Artur en Andrzej vragen de volgende ochtend bij het ontbijt gelukkig niet wat ik in het weekend heb uitgevreten. Ondanks mijn vermoeide kop. Ze raken niet uitgepraat over wat ze hebben gedaan en ik ben blij dat ze daarom niet op het idee komen mij uit te horen. De heren hebben zelf ook de bloemetjes buitengezet. Ze zijn naar een of andere club geweest waar ze twee donkere Zuid-Afrikaanse schonen hebben ontmoet die het maar wat interessant vonden twee Europese hunks te ontmoeten. Ik hoor hun verhalen aan met een glimlach op mijn gezicht en ben blij voor ze dat ze een leuk weekend hebben gehad.
De dagen vliegen voorbij. Nu de communicatie goed werkt zijn mijn dagen goed gevuld en kan ik echt doorwerken. Nadat we alleen met testpakketten hebben gewerkt schakelen we over op kleine batches met 'echte' pakketten. Het zijn farmaceutische producten, wat betekent dat iedere stap traceerbaar moet zijn. Dus iedere stap, iedere beslissing die de sorteerinstallatie neemt moet worden gelogd en opgeslagen in de database. Zodat, wanneer er een fout gedetecteerd wordt, er altijd kan worden nagegaan wat en waar het fout gegaan zou kunnen hebben. Aan het einde van de week doet de installatie het vrijwel feilloos. De planning is dat ik twee weken blijf en dat Artur en Andrej nog wat langer blijven om bij de eerste echte productie aanwezig te zijn. Ik kan ze op afstand ondersteunen. Dat lijkt ondanks de vertragingen in de eerste week te gaan lukken.
Het voelt als een uiterste krachtinspanning, maar ondanks dat ik iedere dag samen met Denzel werk, lukt het ons van elkaar af te blijven. Uiteraard zijn er de terloops strelingen en handen op lijven over en weer. Zoenen of nog verder gaan doen we niet.
Dat eindigt op vrijdagavond, mijn laatste avond in Pretoria. Zaterdagochtend zal ik vertrekken. Pieter en Dean zullen mij naar het vliegveld brengen. Ik voel mij toch wat schuldig ten opzichte van Dean. Ondanks dat we niets hebben voelt het toch als een soort van vreemdgaan als ik met Denzel en Yazid loop te rotzooien. Als ik het met hen doe is het duidelijk: we neuken voor de fun en verwachten niets van elkaar, met Dean voelt het anders. Vrijdagavond heb ik een afscheidsborrel met Pieter, Andrzej, Artur, Denzel en Yazid. Dean is er niet, die heeft een feest op zijn hardloopclub. We zitten in de bar van het hotel. Yazid hoort eigenlijk niet bij ons groepje, maar hij kwam ‘per ongeluk’ langs toen we er zaten. Ik heb hem er toch bij gevraagd als de tweelingbroer van Denzel. Gelukkig houden de heren zich koest en laten ze niet blijken dat we elkaar iets beter kennen dan alleen via het werk en het hotel.
Als het laat is wordt het tijd om afscheid te nemen van alle heren. Ik geef allereerst Pieter een knuffel.
“Zie ik je morgen?” Ik zie dat hij weifelt.
“Is het goed dat Dean je morgen naar Tambo brengt? Ik moet morgenochtend met Christina naar het ziekenhuis en ik weet niet hoelang dat gaat duren.”
“Oh jammer, maar geen probleem hoor. Doe je Christina de groeten van mij? Ik hoop dat we elkaar nog een keer zien in de nabije toekomst.”
“Dat hoop ik ook Klaasje, het was fijn met je te werken.” Ik krijg een zoen op mijn wang.
Artur en Andrzej geef ik een hand, hun zie ik in Nederland wel weer.
Dan geef ik Denzel een knuffel. Ik fluister in zijn oor.
“Zie ik je zo nog? Kamer honderdvier.”
“Ik dacht dat je het nooit zou vragen", fluistert hij terug. Yazid geef ik ook een hug.
“Ik zie je zo", fluister ik tegen hem. Hij begrijpt het en ik krijg een glimlach met een vette knipoog.
Die nacht hebben we voor de laatste keer spetterende seks. De mannen geven zich helemaal en ik ben dan ook helemaal uitgewoond als ik ze tegen twee uur laat vertrekken uit mijn kamer en ik moe, tevreden en volgespoten met een grote lach op mijn gezicht in slaap val.
Als ik 's ochtends om acht uur met mijn koffer uit de lift stap, staat Dean al op mij te wachten. We hebben deze week alleen nog maar via berichtjes contact gehad en hij is dan ook blij mij weer te zien. Ik krijg een innige omhelzing en zijn tong verdwijnt al snel in mijn mond. We vrijen voor een paar minuten en dan moeten we gaan. Het vliegveld is niet zo heel ver maar door het rommelige verkeer in Pretoria kan het zo een uur langer duren dan gepland, en ik heb geen zin om te laat te zijn.
De rit gaat echter gelukkig sneller dan gepland.
“Ga je nog even mee naar binnen? Misschien kunnen we nog ergens samen wat eten of drinken”, stel ik voor. Dean stemt verheugd in. Zo heeft hij nog wat meer tijd met mij.
De balie voor mijn vlucht is nog maar net geopend als we binnenkomen. Ik dump gelijk mijn koffer en dan zoeken we samen een koffietentje op. We gaan naast elkaar zitten op een bankje in de verste hoek van het tentje. Het is nog erg rustig en we zitten uit het zicht van anderen. Dean kan niet van mij afblijven.
“Ik baal ervan dat je nu al weg moet", fluistert hij in mijn nek.
“Je kent mij pas twee weken", help ik hem herinneren, “we hebben elkaar maar een paar keer gezien in die twee weken.”
“Toch voelt het alsof ik je al maanden ken.”
“Schatje...” Ik zoen hem in zijn nek. Al snel zoekt zijn mond de mijne en tongen we terwijl onze koffie koud staat te worden.
“Ik wou dat ik je nog een keer kon nemen", kreunt hij in mij oor. Ik heb hetzelfde gevoel. Het is immers al een week geleden dat we het voor het laatst gedaan hebben, en gisteren was hij er ook al niet. Ik krijg een idee.
“Drink je koffie op", zeg ik gehaast. Ik pak mijn eigen kop halflauwe koffie en sla deze in een keer achterover. Dean kijkt mij verwonderd aan maar doet wel wat hij zegt. Ik pak zijn hand en sleep hem achter mij aan. Ik trek hem mee naar de hoek van de grote vertrekhal. Ik kan mij herinneren van mijn vorige bezoek dat hier een immense toiletruimte is waar geen kip komt. En ook geen mens. Echter net als we daar aankomen stuift een hele groep vrouwen het damestoilet in. Waarschijnlijk een vriendinnengroep want ze keuvelen honderduit met elkaar als ze naar binnen gaan.
“Fuck", roep ik. Echter bij het mannentoilet zie ik niemand. Ik kijk om mij heen dat niemand ons ziet en gluur om het hoekje in de ruimte. Er is niemand te bekennen.
“Kom", zeg ik en ik neem Dean aan mijn hand mee naar binnen. Aan de linkerkant is de muur bezet door allemaal urinoirs en een aantal wasbakken. Aan de rechterkant een hele rij toilethokjes. Ik trek Dean mee naar het laatste hokje en ga naar binnen. Het is er gelukkig schoon. Op de achtergrond hoor ik een zacht muziekje spelen. Het overstemt de achtergrondgeluiden uit de hal en zorgt ervoor dat ik wat rustiger word. Ik draai mij richting Dean en druk mijn lippen op de zijne. Terwijl mijn tong zijn mond binnendringt zich verstrengelt met die van Dean, gaan mijn handen naar zijn broek en begin ik deze open te maken.
“Een beetje hongerig?", murmelt hij terwijl onze monden nog op elkaar zitten.
“Mmm-mmm", antwoord ik bevestigend, “we hebben niet zoveel tijd.”
Terwijl ik met hem bezig ben verdwijnt de hand van Dean in mijn legging. Ik heb een strakke legging aangedaan omdat dit gewoon lekker zit in het vliegtuig, waar ik straks twaalf uur moet door zien te komen. En dan trek ik liever iets aan dat comfortabel zit. Zijn vingers hebben al snel mijn genotsknopje gevonden en beginnen deze te masseren. Ik kreun zachtjes van genot. Dan heb ik zijn broek los en duw deze naar beneden. Ik haal de massieve staaf uit zijn broek. Ik wacht even want Dean masseert zo lekker dat ik even geniet van zijn aanraking terwijl ik voel dat ik drijfnat begin te worden. Ik was even bang dat ik droog het weekend zou beginnen maar zoals het er nu uitziet stap ik het vliegtuig in met het zaad van drie verschillende mannen in mijn grotje, gezien het feit dan Denzel en Yazid mij vannacht nog hebben genomen.
“Draai je om”, fluister hij in mijn oor. Ik weet niet waarom we fluisteren, want er is voor rest niemand anders in de ruimte, maar onbewust willen we denk ik toch zo weinig mogelijk lawaai maken.
Ik draai mij om en duw mijn legging verder naar beneden zodat mijn naakt poesje voor hem beschikbaar is. Ik plaat mijn handen boven het toilet tegen de muur en buig naar voren. Ik duw mijn kont in het kruis van Dean. Hij begeleid zijn eikel naar mijn ingang en stoot dan naar binnen. Mijn sappige vulvalippen nemen zijn pik gulzig op en een golf van sensatie schiet door mijn kruis. Kippenvel trekt over mijn huid als hij begint te stoten.
“Helemaal voor jou Dean, helemaal voor jou", hijg ik. “Pomp dit geile wijf vol Dean, neuk me.”
Dean stoot nu zo stevig dan ik mijzelf overeind moet houden door mijn handen tegen de muur te plaatsen. Zijn handen hebben mijn heupen gepakt en bij iedere stoot trekt hij mij over zijn stijve. De hele setting zorgt ervoor dat ik al snel richting een hoogtepunt schiet.
“Ik kom Dean, ik kom", kreun ik. Op dat moment hoor ik mijn telefoon trillen in mijn rugzakje, die ik op de grond heb staan.
“Je telefoon", kreunt Dean.
“Niet op letten, pomp me vol verdomme", kreun ik. Dean stoot nog harder waardoor mijn orgasme maar door blijft duren. Dan komt hij ook. Met een paar lange halen perst hij zijn laatste zaad uit zijn zak in mijn natte kutje. Mijn telefoon in ondertussen opgehouden met trillen. Ik sta nog steeds voorovergebogen als Dean zich langzaam terugtrekt. Ik pak wat toiletpapier van de rol om mijzelf droog te maken voordat ik mijn slip en legging weer omhoogtrek. Ondertussen heeft Dean zijn pik ook opgeborgen. Net als ik mijn rugzak pak begint mijn telefoon weer te rinkelen. Ik neem op terwijl ik het hokje uitloop, met Dean achter mij aan die nog bezig is zijn broek dicht te doen.
“Hallo met Klaasje", zeg ik in mijn telefoon.
“Dag Klaasje, met Pieter", hoor ik in tweevoud, door de luidspreker van mijn telefoon en vlak voor me door de man die voor mijn neus staat.
“Fuck”, ontsnapt er over mijn lippen. “Wat doe jij hier, je moest toch naar het ziekenhuis?” Ik zeg het in mijn telefoon maar besef al snel dat dat niet nodig is dus ik druk het gesprek weg.
“Dat klopt, maar het ging veel sneller dan gedacht dus ik dacht ik neem nog even afscheid van je, vandaar dat ik je probeerde te bellen. Maar je was te druk met mijn zoon te verleiden zie ik nu.” Ik word vuurrood.
“Sorry, ik…” Ik heb geen idee wat ik moet zeggen.
“Wat wilde je zeggen?” vraagt Pieter als ik mijn zin niet afmaak.
“Ik wilde zeggen: het is niet wat het lijkt, maar dat is onzin, ik denk dat ontkennen geen zin heeft.”
“Dan ben ik blij dat ik die discussie niet hoeft te voeren.”
Dean mengt zich in het gesprek. “Veroordeel haar niet pep, we zijn allebei volwassen en mogen doen wat we willen.”
“Hadden jullie geen betere plek kunnen zoeken dan een toilet op het vliegveld?”
“We waren niets van plan, maar we waren al heel vroeg hier en… en we hadden elkaar de hele week nog niet gezien.”
Pieter kijkt ons met een scheef oog aan. “Dus… dit speelt al een tijdje?”
Nu kleurt Dean rood. “Eh, sinds we elkaar in Hoedspruit hebben leren kennen.”
Pieters ogen worden groot. “Dan had Christina toch gelijk.”
“Ze zei gelijk al dat ze het gevoel had dat er wat opbloeide tussen jullie.”
“We hebben al wat sinds het begin”, zegt Dean. Ik verschiet van kleur. Hier hebben we het nooit over gehad. Hij denkt misschien dat hij wat met mij heeft, andersom ben ik daar niet zo zeker van, of eigenlijk, ik weet het wel zeker. Maar dat durf ik niet te zeggen. Pieter is onze agent en belangrijk voor de zaken voor mijn werkgever in Zuid-Afrika, die wil ik niet in het harnas jagen door duidelijk te maken dat ik zijn zoon alleen maar als lustobject heb gebruikt. En ja, we hebben het heel gezellig gehad en zijn samen op pad gegaan, maar dat betekent voor mij nog niet dat we ‘iets’ meer hebben dan pure vriendschap. Dus ik houd mijn mond en knik alleen maar zachtjes.
Epiloog
Jan kijkt op van zijn computer als ik op maandagochtend binnen kom stappen. Ik ben zaterdag teruggevlogen Ik heb Pieter en Dean achtergelaten op het vliegveld met het idee dat ik een relatie met Dean, en dat geeft mij een onrustig gevoel. Ik zie een relatie niet zitten, zeker niet op afstand met een jongen die ik erg mag maar waar ik niet echt verliefd op ben. En dat knaagt.
Jan kijkt mij aan. “Ik had je nog niet terugverwacht”
“Hoezo niet? Ik zou toch twee weken gaan en die zijn voorbij, bovendien hebben we vorige week nog met elkaar gebeld.”
‘Meestal lopen de projecten wel uit door onverwachte dingen in het veld.”
“Artur en Andrzej zijn er nog… en ik kan ze op afstand ondersteunen als dat nodig mocht zijn.”
“Plus ik krijg altijd een mail of een belletje van deze of gene dat je jezelf weer in een of andere compromitterende situatie hebt gebracht… En dat heb ik deze keer niet gekregen. Mijn complimenten, dat is nieuw voor mij, gefeliciteerd!” ik zie een brede lach op zijn gezicht. Dan moet ik denken aan Pieter en Dean en krijg het warm. Jan ziet dat ik bloos en kijkt me met een schuin hoofd aan.
“Of ben ik te vroeg met mijn conclusies?”
Ik knik langzaam, sluit de deur van het kantoor zodat er niemand per ongeluk mee kan luisteren en pak een stoel.
“Ik moet je wat vertellen.”
Dan vertel ik het hele verhaal over Dean en Pieter, en dat Dean denkt dat hij verkering heeft met mij. De gebeurtenissen met Denzel, Yazid en Joe vergeet ik voor het gemak maar even.
“Dus normaal gesproken zou ik het gelijk duidelijk hebben gemaakt dat ik geen relatie heb, maar Pieter is wel onze agent en ik wil hem niet voor het hoofd stoten. Bovendien viel het mij wat rauw op mijn dak, de gevoelens die Dean aan mij bekende, dus ik wist even niet hoe ik moest reageren”, besluit ik mijn verhaal.
Jan kijkt bedachtzaam en laat mijn verhaal even tot zich doordringen.
“Duidelijk, ik begrijp je gevoelens. Ik denk dat je goed hebt gehandeld en niet gelijk een drama hebt veroorzaakt op het vliegveld. En dank dat je aan onze positie hebt gedacht. Ik denk dat je het even moet laten rusten, en dan maak je het over een paar weken uit. Dan kun je zeggen dat je het toch niet zitten, een relatie op afstand en dat je het daarom uitmaakt. Daar zal Dean het misschien moeilijk mee hebben maar ik denk dat het voor Pieter een opluchting zal zijn.”
Ik denk even na en moet hem gelijk geven. Dit klinkt als een plan. Een paar weken de schijn ophouden is denk ik geen probleem. Ik mag Dean en wil hem geen pijn doen, maar het over een paar weken uitmaken moet lukken.
“Okay, dank je voor je advies. Ik denk dat het een goed uitvoerbaar plan is. Dat ik zal uitvoeren.”
Dan verschijnt de overbekende grijns op het gezicht van Jan.
Ik kijk hem aan. “Ojee…”
“Je gaat nog steeds vooruit schat. Ik hoef niets op te lossen, heb geen mails of belletjes gehad. Top!”
Ik loop hoofdschuddend zijn kantoor uit. Ik weet niet of ik dat nu als een compliment moet opvatten of niet. Dan moet ik weer denken een de zwarte mannen die mijn genomen hebben en krijg ik het gelijk weer warm in mijn kruis. Met een blij gemoed zoek ik mijn bureau op om aan de slag te gaan met het volgende project.