
Het huis stond buiten de stad, aan het einde van een weg die smaller werd naarmate ze verder reed. De lantaarns hielden op bij de laatste bocht, en daarna was er alleen het licht van haar koplampen, dat een smalle tunnel door de bomen sneed. Takken hingen laag over de weg en streken langs het dak van de auto alsof ze haar wilden tegenhouden. Ze zette de radio harder, een oud nummer dat ze kende van de zomer, maar de muziek klonk vreemd hier, alsof het signaal van heel ver kwam.
Het hek stond open. Twee stenen pilaren, begroeid met klimop, en daartussen een grindpad dat verdween in het donker. Ze stopte de auto aan de kant van de weg, want het pad zag eruit alsof het haar auto zou opslokken. Toen ze de motor afzette, hoorde ze de stilte, en daaronder, heel zacht, een dreunende bas alsof het feest al begonnen was, diep in het huis.
Ze stapte uit. De lucht was koud en vochtig, rook naar rottend blad en natte aarde. Haar jurk was dun, zwart, met lange mouwen en een diepe hals, en ze had erover getwijfeld of het niet te weinig was voor oktober, maar nu ze hier stond, voelde ze de kou als een hand op haar blote benen. Ze trok haar jas dichter om zich heen en begon te lopen.
Het grind knerpte onder haar laarzen. Links en rechts stonden bomen zo dicht op elkaar dat ze een muur vormden, en tussen de stammen bewoog iets, misschien de wind, misschien iets anders. Ze keek niet. Ze hield haar ogen op het huis gericht, dat langzaam dichterbij kwam: een oud landhuis met hoge ramen, waarachter kaarslicht flakkerde. De voordeur stond open, een zwarte mond met een tong van rood licht die over de stoep gleed.
Bij de deur bleef ze even staan. De muziek was hier duidelijker, een langzame dreun die in haar borst leek te kloppen. Ze hoorde stemmen, gelach, glasgerinkel. En toen ze over de drempel stapte, sloeg de warmte haar tegemoet, vermengd met de geur van was, zweet en iets zoets dat ze niet kon thuisbrengen.
De hal was vol mensen. Ze droegen maskers, sommige van papier-maché, andere van leer of stof, en hun kostuums glansden in het kaarslicht. Niemand keek naar haar, of misschien keken ze allemaal, dat kon ze niet zien achter die maskers. Ze hing haar jas aan een kapstok die al vol hing, en liep de eerste de beste kamer binnen.
Het was er donker. De enige verlichting kwam van kaarsen die in nissen stonden, en van een kroonluchter die zo laag hing dat de vlammen bijna de hoofden van de dansenden raakten. De muziek was hier harder, een dreun die door de vloer omhoogkwam. Nina bewoog zich tussen de lichamen door, op zoek naar een bar, een drankje, iets om haar handen bezig te houden.
Toen voelde ze de eerste aanraking. Een hand op haar heup, licht, alsof iemand haar in het voorbijgaan wilde tegenhouden. Ze draaide zich om, maar er was niemand, alleen een man in een zwart gewaad die met zijn rug naar haar toe stond. Ze liep verder, en de hand was er weer, nu op haar onderrug, vingers die even over de stof van haar jurk gleden en toen verdwenen.
Ze versnelde haar pas. De kamer leek langer te worden, of misschien was het een andere kamer, een gang met donkere deuren aan weerszijden. De muziek werd zachter, alsof ze zich ervan verwijderde, en in plaats daarvan hoorde ze het ruisen van ademhaling, overal om haar heen. Een mond raakte haar schouder, lippen die even over haar blote huid streken, en toen ze zich omdraaide, zag ze alleen een glimp van een wit masker dat in het donker verdween.
'Wie is daar?' vroeg ze, maar haar stem klonk dun, alsof de duisternis hem opslokte.
Niemand antwoordde. In plaats daarvan voelde ze vingers in haar nek, koud, die haar haren opzij schoven. Een tong raakte de plek achter haar oor, nat en warm, en ze hoorde iemand zacht lachen, vlakbij. Ze rukte zich los en liep verder, dieper het huis in, want teruggaan was geen optie meer, dat wist ze zonder te weten waarom.
De gang werd smaller. De muren kwamen dichterbij, behangen met stof die naar schimmel rook. Af en toe streek er iets langs haar blote arm, een hand, een mond, vingers die even in haar zij knepen. Ze hoorde gefluister, woorden die ze niet verstond, maar de toon was onmiskenbaar: verlangen, honger, iets dat wachtte.
Een deur aan het einde van de gang stond op een kier. Er viel een streep rood licht doorheen, en daar liep ze naartoe, alsof het licht haar riep. Toen ze de deur openduwde, stond ze in een kamer vol spiegels. Ze zag zichzelf, bleek in het rode licht, haar jurk verkreukeld, haar lippenstift nog gaaf. En achter haar, in de spiegel, zag ze de anderen.
Ze stonden om haar heen, zonder dat ze hen had horen binnenkomen. Vijf, zes, misschien meer, allemaal in het zwart, allemaal met maskers die hun gezichten verborgen. Een van hen, een lange man met een masker van veren, stak zijn hand uit en raakte haar wang aan. Zijn vingers waren warm, en hij liet ze langzaam naar haar hals glijden, over haar sleutelbeen, naar de rand van haar decolleté.
'Niet weglopen,' zei hij zacht. 'Het is nog maar net begonnen.'
Ze wilde iets zeggen, maar er kwam geen geluid. De anderen kwamen dichterbij, en nu voelde ze handen overal: op haar armen, haar rug, haar billen. Vingers die in haar vlees knepen, lippen die haar schouders kusten, tanden die zacht in haar nek beten. Ze probeerde zich los te maken, maar er was geen ruimte om te bewegen, alleen lichamen, warm en dicht, die haar omringden.
Iemand trok haar jurk omhoog. Ze voelde koude lucht op haar dijen, en toen een hand die tussen haar benen gleed, over haar slipje, dat al vochtig was. Ze schaamde zich, maar haar lichaam reageerde, haar heupen bewogen vanzelf tegen de hand aan. De man met het verenmasker lachte zacht.
'Ze wil het,' zei hij. 'Kijk maar hoe nat ze is.'
Vingers schoven haar slipje opzij. Een mond vond haar borst, zoog door de dunne stof heen, en ze voelde tanden die zacht in haar tepel beten. Haar hoofd viel achterover, en iemand ving haar op, hield haar vast terwijl handen haar jurk verder omhoog trokken, tot aan haar middel. De kou verdween, vervangen door warmte, door monden die haar overal raakten.
Een vinger gleed bij haar naar binnen, en ze kreunde. Het was een vreemd geluid, alsof het van iemand anders kwam. De vinger bewoog langzaam, verkende haar, en werd al snel gevolgd door een tweede. Ze voelde zich opengaan, voelde hoe haar lichaam zich aanpaste, en tegelijkertijd werd haar jurk over haar hoofd getrokken, zodat ze naakt stond tussen al die vreemden, alleen nog haar laarzen aan.
'Laat me,' fluisterde ze, maar het klonk niet alsof ze het meende.
'Nee,' zei een stem achter haar. 'Je blijft.'
Handen draaiden haar om. Ze stond nu tegenover een man met een masker van zwart leer, zonder mondopening, alleen gaten voor zijn ogen. Hij liet zijn handen over haar borsten glijden, kneedde ze ruw, en boog zich toen voorover om haar tepel in zijn mond te nemen. Ze voelde zijn tong, warm en nat, en tegelijkertijd duwde iemand haar benen uit elkaar.
Een hand gleed tussen haar billen, vingers die haar daar aanraakten, zacht eerst, toen dwingender. Ze spande zich aan, maar een mond tegen haar oor fluisterde dat ze zich moest ontspannen, dat het beter was als ze zich ontspande. Een vinger drong naar binnen, en ze hapte naar adem. Het was vreemd, vol, en het deed bijna pijn, maar de vinger bewoog voorzichtig, alsof hij haar wilde laten wennen.
Tegelijkertijd knielde iemand voor haar neer. Ze keek omlaag en zag een vrouw met een masker van zilveren bladeren, die haar slipje naar beneden trok en haar dijen kuste, steeds hoger, tot haar mond bij haar kut was. De tong raakte haar klit, en Nina kreunde opnieuw, harder nu. De vrouw likte haar langzaam, alsof ze alle tijd had, terwijl de vinger achter haar dieper ging.
Ze stond daar, gevangen tussen monden en handen, en ze wist niet meer waar haar lichaam begon en waar het ophield. Iemand pakte haar hand en legde die op een harde, warme pik, en haar vingers sloten zich eromheen zonder dat ze erover nadacht. Ze voelde hoe hij in haar hand bewoog, hoorde iemand zacht kreunen, en de vrouw tussen haar benen likte sneller, alsof ze beloond moest worden.
Toen ze bijna klaarkwam, stopte alles. De monden trokken zich terug, de handen lieten haar los, en ze stond daar, trillend, met haar benen wijd en haar kut nat en kloppend. De man met het verenmasker stond voor haar, zijn pik in zijn hand, en hij bekeek haar alsof ze een maaltijd was.
'Op je knieën,' zei hij.
Ze zakte neer, zonder aarzeling, alsof haar lichaam al wist wat er ging komen. De stenen vloer was koud onder haar knieën. Hij stapte naar voren en duwde zijn pik tegen haar lippen. Ze opende haar mond, en hij gleed naar binnen, diep, tot achter in haar keel. Ze kokhalsde, maar hij hield haar hoofd vast en trok zich niet terug.
'Rustig,' zei hij. 'Adem door je neus.'
Ze deed wat hij zei. Hij bewoog langzaam, zijn handen in haar haren, en ze liet haar tong over de onderkant van zijn pik glijden, proefde zout en huid. Achter haar voelde ze weer handen, die haar billen spreidden, en toen de koude glans van iets nats, olie misschien, die tussen haar billen werd gewreven. Een vinger drong opnieuw bij haar kontje naar binnen, nu makkelijker, en ze kreunde om de pik in haar mond.
De man in haar mond begon sneller te stoten. Ze hoorde zichzelf kokhalzen, voelde speeksel over haar kin lopen, maar ze trok zich niet terug. Tegelijkertijd werd de vinger achter haar vervangen door iets groters, een pik, die langzaam naar binnen duwde. Ze schreeuwde, gedempt door de pik in haar keel, en haar hele lichaam spande zich aan. Het deed pijn, een scherpe, brandende pijn, maar de man achter haar stopte niet. Hij duwde verder, centimeter voor centimeter, tot hij helemaal in haar zat.
Toen begon hij te bewegen. Eerst langzaam, alsof hij haar de tijd gaf om te wennen, maar al snel sneller, harder. Ze voelde zich vol, opengescheurd, en tegelijkertijd duwde de man voor haar zijn pik dieper in haar keel, zodat ze nauwelijks kon ademen. Haar handen grepen naar zijn dijen, maar hij hield haar hoofd vast en bleef stoten.
Ze verloor elk besef van tijd. Er was alleen het ritme van de twee lichamen die haar gebruikten, de pik in haar mond en de pik in haar kontje, en haar eigen lichaam dat meebewoog, dat zich overgaf. Ze voelde een hand tussen haar benen, vingers die haar klit streelden, en ze wist dat ze ging klaarkomen, dat ze er niets aan kon doen.
Het orgasme rolde door haar heen als een golf, en ze schreeuwde, maar het geluid werd gesmoord door de pik in haar keel. Haar spieren trokken samen, en de man achter haar kreunde, stootte nog een paar keer diep en kwam toen klaar, warm en nat in haar kontje. Tegelijkertijd voelde ze de man in haar mond verstrakken, en hij trok zich terug, net op tijd om over haar gezicht klaar te komen. Het spoot over haar wangen, haar lippen, haar gesloten ogen.
Ze bleef op haar knieën zitten, hijgend, terwijl het zaad over haar gezicht droop. Iemand veegde het weg met een stuk stof, ruw, alsof ze een vlek was. Toen ze haar ogen opende, stonden de maskers om haar heen, roerloos, alsof ze op iets wachtten.
'Sta op,' zei de man met het verenmasker.
Ze stond op, wankelend. Haar benen trilden, en tussen haar billen liep iets warms naar beneden. Iemand duwde haar naar een tafel in het midden van de kamer, een zware houten tafel met kaarsen erop. Ze werd eroverheen gebogen, haar borsten tegen het koude hout, haar billen omhoog.
'Nu je kutje,' zei een stem achter haar.
Ze voelde een pik tegen haar ingang, en toen duwde hij naar binnen, zonder waarschuwing, diep en hard. Ze schreeuwde het uit, maar er kwam geen protest, alleen geluid. Hij neukte haar snel, ruw, zijn handen op haar heupen, en elke stoot duwde haar tegen de tafel. De kaarsen flakkerden, en in het dansende licht zag ze de spiegels om haar heen, zag ze zichzelf, gebogen, met een man achter haar die haar nam alsof ze van hem was.
Ze kwam weer klaar, sneller dit keer, en ze voelde hoe haar kut zich om hem heen spande. Hij gromde en stootte nog dieper, en toen hij klaarkwam, bleef hij even in haar hangen, alsof hij zeker wilde weten dat alles in haar bleef.
Daarna was er nog een man, en nog een. Ze verloor de tel. Er was altijd wel een hand die haar vasthield, een mond die haar kuste, een pik die haar vulde. Haar kutje, haar kontje, haar mond, het leek niet meer uit te maken. Ze was een lichaam geworden, een opening, een plek waar anderen hun verlangen kwijt konden.
Toen het eindelijk ophield, lag ze op de vloer, op een kleed dat naar stof en zweet rook. Haar lichaam deed overal pijn, maar het was een vreemde pijn, alsof hij niet helemaal van haar was. Ze hoorde de muziek weer, ver weg, alsof het feest nog steeds doorging in een ander deel van het huis.
Iemand legde een deken over haar heen. Ze keek op en zag de vrouw met het zilveren bladermasker, die naast haar hurkte.
'Je kunt blijven,' zei de vrouw. 'Het feest duurt nog tot zonsopgang.'
Nina sloot haar ogen. Buiten begon de wind op te steken, en ergens in het huis viel een deur dicht. Ze voelde de warmte van de deken, de kou van de vloer eronder, en het kloppen van haar eigen hart, dat maar niet wilde normaliseren.



