De kerk is vol. Het licht valt door de hoge ramen op de banken voor ons. Sydney zit twee rijen verder, naast haar moeder, de handen gevouwen. Ik was te laat. Haar haren vallen over haar schouders, de blouse tot aan de hals dichtgeknoopt. Ze zingt mee, de mond die de woorden vormt, de lippen die bewegen. Ik kijk ernaar en zie meteen de andere mond. Dezelfde lippen die gisteren in het donker strak om mijn eikel zaten, die nat gleden over de schacht, die slikten terwijl ik klaarkwam. Drie keer in één week. Twee keer met die mond die nu bidt.
Ze gelooft echt. Dat zie ik. Haar ogen zijn dicht tijdens het gebed, het hoofd iets gebogen, de schouders ontspannen. Geen schijnheiligheid. Ze meent het. Toch blijft het beeld hangen. Gisteren, de koude muur, haar handen op mijn dijen, het geluid van haar mond in het donker. De zaterdag ervoor, in de douche, haar lippen om me heen terwijl het water op mijn rug viel. En de nacht daarna, in bed, haar hand die me aftrok tot ik klaarkwam over mijn buik. Drie keer. Haar mond twee keer. En nu zit ze hier, vroom, en zingt ze mee.
Ik doe hetzelfde. Handen gevouwen, blik vooruit. Maar het lukt niet. Elke keer als ze de mond opent om te zingen, zie ik hoe diezelfde mond zich om mijn eikel sloot, hoe de tong bewoog, hoe ze kreunde toen het zaad kwam. De dubbele standaard zit in mijn hoofd en wil niet weg. Voor haar weegt het zwaarder. Dat voel ik. Een jongen die klaarkomt is normaal. Een meisje dat het doet, met die mond, in het donker, bij haar stiefbroer, dat is anders. Zij moet vroom zijn. Ik ook, maar voor haar telt het meer.
Ze kijkt één keer op. Onze blikken raken elkaar, kort, over de banken heen. Haar ogen zijn helder, niet schuldig. Ze glimlacht niet. Ze kijkt alleen, en draait zich weer naar voren. Ik blijf kijken naar haar mond. De lippen die nu de psalm vormen, die gisteren mijn zaad slikten. Kan ze beiden zijn? Het perfecte meisje dat gelooft, en de meid die in een week drie keer mijn pik in haar mond of hand had? Ik weet het niet. Het beeld schuift. Ze zit daar, keurig, en ik zie de andere versie. De versie die niet kon wachten, die zei dat ze het snel kon doen, die lachte toen mijn pik sprong van opwinding. Beiden zijn waar. Dat maakt het zwaarder. De preek gaat door. Haar mond blijft bewegen. En ik blijf kijken. Met een erectie daar ter plekke in mijn broek.
Die middag zijn we zowaar alleen thuis. Onze ouders op de verplichte visites die wij vaker mochten overslaan. Zondagse rust en stilte. Het huis is leeg, de ouders weg, de zon laag door het raam van mijn kamer. Ik lees wat op mijn kamer, de bladzijden die ik niet echt volg, en denk veel na. Ik weet dat we alleen thuis zijn. Toch zoek ik haar niet op. De herinneringen van de afgelopen week zitten nog te vers: drie keer klaargekomen, twee keer in haar mond, en de vraag of het meer is dan dat.
Zij zoekt dan wel toenadering. Natuurlijk. Op mijn kamer. De deur gaat open zonder kloppen. “We zijn alleen,” zegt ze, en lacht ondeugend. Ze klimt bij me op bed, gaat op schoot zitten, haar dijen aan weerszijden van mijn heupen, en begint me te zoenen. Haar lippen zijn zacht, de tong die meteen naar binnen glijdt.
Ik twijfel heel even, de handen die even stil blijven liggen op haar middel, maar zoen haar terug. En zodra onze tongen elkaars ritme vinden, maakt de rest niet meer uit. De warmte van haar mond, de manier waarop ze zucht als ik terugduw, de spanning die meteen in mijn broek trekt.
De zoen duurt heel lang. Handen wrijven wel over elkaars ledematen maar gaan niet verder. Eerst zit ze op schoot, haar borsten tegen mijn borst, de stof van haar shirt die meebeweegt. Dan ligt ze meer naast me, één been over het mijne, haar hand op mijn buik. Ik wil haar ook aanraken. Mijn hand glijdt over haar rug, voelt de warmte van haar huid door de stof, de lijn van haar heup. Ze zoent lekker. Langzaam, diep, de tong die af en toe terugtrekt om weer verder te gaan. En als ze me aankijkt zie ik haar ogen glinsteren. Dit voelt heel goed. De nabijheid, de tijd die ze neemt, het gevoel dat ze hier wil zijn.
Op dat moment geeft ze me het gevoel dat het meer betekent. Dat ik niet alleen een pik ben. Ik heb er natuurlijk veel over nagedacht. Kan dit? Praktisch gezien, bedoel ik. Zouden zij en ik een relatie kunnen krijgen, al zou het geheim zijn. Ik zou dat willen. Niets liever zelf. En zoals ze me nu zoent, daar haar tijd voor neemt, de lippen die blijven, de hand die over mijn borst wrijft, denk ik bijna dat zij dat ook wil. De glinstering in haar ogen, de manier waarop ze zucht tegen mijn mond, het voelt als meer dan alleen het lichaam.
Dan glijdt haar hand toch naar mijn broek. Ik ben hard. De schacht drukt al tegen de stof, de eikel gevoelig. Ze doet net alsof het haar weer verrast, de vingers die even stil blijven liggen, en haar hand kneedt me door de stof heen. Langzaam, stevig, de palm die draait. Als ze mijn rits wil openen, stop ik haar heel even. Mijn hand op de hare. “Moet ik niet iets bij jou doen?” vraag ik. “Een keertje. Want dat wil ik, hoor.” Ik hoor mezelf kinderlijker overkomen dan mijn intenties zijn. “Of zullen we een keertje echt…” Ik durf de zin niet af te maken. Ik ben nog maagd. Ik dacht zij ook. Maar nu denk ik dit aan haar te kunnen vragen. Ik zie de spanning in haar ogen, maar helemaal te plaatsen valt die niet. Een flits van iets, snel weg.
“Misschien een andere keer. Ik voel me veiliger als ik het doe,” noemt ze het. Een tekst waar ik niet tegenin durf te gaan. “En zolang het goed gaat,” zegt ze. “Ik doe dit graag…” Woorden bedoeld om me op te geilen, maar die meer doen dan dat. De stem zacht, de lippen nog nat van het zoenen, de hand die alweer beweegt. Toch vindt ze een ontzettend harde erectie als ze mijn broek daarna alsnog openlegt. De rits gaat naar beneden, de stof schuift opzij, en haar vingers sluiten zich meteen om de schacht, warm en stevig, de eikel die onder haar palm klopt.
Ik blijf twijfels houden. En zij ziet dat niet. Daarom twijfel ik juist. Ze kijkt naar wat ze in haar hand heeft. De schacht hard en warm onder haar vingers, de eikel die onder de stof klopt. En ik zie wat het met haar doet. De lippen iets open, de adem die iets sneller gaat. En het voelt zo goed. De warmte van haar palm, de druk die precies genoeg is.
Ze kijkt me wel even aan. Maar ze ziet het echt niet. “Hmm, lekker?” klinkt ze gevaarlijk stil, haar ogen groot. Ze ligt nog comfortabel tegen me aan, haar hoofd op mijn schouder, en met één hand begint ze me af te trekken. Eerst langzaam. De vingers die de voorhuid meenemen over de eikel, de palm die terug glijdt naar de basis. Dan wat sneller, met langere halen. Maar geen moment zet ze echt door. Ze kijkt ernaar. Naar wat ze doet. En naar wat het is. De aderen die onder haar hand bewegen, de eikel die glanzend tevoorschijn komt. Ik zucht zachtjes en laat haar. Ze doet het weer. Geen omwegen. Geen afspraken van tevoren. Alsof gisteren alles opgeklaard had. Alsof dit opeens normaal was. Haar hand beweegt door, het ritme gelijkmatig, de warmte die zich verspreidt.
Dan kust ze me wel. Kort. Haar lippen op de mijne, de tong die even raakt. Ze legt haar hoofd op mijn buik en zakt naar beneden. De pik laat ze naar zich toe wijzen, de schacht die omhoog wijst, en dan kreun ik iets harder als haar mond zich bij het ritme van haar hand voegt. De warmte om de eikel, de tong die meteen beweegt. Ik kijk tegen haar kruin aan. Ik zie niet wat ze doet. Maar wel dat ze het doet. Soepel beweegt ze heen en weer en ik voel haar lippen voorbij mijn eikel gaan en over mijn schacht glijden. Geduldig. We hadden tijd. Zelfs al zouden ze opeens thuiskomen, was er genoeg tijd om weg te komen. En daar maakt ze echt maximaal gebruik van. Ze wisselt zo nu en dan nog van hand. De ene laat los, de andere neemt over, iets hoger of lager. Maar haar hoofd laat ze liggen. Ze kijkt me niet aan. De focus volledig op mijn pik. En nu niet om me snel klaar te krijgen. Nee, juist niet. Ze lijkt precies aan te voelen wanneer het te dichtbij komt. Dan stopt ze even of wisselt ze van ritme. Dan kust ze de eikel even, de lippen zacht en nat, terwijl haar hand mijn broek inglijdt naar mijn borrelende zak. De vingers die zacht knijpen, de warmte die omhoog trekt. En dan weer verder. Op en neer. Heen en weer. Goddelijk is ze. De mond die blijft, de hand die meewerkt, het ritme dat niet stopt.
De twijfels zijn dan alweer weg. Ik heb eerst een hand op haar schouder gelegd als ik wil dat ze niet weer remt. Ze gaat door. Ik hoor haar ademhaling, dichtbij, warm tegen de schacht. Haar bewegingen gaan sneller. En dan durf ik ook een hand op haar hoofd te leggen, mijn vingers door haar haren. Ik voel meteen dat ik niet de eerste ben die dit bij haar gedaan heeft tijdens zo’n moment. Sydney kan zo ontzettend goed pijpen. Te goed. En dat vind ik nu geil. Niet omdat ik ervan geniet. Nee, omdat ze vanmorgen nog braaf in de kerk zat, en nu haar stiefbroer ligt te pijpen vol overgave. Ze is een sletje. Ik kan het niet meer ontkennen, én wil dat ook zeker niet meer. Een relatie zit er niet in. Doe niet zo gek. Maar dit… Hier moet ik aan kunnen wennen. En als ze echt zo graag wilt, ga ik mijn best doen om die behoefte zoveel mogelijk zelf in te vullen voor haar.
Ze kreunt. Als ik dan plots klaarkom. Beide handen heb ik stevig op haar hoofd, en vanuit mijn heupen duw ik onbewust mezelf nog twee keer dieper haar mond in. Ik hoor het speeksel, het zaad, haar snuivende neus. Ze duwt me niet weg. Ik voel haar zuigen. Ik hoor haar slikken. Dit is wie ze is. Of wie ze moet zijn.
Ook dan neemt ze haar tijd. Haar lippen en tong blijven mij even vertroetelen. Zelfs als de hardheid weg is en mijn handen al lang achter mijn hoofd liggen. De warmte van haar mond om de gevoelige eikel, de tong die zacht blijft bewegen, het zachte geluid van haar adem. Wat een genot. Ze blijft even zo, de lippen die af en toe drukken, de hand die losjes om de schacht ligt.
Ze knuffelt me even. “Weer fijn,” zegt ze erover. Meer niet. Maar ze blijft bij me liggen. Haar hoofd op mijn borst, haar lichaam warm tegen het mijne. Mijn hand even op haar rug, de vingers die zacht over de stof van haar shirt bewegen. Ja, weer was het fijn. De nabijheid, de stilte, het gevoel dat ze hier wil blijven.
De opwinding is dan echt weg, en er is weer ruimte voor andere gedachtes. Ook destructieve gedachtes. Bart en Willem komen in me op. Het beeld van vrijdag, de gang, haar rug tegen de muur. En iets in me wil het gewoon zeker weten.
“Ik zag je met ze,” zeg ik zonder hun namen te noemen. Ze kijkt me aan, iets van schrik in haar ogen. Te veel schrik voor wat ik echt gezien had. En daar had ik mijn antwoord al. De blik die even wegzakt, de schouders die iets strakker worden.
“Vrijdag,” zeg ik snel. Te snel. Het is om haar gerust te stellen. Ik heb het niet echt gezien. “Wat bedoelde Willem precies?” Ik wil het aan haar laten het te vertellen. Ik sta er open voor. Echt. Mijn hand blijft op haar rug liggen, de vingers stil.
“Nee, niks,” zegt ze dan alleen. Haar blik verandert. Het warme en zachte is eruit. “Zijn er meer?” vraag ik dan opeens, als ik voel dat ze overeind wil komen. Ze schrikt weer. Weet ik het dan? Ja, nu weet ik het zeker. “Hoevaak doe jij dit? En bij wie allemaal?” de vragen hoor ik voordat ik besef dat ik ze stel. Het klinkt lomp. En ze deinst iets terug. Haar lichaam schuift een stukje van me af. “Het is niet wat je denkt,” zegt ze dan snel, maar totaal niet overtuigend. Mijn nieuwsgierigheid slaat om in verwijt. “En sinds wanneer dan? Op school?” Er zit nul tact in mijn stem. En dat laat ik ook zo. Ergens vind ik dat ik recht heb op antwoorden. Ik wil zijn wie die jongens al die tijd al zijn geweest. Alleen vergeet ik die boodschap te vertellen.
Ik zie dat ze verbolgen reageert. Ze zoekt naar antwoorden. De lippen die bewegen zonder geluid, de blik die wegkijkt. Ik blufte maar. Maar het is dus waar.
Ik zie het meteen in haar ogen. De warmte is weg. Haar blik wordt hard.
“Wat denk je wel?” vraagt ze.
Haar stem is laag, maar scherp. Ze schuift een stukje van me af en trekt de deken over haar benen. Het is een klein gebaar, maar ik begrijp wat ze ermee bedoelt.
“Wat?” vraag ik. “Ik stel toch alleen een vraag?”
“Alleen een vraag?” Ze kijkt me aan. “Je doet net alsof ik me tegenover jou moet verantwoorden.”
“Dat zeg ik niet.”
“Maar zo voelt het wel.”
Ik probeer haar blik vast te houden, maar ze kijkt alweer weg. Haar handen liggen in haar schoot. Haar vingers bewegen onrustig langs elkaar.
“Je wilde zelf toch ook weten hoe het zat?” zeg ik.
“Ja. Maar niet op deze manier.”
“Welke manier dan?”
Ze haalt kort adem. “Alsof je me ineens minder vindt omdat ik misschien eerder iets met iemand anders heb gehad.”
“Dat is niet wat ik bedoel.”
“Wat bedoel je dan wel?”
Ik heb geen antwoord dat goed genoeg klinkt. Ik voel dat ik iets verkeerd heb geraakt, maar tegelijk zit ik met vragen die niet zomaar verdwijnen.
“Jij vond het anders wel fijn net,” zegt ze. “En nu begin je hierover.”
“Dat staat er toch los van?”
“Voor jou misschien.”
Ze kijkt me weer aan. Haar gezicht staat strak. Ik voel me ineens ongemakkelijk, alsof ik iets moet verdedigen wat een paar minuten geleden nog vanzelfsprekend leek.
“Je begrijpt toch dat ik ook wil weten waar ik aan toe ben?” zeg ik.
“En jij denkt dat ik dat allemaal weet?”
Ze schudt haar hoofd. “Je vraagt me om eerlijk te zijn, maar ondertussen heb je je oordeel al klaar.”
“Dat is niet eerlijk.”
“Nee? Kijk dan eens naar jezelf.”
Ik zwijg. De kamer voelt anders dan daarnet. De nabijheid die er net nog was, heeft plaatsgemaakt voor een afstand die ik niet weet te overbruggen.
“Ik dacht dat ik veilig bij jou was,” zegt ze uiteindelijk.
Die woorden komen harder aan dan ik verwacht. Ik kijk naar haar, maar ze kijkt niet terug.
“Dat ben je toch ook?”
“Dat weet ik nu even niet.”
Ze kijkt naar de deur. Haar schouders staan strak en haar handen houden elkaar stevig vast.
“Ik voel me ook niet bepaald prettig bij hoe je nu tegen me doet,” zeg ik.
“Dat mag. Maar maak mij niet verantwoordelijk voor alles wat jij denkt en voelt.”
Daar heb ik geen antwoord op. Ik wil uitleggen dat ik me gebruikt voel, dat ik niet weet wat ik voor haar beteken. Maar als ik het uitspreek, klinkt het waarschijnlijk opnieuw als een verwijt.
Ze staat op. Rustig, zonder haast. Trekt haar shirt recht en kijkt nog één keer naar me.
“Ik weet gewoon niet wat je van me verwacht,” zegt ze.
“Dat weet ik zelf ook niet meer.”
Even blijft ze staan. Alsof ze nog iets wil zeggen. Dan draait ze zich om en loopt de kamer uit. De deur gaat zacht dicht.
Ik blijf achter en kijk naar het plafond. Ik voel me gebruikt. Maar ik weet inmiddels ook dat zij zich door mij beoordeeld en onveilig voelt. Misschien hebben we allebei iets van de ander gevraagd wat we zelf niet konden geven. De kamer is stil. Ik hoor alleen mijn ademhaling. En voor het eerst vraag ik me af of we elkaar nog wel begrijpen.
De maandag begint zoals iedere andere maandag. Opstaan, ontbijten, naar school. Sydney is er ook. We kruisen elkaar in de gang en wisselen een blik. Niet vijandig, niet bijzonder warm. Gewoon een blik.
De rest van de dag verloopt zoals de dagen ervoor. Ik merk haar op, hoor haar praten en vraag me soms af wat er in haar omgaat. Dezelfde vragen komen voorbij. Dezelfde spanning. En natuurlijk is het verlangen er nog steeds. Dat verdwijnt niet zomaar.
Maar er is iets veranderd. Ik wacht niet meer op een berichtje. Kijk niet meer voortdurend of ze online is. Ik probeer niet meer uit iedere blik iets af te leiden. Als ze naar me toe komt, zie ik wel wat er gebeurt. En als ze dat niet doet, is dat ook goed.
Tenminste, dat houd ik mezelf voor. Want helemaal niets voelen doe ik niet. Ik ben nog steeds nieuwsgierig naar haar, nog steeds gevoelig voor haar aandacht. Misschien hoop ik ergens zelfs dat ze me verrast. Maar ik maak er geen verwachtingen meer van.
We wonen nog steeds onder hetzelfde dak. Zien elkaar bij het ontbijt, lopen elkaar tegen het lijf op de trap en zitten soms met elkaar aan tafel. Voor de buitenwereld is er niets veranderd. Alleen weten wij inmiddels dat er iets tussen ons is gebeurd wat niet zomaar verdwijnt. Misschien komt er nog een moment waarop we erover kunnen praten. Misschien ook niet. Deze keer ga ik er niet op zitten wachten. Wat een week.