78.680 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Mini - 428

Door: Keith

Datum: 19-10-2026 | Cijfer: 9.3 | Gelezen: 361
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 54 minuten | Lezers Online: 17

Vervolg op: Mini - 427

Drie kwartier later liepen we met bijna 20 man en één vrouw ‘Echo’s’ binnen. Ik keek nieuwsgierig om me heen: hier was ook wel een en ander veranderd. De laatste keer dat ik hier binnen was geweest was tijdens een schietweek, vlak voordat we naar Afghanistan waren gegaan. En toen was de Bravo-groep van het 2e peloton nogal doorgezakt… De terugweg naar de legeringskamer stond me in ieder geval niet meer helder voor de geest. Een van de weinige keren in m’n leven dat ik redelijk boven m’n theewater was geweest. Ik grinnikte en stootte Fred aan. Die grijnsde ook, had dezelfde herinnering in gedachten. “Volgens mij denk jij aan hetzelfde als ik, voormalig korporaal Jonkman! Ik heb je toen aardig moeten loodsen, anders liep je nu nog door het dorp Harskamp te dwalen!” “Ja, een beetje laat, maar alsnog dankjewel, maat…”
We gingen met z’n allen in het voorste deel zitten en maakten een kring van stoelen. De BC, Michel, keek rond. “En… Waren de resultaten van vandaag een beetje fatsoenlijk, heren? Of moet ik het aan de diverse HSI’s vragen?” Fred wees op sergeant Ricco. “Vraag maar aan hem, Michel. Als ik iets roep gelooft Kees me toch niet.” Ricco zei droog: “Ik had het ook bijna niet geloofd, Michel. Maar Fred, sorry, majoor van Laar presteerde het om staand, éénhandig gericht, op 40 meter 5 schoten door een kopschijf te jagen. Een groepje van hooguit 4 centimeter. Binnen 6 seconden. Nog nooit gezien.”
Ik mopperde: “Niet zo gek, met die grote klauwen van hem… Doet dat pistool het nog of is dat ondertussen een beetje van vorm veranderd? Ik weet hoe het voelt als mijn bud hier iets ‘stevig vastheeft’…” Gelach, behalve van Fred. “Jij zit me hier toch niet te plagen, he Kees?”

Michel schudde zijn hoofd. “Oké, tot zover de prestaties van Fred… Ik begin die verhalen van de huidige IGK over jullie een beetje te geloven, heren… En de overige pistoolschutters?” Ricco was wel spreken over de prestaties. “We maken op het pistool een redelijke kans, overste.” Michel wendde zich tot Jolanda. “En bij jou?” Ze keek nog wat twijfelend. “Ik denk dat we de dag morgen op de Colt hard nodig hebben. Er zijn nog wat zaken die beter kunnen, laat ik het daar maar bij houden.” Fred keek me doordringend aan. “Dat valt me van je tegen, Kees…”
Gelukkig redde Jolanda mij. “Kees heeft één schot gemist, majoor van Laar. Maar dat gaf niet; het was een oefening met drie patronen, waarbij beide doelen geraakt moesten worden. Zijn 1e schot ging over het doel heen, zijn 2e en 3e schot waren treffers.” “Nou, daar heb je dan weer mazzel bij, Kees. In feite twee keer: de eerste keer tijdens het schieten zelf, de tweede keer dat een dame jou verdedigt.” Ik knikte. “Klopt. En die tweede keer zie ik bij jou niet zo snel gebeuren, vriend.” Hij gromde.

We kletsten lekker verder, op een gegeven moment niet meer over schieten, maar over ons dagelijks werk. Er bleek een zeer divers gezelschap te zitten. Een paar ingenieurs, een paar zakenlui, economen, een CEO van een middelgroot distributiebedrijf, een opzichter van Rijkswaterstaat, een manager van een groot transportbedrijf, iemand van de GHOR… Leuk om al die beroepen langs te zien komen! Om een uur of tien stond Michel op. “Heren en dame… Ik ga richting mijn bedje. Jullie zijn allemaal oud en wijs genoeg om zelf het tijdstip van slapen te bepalen, maar…”
Fred, de BA, wees. “Even de handel weer netjes terugzetten heren. Dat scheelt onze gastheer pijn in zijn rug. ten slotte heeft hij de toko speciaal voor ons open gedaan.” En met gedempte stem zei hij: “Als iedereen een donatie in deze beker doet… Heeft hij er ook iets aan over gehouden. Snel dokte iedereen wat geld. Prima. De drank was al afgerekend; er waren 4 rondjes gegeven door diverse lui en het grootste deel van de genuttigde drankjes was niet-alcoholisch. Vijf minuten later was de zaal weer netjes; er paar collega’s hadden zelfs de vloer aangeveegd. De medewerker van Echo’s die als gastheer optrad, stond het lachend aan te kijken. “Ik heb wat meer moeten opruimen na een gezellige avond… Bedankt!”
Michel stak zijn hand op. “Heren… Voordat we vertrekken wil ik Cor bedanken voor de gastvrijheid. In jullie vakantie tóch de tent een avondje open doen voor een paar reservisten… Namens de schietploeg van het CIMICbataljon: dank voor de service! En als teken van dank: een tegeltje van ons bataljon.” Fred, de Bataljonsadjudant, zette de beker op de bar. “En om iets leuks te kopen voor je vrouw en kinderen, omdat je in je vakantie tóch een avondje moest werken: een kleine donatie. Niet voor de organisatie, maar voor jou en je gezin. Dank je wel, Cor.” Een applausje volgde en met een goed gevoel verlieten we ‘Echo’s’.

Schuin de weg oversteken, door het tourniquet bij de wacht en even later waren we weer op de legeringskamer. “Hé Kees! Jij ook hier? En dat zonder dat ik je hoefde te gidsen? Knap, kerel. De vorige keer was dat toch anders…” Fred grijnsde. “Ja, lullo, wrijf het er maar in. Ik ga je nog een keer op een biertje trakteren. Echt niet!” Martin keek ons aan. “De vorige keer? Vertel eens, Fred…” Kort memoreerde Fred de nogal alcoholische avond vlak voor Afghanistan en besloot met: “… ik heb de toenmalig korporaal Jonkman toen maar een beetje geholpen bij het vinden van zijn legeringskamer en vervolgens zijn bedje…” Meteen snauwde hij er achteraan: “En de volgende ochtend wederom geholpen, maar nu om zijn bed uit te komen!” Ik knikte schuldbewust. “Ja. Een van de weinige keren dat ik nogal aangeschoten was, geloof ik… Maar ja, toen was ik nog jong en knap. Nu ben ik alleen nog maar knap…” Een minachtende snuif van Fred volgde.
Eenmaal in het legeringsgebouw was het even snel douchen, tandenpoetsen en de spullen voor morgen klaarleggen en toen in bed. Het licht ging uit en drie seconden daarna hoorde ik naast me een nogal stevige verwensing, gevold door: “De Landmacht heeft nog steeds niet geïnvesteerd in bedden voor de écht grote jongens, verdorie.” Vanuit de diverse hoeken van de kamer klonk gelach. Tien minuten later klonk er geronk om me heen; de heren waren stuk voor stuk vrij snel in slaap gevallen.
Ik lag nog een tijd wakker en dacht over morgen. Die Accuracy inschieten? Ja, dan kon ik wel. Had ik in Bosnië en Afghanistan ook een aantal keren moeten doen. Maar het echte werk? Op de lange afstand? Ik vroeg me af of ik nog net zo scherp was als toen… Enfin, je trekkertechniek is in ieder geval beter, Jonkman. Daar hadden alle sessies op de schietvereniging wel voor gezorgd. En de trekker van de Accuracy kon ook geoptimaliseerd worden; het was een ‘two-stage-trigger’: het eerste deel van de trekkerweg redelijk stevig, het laatste deel, als je tegen het ‘breakingpoint’ aan zat uiterst subtiel. En het morgen redelijk weer; weinig wind en helder. Tegen het vriespunt aan. Ik had mijn ‘correctieboekje’ weliswaar bij me, maar het zou fijn zijn als ik niet hoefde te rekenen met winddrift. Scheelde altijd weer. Hoe dan ook: het zou wel leuk zijn om weer eens op ‘echte’ afstanden te schieten… En nu meuren, Kees. Morgen helder zijn. Ik draaide me om, en legde een arm over mijn oor. Scheelde in ieder geval iets met dat gesnurk om me heen. Enfin, Fred hield zich ten minste rustig…

De ochtend brak aan met nogal wat lawaai. Diverse wekkers en mobiele telefoons gingen achter elkaar af. Wassen, aankleden, slaapzak oprollen en in de compressiezak frotten, spullen bij elkaar pakken… Daarna brachten we de kamer weer in oorspronkelijke staat, veegden de vloer en leegden de prullenbak. Ik gooide mijn spullen in de Volvo; had met Piet afgesproken dat ik met m’n eigen auto achter zijn MB aan zou rijden. Hij had de Accuracy in de auto, die mocht niet in een civiele auto vervoerd worden, ook niet op de legerplaats. Eten! En een lunchpakket smeren. Daarna verzamelden de Coltschutters zich bij Jolanda, de Magschutters bij Ricco en de pistoolschutters bij Maarten. Ik bleef over, wachtend op Piet. “Doe je een beetje voorzichtig met dat lompe ding, Kees?” Fred keek me onderzoekend aan. “Ik ben al een jaar of twaalf gewend aan lompe dingen en lompe kerels, Fred…” Hij keek me dreigend aan. “Niet zó tegen je bud hé?”
“Ehhh… Majoor van Laar: u heeft nog exact drie seconden voor een afscheidskusje, daarna moet u in de viertonner zitten!” Ricco keek Fred grijnzend aan, die met een grom en een knipoog in de viertonner klom. Even later reed de MB van Piet de parkeerplaats op. “Ben je zover, Kees? Mooi, mij volgen. We gaan naar Alfa Rechts. Die weet je?” Ik knikte. De achterpoort uit, rechtsaf voor het gebouw van de 25mm schietschool langs en vlak voordat de weg een bocht naar links maakte een zijweg links in. Nu maar hopen dat die zandpaden een beetje stevig waren, anders zou de Volvo wel eens vast kunnen lopen… Dat was gelukkig het geval: nergens kwam ik in problemen. Op de parkeerplaats pakte ik mijn Opsvest en helm. “Nog even niet nodig, Kees. Niet tijdens het inschieten, dat moet je op je gemakje kunnen doen. Kom, we gaan eerst even de toren op, daar staat een collega.” Hij grinnikte. “En die zet prima koffie.” Op de veiligheidstoren maakte ik kennis met sergeant-majoor Eugéne. “Eus is makkelijker, majoor.” Ik gaf hem een hand. “Hoi. En ik ben Kees. En jij hebt ook je vrije dag opgeofferd?”
Hij haalde zijn schouders op. “Anders zit ik toch maar thuis uit mijn neus… Pardon… te niksen. Mijn vrouw heeft dienst in het ziekenhuis in Bennekom, de kinderen zijn bij familie of vriendjes, en op deze manier kom ik de dag ook wel door. Bovendien is het wel weer eens leuk om iemand met een Accuracy bezig te zien.” “Nou, ik hoop dat ik je vandaag dan niet teleurstel, Eus. Het is een tijdje geleden. Ruim tien jaar, om precies te zijn.” Hij keek vragend en ik vertelde in een notendop mijn militaire geschiedenis. En toen ik klaar was, vulde Piet aan: “En twee weken geleden kreeg in een belletje van Jolanda. Of ik voor deze majoor misschien een AX-ERL kon regelen en wat munitie.” Hij keek me schuin aan. “Ze was nogal onder de indruk van jouw schietkunst, Kees. En dat is vrij zeldzaam bij Jolanda, want ze schiet zelf méér dan goed.”
Eus humde. “Nogal. Er zijn weinig mensen die mij verslaan op de Colt, maar zij is er een van.” “Nou, dit is weer goed voor m’n zelfvertrouwen, heren…” Hij grijnsde. “Je moet het nog wel even waarmaken, Kees. Maar vooruit, ik zal je matsen: koffie?” “Waarom denk je dat ik die trap op ben gelopen, Eus? Piet prees jouw koffie nogal aan. Maar goed…” Ik pauzeerde even. “…dat moet je natuurlijk nog wel even waarmaken.” Hij zuchtte. “Nooit in discussie gaan met officieren.” De koffie was prima. Lekker heet en goed op sterkte. Tien minuten later gingen Piet en ik naar beneden. “Om kwart over tien heb ik verse koffie, heren.” Ik stak een duim op.

Piet haalde een grote wapenkist uit de MB. “Ehh… Kees, even voor de goede orde: dit lijkt lekker ontspannen en zo, maar ik ben vandaag jouw HSI én baancommandant. En ik snij geen bochten af qua veiligheid. Dus starten we met onderhoud voor het vuren, daarna wapeninspectie en dan pas komt er munitie uit die MB. En als ik om wat voor reden dan ook het niet vertrouwd vind om jou verder te laten schieten, is het ook meteen stop-stop-stop en klaar. Goed begrepen?” Ik keek hem aan. “Natuurlijk. Jij bent meerdere door functie. Vergeet die balk en die ster gerust, Piet. Ik ben de dienst uitgegaan als sergeant en een aantal dingen van het onderofficiersschap zitten in mijn bloed. Majoor ben ik pas, enfin, dat weet je, sinds een half jaartje.” Hij knikte. “Prima. Maar ik wil wel sommige zaken zeker stellen, Kees. Bij deze. Nou, maak dat ding maar eens klaar om te vuren.”
Ik demonteerde de AX-ERL, zoals de Accuracy officieel heette. Accuracy was alleen maar het merk. Het ding was inderdaad nog fabrieksnieuw. Geen krasje te vinden, nergens. Loop doorhalen: geen preserveervet te zien op het wapenlapje. Mooi. Afsluiter er uit: ook netjes. Een beetje olie waar olie hoorde te zitten. De voorzijde van de afsluiter was brandschoon en ook onder de patroontrekker, waar zich altijd wel wat kruitresten ophoopten, was het schoon. Weer ineenzetten en de controle werking doen. Veiligheidspal naar voren: de grendel kon niet omhoog; middenstand: de grendel kon nu wél omhoog en naar achteren: het wapen kon geladen worden; veiligheidspal naar achteren: de slagpin werd vrijgegeven: het wapen kon vuren. Dat werkte prima. De trekker ging wel wat zwaar, merkte ik. “Ik ben gereed voor wapeninspectie, Piet.” Hij knikte. “Wapeninspectie.”
Grendel naar achteren, twee magazijnen in de hand… “Bent u in het bezit van munitie of delen van munitie, majoor?” Ik nam de houding aan. “Nee luitenant.” Hij bekeek de kamer en knikte. “Oké. Einde wapeninspectie. Dit moest even formeel, Kees.” Ik knikte. “Begrijp ik. ten slotte kennen we elkaar slechts één dag.” “Goed… Dan nu: het instellen van de AX. Stel de buttstock en de cheekpad maar in zoals jij gewend bent.” Even frunniken… Hoe werkte dat ook alweer? Oh ja, de inbussleutel zat in het kolfstuk. Even liggen… Ja, dit voelde vertrouwd. Ik miste nog de achtergreep. Daar kon je je linkerhand omheen vouwen tijdens het schieten. Hielp enorm om het wapen stabiel te houden. “Piet… Zit er een reargrip ik die kist?” “Ja. Maar die gebruik ik nooit, Kees.” “Ik wel, dus als die er tijdens de wedstrijd op mag…” Hij mompelde wat vaags, maar gaf het ding aan. “Als jij daar gelukkig van word…” “Nee, dat word ik pas écht als ik m’n vrouw in m’n armen heb in plaats van dit ding. Enfin, dat zul je vanmiddag wel zien, denk ik.” Een opgetrokken wenkbrauw was de reactie. "Ik wil de stage 1 van de trekker iets soepeler afstellen, Piet. Die gaat vrij zwaar." Hij knikte en ik was even bezig.
Daarna zette ik de kijker op de rail. Een iets ander richtmerk dan de kijker die ik in Bosnië en Afghanistan had gebruikt, maar wel dezelfde vergroting. En… en waterpasje onderin het richtmerk! Dat had ik vroeger nooit gehad. Wel handig. Ik keek naar de bosrand in de verte. Hé, ik moest de dioptrie-instelring iets draaien: naar -1. Vroeger kon dat ding exact in de nulstand blijven. Nou ja, ik had ook tien jaar lang vrij veel achter een beeldscherm gehangen… En op deze afstand, zo’n 900 meter moest je de handel echt wel scherp hebben. Oké. De kijker één klik verder naar voren. Vond ik prettiger. De voorsteunen iets korter… “Ik ben er klaar voor, Piet.”
Hij knikte. “Mooi. Goeie setup, Kees. We gaan 50 meter voor de toren liggen, dan kan Eus ons in de gaten houden en kan ik hem makkelijk seinen welke doelen omhoog moeten.” Hij pakte een kist met .50 munitie, ik het wapen en samen liepen we naar het schietpunt. Uit mijn rugzak pakte ik een gecamoufleerde doek van een meter bij een meter, legde die onder de mondingsrem neer en verzwaarde het ding met een paar stenen. “Wat doe jij nou?” “Tegen opwaaiend stof. Zowel stof wat ik je ogen komt als stof wat je positie zou kunnen verraden. Een truc van Gunny uit Sarajevo.” Piet keek sceptisch. “Die doek is straks helemaal weg, Kees. Aan barrels gescheurd door de overdruk.” “Als dat zo is, mag jij ‘m ceremonieel verbranden, Piet. Maar ik gebruik ‘m wel. Het is hier nogal stoffig.” “Oké, oké… Als jij dat persé wil… pak maar eens vijf patronen en vul het magazijn maar. We gaan de loop even opwarmen.” Ik was even bezig en toen ik weer richting doelen gebied keek, stonden er drie rompschijven overeind op… 600 meter of zo. Dat moest dus niet zo moeilijk zijn.

“Goed Kees. Eerste oefening: gewenning en opwarmen. Drie rompschijven op 650 meter. Vijf patronen. Eis: alle drie de doelen getroffen. Schiethouding: eigen keus. Geen tijdseis. Duidelijk?” Ik knikte. “Duidelijk, Piet.” “Mooi. Vuur vrij, Kees.” Twee patronen ‘bonus’ dus. Die dienden duidelijk om een eventuele afwijking van de kijker ten opzichte van het wapen te bepalen. Mooi. Ik ging liggen en zocht een markant punt op ongeveer dezelfde afstand uit. Ja… Een dikke dode tak die goed afstak tegen de achtergrond: een zandrug die zich een halve meter achter de tak verhief. Zo kon ik prima bepalen of de kijker goed ingesteld was. Als ik de schijven daarvoor gebruikte, kon ik de inslag niet waarnemen. Die schijven vielen nogal traag om als ze geraakt werden. De inslag van de kogel verderop was al lang een feit als die schijf ein-de-lijk eens lag… Veiligheidspal in de middenstand en spannen… Het geluid van de grote patroon die vanuit het magazijn de kamer in gleed was altijd iets speciaals om te horen: let goed op, hier komt iets stevigs aan… Vizier op 600 meter…
Ik regelde mijn ademhaling en ondertussen controleerde ik het waterpasje: mooi, de luchtbel lag in het midden. Veiligheidspal op ‘fire’ en de trekker naar achteren tot vlak voor het ‘breekpunt’. Oog recht achter de kijker? Ja, het beeld was mooi rond… Ik richtte op een splitsing van de tak: een zijtak kwam van de hoofdtak af. Ik zag de kijker iets op en neer gaan met mijn hartslag. Nog een keertje inhaleren, half uitblazen, hartslag monitoren…
BAM![.b]
Een forse dreun in m’n schouder. De zijtak was weg; exact op de splitsing geraakt. En de kogel was ook exact in het verlengde van mijn richtpunt in het zand geslagen: ik zag de iets donkerder vlek. Mooi, de kijker was uitstekend gejusteerd en verrek Kees: je kon het nog steeds. Nou ja, op 650 meter was dit ook niet zo moeilijk…
“Waar richtte jij op, Kees? Niet op een schijf!” De stem van Piet klonk verwijtend. Ik zette de AX even op ‘safe’, keek hem aan en legde mijn techniek uit. Hij keek twijfelend. “Da’s niet de manier zoals wij het hier leren, Kees.” Ik kwam overeind. “Mijn schietopleiding was dan ook ergens anders, Piet. En ‘Gunny’ wist donders goed waar hij het over had. Een aantal van zijn ‘tips and tricks’ gebruik ik ook op de schietvereniging. Met een .25 Dreamline luchtbuks. Werken prima.”
Hij keek nogal twijfelend. “Heus Piet, ik wéét wat ik doe. Ondanks dat het bijna 11 jaar geleden is dat ik met een AX geschoten heb. En als ik dingen doe die tegen jouw veiligheidsgeweten indruisen mag je me te allen tijde een trap tegen mijn ballen geven en me de baan afvloeken, oké? En mag ik nu even de oefening afmaken… luitenant?” Ik grijnsde. “Nou vooruit dan maar. Dan hebben die schijven ten minste het gevoel dat ze ook iets nuttigs hebben gedaan vandaag…”
Uit zijn portofoon kwam de stem van Eus. “Heren, als jullie zo lang over de evaluatie van één patroon doen… Houden jullie er rekening mee dat ondergetekende om half vijf de aardappelen moet gaan schillen? Dank u wel.” Ik grinnikte. Die had ook wel humor. “Je eet maar rijst vanavond, Eus”, antwoordde Piet. Ik draaide me weer op m’n buik. “Maak de oefening maar af, Kees. Vuren vrij.”
Ik herhaalde de hele riedel, concentreerde me weer… BAM! De rechter schijf ging om. Adem vasthouden, spannen en meteen de linker schijf te grazen nemen… BAM! Ademen, spannen, richten… BAM! De derde schijf lag om. Tussen het moment dat het eerste doel geraakt was en het derde doel lagen hooguit 2½ seconde. Niet meer. Prima.
Als dit schildwachten waren geweest van een of andere Bosnische klootzak, had de middelste vent niks meer kunnen doen. Zó stond hij te kletsen met zijn makkers, zó lag zijn rechter maatje om. Zijn hersenen waren nog bezig om dat te verwerken en zijn linker maatje ging gestrekt. Misschien, heel misschien had hij het reactievermogen gehad dat hij plat zou gaan, maar binnen seconde? Ik vroeg het me af… [b]“KEES! Ontladen!”
Piet stond in m’n oor te bléren. Verrek…
Magazijn er uit, spannen, controleren, grendel naar voren, afdrukken en de veiligheidspal in de voorste stand: grendel vergrendeld. Ik stond op, om meteen daarna in een stel onderzoekende ogen te kijken. “Waar was jij na je derde schot, Kees?” Ik ademde even diep in en uit. “In Bosnië. Bij een inval in de villa van een Bosnische oorlogsmisdadiger heb ik op deze manier drie van zijn schildwachten het licht uitgeblazen, Piet. Stonden boven op een dak met een DShK, zo’n zware Sovjetmitrailleur op een luchtdoelaffuit. Ongeveer dezelfde afstand, hetzelfde tempo. Sorry, die kwam weer even bij me binnen, vandaar.” Hij keek me aan. “Last van gewetenswroeging?” Ik schudde mijn hoofd. “Nee. Ik heb hun CV gelezen; geen frisse kost. Maar het was voor mij de eerste keer dat ik de dood van zó dichtbij zag. Zo stonden ze gezellig een sjekkie te roken, drie seconden later lagen hun hersens verspreid over tien vierkante meter dak. Als ik niks had gedaan hadden ze de aanvalsploeg neergemaaid met hun DShK.”
Hij knikte. “Ik ken het gevoel, Kees. SFOR-1. Met een internationaal ploegje hebben we ‘Sniper Alley’ in Sarajevo schoongeveegd. Een paar jaar voordat jij in Bosnië rondliep.” Hij keek even voor zich uit. “Oké, even terug naar het hier en nu, Kees. Ouwe koeien kunnen we straks wel uit de sloot halen. Je hebt nogal overtuigend laten zien dat je beslist niet ‘roestig’ bent. We gaan nu verder voor het echie…” Langzaam maar zeker werden de eisen zwaarder, de tijd korter, de afstanden langer.

De laatste oefening, om half twaalf was zwaar. ‘Schieten na fysieke inspanning’. Eerst 400 meter rennen, mét Opsvest en helm. Daarna liggen, laden en twee kopschijven raken. Op 1000 meter, met drie patronen. En dat allemaal binnen 4 minuten. Het doel van de oefening was natuurlijk adembeheersing. Als je die niet kon opbrengen, was je bij voorbaat kansloos. Ik besloot om geen wereldrecord te lopen op de 400 meter, maar een redelijk looppasje. Dan kwam ik rond de twee minuten aan. Een minuut uithijgen, zuurstof in m’n longen pompen en pas daarna gaan liggen, laden en vuren. Ja, dat moest ‘m worden. En wie probeerde om mij eerder aan het schieten te krijgen, kon een smerige snauw krijgen. Piet wees me het begin van de 400 meter aan en ik liep er heen. Op een armzwaai van hem begon ik te dribbelen, een rustig duurlooptempo. Na één minuut en 51 seconden kwam ik op het schietpunt aan en bleef staan. Adem in – uit – in – uit… Ik voelde mijn zuurstofsaturatie oplopen. Ondertussen zocht ik de doelen: Tja, zonder kijker op een kilometer afstand natuurlijk niet zichtbaar, maar ik wist wel waar ze zich bevonden: iets rechtsonder twee hoge sparren in de bosrand. Na een minuut ging ik liggen, laden, zocht de sparren op en zette de kijker op een forse vergroting… Ja, daar waren ze. Adem in – adem uit – vasthouden… BAM. Herladen… Adem in – adem uit- vasthouden… BAM. Beide doelen getroffen. Ontladen…
Klaar voor de ochtend. Piet keek me peinzend aan. “Kees…Nogmaals: jij bent beslist niet ‘roestig’. Je hebt me een paar dingen laten zien die ik hier nog niet of in ieder geval niet vaak heb gezien. En ik ren hier al een aantal jaren rond. Als je het ziet zitten om het tegen de mannen van 104 ZVE op te nemen… Je maakt een goeie kans, Kees.” Hij grinnikte. “Men zou in feite jou je balk en ster af moeten pakken en hier plaatsen als instructeur. Maar ja, dat zal wel weer teveel gevraagd zijn…” “Die balk en ster boeien me niet zoveel, Piet. Veel belangrijker is mijn ‘gewone werk’. Dát wil ik er niet voor opgeven, ondanks dat ik gisteren en vandaag het best wel naar m’n heb gehad. En bovendien: mijn echtgenote zou ook nogal wat van je voorstel vinden. Maar daar kom je snel genoeg achter als je het aan haar voorstelt.”
Hij gniffelde. “Ik praat haar wel even bij op weg naar baan India. Tijd zat… Ehh: Even onderhoud tijdens het vuren, Kees. Daarna wapeninspectie, dan laad ik die AX in de MB en haal je echtgenote op bij de poort. En rij ik door naar Baan India. Heb je een foto van haar?” Ik liet hem een foto van Joline tijdens onze vakantie in Frankrijk zien: broek, lage schoenen, windjack. Haar blonde haren wapperend in de wind. “Ja, die ga ik wel herkennen, denk ik.” Een kwartier later namen we afscheid van Eus en reed ik de lange slingerweg, evenwijdig aan de N 304, richting baan India. Daar aangekomen parkeerde ik de Volvo, pakte mijn uitrusting en meldde me bij sergeant Ricco. “Piet komt er zo ook aan, Ricco, die heeft de AX achterin zijn MB en mijn echtgenote voorin. of omgekeerd, dat weet ik niet. Heeft majoor van Laar zich een beetje gedragen vanochtend?” Hij knikte. “Hij viel me niet tegen, Kees. Als hij achter de MAG lag. Over de rest van de tijd doe ik geen uitspraken. De samenvatting is: degene die hem verslaat moet wel van heel goede huize komen.”
Ik grinnikte.
“Daarom was ik ook zo blij met hem als MAGschutter in mijn groep in Afghanistan.” “Ik heb wat verhalen gehoord tijdens de koffiepauze. Nogal indrukwekkend. Maarre… de meute zit nu te eten in het onderkomen daar. En de Cadi komt er ook zo aan, heb ik gehoord.” De Cadi… Afkorting van CantineDienst. Eén van de afkortingen die met de verandering van de Krijgsmacht er niet uit te branden was. Combi’s die ingericht waren met een grote kan koffie, met broodjes warme worst, snacks, zoetigheid… Altijd een lekker momentje tijdens een dag schieten of tijdens een oefening.
In Oirschot werd de ‘Cadiwagen’ bemand door ene Herman. Een apart figuur en wat ik hoorde een legende in heel zuid-oost militair Nederland. Oirschot, Blerick, Roermond, Weert, Budel… Voor al die legerplaatsen reed hij rond met zijn Cadiwagen en als je voor de eerste keer bij hem een bak koffie met een broodje worst bestelde kon je steevast een prijs horen die je de wenkbrauwen deed fronsen. “Da’s dan één twintig tien, Herman.” Hé? Hij bedoelde daarmee: 1,30. Of “Twee vijfenvijftig vijf, Herman.” Wát? Oh, 2,60. En iedereen, ongeacht of je soldaat of kapitein was, heette bij hem ‘Herman’. Ik had een paar keer bij zijn wagen gestaan. Mooie vent… Zou hij nog leven? Hij was in ieder geval al met pensioen, dat moest wel. Toen ik in Oirschot zat was de man al ruim in de zestig…

Ik liep het onderkomen in waar de Magschutters zaten te eten. “Hé, onze verloren zoon is ook weer terecht… Hoi Kees. Waar heb je Joline gelaten?” Fred keek me aan. “Die rijdt, as we speak, nu met Piet in zijn MB vanaf de hoofdpoort hierheen. Zal zo wel komen. Maar eerst eten. Deze jongeman heeft hard gewerkt. Ik moest voor elke patroon opnieuw de trekker overhalen. Jullie hielden de trekker dom ingedrukt en de techniek deed de rest…” “Daarom ben ik MAGschutter geworden, Kees. Het is een automatisch wapen en je weet dat ik wel iets met automatisering heb. Niet dat stomme roosjesmelken wat jij doet.” Ik wilde een snedig antwoord geven, maar op dat moment klonk een wat vreemde claxon buiten. “Ah, de Cadi! Koffie, heren!” Buiten stond inderdaad de bekende combi. Mét… inderdaad koffie en broodjes worst! Dezelfde, wat oudere, man achter de ‘toonbank’ die gisteren onze hutspot verzorgde. Eens vragen… Ik sloot achteraan in de korte rij. “Koffie en zo’n lekker broodje worst graag, meneer.” De prijs was overigens wel wat hoger dan 12 jaar geleden… Nou ja, mijn salaris ook.
“Meneer, kent u Herman van de Cadi uit zuid-Nederland toevallig?”
Hij keek op. “Hermann vom Cadi? Ja natuurlijk. Wie kende hem niet? Zelfs nog een tijdje met hem samengewerkt op de Ernst Casimirkazerne in Roermond. Daar kwam hij af en toe om zijn Cadiwagen aan te vullen. Hij heette overigens Wim Jansen. En hoe hij aan die ‘Herman-tic’ kwam… Geen flauw idee.”
Hij glimlachte. “Da’s dan één zestig tien, Herman…”
Ik moest ook lachen. “Lang geleden dat ik dat gehoord heb. Dank je wel!”
Genietend hapte ik mijn broodje worst. Ja, calorieën, maar die had je wel nodig met dit weer... De MB van Piet reed de parkeerplaats op, met op de bijrijdersplaats een heel bekend gezicht met een blonde staart! De deur ging open en Joline stapte uit. “Heee… Een stoere majoor met een broodje worst!” Ze knipoogde, en gaf me een korte zoen. Ik wees. "Als je ook zo’n broodje wil… Zelf kopen bij de Cadi.” Ze keek teleurgesteld. “En jij, met jouw riante salaris, trakteert me niet eens op een broodje worst en koffie? Jij word vandaag betaald, majoor Jonkman! Ik niet!” Ze snoof en draaide zich om. “Ehh… Piet: wil jij ook koffie een broodje worst?” “Geef me alleen dat broodje worst maar, mevrouw Jonkman. Koffie genoeg gehad vanochtend.”
Joline liep naar de Cadiwagen. “Goedemiddag! Men beweert dat u hier koffie en broodjes worst verkoopt… Mag ik één koffie en twee broodjes worst?” Hij knikte, tapte de koffie, sneed twee broodjes bijna doormidden en legde de worst er in. “Da’s twee twintig vijf, mevrouw.” Joline keek hem appelig aan en ik stikte bijna van het lachen, evenals Piet.
De man in de Cadiwagen zei: Twee vijfentwintig, mevrouw. Uw echtgenoot en ik hadden net een onderonsje over een voormalig collega van me. Mag hij uitleggen.” Joline betaalde en zei ondertussen: “Een onderonsje met mijn echtgenoot? Nou, dat zal wel een hoogstaand gesprekje zijn geweest…”
Ze was de laatste klant en de man van de Cadi sloot zijn uitgifteluik. Met een “Fijne middag en een goed weekeind verder!” liep hij naar de bestuurdersdeur. “Dank voor de service, Wim!” Piet zwaaide en de Cadiwagen reed weg. Joline keek me aan. “Nou, introduceer me maar even, Kees…” we liepen weer naar binnen, ondertussen genietend van het broodje worst.
“Heren… Dit is mevrouw Jonkman. Sinds ruim een half jaar mijn echtgenote. Als ze in een goed humeur is, mag ik haar aanspreken met ‘Joline’. Ze wilde eens controleren of al mijn verhalen over de AX niet compleet gelogen waren én tevens de prestaties van Fred met zijn liefje de MAG eens bekijken.” Joline gaf iedereen een hand en Fred een knuffel. Op de wat verwonderde gezichten zei ze: “Kees, Fred, en zijn echtgenote Wilma en ik zijn samen getrouwd. Zelfde dag en tijd, zelfde gemeentehuis, zelfde feest. Dus ik ben ook een beetje met Fred getrouwd. Vandaar die knuffel. Lang verhaal, té lang voor jullie lunchpauze. Korte versie: Die twee majoors zijn elkaars bud, zijn vrouw Wilma en ik ook.” “Dat heb je netjes verwoord, Jo”, bromde Fred. “Ik was al bang dat je er weer een smerig verhaal van zou maken.”
Liefjes antwoordde Joline: “Ik heb de bruidssuite maar even uit mijn verhaal geskipt, Fredje. Anders krijg je praatjes in de wereld en dat wil ik niet. Ik ben een net meisje.” Er waren wat vraagtekens in diverse ogen te zien en Fred vulde aan: “Meervoud, Jo. Bruidssuites. Twee stuks. Dat vergat je even. Op die manier gaat je imago van ‘net meisje’ heel snel naar de bliksem, snap dat nou eens…” Er werd gegrinnikt.
Ik vulde aan: “Deze dame is hoofd Backoffice van het bedrijf waar Fred en ik werken. En gaat binnenkort de dissertatie voor haar Master Economie verdedigen in Utrecht.” Piet onderbrak me. “Heren… En nu ook: ‘dame’: over tien minuten gaan we weer verder. Ricco is nog steeds jullie HSI, ik neem Kees wel onder mijn hoede. Kees en ik liggen op de uiterste linkergrens van baan India, zodat jullie geen last hebben van de klappen van zijn AX. Zijn doelen liggen wat verder weg dan die van jullie én bevinden zich in de linkersector van het doelengebied. Gelieve die doelen een beetje met rust te laten. Mevrouw Jonkman, als u zo meteen met mij de toren wil beklimmen? Tijdens het schieten bent u daar, bij mijn collega Stephan. Niet op het schietpunt, dat is niet toegestaan.” Joline knikte. Even later gingen we naar buiten en Joline ging samen met Piet de toren op. Ze gaf me een knipoogje. “Doe je best, Kees.” Vanuit de toren kon zij mij prima zien liggen en ook de resultaten zien. Die werden on de toren elektronisch weergegeven, dus…

Piet kwam even later weer naar beneden en maakte de MB open. “Pak die AX maar, Kees. Ik neem de munitie wel mee.” We liepen naar de linkerkant van de baan, bijna tegen het nieuwe munitiecomplex Hoenderloo II aan. “Zet ‘m maar daar neer en maak je maar klaar, Kees. Ik zocht een plekje uit. Een kleine verlaging in de heuvelrand, vlak naast een opstelplaats voor een voertuig. Geen last van eventuele wind en vanuit het voorterrein niet goed zichtbaar terwijl ik wel de hele baan kon overzien… Zou wel beroepsverdwazing zijn. Piet kwam naast me staan. “Jouw doelengebied is gelegen tussen de linker sectorgrens dáár…” Hij wees op een grote oranje pijl in het terrein die naar rechts wees. “…en de tussenbeperking.” Een andere oranje pijl, die echter omhoog wees. “Oké, dan lig ik hier prima, Piet.”
Hij knikte. “We beginnen simpel: een grote schijf die een voertuig voorstelt. Die leg je om en daarna komen er 6 rompschijven op: de uitgestegen bemanning. Die schakel je uit. Munitie: 10 patronen. Schiethouding: liggend op de voorsteunen. Afstand: moet je zelf bepalen. Tijd: 1 minuut vanaf dat de grote schijf opkomt. Eis: alle doelen getroffen. De voertuigschijf is 5 punten, de rompschijven 10. Elke patroon die je overhoudt levert 10 extra punten op. Maximale score is dus 95. Vragen?”
Ik schudde mijn hoofd. “Da's een stomme puntentelling, Piet. Als ik die voertuigschijf wegschieten en dan lekker op m'n rug in de zon ga liggen, heb ik óók die 95 punten te pakken. Zonder er iets voor te doen en zonder het risico dat ik een doel en een patroon mis..." Hij lachte. "Jij bent goed bij de pinken. Zo was de puntentelling bij de Bartelsbeker een paar jaar geleden ook. En één van de schutters doet exact wat jij net beschreef: voertuigschijf omleggen en voor de rest niets doen, behalve waarnemen in het voorterrein. En toen de tijd op was: ontladen. Hij kreeg ongenadig op z'n zielement van de wedstrijdleiding, maar hield voet bij stuk: dát was de oefening en de puntenverdeling. Uiteindelijk heeft hij gelijk gekregen en uiteindelijk de wedstrijd voor de AX-schutters nog gewonnen ook. Tot groot ongenoegen van zijn collega's van andere eenheden en hun commandanten. Gaf nogal wat fuzz... Dus de puntentelling heeft men maar veranderd. Een rompschijf is nu 20 punten. Laden, als de grote schijf opkomt, mag je beginnen. Ik geef via de porto de toren opdrachten; die mag jij niet horen, dus ik sta tien meter achter je. Succes.”
Ik laadde en keek over de kijker heen het terrein in. Maximale afstand tot een zandrug was ongeveer een kilometer… Dáár! Een grote rechthoekige schijf met een tanksilhouet kwam langzaam omhoog. Ongeveer 800 meter. Ik stelde de afstand in op de kijker, richtte en vuurde. Een seconde later zakte de schijf langzaam weg en links ernaast kwamen 3 rompschijven omhoog. 3 schoten later waren die ook verdwenen, maar kwamen aan de rechterkant ook 3 rompschijven op. Ook die waren na tien seconden weg. Ik ontlaadde, maar bleef wel waarnemen. Achter me klonk Piet z’n stem. “Goed. Prima begin, Kees.” “Dit was ook niet zo moeilijk, Piet. Als je die grote schijf mist, kun je beter pistool gaan schieten.”
Hij grinnikte. “Wacht maar… Overigens kreeg in via de portofoon wat commentaar van jouw echtgenote te horen. Dat zal ik maar niet doorgeven; je zou naast je schoenen kunnen gaan lopen.” Ik grinnikte. “Mevrouw mijn echtgenote schiet op de luchtbuks bijna net zo goed als ik, Piet. Dat scheelt op 50 meter misschien twee of drie punten, meer niet.” “Oké. Magazijn weer vullen, Kees. 10 patronen.” Nounou, hij was niet zuinig met munitie… Dat had ik wel eens anders meegemaakt. Meneer Pechtold zou er iets van kunnen gaan vinden…
“Volgende oefening, Kees. In jouw sector bevinden zich 5 doelen. Personeel. Diverse afstanden. Komen onregelmatig op, steeds dichterbij. Hoe verder weg je ze uitschakelt, hoe meer punten je scoort. Uiteindelijk houdt het op 300 meter op; als er dan nog doelen over zijn, is het voor jou tijd om weg te wezen. Enfin, dat weet je zelf ook wel. Goed waarnemen; sommige doelen zijn écht moeilijk te zien. Vuur vrij.” Hij liep weer naar achteren en ik ging nu heel grondig waarnemen. Door de kijker, want op grote afstand was een rompschijf moeilijk te zi… Dáár! 900 meter. Kijker instellen, richten, vuren… Ja, die ging plat. Nu de kijker iets minder ver inzoomen… had ik een iets breder beeld… Aan de linker rand van de kijker zag ik beweging: de volgende schijf, wat dichterbij. BAM! Ook die ging gestrekt. Meteen daarna op rechts en behoorlijk wat dichterbij een derde schijf. BAM!... en plat. Toen bleef het een aantal seconden rustig en natuurlijk begon ik te twijfelen. Had ik er eentje gemist? Of misschien wel twee? Verdomme, dat zou… Dáár! Bijna recht voor me, op 500 meter… BAM! De aluminium plaat die het doel voorstelde brak in tweeën: de bovenste helft zwiepte een eind de lucht in. Nou, die schijf had ook z’n beste tijd gehad… Het laatste doel kwam rechts in beeld en ging ook plat.
“Ontladen, Kees. Daarna even opstaan en ontspannen.” Piet kwam naast me staan. “Dit was een van de pittigste oefeningen die we tijdens de wedstrijd doen, Kees. En jij doet dat ‘zo maar even’. Ik ben best zuinig met complimenten, maar… Het is niet te merken dat het tien jaar geleden is dat je achter een AX hebt gelegen.” Ik knikte. “Dank je wel. Maar Piet… Op de schietclub waar wij luchtbuks schieten geniet ik al; dit is een dimensie meer. Machtig dat ik dit weer eens kan doen. Het commentaar van mevrouw mijn echtgenote neem ik dan maar op de koop toe.” “Dat commentaar zul je vanavond zelf wel horen, schat ik zo. Volgende oefening, Kees…”
Het uur erna deden we nog drie oefeningen, waarvan eentje knielend achter een dekking van zandzakken en eentje staand in de opstelling voor een pantservoertuig. En staand een rompschijf op 800 meter raken was niet makkelijk! Ik miste twee schoten van de vijf en raakte dus maar drie doelen. En er stonden er vier… Na het ontladen stond ik mezelf even uit te schelden, maar Piet maakte daar snel een eind aan. “Kappen daarmee. Ja, je hebt een doel gemist en al je munitie verbruikt, maar dat is bij deze oefening geen grote schande. Staand met de AX is écht wat anders dan lekker liggend.” Hij keek in de kist met munitie. “Nog vijf patronen over. Laten we die maar opmaken, anders moet ik weer via de munitiebunker. Magazijn vullen en met mij mee.” We liepen even later naar het rechterdeel van de baan, waar Ricco de MAGschutters een oefening aan het uitleggen was. “Twee MAGploegen. Twee voertuigen plus bemanning. Op een gegeven moment komt een grote schijf op, dan doen jullie nog niets. Da’s een pantservoertuig, wat op een gegeven moment wordt uitgeschakeld door een CV-90 of een tank. Links en rechts daarvan komen 2 keer 3 rompschijven omhoog. Die zijn wél voor jullie. Ze staan alle zes tien seconden omhoog, daarna gaan ze plat. Tenminste… Als jullie ze niet geraakt hebben. De hele oefening duurt, vanaf het moment dat de voertuigschijf op komt, 15 seconden. Eis: alle doelen getroffen. Aantal patronen: 30. Vragen?” Er waren geen vragen. Piet stak zijn hand op. “Mag Kees even meehelpen voor dat voertuigdoel?” Ricco knikte. “Goed plan. Kees… tussen de beide koppeltjes gaan liggen. Jouw doelen zijn die voertuigen. Als je de gelegenheid ziet mag je ook wat rompschijven neerleggen. Dat maakt het wat makkelijker voor de jongens achter de MAG, zeg maar.”
“Dan hoop ik dat meneer Jonkman die voertuigdoelen kan zien…” Fred klonk nogal spottend. Wacht even Fred, die krijg je terug… Hij lag als schutter van het rechter koppel. Als ik de kans kreeg om een paar van zijn doelen te raken… Maar dan moest ik wel snel zijn! Nou ja, we zien wel. Ik zette de AX tussen beide koppels in en hoorde de andere schutter zeggen: “Lekker dan… Ik lig precies in het verlengde van jouw mondingsrem, Kees! Opdonderen met dat ding!” Oké… jankerd... ik verplaatste de AX vijf meter naar rechts. Fred had er weinig last van; er zat een kleine verhoging tussen mijn opstelling en de zijne. Mooi… “Schutters: laden! Als de doelen opkomen start de tijd!” Even wachten en concentreren… Die voertuigdoelen kwamen nogal traag op…
Ja! Eerst de linker… BAM! Die ging al omlaag nog voordat hij helemaal omhoog was gekomen. Spannen… toen de rechter. BAM! Niet te missen op 800 meter. Spannen… Fred z’n MAG begon al te vuren. Een stofwolk voor zijn linker rompschijven.
Maar de rechter schijven waren nog prima te zien… BAM!
Spannen… BAM!
De derde rompschijf werd uitgeschakeld door Fred zelf. Het linker setje… BAM!
Eén schijf om, gevolgd door een volgend salvo van Fred wat de laatste twee schijven neer liet gaan. Ik draaide de AX naar links, maar was te laat; de laatste twee schijven daar klapten om. De tijd was op. “Ontladen!” "Kees. Ik geloof dat je je punt wel gemaakt hebt.” De stem van Piet, vlak achter me. Magazijn er uit, grendel naar achteren, kamer controleren… Leeg. Logisch. Grendel naar voren, ontspannen. De veiligheidspal in de stand ‘mechanisch veilig’: de grendel kon nu niet meer omhoog gedraaid worden.
De MAGschutters wisselden van schutter naar helper en omgekeerd en de oefening werd herhaald. Daarna mochten zij ook ontladen. “Verzamelen!” We verzamelden een meter of tien achter de schietpunten en Ricco nam de oefening even door. Bij Fred aangekomen vroeg hij: “Waarom viel jouw eerste salvo te kort?”
Fred gromde: “Ik had mijn laddervizier nog op 600 meter staan. Deze doelen waren wat verder weg, verdomme.” Hij keek naar mij en ik kon een spottend lachje niet onderdrukken. “Tja, Fred… Nu heb je maar 30 punten van de maximaal te behalen 60. En Kees heeft die andere 30…” “Ja, wrijf het er maar in Ricco… Dit ga ik nog lang horen, vrees ik.” “Ja. Is het niet van mij, dan wel van Joline, makker.”
Hij keek me lang en vuil aan. “Hulzen rapen en inleveren, heren. Daarna wapenonderhoud.” Samen met Piet verzamelde ik de hulzen van de AX. Ik demonteerde het geweer en ging hard aan de slag met doekjes, wapenolie, wattenstaafjes en raggers. Het wapen was behoorlijk vuil met kruitslijm. Ja, logisch: ik had zo’n 60 patronen verschoten vandaag… Na een kwartier was het meeste vuil er wel uit en zette ik de AX weer in elkaar. Ook de MAG’s waren even later gereed. Toen stelden we op voor de wapeninspectie en de ondertussen bekende vraag. Toen dat ritueel achter de rug was en de wapens in de kisten gingen verzamelde Ricco ons.
“We gaan zo dadelijk terug naar de legerplaats. Daar een korte evaluatie van vandaag, gevolgd door operatie stofwolk, heren.” En met een blik op Joline: “En mevrouw.” Ze lachte liefjes. Piet nam mij even apart. “Die AX gaat ergens in de eerste week van het nieuwe jaar naar de wapenkamer van CIMIC, Kees. Jouw bataljon krijgt ‘m in bruikleen. Het lijkt mij wel mooi als jij het opneemt tegen de mannen van 104 ZVE. Ik keek zuinig. “Eerst maar eens kijken of de BC beslist of ik mee mag doen, Piet.” Hij keek me aan. “Als hij zegt dat jij niet mee mag doen, is het een sukkel, Kees. Ik ga nu ook richting legerplaats, de munitie en die AX wegbrengen. Daarna kom ik wel naar het legeringsgebouw, afscheid nemen.” Hij vertrok in zijn MB, de MAGschutters klommen in de viertonner en Joline en ik liepen naar de Volvo.
Eenmaal met de deuren dicht en de viertonner uit het zicht trok ik haar naar me toe en kuste haar. “Hoi schat. Heb je genoten van het uitzicht op de schietbaan?” Ze glimlachte. “Ja. Met name van het uitzicht op het kontje van ene Jonkman. En nu rijden, Kees. Zorg maar dat je vlak achter die vrachtwagen aan rijdt, anders komt er smerig commentaar van ene van Laar. Fred van voren.” “Ja, dat willen we niet…” Ik startte en reed even later braaf achter de viertonner de legerplaats op. Parkeren op de parkeerplaats en naar het legeringsgebouw.
“De MAGschutters zijn er ook weer… Heren, pak een bak koffie uit de automaat, dan evalueren we even hier buiten. Met z’n allen in zo’n lokaaltje wordt wat krapjes.” Fred, de bataljonsadjudant, regelde de zaak. Hij zag Joline en beende op ons af. “Volgens mij kennen wij elkaar, mevrouw… U bent toch de echtgenote van Kees? Welkom.” Hij gaf Joline een hand. “Kom Kees, koffie. De koffie van de cadi was prima, maar de koffie in de toren… Niet te drinken.” We sloten aan en hadden even daarna een warme beker koffie in handen. Toen weer naar buiten… Even later was Piet ook aangesloten.
Jolanda maakte de scores van de Coltschutters bekend, Ricco die van de Magschutters en John die van de pistoolschutters. Zowel van de Colt als van de pistoolschutters viel één collega af: uiteraard die met de laagste score. Beiden waren laconiek. “Jammer, maar helaas. We hebben hoe dan ook weer even lekker geschoten.” Fred stak zijn hand op. “Ehhh… Piet: welke Accuracyschutter valt af?” Piey keek minzaam. “Majoor, volgens mij heeft een zekere Accuracyschutter u een beetje geholpen met het omleggen van uw doelen. Need I say more?” Gelach. En Jolanda keek van Fred naar mij. “Moest Fred weer eens geholpen worden, Kees? Dat wordt nog wat als jullie eens apart op missie moeten…” Piet redde ons. "Kees heeft vandaag 60 patronen verschoten. En er ééntje gemist." Er klonken links en rechts wat fluitjes...

De BC nam het over. “Dames en heren… Allereerst het personeel van het ISK bedankt dat ze twee dagen in hun vakantie op wilden offeren voor ons. Da’s niet normaal en we zijn daar bijzonder blij mee. Luitenant, breng die dank ook over aan degenen van het ISK die hier niét staan, alstublieft.” “In het nieuwe jaar, overste. Want ook ik ga zo dadelijk naar huis om de rest van mijn verlof op te maken.” De BC knikte. “En voor het personeel van CIMIC: Fred, Jolanda, Ricco en John: jullie ook bedankt dat je twee dagen hebt opgeofferd van ons collectieve verlof. We hebben nu schietteam wat volgens mij, met nog wat finetuning, de wedstrijd wel aan durft.
Ik laat nog twee schietdagen organiseren. Waarschijnlijk apart van elkaar, maar dat ligt een beetje aan de beschikbaarheid van schietbanen. Dank voor jullie inzet, want ook jullie hadden wellicht andere dingen op de kalender staan dan op het ISK te staan blauwbekken. Ik hoop jullie weer te zien op onze nieuwjaarsreceptie in de 2e week van het nieuwe jaar! Rij veilig naar huis en geniet van de jaarwisseling, samen met diegenen die jullie lief zijn. Dank je wel.” We namen afscheid.
Ik bedankte Piet voor zijn begeleiding. “Heb jij helemaal niet nodig, Kees. Advies: probeer eens een dagje, samen met Jolanda, hier weer te schieten met de AX. Hetzij op baan Alfa, hetzij op India. Je moet het wel current houden, anders zak je af. En laat me het weten als jullie komen, dan probeer ik me even vrij te spelen. Mevrouw Jonkman, ik hoop dat u een beetje genoten hebt tussen al dat lawaai.” “Dat lawaai viel wel mee, Piet. Ik stond in de toren. Goed isolerend glas en zo." Ze keek ondeugend. "Alleen die klappen van Kees waren wat hinderlijk. Nou ja, ik ben wel wat meer dingen van Kees gewend die af en toe hinderlijk zijn…”
“Pas jij een beetje op, mevrouw Jonkman – Boogers? Niet mijn goeie naam hier te grabbel gooien hé?” Ik probeerde boos te kijken, maar het lukte me niet zo goed. Piet lachte. “Dat wordt een pittige evaluatie als jullie weer thuis zijn… Sterkte allebei!”
We gaven de collega’s een hand, toen de BC, de BA, Ricco, John en Jolanda. “Kom mooie dame. Instijgen in die mooie Volvo. Dan rij ik u naar de poort, mag u overstappen in uw Mini en jagen we richting Veldhoven. Daar gaan we ons wijden aan die evaluatie. Druk zat mee, denk ik.”
“Overstappen hoef ik niet, Kees. Mel heeft me hierheen gereden met haar auto. De Mini staat nog in Wageningen, dus daar gaan we eerst even langs.” Even later reed ik de poort van de legerplaats uit, de Otterlose weg op...
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Keith
Laylaa
Laylaa (53)
Ben jij op zoek naar een vrouw die nieuwsgierig is naar jouw fantasieën?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Durf jij met oma te flirten?
Durf jij met oma te flirten?
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 815 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net