘veiligheidsinstructie’. En begon met: “Heren, ondanks dat we met een klein clubje zijn en u allemaal redelijk ervaren bent: we zijn op de schietbaan. U schiet met scherpe munitie. Op het moment dat hier een gewonde valt, duurt het een kwartier voor de eerste ambulance hier staat. Weliswaar hebben we een gewondenverzorger annex viertonnerchauffeur in de vorm van Harry hier…” Ze wees op de korporaal die de viertonner bestuurd had, “…maar het ligt niet in mijn bedoeling dat we hem als hospik aan het werk moeten zetten. En ik neem aan: ook niet uw bedoeling. Kortom: ik ben vandaag uw baancommandant en Hoofd Schietinstructeur en u volgt mijn opdrachten op.” Ze keek het rijtje langs en zei toen: “Degenen die er moeite mee hebben dat een sergeant één of een vrouw vandaag op leiding heeft, mag dat nú kenbaar maken.”
Het bleef stil. “Mooi, dank u wel.”
Vlot liet ze daarna alle veiligheidsaspecten passeren en besloot met: “Oké… Als laatste: het is allemaal wat ongedwongener dan een schietdag zoals u gewend bent, en er mag best gelachen worden en zo, maar blijf met uw hoofd erbij. En als u een collega iets ziet doen wat absoluut niet kan: maak hem erop attent. Vragen?” Die waren er niet. Ze liep de controleruimte in de schietbaan in en schakelde de doelinstallatie in. Op honderd meter werden tien kopschijven zichtbaar. “Uw wapens zijn allemaal ingeschoten en gejusteerd. Die zijn goed, dus we gaan niet corrigeren. Als u de juiste schiethouding aanneemt, recht achter de Red Dot ligt en niet aan de trekker rukt, moet u in staat zijn om tot 300 meter gewoon volle bak te schieten.” Ze zweeg even. “De 1e oefening: gewenning. Even weer in het ritme komen en de loop opwarmen. Vijf patronen. Schiethouding: liggend ondersteund. Doel: kopschijf op 100 meter. Richtpunt: moet u zelf bepalen. Eis: vijf treffers. De doelen vallen om na treffen en komen weer overeind. Munitie halen, één magazijn vullen en verdelen over de even baannummers graag.” 100 meter op een kopschijf… Nou, dat ging met de ogen dicht nog wel. Ik corrigeerde mezelf. Hoho Jonkman. Hoogmoed komt vóór de val. Gewoon je stinkende best doen. We verdeelden ons over de baan en ik deed m’n oordoppen in. Daaroverheen de gehoorbeschermer en uiteindelijk m’n helm. Even prutsen, toen zat het geheel goed.
Liggen en wachten… “Laden!” Jolanda had een heldere stem die goed doordrong. “Schutters, ga uw gang!” Okeee… De Red Dot stond redelijk fel, die moest ik wat dimmen. Richtpunt midden onderkant doel, wapen recht… Nu maar eens kijken wat de trekker deed. Die ging niet zo soepel als de trekker van de FX, maar dat wist ik al. Het 'breekpunt', het punt waar de trekker het mechnisme in werking liet komen, was redelijk voorspelbaar. Péng. Het doel ging om en in het verlengde ervan zag ik de inslag in de kogelvanger op 600 meter. Prima: niet te laag. Zelfde richtpunt aanhouden, Kees, dan komt alles goed. En niet jagen! Elk schot opnieuw concentreren en evalueren. Vijf keer ging de schijf om en vijf keer kwam de kogel op hetzelfde punt in de kogelvanger terecht. Als de kogelvanger ‘schoon’ was, zouden die kogels niet verder dan twee centimeter uit elkaar te vinden zijn…
Ontladen, opstaan en twee pas naar achteren. Jolanda vertelde de scores. Op één schutter na had iedereen ‘volle bak’ geschoten; de ene schutter werd erop gewezen dat hij aan de trekker rukte. “Niet doen! Als je gericht bent: de trekker rustig naar achter halen en je moet verrast worden door het schot. Dat voorkomt ook dat je me je ogen knippert. Zelfde oefening opnieuw.” Vijf minuten later had iedereen 5 treffers. “Goed… We gaan de afstand opvoeren: zelfde oefening, zelfde schijven, maar nu op 200 meter. Munitie halen.” Ook op 200 meter had ik geen problemen. Oké, de schijven leken nu wat kleiner, maar waren nog steeds prima te zien. Zelfde richtpunt aanhouden… pas na de 200 meter begon de kogelbaan te zakken. Een van de collega’s miste drie schoten en lag te vloeken op zijn wapen.
Jolanda maakte daar korte metten mee. “John, die Colt is prima. Niks mis mee. Ik heb al deze wapens zelf ingeschoten. Maar jouw schiethouding… daar vind ik wat van!” Hij kreeg aanwijzingen en moest de oefening overnieuw doen. Twee missers. “Dit wapen is niet goed!” Hij bleef erbij en werd narrig. Jolanda zuchtte. “Kan een van de heren dit wapen even overnemen? Dan kan John een poging wagen met een andere Colt…”
Ik wees. “John, baan vijf. Mijn Colt. En ik schiet even met de jouwe, oké?”
Hij haalde zijn schouders op. “Maak me gek…” We wisselden van wapen en ik ging liggen. Laden… Hé! Die Red Dot wiebelde…Ik ontlaadde even en ‘tordeerde’ de Red Dot: inderdaad voelbare speling. Het ding zat gewoon niet goed vast op de rail! “Jolanda… Kom eens.” Ik wees haar op de speling en ze pakte een schroevendraaier en draaide de handel vast. “Zo zou het goed moeten zijn…”
Vijf schoten later was het doel vijf keer omgegaan en stond ik op. “Je spullen beter nakijken, John. Dit mag niet voorkomen.” De collega-majoor werd een beetje rood. “Je zou toch verwachten dat men de wedstrijdwapens beter in orde had, Kees.” Ik dempte mijn stem. “Volgens mij hebben we die Red Dots er vanochtend zélf opgezet, John. Niet het spul de schuld geven van je eigen miskleun.” Hij keek me even nijdig aan. “Jij bent nogal arrogant voor iemand die nét majoor is, Kees. Ik ben het al twaalf jaar, hou dat in de gaten.”
Ik voelde mijn hoofd warm worden en zei zachtjes: “John, als jij er niet tegen kunt dat je op je fouten wordt gewezen, gaan wij geen vrienden worden. Da’s alles wat ik hierover kwijt wil.” Jolanda keek ons even onderzoekend aan. “Zijn we klaar? Mooi. Volgende oefening. Vuur verdelen op 200 meter. Schiethouding: Liggend, vrije hand. Per schutter twee kopschijven. Eis: elk doel getroffen. Tijd: tien seconden, laden inbegrepen. U krijgt vier patronen. Verloop van de oefening: U ligt op uw eigen baan, uw doelen zijn uw eigen doel en het doel rechts ernaast. Op het moment dat de doelen opkomen start de tijd. U laadt, vuurt en als de doelen getroffen worden blijven ze liggen. Na tien seconden klappen de overgebleven doelen weg. Daarna ontladen en overige munitie inleveren. Vragen?” Die waren er niet.
Even later lag ik weer op ‘mijn’ baan. Ik wist waar mijn ‘eigen’ doel was: precies in het verlengde van een zielig heideplantje. Het ander doel zou zich ongeveer… Ik keek naar de sporen van inslagen op de grond… dáár moeten bevinden. Die maar als eerste pakken, Kees. “Schutters gereed? Als de doelen opkomen start de tijd.” Ik had mijn magazijn in de hand. De doelen kwamen op. Magazijn erin, klap. Spannen, aandrukplunjer een tik geven, veiligheidspal op ‘vuren’, richten… Béng. Het eerste doel ging om.
Tweede doel… Béng. Ook plat.
Tellen… Vier seconden over. Niet verkeerd, Kees. Toen de tijd op was, gingen er nog vier doelen plat die niet geraakt waren. Ontladen, opstaan. Jolanda keek niet vrolijk. “Heren… Met dit resultaat wint CIMIC beslist geen eerste prijs. Eén schutter heeft beide doelen getroffen, de rest slechts één. Kees, heb jij iets te melden?” Ik haalde mijn schouders op en vertelde kort hoe ik de oefening schoot. Jolanda knikte. “Niet helemaal de manier waarop ik het zou doen, maar goed… Ehh… Zelfde oefening. En zorg dat je klaar ligt en je spullen voor elkaar hebt!” In de herhaling ging het iets beter: slechts één doel bleef overeind.
De rest van de middag ging snel voorbij: de resultaten werden ook wat beter. Op 300 meter waren de schijven groter: rompschijven. Hoger. De laatste oefening was pittig: een bewegend doel, dwars op de schietrichting op 200 meter. Je moest nu écht met een voorhoudhoek schieten, anders ging het fout. Eerst ging het doel stapvoets, die raakte iedereen wel. De volgende oefening ging het doel sneller en dat was voor drie schutters een brug te ver. Drie oefeningen waren nodig om iedereen in het plaatje te krijgen. Om vier uur stopte Jolanda ermee; het werd ook schemerig. Gedurende het schieten had ik één schot gemist. Gelukkig tijdens een oefening waar we voor 2 doelen 3 patronen hadden. Niet gek, Jonkman…

We waren even bezig met hulzen rapen, de baan aanvegen, onderhoud en uiteindelijk de wapeninspectie. Jolanda vatte de middag samen. “Oké. Na een wat roestig begin, ben u allemaal weer redelijk bij. Geeft niet; morgen hebben we een complete dag en dan gaan we voor het echie. Nou ja, Kees missen we dan, die gaat op de wat langere afstanden schieten. Voor vandaag: goed gedaan. Vanavond kalm aan met drinken; enfin, ik hou u wel in de gaten en anders de BA wel. Instijgen, op de legerplaats wapenonderhoud. 17:15 de wapens inleveren in de wapenkamer. 17:30 in de eetzaal, daar krijgt u ook te horen waar u slaapt.” We stapten achter in de viertonner en reden het hele eind weer terug naar de legerplaats. Wapenonderhoud… De geur van wapenolie en kruitdamp deed herinneringen bij me opkomen. Daarna gingen de wapens inderdaad in een wapenkamer en verzamelden we ons in de eetzaal. Héhé…

Nu eerst Joline bellen, dat ze 12:00 bij de poort van de legerplaats verwacht werd. "Da's goed, Kees. Ik weet waar het is, al opgezocht op Google Earth." Ik vertelde haar dat ze zou worden opgewacht door Piet en beschreef hem. "Eerste Luitenant, dus twee sterren. Niet al te lang, stevig figuur en een dikke bos spierwit haar. Kan niet missen. Hij rijdt in zo'n Mercedes terreinwagen met een oranje streep en in zwart de letters 'Bureau Veiligheid'. De portier weet van jouw komst, die is al door Piet ingelicht." "Mooi schatje. Hoe ging het schieten verder?" Ik kletste haar kort bij, maar maakte het gesprek niet al te lang; Ze wist wat ze weten moest. "Tot morgen, stoere majoor..." "See you tomorrow, schat."

Ik plofte op een stoel naast Fred. “Zo… Hoe ging het bij jou?” Hij gniffelde. “Lekker veel lawaai gemaakt, Kees. Ouderwets genoten.” “Jaja… Veel kruitdamp gesnoven natuurlijk.” De stoomtrein kwam weer voorbij. “Nou ja... Het pistool is natuurlijk een makkie vergeleken met de MAG, maar het is wel leuk om liggend een rompschrijf op 50 meter te raken.” Ik bromde. “Dun zul je wel je hele magazijn hebben verbruikt, patser. Hij keek beledigd. “Niks ervan. 4 treffers. We kregen maar 5 patronen voor die oefening, verdorie.” Hand, vingers… en Fred schudde zijn hoofd. “Nee. Ik heb vakantie. Bovendien: Mariëtte zou zich hier niet op haar gemak voelen. Véél te militaristisch. Dus ik druk me niet op, je zoekt maar een andere hobby, Kees. En morgen begint het échte werk. Lekker weer eens achter de MAG liggen. Veel te lang geleden; bij het Cybercommando hádden ze niet eens een MAG, de prutsers..."
Hij werd onderbroken door de bataljonsadjudant. “Heren… We hebben voor u twee slaapkamers gereserveerd. Dat past nét, met 8 man op één kamer. De kamers 112 en 114. Daar staan bedden. Wel matrassen en kussens, geen beddengoed; als het goed is heeft u allemaal uw slaapzak bij zich. Douches en toiletten zijn er ook. Zo dadelijk is het avondeten gereed, geniet daarvan, maar om 18:30 gaat de eetzaal dicht; het personeel van Paresto heeft ook recht op een rustige avond. Voor degenen die dat willen: Echo’s is vanaf 19:00 tot 22:00 open, speciaal voor ons. Om 23:00 hadden we graag dat iedereen op bed ligt, zodat we morgenochtend om 07:00 kunnen ontbijten. Dan maakt u meteen uw lunchpakket. Om 08:00 appél, daarna verdelen we ons weer over de banen. Vragen?” Die waren er niet, dus we konden gaan eten.
Eén menu: hutspot met spekjes en jus, met als dessert een puddinkje. Ik nam er een flesje sap bij. De hutspot smaakte prima! Wel nodig na een middagje op een best wel frisse schietbaan. Na het inleveren van mijn bord en bestek liep ik even terug naar de counter waar het eten was uitgedeeld. Eén medewerker was daar bezig om een ketel schoon te maken. “Dank voor die hutspot! Was heerlijk, na een dagje buitenspelen!” De man stak zijn duim op. “Goed om te horen, majoor. Fijne avond!” Ik viste mijn slaapzak en m’n kleine rugzak uit de auto en liep naar het legeringsgebouw. Eén kamer was al vol, dus ik liep door naar de andere kamer. Hier vier bezette bedden, dus er was nog ruimte.
“Kees, kom jij hier slapen?” Martin, ons hoofd Netwerk Infra, keek op. “Ja. Mits het de overste behaagd om in het bijzijn van deze simpele majoor het moede hoofd te ruste te leggen. En het goede nieuws is: Fred walst hier zo ook naar binnen.” Hij zuchtte. “Houden jullie elkaars handje vast vannacht? Als je samen getrouwd bent, mag dat.” Ik rolde mijn slaapzak op een bed uit.
“Hé lullo… Moet ik weer naast jou meuren? Daar gaat m’n nachtrust…” Fred bromde toen hij de kamer in liep. “Wees blij dat die mitrailleur van jou netjes in de wapenkamer staat, vriend. En dat je die niet mee moet nemen in je slaapzak.” “Nee, dat moest er nog bijkomen, verdomme. Dat gore ding… Maar ik slaap onder m’n slaapzak, Kees. Voetjes er in en dan het ding open over me heentrekken. Scheelt veel gedoe en meuren doe ik toch wel.” Ik keek hem aan. “Ja, dat zal wel. Maar denk er aan vriend: als jij die turbo motorkettingzaag weer eens start, krijg je een dreun!” Hij lachte me uit. “Dat durf jij niet…”
Als reactie schoof ik mijn bed vlakbij het zijne en een van de kamergenoten keek verwonderd. “Wat doe jij nou?” “Als meneer van Laar eenmaal slaapt, wil hij nog wel eens een prima imitatie doen van een nogal fors dieselaggregaat. Nou heb ik niks tegen aggregaten, want die produceren stroom. En dát kleine detail ontbreekt nou net bij Fred. Dus: als hij lawaai gaat maken, krijgt hij naar keuze een stomp in z’n zij of een dreun met m’n kussen op die harde kop van ‘m. Werkte in Afghanistan in ieder geval prima, maar goed, dat is weer zo lang geleden…”
Er werd nogal sceptisch gekeken, maar onze bedden stonden 10 centimeter uit elkaar. “Datzelfde geldt ook voor jou, Kees! Als ik merk dat jij ligt te zagen, krijg je ook een tik op je koppetje, denk er aan!” Fred keek dreigend. Even waren we bezig om de spullen in orde te maken, toen vroeg Martin wie er behoefte aan koffie had. “Dan haal ik dat even bij de automaat en kletsen we hier even, voordat we de weg oversteken naar Echo’s, oké?”
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Claudya
Claudya (49)
Zoek jij een vrouw die houdt van spanning, aandacht en een goed gesprek?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 757 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net