77.525 Gratis Sexverhalen
Lekker Anoniem Webcammen!
A+ - a-

De Cult Van Ovulia - 32

Door: Meneer De Heer

Datum: 25-08-2026 | Cijfer: 0 | Gelezen: 107
Lengte: Zeer Lang | Leestijd: 53 minuten | Lezers Online: 2
Trefwoord(en): Fantasy, Groot Geschapen, Orgasme, Trio,

Vervolg op: De Cult Van Ovulia - 31: Het Tij Keert

Onverzadigbaar

Via het portaal keerden we terug naar de Tempel van Oorsprong, waar bleek dat ik het gebouw kon besturen met gloeiende handafdrukken die alleen ik kon zien. Buiten wachtte Meredith ons op met Aliya's boek. Ik lokte haar en haar vier huurlingen naar binnen, liet ze grijpen door de anemonen en liet ze daarna weer gaan. Ik kreeg het boek terug, maar de tempelmagie had een lading in mijn lijf achtergelaten die niet meer wegging.

De gang naar de slaapkamer is vijftien passen lang. Ik tel ze.

Aliya heeft mijn linkerarm over haar schouders geslagen. Kassia loopt aan de andere kant met beide handen om mijn middel, alsof ik omval zodra ze loslaat. Waarschijnlijk zou ik dat ook. Ik voel me een marionet waarvan de benen van grote hoogte met slappe touwtjes worden aangestuurd.

Ik ben nog steeds naakt. De koude steen van de grot zit nog in mijn huid. Daaronder brandt alles.

Aliya duwt de deur van de rode slaapkamer open met haar heup. Ze laten me zakken op de rand van het bed. Ik val achterover. De kamer draait één keer rond en staat dan stil.

Kassia kijkt me aan alsof ze me voor het eerst écht ziet. "Goden," zegt ze. "Thomas."

Ik hoef niet te kijken om te weten wat ze ziet. Mijn huid is te warm en te strak, alsof hij een maat te klein geworden is. Onder mijn navel zit een knoop van hitte die niet meegeeft als ik uitadem. Mijn pik staat recht tegen mijn buik, dikker dan hij hoort te zijn, donker van het bloed, zo gespannen dat elke hartslag er pijn doet.

"Ja," zeg ik tegen het plafond.

"Is dat... normaal?"

"Nee."

Aliya knielt naast me en legt haar hand plat op mijn borstbeen. Ze hoeft niet te vragen hoe erg het is. Ze kan het voelen. "Het is de tempel," zegt ze tegen Kassia. "Hij hield de anemonen in bedwang, maar die energie moest ergens heen. Het zit nu allemaal in hem."

"Maar dan…" Kassia kijkt naar mijn pik en dan naar mijn gezicht. "Hoe kan je zo stijf zijn? Je bent toch klaargekomen?"

"Eén keer," zegt Aliya. "Bij Meredith."

Kassia's mond valt open. "Bij wie?"

"Lang verhaal," zeg ik. "Ik vertel het morgen."

"Je hebt geneukt met de vrouw die ons wilde vermoorden en ik hoor het pas morgen?"

"Kijk naar hem, Kass," zegt Aliya. "Hij kan amper praten."

Kassia kijkt naar me. Ik probeer een gezicht te trekken alsof ik prima kan praten, maar dat lukt niet erg.

"Oké," zegt ze. "Maar dan wil ik echt het hele verhaal."

"Beloofd," zeg ik.

"Dan is het goed." Ze klimt op het bed aan mijn andere kant. Ze legt haar hand op mijn buik, vlak boven de plek waar de druk het ergst is. "Dan gaan we je nu eerst repareren."

Aliya's vingers glijden omlaag over mijn ribben. "We doen het rustig," zegt ze. "Als het te veel is, zeg je het."

Ze pakt me vast.

Ik hoor mezelf een geluid maken dat ik niet herken. Haar hand is koel tegen de hitte van mijn pik, en de aanraking is bijna te veel, precies zoals ze zei, en tegelijk is het het enige wat ik in de hele wereld nog wil. Mijn heupen komen uit zichzelf omhoog.

"Ja," zegt Aliya zacht. "Dat dacht ik al."

Ze begint me af te trekken, lang en langzaam, en gaat met haar duim over de onderkant van mijn eikel. Kassia kijkt toe met haar wang tegen mijn schouder. Dan reikt ze eromheen en legt haar hand onder die van Aliya, zodat ze me samen vasthebben, twee handen om mijn pik. Ik kan niet meer nadenken.

"Zo," fluistert Kassia. "Is dat lekker?"

"Oh. Fuck."

Ze grijnst. "Dat klinkt als een ja."

Ik kijk omlaag over mijn eigen lijf en word meteen nog harder. Aliya heeft haar jurk nog aan, opgestroopt tot boven haar knieën, en ze zit voorovergebogen zodat haar borsten zwaar in de stof hangen. Ze heeft een hand tussen haar benen en ik voel wat ze daar doet. Kassia heeft haar jurk al uitgetrokken en ligt naakt tegen me aan. Ze is smal en wit en jong, met kleine borsten die nauwelijks meebewegen en zachtroze tepels die hard staan. Twee vrouwen, allebei met hun ogen op mij, allebei bezig met hetzelfde.

En Aliya voelt alles wat ik voel. Dat is het beste eraan. Ik hoef niets uit te leggen over waar ik het wil en hoe hard. Ze weet het eerder dan ik.

Kassia buigt zich voorover en likt over mijn eikel, één keer, langzaam, met haar ogen op de mijne.

Alle goden. De verlegen dienstmeid van meneer Voss is nergens meer te herkennen – Kassia weet inmiddels donders goed hoe ze mij met één lik van haar tong kan breken. Ze geniet ervan. Ik zie het aan hoe ze grijnst met mijn eikel tegen haar lip.

"Nog eens," breng ik uit.

"Zei je iets?"

"Kass."

Ze doet het nog een keer, langzamer, en houdt haar tong plat tegen de onderkant terwijl Aliya me blijft aftrekken. De hitte in mijn buik begint eindelijk ergens heen te gaan. Niet weg, nog niet, maar hij trekt samen en zoekt een uitweg. Dat alleen is een enorme verlichting.

"Aliya," zeg ik. "Ik kom—"

"Weet ik." Ze beweegt sneller. Over mijn pik, maar ook onder haar rok. "Ik ben er ook bijna. Wacht nog heel even—"

Ik wacht niet. Ik kan niet.

Het komt uit mijn hele lijf tegelijk. Mijn rug komt van het bed en ik spuit over mijn eigen buik en borst, straal na straal, veel meer dan er in mij hoort te zitten. Aliya schreeuwt op hetzelfde moment en klapt voorover met haar voorhoofd tegen mijn heup.

Kassia kijkt van de een naar de ander. "Elke keer," zegt ze. "Elke keer doen jullie dat. Het is niet eerlijk."

Aliya lacht met haar gezicht nog tegen mijn heup. "Nee. Dat is het niet."

Ik lig op mijn rug en adem. De hitte is minder.

De hitte is niet weg.

Ik til mijn hoofd op en kijk. Mijn pik ligt tegen mijn buik in een plas van mijn eigen zaad en staat nog precies zo stijf als een minuut geleden.

"Nee, hè," zeg ik.

"Dat is niet normaal," zegt Aliya.

"Ik weet het," zeg ik.

"Zelfs met de ringen niet, Thomas." Ze trekt haar jurk uit en klimt over me heen. "We hebben zwaarder geschut nodig."

Kassia komt overeind op haar knieën. "Mag ik eerst?"

Aliya houdt stil, haar kutje vlak boven mijn pik, en kijkt haar aan met opgetrokken wenkbrauw.

"Jij bent net klaargekomen," zegt Kassia. "Ik niet."

"Dat is een goed argument," zegt Aliya, en ze rolt van me af.

Kassia neemt haar plek in. Ze zakt niet meteen over me heen. Ze gaat op mijn dijen zitten, pakt mijn pik met twee handen vast en schuift zichzelf er langzaam overheen, haar spleetje over mijn schacht. Ze is drijfnat. Ze glijdt heen en weer en haar mond valt open.

"Kass," zeg ik. "Fuck."

"Wacht even. Dit is lekker."

"Alsjeblieft, Kass."

"Jij komt vanzelf aan de beurt," zegt ze. Dan gaat ze rechtop zitten, zet ze mijn eikel met één hand tegen haar ingang, en laat ze zich zakken.

Haar gezicht verandert terwijl ik naar binnen glijd. Haar wenkbrauwen gaan omhoog, haar ogen vallen dicht, en er komt een geluid uit haar keel. Ze is heet en strak, en ze probeert me in één keer te nemen, maar het lukt niet. Ze stopt als ik driekwart in haar ben.

"Oh," zegt ze. "Oh, hij is groter. Echt groter."

"Is het oké?"

"Ja. Oh ja. Ik ben zo vol nu."

Ze begint te bewegen. Kleine bewegingen eerst, met haar heupen, steeds iets dieper.

"Ik voel je overal," zegt ze. Ze zakt helemaal over me heen en blijft even stil zitten. "Fuck, Thomas. Dit is lekker. Zo groot als je bent."

Aliya gaat naast ons op haar zij liggen met haar hoofd op haar hand en kijkt toe met haar andere hand tussen haar eigen benen. Ik hoef niet te kijken om te weten wat ze doet, maar ik doe het toch. Haar borst kleurt roze zoals altijd nadat ze klaargekomen is. Haar tepels zijn donker en heerlijk om naar te kijken.

Kassia vindt haar ritme. Ze beweegt soepel, meer dan je zou denken van iemand die een week terug nog maagd was - maar ze heeft dan ook veel oefening gehad. Ze zet haar handen op mijn borst en laat zich met haar hele gewicht op me vallen, keer op keer, en haar krullen vallen voor haar gezicht en ze schudt ze weg.

"Fuck, Thomas," kreunt ze. "Je bent zo... hier."

Ik kijk haar aan. "Huh?"

"In me. Hier. Echt hier." Ze sluit haar ogen, en opent ze weer. "Ik zat achter dat gouden gordijn, en ik wist niets. Of je oké was. Of je nog leefde. In het begin zei Aliya nog wat, maar later - fuck - kreunde ze alleen nog maar. Ik was zo ongerust."

Aliya legt haar hand op die van Kassia. "Sorry, Kass."

"Het is oké. Ik zag dat het intens was."

"Nu ben ik weer terug, Kass," zeg ik. "Bij jou."

"In mij," hijgt ze. "Neuk me, Thomas? Hard. Ik wil je voelen."

"Kass—"

"Alsjeblieft. Ik wil dat je hard doet."

Ik pak haar heupen en zet mijn hielen in het matras en stoot omhoog. Kassia gilt kort en dan begint ze te kreunen bij elke stoot, hoog en met open mond.

"Ja— zo—" hijgt ze. "Fuck ja. Ik— als je zo doorgaat kom ik. Doe— oh! Kom jij ook?"

Haar strakke kutje en haar gekreun en Aliya's opwinding hebben me al dichtbij gebracht. Ik voel het samentrekken in mijn onderbuik. Ik knik.

"In mij," hijgt ze. "Alsjeblieft, ik wil het in me hebben—"

Ik trek haar omlaag en kom in haar klaar. Het is minder scherp dan de eerste keer, maar het duurt langer. Naast ons schokt Aliya met haar hele lijf. Haar vrije hand grijpt mijn schouder en knijpt.

Kassia laat zich voorover zakken op mijn borst en blijft daar liggen, met mij nog in haar, en haar hart gaat als een vogel tegen mijn ribben.

"En?" vraagt ze na een tijdje.

Ik hoef niet te antwoorden. Ze kan het voelen.

"Dat meen je niet," zegt ze.

Kassia rolt van me af en Aliya neemt haar plek in zonder dat ze hoeven te overleggen. Ze is nog nat van zichzelf en ze neemt me in één beweging, tot aan de basis, en als ik helemaal in haar ben slaakt ze een trillende zucht.

Ik kijk naar haar en geniet. Aliya heeft een lijf waar ik nooit aan gewend raak: zware borsten die bij elke beweging meegaan, een zachte buik, brede heupen die precies in mijn handen passen. Ze zit rechtop op me met haar handen op haar eigen dijen en ze kijkt op me neer als iemand die weet wat ze bezit.

"Praat tegen me," zegt ze, en ze begint te rijden.

"Waarover?"

"Over haar."

"Wil je dat?"

"Ik heb het gevoeld maar niet gezien. Ik wil het horen." Ze buigt voorover en zet haar handen naast mijn hoofd, zodat haar borsten boven mijn gezicht hangen. "Vertel me wat ze deed."

Zo is ze. Ze wil de gegevens. Omdat ze nieuwsgierig is, maar ook omdat het haar geil maakt. Die twee dingen zijn bij haar niet uit elkaar te trekken. Kassia leunt op één elleboog en kijkt me even verwachtingsvol aan.

"Ik was uitgeput," zeg ik. "Ze kwam naar me toe. Ze duwde me achterover. Ze zei dat ik mijn handen thuis moest houden."

"Oké." Ze neukt me diep. "En toen?"

"Toen pakte ze me vast. Haar handen waren ruw." Ik hap naar adem. "Ze trok me af en ze keek niet één keer naar mijn pik. Ze keek naar mijn gezicht."

"En jij?"

"Ik lag daar maar."

"Wat zei ze daarna?" hijgt Aliya. "Toen je haar neukte?"

"Ik neukte haar niet echt. Zij neukte mij. Ze zei dat ze naar mijn pik had gekeken. En dat ze nog precies wist hoe die in haar voelde."

Aliya kreunt zo hard dat het bed kraakt. "Zo geil was ze voor je."

"Ja."

"Dat bewijst wat we dachten. De lust was er. Al die tijd al. Ze wilde je. Al voordat je het amulet gebruikte."

Het zweet staat op Aliya's voorhoofd en ik voel hoe mijn pik haar van binnen oprekt. En nog steeds is ze aan het theoretiseren over hoe de magie werkt. Maar ik voel ook waar het haar echt om gaat. Haar theorie over de magie bewijst dat Meredith geil voor me was. Dat windt Aliya op. Als andere vrouwen me begeren.

"Klopt," kreun ik. "Ze zei het ook. Dat ze elke nacht in bed lag. Haar hand tussen haar benen. En aan me dacht."

"Fuck, Thomas." Ze zit weer rechtop en berijdt me met haar hele gewicht, en ik voel via de ring hoe dichtbij ze al is. "Pijpte ze goed?"

"Ja. Hard. Alsof ze een schuld kwam innen." Mijn handen vinden Aliya's heupen en grijpen in haar zachte vlees. Ik voel mijn orgasme naderen, de vierde al, en het voelt alsof het dit keer misschien wel genoeg is.

"Was ze strak?" vraagt Kassia. Ze ligt op haar zij naast ons met haar hand tussen haar benen en haar ogen groot.

"Ja," zeg ik. "Heet en strak. Ze keek me zo intens aan. Betaal de prijs, zei ze. Toen ik kwam. Ze noemde me zwaardvechter. Ik denk als koosnaampje."

Aliya buigt voorover en pakt mijn kaak vast met één hand.

"Mijn man," zegt ze. "Verslaat onze vijanden en laat ze dan leven. Zo geil dat ze je niet kon achterlaten en wel moest neuken. En dan komt hij thuis en dan is hij nog niet klaar." Ze knijpt. "Zeg dat je van mij bent."

"Ik ben van jou."

"Ik ook van jou."

Ze drukt haar mond op de mijne en ze komt klaar terwijl ze me kust, en ik ga met haar mee. Haar kutje trekt samen om mijn pik terwijl ik opnieuw hard klaarkom, voor de vierde keer al, en ik vul haar met mijn zaad. Kassia legt haar hand op Aliya's onderrug en houdt hem daar tot het over is.

Als Aliya van me af rolt en naast me neervalt, voelt het even alsof de knoop weg is. Maar al voordat ik mijn ogen open, weet ik dat het niet zo is. Mijn pik blijft keihard.

"Oké," zeg ik. "Ik dacht echt dat dat hem was."

Aliya komt overeind op één elleboog en kijkt me lang aan.

"Alle goden," zegt ze. "Maar je kan niet nog een keer. Ik voel het. Je hebt sinds gisterochtend niet gegeten en je bent vanmiddag bijna gestorven in die grot." Ze veegt haar haar naar achteren. "Ik ga eten laten komen, en dan gaan we nadenken in plaats van neuken, want dat werkt duidelijk niet."

Ze draait haar hoofd naar de deur. "Melite?"

De deur gaat vrijwel meteen open. Melite blijft in de deuropening staan, zoals altijd, met haar handen gevouwen en haar zwarte jurk die één borst onbedekt laat. Haar paarse ogen gaan één keer over het bed. Drie naakte mensen, het beddengoed overal verspreid, en ik in het midden in een staat die weinig aan de verbeelding overlaat.

Ze kijkt naar het voeteneind. "Hogepriesteres."

"Zou je eten kunnen brengen? Vlees, brood... een stevige maaltijd."

"Natuurlijk." Even blijft ze staan. "Wenst de hogepriester… nog iets anders?"

Ik kijk haar aan. "Alleen eten," zeg ik.

Ze buigt en is weg voordat ik uitgesproken ben.

Kassia gaat rechtop zitten. "Zag je dat?"

"Ja," zegt Aliya.

Meer zeggen ze er geen van beiden over.

Kassia trekt haar knieën op en kijkt naar mij. Naar mijn buik, naar mijn pik, naar mijn gezicht. Ze heeft die blik die ze in de bibliotheek ook krijgt, wanneer er een catalogusnummer niet klopt.

"Ik wil iets proberen," zegt ze. Het is geen vraag.

"Prima. Ik ga toch nergens heen."

"Nee, luister." Ze schuift dichterbij. "Elke keer dat jij klaarkomt, komt Aliya ook klaar. Achter die barrière gebeurde het net ook. Aliya kwam klaar met mijn vingers in haar, maar het kwam niet door wat ik deed. Het kwam door jou. Toch?"

"Klopt," zegt Aliya langzaam.

"Dus." Kassia kijkt van de een naar de ander alsof ze wacht tot wij het ook zien. "Alle keren van vanavond waren van hem. Hij heeft het zelf gedaan. Hij heeft de hele dag alleen maar dingen zelf gedaan."

Aliya komt overeind. Ik voel haar aandacht scherp worden, zoals wanneer een regel in een boek eindelijk iets betekent.

"Zeg dat nog eens," zegt ze.

"Hij werkt steeds," zegt Kassia. "Misschien moet er een keer iets bij hem binnenkomen."

Het blijft even stil.

"Kass, je bent geniaal!" Aliya springt op haar knieën en omhelst Kassia. Ze rollen opzij in het zachte bed. Als ze weer overeind komen, bloost Kassia tot in haar hals. Ze doet dat steeds en ik blijf het geweldig vinden.

"Oh, maar dan moet iemand mij dus beffen," zegt Aliya, en ze laat zich op haar rug vallen met haar armen boven haar hoofd. "Wat een ramp. Waar vinden we op dit uur nog iemand?"

"Ik denk dat ik wel iets weet," zegt Kassia lachend. Ze kruipt tussen Aliya's benen. Dan kijkt ze over haar schouder naar mij. "Jij doet niks. Alleen kijken."

"Dat is niet zo'n straf."

"Dat weet ik," zegt ze.

Ik ga op mijn zij liggen en kijk toe.

Kassia ligt op haar buik tussen Aliya's benen, op haar ellebogen, met haar krullen als een gordijn over Aliya's ene dij. Ze steekt haar tong uit en likt over Aliya's spleetje. Aliya kreunt en sluit haar ogen.

Kassia kan dit inmiddels goed. Twee weken geleden had ze nog nooit een vrouw aangeraakt. Nu wacht ze, ze luistert, ze gaat pas harder als Aliya's heupen omhoogkomen. Ze heeft één hand onder zich en één arm om Aliya's been geslagen, en tussen de bewegingen door kijkt ze op naar mij.

Ze weet dat ik kijk. Ze doet het deels voor mij.

Aliya is al enorm geil en het duurt niet lang voordat haar orgasme opbouwt. Ik voel het in mijn eigen lichaam, maar heel anders. Het komt van buiten. Het glijdt door mijn huid naar binnen en het is Aliya's genot, in Aliya's tempo, op plekken die ik niet heb. Ik lig doodstil met mijn hand in het laken geklauwd en ik voel alleen maar.

"Oh," hoor ik mezelf zeggen. "Oh, dat is—"

"Ga door, Kass," zegt Aliya. "Niet stoppen. Niet stoppen—"

Kassia stopt niet.

Aliya komt met een lange, hoge kreun die halverwege in haar keel blijft steken, en het slaat door de ring heen als een deur die openwaait. Ik kom met haar mee. Er komt bijna niets uit mijn pik, alleen een dunne straal over mijn eigen dij, en toch voelt dit het hevigste van alle orgasmes van vanavond.

De knoop is weg.

Zomaar. Zoals koorts breekt. De hitte onder mijn navel zakt weg door mijn benen en verdwijnt in het matras, en voor het eerst sinds de anemonen voelt mijn lijf weer als mijn lijf.

Mijn pik zakt langzaam opzij tegen mijn heup.

Ik begin te lachen. Ik kan er niets aan doen.

"Wat?" zegt Aliya, haar ogen nog half dicht.

"Hij is slap," zeg ik. "Alle goden. Hij is slap."

Kassia komt overeind met haar kin nat en haar krullen alle kanten op. Ze kijkt, en dan steekt ze allebei haar armen in de lucht als iemand die net een weddenschap gewonnen heeft.

"IK HAD GELIJK!"

Op dat moment gaat de deur open.

Een vloot van schotels zweeft naar binnen, gevolgd door Melite. Brood, een kan, een schaal met gebraden vlees waar de damp nog vanaf komt. De schotels drijven op ooghoogte de kamer in en dan blijven ze allemaal tegelijk stil hangen.

Melite staart naar het bed. Naar Kassia, met haar armen nog omhoog. Naar Aliya, die nog ligt na te trillen met haar benen uit elkaar. Naar mij.

De schaal met vlees zakt een halve meter en kantelt.

Ik zie de jus over de rand komen. Melite maakt een geluidje, klein en opvallend menselijk, en haar hand schiet omhoog. De schaal komt plots tot stilstand een handbreedte boven de vloer, blijft daar hangen, en klimt dan langzaam weer omhoog naar de tafel.

Niemand zegt iets.

"Uw maaltijd," zegt Melite tegen de tafel. "Hogepriester."

Ze buigt, en dan is ze weg.

Die nacht slaap ik als een rotsblok en de volgende ochtend word ik wakker met het gevoel dat iemand mijn spieren heeft uitgewrongen. De ringen doen wat ze doen: tegen de tijd dat ik gewassen en aangekleed in de eetzaal zit, voel ik er niets meer van.

Aliya heeft het boek meegenomen naar het ontbijt. Ze heeft het naast haar bord gelegd met één hand erop, alsof het weg kan lopen. Dorian heeft de tafel volgezet. De honingpot staat bij Kassia's bord voordat ze zit. Melite is er niet.

"Vertel," zegt Kassia zodra Dorian de kamer uit is. "Het hele verhaal."

Dus vertel ik het. Mijn plan. Het zwaard dat ik in het water schoof omdat het het enige was wat Meredith zou geloven, en het knielen met mijn linkerhand naast de rode afdruk. Aliya weet het meeste al, want ze zat de hele tijd in mijn hoofd, maar niet alles. Ze wist niet dat Vaska's zwaardpunt tegen mijn borst heeft gestaan. Als ik dat vertel, legt ze haar mes neer.

Kassia luistert met haar handen om haar beker en vraagt pas iets als ik bij het boek kom.

"Hoe is het met hem? Met meneer Voss?"

"Ze zei dat hij leeft. Dat je er over een paar weken niets meer van ziet. Dat ze niet meer gedaan heeft dan nodig was."

Kassia zet haar beker neer. Ze is heel stil. Ik ken haar goed genoeg om te weten dat dat een slecht teken is.

"Hij is vijfenvijftig." Haar stem blijft zacht. Hij wordt alleen erg vlak. "Hij klaagt over zijn rug als hij meer dan drie boeken optilt. Wat vond zij precies dat er nodig was?"

"Dat weet ik niet."

Ik ga verder. De anemonen, de vijf mensen boven het water, het loslaten. En dan wat Meredith zei over haar orde.

"Ze hebben de cult uitgeroeid. Vierhonderd jaar geleden. De tempels gesloten, de boeken verbrand, de priesters opgehangen."

Aliya leunt achterover en staart naar het plafond. Er verschijnt iets op haar gezicht dat ik niet meteen kan plaatsen. Pas als ik haar zoek via de ring, merk ik dat het woede is.

"Vier fucking jaar," zegt ze.

"Wat?"

"Vier jaar heb ik gehoord dat mijn onderzoek te speculatief was. Te weinig bronmateriaal. Professor Isoren zei letterlijk dat een cult die zo groot geweest zou zijn, meer sporen zou hebben nagelaten." Ze lacht spottend. "Er waren geen sporen omdat iemand ze heeft opgeruimd. Een hele orde die het grondig heeft aangepakt. En ik zat in Lamentine te verdedigen dat ik mijn onderwerp niet zelf verzonnen had."

"Je had gelijk," zegt Kassia.

"Meer dan ik zelf doorhad." Aliya's hand gaat weer naar het boek.

Ik vertel verder. Negentien leveringen in een verlaten pand in Harredam. Dat ze nooit heeft gezien wat ermee gebeurde. Dat ze geen namen kent uit de Eerste Cirkel en dat ze dat tot gisteren een deugd vond.

En dan de seks. Ik heb gisteren al delen verteld, maar nu vertel ik het hele verhaal. Dat ze terugkwam. Dat ze zei dat ze het voor zichzelf deed en dat ik mijn handen thuis moest houden. Dat ze me niet geloofde over het medaillon en dat ik het van mijn nek heb gehaald en naast me heb gelegd.

Kassia luistert met steeds rodere wangen en onderbreekt me geen enkele keer.

"Toen ze wegging, zei ze dat ze tegen haar orde gaat liegen. Dat de tempel leeg was en dat het boek verloren is gegaan."

"Waarom?" vraagt Kassia.

"Omdat ze antwoorden wil. Zolang ze niet weet wat er met de artefacten gebeurt, wil ze niet dat de Eerste Cirkel weet wat wij hebben."

"Dat betekent niet dat ze nu aan onze kant staat," zegt Aliya meteen. "Dat maakt haar een vrouw die twijfelt aan wat ze geloofde. Dat is minstens net zo gevaarlijk."

"Ze komt terug," zegt Kassia.

We kijken haar allebei aan.

"Wat?" Ze haalt haar schouders op. "Dat doet ze toch? Ze slaapt er slecht om, ze heeft ons dagenlang opgewacht op het strand, ze heeft je laten gaan en ze heeft tegen haar eigen mensen gelogen. Ze is er nog lang niet klaar mee. Ze komt terug."

Ik denk aan Meredith die met haar rug naar me toe stond te tellen. Vier tellen in, vier tellen uit.

"Ja," zeg ik. "Dat denk ik ook."

"Niet dat jij dat erg vindt," zegt Kassia.

Aliya lacht in haar beker.

"Nee." Ik grijns. "Niet heel erg."

"Dat dacht ik al." Kassia smeert honing op haar brood alsof ze een punt maakt. "Nou, ik vind haar afschuwelijk. Ze heeft meneer Voss pijn gedaan."

"Dat snap ik ook."

Als Kassia een grote hap van haar brood neemt, vertel ik het vervelendste deel.

"Er is nog iets. Voss heeft grote delen van het boek overgeschreven. Meredith heeft die kopieën meegenomen en al vooruitgestuurd naar Harredam. Ze weet zelf niet wat erop staat."

Aliya zet haar beker weer neer zonder eruit te drinken.

"Overgeschreven," zegt ze. "Ik heb dat boek zes weken lang niet uit mijn zicht gelaten. Ik laat het één keer bij iemand achter. Omdat hij er goed op zou passen, zei hij."

"Hij is een geleerde," zegt Kassia. "Hij kopieert van alles. Hij maakte zelfs een kopie van brieven die hij verstuurde. Ik denk dat hij niet wist dat het iets fouts was."

"Dat maakt het niet minder erg."

"Nee," geeft Kassia toe. "Maar het maakt hem geen verrader."

Aliya wrijft over haar ogen. "Wat kan hij gekopieerd hebben?"

"Dat weten we niet."

"Precies. Dat is het probleem. We moeten uitgaan van het ergste. Dat ze weten over de Tempel van Oorsprong. Over het paleis, misschien wel." Ze pakt haar notitieblok en schrijft iets op. "Kassia, hoe lang doet een pakket erover van Eikhaven naar Harredam?"

Kassia denkt na. "Meneer Voss bestelde inkt uit Harredam. Dat duurde ongeveer twee weken, maar dat ging met de gewone vracht. Een koerier die betaald wordt om door te rijden doet het sneller. Tien dagen. Misschien een week."

Aliya kijkt naar haar aantekening. "Dan hebben ze de kopieën over een week. Daarna moeten ze ze nog vertalen. Ik had na een maand nog steeds niet alles vertaald, maar ik werkte alleen. Zij hebben een orde, en ze weten al waar ze naar kijken." Ze slaat het boek dicht. "We hebben misschien een paar weken. Niet meer."

Niemand eet meer.

"Dan wil ik iets zeggen," zegt Kassia.

Ze zit rechtop met haar handen in haar schoot. Ik weet meteen dat ze dit al de hele ochtend van plan is, want ze heeft die stem opgezet waarmee ze bij Voss ook dingen zei die ze niet mocht zeggen.

"We moeten naar Eikhaven," zegt ze. "Naar meneer Voss. En ik wil mee."

"Ik snap dat je dat wil," zegt Aliya. "Maar dat kan ook gevaarlijk zijn."

"Dat weet ik. Ik wil het toch." Ze haalt adem. "Gisteren moest ik achter dat gouden gordijn zitten en ik snap het, ik snap het echt, maar dit is meneer Voss. Mijn meneer Voss. Ik moet weten dat hij oké is en ik moet het zelf zien."

"En wat als we weer worden opgewacht in de stad?" vraag ik. "Als we worden aangevallen?"

"We blijven samen," zegt Kassia. "Ik weet dat ik niet kan vechten. Je hebt me wat geleerd met de dolk, maar nog lang niet genoeg. En ik heb ook geen ring en geen amulet. Maar ik ken dat huis heel goed. Ik weet welke traptreden kraken, ik weet waar hij zijn sleutel verstopt. En ik ben de enige tegen wie hij eerlijk gaat zijn als hij zich schaamt."

Aliya en ik kijken elkaar aan. "Ze heeft gelijk," zegt Aliya.

"Ja," zeg ik. "We moeten gaan, en Kass gaat mee." Kassia's ogen worden groot. "Hopelijk hoeven we niet te vechten. Hopelijk vinden we niks meer dan een geleerde met een blauw oog. Maar je moet me dit beloven: als het wél een gevecht wordt, dan sta jij achter mij en gaan we daar niet over in discussie."

"Dat is prima," zegt ze meteen.

Aliya tikt met haar potlood op tafel. "Dan moeten we ook iets anders bespreken," zegt ze. "Nemen we hem mee terug?"

"Voss?" zeg ik. "Hierheen?" Ik kan het niet voor me zien.

"Hij is daar niet veilig. Ze weten waar hij woont, ze hebben hem al één keer te grazen genomen. Wat als ze besluiten dat ze hem nodig hebben om te helpen vertalen, of zoiets?" Ze haalt haar schouders op. "Hij zou het hier goed naar zijn zin hebben. Hij is jaren zoet met de bibliotheek hier. Hij zou ons kunnen helpen met onderzoek."

"Hij heeft het boek achter je rug om gekopieerd," zeg ik.

"Dat klopt. Dus we kijken eerst of we hem hier vertrouwen." Aliya kijkt ons allebei aan. "We vertellen hem niets over het paleis tot we dat weten. Als we het hem vertellen en het blijkt fout, dan weet de Eerste Cirkel nog veel eerder waar ze ons kunnen vinden."

"Eens," zeg ik.

"Eens," zegt Kassia.

"Goed." Aliya schuift haar bord opzij. "Dan is er nog één klein probleem. Onze enige uitgang is naar de tempel. Dan is het twee dagen lopen naar Eikhaven en twee dagen terug. Dat is bijna een week reizen, in een gebied waar we weten dat Meredith ook is."

"Dat is te lang," zeg ik.

"Dat is veel te lang." Ze staat op. "Er hangen beneden twaalf spiegels die ook ergens heen moeten leiden. We weten nu hoe ze werken. Laten we ze nog eens beter bekijken."

Kassia is al overeind. "Ik haal inkt."

De troonzaal ligt op de onderste verdieping en is 's middags op zijn mooist. Het licht valt schuin door de hoge ramen en loopt over de marmeren vloer tot aan het podium met de twee zetels. Boven de zetels hangt het wandtapijt van de naakte man en vrouw die elkaars hand vasthouden, en op de rest van de wanden hangen twaalf spiegels, elk bijna zo groot als een deur, elk in een kristallen lijst met een eigen kleur.

Kassia gaat op de blauwgroene troon zitten met haar papier op haar knieën en de inktpot op de armleuning.

"Mag ik hier zitten?" vraagt ze.

"Het mag van mij," zeg ik. "En ik ben de hogepriester, dus ik denk dat je mij wel mag geloven."

Kassia grijnst.

Aliya heeft haar notitieboek en drie potloden en een serieuze uitdrukking op haar gezicht.

"Regels," zegt ze. "Eén. Wat er ook gebeurt, we stappen niet door een portaal. Twee. We houden ze zo kort mogelijk open. Drie. Als er iets doorheen komt, sluit je het portaal en pak je je zwaard. In die volgorde."

Ik klop op mijn heup. Het zwaard uit de wapenkamer hangt er sinds vanochtend weer.

"Dan beginnen we," zegt ze.

De eerste is de amberkleurige. Dat is de spiegel waar Dorian bij stond toen hij voordeed hoe hogepriesters het deden, en dat voelt als de plek om te beginnen.

Ik leg mijn palm tegen het glas en sluit mijn ogen. De laag achter het oppervlak is er meteen. Het glas is koud, maar een halve vingerdikte erachter zit iets warms dat traag beweegt, zoals water onder ijs.

Hoe heet je?

Zilveren mist trekt door de spiegel. Witte runen komen op en blijven roerloos staan terwijl de nevel erachter doorloopt.

"Ik heb hem," zegt Aliya, met haar neus bijna tegen het glas. "Ovanthir."

"En dat betekent?"

Ze fronst. "Ochtend. En haard, of vuur." Ze schrijft. "Ochtendvuur, zoiets."

Kassia's pen krast achter me. "Och-tend-vuur. Mooi."

"Klinkt meer als een naam voor een schip," zeg ik.

"Of voor een zwaard," zegt Kassia.

"Al'kuraveth betekende 'ondergrondse slaap'," zegt Aliya langzaam. "En die hing in een ondergrondse kamer. Ik ging ervan uit dat de naam iets beschreef."

"Dus deze... werkt alleen 's ochtends?"

"Misschien." Ze klinkt niet overtuigd. "Maar het is ochtend, dus dat komt goed uit. Open hem maar."

Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Bij Namarath wist ik waar ik heen wilde. Ik hield de ei-kamer in mijn hoofd en sprak de naam uit en het gebeurde. Nu zeg ik "Ovanthir" zonder enig idee waar ik naartoe wil, en er gebeurt niets. De mist blijft mist.

Ik probeer het nog twee keer. Niets.

"Je hebt geen beeld," zegt Aliya. "Kun je zonder?"

Ik doe mijn ogen dicht en ga terug naar die warme laag achter het glas. Deze keer zoek ik niet naar een plek. Ik voel alleen wat er is.

En daar vind ik iets. De laag beweegt niet willekeurig. Hij heeft een richting. Er loopt iets vanaf mijn handpalm weg, de spiegel in en dan verder, als een touw dat over de rand van een put hangt. Je ziet niet waar het eindigt. Je voelt alleen aan de spanning dat er iets aan vastzit.

Ik pak het beet en trek het omhoog.

"Lukt het?"

"Wacht even."

Het is zwaar werk. Ik trek aan iets wat geen lengte heeft, en na een tijdje merk ik dat het makkelijker gaat, alsof het naar me toe komt. Aan het einde is een tweede oppervlak, warm en trillend, precies zoals het mijne.

"Ovanthir," zeg ik.

De mist scheurt open.

En achter de mist is steen.

Ruw gehouwen steen, één handbreedte achter het glas, zo dichtbij dat ik de beitelsporen kan zien. Er zit een dun laagje mortel in de voegen dat aan de bovenkant is uitgezakt en gestold.

"Wat is dat?" fluistert Kassia.

"Dat is een muur," zeg ik.

Aliya steekt haar hand door de opening tot ze de steen aanraakt, en er komt koude lucht mee de zaal in die naar aarde ruikt.

"Dichtgemetseld," zegt ze. "Kijk naar die voegen. Iemand heeft daar puin tegenaan gegooid en het aangestampt."

"Waarom?" vraag ik.

Ze veegt haar hand af aan haar rok. "Om deze deur dicht te doen. Van hun kant."

Ik leg mijn hand terug en denk dicht. De mist klapt in en het glas toont weer de troonzaal, en drie mensen die er ineens allemaal een beetje anders bij staan.

De tweede is de donkerblauwe. Sethrayil, zegt Aliya. De negende dochter.

"Wat betekent dat?"

"Geen idee. Elin heeft negen dochters, maar dit is er niet één van."

Ik zeg de naam en zoek achter het oppervlak. Het portaal opent. Er is niets.

De mist verdwijnt, maar we zien alleen zwart. Pure duisternis. Er komt koude, stilstaande lucht uit die naar natte aarde ruikt.

Kassia komt naast me staan. "Is deze stuk?"

"Nee," zeg ik. "Er is wel degelijk iets. Een tweede spiegel. Alleen zien we niets."

Aliya haalt een fakkel uit de houder aan de zijmuur. "Hou hem open."

Ze steekt het uiteinde met de vlam door het portaal. De vlam dooft onmiddellijk. Als ze de fakkel terughaalt, zit er zwarte aarde aan.

"De spiegel is ondergronds," zegt ze. "Begraven."

De derde heeft een violette lijst. Kaal'vorrin, leest Aliya. Hij die niet buigt.

Dit keer gaat het iets makkelijker om het portaal te openen. De mist wijkt. Er is een kamer.

Zonder ramen, dus waarschijnlijk ondergronds. En lang. Lage gewelfde plafonds op korte, dikke pilaren, en er brandt ergens in de verte een lamp die net genoeg licht geeft om te zien hoe ver het doorloopt. En overal staan kisten. Op de vloer in rijen, op planken langs de muren, gestapeld tot bij het plafond. Sommige zijn nieuw en licht van hout. Sommige zijn zo oud dat de banden eraf gerot zijn.

Ik sta mezelf toe om heel even te kijken en sluit het portaal dan weer.

"Het werkte," zeg ik. Mijn hart bonkt als een gek. Na twee mislukkingen komt dit toch onverwacht. "Er was daar echt een kelder. We hadden er zo in kunnen stappen."

"Ik zag het," zegt Aliya. "Kon je zien wat ze daar bewaren?"

"Nee," zeg ik. "Er waren heel veel kisten. Sommige leken nieuw en andere heel oud. Maar geen idee wat er in zat."

"We zouden even kunnen kijken," zegt Kassia.

"Nee," zegt Aliya beslist. "We hebben geen idee waar dat is. We weten niet of we terug kunnen komen. En misschien staat er buiten zicht wel iemand."

Het blijft even stil. Ik ben minstens net zo benieuwd als Kassia. Het zou zo makkelijk zijn - de eerste kist was twee passen weg. Even openmaken, kijken, en weer terug. Maar ik weet dat Aliya gelijk heeft.

De vierde is wit en heet Ambrellith, zoutbloem. Zwart. De vijfde is goud, heet Terr'anhal, de lange middag. Zwart. De zesde is zwart en heet Vessuun, duizend ogen, en geeft ook zwart.

Bij die laatste begint Kassia te giechelen. "Sorry. Het is niet grappig. Het is alleen — een zwarte spiegel die zwart is."

"Duizend ogen," zegt Aliya, "en hij ziet geen bal."

Ik zucht.

Ik doe het portaal dicht en blijf even met mijn hand tegen het glas staan. Het is minder grappig dan het klinkt. Van de eerste zes spiegels zijn er vijf doodlopend. Een muur was eigenlijk nog één van de betere uitkomsten. Je zag ten minste iets.

"Maar ze doen het nog wel," zegt Aliya. Ze tikt met haar potlood op het glas. "Dat is opvallend. De Malachieten hebben ze begraven en dichtgemetseld, maar niet kapot gemaakt." Ze kijkt me aan. "Waarom zou je iets begraven dat je ook kunt breken?"

Ik heb geen antwoord. Kassia schrijft het op als vraag.

De zevende is zeegroen.

Ik leg mijn palm op het glas en vraag de naam. De runen komen op. Aliya begint te lezen, en ik voel ondertussen al langs de band. Ik begin er steeds beter in te worden. En ik begin honger te krijgen, en we moeten er nog vijf.

"Marrivath," zegt Aliya. "De hand van de winter."

Ik heb het andere oppervlak al te pakken.

"Marrivath," zeg ik.

De mist verdwijnt, maar de spiegel blijft kolken.

Er is geen waarschuwing. Geen seconde waarin ik nog iets kan doen. De lijst braakt water de troonzaal in, een muur van zout water die niet valt maar duwt. Het slaat me van mijn benen en sleept me mee over het marmer.

Ik hoor Aliya schreeuwen. Het water is zo koud dat het als vuur aanvoelt.

Ik kom tot stilstand tegen de eerste tree van het podium en krabbel omhoog. Het water staat al tot mijn enkels en het houdt niet op. Uit het gat in de muur komt een dikke, glasachtige straal onder een enorme druk de troonzaal ingespoten. In dit tempo verandert de troonzaal binnen een paar minuten in een aquarium.

"Kassia!"

"Hier!" Ze staat op de troon met haar papieren tegen haar borst geklemd en haar inktpot in haar andere hand.

Aliya ligt op haar zij in het water bij de muur en komt overeind. "Ik ben oké! Doe hem dicht!"

De eerste twee stappen zijn te doen. De derde is tegen de stroom in en het water staat inmiddels tot boven mijn knieën en mijn voeten hebben amper grip op het gladde marmer. Ik zet mijn schouder in de richting van de spiegel en loop schuin, zoals je een rivier oversteekt. Er komt iets tegen mijn scheenbeen aan dat spartelt.

Bij de lijst wordt het pas echt erg. De straal komt onder mijn arm door en beukt tegen mijn ribben. Ik grijp met mijn linkerhand de kristallen lijst vast, buig me erlangs en zoek met mijn rechter het glas.

Ik vind het niet. Het glas is er niet meer, er is alleen maar water.

"Onderaan!" schreeuwt Aliya achter me. "Thomas, onderaan is een rand!"

Ik tast langs de binnenkant van de lijst en dan hebben mijn vingers het. Een handbreedte spiegel, onder in de hoek, precies groot genoeg voor mijn handpalm.

DICHT.

Het portaal knalt dicht als een luik. De stroom stopt zo abrupt dat ik voorover tegen de spiegel val.

Het is heel stil in de troonzaal.

Ik kom overeind. Het water staat tot mijn knieën en loopt langzaam weg richting de deuren. Mijn kleren zijn zwaar. Ik proef zout.

Aliya waadt naar me toe en pakt mijn gezicht met beide handen vast en kijkt me aan.

"Alle goden, je bent oké," zegt ze.

"Dat ging maar net goed."

"Zeg dat wel." Ze laat me los. Haar handen trillen. "Ze hebben deze gewoon in de zee geworpen. "

"Expres, denk je? Zodat dit zou gebeuren?"

"Geen idee." Ze wringt haar rok uit. "Ik denk het niet. Maar we moeten voorzichtiger zijn. Er kan nog één op de zeebodem liggen. Of erger. We kunnen ons niet meer laten verrassen."

Op de troon zit Kassia met haar voeten opgetrokken. Haar papieren zijn droog. Ze kijkt naar iets op de vloer.

"Kijk daar dan," zegt ze.

Op het marmer, halverwege de zaal, ligt een vis. Hij is zo lang als mijn hele arm, zilver met een donkere rug, en hij slaat woedend met zijn staart in twee vingers water.

"Die hoort in de zee," zegt Kassia.

De grote deuren gaan open. Dorian komt binnen, blijft één stap over de drempel staan, en neemt de zaal in zich op.

"Hogepriester. Wenste u het water hier?"

"Nee, Dorian."

"Zeer goed." Hij heft één hand.

Het water komt van de vloer af. Het komt omhoog als een tapijt, een laag van een handbreedte dik die van de hele vloer tegelijk loskomt en samenvloeit in een bal die langzaam naar de deuren zweeft. De vis gaat mee, ineens weer waardig, rondzwemmend door het zwevende water.

"Dorian?" Kassia steekt haar hand op vanaf de troon. "Kunnen we die vis eten?"

"Uiteraard, mevrouw Kassia." Hij blijft in de deuropening staan. "Vergeef me, hogepriester. Bent u van plan nog meer spiegels te openen?"

"Ja. Waarom vraag je dat?"

"Uit belangstelling voor uw veiligheid." Hij glimlacht beleefd. "Het paleis is een veilige plek. Dat is het al zeshonderd jaar lang, en ik zou niet willen dat dat zomaar verandert."

De deuren gaan achter hem dicht. Het marmer is kurkdroog. Alleen wij zijn nog nat.

"Wat was dat?" vraagt Kassia zacht.

"Geen idee," zeg ik.

We gaan door, want ik ben nu koppig geworden. De achtste spiegel is grijs en heet Ilmenor, speerbreker. Als de mist verdwijnt, zie ik de troonzaal.

Ik staar verbijsterd naar het glas. Het beeld is hetzelfde als voordat ik de mist opriep. Alleen zie ik nu mijzelf en Aliya niet meer weerspiegeld in het glas. Wat gebeurt hier? Is mijn spiegelbeeld weer verdwenen, net als in de tempel? Of - is dit een andere troonzaal? Is er nog een paleis? Een soort perfecte kopie van deze?

Dan zie ik Kassia lopen in de spiegel. Als ik haar zie, is het niet een andere locatie. Het is deze zaal.

"Wat..." begin ik, maar de zin sterft in mijn mond.

De Kassia in de spiegel loopt naar me toe. Achter me hoor ik Kassia's voetstappen ook dichterbij komen, tot ik haar in mijn ooghoeken zie stoppen voor de spiegel naast me.

Ik kijk opzij. In haar spiegel zie ik mezelf.

"Ze zijn verbonden!" roept Kassia. Ze wijst naar de beide spiegels. De grijze waar ik voor sta, en de kleurloze waar zij voor staat. "Dat is geweldig!"

"Nee, wacht, niet—" begint Aliya, maar ze is te laat. Kassia stapt in de kleurloze spiegel en op precies hetzelfde moment stapt ze uit de grijze. Ze lacht een schaterlach.

"En nu ben ik hier! Ik was daar, en nu hier, en er zat niks tussen!"

Het is een kleine afstand, tien passen misschien. De spiegels hangen praktisch naast elkaar aan de muur. De afstand die we hebben afgelegd naar de Tempel was waarschijnlijk veel groter, maar dit voelt anders. Omdat je beide kanten van de reis tegelijk kan zien.

"We hadden afgesproken dat we niet door een spiegel zouden stappen," zegt Aliya, maar aan haar stem hoor ik dat ze het niet meent.

"Niet zomaar, nee," grijnst Kassia. "Maar door de spiegel zag ik Thomas, en ik wilde gewoon heel graag naar hem toe." Ze duwt zichzelf omhoog op haar tenen en kust me.

Ik moet lachen. Aliya's regel is belangrijk - de vorige spiegel heeft dat duidelijk genoeg bewezen. Maar ik ben het met Kassia eens dat dit gewoon heel grappig is.

"Doe het nog eens," zeg ik.

"Oké," zegt ze. "Maar nu met een aanloop."

Aliya zucht, maar met een lach op haar gezicht.

Kassia loopt naar de overkant van de zaal, gaat staan, en zet een sprint in. Ze rent op de kleurloze spiegel af en springt er doorheen als een leeuw door de hoepel. Op precies datzelfde moment komt ze uit de grijze spiegel tevoorschijn. Ze rent volle vaart tegen me aan, grijpt me vast en trekt me mee naar de grond.

Ik verlies het contact met de grijze spiegel en het portaal sluit.

Kassia lacht hardop als ze weer overeind krabbelt. "Dat is geweldig!"

"Misschien gebruikten ze deze om mee te oefenen?" zegt Aliya.

"Dat zou goed kunnen," zeg ik. "Deze voelde ook veel makkelijker om open te maken."

Uit volledigheid openen we nog de negende spiegel. Havrenil, zij die op regen wacht. Ik zie Aliya, tien passen verderop, door het portaal. Ze doet een kushand en ik sluit de spiegel weer.

De tiende is de rozerode. Solvareth, zegt Aliya. Askoning. Dat klinkt onheilspellend, en ik dwing mezelf om weer voorzichtig te zijn. Ik open het portaal en houd mijn hand op het glas.

We zien een kamer.

Een echte kamer, bovengronds, met licht. Zware rode gordijnen aan een stang. Een tafel met een kan erop. Een stoel met een jas achteloos over de leuning gegooid. Er brandt een kaars.

"Dicht," zegt Aliya meteen.

Ik sluit het portaal. De spiegel is weer een spiegel.

"Daar woont iemand," zegt Kassia.

"Die jas zag eruit alsof iemand hem daar net had neergelegd," zeg ik.

Aliya heeft haar potlood niet meer vast. "Gelukkig was er niemand."

"Gelukkig niet," zeg ik. "Dan hadden we in het volle zicht gestaan."

"We hebben geen idee wie daar woont," zegt Aliya. "Misschien weten ze wel dat het een magische spiegel is."

Kassia gaat op een trede van het podium zitten. "Gelukkig deed je hem snel weer dicht," zegt ze. "Ik denk niet dat we gezien zijn."

Ik denk terug aan de spiegels die alleen zwart waren. Alleen de eerste keer hebben we dat echt getest. Die was begraven, dat weten we zeker. De andere keren hebben we dat niet gedaan. Misschien was het aan de andere kant gewoon... donker. Misschien keek er wel iemand terug.

Het idee jaagt een rilling over mijn rug.

De elfde is de oranje. Nuvellin, zegt Aliya. Het kleine mes. Ik open hem en er valt licht de troonzaal in.

Achter het glas ligt een binnenplaats. Zandsteen, geel van ouderdom, met een lage muur en een pilaar met een gebarsten kop. Er ligt fijn zand over de tegels dat in ribbels tegen de muur is gewaaid. Er staat een pot met een dode plant erin. En het licht valt schuin en oranje over alles heen, met lange schaduwen die de verkeerde kant op wijzen.

Ik kijk over mijn schouder naar de hoge ramen van de troonzaal. Het is hier midden op de dag. Ik laat de spiegel los en het portaal gaat dicht.

"Daar was het avond," zeg ik.

"Dat moet ver weg zijn," zegt Aliya. "Duizenden kilometers. Naar het oosten, zodat de zon er eerder onder gaat. En naar het zuiden, te zien aan het zand."

"Waar zou dat zijn?" vraagt Kassia.

"Geen idee," zegt Aliya. Ze klinkt bijna gelukkig. "Dat is een mysterie. Ik wist niet dat de cult zo ver reikte."

De twaalfde spiegel is van groen kristal, donkerder dan de zeegroene, met een glans als een fles tegen het licht.

Mijn hand trilt als ik hem tegen het glas leg. Het is van uitputting, maar niet het soort waar Aliya iets aan kan doen. Ze probeert het wel, ze reikt via de ring naar me toe zoals ze in de tempel deed, maar dit zit niet in mijn onderbuik en het is geen hitte. Het is de moeheid van te lang je ogen scherpstellen op iets kleins. Achter mijn ogen zit een doffe pijn en ik ben blij dat deze spiegel de laatste is.

"Dit is de laatste," zeg ik. "Daarna kan ik de helft van die vis wel op."

Ik leg mijn hand tegen het glas. Hoe heet je? De runen komen langzaam op.

"Dath'ureal," zegt Aliya.

"En dat betekent?"

Ze is even stil. "De laatste gast."

"Nou," zegt Kassia. "Toepasselijk."

"Het betekent niks. Dat is wel duidelijk. Ze heten Wolkdrager en Speerbreker en De Laatste Gast. Ze hebben gewoon dure namen bedacht."

"Dat weet ik," zegt Kassia. "Ik schrijf het toch op."

Ik zoek de band en trek. Ik vind het tweede oppervlak.

"Dath'ureal."

Een lange, lage ruimte onder een schuin dak. Een houten vloer met een dikke laag stof. Balken vlak boven ooghoogte. Aan de ene kant staan meubels tegen elkaar geschoven onder lakens, en tegen de korte wand staat een kist met een gebroken slot.

Aan het einde zit een raam, provisorisch dichtgetimmerd met planken. Door de brede kieren vallen stroken daglicht over de stoffige vloer.

"Leeg," zeg ik. "Er is niemand."

"Al lang niet meer, aan die laag stof te zien," zegt Aliya.

Kassia komt van de trede af. Ze staat ineens naast me, en ze kijkt geconcentreerd naar het beeld door het portaal.

"Kass?" zegt Aliya.

Kassia doet nog een stap naar voren, tot ze zo dicht bij het portaal staat dat het licht van de andere kant op haar gezicht valt.

"Dat is de bakkerij van Hemmert," zegt ze.

"Wat?" zeg ik.

"Dat dak daar. Je ziet het nog net tussen die planken door. Met die kromme schoorsteen en die pannen die er half af zijn." Ze wijst, en haar vinger trilt. "Dat is Hemmert. Elke ochtend keek ik daar tegenaan als ik de luiken opendeed. Elke ochtend, drie jaar lang."

"Kass." Aliya heeft haar boek laten zakken. "Weet je het zeker?"

"Heel zeker. Ik vroeg me steeds af of die schoorsteen ooit van het dak zou vallen." Kassia haalt diep adem. "Als ik dáár sta, en ik draai me om, dan kijk ik zo bij meneer Voss naar binnen."

Niemand zegt iets over het sluiten van het portaal.
Wat vond je van dit verhaal? Geef een cijfer!
5   6   7   8   9   10  
Favoriet
Terug Naar Boven
Meneer De Heer
Esjee
Esjee (29)
Val jij op nieuwsgierige vrouwen die graag nieuwe dingen ontdekken?
🟢 Nu Online
Bekijk Mijn Profiel

Nog niet uitgelezen?

Durf jij met oma te flirten?
Durf jij met oma te flirten?
Klik hier voor meer...
Klik hier voor meer...

Algemene Voorwaarden -  Contact -  FAQ
Bezoekers Online: 775 / Copyright 2000 - 2026 Opwindend.Net