Om zes uur stond Marie in de keuken, en ze was nog steeds nat van de nacht.
Niet omdat het moest. Omdat ze niet kon slapen.
Ze had de oven aangezet, het deeg uit de koelkast gehaald, de boter in koude blokjes gesneden. Haar handen wisten wat ze moesten doen. Rollen. Vouwen. Draaien. Weer rollen. Het was een ritme dat ze kende, en ritme was precies wat ze nodig had.
Want haar hoofd was nog boven.
In haar kamer. In haar bed. Met haar hand tussen haar benen en het geluid van Iris' kreten dat door de vloer kwam.
Twee keer, dacht ze. En daarna nog eens.
Ze drukte de deegroller harder dan nodig. Het deeg scheurde aan de rand. Ze vloekte zacht, in het Tagalog, en plakte het met haar duim weer dicht.
Op de bank in de woonkamer lag een deken. Verfrommeld. Een kussen op de grond. Twee wijnglazen op de salontafel, een kop thee die nooit was opgedronken, koud nu, met een vlies erop.
En in de gang, op de kapstok, een jas die niet van Elena was.
De auto van Iris stond nog voor de deur.
Om half acht hoorde ze voetstappen op de trap.
Eerst Elena—licht, blootsvoets, het geluid dat Marie inmiddels uit duizend andere had kunnen halen. Toen zwaarder: professor. En toen een derde paar, aarzelend, met lange pauzes tussen de treden.
Marie zette de croissants op de schaal. Haar handen trilden niet. Ze had erop geoefend.
"Goedemorgen," zei Elena.
Ze droeg haar zijden ochtendjas. Haar haar was nat, losjes opgestoken. Ze rook naar zeep en naar iets eronder dat de zeep niet helemaal had weggekregen.
"Goedemorgen," zei Marie.
Achter Elena kwam Iris binnen.
In Elena's badjas. De witte, de dikke, die Marie elke week waste en vouwde en terughing aan de haak achter de badkamerdeur. Hij was te lang voor Iris. De mouwen vielen over haar handen. Ze had de ceintuur twee keer om haar middel geknoopt, strak, alsof ze iets bij elkaar moest houden.
Haar gezicht was anders.
Marie had haar één keer eerder gezien. Bij het diner, in het zwarte jurkje met de diepe hals. Gespannen als een veer. Die glimlach die te snel kwam en te snel weer ging.
Nu was er niets gespannen aan haar. Haar ogen waren gezwollen. Haar lippen ook. Er zat een rode plek in haar hals, net onder haar oor, half verborgen onder de kraag van de badjas.
Ze zag eruit als iemand die heel lang had gehuild en daarna heel lang had geslapen.
Ze zag eruit, dacht Marie, zoals ik me voel.
"Iris, Marie," zei Elena. "Jullie kennen elkaar al."
"Van het diner," zei Iris. Haar stem was schor. Ze schraapte haar keel. "De crème brûlée. Ik droom er nog van."
"Dank u," zei Marie.
En ze zag het in Iris' blik. Dankbaarheid. Vriendelijkheid. En iets van verlegenheid, zoals bij een gast die na een feestje wakker wordt in een vreemd huis.
Maar geen besef.
Iris wist het niet.
Ze wist niet dat Marie de vloer had gekend, gisteravond. Elke kraak. Elke kreet. Het moment waarop Iris' stem was gebroken en iets had gezegd dat geen woord meer was.
Zij denkt dat ik sliep.
Marie draaide zich om en pakte de koffiekan.
Professor kwam als laatste binnen.
Grijs T-shirt. Joggingbroek. Blote voeten op de tegels. Hij had al gelopen—dat zag Marie aan zijn haar, nog vochtig in zijn nek, en aan de kleur op zijn wangen. Elke ochtend. Al dertig jaar. Zelfs vanochtend.
Hij boog langs haar heen naar de schaal, zo dichtbij dat ze de warmte van zijn lopen voelde, en de joggingbroek trok strak over zijn dij. Marie keek niet. En toen keek ze wel. De stof lag over iets zwaars dat langs zijn been naar beneden liep, veel verder dan ze had gedacht, en zelfs in rust tekende het zich af, dik, met een ronding aan het eind. Ze voelde haar tepels hard worden tegen de katoen van haar shirt. Onder haar schort klopte iets, traag, op het ritme van haar hart.
Dat, dacht ze. Dat heeft Iris gisteravond gehad.
"Croissants," zei hij, en keek naar de schaal. "Marie. Hoe laat?"
"Zes uur."
"Zes uur." Hij schudde zijn hoofd. "Ik ben negen kilometer gaan rennen om me niet schuldig te voelen over gisteravond, en jij maakt het allemaal ongedaan met boter."
Elena lachte. Iris ook—een verrast geluid, alsof het uit haar ontsnapte.
"U hoeft ze niet te eten," zei Marie.
"Dat," zei professor, terwijl hij er twee pakte, "is het wreedste wat iemand ooit tegen me gezegd heeft."
Hij ging zitten. Naast Iris. Niet tegenover haar, zoals bij het diner. Naast haar. Zijn knie raakte de hare onder de tafel en ze trok hem niet weg. Marie zag hoe Iris' hand even op zijn dij bleef liggen, bovenop de stof, en hoe hij er zijn eigen hand overheen legde. Hij keek Iris aan terwijl hij dat deed. Niet lang. Lang genoeg om te laten zien dat hij het nog proefde.
Marie schonk koffie in. Eerst Elena. Dan professor. Dan Iris.
Toen ze zich over Iris' schouder boog, rook ze het.
Niet de zeep. Niet Elena's shampoo, die Iris duidelijk had geleend.
Hem.
Diep in haar haar, in de kraag van de badjas. Dat houtige, warme. En eronder iets zouters, iets dierlijkers, dat geen douche helemaal weg kon spoelen.
Marie's hand bleef stil. Een halve seconde.
De koffie liep tot aan de rand.
"Oeps," zei Iris, en ze legde haar hand op Marie's pols. Licht. "Het is goed. Ik hou van vol."
Ik weet het, dacht Marie. Ik heb het gehoord.
Ze zei: "Sorry, mevrouw."
"Iris. Alsjeblieft. Na—" Iris stopte. Kleurde. Haar blik gleed naar Elena, naar professor, terug naar haar kop. "Gewoon Iris."
Ze aten.
Marie bleef in de keuken, zoals altijd. Afwas. Pannen. Een excuus om te blijven. Ze kende het spel nu: met haar rug naar de tafel, en haar oren open.
Een tijdlang was er alleen het geluid van messen op borden. Van koffiekopjes. Van professor die iets zei over het weer—de airco-monteur zou om tien uur komen, of om twee, of nooit, dat wist niemand.
Toen zei Iris, zacht:
"Elena."
"Hm?"
"Ik moet iets zeggen. Voordat ik naar huis ga. Anders blijft het in mijn hoofd zitten en dan ga ik het vandaag in een dossier schrijven."
Marie draaide de kraan zachter.
"Zeg het," zei Elena.
Een stilte. Marie hoorde Iris haar kop neerzetten. Hoorde de stof van de badjas schuiven.
"Hij is jouw man."
Vier woorden. Ze klonken niet als een vraag. Ze klonken als iets dat de hele nacht had liggen wachten.
Marie zag het niet. Maar ze hoorde professor ophouden met kauwen.
En ze hoorde Elena's stoel naar achteren schuiven. Voetstappen. Twee. Drie. Het zachte geluid van zijde.
"Kijk me aan," zei Elena.
Marie hield het niet meer. Ze draaide zich om, de theedoek in haar handen, en keek.
Elena stond naast Iris' stoel. Haar hand onder Iris' kin. Ze tilde haar gezicht op, zoals ze gisteravond met de warme handdoek had gedaan. Teder. Bijna moederlijk.
"Ja," zei Elena. "Hij is mijn man."
Iris' ogen werden vochtig.
"Juist daarom," zei Elena.
Ze boog voorover en kuste Iris op haar voorhoofd. Op de plek waar professor haar gisteravond had gekust.
"Ik geef hem niet weg," fluisterde ze. "Ik laat hem zien. Er is een verschil."
Professor zei niets. Hij pakte alleen Iris' hand op tafel en hield die vast. Zijn duim gleed over haar knokkels.
Iris lachte door haar tranen heen. Een nat, verbaasd geluid.
"Ik huil weer," zei ze.
"Je huilt mooi," zei professor. "Dat heb ik je gisteren al gezegd."
"Je zei dat je me zag."
"Dat ook."
Marie draaide zich terug naar de gootsteen.
Haar slip was nat. Ze voelde het trekken bij elke stap naar de gootsteen, koel waar de stof tegen haar aan plakte, en daaronder het kloppen dat niet ophield.
Van een kus op een voorhoofd, dacht ze. Wat is er mis met mij.
Maar het was geen vraag meer. Dat was het al weken niet.
Iris vertrok om negen uur.
In haar eigen kleren weer—de blouse van gisteren, de knoopjes in de verkeerde gaatjes, wat niemand haar vertelde. Ze omhelsde Elena lang. Professor langer. Bij de deur draaide ze zich om en keek naar Marie, die in de deuropening van de keuken stond met een doos in haar handen.
"Croissants," zei Marie. "Voor onderweg."
Iris pakte de doos aan alsof het iets kostbaars was.
"Dank je, Marie." Een glimlach. Echt nu. "Je bent een wonder."
Dat zei Elena ook altijd.
De deur ging dicht. De auto startte. Professor ging naar boven, naar zijn werkkamer, met een stapel essays onder zijn arm en de belofte dat hij "deze keer echt geen vampiers ging tegenkomen".
En toen was het stil.
Marie ging naar de bijkeuken. Het wasgoed van gisteren moest de machine in.
De deken van de bank lag bovenop.
Ze pakte hem op. En stond stil.
De stof was stijf. Op twee plekken. Opgedroogd. Een vlek die glansde als je hem schuin tegen het licht hield.
Ze had het moeten weggooien in de machine. Ze had het moeten doen zonder te kijken, zoals ze lakens deed, zoals ze handdoeken deed.
In plaats daarvan bracht ze de deken naar haar gezicht.
Ademde in.
Hem. En haar. En—
"Gisteren ook leuk gehad?"
Marie's hart sloeg over.
Elena stond in de deuropening. Ze leunde tegen het kozijn, haar armen over elkaar, haar ochtendjas half open. Geen glimlach. Geen afkeuring. Alleen die blik—die kat-blik, die Marie aan het ontbijt van een paar weken geleden deed denken.
Marie liet de deken zakken. Niet snel. Er was geen zin meer in snel.
Ze kon liegen. Ze kon zeggen dat ze rook of hij gewassen moest worden. Ze kon zeggen wat bedoelt u en met grote ogen kijken en dan zou Elena knikken en weglopen, want Elena drong nooit aan. Nooit druk.
En dan zou het blijven zoals het was.
Zij boven. Zij beneden. De vloer ertussen.
Ze dacht aan Iris in de badjas. Aan Iris die "gewoon Iris" zei. Aan Iris die binnen een week van de kantine naar de bank was gegaan, terwijl Marie al maanden in dit huis woonde en nog steeds koffie stond in te schenken.
Als ik het nu niet zeg, dacht ze, blijf ik altijd boven, met mijn oor op de planken.
"Twee keer," zei ze.
Elena's wenkbrauw ging omhoog. Een millimeter.
"En daarna nog eens," zei Marie. Haar stem was rustig. Ze was er zelf van onder de indruk. "De derde keer duurde lang. Ze was toen al stil. Ik moest het me voorstellen."
Een lange stilte.
Toen lachte Elena. Niet hard. Laag. Tevreden. Het geluid dat Marie door de vloerplanken had leren herkennen.
"Eerlijk," zei Elena.
"U vroeg het."
"Dat deed ik." Elena stapte de bijkeuken in. Het was een kleine ruimte. Wasmachine, droger, een plank met wasmiddel. Met twee mensen erin was er nauwelijks ruimte voor lucht. "En wat voorstellen?"
Marie keek naar de deken in haar handen.
"Hoe ze eruitzag," zei ze. "Op haar knieën, met zijn pik in haar mond. Ik hoorde haar huilen en ik wist niet—ik wist niet of het van pijn was of van—"
"Of van wat?"
"Van iets anders."
"Van iets anders," herhaalde Elena zacht.
Ze stond nu vlakbij. Ze nam de deken uit Marie's handen, vouwde hem één keer, legde hem op de droger. Zorgvuldig.
Toen keek ze Marie aan.
"U zei 'later'," zei Marie.
Ze had het niet gepland. Het kwam eruit voor ze het kon tegenhouden.
"Weken geleden. Hier. Bij het raam." Haar keel was droog. "U zei: deel van meer. Daarover later. Als je wilt."
"Dat zei ik."
"Het is later."
Elena keek haar lang aan. Marie hield de blik vast. Haar knieën wilden iets anders, maar ze hield vast.
"Wat wil je, Marie?"
"Ik weet niet wat meer is." Ze slikte. "Dat is wat ik wil weten. Wat meer is."
"Dat is een eerlijk antwoord."
"Ik ben eerlijk vandaag."
"Ik merk het." Een glimlach nu. Klein. "Het staat je."
Elena hief haar hand. Langzaam. Gaf Marie alle tijd om achteruit te stappen. Marie stapte niet achteruit.
Elena's duim vond haar kaak. Dezelfde plek als toen. Ze streek een lok achter haar oor, net zoals toen.
"Meer," zei Elena, "is dat je niet meer door een vloer hoeft te luisteren."
Marie's adem stokte.
"Maar we doen het zoals ik het met Iris deed," ging Elena verder. Zacht. Precies. "Eén stap. Dan kijken we of je de volgende wilt. Niet omdat ik het vraag. Omdat jij het vraagt."
"Welke stap?"
"Kijken." Elena's duim gleed over haar onderlip, nauwelijks. "Alleen kijken. Een stoel in de hoek. Je ogen open. Je handen waar je ze wilt."
Marie voelde het tot in haar buik. Een warmte die zakte, en bleef.
"Wanneer?"
"Als Iris het goed vindt."
"Iris?"
"Het is haar lichaam dat je ziet." Elena liet haar hand zakken. "Niet het mijne. Niet het zijne. Het hare. Zij beslist of ze gezien wil worden."
Marie dacht aan Iris' gezicht aan het ontbijt. De gezwollen ogen. De rode plek onder haar oor. Ik hou van vol.
"Ze zegt ja," zei Marie.
"Dat weet je niet."
"Nee." Marie pakte de deken weer van de droger. Stopte hem in de machine. Deed het deurtje dicht. Klik. "Maar ik heb haar gehoord. U ook."
Elena lachte weer.
"Je bent gevaarlijk als je eerlijk bent," zei ze.
"Ik werk hier," zei Marie droog. "Ik moet ergens goed in zijn."
Elena liep de bijkeuken uit.
Bij de deur bleef ze staan. Draaide haar hoofd half om.
"En Marie?"
"Ja?"
"Die deken." Een blik naar de wasmachine, die begon te zoemen. "Volgende keer hoef je niet te ruiken. Volgende keer mag je het zien gebeuren."
Ze ging.
Marie bleef staan. Haar handen plat op de wasmachine, die trilde onder haar palmen. Warm. Ritmisch.
Kijken.
Ze sloot haar ogen. Zag een stoel in de hoek. Zag Iris op haar knieën. Zag zichzelf.
Haar hand gleed naar de zoom van haar rok.
Ze stopte zichzelf niet.
De wasmachine begon aan het centrifugeren. Het trillen werd sneller. Marie leunde er met haar heupen tegenaan, haar buik tegen het warme metaal, en het gezoem ging dwars door haar heen, door haar buik, naar beneden, waar het bleef hangen.
Ze raakte zichzelf eerst niet aan. Ze liet haar hand op de stof van haar slip liggen, plat, en voelde hoe nat die was, hoe de warmte er dwars doorheen kwam. Ze drukte een beetje. Haar clit klopte tegen haar handpalm. Ze wachtte. Ze wilde wachten, zoals Iris gisteren had moeten wachten, met zijn mond vlakbij en nog niet.
Pas toen ze het niet meer hield, schoof ze haar slipje opzij.
Ze was nat. Niet een beetje. Zo nat dat haar vingers erdoor gleden zonder dat ze hoefde te zoeken. Ze had het de hele ochtend met zich meegedragen, onder het schort, achter de croissants, achter haar goedemorgen. Nu liet ze het los.
Een stoel in de hoek.
Ze zag het voor zich. Iris op het bed, met alle lampen aan. Professor tussen haar benen, zijn grijze hoofd laag, zijn handen om haar dijen. Dat geluid, dat natte geluid dat ze gisteravond door de vloer had gehoord, maar dan van dichtbij. Met haar eigen ogen. Twee meter.
En dan, wat ze niet mocht denken en toch dacht: dat hij opkeek. Over Iris heen, naar de stoel in de hoek. Naar haar. Dat hij zag hoe ze daar zat, met haar knieën uit elkaar, en dat hij het zei, met die lage stem van aan het ontbijt: Marie. Ik zie je.
"Ja," fluisterde ze tegen niemand. "Kijk maar. Kijk hoe nat ik ben."
En daarna, wat ze nog minder mocht denken: dat ze naast Iris op haar knieën zat. Dat hij voor hen allebei stond, zwaar en hard, en dat ze om de beurt hun mond om hem heen deden. Ze zag het voor zich, scherp: Iris' lippen strak om de kop, dan de hare, haar tong onder de rand, zijn hand in haar haar. "Ik wil hem proeven," fluisterde ze. "Ik wil weten hoe hij smaakt."
Twee vingers. Diep. Haar duim op haar clit, rondjes, in het ritme van de trommel.
De deken lag in de machine. Ze wist wat erin zat. Ze had het geroken. Nu draaide het rond, een meter onder haar buik, en ze stelde zich voor dat het nog warm was.
Volgende keer mag je het zien gebeuren.
Haar knieën werden slap. Ze legde haar andere hand plat op het deksel, haar wang ertegen. Het metaal trilde tegen haar gezicht. Haar heupen gingen mee, harder, sneller, tegen de rand van de machine aan, tegen haar eigen hand.
Ze beet op haar lip. Niet om stil te zijn. Ze wilde stil zijn omdat het stil zijn zelf haar geil maakte. Iedereen in huis. En zij hier, beneden, met haar rok omhoog en haar vingers in zichzelf, en de deur van de bijkeuken op een kier.
Het kwam van ver. Eerst een tintelen laag in haar buik, dan een warmte die zich samentrok achter haar clit, en toen het moment dat ze het niet meer kon tegenhouden en het ook niet meer wilde. Ze kwam met haar mond open tegen het witte deksel. Lang. Haar kut klemde om haar vingers en liet los en klemde weer, en het centrifugeren gierde door tot het eind. Ze bleef wrijven, zachter, en vlak voor de machine stopte kwam ze nog een keer, klein en verrast, met zijn naam bijna op haar lippen.
Toen stopte de machine.
Marie bleef liggen, half over het deksel, met natte vingers en haar hart in haar keel.
Ze likte haar vingers af. Rustig. Zoals ze het boter van een mes zou likken.
Ik werk hier, dacht ze, en voor het eerst moest ze erom glimlachen.
Boven, in zijn werkkamer, had Thomas al twintig minuten naar dezelfde zin van hetzelfde essay gestaard.
De deur stond op een kier. De bijkeuken lag recht onder hem. Het oude huis droeg geluid zoals het altijd had gedaan—in beide richtingen.
Hij had niet alles verstaan.
Maar twee keer wel. En het is later.
Hij legde zijn pen neer.
Beneden gierde de wasmachine. En onder dat gieren, als je goed luisterde, een ander geluid. Ingehouden. Ademend. Bekend.
Thomas glimlachte. Hij was hard. Hij was het al sinds twee keer, en het lag zwaar en heet langs zijn dij in de joggingbroek, tot bijna aan de rand van de pijp. Hij legde zijn hand erop, plat, en drukte. Meer deed hij niet. Hij luisterde, en liet het kloppen onder zijn hand.
Hij pakte zijn telefoon en typte één bericht.
Iris. Vrijdag weer? Elena wil je iets vragen.
Het antwoord kwam binnen een minuut.
Ja.
En toen, een seconde later:
Wat wil ze vragen?
Hij keek naar de vloer, naar de bijkeuken onder zijn voeten. Naar het geluid dat langzaam versnelde.
Of je het erg vindt, typte hij, om gezien te worden.
En jij?
Welk moment bleef hangen? Marie die het hardop durfde te vragen? Elena die zei dat het mocht? Of dat ene sms'je van Thomas, en de stilte daarna?
Waar zat jij, terwijl je dit las? In de stoel in de hoek, zoals Marie? Of ergens waar ik nog niet aan gedacht heb?
Iedereen heeft een fantasie die hij nooit hardop zegt. Hier mag hij bestaan. Zonder oordeel, zonder schaamte.
Dit was pas het begin. Waar genoot jij het meest van, en wat had je gewild dat er daarna gebeurde? Vunzig of teder, het mag allebei. Je schrijft me via de reacties of via nachtegaal.schrijft@gmail.com. Een kleine bekentenis van mijn kant: achter Vera zit een man. Soms vindt jouw fantasie haar weg naar zijn volgende hoofdstuk.
— Vera Nachtegaal





