76.695 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

Anna Onderwijst - 18

Door: Jefferson

Datum: 23-07-2026 | Cijfer: 9.5 | Gelezen: 84
Lengte: Lang | Leestijd: 16 minuten | Lezers Online: 1

Vervolg op: Anna Onderwijst - 17: Masterclass Voor Beginners

Het Nieuwe Normaal

De dag erna begint niet met een helder moment van ontwaken, maar met een doffe druk achter mijn ogen die al aanwezig is voordat ik ze open. Het is een lichte hoofdpijn, niets scherps, eerder een aanhoudende vermoeidheid die zich heeft genesteld in mijn slapen en in de spieren van mijn nek. De nacht is kort geweest. Niet omdat ik lang wakker lag van opwinding of schuld, maar omdat mijn lichaam gewoon niet meer wist hoe het moest rusten nadat het zo lang op scherp had gestaan. Ik blijf nog even liggen, de dekens tot onder mijn kin getrokken, en kijk door het raam naar de lucht en de hoge bomen achter het appartement. De herfstbladeren zijn in de nacht verder afgevallen. Ze liggen nu in dikke, natte lagen over het gras en de stenen paden, geel en bruin en hier en daar nog een laatste dieprood. De lucht is grijs, de wind beweegt de takken van de esdoorn traag heen en weer, en ergens in de verte hoor ik een auto over de natte straat rijden. Het is stil in huis. De herfstvakantie heeft alles in een soort vertraagde stilstand gebracht; geen wekker, geen gehaast ontbijt, geen stemmen van buurtbewoners op de gallerij. Alleen deze kamer, dit bed, en de wetenschap dat de vorige avond niet meer ongedaan te maken is.

Ik sta op omdat liggen het alleen erger maakt. De koude vloer onder mijn voeten trekt me even terug naar het hier en nu. Ik zet koffie, leun tegen het aanrecht terwijl de machine bromt, en staar weer naar buiten. De bladeren bewegen. Ik denk aan Rayenne, aan de manier waarop ze vanochtend misschien ook ergens ligt, of al lang wakker is, of juist nog slaapt in een bed dat niet het hare is. Ik denk aan Van Weelden, aan de rust waarmee hij had gekeken toen hij me liet gaan. En ik denk aan school, dat over een paar dagen weer begint, aan de gangen die ik weer zal belopen, aan de klaslokalen, aan de gezichten van de jongens die niets weten en tegelijkertijd misschien meer vermoeden dan ik wil.

Mijn telefoon ligt op tafel. Ik pak hem op zonder echt te weten waarom. Er is geen appje. Maar ik stuur er wel eentje naar haar. Kort. Zakelijk. Of het gaat. Geen emoji, geen vervolgvraag, alleen die ene zin die net zo goed over het weer had kunnen gaan. Ik kijk ernaar langer dan nodig is. Ze komt meteen online. Mijn duim blijft boven het toetsenbord hangen. Ze typt “Ja.” en stuur het terug voordat ik de kans krijg om er iets aan toe te voegen. Daar blijft het bij. Geen “en met jou?”, geen “hoe was de rest van de avond?”, niets. Het blijft daar staan, droog en af. Ik leg de telefoon weer neer en voel hoe er iets ongemakkelijks in mijn maag blijft hangen. Niet omdat ik boos ben, of teleurgesteld, maar omdat de afstand die ik zelf heb gecreëerd me plotseling tegenkomt. Alsof ik met dit ene appje heb bevestigd dat er een grens is getrokken die ik zelf nog niet helemaal begrijp.

Ik neem een slok koffie. Die is te heet en te bitter. Buiten trekt er een windvlaag door de bomen en een handvol natte bladeren plakt tegen het raam. In mijn hoofd beginnen de verwachtingen zich te vormen, traag en onvermijdelijk. School. De gangen die weer zullen vullen met stemmen en lachen en de gebruikelijke drukte van de eerste dag na de vakantie. Dat is normaal. Maar dan de rest nog. De jongens, die zullen kijken, die zullen praten, die met verwachtingen de herfstvakantie hebben overleefd. Want het was geen grap geweest. En dan Rayenne. Hoe we elkaar zullen aankijken bij de kantine. Of we doen alsof er niets is gebeurd, of we zullen zwijgen op een manier die luider is dan woorden. En Van Weelden. Zijn rol is het onduidelijkst van alles. Hij was er, hij bepaalde, en nu is hij weer gewoon de man die ergens in de periferie van mijn leven bestaat, totdat hij besluit dat dat niet zo is. Ik weet niet of ik bang ben voor wat er komt, of alleen vermoeid van het feit dat ik het niet weet. De hoofdpijn klopt zacht achter mijn ogen. Ik blijf staan bij het raam, de warme mok in mijn handen, en kijk naar de bladeren die blijven vallen, één voor één, alsof de herfst zelf geen haast heeft om iets af te ronden.

De eerste schooldag. Een typische maandag, maar na de herfstvakantie altijd nog wat zwaarder. Alsof iedereen nog een beetje moet wennen aan het feit dat de wereld weer gewoon doordraait. Spanning beheerst mijn lijf. Op meerdere manieren. Gezonde spanning, de soort die je voelt als je weer voor een klas staat en weet dat alles wat je zegt wordt opgeslagen. Maar er is ook iets anders. Opwinding. Laag en stil, maar aanwezig.

Van Weelden had gezegd dat ik me niet te sober mocht kleden. Dus koos ik bewust voor bedekkende kleding die toch strak zat. Een zwarte broek die precies volgde waar hij hoorde te volgen, een blouse die net iets te weinig ruimte liet bij de borsten, en een blazer die de indruk wekte dat ik professioneel was. Terwijl ik eigenlijk precies genoeg aandacht wilde trekken zonder dat het eruitzag alsof ik dat deed. Elke stap door de gang voelde zwaarder dan normaal. Bij elk geluid – een locker die dichtklapte, een groepje jongens dat lachte, de stem van een collega – spande mijn lichaam zich even aan. Andere docenten keken me na. Sommige jongens ook. Eigenlijk niet anders dan normaal. Zo ging het altijd al. Maar nu was niks meer normaal. Elke ronding stond strak. Ik voelde het bij elke beweging. En ik keek soms terug. Zonder signaal af te geven. Althans, dat probeerde ik. Want de herfstvakantie had me ook iets anders geleerd. In elke blik zat potentie. Dus blikken over en weer. Kort. Afgewogen. Alsof we allemaal iets wisten wat we niet hardop mochten zeggen.

De maandagochtend begon al vroeg. Eerder dan nodig, eigenlijk. Ik was de eerste van het biologiedocententeam die het gebouw binnenkwam. De gangen roken nog naar de schoonmaak van de vakantieweek: een scherpe, chemische frisheid die de gebruikelijke geur van koffie, jas en pubers nog niet had overgenomen. Mijn sleutel draaide soepel in het slot van lokaal. Het klikte open en de stilte die me tegemoetkwam was bijna lichamelijk.

Het lokaal lag erbij alsof het een week lang had geslapen. De pannenkoekplant liet zijn bladeren hangen. Niet dood, alleen dorstig. Precies zoals elk jaar na een week zonder water. Het aquariumwater was net iets troebeler dan normaal. Niet ernstig, hooguit een teken dat de filter een week nauwelijks belasting had gehad. Op de werkbanken stonden de preparatenkasten halfopen, alsof iemand in haast was weggegaan. Ik zette mijn tas neer, deed de ramen open en liet de herfstlucht naar binnen. Koel, vochtig, met die typische geur van natte bladeren die ook in de tuin van Van Weelden had gehangen. Ik schrok even van die gedachte en duwde hem weg.

Eerst de planten. Ik vulde de gieter bij de kraan achterin en liep van tafel naar tafel. Elke plant kreeg water, ik veegde de bladeren af, zette de potten recht. Het voelde als een ochtendritueel dat ik nodig had. Iets gewoons. Iets wat ik kon controleren. Daarna het aquarium. Ik schepte voorzichtig wat algen weg, controleerde de temperatuur, gooi de voederbak open en liet een paar vlokjes vallen. De vissen schoten omhoog. Het lokaal begon langzaam weer te leven. Alsof ik het wakker maakte, net zoals ik mezelf probeerde wakker te maken.

Ik ging achter mijn bureau zitten en opende mijn agenda. De planning voor de eerste schoolweek lag er netjes in: introductielessen, proefwerken die nog nagekeken moesten worden, de veldwerkdag die over twee weken stond gepland. Mijn vinger gleed over de pagina’s. Alles zag er normaal uit. Te normaal. Ik voelde de strakke stof van mijn broek tegen mijn dijen en de manier waarop de blouse zich spande als ik vooroverboog. Van Weelden had gezegd dat ik me niet te sober mocht kleden. Dus deed ik het niet. En toch zat ik hier, in mijn eigen lokaal, alsof ik een gewone docent was die gewoon haar week ging plannen.

In de docentenkamer was het al drukker toen ik koffie ging halen. Collega’s stonden in groepjes, beker in de hand, stemmen die over elkaar heen vielen.

“We zijn naar Zeeland geweest, heerlijk weer gehad.”

“Ik heb eindelijk die badkamer gedaan.”

“De kinderen waren onhandelbaar, maar ja, vakantie.”

Ik glimlachte, knikte, zei af en toe iets terug. Maar mijn aandacht gleed steeds weg. Ik hoorde de woorden, maar ze bleven aan de oppervlakte. Ergens achter in mijn hoofd speelde nog steeds de tuin, de loungebank, de manier waarop Rayenne had gekeken toen ze van me afrolde. En de stilte die daarna was gevallen. Ik dronk mijn koffie te snel leeg en liep terug naar het lokaal voordat iemand me kon vragen hoe *mijn* vakantie was geweest.

Terug in het lokaal ging ik weer achter mijn bureau zitten. De agenda lag nog open. Ik keek naar de eerste les van vandaag. Klas 4VWO. Biologie. Evolutie. Iets wat ik honderd keer had gegeven. En toch voelde het alsof ik voor het eerst een lokaal binnen zou stappen. De planten stonden weer recht. Het aquarium was helderder. Alles in het lokaal reageerde precies zoals levende systemen dat horen te doen wanneer je ze geeft wat ze nodig hebben. Alleen ik wist niet meer wat ik zelf nodig had om weer tot leven te komen.

In de eerste pauze bleef ik even in mijn lokaal zitten. Zogenaamd om wat administratie in te halen. De deur stond half open, de gang was nog vol stemmen, maar hier was het stil genoeg om te ademen. Mijn laptop lag open. Niet toevallig ontving ik een mailtje van hem. Geen onderwerp dat opviel, geen lange inleiding. Alleen een overzicht. Van Weelden ging actief de cijfers van Luc, Jayden en Mo bijhouden. De opdracht was duidelijk. Drie namen. Drie jongens. En onderaan die ene zin die bleef hangen:

*Als het te veel wordt, kan je wellicht hulp inschakelen.*

Zonder uitleg. Zonder toelichting. De mail was kort en zakelijk, precies zoals hij altijd communiceerde als hij wilde dat ik begreep dat er geen discussie mogelijk was. De dreiging achter de woorden bleef hangen. Hij kon daar maar één persoon mee bedoelen. Rayenne. Die als het goed was nog van niks wist.

Ik keek naar het scherm en dacht meteen aan haar. Natuurlijk. Maar dat kon hij toch niet menen? Rayenne, die naast me had gelegen, die had gekeken, die had gekreund, die had laten gebeuren wat er gebeurde. En die nu gewoon weer collega was. Alsof de tuin nooit had bestaan.

Die middag zat ik nog even met haar op kantoor. Na de laatste lessen, om af te ronden. Zij hetzelfde. Papieren voor zich, pen in de hand, blik op het scherm. Ik wist niet wat te zeggen. Zij zei ook niks. De stilte was dodelijk. Alleen het tikken van de klok en het geritsel van papier. Ik voelde haar aanwezigheid naast me alsof het een fysieke druk was. Alsof de lucht tussen ons te dik was geworden.

Ik stond op. Pakte mijn tas. Keek haar niet aan.

“Tot morgen.”

Het enige wat ik zei. Alsof er niks gebeurd was.

Dan de dinsdag. Een normale dag. Voor zover de dagen nog normaal waren. Of was dit het nieuwe normaal.

Ik had een afspraak met Van Weelden aan het einde van de dag. Het was dinsdag. Toch nog een wekelijks iets, vroeg ik me af. Of hoopte ik misschien wel. Hij belde weer toen ik klopte, wenkte me binnen, en zonder wat te zeggen dirigeerde me met weer alleen gebaren niet te wachten op hem, en haar het ‘werk’ te gaan. Want dat was de dinsdagmiddag nu dus echt geworden: op kantoor met Van Weelden. Pijpen onder het bureau. Net als de vorige keer.

Nu worden we niet gestoord. Ik ga zitten in het donkere hoekje tussen z’n benen, bevrijd hem zonder te aarzelen, en begin alsof het normaal is. Het nieuwe normaal, dus. Ik doe uitgebreid mijn ‘werk’ terwijl hij gewoon aan het werk is. Zijn vingers tikken over het toetsenbord, af en toe hoor ik hem iets mompelen tegen zichzelf, alsof ik er niet eens ben. Ongezien zit ik onder z’n bureau en doe echt m’n best hem klaar te pijpen. Gedreven en uitgebreid. Geconcentreerd. Zacht kreunend, omdat ik het zelf ook gewoon zo ontzettend geil vind. Ik ben niet voor niks gekomen. Mijn tong glijdt langzaam, mijn lippen strak, mijn hand steunt de rest van hem terwijl ik hem dieper neem. Ook nu duurt het weer lang. Maar ik pijp gewoon door met een bepaalde soort rust die ik de laatste dagen niet kon vinden. Alsof ik nu, pijpend onder een bureau, pas mijn rust kan vinden omdat dit misschien wel de plek is waar ik hoor. Misschien was dit wel waarom de rest van de wereld de laatste tijd zo ver weg had gevoeld. Omdat ik de rust alleen hier nog leek te vinden.

Ik durf niks te vragen over Rayenne. Ik moest ook gewoon luisteren, was de opdracht. Zelfs als hij niks zegt. Ik durf geen vragen te stellen en houd me strikt aan de instructies, wat een machteloos gevoel geeft. Maar daardoor is het ook makkelijk. Niet denken, maar doen.

Dus deed ik dit gewoon weer zonder na te denken, nog meer opgewonden dan de vorige keer. Hij laat me deze keer gaan. Hij stopt niet als zijn orgasme nadert. En hij pakt me ook niet beet om het te versnellen. Het voelt nu meer als een examen dan ooit. Hijgend en zachtjes kreunend open ik mijn mond en laat ik zijn zaad erin schieten alsof hij toekijkt. Maar ik ben de enige die het ziet. Warm, dik, vertrouwd. Ik slik alles door en blijf even zitten met mijn lippen nog om hem heen, alsof ik wil bewijzen dat ik het goed heb gedaan.

Pas als ik hem klaar heb gekregen, zegt hij wat. Eerst gebaart hij gewoon weg te gaan. Maar dan toch.

“O, Anna.”

Zijn stem duidelijk en streng. Geen spoor aan hem te zien wat er net gebeurd is. Hij zit nog steeds rechtop, zijn handen op het toetsenbord, alsof hij zojuist alleen een lastig telefoontje heeft gehad.

“Ik verwacht elke vrijdag een rapportage. Dan hebben we het er de dinsdag over.”

Hij hoeft niet uit te leggen waarover.

“Zonder foto’s…” sneert hij na zonder me aan te kijken.

Ik slik. Zou hij die foto nog hebben? Hoe dom kon ik zijn?! Discretie is de boodschap. Ik knik alleen als hij opkijkt omdat ik geen antwoord durf te geven. Mijn keel plakt nog van zijn zaad.

Het dreigement met de foto zorgt voor een constante knoop in m’n maag. De routine herhaalt zich, maar de spanning is hoger omdat er nu expliciet een wekelijkse rapportage wordt geëist.

-
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Jefferson
Valeinne
Valeinne (24)
Zoek jij een vrouw die geniet van flirten en een tikje ondeugendheid?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 352 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net