77.025 Gratis Sexverhalen
Klik hier voor meer...
A+ - a-

De Cult Van Ovulia - 31

Door: Meneer De Heer

Datum: 06-08-2026 | Cijfer: 9.9 | Gelezen: 88
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 64 minuten | Lezers Online: 1
Trefwoord(en): Chantage, Cowgirl, Dominantie, Dwang, Fantasy,

Vervolg op: De Cult Van Ovulia - 30: Hogepriester

Het Tij Keert

Beste lezers, dit hoofdstuk van de Cult komt iets later door de vakantieperiode, maar daardoor had ik genoeg tijd om een extra lang hoofdstuk te schrijven. In dit deel keert een personage terug dat we lang niet hebben gezien. Je kunt de vorige ontmoeting teruglezen in hoofdstuk 11. Veel leesplezier!

===

Aan het einde van de Tempel van Oorsprong bracht een spiegelportaal ons naar een oud paleis van de cult. Het bleek een luxe oord met twee onsterfelijke bedienden, maar zonder duidelijke weg terug. Na dagen zoeken vond Aliya een aanwijzing in de bibliotheek. We konden eindelijk een portaal openen, terug naar de Tempel.

Een bekende tinteling trekt over mijn huid. Een tel later staan we in de ei-kamer, tussen de dezelfde glanzende, gebogen muren als minder dan een week geleden, toen ik hier oog in oog stond met een kopie van mezelf.

We dragen kleren. Dat is voor het eerst. Bij onze eerdere bezoeken moesten we door de magische mist bij de ingang en begonnen we naakt aan de beproevingen. Nu komen we binnen via de achterdeur. Aliya en Kassia dragen sierlijke jurken uit de paleisgarderobe, ik het blauwe doublet dat ik vanochtend heb uitgekozen.

Het voelt raar. Alsof we een dresscode overtreden.

“Hé, hij is weer dicht,” zegt Kassia. Ze kijkt achterom. De spiegel toont alleen onze reflecties. “Kunnen we wel weer terug?”

Aliya lacht. “Zijn we eindelijk weg, en je wil meteen terug?”

“Het was best fijn daar.” Kassia kijkt naar haar hand, die nog altijd in de mijne ligt. “Dorian en Melite zorgen goed voor ons. Het eten is lekker. En het is fijn met jullie.”

Ik knijp in haar hand. “Ik zou het portaal ook vanaf deze kant open moeten kunnen maken.”

Ik laat haar los en draai me naar de spiegel. Ik leg mijn palm tegen het glas, sluit mijn ogen en zoek de magische laag achter het oppervlak. De zilveren mist komt onmiddellijk. Hoe heet je? vraag ik aan de spiegel.

Witte runen verschijnen in de mist. Ze vormen een enkele regel, helder genoeg om te lezen, al betekenen de tekens voor mij niets. Aliya komt naast me staan. Haar lippen vormen de klanken een voor een.

“Deze heet Al’kuraveth,” zegt ze na een paar tellen. “Het betekent iets als ‘Ondergrondse slaap’.”

“Oké, dat is stap één.” Ik verbreek de verbinding en begin opnieuw. Ditmaal denk ik aan het paleis: de marmeren vloer, de hoge ramen en de blauwgroene spiegel.

“Al’kuraveth,” fluister ik. Mijn ring wordt warm rond mijn vinger.

De mist trekt langzaam open. Eerst zie ik alleen licht en vage vormen. Daarna verschijnen de hoge ramen. De marmeren vloer. De lege ruimte waar we zojuist vandaan vertrokken. Zodra het beeld solide is, trek ik mijn hand terug.

Ik zoek Kassia’s blik. “Uw retourticket ligt klaar, mevrouw.” Met een lakeiengebaar presenteer ik haar het portaal.

“Het is niet alsof ik ongerust was, hoor,” antwoordt Kassia. Ze duwt zich omhoog op haar tenen en geeft me een snelle kus.

“Komen jullie?” roept Aliya. Ze is ons al vooruit, de tempel in. We laten het portaal achter en volgen haar door de kromming van de ei-kamer naar de lage doorgang aan het uiteinde.

Aliya kruipt als eerste de nauwe gang in, maar stopt zo abrupt dat ik bijna tegen haar billen loop. “Shit,” zegt ze. “De deur is dicht.”

“Dat meen je niet.”

Ik buig me naast haar. Een massief blok steen vult de opening en laat langs de randen geen kiertje licht door. Dit moet het paneel zijn dat opzij schoof na het ontmaagdingsritueel op het altaar. Blijkbaar is het later weer dichtgegaan.

Aliya tast de zijkant af. “Dit kan toch niet waar zijn? Hebben we eindelijk die spiegels aan de praat, en dan zitten we opgesloten in de tempel?”

“Laat mij eens kijken,” zeg ik.

Ze drukt zich tegen de wand zodat ik langs haar kan. Ik kruip naar het einde van de gang en hurk voor de steen.

Vlak naast het stenen paneel gloeit een rode handafdruk op de tunnelwand. Hij is zo duidelijk dat ik niet begrijp waarom Aliya hem niet heeft genoemd.

Ik leg mijn hand erop.

De steen voelt warm aan. Mijn ring gloeit op. De tempel dringt mijn bewustzijn binnen, met het stenen paneel als een los onderdeel ervan. Het weegt niets. Ik hoef het alleen nog opzij te willen.

Opzij.

“Wat doe je?” vraagt Aliya achter me.

Een warm gevoel trekt mijn arm in. Tegelijk klinkt een laag gerommel door de gang. Stof dwarrelt uit de naden en de steen schuift langzaam weg. Licht valt de tunnel in. De steen verdwijnt in de wand. Ik blijf op mijn hurken zitten terwijl de warmte zich in mijn buik verzamelt, scherp en prettig als een slok sterke drank.

Ik stap de tunnel uit en draai me om om Aliya overeind te helpen. “Er stond een gloeiende handafdruk op de muur,” zeg ik. “Ik legde mijn hand erop.”

“Wat? Waar?”

“Precies daar.” Ik wijs.

Aliya kijkt verbijsterd naar de plek die ik aanwijs. “Wat bedoel je? Daar is niets!”

“Misschien heeft het met de spiegels te maken?” zegt Kassia, die als laatste uit de gang komt. “Die kon Thomas ook als enige bedienen.”

Aliya kijkt van de steen naar mij. Haar mond opent, maar ze zegt niets. Via de ring proef ik haar irritatie: zij heeft de spiegels ontcijferd, maar de tempel kiest mij.

“Thomas blijkt een grote tovenaar,” zegt ze. “En ik zijn lieftallige assistente.”

“Aliya—”

“Nee, het is oké.” Ze glimlacht, eerst wat scheef, maar dan ontspant haar gezicht. “Ik moet er gewoon even aan wennen.”

Ik pak haar bij haar middel en kus haar voordat ze verder kan praten. “Jij bent degene die uitgevogeld heeft hoe die spiegels werken. Ik ben de man die zijn hand op dingen legt en jouw instructies volgt. Laten we duidelijk blijven over wie hier het brein is.”

“Dat is waar. Jij bent mijn magische manusje-van-alles.”

“De correcte titel is hogepriester, geloof ik,” plaag ik.

Ze port me in mijn zij. Wanneer ik haar hand probeer te vangen, zie ik over haar schouder Kassia bij het altaar staan.

Dit is de ceremoniekamer. Het altaar, midden in de ruimte, baadt in het zachte licht van de kristallen erboven. Het amberkleurige oppervlak waarop ik Kassia ontmaagd heb. De verweerde bronzen ringen op de hoeken. En het enorme reliëf van de geketende maagd erachter, dat eraan herinnert waar die ringen voor gebruikt werden.

Meteen zie ik Kassia weer onder me liggen. Hoe ze mijn pik zelf naar binnen trok. Hoe haar gezicht veranderde toen Aliya haar klitje streelde en ze om me heen klaarkwam. Daar dwars doorheen zie ik de kerkers onder het paleis: dezelfde bronzen ketens in ondergrondse cellen, met groeven die door jarenlang trekken glad zijn gesleten.

Aliya volgt mijn blik. Kassia heeft haar hand op het oppervlak gelegd, alsof ze iets breekbaars aanraakt. Samen lopen we op haar af. Aliya legt haar arm om Kassia’s middel.

“Hoe is het om hier weer te zijn?” vraagt Aliya.

Kassia kijkt op. “Raar.” Haar blik is troebel, alsof haar gedachten ver weg zijn. Dan verschijnt een kleine glimlach. “Maar het is wel een fijne herinnering.”

“Heel fijn,” zeg ik. Ik leg mijn hand op de hare. “Maar het blijft een nare plek. Ik had liever gewild dat we het ergens anders hadden gedaan.”

Kassia kijkt me verbaasd aan. “Hiervoor hadden jullie me toch meegevraagd uit Eikhaven?”

“Nee,” zeg ik meteen. “We hadden je nodig voor de barrière. We wisten niet wat er daarna zou komen.”

“Maar…” Kassia fronst. “Dit viel wel een beetje te verwachten, toch?”

“Een beetje wel,” zegt Aliya. “Er was een grote kans dat je iets seksueels moest doen.”

“Maar dit is nog wat anders,” zeg ik. “Dit is een ritueel van gedwongen ontmaagding.”

“Het was helemaal niet gedwongen!” zegt Kassia. “Ik wou het graag, Thomas. Volgens mij zit jij veel meer met die kettingen dan ik. Je had me niet vastgebonden, toch?”

Nee. Ik had haar niet vastgebonden. Ze trok me zelf naar binnen; duidelijker had ze haar keuze niet kunnen maken. Dus waarom blijf ik naar die ringen kijken alsof ik ze wél gebruikt heb?

Ik leg mijn handen vlak op het altaar en leun gefrustreerd voorover. Het rode kristal van de ring fonkelt in het zachte licht van de ceremonieruimte. Het kristal aan mijn vinger is helder rood sinds de priesters van Elin ze gezuiverd hebben. Toen voelde het alsof we de ringen hadden gered. Weg van de cult. Weg van die corrupte invloed.

Nu voelt het alsof we er opnieuw aan meedoen.

“Ik weet dat ik je niet vastgebonden had.” Ik kijk op. “Dat is het niet. Het is… alles eromheen.” Ik vertel over de cellen onder het paleis, en de uitgesleten groeven in de muren. “Dorian en Melite noemen me hogepriester. De spiegels gehoorzamen me. Deuren gaan voor me open. En dat voelt goed.” Ik kijk naar mijn ring. “Te goed, misschien. We hadden beloofd deze tempel te zuiveren. Maar wil ik dat straks nog wel? Misschien wil ik de macht niet kwijt. Wil ik hogepriester blijven.”

Ik kijk op en vang Aliya’s blik. Ze kijkt me lang aan. Ik voel hoe ze via onze ringen naar mijn geest tast, probeert te onderzoeken wat er in me omgaat.

“Je bent bang dat de macht je verandert in iemand die een vrouw vastbindt,” zegt ze.

Ik knik. “Ja.”

“Maar dat ben jij niet, Thomas.” Kassia antwoordt voordat Aliya dat kan. “Dorian en Melite zijn dat, misschien. Dorian wilde me opsluiten. Maar jij sprong ertussen. Jij beschermde mij.”

In mijn hoofd hoor ik weer Dorians stem. Wij kunnen het meisje onmiddellijk in de kerkers opsluiten, als u dat wenst. Een rilling loopt over mijn rug.

“Maar dat betekent niet dat ik nooit—”

“Nee,” onderbreekt Aliya. “Maar wij zijn er ook. Wij letten op. Als we denken dat je zo verandert, dan zeggen we het. Dan houden we je tegen.”

Op dat moment hoor ik Aliya’s stem in mijn hoofd. Beloofd.

De telepathie overtuigt me meer dan de argumenten. Ik sta er niet alleen voor, zelfs niet in mijn hoofd. Aliya kent me beter dan wie dan ook. Beter dan ikzelf, misschien.

“Oké.” Ik sla mijn armen om hen allebei heen.

“Wat was dat over ‘de tempel zuiveren’?” vraagt Kassia als we elkaar weer loslaten.

Aliya en ik kijken elkaar aan.

Kassia voelt inmiddels zo vanzelfsprekend bij ons dat ik vergeet hoeveel van dit verhaal ze niet kent.

“We hebben je nooit het hele verhaal verteld,” zegt Aliya.

We nemen de tijd om dat alsnog te doen. We vertellen haar over Aren en de verborgen elfenstad. Over Aelyonis, de Elf-Moeder, en de Grot van Oorsprong waar de eerste elfen geboren zouden zijn. De cultisten bouwden hun tempel erbovenop en maakten van een heilige plek een ruimte voor hun rituelen.

“We hebben Aelyonis beloofd dat we het rechtzetten,” besluit ik. “De invloed van de cult verwijderen. De tempel zuiveren, als dat kan.”

“En anders vernietigen,” voegt Aliya toe.

Kassia kijkt om zich heen. Naar het altaar. De tribune. Het reliëf van de vastgebonden vrouw.

“Maar hoe zuiver je een tempel?”

“Dat weten we nog niet,” zegt Aliya. “We begrijpen nauwelijks wat hier precies gebeurd is. En nu blijkt er ook nog een paleis te zijn dat ons als de nieuwe leiders van de cult beschouwt.”

“Dus jullie plan was eigenlijk om hier binnen te komen en daarna maar te zien wat er gebeurde?”

“Een vrij goede samenvatting van ons wetenschappelijke proces,” zeg ik.

Aliya geeft me een por. “We verzamelen eerst informatie. We moeten ontdekken welke delen van de tempel van de elfen waren, en wat van de cult. En of die twee nog van elkaar te scheiden zijn.”

Kassia draait zich naar het altaar en pakt een van de verweerde kettingen op. De schakels rinkelen zacht in de stille ceremoniekamer.

“Kunnen we hiermee beginnen?”

Aliya kijkt naar de ketting, en dan naar mij. “Dat lijkt me een uitstekend idee.”

Ik grijp de dichtstbijzijnde ketting vlak onder de bronzen ring en zet mijn voet tegen het altaar. Het metaal geeft mee. Met een bevredigend gekraak springt de bovenste schakel open. We pakken de volgende zeven op dezelfde manier aan. Al snel liggen alle ketens op de grond.

Aliya raapt er één op. “Wat doen we hiermee?”

“In de poel ermee,” zegt Kassia.

“Uitstekend plan.”

We rapen de boeien op en lopen over de kleine tribune naar de ingang van de ruimte.

Op de bovenste trede zie ik dat het gouden energieveld de doorgang opnieuw afsluit. Ik kan het donkere water van de poel zien door het schijnsel heen.

Kassia schiet langs me heen. “Oh! Ik weet nog hoe dit moet.” Ze steekt haar hand in het gouden veld. Een felle vonk springt naar haar vingers en de kracht duwt haar een stap achteruit.

Ze staart naar haar hand. “Oh ja. Ik ben natuurlijk geen maagd meer.”

“Dat lijkt me lastig terug te draaien,” zegt Aliya. Kassia kijkt geschrokken om, maar begint te lachen als ze Aliya’s grijns ziet.

Naast de doorgang gloeit een tweede rode handafdruk, half verscholen achter Kassia’s jurk. “Stap eens opzij?” vraag ik.

“Zie je weer een handafdruk?” vraagt Aliya.

“Ja,” zeg ik. “Kijk, precies hier.”

“Daar zit niks.”

“Let op.” Zodra mijn hand de gloed raakt, loopt de warmte tot aan mijn schouder. De barrière verschijnt in mijn bewustzijn als een dun vlies. Ik beeld me in dat ik ertegen blaas. Verdwijn.

Terwijl ik me concentreer, glijdt opnieuw een warm gevoel mijn lichaam binnen. Het blijft hangen in mijn onderbuik. Het voelt alsof Aliya een hand op mijn kruis legt en daar laat liggen. Warm en prettig. Mijn pik zwelt er van op.

Het energieveld verbleekt vanuit het midden, tot alleen een paar losse vonken langs de stenen boog overblijven. Ik laat de muur los.

Kassia steekt voorzichtig één vinger door de opening. Wanneer er niets gebeurt, stapt ze erdoorheen. “Dat is een stuk minder indrukwekkend dan toen ik hem opende,” zegt ze.

“Maar wel sneller,” zeg ik.

Aliya blijft nog bij de zijwand staan. Haar vingers gaan over de plek waar mijn hand zojuist lag. “Jij ziet echt dingen in de tempel die wij niet kunnen zien?”

Ik kijk naar mijn ring. “Blijkbaar.”

Achter de barrière ligt de grot met de anemonenpoel. Op de bodem geven de dikke tentakels een gedempt paars licht af. Ze liggen roerloos tussen de stenen. Dat doet niks om me gerust te stellen.

Kassia is de eerste die de waterkant bereikt. De twee bronzen ketens die ze meedroeg, werpt ze met een grote boog zo ver mogelijk het water in. Ze landen met een luide plons in het spiegelgladde water en zinken meteen. Kringen lopen naar de oevers. Op de bodem komen de paarse tentakels in beweging.

“Oh,” zegt Kassia. “Dat was misschien niet slim.”

“Misschien niet, nee,” zegt Aliya. “We moeten zelf ook nog naar de overkant. En het liefst zonder dat die tentakels zich ermee bemoeien.”

Ik zie een derde handafdruk, op de grond dichtbij de waterkant. Ik loop erop af en laat de vier bronzen ketens die ik droeg op de grond vallen. “Ik heb misschien een oplossing,” zeg ik.

Zodra ik mijn hand op de afdruk leg, voel ik meteen de aanwezigheid van de anemonen op de bodem van de poel. Ze zijn alert, merk ik, door de verstoring van het water. Enkele hebben zich opgericht en wikkelen zich om de bronzen ringen die naar de bodem zakken.

Ik concentreer me op het idee van een beweging omlaag. Blijf laag. Verroer je niet. De opdracht komt aan. De tentakels zakken tegelijk terug naar de bodem.

“Gooi er nog eens één?” vraag ik.

Aliya werpt één van haar ketens in het water. Ondanks de luide plons blijven de anemonen onbeweeglijk op de bodem liggen. De magie jaagt heter dan daarnet langs mijn ruggengraat en verzamelt zich in mijn ballen. Mijn pik springt meteen overeind.

Ik houd mijn adem in, tot het gevoel iets wegzakt.

“Dat werkte,” zeg ik.

“Doet het ook… dat?” vraagt Aliya. Ze knikt naar de bolling in mijn broek.

“Het lijkt alsof er energie bij vrijkomt,” zeg ik. “En dat gaat daar zitten.”

“Is het… lekker?” vraagt Kassia.

“Jawel. Het is vooral veel. Het bouwt op. En het moet er een keer uit, denk ik.”

“Daar kunnen we wel mee helpen,” zegt Aliya met een grote grijns. Ze werpt de andere keten ook in het water. “Maar eerst naar de overkant?”

Als alle ketens in het water liggen en de anemonen zich nog steeds rustig houden, lopen we naar het begin van de verzonken richel. Ik ben de eerste die erop stapt. Het koude water slaat door mijn broek tot halverwege mijn dijen. Mijn erectie zakt er nauwelijks van, maar de hitte wordt draaglijker. De anemonen bewegen niet. Aliya en Kassia tillen hun jurken op en waden achter me aan.

Aan de overkant zie ik iets glinsteren: mijn oude zwaard. Het ligt nog precies waar ik het had gelaten. Ik raap het op, en het voelt onmiddellijk vertrouwd in mijn hand. Het paleiszwaard aan mijn riem is beter, maar het oude voelt vertrouwd in mijn hand. Ik steek het ernaast. Twee zwaarden kunnen in deze tempel moeilijk kwaad.

In de gang naar de uitgang van de tempel, vlak voor de smalle spleten in de vloer waar de uitkledende mist vandaan komt, gloeit de vierde afdruk. Ik leg mijn hand ertegen en weet de mist ermee uit te schakelen. Een zachte puls warmte glijdt mijn lichaam in. Mijn pik trilt.

Dan zijn we erdoor. We lopen de laatste meters van de tunnel in stilte. Het licht aan het einde is eerst wit en fel na de schemering van de tempel, en dan warm goud. De zon hangt laag aan de hemel. Het geruis van de branding galmt luid in de grot.

Ik stap als eerste naar buiten, mijn voeten in het natte zand. De zeewind slaat zilt en koud in mijn gezicht. Boven me strekt de lucht zich strakblauw uit. Een zeemeeuw cirkelt. En verderop, op het strand—

—mensen.

Vijf mensen staan onderaan de kliffen, niet ver van de plek waar wij eerder waren afgedaald. Ik kan ze niet goed zien, maar dat is niet nodig. Een van hen herken ik meteen. Lange zwarte krullen. Een gladde, zwarte wapenrusting. Een kruisboog losjes in haar hand. In haar andere arm een dik boek.

Meredith. Met Aliya’s boek.

Ik steek mijn arm uit en houd Aliya en Kassia tegen voordat ze achter mij uit de grot kunnen stappen. Met een vinger op mijn lippen druk ik ze terug het donker in.

“Wat—” begint Aliya.

“We hebben gezelschap,” fluister ik. “Meredith. Met hulp. Vier man.”

“Hebben ze ons gezien?” fluistert Kassia.

“Nee. Ze wachten ons op, denk ik. Maar ze verwachten ons uit het bos. Niet vanaf hier.”

“Dan gaan we terug,” zegt Aliya. “Meteen. Voordat ze achter ons aankomen. Kun je alles weer afsluiten, Thomas?”

Ik knik. “Ja. Maar dan hebben we nog steeds een probleem. Meredith heeft jouw boek.”

Aliya’s ogen worden groot. “Het boek? Dat kan niet! Dat was bij—”

“Meneer Voss,” vult Kassia aan. “Is ze daar geweest? Is hij oké?”

“Geen idee,” zeg ik. “Maar vrijwillig zal hij het niet hebben afgegeven. Het verklaart wel hoe ze deze plek gevonden heeft.”

“Wat dan?” vraagt Aliya. “We kunnen niet zomaar naar buiten komen en het boek terugpakken. Toch?”

“Nee.” Ik schud mijn hoofd. “Ze zijn met te veel. Het amulet zal me niet nog eens redden.”

“Dus?” vraagt Aliya.

“Dus gebruiken we de tempel in ons voordeel.” Ik kijk achter me, de tunnel in. “Ze weten niet dat wij hier zijn. En ze weten niet dat wij de tempel kunnen aansturen.”

Kassia’s kaak verstrakt, maar ze knikt meteen. “Wat moet ik doen?”

“Jij en Aliya gaan terug naar de ceremoniekamer. Ik sluit de barrière weer. Dat hield ons tegen, maar hen net zo goed.”

“Ik wil niet gewoon zitten wachten,” zegt Kassia. Er zit iets fels in haar stem dat ik herken en waar ik normaal altijd aan toegeef. Maar niet nu.

“Nee,” zeg ik resoluut. “Ik kan niet vechten als ik me tegelijk zorgen maak om jullie. Ik moet weten dat jullie veilig zijn.” Ik kijk naar Aliya. “De vorige keer grepen ze jou en was ik machteloos. Dat wil ik niet weer laten gebeuren.”

Aliya knikt en pakt Kassia’s hand. “Kom. Laten we kijken of het portaal nog open is.”

-

Het gouden energieveld sluit zich tussen ons. Aliya en Kassia blijven zichtbaar in de smalle gang erachter, vervormd alsof ze achter een waterval staan. Ik kan ze niet meer horen.

Ik blijf bij je, klinkt Aliya in mijn hoofd. Hier.

Pas goed op Kassia, stuur ik terug. Ga terug naar het paleis, als het misgaat.

Alsjeblieft, Thomas, ik wil je niet verliezen over een boek.

Het komt goed. Vertrouw me.

-

Ik neem de tijd om me voor te bereiden. Dat is het enige voordeel dat ik heb: zij weten niet dat ik hier ben, dus ik hoef me niet te haasten.

Ik leg het paleiszwaard op de oever, verborgen in de schaduwen aan de rand van de grot. Het oude zwaard houd ik bij me. Daarna test ik de verbinding met de anemonen nog één keer en laat ik ze weer roerloos naar de bodem zakken.

Ik blijf even zitten, met mijn handen op mijn knieën, en laat tot me doordringen wat ik ga doen. Ik ga vijf gewapende mensen mijn kant op lokken, waaronder een vrouw die me al eerder heeft willen doden. Mijn plan hangt af van een overtuigende leugen en een handafdruk die ik pas in het afgelopen uur ontdekt heb.

Als laatste schakel ik de mist weer in. Een tactisch voordeel – zij dragen wapenrusting, ik niet. Als ze naakt zijn, is het speelveld weer gelijk.

Ik sta op.

In de uitgang van de grot blijf ik expres iets te lang staan. Lang genoeg om gezien te worden, niet lang genoeg om beschoten te worden. Merediths hoofd schiet omhoog. Ze stoot de man naast haar aan. Ik draai me om en vlucht struikelend de tunnel in. De helft van mijn paniek hoef ik niet te spelen.

De mist omhult me en ik blijf rennen. Mijn doublet lost op. Mijn broek verdampt. Achter me klinken gedempte stemmen en laarzen op steen. Ze komen.

Naakt ren ik de onderwaterrichel op. De anemonen blijven laag. Achter me hoor ik de mist sissen, maar geen verbaasde kreten, geen gevloek. Ze zijn hier al eerder geweest. Ze weten wat de mist doet en wat er in de poel leeft. Toch lopen ze door. Zo graag willen ze de ringen hebben. Of mij.

Ik ben bijna aan de overkant als de eersten uit de tunnel komen. Ik trek mezelf omhoog uit het water, expres langzaam, en hap naar adem alsof het meer moeite kost dan het doet.

“Halt, Van Kranenburg. Blijf waar je bent.”

Ik draai me om.

Daar staat ze, aan de overkant van twintig meter water. Meredith. Haar zwarte krullen hangen omlaag over haar schouders. Ze is lang en zwaar gebouwd, met brede schouders en dijen. Haar borsten zijn vol en zwaar, en tussen haar benen zit zwart, kortgehouden haar. Ze lijkt zelf amper te merken dat ze naakt is. Haar vinger rust op de trekker van haar kruisboog. De punt wijst naar mij.

En onder haar linkerarm, ferm tegen haar ribben geklemd, Aliya’s boek.

Ik heb haar maar één keer eerder gezien, in een bergpas, in een gevoerde mantel met een kap over haar zwarte haar en een magische kruisboog in haar handen. Hier in het paarse licht is ze net zo intimiderend als toen in de sneeuw.

Ik kijk haar aan. Ik kijk langer dan verstandig is, en niet naar haar kruisboog. Ik kijk naar haar.

Verdomme, Thomas.

Ik dwing mijn blik terug naar haar handen. Naar de trekker. Naar wat ertoe doet.

Naast haar staan vier anderen. Drie mannen en een vrouw, net zo naakt en net zo gewapend: twee zwaarden, werpmessen, een boog. Ze verspreiden zich zonder dat iemand iets zegt. Twee links, twee rechts. Professioneel. Geen straatschuimers uit een steeg in Eikhaven.

Ik hef mijn handen. In mijn rechterhand heb ik mijn oude zwaard.

“Niet schieten, Meredith. We kunnen hier vast over praten.”

“Dat kunnen we zeker.” Haar stem galmt kalm over het water. “Je kan me bijvoorbeeld vertellen waar je vrouw is.”

“Niet hier.”

“En het meisje?”

Ze weet over Kassia. “Bij haar,” zeg ik.

“Hm.” Ze verplaatst het boek naar haar andere arm. “Dat is jammer, Van Kranenburg. Ik had gehoopt dat we dit met z’n allen konden doen.”

Het stoort me dat ze mijn achternaam gebruikt. De vorige keer wist ze niet wie ik was en noemde ze me alleen ‘zwaardvechter’. Nu weet ze het wel, en ze wrijft het erin.

“Dat boek is niet van jou, Meredith.”

“Nee.” Ze klemt het steviger tegen haar zij. “Het is ook niet van je vriendin. Het lag honderden jaren begraven tot het gevonden werd door een geleerde met te veel ambitie en te weinig geduld. Nu is het bij mij. Dat is de beste plek waar het in vier eeuwen geweest is.”

“Hoe is het met Voss?”

Er trekt iets over haar gezicht. “Hij leeft,” zegt ze. “Over een paar weken zie je er niets meer van. Ik heb niet meer gedaan dan nodig was.”

Ik ga haar vermoorden, zegt Aliya in mijn hoofd. Het klinkt bloedserieus.

Later. Laat me praten.

“Je bent geen huurling,” zeg ik.

Ze knippert. Voor het eerst. “Pardon?”

“Ik heb er over nagedacht. Je doet dit niet voor geld. Jij gelooft ergens in.”

Ze blijft een tel stil. “Dit theekransje is voorbij, Van Kranenburg. Laat je zwaard vallen en kom onze kant op.”

Ik kijk naar het water. Ik kijk naar de richel. En dan doe ik wat ik vooraf had bedacht, ook al is het de goedkoopste truc die ik ooit heb uitgehaald.

Ik laat mijn schouders zakken. “Ik kan niet,” zeg ik, en ik laat mijn stem breken. “Ik kan niet meer terug. Er is hier iets – de tempel doet iets met mij. Ik ben kapot.”

Ik reik uit via het amulet. Ze moeten trots voelen, iets wat ik kan uitvergroten naar overmoed. Maar het lukt niet. Ze zijn te ver weg, buiten mijn bereik.

Meredith staat volkomen stil. “Onzin.”

“Kom dan zelf kijken.” Ik laat mijn zwaard vallen en leg het op de steen naast me, en schuif het naar haar toe. “Hier. Pak hem.”

Ik zie haar nadenken. Ik zie hoe graag ze wil dat het waar is – dat ze me gebroken aantreft, dat ik mezelf overschat heb, dat het makkelijk wordt. En ik zie dat ze me niet gelooft. Niet helemaal.

“Schuif het in het water, Van Kranenburg. Geen geintjes.”

Ik duw het zwaard van me af. Het glijdt over het natte steen en belandt met een kleine plons in de poel.

Meredith knikt naar een van haar handlangers. “Vaska. Het water in.”

Vaska, een van de twee zwaardvechters, zet behoedzaam een voet op de richel en tuurt het zwarte water in. Ze weten van de anemonen. Natuurlijk weten ze dat.

Hoe is dat de eerste keer gegaan? Ze zijn hier binnengekomen, door de mist, en toen stonden ze voor zwart water met paars licht op de bodem. Zou Meredith alleen haar hulpjes het water in hebben gestuurd? Nee, geen kans. Ze zou de barrière aan de overkant zelf willen zien. Dus is ze het water in gegaan, en gegrepen door de anemonen, en haar mannen hebben toegekeken tot de tempel klaar met haar was.

Vaska bereikt mijn kant en hijst zichzelf omhoog. Hij zet de punt van zijn zwaard tegen mijn borstbeen. Merediths kruisboog staat de hele tijd strak op mij gericht.

“Op je knieën,” gromt hij.

Ik laat me zakken en plant mijn handen op de natte steen. Mijn linkerhand komt vlak naast de rode afdruk neer.

“Moet ik hem vermoorden, vrouwe Meredith?” roept hij over het water.

“Nee, sukkel. We komen eraan.”

Meredith laat de drie anderen voorgaan. Een paar tellen blijft ze zelf op de oever staan, en ik houd mijn adem in. Ze moet nu gaan. Als ze wacht tot iedereen aan deze kant is, mislukt mijn plan. Dan legt ze het boek neer en stapt het water in.

Ik wacht tot ze vijf passen heeft gezet. Dan leg ik mijn hand op de rode afdruk. De hele kolonie op de bodem van de poel wordt tegelijk wakker in mijn hoofd.

Grijp ze.

Het water ontploft.

Ik heb geprobeerd me voor te stellen hoe dit zou voelen en ik had het volkomen mis. Ik dacht dat ik iets zou besturen, maar het is meer alsof ik een deur openzet. Achter de deur wachtten tientallen dingen op mijn signaal, en ze komen allemaal tegelijk naar buiten. En ze zijn hongerig.

De vrouw met de messen verdwijnt als eerste, meegesleurd door een bundel paarse tentakels. De twee andere mannen worden van de richel geplukt alsof ze niets wegen. Eén van hen slaat met zijn vuist naar een tentakel om zijn middel. Woede die niet van mij is schiet door mijn hoofd, en daarna heb ik er even niets meer over te zeggen. Hij wordt opgetild en twee keer tegen het water geslagen. Het klinkt als een plank die op een tafel valt. Hij schreeuwt en slikt water in en het schreeuwen wordt gorgelen.

Meredith vecht niet. Ze rent.

Ze sprint over de richel naar mijn oever. Ze is verschrikkelijk snel. Ze haalt bijna het platform in het midden voordat er iets om haar enkel sluit en haar met een ruk onder water trekt. De kruisboog gaat af terwijl ze valt. De bout slaat een vonk uit de rotswand twee handbreedtes boven mijn hoofd.

Vaska’s zwaardpunt is van mijn borst weggegleden. Hij staart naar het water met zijn mond open.

Ik haak mijn been achter zijn enkels en ruk. Vaska klapt op zijn heup. Terwijl hij valt, rol ik weg, opzij naar waar het tweede zwaard ligt. Mijn hand vindt het gevest.

Wanneer ik overeind wil komen, bijt de prijs van de magie door mijn onderbuik.

Mijn hele lijf is warm. Niet aangenaam warm, maar een bijtende hitte die zich in mijn onderbuik heeft vastgezet. Mijn pik is zo stijf en zwaar dat hij vreemd aan mijn eigen lijf voelt. Wanneer ik mijn gewicht verplaats, helt de grot opzij. Ik blijf op één knie en steun met mijn vrije hand op de steen.

Vaska is eerder overeind. Zijn eerste slag jaagt een dreun door mijn arm. Bij de tweede zie ik zijn schouder te vroeg draaien; de derde glijdt langs mijn zwaard voordat hij kracht kan zetten.

“Smeerlap,” schreeuwt hij. “Hier kom je niet mee weg!”

Hij haalt opnieuw uit, en ik duik weg. Ik sla de knop van mijn zwaard tegen zijn knie. Hij zakt voorover. Die seconde is genoeg om overeind te komen. Nu is het een gelijk gevecht. Hij is sterker dan ik, maar ik ben sneller. Hij laat een opening en ik schamp zijn schouder. Hij stapt achteruit. Vier slagen. Vijf. Ik drijf hem richting het water.

De vloer loopt af. Zijn voet raakt de waterkant. Hij kan niet verder terug en begint wanhopig te slaan.

“Mij. Krijg. Je. Niet!” roept hij uit.

Een tentakel schiet omhoog uit het water en wikkelt zich om zijn enkel. Hij kijkt omlaag en hakt de tentakel doormidden. Paars slijm spuit over zijn scheenbeen. Wanneer hij weer opkijkt, staat mijn voet al tegen zijn borst.

De plons galmt door de grot. Vier tentakels grijpen hem vast en sleuren hem onder.

“Niet vechten, Vaska!” roept Meredith. “Je maakt het erger!”

Als Vaska weer boven het water wordt getild, houdt hij zijn spieren slap en kijkt hij me aan met ogen die vuur spuwen.

Ik kijk om me heen.

Vijf mensen hangen boven het water in kluwens van paars licht. Ze zijn opgetild zoals ik ook werd opgetild, samen met Aliya en Kassia, druipend van het water, met hun ledematen uit elkaar getrokken door tentakels zo dik als mijn bovenarm. Ze kunnen geen kant op, en de tentakels doen wat ze altijd doen. Paarse slierten wikkelen zich om de pikken van de mannen. De vrouw kreunt zachtjes terwijl haar borsten worden gekneed. Twee brede tentakels spreiden Merediths benen. Ze blijft me recht aankijken. Ze trekt hard aan de tentakels om haar polsen en gromt wanneer die geen millimeter meegeven.

“Goed gespeeld, Van Kranenburg,” zegt Meredith. “Je hebt ons. Wat nu?”

Het boek! hoor ik Aliya’s stem in mijn hoofd.

“Eerst wil ik het boek terug,” zeg ik.

Ik stap op de richel en loop naar de overkant. Vijf paar ogen volgen me. De vrouw trekt aan haar polsen. Een van de mannen spuugt water in mijn richting wanneer de anemonen mij ongemoeid laten.

De vrouw hangt vlakbij de richel. Ik wil naar de overkant, naar het boek, maar mijn lijf heeft een eigen agenda. Mijn ogen glijden over haar naakte lijf, haar kortgeschoren blonde haren, haar kleine borsten, haar gespierde armen. Van dichtbij zie ik hoe de paarse slierten een weg vinden naar haar schaamlippen. Even beantwoordt ze mijn blik, met felle ogen, dan glijden de tentakels verder en kreunt ze en gaan haar ogen dicht.

Aan de overkant ligt het boek. Ik neem het onder mijn arm en loop terug.

Ter hoogte van Meredith blijf ik staan. Ze hangt niet ver van waar ik nu op de richel sta. De punten van haar zwarte haren slepen door het water. Haar lichaam ligt opengespreid, haar benen en armen in de greep van de anemonen. Ze ontspant haar spieren, maar de spanning in haar kaak laat zien hoeveel moeite dat kost.

Twee dikke tentakels houden haar knieën uit elkaar. Ik sta op ooghoogte met haar kut. Ze is nat, en niet alleen van het water. Ik kijk langer dan gepast is, en denk terug aan hoe mijn pik in haar gleed in de bergpas.

Ik dwing mijn blik naar haar gezicht.

“Dus. Geen huurling. Vertel me meer.”

Haar blik spuwt vuur en ze houdt haar kaken stijf op elkaar. Maar dan glijdt een punt van de tentakels over haar spleetje en haar klit, en kreunt ze en draait ze haar ogen weg.

“Ik kan hier de hele dag blijven staan, Meredith.”

“Dat spul tintelt. Het is verdomme oneerlijk.”

“Ik weet er alles van.”

“Waarom laten ze jou met rust, zwaardvechter?”

Zwaardvechter. Niet Van Kranenburg. Ik heb haar geraakt, en ik grijns.

“Goede vraag. Eerst de mijne: wie ben jij?”

Ze zwijgt. De punt van een tentakel glijdt haar spleetje in. Een ander wikkelt zich om een tepel. Ze kreunt.

“Laat mijn mensen gaan, Van Kranenburg. Ik ben degene die je wil.”

“Waarom zou ik dat doen?”

“Laat ze gaan, en ik doe wat je wil.”

Ik twijfel. Er is geen reden om te geloven dat ze haar woord houdt. Ze heeft alle reden om te liegen. Ik kan gewoon blijven staan en wachten. De tentakels brengen haar vanzelf op andere gedachten.

En ik zou een man zijn die een vrouw vastbindt tot ze praat.

Ik knik. “Prima.”

Ik loop terug naar de oever en leg mijn hand op de rode afdruk. De anemonen glijden mijn geest binnen. Ik richt me op de man die het verst weg is. Laat hem gaan, beveel ik de anemonen.

Er is weerstand. Dit is niet wat ze willen. Hij heeft de prijs nog niet betaald.

Doe het, beveel ik.

Een krachtige golf warmte schiet mijn onderbuik in en laat mijn pik trillen. De tentakels trekken zich terug van de man – tenminste, van zijn borst en buik en pik. De slierten om zijn armen en benen spannen zich juist aan. Ze smijten hem op de oever. Hij rolt over zijn schouder en blijft hoestend liggen.

Thomas, ik voel hoe stijf je bent. Aliya’s stem klinkt bezorgd. Doet de magie dat?

Ja, stuur ik terug. Die tentakels hebben een eigen wil. Elke keer dat ik ze tegenhoud, wordt het erger.

De man krabbelt op en kijkt verdwaasd om zich heen. Zijn wapen ligt nog in het water. De poel ligt tussen hem en mij in. Hij kijkt naar Meredith.

“Ga, Mark,” zegt ze. “Naar de boot.”

“Maar—”

Nu. Wacht in de boot. Als ik er over een uur niet ben, roei je naar Eikhaven en zeg je dat de missie gefaald is.”

Hij kijkt me nog één keer woedend aan, draait zich om en verdwijnt in de tunnel.

Ik weet niet of ik dit nog drie keer kan, stuur ik naar Aliya.

Laat mij je helpen, antwoordt ze. Net als in het elfendorp. Ik kan het samen met jou dragen.

Graag. Anders wordt de hitte me te veel.

Ik laat de vrouw op de kant werpen. De anemonen protesteren opnieuw, maar ik dwing ze. Hun weerstand jaagt opnieuw hitte naar mijn ballen. Via de ring trekt Aliya een deel ervan weg. Mijn pik trilt, maar ik voel ook haar kutje nat worden.

Kassia is bij haar. Samen weten ze daar vast raad mee.

De twee andere mannen volgen. Bij iedere vrijlating trekt Aliya meer hitte uit me weg, maar nooit genoeg. Wanneer Vaska als laatste in de tunnel verdwijnt, zak ik hijgend op mijn knieën. Zweet brandt in mijn ogen. Ondanks Aliya’s hulp staat mijn pik zo gezwollen tegen mijn buik dat iedere hartslag pijn doet. Hij is groter dan normaal. Dat verbaast me inmiddels minder dan het zou moeten.

Alleen Meredith hangt nog boven de poel. Eén van de tentakels glijdt in en uit haar kutje, twee andere knijpen in haar tepels. Ze probeert me nog aan te kijken, maar ze kan haar aandacht niet vasthouden. Ze kreunt en sluit haar ogen.

Stop, beveel ik. Breng haar hier.

De anemonen stoppen hun strelingen en dragen Meredith over het water naar me toe. Ik houd mijn hand op de afdruk. Het vraagt een constante inspanning om de anemonen in bedwang te houden. Ze willen doorgaan, ze willen meer, ze willen Meredith het orgasme ontlokken dat ik ze bij vier anderen al ontzegd heb. Ze laten me voelen hoe dichtbij ze is.

Ik zou het maar hoeven denken. Eén keer ja denken en ze komt klaar, hier, hangend boven het water, terwijl ik naar haar sta te kijken.

Ik wil het. Verdomme, ik wil het zo graag dat mijn hand ervan trilt op de steen.

Ik houd ze af. Ieder moment trekt meer hitte mijn buik in, maar ze luisteren.

Meredith hangt naakt in het paarse licht. Haar zwarte haar plakt in strengen aan haar gezicht, water loopt van haar dijen terug in de poel. Ze kijkt me recht aan. Ondanks haar benarde positie weigert ze om ook maar één centimeter kleiner te worden.

Ik kijk naar haar. Ik kijk naar het litteken op haar kin en de brede welving van haar heupen en de zware vorm van haar borsten. Verdomme. Ze is de vijand. Ze is hier om me te vermoorden, ze kijkt naar me met pure haat, en ik kijk naar haar tieten?

“Nou,” zegt ze. “Doe het dan.”

“Ik wil alleen antwoorden. Ik wil je geen pijn doen.”

“Een loze belofte.” Ze spuugt water uit. “Doe wat je wil doen.”

“Praat tegen me. Wie ben je?”

“Een Malachiet.”

“Dat wist ik. Vertel me iets wat ik nog niet weet.”

“Ik ben een zuster van de Tweede Cirkel.”

“En wat doet de Tweede Cirkel hier?”

“Opruimen.” Ze kijkt me aan alsof ze iets uitlegt aan een kind. “Wij hebben deze rotzooi vierhonderd jaar geleden uitgeroeid, Van Kranenburg. De Ovulia-cultus en al hun zieke, occulte praktijken. We hebben de tempels gesloten, de boeken verbrand, de priesters opgehangen en hun heiligdommen begraven.”

In mijn hoofd merk ik Aliya’s verbazing voordat haar woorden komen. Zij? De Malachieten hebben de cult vernietigd?

“Daar wist ik niets van,” zeg ik.

“Dan hebben we ons werk goed gedaan. Als we iets begraven, blijft het begraven.” Meredith duwt haar schouders omhoog, maar de tentakels trekken haar terug. “Het enige wat we nooit gevonden hebben, zijn de Ringen van Wederlust. En nu, na vier eeuwen, lopen er opeens twee mensen mee rond. Een van hen, een zwaardvechter, heeft ook nog het Medaillon van Orgis om zijn nek. Daarvan wisten we niet eens dat de cult het had. En jullie zijn erover gestruikeld. Zonder enig benul van wat je in handen hebt.”

Orgis, stuurt Aliya. Die naam ken ik. Een succubus.

“En jullie weten dat wel?”

“Ja.” Ze zegt het met volle overtuiging. “We weten wat het is en vooral waar het hoort: in een diepe kelder, achter zeven sloten, bij mensen die een eed gezworen hebben om het te bewaken. Dat is het enige wat ik van je wil. Twee ringen, een amulet en een boek, en dan zie je mij nooit meer. Je vrouw en je meisje hoef ik niet. Je kleine harem mag je houden.”

“Daarom probeerde je ons te vermoorden, natuurlijk.”

“Ik doe wat nodig is. Mensen geven dit soort dingen zelden vrijwillig af.”

Ze heeft alle reden om tegen me te liegen. Natuurlijk zou ze beweren dat ze ons zou laten gaan, dat ze ons niets wil aandoen. Het is zo’n logische leugen – maar ondanks dat geloof ik haar. Of in elk geval, ik geloof dat ze meent wat ze zegt.

“Van wie krijg je opdrachten?”

“Mijn zusters en broeders.”

“Ik wil namen.”

Ze lacht schamper. “Ik ken geen namen uit de Eerste Cirkel. Dat is het punt van cirkels. Ik hoef niet te weten van wie mijn opdrachten komen. Ik ken mijn taak en ik weet dat zij een eed hebben gezworen. Dat is genoeg.”

Vraag wat ze met de artefacten willen, zegt Aliya. Vraag hoe ze dat weet.

“Wat doen ze met wat je meebrengt?”

“Bewaren.”

“Waar?”

“Ondergronds. Achter zeven sloten.”

“Die heb je gezien?”

Voor het eerst antwoordt Meredith niet meteen. Haar mond opent, maar ze sluit hem weer.

“Ik lever ze af in Harredam,” zegt ze. “In een kist in een verlaten pand in de haven.”

De anemonen blijven aan me trekken, en ik blijf ze afhouden. De warmte bouwt op in mijn lijf. Maar ik heb Meredith eindelijk aan het praten. Ik kan nu niet opgeven.

“Hoe vaak heb je zo’n kist gevuld?”

“...Negentien keer.”

“En is er ooit iets teruggekomen? Heeft iemand je ooit verteld wat ermee is gebeurd?”

Ze antwoordt niet. Ik zie de twijfel in haar gezicht. Ze weet niet wat er gebeurt met de dingen die ze aflevert. En het zijn waardevolle voorwerpen. Krachtige voorwerpen. Ik stel een vraag die ze zichzelf al vaker gesteld heeft en steeds heeft weggeduwd.

“Je speelt een vals spel,” zegt ze.

“Dat weet ik.”

“Je zaait twijfel omdat je bang bent.”

“Ik stel vragen omdat je ons wil bestelen en vermoorden.” Het zweet stroomt over mijn gezicht. Ik weet niet hoe lang ik de anemonen nog kan afhouden. “En ja. Ik ben bang om je te laten gaan.”

De grot begint aan de randen te vervagen. Ik hoor mijn eigen hart in mijn oren als een trommel achter een deur. Het kloppen in mijn pik heeft precies hetzelfde tempo.

Thomas. Aliya’s stem klinkt bezorgd. Thomas, je houdt dit niet vol.

Ik kan haar niet loslaten. Dan komt ze weer achter ons aan.

Dat kan me niet schelen. Je hebt het boek. Laat los.

Dan gaat ze naar Harredam en vertelt ze precies waar we zijn.

Ja.

Dan komen ze terug met dertig man en vernietigen ze de Grot.

Ja, Thomas. Dat kan.

Mijn hele lijf trilt. Ik kijk omhoog naar Meredith.

Er is een uitweg. Een eenvoudige. Trek haar onder. Het is makkelijker dan wat ik nu doe, omdat het de prijs van de anemonen op een andere manier zou betalen.

Meredith volgt mijn blik naar het water. Voor het eerst sinds ze de grot binnenkwam verdwijnt de zekerheid uit haar blik. Maar ze smeekt niet. Ze tilt haar kin op en wacht.

“Doe het dan,” zegt Meredith.

Het zou snel gaan. Ze zou onder water verdwijnen en niet meer boven komen. Ze zou ons nooit meer achterna komen en in gevaar brengen. De anemonen zouden ons probleem oplossen.

Ik denk aan Kassia.

Laat haar los.

De hitte brandt door mijn arm. Mijn hand schiet van de afdruk en ik zak achterover.

-

Thomas!

Meredith staat in het water. Ze kijkt naar haar handen.

Thomas, praat tegen me.

Ik ben er.

Wat gebeurt er?

Ze staat in het water. Ze is los.

En jij?

Ik ben oké.

Dat is overdreven. Mijn adem komt in korte rukken en mijn benen voelen leeg. Er is zo veel bloed naar mijn pik gestroomd dat er bijna niets over is voor de rest van mijn lijf.

Meredith komt uit het water en blijft twee passen voor me staan. Het water druipt van haar af. Ze torent boven me uit, naakt en gevaarlijk en bloedmooi. Ik leg mijn hand op het gevest van mijn zwaard. Ik weet niet zeker of ik de kracht heb om ermee te vechten.

Ze zou ieder moment naar mijn zwaard kunnen grijpen. In plaats daarvan blijft ze staan en kijkt ze me aan alsof ik een raadsel ben. “Je hebt me laten gaan,” zegt ze.

“Ja.”

“Waarom?”

“Omdat ik het alternatief niet op mijn geweten wil hebben.”

Ze knikt langzaam, alsof ik iets bevestigd heb. Dan gaat haar blik omlaag, naar mijn stijve pik, en blijft daar veel te lang.

"Hou op," zegt ze.

"Waarmee?"

"Doe niet alsof je gek bent." Haar stem is vlak. "Ik voel het. Precies zoals de vorige keer. Dat vervloekte ding om je nek. Hou ermee op."

Ik heb even nodig om te begrijpen wat ze zegt.

"Ik gebruik het amulet niet."

"Nee, natuurlijk niet." Ze lacht schamper. "Weet je wat ik de afgelopen weken gedaan heb? Ik heb getraind. Elke avond. Ademhaling, mantra’s, alles wat de Cirkel me kon leren over weerstand tegen beïnvloeding." Ze zegt het alsof het een prestatie is. "Alles om niet weer mezelf te verliezen aan jouw magie."

Ze wacht op een reactie. Ik heb er geen.

"Je vecht niet eens met je zwaard," zegt ze. "Je mikt onder de gordel. Je maakt dat ik dingen wil die ik nooit uit mezelf zou willen. Onnatuurlijke lust. Occulte magie." Haar kaak staat strak. "Ik heb geoefend. Ik kan het weerstaan. Dus hou er maar mee op."

"Ik kan er niet mee ophouden. Ik gebruik het medaillon niet eens."

"Je liegt."

Ik trek het koord over mijn hoofd en leg het medaillon naast me op de steen.

“Ik gebruik het niet,” zeg ik.

Ze kijkt me aan.

"Ik heb het wel geprobeerd. Even geleden. Toen jullie aan de overkant van het meer stonden en ik jullie hiernaartoe wilde krijgen. Ik heb jullie geprobeerd te bereiken met het amulet — ik wilde jullie overmoedig maken, zodat jullie in het water zouden stappen." Ik haal adem. "Het lukte niet. Je stond te ver weg. Ik heb niets bij je gedaan. Ik heb het geprobeerd en gefaald."

Ik zie haar het afwegen. Waarom zou ik dit toegeven, als ik een leugenaar ben?

"Dan is het de tempel," zegt ze. "Het slijm. Of er zit iets in dat water."

"Nee."

"Er zít iets in dat water, en jij hebt me erin gehangen—"

"Meredith." Ik zeg het zachter dan ik van plan was. "Het amulet kan geen lust opwekken. Niet uit het niks. Het vergroot alleen wat er al is." Ik kijk naar haar hand, die zich langzaam sluit. "Na de bergpas heb ik het gebruikt op een man die boos op ons was. Hij werd alleen maar bozer."

"Nee." Ze schudt haar hoofd, één korte ruk. "Nee, dat is niet — dan heb je het er de vorige keer in gestopt en is het blijven zitten. Dat is het. Je hebt iets in me geplant. Zo werken die dingen. Ze laten iets achter."

"Zo werkt het niet."

"Jij weet niet hoe het werkt!" Ze schreeuwt het bijna, en de grot echoot het terug van alle kanten. "Kijk naar jezelf. Je hebt geen idee wat je om je nek draagt. Je bent een dief met gestolen spullen die hij niet begrijpt en je loopt ermee door de wereld te zwaaien alsof het speelgoed is." Ze ademt zwaar. "Denk je nou echt dat ik—"

Ik zie haar de zin afmaken in haar hoofd. Denk je nou echt dat ik uit mezelf iets van jou zou willen.

Het antwoord bevalt haar niet.

Ze draait zich weg, twee passen richting het water, en blijft daar met haar rug naar me toe staan. Haar schouders gaan omhoog en omlaag. Ik hoor haar tellen. Vier tellen in, vier tellen uit.

We hadden zonder problemen terug kunnen gaan naar de tempel. Het portaal stond open. Aliya zei het en ik wuifde het weg zonder lang na te denken over nagedacht waarom.

En de mist. Ik had de mist zelf weer aangezet. Tactisch voordeel, zei ik tegen mezelf: zij droegen wapenrusting, ik niet, dus dan iedereen naakt. Dat was ook waar.

Ik wist precies wat er zou gebeuren als zij door die mist liep. Ergens onder al mijn plannen zat een deel van me dat opnieuw wilde zien wat er onder dat strakke leren harnas zat. En nu staat ze hier met haar rug naar me toe, en ik kijk naar de welving van haar billen en de natte strengen haar tot op haar onderrug, en het enige wat ik denk is dat ze zich moet omdraaien. Ik ben geen haar beter dan zij.

Als ze zich omdraait, is haar gezicht weer glad.

"Ik kan nu weglopen," zegt ze, bijna vriendelijk. "Jij houdt me niet tegen. Ik loop die tunnel in, je ring en je boek mag je houden, en we staan quitte."

"Quitte."

"Jij liet mij liggen in de sneeuw en ik laat jou liggen op deze steen. Een leven voor een leven. Dan is niemand de ander nog iets schuldig en hoeven we elkaar nooit meer te zien."

Het is een goed voorstel. Het is haar eigen voorstel. Ze staat er alleen niet bij alsof ze weg wil lopen.

"Ga dan," zeg ik.

Ze verroert zich niet.

"En dan zit ik straks in die boot," zegt ze, "en lig ik vannacht opnieuw wakker. En morgen weer. Net als de afgelopen weken."

"Dat is jouw probleem."

"Ja." Ze knikt, en er komt iets bijna dankbaars over haar gezicht, alsof ik haar eindelijk iets gegeven heb waar ze mee kan werken. "Dat is precies wat het is."

Ze komt terug. Ze loopt langzaam, alsof ze zichzelf tijd wil geven om van gedachten te veranderen, maar ze stopt niet.

"Weet je waar ik echt niet tegen kan? Tegen die nacht. Ik heb daar in de sneeuw dingen gedaan die ik elke nacht opnieuw beleef, en ik heb er niets van gekozen. Ik heb het ondergaan."

Ze staat voor me. Ik ruik het zout op haar huid en voel de warmte van haar lijf. Ze zakt op haar knieën, haar gezicht vlak voor het mijne.

Ze kijkt naar mijn pik. “Jouw magie heeft een prijs. Het ziet eruit alsof je hier hulp bij kan gebruiken.”

Ik knik.

“Zeg dat je het niet wil,” zegt ze.

“Ik ben ver voorbij dat punt.” Mijn stem klinkt schor.

Ze legt haar hand plat op mijn borst en duwt. Ik val achterover op mijn ellebogen. Het zwaard glijdt uit mijn hand.

“Dan doen we het zo.” Ze knielt tussen mijn benen. “Ik ga je verlossen van de prijs van die rotmagie. Niet voor jou, dus kijk maar niet zo dankbaar. Ik doe dit voor mezelf. Deze keer kies ik. Dit is van mij. Jij houdt je handen thuis.”

Ze staart naar mijn pik, groter dan normaal en bijna paars van spanning.

Ik doe mijn mond open om iets te zeggen, maar dan legt ze haar hand om mijn schacht en het enige wat eruit komt is een diepe zucht. Haar hand is warm, maar zo veel koeler dan mijn oververhitte lijf, en ruw van eelt. Ik voel haar aanraking in mijn hele lijf.

“Wil je dit?” Ze knijpt en trekt één keer langzaam omhoog, zodat de huid strak over mijn eikel schuift en er een dikke druppel uit de top loopt over haar duim.

“Fuck. Meredith—”

“Vraag erom.”

“Ja. Ga door. Alsjeblieft.”

Ze trekt me af in een lang, stevig ritme, en bij elke opwaartse beweging draait ze haar duim over de onderkant van mijn eikel. Ze kijkt niet naar haar hand. Ze kijkt de hele tijd naar mijn gezicht. Ze wil zien wat ze met me doet.

“Ik lag in bed, elke nacht, met mijn hand tussen mijn benen,” zegt ze. Haar stem is laag en snel en alle beheersing kwijt. “En ik dacht aan wat je met me deed. Hoe je smaakte. Hoe je me vulde. Hoe ik je wilde.” Ze knijpt hard en ik stoot mijn heupen omhoog. “Of het nou magische lust was of niet – ik heb nog nooit zo sterk een man gewild.”

“Meredith—”

“Hou je mond. Ik ben nog niet klaar.”

Dan neemt ze me in haar mond.

Ze gaat meteen diep, dieper dan ik verwacht, tot mijn eikel in haar keel drukt. Haar tong ligt breed en hard tegen de onderkant van mijn schacht. Mijn hand grijpt en vindt haar arm en ik knijp erin. Zij grijpt onmiddellijk mijn eigen onderarm met haar nagels.

Via de ring komt Aliya binnen, wazig en warm en verbijsterd. Alle goden, Thomas. Dat voel ik. Wat gebeurt er?

Meredith.

Ik weet dat het Meredith is. Een tel stilte. Ze kijkt door me heen zoals alleen Aliya dat kan. Je wilt haar.

Ik probeer het te ontkennen, maar dat lukt niet. Ja.

Dat dacht ik al. Ze keurt het niet af. Ze is erg geil.

Dat is ze zeker.

Ze is niet voorzichtig of lief, zoals Aliya of Kassia. Ze neukt me met haar mond alsof ze ergens vanaf wil komen. Ze gromt erbij, diep in haar keel, en dat trillen loopt door mijn hele pik tot in mijn buik. Speeksel loopt over haar kin en mijn pik. Ze maakt haar hand ermee glad, draait die om de basis en zuigt tegelijk aan mijn eikel.

“Meredith— FUCK!”

Ze trekt haar mond van me af met een nat geluid en zuigt lucht naar binnen.

“Hou je mond, Van Kranenburg. Ik ben nog niet klaar.”

Ze komt overeind, zwaait één been over mijn heupen en gaat op me zitten. Met één hand richt ze mijn pik tegen haar ingang.

“Kijk me aan,” zegt ze.

Ik kijk in haar groene ogen.

Ze zakt langzaam over me heen. Mijn pijnlijk gespannen pik glijdt haar warme kutje in. Ze maakt een geluid dat half kreun en half vloek is. Ze is heet en strak en langzaam omlaag terwijl haar lichaam ruimte maakt voor mijn lul. Mijn rug komt van de steen en haar nagels staan in mijn borst.

“Fuck,” zegt ze met haar ogen dicht. “Fuck. Dat is groot. En het tintelt nog steeds.”

Ik lach. Het klinkt meer als een hik, en dan verdwijnt het lachen omdat ze begint te bewegen.

Ze weet dat ze de controle heeft en gebruikt het. Ze berijdt me met haar hele lichaam en met de vastberadenheid van iemand die een schuld komt innen. Ze houdt mijn blik vast en slaat haar heupen omlaag. Mijn pik verdwijnt keer op keer volledig in haar hete kut.

“Zeg iets,” gromt ze.

“Het is—” Ik krijg het er nauwelijks uit. “Fuck, Meredith.”

“Zeg meer.”

“Je bent zo strak. Je hing boven het water en ik kon alleen maar naar je kijken. Naar je geile borsten. Je kutje. Ik dacht steeds aan hoe je onder me lag in de sneeuw.”

“Ik wist het wel.” Ze vertraagt iets en haar adem hapert. “Ik zag je pik groeien. Ik wist nog precies hoe die in me voelde.”

“Ik—fuck.”

Ze legt haar handen vlak op mijn schouders en versnelt weer. Haar heupen flitsen over mijn pik. Alle spanning die zich in mijn onderbuik heeft opgebouwd, alle hitte, het pakt zich samen in één punt. Mijn spieren spannen zich aan. Ik pak haar heupen vast en trek haar dieper omlaag. Ze laat me.

“Betaal de prijs, zwaardvechter. Betaal voor je magie. Betaal het aan mij.”

“Ik kom,” breng ik uit. “Meredith, ik kom—”

Mijn schreeuw vult de hele grot.

Mijn zicht trekt wit weg. Meredith drukt haar heupen omlaag en houdt ze daar terwijl ik mijn zaad diep in haar spuit. Ik hoor haar schreeuwen als van ver weg. Mijn voeten glijden weg over de steen. Via de ring slaat mijn orgasme door naar Aliya en even denk ik dat ik haar kan horen schreeuwen achter het gouden veld.

Als het eindelijk minder wordt, trilt elke spier in mijn lijf.

Meredith zit rechtop met haar hoofd gebogen en haar handen op mijn borst. Haar schouders bewegen mee op haar ademhaling. De steen is koud onder mijn rug.

“Nou,” zegt ze schor. “Laten we zeggen dat we zo quitte staan.”

Ik knik. Ik kan nog niet praten.

Ze staat op. Zaad druipt uit haar kut en over haar dijen, maar ze let er niet eens op. Ze loopt naar de rand van de poel en blijft daar staan. Ik zie de Zuster in haar terugkomen. Haar schouders gaan naar achteren. Haar hoofd komt omhoog.

Ze kijkt achterom en trekt een wenkbrauw op. “Je bent nog steeds stijf.”

Dat klopt. De ergste druk is weg, maar onder mijn navel ligt nog steeds een warm, kloppend gevoel. Er was meer opgebouwd dan één orgasme kon verhelpen.

“Het is minder,” zeg ik.

“Ga naar huis, Van Kranenburg,” zegt ze. Ze stapt in het water.

“Wat ga je tegen ze zeggen?” vraag ik aan haar rug.

Ze staat stil. Het duurt lang.

“Dat de tempel leeg was,” zegt ze zonder om te kijken. “Het boek is verloren gegaan.”

“Je gaat liegen tegen de Eerste Cirkel?”

“Ja.” Ze draait zich om en kijkt me aan met een grimas. “Eerst wil ik antwoorden.”

Ze knikt naar het boek dat naast me op de grond ligt. “Ik zou daar maar snel wat mee doen. Voss had grote delen gekopieerd. Die kopieën heb ik meegenomen en al vooruitgestuurd. Ik weet niet wat erop stond en ook niet wat ze er mee gaan doen.”

Ze waadt de richel over en verdwijnt in de tunnel. Even later sist de mist in de gang.

-

Thomas, kom hierheen.

Opstaan gaat langzaam. Ik loop, of strompel meer, naar de boog met het gouden licht. Erachter staan twee vervormde gestaltes.

De handafdruk gloeit naast de boog. Ik weet wat er gaat gebeuren als ik hem aanraak en ik moet het toch doen. De warmte glijdt mijn lichaam in als een klap in mijn maag.

Het gouden licht verbleekt vanuit het midden. Ik zak in elkaar op de grond.

Handen. Twee paar handen, en Aliya’s stem heel dichtbij, hardop, niet in mijn hoofd.

“Ik heb je. Ik heb je, Thomas. Kass, andere kant – onder zijn arm – zo ja.”

“Hij trilt helemaal.”

“Ik voel het.”

Ik hang tussen hen in. Vingers vegen het haar uit mijn gezicht. Iemand raapt het boek op.

“Het spijt me,” zeg ik tegen de vloer.

“Waarvoor?” zegt Aliya.

Het antwoord daarop krijg ik niet geformuleerd.

“Dat dacht ik al,” zegt ze. “Niet praten. Loop.”

Ze slepen me door de ceremoniekamer. Door de nauwe gang, waar Kassia me van achteren moet duwen, en dan de ei-kamer. Bij de rode spiegel blijkt het portaal gesloten. Aliya houdt me overeind terwijl ik mijn hand tegen het glas leg. Mijn arm is zo zwaar dat ik hem nauwelijks kan optillen.

"Kun je het nog?" vraagt Aliya.

"Moet wel." Ik sluit mijn ogen en roep het paleis voor me op — de marmeren vloer, de hoge ramen — en fluister de naam. Het kost meer moeite dan ooit. Voor een afschuwelijke seconde blijft de mist gewoon mist. Dan, eindelijk, trekt hij open.

We stappen er met ons drieën tegelijk doorheen.

Marmer onder mijn voeten. Licht dat pijn doet aan mijn ogen.

“Kom, de slaapkamer is hier direct naast,” zegt Aliya. “We gaan heel goed voor je zorgen, Thomas.”

===

Bedankt voor het lezen van dit hoofdstuk! Ik vind het leuk als je een cijfer geeft en nog leuker als je een reactie achterlaat.

Ik heb twee losse verhalen geschreven die je misschien ook leuk vindt: De Seksles en Ontvoerd door Sexy Aliens. Beschrijvingen van al mijn series vind je op mijn profielpagina.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Meneer De Heer
Trotsblond
Trotsblond (46)
Zoek jij een vrouw die houdt van spanning, aandacht en een goed gesprek?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...
Durf jij met oma te flirten?

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 550 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net