Door: DarqMindFan
Datum: 06-03-2026 | Cijfer: 7.9 | Gelezen: 211
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 12 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger,
Lengte: Gemiddeld | Leestijd: 12 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Gangbang, Zwanger,
Vervolg op: Zwanger Op Mallorca - 11
Zwanger op Mallorca - deel 12 - Dag 10 - De laatste volle dag
Vandaag vijf keer. Vijf ophaalmomenten.
Om 09:10 haalt Javier haar op bij het ontbijt. Ze staat zelf op. Loopt mee.
Om 11:30 weer. Bij het zwembad. Ze zegt zacht tegen mij: “Ik moet even…”
Om 14:20 haalt hij haar bij de bar. Ze loopt zelf naar hem toe.
Om 16:50 bij het strand. Ze staat op, loopt mee.
Om 19:15 bij het diner.
Avond, 19:15 - Diner
Het restaurant is halfvol. Het laatste avondlicht valt schuin door de ramen, kleurt de tafels oranje en rood. De geur van gebakken vis, knoflook en frituurvet hangt zwaar in de lucht, vermengd met de zoute zeewind die door de open deuren naar binnen waait. Sarah zit tegenover me, jurkje verkreukeld en vlekkerig van de dag, haar haar nog warrig van de middag. Ze prikt lusteloos in haar bord – een paar stukjes tomaat, een halve aardappel, een restje vis dat ze amper heeft aangeraakt. Haar ogen zijn glazig, half weggezakt, maar haar hand ligt op haar buik. Drukt zacht. Zoals altijd.
Ik kijk naar haar. Probeer iets te zeggen. Maar de woorden blijven steken in mijn keel.
Dan legt ze haar vork neer. Het geluid is niet luid, maar klinkt scherp in de stilte tussen ons. Ze kijkt op. Niet naar mij. Maar naar de deur.
Javier staat daar al. Hij hoeft niet eens binnen te komen. Leunt tegen de deurpost, armen over elkaar, grijns op zijn gezicht. Drie jongens achter hem: Alejandro met zijn gouden kettinkje, de stille met het litteken, een ander die ik niet bij naam ken. En een Duitse gast – dezelfde van gisteren, bierbuik, roodverbrande nek, ogen glinsterend van verwachting.
Sarah ademt diep in. Haar borstkas rijst en daalt. Dan zegt ze, zacht, maar duidelijk genoeg dat ik het hoor:
“Ik wil met z’n vieren… in de zee.”
Ze weet dat we morgen vertrekken. Dat dit de laatste avond is. Dat er geen morgen meer komt hier. Geen washok, geen dakterras, geen kamer. Ze weet het. En daarom wil ze er het laatste uithalen. Alles. Tot de bodem.
Ze staat op. Zonder aarzeling. Zonder naar mij te kijken. Loopt zelf naar Javier toe. Haar slippers maken zachte plofjes op de tegels. Javier steekt zijn hand uit. Ze pakt hem. Trekt hem dichterbij. Kust hem kort op zijn mond – een snelle, hongerige kus. Dan kijkt ze naar de anderen. Knikt.
“Kom.”
Ze loopt voorop. Naar buiten. Naar het strand. Javier en de drie jongens volgen. De Duitser sluit de rij, handen al in zijn broekzakken.
Ik blijf zitten. Kijk haar na. Mijn hart slaat zwaar, traag, als een mokerslag in mijn borstkas.
Ze loopt zelf. Ze vraagt erom. Ze weet dat het de laatste keer is. En ze wil alles. Tot de bodem. En ik zit hier. Doe niks. Zeg niks. Mijn pik drukt pijnlijk hard tegen mijn rits. Ik voel voorvocht warm en kleverig in mijn broek lopen. Schaamte brandt in mijn keel. Maar ik sta niet op. Ik ga niet achter haar aan. Ik blijf zitten. Kijk toe. Omdat een deel van mij – diep, rot, ziek – het wil zien. Wil dat ze het doet. Wil dat ze het laatste eruit haalt. Voor el bebé. Of voor zichzelf. Of voor niemand meer.
Uiteindelijk sta ik toch op. Loop naar de rand van het terras. Kijk omlaag naar het strand.
Ze gaan het water in. Het maanlicht glinstert op het zwarte water, breekt in zilveren schilfers. Sarah loopt tot haar heupen erin. Trekt haar jurkje uit. Gooit het weg. Staat naakt in zee. Haar huid glanst bleek in het maanlicht, haar borsten zwaar, haar tepels hard van de koude wind en de opwinding.
Javier pakt haar van achteren. Trekt haar tegen zich aan. Duwt zijn pik in één stoot tot aan zijn ballen in haar. Ze kreunt laag, rauw. Duwt haar heupen naar achteren. Begint ritmisch mee te bewegen.
Alejandro komt voor haar staan. Tilt haar linkerbeen op, haakt het over zijn onderarm. Ramt zijn pik erin. Nu twee tegelijk in haar kut. Ze gilt scherp, hoog. Haar lichaam schokt tussen hen in. De stille jongen en de andere Spanjaard pakken haar borsten, knijpen, rollen haar tepels hard. De Duitser staat erbij, broek open, pompt zichzelf langzaam, kijkt toe.
Ze wordt van alle kanten genomen. Geen pik in haar mond. Alleen geneukt. Kut gevuld, opgerekt, druipend. Ze duwt ritmisch mee, heupen wiegend, rug gekromd. Haar gekreunen worden luider, hysterischer. Ze komt klaar. Hard. Gillend. Haar lichaam schokt wild, kut knijpt om de pikken heen. Een straal helder vocht spuit in het water, vermengd met zaad dat al uit haar gutst.
Ze tellen: “Uno… dos… tres… cuatro…”
Zaad spuit in haar, over haar buik, borsten. Ze blijft bewegen. Smeekt zacht: “Más… nog een keer… vul me…”
Gasten op het strand kijken. Een paar staan op. Kijken openlijk. Een man – Nederlands, bier in zijn hand – roept:
“Goed zo, meid! Laat ze maar werken!”
Een paar klappen zachtjes. Lachen. Filmen met hun telefoons.
Ze komt nog een keer. Nog harder. Haar gil snijdt over het water. Dan zakt ze half in elkaar. Javier en Alejandro houden haar overeind. Spuiten de laatste ladingen diep in haar. Trekken zich terug. Zaad gutst eruit, vermengd met haar eigen vocht, druipt in het water.
Ze loopt terug. Nat. Drijfnat. Zaad druipt uit haar haar, over haar borsten, langs haar dijen. Ze loopt mank, benen licht gespreid, alsof ze het probeert binnen te houden, maar het lekt toch door. Haar huid glanst in het maanlicht, bedekt met witte banen en korstjes. Haar jurkje is weggedreven. Loopt naakt terug naar het terras.
Gaat naast me zitten. Natte billen op de stoel. Zegt niks. Hand glijdt naar haar buik. Drukt zacht.
Ik kijk naar haar. Zeg niks.
De ober komt langs. Zet een glas water neer. Grijnst.
“Last evening, señora? Well done.”
Sarah kijkt niet op. Drukt alleen harder op haar buik.
Ze heeft het laatste eruit gehaald. Alles. En ik heb gekeken. Niet ingegrepen. Niet gestopt. Mijn broek is nat. Weer. Zonder aanraking. Alleen van het zien. Van het weten. Van de geur die nu overal om haar heen hangt. Schaamte brandt heet in mijn keel. Maar trots – zieke, zieke trots – ook. Omdat ze het deed. Omdat ze het wilde. Omdat morgen alles voorbij is. Of niet.
De nacht is stil.
Maar morgen begint het einde.
Of het begin van iets nieuws.
En ik laat het gebeuren.
Nacht, 23:45 – Personeelsruimte
Javier komt haar halen terwijl we net op willen staan om naar onze kamer te gaan. Het restaurant is bijna leeg, alleen een paar obers die afruimen en een oud echtpaar dat loom aan hun wijn nipt.
Hij stapt binnen zonder te kloppen, slippers kletsend op de tegels. Grijnst breed, tanden wit in het schemerdonker.
“Goodbye party,” zegt hij, zijn stem laag maar duidelijk. Hij loopt recht naar haar toe. Legt een hand op haar schouder, duwt zijn duim zacht in haar nekspier. “Bigger team tonight.”
Sarah kijkt niet op. Niet naar mij. Niet naar hem. Staat op. Zonder een woord. Zonder zucht. Zonder aarzeling. Loopt gewoon mee.
Javier slaat een arm om haar middel. Trekt haar tegen zich aan. Ze verdwijnen door de personeelsdeur. De deur valt dicht. Klik.
Ik blijf zitten. Alleen. Het kaarsje op tafel flakkert. Een ober kijkt even naar me, grijnst, zet een nieuw biertje neer zonder te vragen.
“Last night, eh? Good luck, señor.”
Ik zeg niks. Drink door. Proef niks.
Dan ga ik naar boven. Naar de kamer. Doe de deur dicht. Ga op bed liggen. In het donker. Wacht.
Het begint zacht. Gedempt door de vloer. Een ritmisch kraken – het bed in de personeelsruimte beneden, dat oude metalen frame dat ze altijd gebruiken als het druk is. Dan een kreun. Laag. Vrouwelijk. Onmiskenbaar Sarah.
Het volume gaat omhoog. Het bed kraakt harder, sneller. Natte klappen – vlees op vlees, soppend, schunnig. Spaans gelach, rauw en triomfantelijk.
“¡Mira cómo se moja la puta!”
“¡Toma, toma!”
Haar stem mengt zich erin. Eerst zacht, dan hoger, rauw, smekend: “Next… come… vul me… ik wil alles!”
Ik knijp mijn ogen dicht. Probeer het niet te horen. Maar het komt door de vloer heen, door de muren, door mijn schedel. Elke stoot, elke gil, elke lach.
Ze tellen hardop. Hard. Ritmisch. Als een mantra.
“Uno… dos… tres…”
Het ritme verandert. Wordt chaotischer. Meerdere mannen tegelijk. Natte geluiden, luider nu: twee pikken in haar kut tegelijk, soppend, haar oprekkend. Ze gilt, hoog en gebroken. Dan gesmoorde geluiden – pikken in haar mond, twee tegelijk, haar wangen hol, keel kokhalzend. Nog meer klappen. Borsten die tegen elkaar slaan. Een man die gromt, spuit. Dan nog een.
“Cuatro… cinco… seis…”
Elf mannen. Ik herken stemmen. De vaste zeven: Javier, Alejandro, de tattoo-jongen, de jongen met het kettinkje, de stille met het litteken, en twee anderen van de groep. Carlos – zijn zware gehijg, zijn grommende “Toma toda mi leche gorda”. Miguel – traag, langdurig, zijn sigarettenlucht hangt bijna in onze kamer. Een ober – jong, snel, zijn lach hoog en nerveus. De Duitser van gisteren – zware Duitse stem: “Ja… nimm alles… gut so…” Een schoonmaker – ruwe handen, ik hoor het aan het schrapen van eelt over haar huid.
Ze rijden om de beurt op haar. Ik hoor het bed piepen, metaal tegen metaal. Ze zuigt twee tegelijk – natte, slurpende geluiden, kokhalzen, slikken. Smeekt om dubbellaag in haar kut: “Twee tegelijk… por favor… vul me dubbel… ik wil alles binnen…”
Ze tellen door. Tot zeventien.
“Dieciséis… diecisiete!”
Een laatste, langgerekt gegrom. Meerdere tegelijk. Dan stilte. Alleen gehijg. Zacht gelach. Iemand die klapt. Traag. Applaus.
Gasten die toevallig langslopen in de gang horen het. Ik hoor hun voetstappen stoppen. Gefluister.
Stilte.
Dan voetstappen op de trap. Onze trap.
De deur gaat open.
Sarah komt binnen.
Ze loopt langzaam. Wankelt. Haar jurkje hangt aan flarden – gescheurd aan de zijkant, bovenstukje half weg, borsten bloot, tepels rood en gezwollen, vol bijtplekken en knijpafdrukken. Zaad overal. Dikke, witte banen in haar haar, plakken aan haar voorhoofd, slapen, wangen. Over haar borsten, in korstige sporen naar haar navel. Tussen haar dijen gutst het nog, loopt in trage stralen langs de binnenkant van haar benen, druppelt op de vloer bij elke stap. Ze ruikt er sterk naar: zout, bitter, warm, weeïg, sigaretten, bier, zweet, mannen. Heel veel mannen.
Ze kruipt op bed. Naast me. Zegt niks. Geen woord.
Haar hand glijdt naar haar buik. Drukt zacht.
Ik voel haar warmte. Haar trillende ademhaling. Haar huid plakkerig tegen de mijne.
De geur slaat over me heen. Overweldigend.
Mijn pik klopt één keer hard. Dan komt het. Zonder aanraking. Warm, dik, nutteloos zaad spuit over mijn buik, op de lakens. Golf na golf. Ik bijt op mijn lip tot ik bloed proef. Schaamte brandt heet in mijn keel.
Maar het stopt niet.
Ik kom klaar alleen van de geur. Van het weten. Van het zien wat ze geworden is.
Ze zegt nog steeds niks.
Haar hand blijft op haar buik liggen.
Drukt zacht.
Voor el bebé.
En ik lig daar. Nat. Kapot. Trots.
Ziek trots.
De nacht is stil.
Maar morgen vliegen we naar huis.
En diep vanbinnen weet ik: dit stopt niet.
Vandaag vijf keer. Vijf ophaalmomenten.
Om 09:10 haalt Javier haar op bij het ontbijt. Ze staat zelf op. Loopt mee.
Om 11:30 weer. Bij het zwembad. Ze zegt zacht tegen mij: “Ik moet even…”
Om 14:20 haalt hij haar bij de bar. Ze loopt zelf naar hem toe.
Om 16:50 bij het strand. Ze staat op, loopt mee.
Om 19:15 bij het diner.
Avond, 19:15 - Diner
Het restaurant is halfvol. Het laatste avondlicht valt schuin door de ramen, kleurt de tafels oranje en rood. De geur van gebakken vis, knoflook en frituurvet hangt zwaar in de lucht, vermengd met de zoute zeewind die door de open deuren naar binnen waait. Sarah zit tegenover me, jurkje verkreukeld en vlekkerig van de dag, haar haar nog warrig van de middag. Ze prikt lusteloos in haar bord – een paar stukjes tomaat, een halve aardappel, een restje vis dat ze amper heeft aangeraakt. Haar ogen zijn glazig, half weggezakt, maar haar hand ligt op haar buik. Drukt zacht. Zoals altijd.
Ik kijk naar haar. Probeer iets te zeggen. Maar de woorden blijven steken in mijn keel.
Dan legt ze haar vork neer. Het geluid is niet luid, maar klinkt scherp in de stilte tussen ons. Ze kijkt op. Niet naar mij. Maar naar de deur.
Javier staat daar al. Hij hoeft niet eens binnen te komen. Leunt tegen de deurpost, armen over elkaar, grijns op zijn gezicht. Drie jongens achter hem: Alejandro met zijn gouden kettinkje, de stille met het litteken, een ander die ik niet bij naam ken. En een Duitse gast – dezelfde van gisteren, bierbuik, roodverbrande nek, ogen glinsterend van verwachting.
Sarah ademt diep in. Haar borstkas rijst en daalt. Dan zegt ze, zacht, maar duidelijk genoeg dat ik het hoor:
“Ik wil met z’n vieren… in de zee.”
Ze weet dat we morgen vertrekken. Dat dit de laatste avond is. Dat er geen morgen meer komt hier. Geen washok, geen dakterras, geen kamer. Ze weet het. En daarom wil ze er het laatste uithalen. Alles. Tot de bodem.
Ze staat op. Zonder aarzeling. Zonder naar mij te kijken. Loopt zelf naar Javier toe. Haar slippers maken zachte plofjes op de tegels. Javier steekt zijn hand uit. Ze pakt hem. Trekt hem dichterbij. Kust hem kort op zijn mond – een snelle, hongerige kus. Dan kijkt ze naar de anderen. Knikt.
“Kom.”
Ze loopt voorop. Naar buiten. Naar het strand. Javier en de drie jongens volgen. De Duitser sluit de rij, handen al in zijn broekzakken.
Ik blijf zitten. Kijk haar na. Mijn hart slaat zwaar, traag, als een mokerslag in mijn borstkas.
Ze loopt zelf. Ze vraagt erom. Ze weet dat het de laatste keer is. En ze wil alles. Tot de bodem. En ik zit hier. Doe niks. Zeg niks. Mijn pik drukt pijnlijk hard tegen mijn rits. Ik voel voorvocht warm en kleverig in mijn broek lopen. Schaamte brandt in mijn keel. Maar ik sta niet op. Ik ga niet achter haar aan. Ik blijf zitten. Kijk toe. Omdat een deel van mij – diep, rot, ziek – het wil zien. Wil dat ze het doet. Wil dat ze het laatste eruit haalt. Voor el bebé. Of voor zichzelf. Of voor niemand meer.
Uiteindelijk sta ik toch op. Loop naar de rand van het terras. Kijk omlaag naar het strand.
Ze gaan het water in. Het maanlicht glinstert op het zwarte water, breekt in zilveren schilfers. Sarah loopt tot haar heupen erin. Trekt haar jurkje uit. Gooit het weg. Staat naakt in zee. Haar huid glanst bleek in het maanlicht, haar borsten zwaar, haar tepels hard van de koude wind en de opwinding.
Javier pakt haar van achteren. Trekt haar tegen zich aan. Duwt zijn pik in één stoot tot aan zijn ballen in haar. Ze kreunt laag, rauw. Duwt haar heupen naar achteren. Begint ritmisch mee te bewegen.
Alejandro komt voor haar staan. Tilt haar linkerbeen op, haakt het over zijn onderarm. Ramt zijn pik erin. Nu twee tegelijk in haar kut. Ze gilt scherp, hoog. Haar lichaam schokt tussen hen in. De stille jongen en de andere Spanjaard pakken haar borsten, knijpen, rollen haar tepels hard. De Duitser staat erbij, broek open, pompt zichzelf langzaam, kijkt toe.
Ze wordt van alle kanten genomen. Geen pik in haar mond. Alleen geneukt. Kut gevuld, opgerekt, druipend. Ze duwt ritmisch mee, heupen wiegend, rug gekromd. Haar gekreunen worden luider, hysterischer. Ze komt klaar. Hard. Gillend. Haar lichaam schokt wild, kut knijpt om de pikken heen. Een straal helder vocht spuit in het water, vermengd met zaad dat al uit haar gutst.
Ze tellen: “Uno… dos… tres… cuatro…”
Zaad spuit in haar, over haar buik, borsten. Ze blijft bewegen. Smeekt zacht: “Más… nog een keer… vul me…”
Gasten op het strand kijken. Een paar staan op. Kijken openlijk. Een man – Nederlands, bier in zijn hand – roept:
“Goed zo, meid! Laat ze maar werken!”
Een paar klappen zachtjes. Lachen. Filmen met hun telefoons.
Ze komt nog een keer. Nog harder. Haar gil snijdt over het water. Dan zakt ze half in elkaar. Javier en Alejandro houden haar overeind. Spuiten de laatste ladingen diep in haar. Trekken zich terug. Zaad gutst eruit, vermengd met haar eigen vocht, druipt in het water.
Ze loopt terug. Nat. Drijfnat. Zaad druipt uit haar haar, over haar borsten, langs haar dijen. Ze loopt mank, benen licht gespreid, alsof ze het probeert binnen te houden, maar het lekt toch door. Haar huid glanst in het maanlicht, bedekt met witte banen en korstjes. Haar jurkje is weggedreven. Loopt naakt terug naar het terras.
Gaat naast me zitten. Natte billen op de stoel. Zegt niks. Hand glijdt naar haar buik. Drukt zacht.
Ik kijk naar haar. Zeg niks.
De ober komt langs. Zet een glas water neer. Grijnst.
“Last evening, señora? Well done.”
Sarah kijkt niet op. Drukt alleen harder op haar buik.
Ze heeft het laatste eruit gehaald. Alles. En ik heb gekeken. Niet ingegrepen. Niet gestopt. Mijn broek is nat. Weer. Zonder aanraking. Alleen van het zien. Van het weten. Van de geur die nu overal om haar heen hangt. Schaamte brandt heet in mijn keel. Maar trots – zieke, zieke trots – ook. Omdat ze het deed. Omdat ze het wilde. Omdat morgen alles voorbij is. Of niet.
De nacht is stil.
Maar morgen begint het einde.
Of het begin van iets nieuws.
En ik laat het gebeuren.
Nacht, 23:45 – Personeelsruimte
Javier komt haar halen terwijl we net op willen staan om naar onze kamer te gaan. Het restaurant is bijna leeg, alleen een paar obers die afruimen en een oud echtpaar dat loom aan hun wijn nipt.
Hij stapt binnen zonder te kloppen, slippers kletsend op de tegels. Grijnst breed, tanden wit in het schemerdonker.
“Goodbye party,” zegt hij, zijn stem laag maar duidelijk. Hij loopt recht naar haar toe. Legt een hand op haar schouder, duwt zijn duim zacht in haar nekspier. “Bigger team tonight.”
Sarah kijkt niet op. Niet naar mij. Niet naar hem. Staat op. Zonder een woord. Zonder zucht. Zonder aarzeling. Loopt gewoon mee.
Javier slaat een arm om haar middel. Trekt haar tegen zich aan. Ze verdwijnen door de personeelsdeur. De deur valt dicht. Klik.
Ik blijf zitten. Alleen. Het kaarsje op tafel flakkert. Een ober kijkt even naar me, grijnst, zet een nieuw biertje neer zonder te vragen.
“Last night, eh? Good luck, señor.”
Ik zeg niks. Drink door. Proef niks.
Dan ga ik naar boven. Naar de kamer. Doe de deur dicht. Ga op bed liggen. In het donker. Wacht.
Het begint zacht. Gedempt door de vloer. Een ritmisch kraken – het bed in de personeelsruimte beneden, dat oude metalen frame dat ze altijd gebruiken als het druk is. Dan een kreun. Laag. Vrouwelijk. Onmiskenbaar Sarah.
Het volume gaat omhoog. Het bed kraakt harder, sneller. Natte klappen – vlees op vlees, soppend, schunnig. Spaans gelach, rauw en triomfantelijk.
“¡Mira cómo se moja la puta!”
“¡Toma, toma!”
Haar stem mengt zich erin. Eerst zacht, dan hoger, rauw, smekend: “Next… come… vul me… ik wil alles!”
Ik knijp mijn ogen dicht. Probeer het niet te horen. Maar het komt door de vloer heen, door de muren, door mijn schedel. Elke stoot, elke gil, elke lach.
Ze tellen hardop. Hard. Ritmisch. Als een mantra.
“Uno… dos… tres…”
Het ritme verandert. Wordt chaotischer. Meerdere mannen tegelijk. Natte geluiden, luider nu: twee pikken in haar kut tegelijk, soppend, haar oprekkend. Ze gilt, hoog en gebroken. Dan gesmoorde geluiden – pikken in haar mond, twee tegelijk, haar wangen hol, keel kokhalzend. Nog meer klappen. Borsten die tegen elkaar slaan. Een man die gromt, spuit. Dan nog een.
“Cuatro… cinco… seis…”
Elf mannen. Ik herken stemmen. De vaste zeven: Javier, Alejandro, de tattoo-jongen, de jongen met het kettinkje, de stille met het litteken, en twee anderen van de groep. Carlos – zijn zware gehijg, zijn grommende “Toma toda mi leche gorda”. Miguel – traag, langdurig, zijn sigarettenlucht hangt bijna in onze kamer. Een ober – jong, snel, zijn lach hoog en nerveus. De Duitser van gisteren – zware Duitse stem: “Ja… nimm alles… gut so…” Een schoonmaker – ruwe handen, ik hoor het aan het schrapen van eelt over haar huid.
Ze rijden om de beurt op haar. Ik hoor het bed piepen, metaal tegen metaal. Ze zuigt twee tegelijk – natte, slurpende geluiden, kokhalzen, slikken. Smeekt om dubbellaag in haar kut: “Twee tegelijk… por favor… vul me dubbel… ik wil alles binnen…”
Ze tellen door. Tot zeventien.
“Dieciséis… diecisiete!”
Een laatste, langgerekt gegrom. Meerdere tegelijk. Dan stilte. Alleen gehijg. Zacht gelach. Iemand die klapt. Traag. Applaus.
Gasten die toevallig langslopen in de gang horen het. Ik hoor hun voetstappen stoppen. Gefluister.
Stilte.
Dan voetstappen op de trap. Onze trap.
De deur gaat open.
Sarah komt binnen.
Ze loopt langzaam. Wankelt. Haar jurkje hangt aan flarden – gescheurd aan de zijkant, bovenstukje half weg, borsten bloot, tepels rood en gezwollen, vol bijtplekken en knijpafdrukken. Zaad overal. Dikke, witte banen in haar haar, plakken aan haar voorhoofd, slapen, wangen. Over haar borsten, in korstige sporen naar haar navel. Tussen haar dijen gutst het nog, loopt in trage stralen langs de binnenkant van haar benen, druppelt op de vloer bij elke stap. Ze ruikt er sterk naar: zout, bitter, warm, weeïg, sigaretten, bier, zweet, mannen. Heel veel mannen.
Ze kruipt op bed. Naast me. Zegt niks. Geen woord.
Haar hand glijdt naar haar buik. Drukt zacht.
Ik voel haar warmte. Haar trillende ademhaling. Haar huid plakkerig tegen de mijne.
De geur slaat over me heen. Overweldigend.
Mijn pik klopt één keer hard. Dan komt het. Zonder aanraking. Warm, dik, nutteloos zaad spuit over mijn buik, op de lakens. Golf na golf. Ik bijt op mijn lip tot ik bloed proef. Schaamte brandt heet in mijn keel.
Maar het stopt niet.
Ik kom klaar alleen van de geur. Van het weten. Van het zien wat ze geworden is.
Ze zegt nog steeds niks.
Haar hand blijft op haar buik liggen.
Drukt zacht.
Voor el bebé.
En ik lig daar. Nat. Kapot. Trots.
Ziek trots.
De nacht is stil.
Maar morgen vliegen we naar huis.
En diep vanbinnen weet ik: dit stopt niet.
Geef dit verhaal een cijfer:
5
6
7
8
9
10

Ontdek meer over mij op mijn profiel pagina, bekijk mijn verhalen, laat een berichtje achter of schrijf je in om een mail te ontvangen bij nieuwe verhalen!
